Belastingbeleidsplan 2021.pdf
Tekst van het document
Belastingbeleidsplan Gemeente Stein 2021 Februari 2021
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................3
2.
Wet- en regelgeving ..........................................................................................................4
2.1
Wettelijke kaders ................................................................................................................. 4
2.2
Soorten belastingen .............................................................................................................. 4
2.3
Te heffen belastingen............................................................................................................ 4
3.
Landelijke ontwikkelingen .................................................................................................6
4.
Belastingstelsel gemeente Stein ........................................................................................9
4.1
Belastingen die worden geheven ............................................................................................ 9
4.2
Belastingen die nog niet worden geheven .............................................................................. 12
4.3
Berekening kostendekkendheid ............................................................................................ 14
5.
Lastendruk ......................................................................................................................16
5.1
Woonlastendruk ................................................................................................................. 16
5.2
Lokale lastenmeter ............................................................................................................. 17
5.3
Kwijtschelding .................................................................................................................... 18
Belastingbeleidsplan 2021 • 2
1.
Inleiding
In Nederland mogen gemeenten belasting heffen over een aantal onderwerpen die zijn opgenomen in de Gemeentewet of in een bijzondere wet. Voor enkele van deze onderwerpen wordt door de wetgever bepaald wat bijvoorbeeld het maximale tarief is dat mag worden gevraagd en wat de maximale kostendekkendheid mag zijn. Voor een aantal andere onderwerpen heeft de gemeente de vrijheid om zelf haar beleid te bepalen. Dit belastingbeleidsplan beschrijft het voorgenomen beleid voor belastingbeleidsplan wordt minimaal één keer per vier jaar geactualiseerd.
de
komende
jaren.
Het
In dit plan wordt allereerst in hoofdstuk 2 ingegaan op de wettelijke kaders, de soorten belasting en de belastingen die een gemeente mag heffen. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de landelijke ontwikkelingen beschreven die van invloed (kunnen) zijn op onze lokale belastingheffing. In hoofdstuk 4 worden de belastingen die de gemeente Stein wel en niet heft en de daarbij behorende beleidskeuzes weergegeven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de lokale lastendruk van onze inwoners.
Belastingbeleidsplan 2021 • 3
2.
Wet- en regelgeving
In dit hoofdstuk worden de wettelijke kaders, de soorten belasting en de belastingen die een gemeente mag heffen weergegeven.
2.1
Wettelijke kaders
In Nederland is er voor de gemeentelijke belastingen sprake van een gesloten belastingstelsel. Dat wil zeggen dat gemeenten alleen belastingen mogen heffen die zijn opgenomen in de Gemeentewet of in een bijzondere wet. Er is sprake van drie bijzondere wetten: Wet milieubeheer, voor de afvalstoffenheffing; Wet op de bedrijveninvesteringszones, voor de BIZ-bijdrage; Paspoortwet, voor leges voor de nationale identiteitskaart en het paspoort. Daarnaast is in de Gemeentewet bepaald dat het bedrag van een gemeentelijke heffing niet afhankelijk mag worden gesteld van inkomen, winst of vermogen. Bij rechten is het niet toegestaan om winst te maken.
2.2
Soorten belastingen
Bij gemeentelijke belastingen onderscheiden wij vier soorten:
Algemene belastingen De inkomsten uit algemene belastingen dragen bij aan de algemene middelen. De belastingbetaler ziet geen aanwijsbare tegenprestatie terug voor zijn belasting. De gemeente zet deze middelen in voor het complex aan gemeentelijke voorzieningen zoals wegen, sporthallen, het sociaal domein, etc.
Bestemmingsbelastingen De inkomsten uit een bestemmingsbelasting dragen bij aan de bekostiging van bepaalde voorzieningen en diensten. In deze belasting worden de belastingplichtigen betrokken die profijt hebben van die voorzieningen en diensten. Voor de afvalstoffen- en de rioolheffing geldt dat deze bestemmingsbelastingen maximaal kostendekkend mogen zijn.
Regulerende belastingen Er is sprake van een regulerende belasting als deze wordt ingezet om het gedrag te beïnvloeden. De parkeerbelasting heeft van de wetgever dit karakter gekregen.
Rechten Rechten worden ook wel retributies genoemd en zijn betalingen aan de gemeente voor geleverde diensten of voor het gebruik van gemeentelijke voorzieningen. Het recht betreft een individuele tegenprestatie, waarbij maximale kostendekking altijd het uitgangspunt is.
2.3
Te heffen belastingen
De belastingen die wij volgens de Gemeentewet en aanvullende bijzondere wetten mogen heffen zijn: Onroerendezaakbelasting (OZB); Belasting van roerende woon- en bedrijfsruimten; Baatbelasting; Forensenbelasting; Toeristenbelasting; Parkeerbelasting; Hondenbelasting;
Belastingbeleidsplan 2021 • 4
Reclamebelasting; Precariobelasting; Rioolheffing; Afvalstoffenheffing; Leges.
Belastingbeleidsplan 2021 • 5
3.
