CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Poolster.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Bestemmingsplannen woningbouwlocaties Elsloo22.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Er is een nader onderzoek nodig naar de eekhoorn indien de kap van de bomen plaats vindt in de periode mei – juni en december – februari. Er is een nader onderzoek nodig naar de steenmarter, indien de sloop van de voormalige school plaats vindt in de periode maart - 14 augustus. Er is een check naar de aanwezigheid van bezette nesten broedvogels nodig indien de sloop van de voormalige school plaats vindt in de periode april – juli. Hetzelfde geldt als er bomen en struiken worden gekapt tijdens deze periode. Vervolgtraject De rust- en voortplantingslocaties van vleermuizen zijn jaarrond beschermd binnen de Wnb. Om na te kunnen gaan of de werkzaamheden leiden tot een overtreding met artikel 3.5 van de Wnb en de aanvraag ontheffing Wnb nodig is, is een nader vleermuizenonderzoek nodig conform de betreffende kennisdocument van BIJ12. Afhankelijk van het moment van de sloop van het pand en de bomenkap, is een nader onderzoek nodig naar de eekhoorn, steenmarter en vogelsoorten waarvan het nest niet jaarrond is beschermd.

Aanvraag ontheffing Indien uit het nader onderzoek blijkt dat vleermuizen een rust- en/of een verblijfplaats hebben in het plangebied, is de aanvraag van een ontheffing Wnb artikelen 3.1 en/of 3.5 nodig. Deze dient te worden verricht bij bevoegd gezag Wnb; de Provincie Limburg.

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

39

Het vervolgtraject en een eventuele aanvraag voor ontheffing van de Wet natuurbescherming kunnen parallel aan de ruimtelijke procedure worden doorlopen. Van belang is dat voorafgaand aan de daadwerkelijke realisatiefase van de beoogde ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming wordt voldaan. 4.12.2 Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Grensmaas. Dit Natura 2000-gebied ligt op een afstand van 900 meter van het plangebied. Gelet op deze afstand zijn externe effecten als gevolg van de planontwikkeling niet te verwachten. Wel dient altijd rekening te worden gehouden met de depositie van stikstof op beschermde gebieden. De Grensmaas is echter geen stikstofgevoelig gebied (niet verzuringsgevoelig). Het dichtstbijzijnde verzuringsgevoelige Natura 2000-gebied betreft het Bunder- en Elslooërbos. Dit Natura 2000-gebied ligt op een afstand van circa 700 meter van het plangebied. Door Pouderoyen-Tonnaer is onderzocht of stikstofemissie als gevolg van de beoogde planontwikkeling gevolgen heeft voor beschermde natuurgebieden. De briefrapportage met Aerius-calculatie is opgenomen in Bijlage 7. Op basis van de resultaten uit de Aeriusberekeningen wordt geconcludeerd dat voor de gebruiksfase van de 17 woningen geen negatieve effecten ontstaan op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden ten gevolge van NOx- en NH3 uitstoot door het verkeer.

Als gevolg van de beoogde planontwikkeling treden dan ook geen negatieve effecten voor beschermde natuurgebieden op.

4.13

Waterparagraaf

Het doel van de waterparagraaf is om water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven bij het opstellen en beoordelen van alle waterhuishoudkundig relevante plannen. De waterparagraaf vraagt niet alleen om een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt de waterparagraaf gebruikt om de beoogde gebruiksfuncties en waterbelangen op elkaar af te stemmen. 4.13.1 Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan en de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.

Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: Integraal waterbeheer: Het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet) water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen. Afwenteling voorkomen: Het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Om afwenteling te voorkomen, maken beheerders onderling afspraken over acceptabele hoeveelheden en de kwaliteit van het te ontvangen water. Om afwenteling te voorkomen gelden ook de volgende tritsen:

40

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

1. vasthouden-bergen-afvoeren 2. schoonhouden-scheiden-schoonmaken Ruimte en water verbinden: Bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Het doel is dat de scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of elkaar versterken. Met deze aanpak is het vaak mogelijk het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten.

