CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan Verbreiding A2 - vast te stellen.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente SteinBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot19.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ostb aan Oud eP

8

Berg

erwe

g

Oud e Po stba an

Rijk swe g A2

10

WR-HI

B

LG L (swa-maw) G B

B

Berg

B

erw

(swa-tbht)

B

eg

B

B

B

W

W

V

G

Berg

erwe

Oude Ba

L L-L

g

G

an G

Oude Postbaan

G

G G

Oude Baan

G

G

G

2 1

A

G G

Lo

uis

eg

(swa-haw)

roe

vew

eg

Oude Postbaan

G

B B

L B

G G B

Rijksw

eg A

2

(swa-hwge)

WR-HGL

B

G B

A

G

Oude Baan

B B B

G B

G B

iseg

roe

B

Lou

G

(swa-hwge)

WR-HGL

vew

(swa-mav) (swa-mav) (swa-tbht) (swa-mav)

eg

G

Oude Postbaan

B

(swa-mav)

(swa-tbht)

WR-HI

G

Ve

rke

Oude Baan

B

lgr

os

we

g

G

B

B B

G

B B

B

WR-A

1

B

V

G B

G B

G

Plangebied

B

G

Plangebied

G B

Oude Baan

Enkelbestemmingen

g A2

G

WR-HI B

Rijk

swe

(swa-tbht)

Oude Postbaan

G

B B

(swa-haw)

Agrarisch

AW

Agrarisch met waarden

G

Groen

V

Verkeer

G

Swen

B

tibol

B

dlaa

n

G

B

B

A

31

B

B

33 35

B

B

37

34

(swa-hwge)

43

Swen

tiboldl

aan

iers

40

Sitterweg

42

B

38

44

Kru

WR-HGL

B

weg

36

Dubbelbestemmingen

(swa-hwge)

46 48

L

Leiding

L-L

Leiding - Leidingstrook

WR-A

Waarde - Archeologie

WR-HGL

Waarde - Historisch groen en landschap

WR-HI

Waarde - Historische infrastructuur

50 52

56

29

58

31

68

72

76

41

51

53

14

13

55

Gagar

laan

13 66

11

9 8

72

74

76

78

13

6

80

4

12

1

3

7

7

Gebiedsaanduidingen

11

Armst

8

4

6

8

11

Oude Postbaan

4

56

2

Gagar

7

6

straat

B

3

instra

9

53

rong

at

4 2

5

60

B

2 3

19

66

70

72

de B

eere

84

88

traat

B 3

2a

B

4

1a

2

L-L

1

B

51

B

49

Functieaanduidingen

G

2

47

53

41

G

3

1a

45

vrijwaringszone - weg 2

6

1

2

5

5

4

B

1

7

8

B

6

3

4

7

G

Doctor Kuypers

8

B

5

6 3

43

vrijwaringszone - weg 1

10

Churchills

traat

straat

11

9

B

7 8

39

veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen

9

10

Thorbecke

90

9

10

5

86

12

11

12

9

82

14

B

14

7

veiligheidszone - leiding

B

11

63

G

15 13

61

B

80

18

59

78

20

16

57

ucklaa

n

76

15

13

2

nbro

74

geluidzone - industrie

B

Ruys

68

17

B

64

20a

Roose

55

B

62

velts traat

58

5

10

5 1

G

3

B

6

2

15

B

7 5

70

19 17

B

10

Aldrin

6

4

68

Collin sstraa t

straat

12

G

9

8

6/GA0 3 6/GA0 2 6/GA 01

B

sstr riën

6/GA0 6 6/GA0 5 6/GA0 4

Oda

15

21

B

Doc tor A

14 11

23

G

64

10

0

6/GA0 9 6/GA0 8 6/GA0 7

B

aat

15

12

B

49

62

11

6/G6/ A1 G7 6/ A1 G6/ A1 G6/ 5A1 G6/ 4A1 G36/ A1 G2 6/ A1 G1A1

B

47

at

13

25 B

45

B

43

instra

60

13

74

G

39

22

70

37

B

35

B

B

33

WR-HGL

B

2

G

54

B

1

55

57

1

G B

Graetheidelaan

Urmonderbaan

62

60

64

66

70

68

72

74

76

78

80

82

84

V

39

86

37

(swa-hwgo)

specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenobject

(swa-haw)

specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting

(swa-maw)

specifieke vorm van waarde - middelhoge archeologische verwachting

(swa-tbht)

specifieke vorm van waarde - te behouden historisch tracé

(swa-thhi)

specifieke vorm van waarde - te herstellen historische infrastructuur

B

Slagboomweg

G 35

specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenelement

B

58-58a

(swa-hwge) Urmonderbaan

Urmonderb

aan

W W

W

W

B

1a

31

1b

5

G

3

7

9

11

29

13

15

17

19

21

W

1

W

33

23

25

27

W

B

Slagboomweg

G

g A2

W

G

A2

derbaa

eg ksw

n

Rij B

W

102G/24

Urmon

W

hartlijn leiding - brandstof - PRB leiding

G

hartlijn leiding - gas

W

hartlijn leiding - water

B

W

B

Chemelot 11105-weg

WR-HI

3-weg

ondergrond: BGT en DKK (d.d. 25-10-2022)

111G/02 102G/02

B

W

W

B

Chemelot 1110

Chemelo

W

111G/06

t 1110

7-weg

W

W

Verklaringen 20

G

hartlijn leiding - brandstof

eg A 2 Rijksw

Rijksw

B

G

(swa-thhi)

W

49

W

Nieuwe Postbaan

W

B

eg A 2

AW

B

Rijkswe

W

B

W

Nieuwe Postbaan

W

Figuren

Chemelo

t 102-we

W

an

G

8-weg t 1110 Chemelo

109-we g Chem elot 11

t AB-w

eg

Urmon

L

Chem

elot 10

3-weg

Chemelo

t 1111

W

5-weg

W

De He

W

W

derbaa

n

W

Chemelo

B

W

ZX-w

ibrök

elot

Nieuwe Postbaan

Chem

eg

W

W

W

V

0-weg

t 1111 W

W

Chemelo

W

111G/03

t 1111

W

Chemelo

W

2-weg

B W

W

W

W

Chemelot ZZ-weg

sla

g

W

65

rit

W

au

B

M

status:

vastgesteld

datum:

25 mei 2023

schaal:

1:2500

24

Chem

elot 11

116-we

g

Gemeente Stein

Bestemmingsplan 'Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot'

getekend:

RS

nummer:

J218373

bladformaat:

A1

idn-nummer:

Verbeelding

NL.IMRO.0971.BPVerbredingA2-0003 bezoekadressen en contactgegevens:

Urmonderb

schaal 1:2500

Rijksweg A2

125 m

Rijksweg A2

0m

Nieuwe Postbaan

Nieuwe Postbaan

aan

Locatie Nijmegen:

St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught:

Parklaan 21 5261 LR Vught

N

Pouderoyen Tonnaer is een zelfstandig onderdeel van de Aelmans Adviesgroep

Telefoon: E-mail: Website:

+31 (0)24 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Bestemmingsplan - Regels -

Verbreding A2 BergerwegSpoorlijn Chemelot Gemeente Stein

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot Gemeente Stein

IDN-nummer:

NL.IMRO.0971.BPVerbredingA2-0003

Status:

vastgesteld

Datum:

25 mei 2023

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 12

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

15

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

15 17 20 22 23 25 27 30 32

Agrarisch Agrarisch met waarden Groen Verkeer Leiding Leiding - Leidingstrook Waarde - Archeologie Waarde - Historisch groen en landschap Waarde - Historische infrastructuur

Hoofdstuk 3 Algemene regels

35

Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

35 36 38 39 41 42 43 44

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

45

Artikel 20 Artikel 21

45 46

Overgangsrecht Slotregel

Regels

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

3

4

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan 'Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot' met NL.IMRO.0971.BPVerbredingA2-0003 van de gemeente Stein. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

activiteit:

activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.6 agrarisch: het (bedrijfsmatig) telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.7 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.8 archeologischdeskundige: professioneel archeoloog die op basis van de geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en te toetsen. 1.9 archeologischonderzoek: diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.10 Archeologisch rapport: rapportage van een archeologisch onderzoek, uitgevoerd en opgesteld volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.11 archeologischeverwachtingswaarde: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het vóórkomen van archeologische relicten.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

5

1.12 archeologischewaarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.13 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.14 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het bestemmings- of bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.15 begane grond: de natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.16 bestaand: legaal aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.17

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.18 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19 bevoegd gezag: het bevoegd gezag in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.22 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel.

