CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Nota zienswijzen (geanonimiseerd)

Besluitvormende raadsvergadering 25 september 2025, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Verklaring van geen bedenkingen silopark Limpens1.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota

zienswijzen

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Het ontwerp van de vergunning voor de bouw van een silopark op locatie Business Park Stein 408 (Z2023-00000635) heeft ter inzage gelegen van 3 april tot en met 15 mei 2025. Gedurende deze periode zijn de volgende zienswijzen ontvangen: -

Zienswijze

-

-

een

eigenaar/bewoner

van

een

woning

reactie

aan

de Aronskelk

(hierna

te

aan

de Aronskelk

(hierna

te

aan

de

‘indiener

Zienswijze

Zienswijze De

van

1) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) eigenaar/bewoner van een woning noemen ‘indiener 2’) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Zienswijze van een eigenaar/bewoner van een woning (geanonimiseerd) (hierna te noemen ‘indiener 3") (geanonimiseerd) noemen

van

een

indiener 1 en 2 op deze zienswijzen

wordt

gecombineerd

omdat

deze

Jurgensstraat

zienswijzen vrijwel gelijk

zijn. 1.

Indieners uiten hun zorgen over de ruimtelijke impact. Ze stellen dat de silo's vanuit de achtertuin en huis zichtbaar zullen zijn en als dit inderdaad het geval dit voor een vermindering van het woonplezier zal zorgen en een negatieve invloed zal hebben op de marktwaarde van het huis.

Indieners wonen op iets meer dan 900 meter van zicht dat indieners hebben op deze locatie, wordt Daardoor

zal

weinig

verlengde (Business

en

in de

de

is,

locatie Business Park Stein 408. Het door de bestaande houtwal.

beperkt

of geen zicht zijn op de locatie. Daarnaast is van belang dat in het breedte van de zichtlijn van indieners zich reeds een bedrijventerrein Park Stein) en industrieterrein (Chemelot) bevinden*. Mochten de silo's zichtbaar zijn vanuit de achtertuin en het huis van indieners, dan kijken zij nu ook al uit op een industriële omgeving. 2.

Indieners vragen zich af of de bestaande houtwal zowel in de zomer als in het bladloze seizoen voldoende hoogte en dichtheid heeft om het uitzicht op de silo's permanent te ontnemen. Indieners uiten hun zorgen over wat er gebeurt als de bomen gekapt dienen te worden door ouderdom, ziekte of andere

omstandigheden. Zoals

onder punt 1 aangegeven, wonen indieners in de buurt van een bedrijventerrein en industrieterrein. Deze terreinen volledig aan het zicht van iedereen onttrekken is niet mogelijk. Indieners zullen altijd uitkijken op een industriële omgeving. Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestaat ook geen recht op (blijvend) vrij uitzicht. een

De bestaande houtwal zal het eventuele uitzicht op de silo’s (grotendeels) wegnemen. Over wat er in de toekomst met de houtwal eventueel zal gebeuren, is op dit moment niets te zeggen. 3.

Indieners stellen dat de communicatieprocedure, zoals beschreven initiatiefnemer in de ruimtelijke onderbouwing, niet is gevolgd.

door

Door initiatiefnemer zijn bewoners van de eerstelijnsbebouwing die iets zouden kunnen merken van de werkzaamheden geïnformeerd middels een huis aan huis schrijven. Gezien indieners op meer dan 900 meter van de locatie Business Park Stein 408 wonen, wordt niet verwacht dat zij enige overlast zullen ervaren. Indieners kunnen met vragen uiteraard

1

altijd bij initiatiefnemer

ECLI:NL:RVS:2014:2616

terecht.

Gezien indieners hun zienswijzen tijdig in hebben gediend , zijn zij niet in hun belangen geschaad. 4.

Indiener 1 stelt geluidstoename te verwachten bij het vullen en legen van de silo’s. Indiener vraagt welke geluidsbeperkende maatregelen getroffen worden om overlast voor omwonenden te minimaliseren.

De transportleidingen naar de silo’s zijn voorzien van een geluidisolatie en daarmee is de geluidemissie naar de omgeving maximaal gereduceerd. Hiermee zijn al geluidsbeperkende maatregelen genomen en zorgt het vullen en legen van de silo’s niet voor geluidsoverlast. Conclusie Gelet op het voorgaande zijn de zienswijzen van indiener 1 en 2 ongegrond. Zienswijze indiener 3 Indiener 3 stelt dat het onderzoek voor wat betreft de milieueffecten onvolledig is. Volgens indiener zijn de volgende punten niet meegenomen: 1. Effecten milieubelasting door extra vervoersbewegingen , meer specifiek toename fijnstof en andere milieubelastende effecten zoals lichtvervuiling , luchtvervuiling en toename geluidsoverlast. Door indiener is niet aangegeven op welk punt of welke punten specifiek de onderzoeken onvolledig zouden zijn. Alle voor de aanvraag benodigde onderzoeken zijn bij de aanvraag gevoegd , beoordeeld en inhoudelijk akkoord bevonden door ter zake deskundigen. De onderzoeken hebben gelijktijdig met het ontwerpbesluit ter inzage gelegen. Licht Lichtvervuiling is onderdeel van de ruimtelijke afweging en als zodanig beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In paragraaf 8. 10 staat dat de bestaande verlichting van het terrein niet wordt gewijzigd. Wel wordt de werk- en loopruimte onder de silo’s verlicht op ongeveer 5 meter hoogte.

