CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen jaarstukken 2025

Oordeelsvormende en Besluitvormende Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Jaarrekening 20256.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr 1

2

3

4

Doc jaarrekening

jaarrekening

jaarrekening

jaarrekening

Blz. 10+11

10+11

10

11

fractie CMB

CMB

CMB

CMB

Vraag VRAAG: Damosclesbeleid Hoeveel bestuurlijke waarschuwingen respectievelijk woningsluitingen zijn er in 2025 opgelegd en in hoeveel gevallen zijn daartegen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend alsmede in hoeveel gevallen is het besluit herroepen dan wel vernietigd? ANTWOORD: In 2025 zijn op grond van artikel 13b van de Opiumwet Damoclesbeleid vijf bestuurlijke waarschuwingen opgelegd en twee woningen gesloten. Tegen geen van deze besluiten zijn bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend. Derhalve zijn er geen besluiten herroepen of vernietigd. VRAAG: Wat zijn de behaalde resultaten en gebleken effecten van het Bibob-beleid? ANTWOORD: Uit de Bibob-toetsen die in 2025 zijn uitgevoerd, zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Dat betekent dat er voor wat betreft Bibob geen reden was om bijvoorbeeld aangevraagde vergunningen te weigeren. VRAAG: Kunt u de zinsnede ‘ingezet op bewustwording bij inwoners’ nader duiden? Op welke manier is zulks vormgegeven? ANTWOORD: Het ACT! Interventieteam Westelijke Mijnstreek heeft deelgenomen aan de Veiligheidsmarkt op het Raadhuisplein op 11 juni 2025. Ook heeft het ACT! deelgenomen aan de informatieavond voor inwoners, tijdens de Week van de Veiligheid, op 8 oktober 2025. Tijdens deze bijeenkomsten heeft het ACT! voorlichting gegeven over hun werk, over ondermijnende criminaliteit en over hoe inwoners kunnen melden.

VRAAG: Hoe verhoudt zich de capaciteitsproblemen bij de leverancier van de BOA’s tot het uitvoeren van de taken en concrete doelstellingen die bij de BOA’s zijn belegd? In hoeverre hebben deze problemen invloed op de uitvoering? ANTWOORD: In 2025 zijn de bestuurlijke prioriteiten uitgevoerd en zijn de meldingen in de openbare ruimte opgepakt. De beperkte capaciteit heeft daarbij wel extra druk op de uitvoering gelegd. Door capaciteitsproblemen bij de leverancier was het bovendien noodzakelijk om op te schalen en aanvullend capaciteit in te zetten via een andere leverancier.

1

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr 5

Doc jaarrekening

Blz. 14

fractie CMB

Vraag VRAAG: Terzake de € 95.000,00 bestede middelen maatregelen brug Urmond. Kunt u een gespecificeerd overzicht toesturen waaruit blijkt welk bedrag waaraan is besteed? ANTWOORD: 2025 Veilige omleidingsroute (gemotoriseerd)

Bedrag (totaal) € 13.180,00 € 21.270,00

Veilige omleidingsroute (fietsers)

€ 3.970,00

Noodbrug Personeelskosten

6

jaarrekening

14+15

CMB

Monitoring (verkeerstellingen en analyses) Weginrichting (om-en-om regeling Molenweg, plakdrempels, etc.)

€ 2.250,00

Fietssluis Beatrixplein (betonnen) Veilig invoegstrook fietsers (nabij brug Berg a/d Maas) Ecologische quickscan t.b.v. tijdelijke openbare verlichting

€ 13.000,00

Tijdelijke verbreding Urmonder Parallelweg

€ 2.600,00

Haalbaarheidsonderzoeken

€ 30.000,00

Inzet personeel

€ 8.830,00

Verbetering bereikbaarheid OudUrmond

Toelichting

VRAAG: Ten aanzien van de afgeronde projecten. In hoeverre heeft er (op projectniveau bezien) een eindevaluatie met omwonenden en/of andere belanghebbenden plaatsgevonden? Indien niet, bent u nog voornemens om dit alsnog te gaan doen? ANTWOORD: In het verleden heeft uw raad een motie aangenomen waarin is uitgesproken dat afgeronde projecten worden geëvalueerd. Hieraan is gedurende een periode uitvoering gegeven. Uit ervaring is echter gebleken dat de belangstelling voor deze evaluaties beperkt was en dat bij het overgrote deel van de projecten weinig of geen evaluatiepunten naar voren kwamen. Daarom worden eindevaluaties tegenwoordig met name uitgevoerd bij projecten waarbij sprake is geweest van bijzondere aandachtspunten of knelpunten. Bij het merendeel van de afgeronde projecten heeft daarom geen afzonderlijke eindevaluatie plaatsgevonden. Gelet op de beschikbare capaciteit en de afweging van prioriteiten zien wij daarnaast op dit moment geen aanleiding om voor deze reeds afgeronde projecten alsnog een eindevaluatie te organiseren.

2

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr 7

8

9

Doc jaarrekening

jaarrekening

jaarrekening

Blz. 14+15

39

40

fractie CMB

CMB

CMB

Vraag VRAAG: Ten aanzien van de afgeronde projecten. Kunt u per project aangegeven hoeveel zulks in totaal heeft gekost en hoe zulks zich verhoudt tot de op voorhand opgenomen investeringen/ramingen? Ergo, zijn er overschrijdingen, zijn er overschotten dan wel is conform raming gewerkt? ANTWOORD: Een integraal overzicht van de totale kosten per afgerond project, afgezet tegen de oorspronkelijke investeringsraming, is niet beschikbaar en wordt niet bijgehouden. De gemeenteraad wordt gedurende de looptijd van projecten via de Planning & Control-documenten en, indien nodig, via afzonderlijke raadsvoorstellen geïnformeerd over financiële ontwikkelingen en eventuele budgetwijzigingen. De investeringsramingen aan de voorkant van een project zijn vaak nog globaal, omdat de exacte scope dan nog niet volledig bekend is. Daarnaast wordt waar mogelijk 'werk met werk' gemaakt om werkzaamheden te combineren en overlast te beperken. Hierdoor kunnen de uiteindelijke kosten afwijken van de oorspronkelijke raming.