6

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

1.24 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26 coffeeshop: een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.27 cultuurhistorie: de beschavingsgeschiedenis: de overblijfselen van de geschiedenis van de door de mens gemaakte en beïnvloede leefomgeving. Het betreft het onroerende deel van het cultureel erfgoed, waarin archeologie (bodemarchief), historische geografie (cultuurlandschap), historische stedenbouw, historische groen, architectuur- en bouwhistorie (gebouwen en complexen) worden betrokken.

1.28 cultuurhistorische waarde: de aan een object of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur, waaronder historische gebouwen, waardevolle gebouwde elementen, waardevolle gezichten, historische groen- of landschapselementen en historische infrastructuur. 1.29 ecologische verbindingszone: zone die dienst doet als migratieroute voor planten en dieren tussen verschillende natuurgebieden. Aanleg van verbindingsroutes heeft als doel barrières tussen deze gebieden op te heffen. De zone moet zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht zijn ingericht en beheerd volgens de eisen van de doelsoorten. 1.30 ecologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en/of fauna. 1.31 extensieve recreatie: Extensieve recreatie betreft vormen van openluchtrecreatie die niet intensief zijn zoals recreatief gebruik door wandelaars, fietsers, vissers van gronden die al dan niet voorzien zijn van rustpunten en/of bewegwijzering. 1.32 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.33 gebruik: het gebruiken, het doen gebruiken of het laten gebruiken.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

7

1.34 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van de grond als productiemiddel. 1.35 hemelwaterproblematiek: de problemen die ontstaan voor het afvoeren en bergen van hemelwater door toename van het verharde oppervlak. 1.36 historisch waardevol groen- of landschapselement: groen- of landschapselement dat kenmerkend is voor het cultuurhistorische beeld en van cultuurhistorische waarde is vanwege de historische verschijningsvorm, de historische ruimtelijke samenhang en/of historische betekenis, zoals die is aangewezen op de verbeelding en wordt beschermd via deze regels. 1.37 historisch waardevol infrastructureel element: infrastructureel element of restant daarvan dat kenmerkend is voor het cultuurhistorische beeld en van cultuurhistorische waarde is vanwege de historische verschijningsvorm, het historische tracé, de historische ruimtelijke samenhang en/of historische betekenis, zoals die is aangewezen op de verbeelding en wordt beschermd via deze regels. 1.38 historisch waardevolle groenstructuur: een bijzondere beschermwaardige, in de loop der geschiedenis ontstane, (ruimtelijke) opbouw van het groen in een bepaald gebied met een bijzondere samenhang, schoonheid en/of cultuurhistorische waarde.

1.39 hoge teeltondersteunende voorziening teeltondersteunende voorziening > 1,50 meter. 1.40 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.41 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren; enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan (geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is) een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.42 kampeerplaats: een afgeschermd terrein van beperkte omvang waarop een tot ten hoogste drie kampeermiddelen voor een familie of een bij elkaar horende groep van personen kunnen worden geplaatst. 1.43 kampeerterrein: een terrein met daarbij behorende voorzieningen ter beschikking gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf of voor het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen.

8

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

1.44 kleinschaligelandschapselementen: houtopstanden, graften, holle wegen, bosschages en heggen en soortgelijke kleinschalige begroeiings- en reliëfelementen die kenmerkend zijn voor en de landschappelijke kwaliteit bepalen van een bepaald gebied. 1.45 lage teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorziening < 1,50 meter. 1.46 landschappelijkewaarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.47 maaiveld: bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft. 1.48 natuurhistorische waarde: een waarde die wordt toegekend aan karakteristieke elementen en patronen in het landschap alsmede sporen die de natuur en de mens in het landschap hebben achtergelaten, met cultuurhistorische waarde, zoals bomen, struiken, hagen, holle wegen, grafheuvels, poelen, grachten en vijvers. 1.49

natuurlijke waarde:

de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.50 niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf gericht op het telen van producten in kassen en/of het bedrijfsmatig houden van dieren zonder dat het bedrijf hoeft te beschikken over grond bestemd voor de voerproductie van deze dieren. De melkveehouderij wordt hieronder niet begrepen. 1.51 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.52 ondergeschikt: wat betreft de ruimtelijke uitstraling van beperkte betekenis qua omvang, functie dan wel in financieel opzicht ten opzichte van het hoofdgebouw, de hoofdfunctie of het inkomen. 1.53 onderkomens: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, chalets, woonschepen, stacaravans, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.54 openbare nutsvoorziening: een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