4.13.2 Waterschap Limburg De wijze waarop Waterschap Limburg adviseert over de wateraspecten rondom ruimtelijke ontwikkelingen is beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021. Dit is nader geconcretiseerd in de zogenoemde Keur van het waterschap. Uitgangspunten van het Waterschap Limburg met betrekking tot het waterbeheer zijn onder andere: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Circa 10% van het plangebied reserveren voor water Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit Toepassen voorkeurstabel afkoppelen Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 80 mm per twee uur (ten zuiden van Sittard), met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan

4.13.3 Invloed planvoornemen Onderhavig planvoornemen ziet toe op de realisatie van 17 woningen met bijbehorende (groen)voorzieningen. Het hemelwater dat valt op de nieuw te realiseren (dak)verhardingen, dient binnen het plangebied te worden opgevangen en te infiltreren in de bodem. Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui van met een neerslaghoeveelheid van 80 millimeter in 2 uur, met een noodoverlaat en een ledigingstijd van maximaal 24 uur. Om de capaciteit van de beoogde hemelwatervoorziening te kunnen berekenen, dient te worden uitgegaan van het te bebouwen oppervlak. Op basis van de situatietekening van het beoogd bouwplan, bedraagt de oppervlakte van de beoogde woonbebouwing circa 2.500 m² (dakverharding, terras, oprit). Tevens is circa 950 m² aan verharding beoogd in de vorm van de ontsluitingsweg en parkeerplaatsen. Uitgaande van een verharde oppervlakte van in totaal 3.450 m², impliceert dit een totale hoeveelheid te bufferen en te infiltreren hemelwater van (3.450 x 80 =) 276 m³.

Gelet op de 'Voorkeurstabel afkoppelen' wordt geadviseerd een bodemfilter toe te passen, zodat de kwaliteit van de bodem maximaal wordt beschermd tegen verontreiniging. Het bovengronds of ondergronds infiltreren van hemelwater met toepassing van een bodemfilter betreft een acceptabele wijze van afkoppelen. Zie onderstaande tabel.

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

41

Voor de civieltechnische uitwerking van de hemelwatervoorziening is inzicht in de infiltratiecapaciteit van de bodem vereist. Vandaar dat een infiltratieonderzoek is uitgevoerd door Aelmans Eco BV. De rapportage van het infiltratieonderzoek is opgenomen in Bijlage 8. In dit onderzoek wordt de doorlatendheid van de bodem bepaald aan de hand van veldtesten en is een advies gegeven over de mogelijkheden om binnen het plangebied hemelwater te bergen en infiltreren. Uit de gemeten doorlatendheden blijkt dat infiltratie van neerslagwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is voldoende. Het infiltreren zou direct in de ondiepe ondergrond (beneden circa maaiveld -2,5 meter) moeten kunnen plaatsvinden. Een gereguleerde voeding / afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en / of ondergrondse infiltratievoorziening in combinatie met grindpalen tot in de diepe ondergrond is echter aanbevelenswaardig. Gelet op de aanzienlijke oppervlakte aan groen binnen het plangebied, is voldoende ruimte voor het realiseren van een of meer infiltratievoorzieningen. Ook onder de verharding van de parkeerplaats kan een infiltratievoorziening worden aangelegd. De verdere civieltechnische uitwerking komt aan bod in de vergunningfase. Vanuit het oogpunt van waterhuishouding treden geen belemmeringen op voor de beoogde planontwikkeling.

4.14

Verkeer en parkeren

Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient het planvoornemen geen belemmeringen op te leveren voor de omgeving op het gebied van verkeer en parkeren. Hiervoor zijn de kencijfers van CROW en het gemeentelijk parkeerbeleid van belang. De gemeente Stein beschikt over de 'Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein' 4.14.1 Verkeersstructuur Onderhavig planvoornemen maakt de realisatie van 17 woningen mogelijk. Het plangebied wordt via twee zijden ontsloten, namelijk via de Drossaert Saldenstraat en de Drossaert Lambermontstraat. Op deze wegen is een maximale snelheid van 30km per uur toegestaan. De toegang tot het eigen terrein en de parkeerplaatsen ligt op circa 30 meter afstand van het meest nabij gelegen kruispunt.

