CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2c Part herz Bramert-Noord (2010) vastgesteld Toelichting.pdf

Beeldvormende bijeenkomst 15 juni 2022, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Partiele herziening bestemmingsplan Bramert - Noord10.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor wat betreft de gevolgen voor de overige bestaande infrastructuur waarop deze nieuwe ontsluitingsweg aansluit geldt dat in de toelichting op het uitwerkingsplan zal moeten worden onderbouwd dat deze wijze van ontsluiting (nog steeds) geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de verkeersdoorstroming en daarmee uitvoerbaar is. Op dat punt worden echter op voorhand geen onoverkomelijke belemmeringen gezien. 3.5.11

Archeologie en cultuurhistorie

Deze aspecten zijn geborgd in het geldende bestemmingplan Erfgoed Stein, als vastgesteld door de gemeenteraad op 22 juli 2021. In dat bestemmingsplan is geborgd wanneer archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Hoewel voor het plangebied deels een hoge en deels een middelhoge verwachtingswaarde geldt, leidt dit niet op voorhand tot bedenkingen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan. Ten behoeve van het uitwerkingsplan zal archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd, op basis waarvan kan worden besloten tot vrijgave van het gebied voor wat betreft archeologische verwachtingen. Voor wat betreft overige cultuurhistorische aspecten geldt dat in het bestemmingsplan Erfgoed Stein geen cultuurhistorische waarden worden geborgd die als gevolg van ontwikkeling van het plan onherroepelijk verloren gaan. Dwars door het plangebied, van noord naar zuid, loopt wel een tracé dat is aangeduid als te herstellen historische infrastructuur. Dit aspect kan bij de verdere uitwerking worden meegenomen, waarbij kan worden bezien of herstel als onderdeel van de stedenbouwkundige invulling van het gebied mogelijk is. 3.5.12 Ecologie Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op beschermenswaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Dit is geregeld in de Wet natuurbescherming.

Het natuurbeschermingsrecht is verder te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de Grensmaas, bevindt zich op circa 400 meter afstand ten westen van het plangebied. Tevens bevinden zich de Natura 2000-gebied het Bunder- en Elslooërbos en het Geleenbeekdal op respectievelijk circa 6 en 7 km afstand van het plangebied.

bestemmingsplan Partiële herziening Bramert-Noord (2010)

27

Voor zover er al sprake zou zijn van effecten van het plan op Natura2000-gebieden, dan betreft het externe effecten. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid door woningbouwontwikkeling binnen het plangebied zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie kunnen vanwege de omvang van de voorgenomen plannen en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden op voorhand niet worden uitgesloten. Om die reden is middels een Aeriusberekening de eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in beeld gebracht. De berekening en toelichting hierop zijn als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Uit de berekening blijkt dat het realiseren van de woningen en het in gebruik nemen van de woningen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen naar de huidige stand van zaken in wet- en regelgeving op basis van het voorgaande met zekerheid worden uitgesloten. De uitvoerbaarheid van een invulling van het plangebied met woningbouw (na uitwerking) is daarom niet in het geding. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk.

Het plangebied ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 300 meter ten westen van het plangebied. Het betreft type N00.01, areaaluitbreiding van de natuur in het Grensmaasgebied. Gezien de afstand tot het plangebied en de afschermende werking door de hogere ligging van (de waterkeringen langs) het Julianakanaal, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland niet worden aangetast als gevolg van het planvoornemen. Soortenbescherming In 2005 is ten behoeve van het bestemmingsplan Bramert-Noord (2010) een natuurtoets uitgevoerd. Daaruit blijken geen onoverkomelijke belemmeringen, maar er werd wel geadviseerd nader onderzoek te doen naar de mogelijke aanwezigheid van hamsterburchten en verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. De hamster is in het verleden (1994 t/m 1997) gesignaleerd, maar niet aangetroffen bij de inventarisatie ten behoeve van de rapportage van 2005. De aanwezigheid van een (rest)populatie kon echter niet worden uitgesloten zonder een nadere inventarisatie net na de oogst op de aanwezige akkers. Ten behoeve van het bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1 is een nieuwe quickscan ecologie uitgevoerd. Daaruit zijn geen aandachtspunten naar voren gekomen.