VRAAG: Ten aanzien van de omgevingsplandelen ‘woonkernen’ en Chemelot & Haven Stein, wanneer verwacht u deze (concept-) plandelen aan de Raad te kunnen aanbieden en welke uitdagingen bent u tegengekomen waardoor een langere looptijd benodigd is dan op voorhand was voorzien? ANTWOORD: De omgevingsplandelen ‘Woonkernen’ en ‘Chemelot & Haven Stein’ blijken in de praktijk complexer dan vooraf voorzien. Wij verwachten de Raad in 2027 de eerste concept-plandelen te kunnen aanbieden. De langere doorlooptijd wordt onder andere veroorzaakt door de omvangrijke omzetting van bestaande bestemmingsplannen en regels naar één integraal omgevingsplan, de benodigde afstemming binnen het DSO en de inzet op juridisch houdbare en toepasbare regelgeving. Met name het plandeel ‘Chemelot & Haven Stein’ vraagt extra zorgvuldigheid vanwege de samenhang tussen ruimtelijke ordening, milieu, veiligheid, infrastructuur en de betrokkenheid van meerdere externe partners en overheden. VRAAG: Kunt u de negatieve aanpassing grondexploitatie ad € 538.000 inzake Bamert-Noord nader duiden? Welke omstandigheid heeft zich voorgedaan waardoor de inschatting in 2024 niet correct is gebleken? ANTWOORD: Op 11 juni 2024 is middels de allonge op de SOK met JPO besloten om de scope van het plan te wijzigen wegens tegenvallende verkoop. De scope is destijds aangepast van 50 woningen naar 62 woningen waaronder o.a.

7 starterswoningen en 6 nul-trede woningen. Bij raadsinformatiebrief van 8 juli 2024 is de raad over deze wijziging van de scope geïnformeerd.

3

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

10

11

12

Doc

jaarrekening

jaarrekening

jaarrekening

Blz.

42

43

14

fractie

CMB

CMB

DOS

Vraag Gesteld is toen dat de grondopbrengsten gelijk zouden blijven. Door de herontwikkeling en de daarbij optredende vertraging, zijn de ontwikkelkosten gestegen, onder andere door meerwerken als gevolg van de scope wijziging, en de indexatie door de vertraging. Deze kosten cumuleren tot ca. €569.000,-. Het overige verschil is een gevolg dat er in fase 1a minder grond is verkocht dan voorzien in de oorspronkelijke GREX. Dit geeft een negatief resultaat van ruim €133.000,-. Per saldo betekent dit een totaal negatief resultaat van ruim €700.000, welke met de post onvoorziene uitgave uit de oorspronkelijke GREX is terug gebracht naar €583.000,De meest recent bijgestelde GREX liet een positief resultaat zien van €412.000,-. Deze is nu bijgesteld naar een negatieve GREX van €171.000,-. VRAAG: Wat zijn de behaalde resultaten en gebleken effecten van de bewonersparticipatie Gebiedsgerichte aanpak Nieuwdorp? ANTWOORD: De bewonersparticipatie heeft geleid tot een gezamenlijk opgesteld en door de buurt gedragen voorontwerp. Bewoners hebben actief input geleverd, die is verwerkt in het plan. Hierdoor is het draagvlak voor de gebiedsgerichte aanpak vergroot en sluit het ontwerp beter aan bij de wensen en behoeften van de wijk.

VRAAG: Wat zijn de behaalde resultaten en gebleken effecten van de verhuurverordening verblijfsvergunning arbeidsmigranten? ANTWOORD: Omdat de verordening recent in werking is getreden en de vergunningplicht sinds 1 januari 2026 van kracht is, zijn op dit moment nog geen structurele resultaten en effecten vast te stellen. Er zijn dus nog geen evaluatiegegevens beschikbaar waaruit conclusies kunnen worden getrokken. VRAAG: De jaarrekening vermeldt dat het beschikbare budget van € 2,5 miljoen voor de brug Urmond circa € 95.000,- is besteed aan verkeerskundige maatregelen en dat het resterende budget is doorgeschoven naar 2026. Kan het college de raad meenemen in de actuele stand van zaken rondom deze reserve? Welke maatregelen zijn inmiddels uitgevoerd, welke maatregelen zijn nog voorzien en welk bedrag denkt u daar nog voor nodig te hebben? Welk bedrag resteert momenteel binnen de bestemmingsreserve ‘brug Urmond’? ANTWOORD:

4

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

Vraag Voor de verantwoording over 2025 zie antwoord vraag 5. In 2026 is tot op heden het volgende vanuit het beschikbare budget gefinancierd: 2026 (Doorkijk) Bedrag (totaal) Omschrijving Tijdelijke openbare verlichting fietspad € 45.000,00 Tijdelijke openbare verlichting Verbetering bereikbaarheid OudUrmond € 39.000,00 Exra pendeldienst Leefbaarheid Oud Urmond € 7.100 Evenementenbijdrag, etc. Personeelskosten

€ 1500

Inzet personeel

Er is vooralsnog een bedrag van ca. € 150.000 aan verplichtingen geraamd over 2026 voor de voortzettingen van de genomen maatregelen en extra kosten bij evenementen.

13

14

5

jaarrekening

jaarrekening

178

14

DOS

SB

Let op: Deze technische vraag heeft betrekking op het verslagjaar 2026 en valt in principe daarmee buiten de reikwijdte van de jaarrekening 2025. Het indienen van deze vraag zou daarom meer passend zijn geweest bij de bestuursrapportage 2026. VRAAG: Welke nieuwe resultaten moeten met de nieuwe reserve ‘Kwaliteitsimpuls personeel’ worden bereikt? ANTWOORD: De reserve ‘Kwaliteitsimpuls personeel’ is niet primair bedoeld om één specifiek nieuw resultaat te realiseren, maar om de organisatie in staat te stellen wendbaar en toekomstbestendig te blijven. De reserve biedt financiële ruimte om snel en adequaat in te spelen op personele en organisatorische ontwikkelingen. Voorbeelden waarvoor de reserve ingezet kan worden is: het tijdelijk aantrekken van externe capaciteit of specialistische expertise wanneer de organisatie voor specifieke opgaven staat; het overbruggen van tijdelijke capaciteitsknelpunten en het waarborgen van de continuïteit van de dienstverlening; de uitvoering van personele maatregelen die voortvloeien uit organisatieontwikkelingen. Met deze reserve kan de organisatie sneller handelen wanneer de situatie daarom vraagt en kunnen noodzakelijke personele interventies zorgvuldig worden uitgevoerd. VRAAG: Brug Urmond Kan een overzicht worden gemaakt wat precies is uitgeven in 2025 uit deze reserve en hoeveel nog in deze reserve beschikbaar is?