Landelijke ontwikkelingen
Proceskosten WOZ-bezwaren Door ontwikkelingen in de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkoming proceskosten is het sinds 2014 voor WOZ-bureaus rendabel geworden om namens burgers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, omdat deze bureaus de tegemoetkoming proceskosten kunnen incasseren. Dit heeft landelijk geresulteerd in een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen de hoogte van de kostenvergoeding en de restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen genoemde bedrijven een onevenredig beslag op de tijd van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Doordat de toenemende proceskosten door BsGW worden doorberekend aan de deelnemende gemeenten wordt ook Stein geconfronteerd met hogere perceptiekosten. Het ministerie van Justitie en Veiligheid stelt op basis van voornoemde ontwikkelingen een onderzoek in naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kotenvergoedingen met als doel scherp te krijgen in hoeverre de no cure, no pay bureaus juridische procedures bij WOZbeschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen. Daarnaast ligt er een ontwerpbesluit ten aanzien van een wijziging in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40% als de burger procedeert met bijstand van een advocaat. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger. De wijzigingen leiden (verhoging van de forfaitaire vergoeding) of kúnnen leiden (expliciete bevoegdheid van de bestuursrechter tot toekenning van een boven forfaitaire vergoeding bij kennelijk onredelijk handelen van het bestuursorgaan) tot hogere proceskostenvergoedingen voor de burger die gelijk krijgt bij de bestuursrechter. Waarderen op gebruiksoppervlakte Vanaf 1 januari 2022 is het verplicht om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte in plaats van de tot op heden gehanteerde methode die uitgaat van de bruto inhoud van woningen. Alvorens WOZ-beschikkingen en belastingaanslagen kunnen worden verstuurd, dient de Waarderingskamer te toetsen of wordt voldaan een de nieuwe systematiek en de aangescherpte kwaliteitseisen, en dient zij goedkeuring te verstrekken.
BsGW gebruikt momenteel nog de waarderingsmethode die uitgaat van de bruto inhoud van woningen en dient haar systematiek aan te passen. Indien BsGW niet tijdig kan aantonen dat zij met ingang van 2022 voldoet aan de nieuwe, toekomstige waarderingsmethode, kan dat tot gevolg hebben dat OZB-aanslagen voor woningen niet of later worden verzonden. Op basis van landelijke ervaringen blijkt dat deze transitie een enorme klus zal zijn. In 2020 heeft de focus gelegen op de kwaliteit van de beschikbare gegevens om te komen tot een goede kwalitatieve registratie van de oppervlaktegegevens in de WOZ-administratie. Het jaar 2021 is nodig om te testen met de nieuwe waarderingssystematiek. De verwachting is dat de waarde van woningen na het waarderen op oppervlakte op macro niveau nagenoeg gelijk zal zijn, maar dat de nieuwe waarderingsmethode op individueel niveau kan leiden tot beperkte verschillen.
Belastingbeleidsplan 2021 • 6
Verruiming gemeentelijk belastinggebied Door de recente decentralisaties vanuit het Rijk is het aantal taken waar gemeenten voor staan toegenomen, terwijl bij die verschuiving de financiële ruimte die gemeenten krijgen niet mee is ontwikkeld. Tijdens het debat over de inning door de Belastingdienst op 21 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven verbeteringen in het belastingstelsel in kaart te brengen voor de volgende kabinetsperiode. Op 17 april 2019 heeft de staatssecretaris van Financiën middels een brief aan de tweede kamer kenbaar gemaakt dat het doel is om in 2020 met concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het stelsel op te leveren, waarbij knelpunten worden geduid en perspectief op oplossingen wordt geboden. Op 18 mei 2020 heeft staatssecretaris van Financiën Vijlbrief de Tweede Kamer het pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aangeboden. In het kader van dit traject zijn tien verschillende onderzoeken uitgevoerd over de volle breedte van het belastingstelsel. In die onderzoeken is onder andere ook gekeken naar de lokale (gemeentelijke) belastingen. Dit heeft geresulteerd in het Rapport Herziening Gemeentelijk Belastinggebied.
In dit rapport, opgesteld door een ambtelijke werkgroep, zijn de volgende beleidsopties uitgewerkt: Een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied: dit kan door een belastingschuif van € 4 of 6 miljard van het Rijk naar gemeenten. Het gemeentefonds neemt met hetzelfde bedrag af en inwoners worden gecompenseerd door lagere inkomstenbelasting. Een verbreding van de belastinggrondslag voor de OZB: verschillende uitzonderingen voor de WOZwaardering bij niet-woningen kunnen worden afgeschaft. Modernisering en uitbreiding van de overige gemeentelijke belastingen: de gemeentelijke belastingmix kan beter worden afgestemd op actuele maatschappelijke opgaven. Het bouwstenentraject is een ambtelijk traject zonder politieke sturing met als doel om uitgewerkte beleidsopties op te leveren voor het volgend kabinet. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen. Hierbij valt te denken aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Concrete ideeën hiervoor zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achterwege te laten en het afkoppelen van de regenwaterafvoer op het riool.
Met ingang van 2020 is in de legesverordening van Stein een duurzaamheidskorting op leges opgenomen: indien een aanvraag omgevingsvergunning voor bedrijfsmatige nieuwbouwactiviteiten gepaard gaat met het aanbrengen/installeren van zonnepanelen, is een restitutie op de ten behoeve van deze aanvraag verschuldigde legeskosten mogelijk van € 5,50 per m² netto zonnepaneel. Daarnaast verstrekt Stein ook een eenmalige subsidie bij de afkoppeling van de regenwaterafvoer. Deze afkoppeling heeft geen invloed op de aanslag van de rioolheffing. Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het landelijk Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor nietwoningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere OZB-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie.
Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer twee jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is. Minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de
Belastingbeleidsplan 2021 • 7
voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Omgevingswet Ondanks recente ontwikkelingen is de invoering van de Omgevingswet nog steeds voorzien op 1 januari 2022. De wet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten. Het biedt daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk en leidt tot een betere en snellere besluitvorming. Gemeenten krijgen via het omgevingsplan de mogelijkheid om bepaalde zaken vergunningsvrij of met een meldingsplicht te regelen. Dit is van invloed op de hoogte van de legesinkomsten. De gemeente heeft de tijd tot 2029 om een omgevingsplan te maken; tot die tijd vindt een overgangsperiode plaats. Omdat er ook al direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal zaken gaan veranderen met betrekking tot vergunningplichten, wordt de legesverordening aangepast. De VNG komt hiermee in de loop van 2021 met een modelverordening. Parallel aan de Omgevingswet wordt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd. Bouwtechnische toetsing van vergunningaanvragen wordt hierdoor voor bepaalde categorieën van bouwwerken niet meer verricht door de gemeente maar door private partijen.
Invoering van deze wet heeft dan ook grote consequenties voor de opbrengsten voor de leges omgevingsvergunningen. Harmonisatie belastingsamenwerking (BsGW) Op dit moment zijn bij de deelnemende gemeenten van BsGW veel varianten in de heffingsgrondslagen voor de verschillende belastingsoorten. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief de automatisering voor BsGW ingewikkeld en niet altijd efficiënt. Een harmonisatie is, rekening houdend met de organisatieontwikkeling waarin BsGW zich nu bevindt, gewenst. Op bestuurlijk niveau is een discussie opgestart om te bezien welke mogelijkheden er zijn om te komen tot harmonisatie, met behoud van de eigen beleidsvrijheid van de deelnemende gemeenten.
Belastingbeleidsplan 2021 • 8
4.
Belastingstelsel gemeente Stein
Dit hoofdstuk gaat in op het beleid dat de gemeente Stein nu en naar de toekomst toe hanteert, uitgesplitst in belastingen die al worden geheven en belastingen die nog niet worden geheven. Om een indruk te geven van het volume van de lokale heffingen zijn in onderstaande tabel de opbrengsten van de in Stein geheven lokale heffingen weergegeven. Opbrengsten (x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
OZB niet woningen
1.907
1.982
1.909
1.947
OZB woningen
3.757
3.832
3.938
4.016
Rioolheffing
3.003
3.042
3.044
3.086
Afvalstoffenheffing
3.294
3.303
3.306
3.307
Hondenbelasting
232
237
242
246
Toeristenbelasting
166
170
173
177
Lijkbezorgingsrechten
64
64
64
64
Marktgelden
26
26
26
26
Leges
669
620
607
763
Totaal
13.118
13.276
13.309
13.632
De totale inkomsten van de gemeente Stein bedragen conform begroting 2021 € 64.543.000. 20% hiervan (€ 13.053.000) is afkomstig uit de lokale heffingen.
4.1
Belastingen die worden geheven
Onroerende zaakbelasting De onroerend zaakbelasting (OZB) is de belangrijkste algemene belasting van de gemeente Stein. De OZB bestaat uit twee soorten belastingen: de eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen, en de gebruikersbelasting voor niet-woningen. De tarieven worden uitgedrukt in een percentage. Om de belastingschuld te bepalen wordt dat percentage vermenigvuldigd met de WOZ-waarde. Deze waarde staat vermeld op het aanslagbiljet gemeentelijke heffingen. De waarde van de onroerende zaken wordt elk jaar vastgesteld, waarbij als waardepeildatum 1 januari (t-1) wordt gehanteerd. In het huidige coalitieakkoord is afgesproken dat de OZB tot en met 2022 niet stijgt en er een nullijn wordt aangehouden. Voor een individueel huishouden/onderneming betekent dit dat de OZB-aanslag gelijk blijft indien de waardeontwikkeling van de woning/niet-woning gelijk is aan de gemiddelde waardeontwikkeling van woningen/niet-woningen in Stein. In de begroting 2021 is deze nullijn als gevolg van de benodigde beheersmaatregelen losgelaten. Dat betekent dat de OZB-opbrengsten vanaf 2021 worden geïndexeerd. Het te hanteren indexcijfer wordt jaarlijks in de kadernota vastgesteld en is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het actuele Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau.