Ingevolge de kencijfers van CROW kan het woonmilieutype van onderhavig plangebied worden aangeduid als 'centrum-dorps' (woonplaats met minder dan 10.000 huishoudens en minder dan 75% groen oppervlak). Hiervoor geldt een verkeersproductie van 5,8 voertuigbewegingen per woning per etmaal, hetgeen voor onderhavig planvoornemen een verkeersproductie van circa 99 voertuigbewegingen per etmaal oplevert.

Momenteel kent het plangebied ingevolge het bestemmingsplan 'Kern Elsloo' nog de bestemming 'Maatschappelijk' en was er lange tijd basisschool de Poolster gevestigd. Het wegbrengen en ophalen van

42

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

kinderen door de ouders naar en van de school leverde een groot aantal voertuigbewegingen op binnen een zeer korte tijd. Deze intensieve verkeersdruk neemt af met het onderhavig planvoornemen, daar nu verspreid over de gehele dag circa 104 voertuigbewegingen plaatsvinden. Het planvoornemen levert dus een positieve ontwikkeling op voor de verkeersstructuur. 4.14.2 Parkeren Voor wat betreft het parkeren beschikt de gemeente Stein over een eigen 'Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein'. De gemeente valt volgens dit beleid onder de categorie 'weinig stedelijk'. Bij het vaststellen van de parkeernormen is aansluiting gezocht bij de landelijke cijfers. De volgende parkeernormen zijn relevant.

Tabel met parkeernormen voor nieuwe woningen uit de Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein

Met onderhavig planvoornemen worden 17 woningen gerealiseerd, met een huurprijsniveau variërend van sociale huur tot middenhuur. Dit betekent dat ingevolge het parkeerbeleid van de gemeente Stein een parkeernorm van 1,55 voertuig per woning wordt gehanteerd. Voor de realisatie van de 10 nultredenwoningen dienen dan ook minimaal 16 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Het planvoornemen voorziet in 16 parkeerplaatsen ten behoeve van de beoogde 10 huurwoningen. Voor de beoogde patiowoningen is één parkeerplaats op eigen terrein voorzien. Ten behoeve van de patiowoningen zijn binnen de bestemming 'Groen' nog 8 extra parkeerplaatsen voorzien. Het planvoornemen voldoet daarmee aan de parkeernormen uit de 'Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein'. De gemeente Stein faciliteert waar mogelijk elektrisch rijden en laadpunten binnen het openbaar gebied. Omdat het realiseren van een laadpunt voor een elektrische auto vergunningvrij is op basis van artikel 2 lid 18 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, zijn in voorliggend bestemmingsplan geen specifieke planregels opgenomen om dit te reguleren.

Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeer en parkeren' geen belemmeringen oplevert voor onderhavig planvoornemen.

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

43

44

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische opzet

Inleiding

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

5.2

Uitgangspunten

5.2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader voor de inhoud en de vaststellingsprocedure van een bestemmingsplan wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De Wro, het Bro en de Rsro bevatten regels ten aanzien van de (digitale) vormgeving, inhoud en raadpleegbaarheid van bestemmingsplannen, met als doel bestemmingsplannen uniform vergelijkbaar en uitwisselbaar te maken. 5.2.2 Planonderdelen Een bestemmingsplan bestaat in elk geval uit een verbeelding (kaart) en planregels, die samen het juridisch deel van het bestemmingsplan vormen. Daarnaast gaat het bestemmingsplan vergezeld van een toelichting, die voorziet in de motivatie en onderbouwing van en de toelichting op de keuzes die zijn gemaakt om te komen tot de verbeelding en regels. Een bestemmingsplan kan ook bijlagen bevatten. Indien de bijlagen een relatie hebben met de regels worden ze opgenomen als bijlage bij de regels, zoals bijvoorbeeld een Staat van bedrijfsactiviteiten. Indien de bijlagen bijdragen aan de onderbouwing c.q. motivatie van het plan worden ze opgenomen als bijlage bij de toelichting, zoals rapporten van onderzoeken die ten behoeve van het plan zijn uitgevoerd.