9

1.55 paardenbak: een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het rijden van paarden. 1.56 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld. c. indien in het water wordt gewerkt: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land; d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.57 primair water: een werk al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen en af te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan, welke door het Algemeen Bestuur van het waterschap in de legger is opgenomen. 1.58 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.59 recreatie: activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding.

1.60 recreatief medegebruik: het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, en voor plaatsgebonden recreatieve activiteiten, zoals voor sportvisserij, met de daarbij behorende voorzieningen. 1.61 regenkap: een constructie van houten, gegalvaniseerde, verzinkte stalen palen of iets dergelijks met daarop een boog met een kap van transparante folie. 1.62 ruimtelijk historisch beeld: een bepaald in de loop van de geschiedenis ontstaan beeld van verscheidenheid, samenhang en afwisseling in het ruimtegebruik in een gebied als totaliteit. 1.63 ruimtelijk historische belevingswaarde: de mate waarin de gebruiker het verblijf in, of het gebruik van een ruimte een gebied als historisch kwalitatief ervaart. 1.64 ruimtelijke karakteristiek: stelsel van elementen welke, zowel in onderling verband als op zichzelf beschouwd, voor wat betreft gebruik, schaal, ligging of visuele kenmerken danwel uit landschappelijk, natuurlijk en/of cultuurhistorisch oogpunt beschermenswaardig en/of structureel gezien bepalend voor het karakter van het plangebied zijn.

10

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

1.65 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf – waaronder begrepen een erotische massagesalon-, een seksclub, bordeel, privé-huis en seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.66 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 1.67 straatmeubilair: de op of bij de weg behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstobjecten, gedenktekens, draagconstructies voor reclame alsmede telefooncellen, abri's en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken en voorzieningen.

1.68 waardevol gebouwd element: object of bouwwerk (zoals muren, kapellen, kruisen, straatmeubilair, kunstwerken e.d.) dat kenmerkend is voor het cultuurhistorische beeld en van cultuurhistorische waarde is vanwege de historische verschijningsvorm, de historische ruimtelijke samenhang en/of historische betekenis, zoals die is aangewezen op de verbeelding en wordt beschermd via deze regels. 1.69 wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.70 watergang: een werk al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen en af te voeren, de taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede te verstaan, welke door het Algemeen Bestuur van het Waterschap in de legger is opgenomen. 1.71 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, regenwaterbuffers, gemalen, inlaten, greppels, bermsloten, etc. 1.72 weg: een voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

11

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen. 2.2 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.3 het bebouwingspercentage: het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand.

2.9 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.10 de oppervlakte van een bodemingreep: het bebouwde (bruto) oppervlak als het gaat om bovengrondse ontwikkelingen en het oppervlak van een bodemingreep vanaf maaiveld als het gaat om bodemingrepen in het kader van een procedure inzake de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of voor werkzaamheden. 2.11 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

12

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

2.12 ondergeschikte bouwdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouwgrens dan wel bestemmingsgrens met niet meer dan 2,00 m wordt overschreden. 2.13 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.14 verstoringsdiepte: vanaf het peil tot aan het diepste punt van de ingreep.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

13

14

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

duurzaam agrarisch grondgebruik; behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aldaar voorkomende landschappelijke en archeologische waarden; extensief recreatief medegebruik; verkeer; geluidwerende voorzieningen; de instandhouding en uitbreiding van waterremmende en erosiebeperkende landschapselementen.