In dat deel van het plangebied kunnen overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van een geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling worden uitgesloten. Wel dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen. Geadviseerd wordt om graaf- en kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Nesten mogen enkel verwijderd worden op het moment dat deze niet in gebruik zijn. Globaal kan de periode maart tot en met half augustus aangehouden worden als broedseizoen. Indien het niet mogelijk of wenselijk is om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd te worden door een ecologisch deskundige. Verder geldt te allen tijde de algemene zorgplicht ten aanzien van grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden en verwonden van individuen te voorkomen. Hoewel de conclusies voor het onderzoek ten behoeve van fase 1 geen garanties biedt voor onderhavig plangebied, liggen soortgelijke conclusies in lijn der verwachting gezien het hetzelfde karakter van het gebied en het overwegende agrarische gebruik. Bovendien is van belang dat soorten zich verplaatsen en naar verloop van tijd alsnog kunnen vestigen in een gebied.

Nu nog niet bekend is wanneer uitwerking zal plaatsvinden, is het niet opportuun nu al onderzoek uit te voeren. In het kader van het op te stellen uitwerkingsplan zal alsnog moeten worden aangetoond dat geen overtredingen van de Wet natuurbescherming vanwege de aanwezigheid van beschermde soorten (of hun verblijf- of foerageergebieden) zullen optreden bij woningbouwontwikkeling, die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. Dit is ook geborgd in de uitwerkingsregels.

28

bestemmingsplan Partiële herziening Bramert-Noord (2010)

3.5.13 Waterparagraaf Het doel van de waterparagraaf is om water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven bij het opstellen en beoordelen van alle waterhuishoudkundig relevante plannen. De waterparagraaf vraagt niet alleen om een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook om een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt de waterparagraaf gebruikt om de beoogde gebruiksfuncties en waterbelangen op elkaar af te stemmen. Voor de opvang van het hemelwater zal bij uitwerking van het plan c.q. plangebied voldoende ruimte moeten worden gereserveerd voor het bergen en infiltreren van hemelwater Conform het op dat moment geldende beleid van het waterschap en de gemeente zal daarin invulling worden gegeven. Op dit moment gelden daarvoor de navolgende uitgangspunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Circa 10% van het plangebied reserveren voor water Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit Toepassen voorkeurstabel afkoppelen Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 80 mm per twee uur (ten zuiden van Sittard), met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan.

Gelet op de omvang en ligging van het gebied kan voldoende ruimte worden gereserveerd voor invulling van de relevante wateropgaven, waardoor op voorhand geen aanleiding wordt gezien dat het plan bij uitwerking op dit punt niet uitvoerbaar zal zijn.

3.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. In onderhavige situatie is de gemeente géén grondeigenaar van alle percelen waarop de ontwikkeling is voorgenomen. Ook is er nog geen ontwikkelende partij in beeld waarmee een zogenoemde anterieure overeenkomst kan worden gesloten, waarin de financieel gemaakte afspraken tussen gemeente en ontwikkelaar van de gronden nader zijn vastgelegd. Om die reden is het exploitatieplan dat gelijktijdig met het bestemmingsplan Bramert-Noord (2010) is opgesteld en vastgesteld, geactualiseerd.

3.7

Conclusie uitvoerbaarheid

Gezien het voorgaande dient bij uitwerking een nadere onderbouwing te worden geboden voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Met deze partiële herziening worden de uitwerkingsregels in verband daarmee op onderdelen geconcretiseerd. Net als in 2010 geldt dat op voorhand geen aanleiding wordt gezien om aan te nemen dat bij uitwerking van het plan niet kan worden voorzien in een uitvoerbaar plan, waarmee kan worden voorzien in een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan Partiële herziening Bramert-Noord (2010)

29

30

bestemmingsplan Partiële herziening Bramert-Noord (2010)

Hoofdstuk 4 4.1

Procedure

De te volgen procedure

Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: a. b. c. d. e.

Voorbereiding: een voorontwerp van het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg aan betrokken instanties, waaronder de provincie Limburg, aangeboden. Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad. Vaststelling: vaststelling door de Raad. Mogelijkheid reactieve aanwijzing. Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn. Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan). Beroep: beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Een voorontwerp van dit bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de provincie Limburg. Dat heeft geleid tot enkele aanvullingen en verduidelijkingen in de toelichting op dit plan en enkele aanscherpingen van de uitwerkingsregels, zonder dat daarmee wezenlijke onderdelen van het plan zijn gewijzigd. In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen, wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.

4.2

Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 18 maart 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ten aanzien van het plan ingediend. Naar aanleiding daarvan is op de verbeelding voorzien in de aanduiding 'veiligheidszone - leiding', aan welke aanduiding ook regels zijn gekoppeld. Voor het overige hebben de zienswijzen niet geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

bestemmingsplan Partiële herziening Bramert-Noord (2010)

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=a4ab6616-b7c4-42b4-9470-02d0f49aacc4