5.2.3 Inhoud algemeen Bij het opstellen van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is voldaan aan het bepaalde in de Wro, Bro en de Rsro. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en plansystematiek. De structuur van het plan is zodanig dat de kaart de primaire informatie geeft over de van toepassing zijnde bestemming. In de regels kan vervolgens worden teruggelezen welke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de betreffende bestemming gelden. Behalve bestemmingen kan de verbeelding onder meer aanduidingen en maatvoeringsvlakken bevatten om binnen een bestemming te kunnen voorzien in maatwerk voor een bepaalde locatie. In dat geval zijn steeds ook regels verbonden aan deze aanduidingen en maatvoeringsvlakken.

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

45

5.3

Toelichting op de planregels

De regels zijn conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), welke als bijlage onderdeel uitmaakt van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) opgebouwd en bevatten allereerst begripsomschrijvingen en meetvoorschriften om respectievelijk interpretatie- en meetverschillen uit te sluiten (hoofdstuk 1). Vervolgens zijn in hoofdstuk 2 de regels voor de afzonderlijke bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen, waarbij voor elke bestemming is voorzien in een apart artikel. Voor zover behoefte bestaat aan het opnemen van regels die niet zijn gebonden aan een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele dan wel een gedeelte van het plangebied, dan zijn de betreffende regels opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels. Indien de betreffende regels betrekking hebben op slechts een gedeelte van het plangebied, dan wordt dat op de verbeelding aangegeven door middel van een zogenoemde gebiedsaanduiding.

De bestemmingsregels zijn in beginsel steeds op dezelfde manier opgebouwd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

Hoe gronden met een bepaalde bestemming mogen worden gebruikt is primair beschreven in de bestemmingsomschrijving. Eventuele aanvullingen of uitzonderingen zijn opgenomen in de specifieke gebruiksregels. De bouwregels bevatten de regels ten aanzien van de mogelijkheden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten. Zowel ten aanzien van gebruik als bouwen geldt dat binnen een bepaalde marge kan worden voorzien in mogelijkheden om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels. Deze mogelijkheden zijn opgenomen onder respectievelijk 'Afwijken van de bouwregels' en 'Afwijken van de gebruiksregels'.

Voor zover gewenst kan in de regels voor een bestemming worden voorzien in een vergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden. Deze vergunningstelsels dienen dan veelal ter bescherming van binnen de bestemming voorkomende waarden of ter bescherming van bijvoorbeeld ondergrondse leidingen. Indien gewenst kan ook worden voorzien in een bevoegdheid om een bestemming geheel dan wel gedeeltelijk te wijzigingen in een andere bestemming. Dergelijke bevoegdheden worden opgenomen onder het kopje 'Wijzigingsbevoegdheid'.

Naast voornoemde veel voorkomende onderdelen van bestemmingsregels kan worden voorzien in een vergunningstelsel voor het slopen van bebouwing en specifieke procedureregels.

46

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

5.4

Bestemmingen

5.4.1 Groen Ter plaatse van de bestemming 'Groen' zijn gronden bestemd voor het handhaven van groenzones/-elementen om daarmee de woon- en omgevingskwaliteit te waarborgen. Binnen de bestemming 'Groen' is de aanleg en instandhouding van voet- en fietspaden, voorzieningen van openbaar nut, alsmede waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot erfafscheidingen en de noodzakelijke bouwwerken ten behoeve van het functioneren van de openbare ruimte.

Daar waar parkeerplaatsen zijn beoogd, is aan de bestemming 'Groen' de aanduiding 'parkeren' toegevoegd ten behoeve van de aanleg van parkeerplaatsen in het groen. 5.4.2 Wonen Deze gronden zijn bestemd voor wonen, met daaraan ondergeschikt aan huis verbonden beroepen, een webshop aan huis en de (overige) daarbij behorende voorzieningen, zoals tuinen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en verhardingen.