3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot een bouwhoogte van 1,50 meter welke naar aard en afmeting passen bij het agrarisch gebruik. (Boog)kassen zijn niet toegestaan. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor/als: a. b. c. d. e. f.

sport-, wedstrijd- of speelterreinen, campings, kampeer- of caravanterreinen dan wel het stallen van caravans in de openlucht, parkeerterreinen, maneges, lig- en speelweiden; het beproeven van voertuigen, voor de beoefening van de motorsport en de modelvliegsport, voor het houden van wedstrijden met motorrijtuigen of bromfietsen; het racen of crossen met motorrijtuigen, mountainbikes of bromfietsen; staanplaats of ligplaats van onderkomens, behoudens, voor zover en voor zolang de aanwezigheid van deze onderkomens nodig is in verband met uit te voeren werken of werkzaamheden; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; opslagdoeleinden, zoals het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

15

g. h. i. j. k.

ambachtelijke en/of industriële doeleinden; detailhandel en groothandel; transport- en/of garagedoeleinden, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; horecadoeleinden; permanente of tijdelijke bewoning.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b.

c. d.

het aanleggen van landschapselementen; het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden, welke de dood of ernstige beschadiging respectievelijk verdwijning van kleinschalige landschapselementen tot gevolg kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging van deze elementen; het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmede verband houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.

3.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 3.4.1 is niet van toepassing op de volgende werken en werkzaamheden: a. b. c.

d.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning, vrijstelling/ontheffing/afwijking of anderszins mogen worden uitgevoerd; het periodiek kappen van griendhout en ander hakhout, voor zover betreffende de normale uitoefening van het op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan bestaande bodemgebruik.

3.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden danwel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 3.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast danwel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor de aanleg en/of het versterken van landschapselementen is bovendien slechts mogelijk, mits een voorafgaande belangenafweging heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat geen onevenredige aantasting van de agrarische gebruiksmogelijkheden optreedt en overeenstemming is omtrent de te treffen maatregelen.

16

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

Artikel 4 4.1

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

duurzaam agrarisch grondgebruik; behoud, herstel danwel ontwikkeling van de aldaar voorkomende natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden; natuurlijke afvloeiing en tijdelijke berging van water (primair water); extensief recreatief medegebruik; verkeer; de instandhouding en uitbreiding van waterremmende en erosiebeperkende landschapselementen; geluidwerende voorzieningen; ecoduikers en faunapassages.

4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Op de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van: a. a. 4.3

bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot een bouwhoogte van 1,50 meter welke naar aard en afmeting passen bij het agrarisch gebruik. geluidwerende voorzieningen, waarvan de hoogte maximaal 4,0 meter mag bedragen. Specifieke gebruiksregels

4.3.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g.

sport-, wedstrijd- of speelterreinen, campings, kampeer- of caravanterreinen danwel het stallen van caravans in de openlucht, parkeerterreinen, maneges, lig- en speelweiden; paardenbakken; het beproeven van voertuigen, voor de beoefening van de motorsport en de modelvliegsport, voor het houden van wedstrijden met motorrijtuigen of bromfietsen; het racen of crossen met motorrijtuigen, mountainbikes of bromfietsen; staanplaats of ligplaats van onderkomens, behoudens, voor zover en voor zolang de aanwezigheid van deze onderkomens nodig is in verband met uit te voeren werken of werkzaamheden; staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; opslagdoeleinden, zoals het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

17

h. i. j. k. l. m.

of vloeibare afvalstoffen; het geheel of gedeeltelijk egaliseren van aanwezige graften; het aantasten of in hun functie belemmeren van de aanwezige regenwaterbuffers; detailhandel en groothandel; transport- en/of garagedoeleinden; horecadoeleinden; permanente of tijdelijke bewoning.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b.

c. d.

e. f. g. h. i. j. k. l.

het vellen en/of versterken van landschapselementen; het vellen en/of rooien, slopen, dempen, egaliseren van waardevolle landschapselementen of het verrichten van werkzaamheden, welke de dood of ernstige beschadiging respectievelijk verdwijning van kleinschalige landschapselementen tot gevolg kunnen hebben; het aanleggen, het verharden of amoveren van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmede verband houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren, behoudens de aanleg van poelen; het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen; het winnen, toevoeren, afdammen of stuwen van water of het anderszins wijzigen van de grondwaterstand en de waterhuishouding; het graven, verbreden, uitdiepen, dempen en/of verleggen van watergangen; het bebossen van gronden, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet als bos konden worden aangemerkt; het ophogen of egaliseren van de in het landschap aanwezige laagten; het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals picknickplaatsen; beplanten van

lijnvormige en vlakdekkende beplanting zoals, singels, lanen, houtwallen, graften e.d.