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

Vraag ANTWOORD: Zie antwoord op vraag 5 en 12.

15

jaarrekening

19

SB

VRAAG: Groenewald Aanvullend krediet stroomproblematiek De in het Integraal Huisvestingsplan verwoorde ambitie om de uitbreiding van Groenewald energieneutraal en gasloos te realiseren, vroeg om een verzwaring van het contractvermogen. De 20 Zit er al schot in de zaak om de school op het reguliere elektriciteit netwerk aan te sluiten?

16

17

18

jaarrekening

jaarrekening

jaarrekening

39

69

82

SB

SB

SB

ANTWOORD: Hier is op dit moment nog geen duidelijkheid over. We blijven hierover in gesprek met stichting LVO. VRAAG: Strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot Ontbreekt hier de tekst? ANTWOORD: De tekst gaat verder op de volgende pagina met de onderwerpen ‘Haven Stein’ en ‘Multi Modale Corridor (MMC)’. VRAAG: Grondexploitaties Is er een manier om de verwachte grondexploitaties op een volledigere manier te bereken gezien de negatieve grondexploitatie van alle projecten? ANTWOORD: De resultaten van grondexploitaties worden integraal door ons berekend; dus van alle lopende exploitaties worden de verwachte resultaten in beeld gebracht en aan de raad gepresenteerd via de paragraaf grondbeleid. Voor positieve resultaten betekent dit dat we een bedrag kunnen storten in de reserve grondexploitaties en voor grondexploitaties met een verwacht tekort dienen we onmiddellijk een voorziening te vormen om het tekort op termijn te kunnen afdekken. Daarmee wordt volgens ons op een volledige manier de grondexploitaties in beeld gebracht. VRAAG: Onderzoeksverordening doelmatigheid en doeltreffendheid Welke verbeteringen zijn direct doorgevoerd ANTWOORD: Er zijn al diverse verbeteringen in de P&C-cyclus doorgevoerd en enkele verbeteringen zullen pas zichtbaar worden vanaf de begroting 2027.

De belangrijkste aanpassingen zijn: een scherpere focus op verantwoording over het betreffende verslagjaar; het beperken van herhalende teksten, waardoor de documenten compacter en beter leesbaar worden; een explicietere toelichting op de behaalde bestuurlijke resultaten; de personele ontwikkelingen in de paragraaf bedrijfsvoering en niet meer in de programma’s; een verschuiving van operationele beschrijvingen naar verantwoording over maatschappelijke opgaven en gerealiseerde effecten;

6

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

19

jaarrekening

84

SB

20

21

jaarrekening

Jaarrekening

14

18

VVD

VVD

Vraag Daarnaast is het proces rondom de totstandkoming van de P&C-documenten aangescherpt. Daarbij is nadrukkelijk onderscheid aangebracht tussen de ambtelijke voorbereiding en de bestuurlijke afwegingen. Ook is bewust gekozen om de verdere ontwikkeling van de digitale P&C-portal en de begroting in een oogopslag aandacht te geven en dit niet meer te doen voor de vormgeving van het traditionele boekwerk. Hiermee wordt ingezet op een beter toegankelijke, beter doorzoekbare informatievoorziening, waarbij de nadruk ligt op de bruikbaarheid van de informatie voor raad, college en organisatie. VRAAG: Organisatieontwikkeling Hoe wordt er ingezet op het behouden van medewerkers? Gezien de grote instroom. ANTWOORD: Gezien de hoge instroom wordt organisatie breed ingezet op het versterken van duurzame inzetbaarheid, medewerkerstevredenheid en het beperken van ongewenste uitstroom. De instroomfase is ingericht met een gestructureerd onboarding- en inwerkprogramma, gericht op een snelle en zorgvuldige inbedding van nieuwe medewerkers in de organisatie, werkprocessen en samenwerking. Binnen de organisatie wordt gedurende de gehele loopbaan gestuurd op ontwikkeling en inzetbaarheid. Dit is geborgd binnen de HR-cyclus, waarin periodiek wordt gestuurd op ontwikkeling, vakbekwaamheid en het benutten van talent.

Scholing en ontwikkeling worden hierbij structureel gefaciliteerd, zowel vakinhoudelijk als op het gebied van persoonlijke ontwikkeling, met als doel het versterken van de kwaliteit van dienstverlening en organisatiecapaciteit. De organisatie biedt daarnaast ruimte voor eigenaarschap en flexibiliteit in de uitvoering van werkzaamheden. Het beloningsbeleid biedt daarnaast duidelijke kaders voor het waarderen van inzet en bijzondere prestaties. Ook investeren we structureel in vitaliteit en duurzame inzetbaarheid via diverse interventies en activiteiten. Ook krijgen medewerkers bij interne vacatures als eerste de gelegenheid om te reageren, waardoor we ook interne doorstroom stimuleren. Met deze samenhangende maatregelen creëren we een werkomgeving waarin medewerkers zich gezien voelen, kunnen groeien en zich blijvend verbonden voelen met de organisatie. VRAAG: Welke kosten van maatregelen voor de brug Urmond, ten laste van het budget 2,5 miljoen, zijn doorgezet naar 2026? ANTWOORD: Zie antwoord vraag 5 en 12. VRAAG: Kunt u nader toelichten wat procesoptimalisatie BSGW te maken heeft met toerisme leges? ANTWOORD: De toerisme leges betreft de toeristenbelasting. Toeristenbelasting wordt geheven bij accommodaties die bij de BsGW bekend zijn en een logiesfunctie hebben. De BsGW vraagt de betreffende ondernemers om aangifte te doen.