Hierbij wordt uitgegaan van een minimale indexering van 0%; een negatieve index wordt niet doorberekend. Naast de indexering kunnen de OZB-opbrengsten extra worden verhoogd indien de financiële positie dat vraagt. Bij de afweging om al dan niet over te gaan tot een extra verhoging van de OZB-opbrengsten worden ook de mogelijke taakstellende maatregelen en de effecten hiervan, inzichtelijk gemaakt. Rioolheffing De rioolheffing is een bestemmingsbelasting en mag maximaal kostendekkend zijn. Met de rioolheffing worden de kosten voor het rioolbeheer verhaald bij de groep van belastingplichtigen die profijt heeft van het gemeentelijk beheer van afval-, hemel- en grondwater. Het rioolbeheer is een van de wettelijke taken
Belastingbeleidsplan 2021 • 9
van de gemeente. In de Wet milieubeheer is voorgeschreven dat de gemeente de wijze van uitvoering van deze taak vastlegt in een Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP). Sinds de invoering van de rioolheffing wordt dit plan ook wel aangeduid als het Verbreed Rioleringsplan (VGRP). Gemeente Stein verhaalt de kosten voor het rioolbeheer volledig via de rioolheffing. De rioolheffing bestaat uit twee deeltarieven: het eigenaarsdeel zijnde een vastrecht per perceel en het gebruikersdeel waarbij de belastingschuld afhankelijk is van de afgenomen hoeveelheid water. Met ingang van 2020 wordt het principe ‘de vervuiler betaalt’ gehanteerd en betaalt de eigenaar het vastrechttarief en de gebruiker het waterverbruik. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de betreffende verordening. Om sterke tariefschommelingen in de rioolheffing te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van de rioolvoorziening. De rioolvoorziening wordt gevormd door de gelden die in enig jaar worden ontvangen uit de heffing maar niet worden uitgegeven. Afvalstoffenheffing Gemeenten hebben de verplichting om huishoudelijke afval in te zamelen. De afvalstoffenheffing wordt geheven voor die percelen waarvoor de gemeente deze verplichting nakomt. De wet wijst de gebruiker van een dergelijk perceel aan als de belastingplichtige. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting en mag maximaal kostendekkend zijn.
De gemeente Stein heeft er voor gekozen om de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval voor 100% te verhalen middels de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel is een vast tarief per perceel. Het variabele deel wordt berekend aan de hand van het volume van de afvalcontainers, de frequentie van aanbieden van de afvalcontainers en het tarief per kilogram aangeboden afval. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de betreffende verordening. In lijn met het coalitieakkoord worden schommelingen in de afvalstoffenheffing opgevangen in de daartoe gevormde egalisatiereserve waarbij als extra kader geldt dat niet uitgegeven middelen worden ingezet ter demping van de stijging van het tarief in volgende jaren. Hondenbelasting De hondenbelasting is een algemene belasting. In het coalitieakkoord is afgesproken dat daar waar binnen de planperiode extra financiële ruimte ontstaat deze gedeeltelijk wordt ingezet voor extra lastenverlichting, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan het gefaseerd verlagen van de hondenbelasting. De tarieven van de hondenbelasting worden jaarlijks geïndexeerd. Het hierbij te hanteren indexcijfer wordt jaarlijks in de kadernota vastgesteld en is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het actuele Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau.
Hierbij wordt uitgegaan van een minimale indexering van 0%; een negatieve index wordt niet doorberekend. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting. Niet-ingezetenen die verblijven binnen een gemeente kunnen in de heffing van de toeristenbelasting worden betrokken. De belasting kan direct via de toerist worden geheven of via degene die gelegenheid tot verblijf biedt. Degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is bevoegd de toeristenbelasting te verhalen op de persoon die verblijf houdt. De term toeristenbelasting is misleidend, omdat alle niet-ingezetenen in de heffing moeten worden betrokken, bijvoorbeeld ook voor zakelijke overnachtingen. De uitvoering van de heffing en invordering van de toeristenbelasting wordt uitgevoerd door de BsGW. De aanslagoplegging van de toeristenbelasting vindt achteraf plaats op basis van de aangifte van degene die gelegenheid tot verblijf biedt.
Belastingbeleidsplan 2021 • 10
Gemeenten mogen zelf bepalen of zij toeristenbelasting heffen en hoe zij het tarief berekenen. Bijvoorbeeld een vast bedrag per verblijf, een vast bedrag per soort accommodatie of een percentage per overnachtingprijs. Elke gemeente legt dit vast in de verordening toeristenbelasting. In Stein wordt voor zowel hotels als bed & breakfast locaties eenzelfde tarief gehanteerd. Enerzijds omdat iedere toerist, ongeacht van de locatie waar hij verblijft, gebruik kan maken van dezelfde gemeentelijke voorzieningen. Anderzijds omdat de kamerprijzen van hotels en bed & breakfast locaties vergelijkbaar zijn. Er wordt alleen, volgens een aangenomen amendement van de raad, vanaf 2014 een afwijkend lager tarief gehanteerd voor kampeerterreinen. De tarieven voor de toeristenbelasting worden jaarlijks geïndexeerd. Het hierbij te hanteren indexcijfer wordt jaarlijks in de kadernota vastgesteld en is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het actuele Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. Hierbij wordt uitgegaan van een minimale indexering van 0%; een negatieve index wordt niet doorberekend. Lijkbezorgingsrechten De lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor diensten die de gemeente verleent in verband met de begraafplaatsen.
Omdat het rechten zijn, geldt het algemene uitgangspunt dat de tarieven op kostendekkend niveau mogen worden doorberekend. Bij de gemeente Stein zijn deze tarieven momenteel niet kostendekkend. Om tot een kostendekkend tarief te komen, dienen we de tarieven bijna te verdubbelen. Daarnaast hanteert gemeente Stein al hogere tarieven dan omliggende gemeenten. Het dekkingstekort wordt momenteel aangevuld vanuit de algemene middelen. Omdat de huidige tarieven al onder druk staan vanwege het dalende aantal begravingen en het de verwachting is dat dit aantal nog verder daalt als de tarieven worden verhoogd, wordt ervoor gekozen om de tarieven niet te verhogen tot een kostendekkend tarief. De tarieven voor de lijkbezorgingsrechten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van een in de kadernota vast te stellen percentage dat is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het actuele Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. Hierbij wordt uitgegaan van een minimale indexering van 0%; een negatieve index wordt niet doorberekend. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het gebruik van een standplaats tijdens de weekmarkt. De marktgeldverordening is vastgesteld in lijn met de marktverordening en het marktreglement. Marktgelden zijn rechten waardoor ook hier geldt dat de baten de lasten niet mogen overstijgen.