4.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 4.4.1 is niet van toepassing op: a. b. c.

d. e.

18

normale en onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning, vrijstelling/ontheffing/afwijking of anderszins mogen worden uitgevoerd; het periodiek kappen van griendhout en ander hakhout, voor zover betreffende de normale uitoefening van het op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan bestaande bodemgebruik; voor zover de Wet natuurbescherming of krachtens die wet gestelde voorschriften van toepassing zijn.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

4.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden danwel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 4.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast danwel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor de aanleg en/of het versterken van landschapselementen is bovendien slechts mogelijk, mits een voorafgaande belangenafweging heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat geen onevenredige aantasting van de agrarische gebruiksmogelijkheden optreedt en overeenstemming is omtrent de te treffen maatregelen.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

19

Artikel 5 5.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

5.1.1 Algemeen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

groenvoorzieningen; bermen en beplanting; fiets- en wandelpaden en inspectiepaden; speelvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; kunstobjecten; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; ecoduikers en faunapassages; bijbehorende voorzieningen; agrarisch grondgebruik aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

5.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouw zijnde.

5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van deze gebouwen mag maximaal 3,00 m bedragen; de oppervlakte mag maximaal 15 m² per gebouw bedragen.

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 5,00 m bedragen, met uitsluiting van geluidwerende voorzieningen, waarvan de hoogte maximaal 4,0 meter mag bedragen; de bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering, kunstuitingen/kunstwerken en verkeersregulering mag maximaal 12,00 m bedragen. ze dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij de bestemming te passen.

5.3 Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a.

20

opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen,

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

b. c.

stoffen en materialen en van emballage en/of afval; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen; het beproeven van voertuigen, voor de beoefening van de motorsport, voor het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of bromfietsen.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

21

Artikel 6 6.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

6.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

verkeersdoeleinden; verkeerskundige voorzieningen; groenvoorzieningen, bermen en watergangen; parkeervoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; straatmeubilair en kunstwerken; ecoduikers en faunapassages; overige voorzieningen ten behoeve van het wegverkeer.

6.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouw zijnde.

6.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van deze gebouwen mag maximaal 3,00 m bedragen; de oppervlakte mag maximaal 15 m² per gebouw bedragen.

6.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels; a. b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 5,00 m bedragen, met uitsluiting van geluidwerende voorzieningen, waarvan de hoogte maximaal 4,0 meter mag bedragen; de bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering, kunstuitingen/kunstwerken en verkeersregulering mag maximaal 12,00 m bedragen.

6.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.

b.

22

het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

Artikel 7 7.1

Leiding

Bestemmingsomschrijving

7.1.1 Algemeen De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van een: a. b. c.

brandstofleiding ter plaatse van de 'hartlijn leiding - brandstof' en 'hartlijn leiding - brandstof - PRB leiding; hogedruk gastransportleiding, ter plaatse van de ‘hartlijn leiding - gas'; waterleiding ter plaatse van de hartlijn - leiding water.

7.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2. 7.2 Bouwregels Op de voor 'Leiding' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1 Afwijken ten behoeve van bouwwerken voor de leiding Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van het beheer en/of de instandhouding van de leiding, met dien verstande dat: a. b. c.

de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,00 meter; door de bouw of de aanwezigheid van een dergelijk bouwwerk geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de in artikel 7.1.1 omschreven doeleinden; schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de ter zake doende leidingbeheerder én dit advies meegewogen wordt in de besluitvorming omtrent een omgevingsvergunning.

7.3.2 Afwijken ten behoeve van het bouwen conform de onderliggende bestemming Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.2 ten behoeve van het bouwen conform de onderliggende bestemming, met dien verstande dat: a. b. c.

hierdoor het belang van de leiding niet mag worden aangetast; door de bouw of de aanwezigheid van een dergelijk bouwwerk geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de in artikel 7.1.1 omschreven doeleinden; schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de ter zake doende leidingbeheerder én dit advies meegewogen wordt in de besluitvorming omtrent een omgevingsvergunning.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Leiding' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren:

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

23

a. b. c. d. e. f. g. h.