De BsGW is bezig om het proces te optimaliseren waardoor er als voorbeeld een accommodatie

7

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

Vraag wordt gevonden die eerder niet in de systemen stond. Maar ook wordt er gekeken naar historische cijfers om vergelijkingen te kunnen maken en opvallende afwijkingen te signaleren. Ze voeren dan ook gesprekken met ondernemers. Deze procesoptimalisatie zorgt ervoor dat de opbrengst toeristenbelasting toeneemt.

22

Jaarrekening

27

VVD

VRAAG: Kunt u de daling aanvraag zwemdiploma’s verklaren? ANTWOORD: Het aantal aanvragen voor zwemtrajecten via Stichting Leergeld is in 2025 gedaald ten opzichte van 2024. In 2024 ging het om 65 aanvragen. In 2025 waren dit 41 aanvragen. De daling zit met name in het lagere aantal aanvragen voor diploma A. Stichting Leergeld geeft aan dat relatief meer aanvragen betrekking hebben op diploma B en C. Dit wijst erop dat kinderen langer doorzwemmen, terwijl de instroom van nieuwe kinderen voor diploma A lager is. Daarnaast kunnen zwemtrajecten langer duren. Daardoor wordt niet altijd binnen één kalenderjaar zowel diploma A als diploma B aangevraagd. Uit de cijfers blijkt verder dat het aantal unieke kinderen bij Stichting Leergeld vrijwel gelijk is gebleven. In 2024 ging het om 237 unieke kinderen en in 2025 om 238 unieke kinderen. Kinderen kunnen via Stichting Leergeld ook ondersteuning krijgen voor andere voorzieningen, zoals schoolkosten, sport of cultuur.

23

24

Jaarrekening

Jaarrekening

29

9

VVD

PRO

De exacte oorzaak van de daling van het aantal zwemaanvragen is niet volledig vast te stellen. Op basis van de beschikbare gegevens lijkt de daling vooral samen te hangen met een lagere instroom voor diploma A en het feit dat zwemondersteuning niet altijd een jaarlijks terugkerende aanvraag is. VRAAG: Hoeveel deelnemers namen deel aan Goedkoop gezonde voeding? ANTWOORD: De pilot bestond uit drie bijeenkomsten, op verschillende momenten van de week om een brede groep inwoners te bereiken: • Doordeweekse avond: 12 aanmeldingen, 12 aanwezigen; • Zaterdagochtend: 5 aanmeldingen, 3 aanwezigen; • Doordeweekse ochtend: 11 aanmeldingen, 3 aanwezigen; VRAAG: Stein sluit 2025 af met een positief resultaat van 5,795 miljoen euro. Is het inzichtelijke welk deel van het resultaat is structureel en welk deel is incidenteel is? ANTWOORD: Het positieve resultaat van 2025 wordt voornamelijk veroorzaakt door incidentele afwijkingen ten opzichte van de begroting. Uit de analyse van de belangrijkste resultaatverschillen blijkt dat het grootste deel van

8

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

25

Jaarrekening

11

PRO

Vraag deze afwijkingen een eenmalig karakter heeft. Hoewel binnen het resultaat ook structurele componenten aanwezig zullen zijn, zijn deze van beperkte omvang. Daarnaast is de afgelopen jaren regelmatig kritisch gekeken naar de begroting en zijn maatregelen genomen om aanwezige ‘lucht’ uit de begroting te halen. VRAAG: Welke inzet heeft niet kunnen plaatsvinden t.g.v. de capaciteitsproblemen bij de leveranciers van BOA's? ANTWOORD: Zie beantwoording vraag 4

26

Jaarrekening

11

PRO

VRAAG: Welke actie's worden ondernomen om dit capaciteitsprobleem van de BOA's aan te pakken? ANTWOORD: In 2025 hebben we via een andere leverancier aanvullende BOA-capaciteit kunnen inzetten. Daarnaast is besloten om een deel van de werkzaamheden voortaan met BOA’s in eigen dienst uit te voeren. Hiermee vergroten we onze grip op de uitvoering en creëren we meer flexibiliteit en continuïteit in de inzet van handhavingscapaciteit.

27

Jaarrekening

11

PRO

VRAAG: Zijn er alternatieven om te voorkomen dat het capaciteitsprobleem van de BOA's leidt tot een onveilig gevoel voor de burgers? ANTWOORD: In 2025 is uitvoering gegeven aan de bestuurlijke prioriteiten en zijn de meldingen opgepakt. Er zijn geen signalen bekend dat de verminderde inzet heeft geleid tot een afname van het veiligheidsgevoel onder inwoners.

28

Jaarrekening

11

PRO

VRAAG: Wat zijn de concrete resultaten die zijn bereikt door het bijgestelde camaratoezicht? ANTWOORD: Het cameratoezicht is met name ingezet ter ondersteuning van de aanpak van jeugdoverlast op en rondom het Raadhuisplein Stein. Door de inzet van cameratoezicht kon concreet worden vastgesteld welke vormen van overlast plaatsvonden, op welke locaties deze zich voordeden en welke personen hierbij betrokken waren. Deze informatie heeft het mogelijk gemaakt om gerichter en effectiever op te treden tegen overlastgevend gedrag. Daarnaast heeft het cameratoezicht de politie en boa’s ondersteund bij het beoordelen van

9

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

Vraag incidenten en het treffen van passende maatregelen binnen de geldende wettelijke kaders, zoals het aanspreken op gedrag of het uitschrijven van een bekeuring.

29

Jaarrekening

11

PRO

VRAAG: Hoeveel controles zijn er door het ACT! Interventieteam Westelijke Mijnstreek in Stein uitgevoerd? ANTWOORD: Er zijn in Stein 66 controles uitgevoerd door het ACT! Interventieteam Westelijke Mijnstreek.

30

Jaarrekening

11

PRO

VRAAG: Hoe vaak hebben de controles van het ACT! Interventieteam Westelijke Mijnstreek in Stein geleid tot uitvoering van het Damocles beleid? ANTWOORD: De controles van het ACT! hebben niet geleid tot uitvoering van het Damoclesbeleid.