Op dit moment zijn de kosten voor het in stand houden van de weekmarkt hoger dan de ontvangen marktgelden. Er is sprake van een kostendekkendheid van ongeveer 60% (begroting 2021). De afgelopen periode is gebleken dat het steeds moeilijker wordt om de marktstandplaatsen gevuld te krijgen. Om een goed marktaanbod te kunnen aanbieden en marktlieden te stimuleren om op de Steinse markt te staan, wordt gekozen om de tarieven niet verder te verhogen. De tarieven voor de marktgelden worden jaarlijks geïndexeerd op basis van een in de kadernota vast te stellen percentage dat is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het actuele Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. Hierbij wordt uitgegaan van een minimale indexering van 0%; een negatieve index wordt niet doorberekend. Leges Leges worden geheven voor allerlei door de gemeente verleende diensten, zoals de afgifte van paspoorten en het in behandeling nemen van vergunningsaanvragen. De legestarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, worden jaarlijks bepaald en zijn vastgelegd in de legesverordening. Voor reisdocumenten geldt dat de maximale legestarieven door de Rijksoverheid worden vastgesteld.
Belastingbeleidsplan 2021 • 11
Op dit moment zijn de leges niet kostendekkend. De mate van kostendekkendheid voor de diverse producten verschilt behoorlijk. Voor reisdocumenten ligt de kostendekkendheid bijvoorbeeld op 93%, voor de omgevingsvergunningen op 76% en voor de gehandicapten parkeerkaart op 50%, een en ander op basis van de begroting 2021. Het tekort wordt aangevuld vanuit de algemene middelen. In zowel het coalitieakkoord als de ombuigingsvoorstellen voor de begroting 2021 is ervoor gekozen om geen (extra) verhoging door te voeren voor de legestarieven, omdat er enerzijds de wens is om de (woon)lastendruk voor inwoners en ondernemers niet te verhogen en anderzijds omdat we uit de pas lopen ten opzichte van de tarieven van buurgemeenten. De legestarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van een in de kadernota vast te stellen percentage dat is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het actuele Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. Hierbij wordt uitgegaan van een minimale indexering van 0%; een negatieve index wordt niet doorberekend. Bij de legestarieven van de reisdocumenten worden de van rijkswege vastgestelde maximumtarieven gehanteerd. Ondernemersfonds Op 18 september 2019 heeft de raad besloten tot de oprichting van een ondernemersfonds om de samenwerking van het lokale ondernemerschap te versterken onder het motto ‘voor en door ondernemers’.
Ondernemers worden hiermee gestimuleerd om gezamenlijk tot initiatieven te komen ter verbetering van het lokale ondernemersklimaat. Het fonds wordt gevoed door de OZB-belasting voor niet-woningen voor de periode van drie jaar jaarlijks met 2% te verhogen. Ook de gemeente draagt bij aan het fonds door jaarlijks € 20.000 in het fonds te storten. Na de genoemde drie jaar wordt de regeling geëvalueerd en wordt bekeken of de regeling wordt voortgezet dan wel beëindigd. In 2020 is de stichting Ondernemersfonds Stein formeel opgericht middels notariële akte. Tussen gemeente en stichting is daarnaast een convenant ondertekend met spelregels over de werking van het fonds. Als gevolg van de corona crisis zijn in 2020 geen concrete projecten opgestart. Bij de keuze voor de vorming van het ondernemersfonds zijn ook de mogelijke alternatieven zoals reclamebelasting, baatbelasting en bedrijveninvesteringszone (BIZ) tegen het licht gehouden. Met het oog op de mogelijkheden tot samenwerking van de ondernemers, de vrijheid waarmee zij naar eigen inzicht en creativiteit tot collectieve initiatieven kunnen komen is echter gekozen voor de vorming van een ondernemersfonds. De mogelijkheden van de genoemde alternatieven worden in paragraaf 5.2 nader toegelicht.