Binnen een bouwvlak mogen het aantal woningen worden gebouwd zoals op de verbeelding is aangeduid. Daarnaast worden de bouwvlakken op de verbeelding van een voorgevelrooilijn voorzien, zodat geen twijfel kan bestaan over de zijde waarnaar de voorgevels moeten zijn gekeerd. Bijgebouwen mogen enkel gebouwd worden ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'. In de bouwregels is de verdere maatvoering binnen het plangebied uitgewerkt. Tevens zijn in de regels nadere bepalingen opgenomen voor gebouwen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.4.3 Verkeer Deze bestemming is gericht op de afwikkeling van het verkeer. Naast wegverkeer zijn onder meer ook groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De (ontsluitings)wegen binnen het plangebied krijgen de bestemming 'Verkeer'. De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot de noodzakelijke bouwwerken ten behoeve van het functioneren van de openbare ruimte. 5.4.4 Waarde - Archeologie Dubbelbestemmingen zijn veelal een toevoeging op de onderliggende bestemming. Een dubbelbestemming is primair. Dit houdt in dat indien het bepaalde in de dubbelbestemming op gespannen voet staat met de regels van de onderliggende bestemming, het bepaalde in de dubbelbestemming voor gaat.

Deze dubbelbestemming is verdeeld in de categorieën 1 tot en met 2, hetgeen te maken heeft met het onderliggende gemeentelijke archeologische beleid en de te beschermen waarden. Gronden met deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor beschermde archeologische monumenten. Bouwen dan wel aanleggen in dergelijke gronden is niet zonder meer mogelijk.

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

47

5.5

Algemene regels

5.5.1 Anti-dubbeltelregel Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 5.5.2 Algemene bouwregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene bouwregels, conform het Bro. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. In de algemene bouwregels van dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen omtrent ondergronds bouwen ten behoeve van bijvoorbeeld kelders en zwembaden. 5.5.3 Algemene gebruiksregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens een aantal algemene gebruiksregels, conform het Bro. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. In de algemene gebruiksregels van dit bestemmingsplan is een algemeen gebruiksverbod opgenomen om de gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de toegekende bestemming.

Daaronder wordt in ieder geval verstaan: een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; straat- en raamprostitutie. 5.5.4 Algemene aanduidingsregels Dit betreft de nadere aanduiding van samenhangende gebieden gelegen over meerdere bestemmingen waarop een nadere regeling van toepassing is. Deze gebiedsaanduiding heeft met name betrekking op sectorale aspecten die ruimtelijk relevant zijn en waaraan een zonering (aan te houden afstand) is toegekend. Het betreft de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. 5.5.5 Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen het bevoegd gezag bevoegd is om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om, tenzij anders vermeld, afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. 5.5.6 Algemene wijzigingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen. De voorwaarden, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. 5.5.7 Algemene procedureregels In deze regels wordt aangegeven aan welke procedure dient te worden voldaan bij het stellen van nadere eisen.

48

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

5.5.8 Overige regels In deze regels wordt aangegeven, in het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, het belang van welke bestemming voor gaat.

5.6

Overgangs- en slotregel

5.6.1 Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, overgenomen. 5.6.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, zoals ook voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

49

50

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

Hoofdstuk 6 6.1

Haalbaarheid

Inleiding

Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.2

Economische haalbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke/anterieure overeenkomst met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeiegenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.

In onderhavige situatie is het kostenverhaal verzekerd middels een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij.