31

Jaarrekening

19

PRO

VRAAG: In onderwijs worden alleen de Maaskei Urmond en Groenewald benoemd. Zijn er voor de andere scholen in de gemeente geen uitgaven geweest? ANTWOORD: Jawel, er zijn uitgaven voor andere scholen gedaan als uitvoering van bestaand beleid. Omdat dit volgens planning is gerealiseerd worden deze niet tekstueel benoemd in de jaarrekening.

32

Jaarrekening

20

PRO

VRAAG: Wij hebben gesignaleerd dat deze door de verandering kinderen van bijzonder regulier basisonderwijs geen leerlingenvervoer meer toegekend krijgen. De begeleidingstijdregel uit de verordening van 2026 lijkt dus leidend te zijn t.o.v. van de afstandsgrens onder artikel 9 van Verordening bekostiging leerlingenvervoer 2022. Hierin staat dat vervoersvoorziening wordt toegekend bij een afstand van >6 km van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor regulier als speciaal onderwijs. Wordt bij toekenning van leerlingenvervoer van kinderen van speciaal onderwijs de afstand leidend (onder verordening 2022) of de begeleidingstijd leidend (onder nadere regels 2026) in de afweging? ANTWOORD: Bij de beoordeling van aanvragen voor leerlingenvervoer blijven de toekenningscriteria uit de Verordening bekostiging leerlingenvervoer 2022 het uitgangspunt. Dat betekent dat de afstandsnorm van >6 km tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school (artikel 9) bepalend is voor de vraag of een leerling in aanmerking komt voor vervoer.

10

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

33

Jaarrekening

20

PRO

34

35

11

Jaarrekening

Jaarrekening

21

21

PRO

PRO

Vraag De Nadere regels 2026 vullen deze verordening aan door meer duidelijkheid te geven over de begeleidingstijd en de wijze waarop begeleiding wordt meegewogen. Deze nadere regels zijn bedoeld om de uitvoering te verduidelijken, maar veranderen de criteria uit de verordening zelf niet. VRAAG: Als hierin een verschil gemaakt wordt tussen bijzonder regulier onderwijs en speciaal onderwijs, in welk beleidstuk zijn de nadere regels bekostiging leerlingenvervoer 2026 opgenomen? ANTWOORD: De nadere regels bekostiging leerlingenvervoer 2026 maken onderdeel uit van het gemeentelijke uitvoeringsbeleid dat hoort bij de Verordening bekostiging leerlingenvervoer 2022. Deze nadere regels zijn dus niet opgenomen in een aparte verordening, maar vormen een beleidsmatige uitwerking van de bestaande verordening. In deze nadere regels wordt onder andere de begeleidingstijd nader gespecificeerd. Dat kan ertoe leiden dat er in de praktijk verschillen zichtbaar worden tussen leerlingen in het bijzonder regulier onderwijs en leerlingen in het speciaal onderwijs, omdat de criteria voor het ontstaan van het recht op vervoer verschillend zijn. De kern blijft echter dat: • de verordening 2022 de toekenningscriteria bevat (zoals de afstandsnorm), • de nadere regels 2026 de uitvoering van die criteria verder concretiseren.

VRAAG: Onderwijskansenbeleid uitgaven lager dan begroot, terwijl taalachterstand onder andere een groeiend probleem is bij de jeugd. Waarom zijn niet alle middelen benut? ANTWOORD: De lagere uitgaven betekenen niet dat er minder is ingezet op het onderwijskansenbeleid. Een groot deel van het beschikbare budget is bestemd voor peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Dit betreft een kindgebonden subsidie, waarvan de uiteindelijke uitgaven afhankelijk zijn van het aantal kinderen dat gebruikmaakt van peuteropvang en het aantal kinderen met een VVE-indicatie. Deze aantallen kunnen gedurende het jaar fluctueren en zijn vooraf niet exact te voorspellen. Wanneer minder kinderen gebruikmaken van deze peuteropvang óf minder kinderen een VVE-indicatie krijgen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden, leidt dit automatisch tot lagere uitgaven. Dat betekent niet dat activiteiten niet zijn uitgevoerd of dat middelen niet beschikbaar waren, maar dat de daadwerkelijke vraag lager uitviel dan geraamd. VRAAG: Wordt er in de toekomst gewaarborgd dat de beschikbare middelen wel volledig benut worden?

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

Vraag ANTWOORD: De gemeente blijft zich inzetten voor een optimale inzet van de beschikbare middelen. Daarbij staat niet het volledig uitgeven van het budget centraal, maar het realiseren van de beoogde resultaten voor kinderen en gezinnen. Omdat een belangrijk deel van het budget afhankelijk is van het daadwerkelijke gebruik van peuteropvang en VVE, zullen verschillen tussen begroting en realisatie ook in de toekomst mogelijk blijven. Dit is inherent aan de regeling en niet volledig te voorkomen.

36

Jaarrekening

26

PRO

VRAAG: ‘Wachtlijsten binnen de Wmo zijn teruggedrongen en inwoners ontvangen sneller passende ondersteuning’, met hoeveel zijn ze gemiddeld teruggedrongen en ten opzichte van vorig jaar of meerdere jaren?

37

38

Jaarrekening

Jaarrekening

26

26

PRO

PRO

ANTWOORD: Een aantal jaren geleden was er, mede door de landelijke aanzuigende werking van de invoering van het abonnementstarief, een sterke stijging van het aantal Wmo-meldingen. Ook in de gemeente Stein was dit zichtbaar en liepen de wachttijden op tot circa 21 weken. De afgelopen jaren is gericht ingezet op het verbeteren van de dienstverlening en het terugdringen van de wachttijden. Door verschillende maatregelen, zoals procesoptimalisatie, een verbeterde werkwijze, de invoering van een nieuw cliëntvolgsysteem en de inzet van een flexibele schil bij pieken in de uitvoering, zijn de doorlooptijden aanzienlijk verkort. Inmiddels kunnen Wmo-meldingen doorgaans binnen 4 tot 6 weken worden opgepakt; in bepaalde perioden van 2026 lag de gemiddelde doorlooptijd zelfs tussen de 2 en 4 weken. Ten opzichte van de periode met de hoogste wachttijden betekent dit een verkorting van circa 16 weken, oftewel ruim 75%. De doorlooptijd blijft afhankelijk van de hoogte van de instroom en de complexiteit van de meldingen, omdat sommige situaties meer onderzoek en afstemming vragen. De gemeente blijft hierop sturen om inwoners zo snel mogelijk passende ondersteuning te bieden. VRAAG: Is het mogelijk een overzicht te krijgen van de gemiddelde wachttijd over de afgelopen jaren? ANTWOORD: Zie vraag 26.