4.2
Belastingen die nog niet worden geheven
Roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen Dit is de roerende versie van de OZB. Gelet op jurisprudentie rondom het begrip roerend, kunnen alleen woon- en bedrijfsboten in deze belasting worden betrokken. Voorwaarde daarbij is dat deze boten duurzaam ter plaatse moeten zijn. Bouwketen en woonwagens vallen onder de onroerende zaakbelastingen. Voor gemeenten met veel woonboten levert deze belasting een belangrijke bijdrage aan de algemene middelen. De belasting wordt veelal ingevoerd vanuit de solidariteitsgedachte, zodat ook de eigenaren van woon- en bedrijfsboten bijdragen aan de algemene middelen waaruit de gemeente voorzieningen realiseert. Binnen de gemeente Stein zijn er twee woonboten en één bedrijfsboot. Gelet op het beperkt aantal belastbare feiten en de naar verwachting marginale aanvullende inkomsten wordt deze belasting niet ingevoerd. Baatbelasting Deze belasting kan worden geheven bij de eigenaar van een onroerende zaak in het geval de onroerende zaak baat heeft bij het door de gemeente realiseren van bepaalde voorzieningen. Gedacht kan worden aan
Belastingbeleidsplan 2021 • 12
de eerste aanleg van riolering in het buitengebied en voor de aanleg van voorzieningen gericht op verbeteringen van de openbare ruimte. Door jurisprudentie en nieuwe wetgeving is de baatbelasting in onbruik geraakt. Er wordt zelfs over gesproken om deze belasting af te schaffen. Zolang de baatbelasting echter niet is afgeschaft, kan deze worden ingevoerd met een maximale looptijd van 30 jaar. Gelet op de geringe bruikbaarheid van de baatbelastingen zijn gemeenten de reclamebelasting gaan inzetten als bestemmingsheffing. Daarnaast heeft de wetgever de BIZ-bijdrage ingevoerd. Bij de keuze voor de vorming van het ondernemersfonds is ook de invoering van de baatbelasting als alternatief tegen het licht gehouden. Er is voor gekozen om het ondernemersfonds wel in te voeren en de baatbelasting niet in te voeren. Reclamebelasting De reclamebelasting kan worden geheven voor openbare aankondigingen, zoals reclame, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In de Bouwstenenbrief wordt als maatregel gesuggereerd om deze belastingen af te schaffen. Zolang de reclamebelasting niet is afgeschaft, kan deze worden ingevoerd. Bij de keuze voor de vorming van het ondernemersfonds is ook de invoering van de reclamebelasting als alternatief tegen het licht gehouden. Er is voor gekozen om het ondernemersfonds wel in te voeren en de reclamebelasting niet in te voeren.
BIZ-bijdrage Sinds 2015 bestaat de Wet op de bedrijveninvesteringszones. Op basis van deze wet kan een bestemmingsbelasting worden ingevoerd: de BIZ-bijdrage. Een bedrijveninvesteringszone is een afgebakend gebied, waarbinnen ondernemers gezamenlijk investeren in een aantrekkelijkere, veiligere bedrijfsomgeving en economische ontwikkeling. Bij voldoende draagvlak betalen alle ondernemers mee. Op verzoek van de stichting of vereniging die door de ondernemers is opgericht, stelt de gemeente deze belasting in. De gemeente heft deze belasting en keert de opbrengst (na aftrek van de perceptiekosten) uit aan de rechtspersoon. Deze rechtspersoon voert de activiteiten namens de ondernemers uit. De belasting kan worden geheven via de eigenaar en/of de gebruiker van het bedrijfspand. Bij de keuze voor de vorming van het ondernemersfonds is ook de invoering van bedrijveninvesteringszones als mogelijk alternatief tegen het licht gehouden. Met het oog op de mogelijkheden tot samenwerking van de ondernemers en de vrijheid waarmee zij naar eigen inzicht en creativiteit tot collectieve initiatieven kunnen komen is echter gekozen voor de vorming van een ondernemersfonds dat wordt gevormd door de extra opbrengsten van de OZB op niet-woningen. Invoering van een BIZ-bijdrage is binnen de gemeente Stein vooralsnog geen optie.
Forensenbelasting Deze belasting kan worden geheven van de natuurlijke persoon die niet bij de gemeente staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen en daar wel negentig dagen verblijft of er negentig dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houdt. De forensenbelasting kan naast de toeristenbelasting worden ingevoerd. Gemeenten die beide heffingen hebben ingevoerd, kiezen er echter meestal voor om de forensenbelasting niet te heffen in het geval men toeristenbelasting betaalt. Omdat het invoeren van de forensenbelasting voor Stein naar verwachting niet leidt tot een relevante belastingopbrengst wordt deze belasting niet ingevoerd.
Belastingbeleidsplan 2021 • 13
Parkeerbelasting De wetgever heeft deze belasting ingesteld voor het reguleren van het parkeren. De gemeente kan er voor kiezen om een belasting in te voeren voor het betaald parkeren en/of voor het met een vergunning parkeren. Voor de wetgever was de belangrijkste reden om deze belasting in te voeren het voor gemeenten mogelijk te maken om de kosten die zij maken voor het handhaven van betaald- en vergunning parkeren te dekken uit de kosten van de naheffingsaanslag. Deze belasting is daarmee een regulerende belastingen en nadrukkelijk geen belasting om inkomsten mee te verwerven. De gemeente Stein heft momenteel geen parkeerbelasting, omdat zij een negatief economisch effect verwacht voor de middenstand. Precariobelasting Deze belasting kan worden ingevoerd voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. Door de wetgever is de precariobelasting op nutswerken afgeschaft, waardoor er op dit onderdeel geen aanvullende belasting kan worden ingevoerd. Voorafgaand aan deze afschaffing is gemeente Stein in 2016 ook al door een extern adviesbureau geadviseerd om niet over te gaan tot het invoeren van de precariobelasting. Omdat de ‘grote’ netwerkbeheerders niet in de heffing konden worden betrokken resteerden er weinig strekkende meters aan kabels en leidingen waarvoor precariorechten konden worden geheven.