Deze verlichting heeft geen of zeer beperkte uitstraling naar de omgeving. De silo’s krijgen aan de onderkant verlichting zodat ook zonder daglicht gewerkt kan worden en er ’s nachts zicht blijft op de laad- en losplaatsen. Uit deze toelichting blijkt dat geen sprake is van lichtvervuiling. Lucht Bij de aanvraag die ten grondslag ligt aan de ontwerpbeschikking is een luchtkwaliteitsonderzoek , opgesteld door de Antea Group , gevoegd. In dit luchtkwaliteitsonderzoek zijn in paragraaf 3. 1 de vervoersbewegingen beschreven. Op basis van de uitgevoerde verspreidingsberekeningen kan worden geconcludeerd dat kan worden voldaan aan de grenswaarden voor lucht als opgenomen in bijlage 2 Wet milieubeheer. Dit is ook beschreven in de considerans van de ontwerpbeschikking (paragraaf 4. 1. 8. 4). Geluid Daarnaast is ook een rapport van een akoestisch onderzoek bij de aanvraag gevoegd , opgesteld door Volantis Consultancy Design Engineering. In paragraaf 4. 1. 7 zijn de overwegingen ten aanzien van de milieuaspecten geluid en trillingen opgenomen. Hierin is onder meer opgenomen dat voldaan kan worden aan de grenswaarden van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Aan de omgevingsvergunning zijn geactualiseerde geluidsvoorschriften verbonden waar vergunninghouder aan gebonden is.

De vervoersbewegingen zijn geïnventariseerd ten behoeve van het akoestisch onderzoek van de aanvraag. Het betreft de ‘som’ van de vervoersbewegingen van Limpens uit de

vigerende revisievergunning + de vervoersbewegingen in verband met de aangekochte loods en het nieuwe silopark + de resterende vervoersbewegingen van de voormalige eigenaar van het perceel Business Park 408 (deze laatste vervoersbewegingen vervallen dus). Netto betekent dit een toename van 30 (dagperiode) , 2 (avondperiode) en -4 (nachtperiode). De toename van de (totale) geluidsoverlast is beperk omdat het gebruik van de loods door de voormalig eigenaar is komen te vervallen en er slechts sprake is een lichte toename (+ maximaal 2 dB(A) van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau) op enkele toetspunten van de vigerende revisievergunning van Limpens. Dit is nog ruim binnen de te hanteren richtwaarden. De stelling dat de milieubelasting als gevolg van de extra vervoersbewegingen onvoldoende is onderzocht , wordt dan ook niet onderschreven. 2.

Effecten van het vullen en legen van de silo’s en daarmee de effecten van de verspreiding van microplastieken en andere schadelijke stoffen die daarbij vrijkomen.

In het bij de aanvraag gevoegde luchtkwaliteitsonderzoek is in paragraaf 3. 5 beschreven dat de kunststofkorrels (plastic pellets) een korrelgrootte hebben van 3 tot 5 mm en daardoor nauwelijks door de wind zullen worden meegenomen. Daarnaast bestaan deze korrels vooral uit polyethyleen (PE) en polypropyleen (PP) , welke bekend staan om de hoge slijtvastigheid waardoor stofvorming niet mogelijk is. Om eventuele verspreiding van gemorste kunststofkorrels te voorkomen , zullen stofzakken op de silo’s worden geplaatst (bij het lossen van de silo’s) en ‘laadsleeves’ die tot in de oplegger hangen tijdens het laden van de silo’s. daarnaast zijn werkinstructies dienaangaande opgesteld. Ook zullen er voorzieningen worden gerealiseerd om vaste deeltjes (bijv. kunststofkorrels) af te vangen op de lozingspunten. Gelet op vorenstaande wordt de stelling van indiener dan ook niet onderschreven. De in de aanvraag beschreven voorzieningen en maatregelen beschouwen we als best beschikbare techniek. 3.

Effecten van deze ontwikkeling op het Natura 2000-gebied te Elsloo.

Als beschreven in paragraaf 3. 3 van de considerans van de ontwerpbeschikking is bij de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning geen natuurtoets aan de orde als er geen schadelijk effect is op een Natura 2000-gebied of als sprake is van een vrijstelling. Uit de aanvraag (natuurtoets opgesteld door Antea Group en stikstofdepositieonderzoek opgesteld door Antea Group) volgt dat ten gevolge van de aangevraagde activiteit geen sprake is van een mogelijk significant effect op één of meer Natura 2000-gebieden. Bijgevolge is het aanhaken van het onderdeel natuur bij deze procedure in het kader van de Wabo niet aan de orde. Voor de overige algemene gevolgen voor milieu en woongenot wordt verwezen naar de reactie op punt 1 en 2. Conclusie Gelet op het voorgaande is de zienswijze van indiener 3 ongegrond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=a8183c5f-6e39-4ea0-82ab-624364544ea3