VRAAG: Is het bekend hoeveel mensen gebruik maken van de regionale (maatschappelijke) vrouwenopvang en beschermd wonen? Is dit ook bekend specifiek voor mensen uit de gemeente Stein? ANTWOORD: Gemeente Maastricht is centrumgemeente voor de veilige opvang (voorheen vrouwenopvang) en organiseert deze voorziening voor de regio Maastricht/Heuvelland en de Westelijke Mijnstreek. De data is daarom ook

12

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

39

Jaarrekening

27

PRO

Vraag niet in huis bij de gemeente Stein en is extern opgevraagd. Sinds 1 januari 2026 is de uitvoering van de veilige opvang ingekocht bij Xonar. Veilige Opvang Limburg biedt opvang en hulpverlening aan vrouwen, (ex-)partners en kinderen die te maken hebben (gehad) met onder andere huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, loverboyproblematiek of mensenhandel. Aanmeldingen voor de veilige opvang komen anoniem binnen en worden op regionaal niveau door de gemeente Maastricht gemonitord. Hierdoor is er geen direct overzicht beschikbaar van het aantal gebruikers specifiek uit gemeente Stein. De ondersteuning kan bestaan uit ambulante hulpverlening of opvang wanneer de veiligheid thuis niet gewaarborgd is. Beschermd wonen wordt binnen de Westelijke Mijnstreek uitgevoerd door centrumgemeente Sittard-Geleen namens de gemeenten Stein, Beek en Sittard-Geleen. Dit is een aparte Wmo-voorziening en onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst Wmo Westelijke Mijnstreek. De toegang en indicatiestelling worden regionaal georganiseerd. Voor inwoners uit Stein wordt de beoordeling uitgevoerd via de regionale toegang, waarbij de gemeente Stein betrokken blijft bij de besluitvorming en afhandeling. Een actueel cijfer van het aantal inwoners uit Stein met een indicatie beschermd wonen in 2026 is op dit moment niet beschikbaar in een openbaar overzicht.

Deze gegevens worden regionaal geregistreerd en kunnen worden opgevraagd via de regionale Wmo-monitoring. VRAAG: Minima regeling, minder geld uitgegeven, minder leergeld, is er bekend waarom er het aantal aanvragen is afgenomen? ANTWOORD: De afname is deels te verklaren. Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende

minimaregelingen. De ontwikkeling is namelijk niet bij iedere regeling hetzelfde. Bij het Volwassenenfonds Sport en Cultuur is geen sprake van een daling. Daar is het aantal aanvragen juist gestegen. Ook bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn de kosten gestegen, ondanks een beperkte daling van het aantal aanvragen. De daling is vooral zichtbaar bij Stichting Leergeld en de Kledingbank. Bij Stichting Leergeld is het totaal aantal aanvragen gedaald van 471 in 2024 naar 409 in 2025. Het aantal unieke kinderen is vrijwel gelijk gebleven: 237 in 2024 en 238 in 2025. De daling zit dus niet in het aantal kinderen dat via Stichting Leergeld in beeld is, maar in het aantal aanvragen per kind. Via Stichting Leergeld kunnen per kind meerdere voorzieningen worden aangevraagd, zoals zwemles, ouderbijdrage, schoolkamp of sportattributen. Niet iedere voorziening wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd. Sommige voorzieningen zijn eenmalig, andere lopen langer door of zijn niet ieder jaar nodig. Binnen Stichting

13

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

Vraag Leergeld is de daling vooral zichtbaar bij zwemles, kamp, weekend of vakantie en de vergoeding van de ouderbijdrage. Bij de Kledingbank is de daling vooral administratief en kalenderjaar technisch te verklaren. De uitnodigingsbrief is in 2025 later verstuurd dan in 2024, namelijk pas in december. Daardoor is een deel van de afspraken doorgeschoven naar januari en februari 2026. Ter vergelijking: in januari en februari 2026 hebben 140 inwoners de Kledingbank bezocht, tegenover 21 inwoners in januari 2025. De lagere realisatie in 2025 betekent daarom niet dat deze ondersteuning niet is gebruikt, maar dat een deel van het gebruik in het volgende kalenderjaar is terechtgekomen.

40

41

42

Jaarrekening

Jaarrekening

Jaarrekening

27

27

33

PRO

PRO

PRO

Tot slot is in 2025 minder actief gecommuniceerd over de minimaregelingen dan in eerdere jaren. In 2023 is onder meer ingezet op de rondkomenkrant, wat heeft bijgedragen aan een hogere instroom in 2024. VRAAG: Wordt hier in de toekomst anders op begroot? ANTWOORD: Op dit moment wordt hier niet anders op begroot op basis van alleen de daling in 2025. De lagere benutting in één jaar geeft onvoldoende aanleiding om te concluderen dat structureel minder budget nodig is. Daarbij speelt mee dat een deel van de daling samenhangt met kalenderjaareffecten en dat de kosten van voorzieningen, zoals zwemles, contributies en abonnementen, blijven stijgen. VRAAG: Zijn er middelen die de gemeente gaat inzetten dit jaar om de beschikbare hulp en middelen ook bij de mensen die het nodig hebben en er recht op hebben te krijgen? ANTWOORD: Ja. Er is uitvoeringscapaciteit beschikbaar met als doel het bereik van minimaregelingen te vergroten en onderbenutting te verlagen. VRAAG: Regie in jeugdhulp wordt vaak aan jeugdzorg organisatie overgelaten, hoe wordt er zicht op de resultaten gehouden? ANTWOORD: Zicht op resultaten wordt geborgd via een combinatie van (regionaal)contractmanagement, periodieke voortgangsrapportages en casusregie door de gemeente. Jeugdhulpaanbieders leveren structureel gegevens aan over ingezette hulp, voortgang en behaalde doelen.