Hierdoor wogen de verwachte opbrengsten niet op tegen de hoge perceptiekosten Een andere precariobelasting waarmee aanvullende opbrengsten kunnen worden gerealiseerd, is de precariobelasting op terrassen en uitstallingen. In de gemeente Stein staan alleen in het winkelcentrum terrassen op gemeentegrond. De exploitanten betalen huur voor het gebruik van deze gemeentegrond. Ook winkeliers die in het winkelcentrum uitstallingen hebben op gemeentegrond, betalen daarvoor huur. Ondernemers die een standplaats innemen buiten de wekelijkse markt, betalen ook huur. Doordat de gemeente huurpenningen ontvangt voor deze onderdelen, is het invoeren van een aanvullende precariobelasting niet passend. Rechten Rechten die in algemene zin potentieel aanvullend op de bestaande rechten kunnen worden geheven zijn: Eenmalig rioolaansluitrecht Indien in het Verbreed Rioleringsplan wordt besloten om percelen in het buitengebied aan te sluiten op het riool, kunnen deze kosten via dit recht worden verhaald.
Havengeld Dit is binnen de gemeente Stein niet aan de orde omdat de haven is geprivatiseerd.
Reinigingsrecht voor bedrijfsafval Dit recht is niet van toepassing omdat gemeente Stein geen bedrijfsafval ophaalt.
Staangeld woonwagens De gemeente Stein is bezig met het verkopen van de resterende standplaatsen aan woningcorporaties. Het invoeren van een aanvullend recht is derhalve niet passend.
4.3
Berekening kostendekkendheid
Bij het bepalen van de tarieven wordt altijd gestreefd naar een minimale kostendekkendheid van 100%. Er zijn echter enkele producten, zoals reisdocumenten, waarvoor vanuit de Rijksoverheid maximumtarieven worden vastgesteld. Door deze maximumtarieven kan het voorkomen dat wij geen volledig kostendekkende tarieven kunnen hanteren.
Belastingbeleidsplan 2021 • 14
Bij de bepaling van de tarieven voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges geldt dat deze tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn. Bij de berekening van deze kostendekking wordt gebruik gemaakt van onderstaande berekening. Ter illustratie zijn in onderstaande model de cijfers voor de berekening van de afvalstoffenheffing 2021 ingevuld. Berekening kostendekkendheid van een heffing (bedragen * € 1.000)
Lasten taakveld
3.072
Baten taakveld
784
Netto kosten taakveld
2.288
Toe te rekenen lasten: Overhead
427
Compensabele BTW
579
Totale lasten
3.294
Opbrengst heffing
3.294
Dekkingspercentage
100%
Uitgaande van de berekende opbrengst worden de tarieven voor de afvalstoffenheffing berekend op basis van het aantal aansluitingen (vastrecht) en de verwachte hoeveelheid aangeboden afval (DIFTAR). Voor de berekening van de kostendekkendheid van de andere heffingen en leges wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen van de begroting.
Belastingbeleidsplan 2021 • 15
5.
Lastendruk
Vanuit verschillende invalshoeken belichten wij in dit hoofdstuk de lastendruk.
5.1
Woonlastendruk
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft middels een brief aan de tweede kamer laten weten dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. In de benchmark wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Op lokaal niveau vraagt dit van gemeenten nog beter uitvoering te geven aan de al bestaande verplichting om een deugdelijke onderbouwing te geven van de lastenontwikkeling in de gemeentelijke begroting. Om de ontwikkeling van de belastingdruk binnen onze gemeente te volgen en te vergelijken met andere gemeenten, wordt deze weergegeven volgens de definitie van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (COELO) van de Universiteit Groningen. De definitie voor woonlastendruk is: het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Het gemeentelijke belastingbeleid wordt afgestemd op de ambities die de gemeente heeft, met oog voor de lastendruk van haar inwoners en ondernemers. De huidige verhouding in gemeentelijke belastingen tussen eigenaren van woningen en huurders is daarin goed.
In onderstaande tabel worden de gemiddelde woonlasten van een eigenaar/gebruiker en een huurder in Stein vergeleken met de gemeenten van Limburg. De cijfers zijn afkomstig uit het Belastingoverzicht 2020 van de provincie Limburg. Lastendruk
Aanslag eigenaar en gebruiker
Aanslag huurder
OZB
afval
riool
totaal
afval
riool
totaal
318
270
264
852
270
84
354
Maastricht-Heuvelland
314
292
228
834
292
75
367
Midden-Limburg
279
228
228
735
228
75
303
Noord-Limburg
353
217
197
767
217
83
300
Parkstad
312
271
209
792
271
132
403
Westelijke Mijnstreek
363
256
203
822
256
15
271
Limburg
322
251
213
786
251
82
333
0 - 10.000
434
224
162
820
224
-
224
10.001 - 20.000
352
215
248
815
215
107
322
20.001 - 50.000
307
232
246
785
232
79
311
>= 50.001
322
276
180
778
276
77
353
Stein Per regio
Per inwonersklasse
Om een inschatting te geven waar Stein staat wat betreft de lastendruk eigenaar en gebruiker, en de lastendruk huurder zijn in onderstaande tabellen de gemiddelde aanslagen, de gemeenten met de hoogste en de laagste aanslagen en de aanslagbedragen van Stein opgenomen. Bij Stein is de positie aangegeven op de ranglijst van gemeenten van Limburg.