6.3

Maatschappelijke haalbaarheid

Het planvoornemen betreft de realisatie van 17 woningen ter plaatse van een woningbouwlocatie op het voormalige schoolterrein van basisschool de Poolster. Gezien de ligging en stedenbouwkundige positie van het plangebied in de bestaande ruimtelijke structuur, sluit het plan goed aan op de de bestaande structuur en functies rondom het plangebied. Het betreft de herontwikkeling van het voormalig schoolgebouw die momenteel niet in gebruik is. De realisatie van de woningen doet verder geen afbreuk aan de omgeving. Er is hier immers sprake van een (gemengd) woongebied. In het kader van de omgevingsdialoog zijn de omwonenden op de hoogte gesteld van het planvoornemen en is beoordeeld op welke wijze rekening kan worden gehouden met ieders wensen. Voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan worden de omwonenden door middel van een informatiebrief nader geinformeerd over het planvoornemen zelf en het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.

6.4

Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande recht doen aan een goede ruimtelijke ordening, als bedoeld in artikel 3.1 Wro. Het bestemmingsplan leidt, na een afweging van de verschillende belangen, tot een aanvaardbare nieuwe invulling van het plangebied.

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

51

52

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

De te volgen procedure

Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: a. b. c. d. e.

Voorbereiding: een voorontwerp van het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg aan betrokken instanties, waaronder Waterschap Limburg, aangeboden. Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro. Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad. Vaststelling: vaststelling door de gemeenteraad. Mogelijkheid tot een reactieve aanwijzing. Publicatie en terinzagelegging van het vastgesteld bestemmingsplan. Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan). Beroep: beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen, wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.

7.2

Wettelijk vooroverleg

Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties. Veiligheidsregio Zuid-Limburg Veiligheidsregio Zuid-Limburg geeft aan dat het plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van het vervoer van toxische stoffen over de A2, de A76, de Maas en het spoortraject Lutterade - Visé. De Veiligheidsregio adviseert om rekening te houden met een aantal maatregelen ter verbetering van de beheersbaarheid, zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid. Deze worden in het advies uiteengezet, hetgeen is bijgevoegd als Bijlage 9. Provincie Limburg Provincie Limburg wijst in haar advies op een aantal aspecten, namelijk geluid, het provinciaal beleid, externe veiligheid en water. Het advies van Provincie Limburg is bijgevoegd als Bijlage 10.

Geluid Wat betreft het aspect geluid wordt aangegeven dat het ontwerpbesluit over hogere waarden gelijktijdig of voorafgaand aan het ontwerpbesluit voor het bestemmingsplan genomen dient te worden.

Provinciaal beleid Ten aanzien van dit aspect wordt aangegeven dat het opgenomen provinciaal beleid in de toelichting van

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

53

voorliggend bestemmingsplan niet meer geheel actueel is. Inmiddels zijn namelijk de Omgevingsvisie Limburg en de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. Naar aanleiding daarvan zijn de paragrafen 3.3.1 en 3.3.3 van voorliggende toelichting aangepast.

Externe veiligheid Wat betreft het aspect externe veiligheid merkt Provincie Limburg op dat zowel de Brandweer als de Veiligheidsregio Zuid-Limburg om advies moeten worden gevraagd en dat deze adviezen meegenomen dienen te worden in de besluitvorming.

Water Tot slot merkt Provincie Limburg op dat uit het infiltratieonderzoek is gebleken dat het binnen het plangebied mogelijk is om het regenwater te infiltreren. Zij adviseert om voor het aspect grondwaterkwaliteit rekening te houden met de 'Voorkeurstabel Afkoppelen' en in dat verband een bodemfilter toe te passen. In paragraaf 4.13.3 van voorliggende toelichting wordt daar nader op ingegaan.

7.3

Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 16 maart 2022 gedurende zes weken, dat wil zeggen tot en met 26 april 2022, ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen tegen het plan ingediend. Wel zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot het verwerken van de ingekomen vooroverlegreacties. Het bestemmingsplan is ten opzichte van het ontwerp dan ook gewijzigd vastgesteld in de raadsvergadering van 2 juni 2022.

54

bestemmingsplan Woningbouw locatie Poolster Elsloo

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Drossaert Essersstraat 2 te Elsloo (gemeente Stein)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=0e42729f-3e7f-4dea-8eee-d9b35c214ffc