Deze informatie wordt door de gemeente geanalyseerd op zowel individueel casusniveau als organisatieniveau.

14

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

43

Doc

Jaarrekening

Blz.

33

fractie

PRO

Vraag Daarnaast vinden er periodieke gesprekken plaats met aanbieders waarin trends, risico’s en verbeterpunten worden besproken. Door deze combinatie van datamonitoring en inhoudelijke dialoog blijft de gemeente in positie om tijdig bij te sturen wanneer resultaten achterblijven. VRAAG: Hoe wordt er gemonitord dat er passende jeugdhulp wordt geboden? Hoe wordt de geboden kwaliteit van jeugdhulp organisaties gemeten en bewaakt? ANTWOORD: De passendheid en kwaliteit van de jeugdhulp worden gedurende het jaar gevolgd via de reguliere sturingsen verantwoordingslijnen. De gemeentelijke toegang beoordeelt bij iedere melding of de ingezette ondersteuning aansluit bij de hulpvraag. Bij langer lopende trajecten vindt herbeoordeling plaats om te bepalen of bijsturing nodig is. Aanbieders zijn gehouden aan wettelijke kwaliteitseisen uit de Jeugdwet en aan contractueel vastgelegde normen, waaronder HKZ/ISO-certificering. Via de regionale monitoring; uitgevoerd in samenwerking met Maastricht, als inkopende centrumgemeente; worden gegevens gevolgd over doelbereik, duur van trajecten, eventuele terugval, veiligheid en cliënttevredenheid. Daarnaast worden periodiek accountgesprekken gevoerd met aanbieders, waarin casuïstiek, kwaliteit en verbeteracties worden besproken. Waar nodig worden thematische audits ingezet.

Extern toezicht door de Gecertificeerde Instellingen en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd borgt dat aanbieders veilig en verantwoord werken.

44

Jaarrekening

33

PRO

Door deze combinatie van monitoring, contractmanagement en extern toezicht ontstaat een actueel en betrouwbaar beeld van de kwaliteit van de uitvoering en de mate waarin de geboden hulp passend is voor jeugdigen en gezinnen. VRAAG: Is er bekend hoeveel er bij jeughulp aanbieders (intern of extern) wordt doorverwezen? ANTWOORD: Binnen de jeugdhulpketen ontstaat inzicht in doorverwijzingen vooral via de bewegingen in arrangementen die zichtbaar worden in de regionale monitoring. Omdat de gemeente de jeugdhulp gezamenlijk met Maastricht inkoopt, wordt deze dynamiek structureel gevolgd binnen het regionale contractmanagement. In 2025 zien we in Stein een substantiële beweging in arrangementen, met een totale instroom en uitstroom die gedurende het jaar duidelijk laat zien dat inwoners regelmatig wisselen tussen vormen van ondersteuning. Eén inwoner kan meerdere arrangementen hebben binnen verschillende categorieën,

15

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

45

Jaarrekening

26-34

PRO

46

Jaarrekening

35

PRO

Vraag waardoor deze bewegingen zowel interne doorverwijzingen binnen aanbieders als externe doorverwijzingen naar andere organisaties of specialistische ondersteuning weerspiegelen. Met name binnen Jeugdhulp Ambulant is deze dynamiek zichtbaar, waar gedurende 2025 een groot deel van de totale instroom en uitstroom plaatsvond. Ook binnen Jeugdbescherming en Jeugdreclassering zien we door het jaar heen regelmatige wisselingen, passend bij de aard van deze trajecten. De regionale monitoring geeft daarmee inzicht in de mate waarin aanbieders breed kunnen ondersteunen, waar aanvullende expertise nodig is en waar knelpunten in het zorglandschap ontstaan. Zo ontstaat een actueel en betrouwbaar beeld van de doorverwijzingen binnen de jeugdhulp en de werking van de toegang. VRAAG: Hoe worden sociale doelstellingen gemeten? Is er een sociale kaart beschikbaar, of een dashboard/ overzicht waarop resultaten zichtbaar zijn? ANTWOORD: De doelstellingen worden gemonitord aan de hand van beleidsindicatoren, managementinformatie en trends binnen het sociaal domein. Hiervoor maken wij gebruik van een dashboard waarin onder andere data over Jeugd en Wmo zijn opgenomen. Daarnaast beschikken wij over applicatiespecifieke informatie waarmee aanvullende data en analyses kunnen worden gegenereerd.

Deze informatie wordt gebruikt om ontwikkelingen te volgen, resultaten te monitoren en waar nodig bij te sturen. Er is geen afzonderlijke sociale kaart of integraal dashboard waarin alle sociale doelstellingen in samenhang zichtbaar zijn. VRAAG: Zijn er gegevens over het aantal inwoners uit de gemeente Stein dat het Goede Morgen Huis in Geleen hebben bezocht? ANTWOORD: Nee, er is nog geen passend monitoringssysteem voor bezoekersstromen. Verschillende methoden zijn uitgeprobeerd en inmiddels is een nieuw concept in ontwikkeling waarmee inwoners hun herkomst kunnen aangeven.

47

Jaarrekening

35

PRO

Het is bovendien duidelijk dat zichtbaarheid binnen de gemeenten Beek en Stein nog verdere aandacht vraagt. Een evenwichtige regionale uitstraling is van belang om alle inwoners van de drie deelnemende gemeenten optimaal te bereiken. VRAAG: Hoe vaak is de bus van het Goede Morgen Huis in gemeente Stein geweest? Zijn er gegevens bekend over het aantal bezoekers? ANTWOORD: De bus van Goede Morgen is afgelopen jaar vooral ingezet bij evenementen en bijzondere activiteiten zoals De Landelijke Opschoondag en de Uitdeelactie van fruitbomen. Aantallen bezoekers zijn niet bekend.