Het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; Het aanbrengen, vellen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; Het ophogen, het egaliseren, het bodemverlagen, het afgraven, ontginnen of het verrichten van andere graaf-/grondwerkzaamheden of anderszins wijzigen van maaiveld- of weghoogte; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, het aanleggen van drainage en het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden, dieper dan 0,30 meter; Het aanbrengen van nieuwe ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen; Het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; Het tijdelijk of permanent opslaan van goederen.

7.4.2 Uitzonderingen vergunningsplicht Het verbod als bedoeld in artikel 7.4.1 is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken bestaan uit: a. b. c. d.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan of mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.

7.4.3

Toelaatbaarheid

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt slechts verleend indien: a. b.

24

het belang van de leiding niet wordt aangetast; schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de ter zake doende leidingbeheerder én dit advies meegewogen wordt in de besluitvorming omtrent een omgevingsvergunning.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

Artikel 8 8.1

Leiding - Leidingstrook

Bestemmingsomschrijving

8.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van ondergrondse leidingen. 8.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2. 8.2 Bouwregels Op de voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden mogen ten behoeve van de leidingstrook bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,0 meter. 8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1

Afwijken ten behoeve van bouwwerken voor andere bestemmingen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken conform de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat: a. b.

door deze bouwwerken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingenstrook ontstaat of kan ontstaan; schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de ter zake doende leidingbeheerder én dit advies meegewogen wordt in de besluitvorming omtrent een omgevingsvergunning.

8.3.2 Afwijken ten behoeve van het bouwen conform de onderliggende bestemming Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.2 ten behoeve van het bouwen conform de onderliggende bestemming, met dien verstande dat: a. b. c.

hierdoor het belang van de leiding niet mag worden aangetast; door de bouw of de aanwezigheid van een dergelijk bouwwerk geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de in artikel 8.1.1 omschreven doeleinden; schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de ter zake doende leidingbeheerder én dit advies meegewogen wordt in de besluitvorming omtrent een omgevingsvergunning.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a.

Het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

25

b. c. d. e. f.

Het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; Het ophogen, het egaliseren, het bodemverlagen, het afgraven of het verrichten van andere graaf-/grondwerkzaamheden; Het aanbrengen van nieuwe ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen; Het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; Het permanent opslaan van goederen.

8.4.2 Uitzonderingen vergunningsplicht Het bepaalde in artikel 8.4.1 is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken bestaan uit: a. b. c. d.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan of mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.

8.4.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 wordt slechts verleend indien: a. b.

26

het belang van de leiding niet wordt aangetast; schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de ter zake doende leidingbeheerder én dit advies meegewogen wordt in de besluitvorming omtrent een omgevingsvergunning.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

Artikel 9

Waarde - Archeologie

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden, meer in het bijzonder voor: a. b.

9.2

een hoge archeologische verwachting ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting'; een middelhoge archeologische verwachting ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde middelhoge archeologische verwachting'. Bouwregels

9.2.1 Algemeen Op de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd conform de onderliggende bestemming, behoudens: a.

b.

9.3

voor zover het verstoringsoppervlak van de bodemingreep kleiner is dan 250 m² of de diepte van de bodemingreep kleiner is dan 40 cm, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting'; voor zover het verstoringsoppervlak van de bodemingreep kleiner is dan 2.500 m² of de diepte van de bodemingreep kleiner is dan 40 cm, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde middelhoge archeologische verwachting'. Afwijken van de bouwregels

9.3.1 Afwijken ten behoeve van het bouwen conform de onderliggende bestemming Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 9.2.1 ten behoeve van het bouwen conform de onderliggende bestemming wanneer de verstoringsdiepte meer bedraagt dan 40 cm beneden maaiveld, en: a.

het verstoringsoppervlak van de bodemingreep groter is dan 250 m² ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting'; b. het verstoringsoppervlak van de bodemingreep groter is dan 2.500 m² ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van waarde - middelhoge archeologische verwachting'; met dien verstande dat: 1.

2.

3.

de aanvrager een archeologisch rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; uit het rapport onder 1. blijkt dat er geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad, dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek uit te voeren de aanwezige archeologische waarden veilig kunnen worden gesteld; schade aan het archeologisch bodemarchief door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning te verbinden voorwaarden.