Belastingbeleidsplan 2021 • 16
Lastendruk eigenaar/gebruiker
Positie
Aanslag
Limburg
gemiddeld
786
Meerssen
hoogste
1.064
Stein
6e van 30
852
Beesel
laagste
572
Lastendruk huurder
Positie
Aanslag
Limburg
gemiddeld
333
Voerendaal
hoogste
539
Stein
13e van 30
354
Beesel
laagste
131
Uit bovenstaande overzichten kan worden geconcludeerd dat de woonlastendruk in Stein voor zowel de eigenaar/gebruiker als de huurder bovengemiddeld is. Dit hangt samen met het hoge voorzieningenniveau in Stein. Ook het in het regionaal Afvalbeleidsplan en het Gemeentelijk Rioleringsplan vastgestelde kwaliteitsniveau waarin onder andere wordt geanticipeerd op duurzaamheid en klimaatadaptie, heeft zijn weerslag op de hoogte van de lokale lasten. Daarnaast zal in de komende jaren het effect zichtbaar worden van het uitblijven van belastingverhogingen van met name de OZB.
5.2
Lokale lastenmeter
Met het oog op maximale transparantie is gemeente Stein in 2020 aangesloten bij de lokale lastenmeter. Met behulp van deze webapplicatie kunnen zowel inwoners als raadsleden een integraal overzicht krijgen van de gemeentelijke heffingen. De applicatie is opgebouwd uit twee modules: één voor inwoners en één voor raadsleden. Inwoners kunnen via de module inzicht krijgen in onder andere: Hoeveel zij betalen en waarom; De financiële effecten van bijvoorbeeld een gewijzigde WOZ-waarde of het minder vaak aanbieden van een afvalcontainer; De tarieven die een inwoner van een andere gemeente betaalt. Doordat alle Nederlandse gemeenten zijn opgenomen in de lokale lastenmeter kunnen inwoners een reële vergelijking maken op basis van hun persoonlijke situatie. Voor een raadslid geeft de lokale lastenmeter een integraal overzicht van de gemeentelijke heffingen en inzicht in: De effecten van een belastingplan en eventuele variaties daarvan op de verschillende groepen binnen de eigen gemeente; De wijze waarop het belastingplan zich verhoudt in vergelijking met andere gemeenten. De lokale lastenmeter biedt ten slotte de mogelijkheid om rapportages te maken. Met de lokale lastenmeter kan eenvoudig inzicht worden verkregen in het veelal geringe effect dat een lagere WOZ waarde heeft op de hoogte van de ozb-aanslag.
De lokale lastenmeter kan hiermee bijdragen in het terugdringen van het aantal bezwaren dat via de NCNP-bureaus (no cure no pay) worden ingediend. Om de inwoners van Stein bekend te maken met de lokale lastenmeter wordt op het aanslagbiljet 2021 verwezen naar deze webapplicatie.
Belastingbeleidsplan 2021 • 17
5.3
Kwijtschelding
Kwijtschelding is voor veel gemeenten een belangrijk instrument in het bestrijden van armoede. Er kunnen voor inwoners omstandigheden ontstaan waardoor het onmogelijk is om aan de verplichtingen tot betaling van de gemeentelijke belastingen te voldoen. Gemeenten kunnen bij het heffen van belastingen echter geen rekening houden met het inkomen, vermogen en de draagkracht van de belastingbetaler. Als iemand geen vermogen en onvoldoende betalingscapaciteit heeft, kan een gemeente wel kwijtschelding verlenen. De belastingaanslag hoeft dan niet of maar gedeeltelijk te worden betaald. Door kwijtschelding te verlenen, kan een gemeente het voor bepaalde groepen dus makkelijker maken om rond te komen. De mogelijkheid voor gemeenten om kwijtschelding van belastingen te verlenen, is geregeld in de Gemeentewet. Daarnaast geldt voor gemeenten de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Deze uitvoeringsregeling bevat normen en voorwaarden voor het verlenen van kwijtschelding. Zo wordt getoetst of iemand bijvoorbeeld een auto of een huis bezit. Als de betalingscapaciteit (vermogen en inkomen) boven een bepaalde grens uitgaat, wordt geen kwijtschelding verleend. Hoofdregel is dat gemeenten de kwijtscheldingsregels van de Rijksoverheid volgen. Als de gemeenteraad met betrekking tot een belasting niets regelt dan gelden voor die belasting automatisch de rijksregels.
De gemeenteraad kan op een aantal punten van de rijksregels afwijken. De gemeenteraad kan bijvoorbeeld bepalen dat geen of slechts gedeeltelijk kwijtschelding wordt verleend. Ook kan de gemeente uitgaan van hogere kosten van bestaan dan de rijksregels voorschrijven, namelijk 100% in plaats van 90%. De gemeente Stein hanteert evenals alle bij BsGW aangesloten gemeenten de 100% norm. Op basis van de meest recente uitvoeringsrapportage heeft BsGW over het belastingjaar 2020 van inwoners van Stein 737 verzoekschriften voor kwijtschelding ontvangen. Van de afgehandelde bezwaarschriften is 77% toegewezen voor een totaalbedrag van € 88.506,74 In de gemeente Stein is kwijtschelding mogelijk voor de volgende belastingen: de onroerendzaakbelasting het vaste bedrag van de afvalstoffenheffing het vaste bedrag van de rioolheffing de hondenbelasting voor de eerste hond In onderstaand overzicht is per belastingsoort aangegeven welk bedrag in 2020 in totaal is kwijtgescholden. Belastingsoort
Kwijtgescholden bedrag (x € 1.000)
Onroerend zaakbelasting
0,00
Afvalstoffenheffing
59.865,90
Rioolheffing
22.898,96
Hondenbelasting
5.741,88
Totaal
88.506,74
Belastingbeleidsplan 2021 • 18
Belastingbeleidsplan 2021 • 19