9.3.2 Voorwaarden aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden:

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

27

a. b. c.

d.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; indien sub c. van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

9.3.3 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 9.3.1 en 9.3.2 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. b. c.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwplan dat geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt; een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen.

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d. e. f. g.

grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven (ook het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen en het aanleggen van drainage; het ophogen van gronden; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het vellen of rooien van beplantingen waarbij wortels dieper dan 40 cm worden uitgegraven of gefreesd; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

9.4.2 Voorwaarden aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden: a. b. c.

d.

28

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; indien sub c. van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

9.4.3 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 9.4.1 en 9.4.2 is niet van toepassing: a.

b.

c.

d.

indien de verstoringsdiepte meer bedraagt dan 40 cm onder maaiveld en de oppervlakte van de bodemingreep: 1. kleiner is dan 250 m² ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting'; 2. kleiner is dan 2.500 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - middelhoge archeologische verwachting'; indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden in de bodem zijn aangetroffen of dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; indien de werken en / of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouden vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; indien werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 2. archeologisch onderzoek betreffen; 3. worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.

9.4.4 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de bescherming van de archeologische waarden op grond waarbij aanvrager een rapport dient te overleggen waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is zeker gesteld of geen archeologische waarden aanwezig zijn, tenzij naar haar oordeel de archeologische waarde in andere informatie voldoende is zeker gesteld. 9.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a.

b.

c.

de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' of de binnen deze dubbelbestemming opgenomen aanduidingen geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; aan de gronden alsnog de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en een binnen deze dubbelbestemming opgenomen aanduiding toe te kennen indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn; de oppervlaktes en/of de dieptes als genoemd in artikel 9.2 en artikel 9.4 te veranderen en/of hier desgewenst een extra aanduiding voor op te nemen indien dat op basis van nader verkregen archeologische kennis noodzakelijk en/of mogelijk is.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

29

Artikel 10

Waarde - Historisch groen en landschap

10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Historisch groen en landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en versterken van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden, meer in het bijzonder voor: a.

b.

historisch waardevolle groenelementen en groenstructuren (o.a. houtwallen, bomenlanen, bos(restanten), (restanten van) boomgaarden en huisweiden, begraafplaatsen, park- en tuinaanleggen) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenelement'; historisch waardevolle groenobjecten (o.a. bomen, hagen, struiken en andere beplanting) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenobject'.

10.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de onderliggende bestemmingen is bouwen slechts toegestaan, indien hierbij geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in artikel 10.1 bedoelde waarden, zulks ter beoordeling van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen landschapsdeskundige. 10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Historisch groen en landschap' de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c.

d. e.

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, en het ophogen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; het vellen, rooien of beschadigen van bomen, hagen, struiken en andere beplanting ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenelement' en 'specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenobject'; het aanbrengen van beplanting, met uitzondering van fruitbomen; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

10.3.2 Voorwaarden aan omgevingsvergunning Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden: a. b.

c.

30

de verplichting tot nader onderzoek naar de waarden van het desbetreffende groen- of landschapselement; bij het vellen en rooien van bomen, struiken, hagen of andere groenelementen: 1. de verplichting tot het opstellen van een herplant-plan en de verplichting tot herplant; 2. verplichting tot het stekken van de desbetreffende boom, struik, haag of ander groenelement, indien het een zeldzame soort betreft, ten behoeve van het behoud van deze soort; de verplichting tot het terugbrengen, herstellen en/of zichtbaar maken van (voorheen) aanwezige waardevolle groenelementen.

bestemmingsplan Verbreding A2 Bergerweg-Spoorlijn Chemelot

10.3.3 Uitzonderingen De vergunningplicht als bedoeld in lid 10.3.1 is niet van toepassing op: a. b. c. d.

het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming; het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout; werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de cultuurhistorische, landschaps- of natuurlijke waarden; de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

10.3.4 Toelaatbaarheid a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.3.1 wordt slechts verleend indien door de uitvoering van het werk, geen bouwwerk zijnde, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de bescherming van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden, zoals aangegeven in artikel 10.1 en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.3.1 wordt niet eerder verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen bij een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen deskundige.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=ae7d70aa-9aef-4c9c-9129-5a496e6789fc