16

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr 48

Doc Jaarrekening

Blz. 36

fractie PRO

Vraag VRAAG: Tot welke verbetering heeft de BAAS-campagne geleid binnen de gemeente Stein? ANTWOORD: De BAAS campagne is een gedragsveranderingscampagne. Het veranderen van gedrag kost veel tijd en is moeilijk meetbaar op korte termijn. Er is voor deze vorm gekozen omdat bewustwording alleen vaak niet genoeg is om gedrag blijvend te veranderen. De campagne loopt nu 1,5 jaar en wordt trapsgewijs ingezet. Allereerst was het doel het creëren van bewustwording rondom afvaloverlast en het belang van een schone leefomgeving. Ook het herkenbaar maken van het BAAS beeldmerk in al haar vormen kost tijd en aandacht. Of de BAAS campagne inmiddels onder een breed publiek bekend is zal in het najaar blijken. Tijdens de winkelgebiedenscan wordt, middels een enquête, hier specifiek bij stilgestaan.

49

50

51

17

Jaarrekening

Jaarrekening

Jaarrekening

36

37

37

PRO

PRO

PRO

Naast de herkenbaarheid van het BAAS beeldmerk en de inhoud van de campagne, richten we ons specifiek op het veranderen van het gedrag. En daarmee het terugdringen van zwerfafval, bijplaatsingen en dumpingen. De periode is helaas nog te kort om meetbaar te maken wat het effect van de campagne is op onze inwoners. VRAAG: Zijn er aantoonbare gegevens dat de hoeveelheid zwerfafval is afgenomen t.g.v de BAAS-campagne? ANTWOORD: Vooralsnog is er nog geen significante daling in de hoeveelheid zwerfafval geconstateerd. Er heeft een nul- en voortgangsmeting plaatsgevonden rondom de implementatie van de spiegelborden bij ondergrondse containers. Dit liet geen afname in het aantal bijplaatsingen zien. VRAAG: Zijn er gegevens bekend over welke inwoners gebruik hebben gemaakt van de isolatie adviesgesprekken? ANTWOORD: Inmiddels hebben in de gemeente Stein 1698 huishoudens een isolatie adviesgesprek gevoerd. Dat is 20 procent van de particuliere woningeigenaren (=afgerond 8300). VRAAG: Is het bekend of dit bewoners zijn die last hebben van energiearmoede en de subsidie het hardst nodig hebben? ANTWOORD: Hiervan vallen 89 huishoudens in de doelgroep energiearmoede. Dit is 32 procent van de totale doelgroep (=279).

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr 52

Doc Jaarrekening

Blz. 38

fractie PRO

Vraag VRAAG: Welke consequenties heeft de onderbezetting van het bodemteam van de Omgevingsdienst Zuid Limburg? ANTWOORD: Primair: Dit betreft een technische vraag op de jaarrekening 2025 van de GR ODZL (evenals vraag 53 en 54). Voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 20 mei jl. is gelegenheid geboden om technische vragen te stellen op de voorliggende stukken rondom deze jaarrekening, waar toen geen gebruik is gemaakt. De jaarrekening is in de vergadering van 28 mei jl. door uw raad vastgesteld. Secundair: Door de onderbezetting van het bodemteam van de ODZL vond in 2025 alleen toezicht plaats bij een verhoogd risico. Laagrisicodossiers werden voornamelijk administratief afgehandeld en fysieke controles vonden vooral plaats bij dossiers met een verhoogde kans op schade, fraude of maatschappelijke impact, waarbij de volgende factoren een rol kunnen spelen: • Mate en aard van de verontreiniging; • Risico voor mens en milieu; • Complexiteit van de sanering of toepassing; • Locatie-specifieke kwetsbaarheid; • Historie en naleefgedrag van betrokken partijen; • Bestuurlijk of maatschappelijk risico; • Kwaliteit en betrouwbaarheid van de ingediende stukken; • Urgentie en actualiteit.

53

54

55

18

Jaarrekening

Jaarrekening

Jaarrekening

38

38

41

PRO

VRAAG: Welke parameters worden gehanteerd om te besluiten dat een onderzoek een hoog risico vormt?

PRO

ANTWOORD: Zie antwoord 52. VRAAG: Welk risico is er om het aantal bodemonderzoeken met een minder hoog risico niet te onderzoeken? Kan dit leiden tot grotere gezondheidsschade in de toekomst?

PRO

ANTWOORD: Zulke risico’s worden zorgvuldig afgewogen (zie antwoord 52). VRAAG: Is er een overzicht hoe aantal benodigde woningen zoals benoemd in de woonzorgvisie wordt bijgehouden? Kan dit in een dashboard/ overzicht inzichtelijk gemaakt worden?

Vragen naar aanleiding van de jaarrekening 2025

Nr

Doc

Blz.

fractie

56

Jaarrekening

67-69

PRO

57

Jaarrekening

67-69

PRO

Vraag ANTWOORD: Wij houden uiteraard de gevraagde gegevens bij. Het voornemen is om u eenmaal per jaar middels de jaarlijkse themasessie wonen voor de gemeenteraad te informeren over de stand van zaken omtrent woningbouw. VRAAG: Hoe robuust en zeker zijn de lopende grondexploitaties? Zijn de baten nog steeds accuraat met de huidige inflatie van bouwkosten en marktonwikkelingen aan de opbrengstzijde? ANTWOORD: Bij het vaststellen van de nota grondbeleid in de raadsvergadering van 11 december 2025 heeft de raad besloten om voor de afdekking van risico’s een reserve grondexploitaties te hanteren. Er is voor de lopende exploitaties in die nota grondbeleid een integrale risico-analyse gemaakt. Het daaruit becijferde benodigde weerstandsvermogen is gestort vanuit de algemene reserve naar de reserve grondexploitaties. Daarmee kunnen de opkomende risico’s binnen de grondexploitaties in principe opgevangen worden uit de reserve grondexploitaties. Uiteraard blijven we de grondexploitaties monitoren en actualiseren voor zover de ontwikkeling van bouwkosten hier aanleiding voor blijken te geven. VRAAG: Worden de grondexploitaties regelmatig geactualiseerd en op welke manier? Door de gemeente, een ontwikkelaar of een derde partij? ANTWOORD: In de raadsvergadering van 11 december 2025 heeft de raad besloten over de nota grondbeleid.

Hierin is vastgelegd dat de grondexploitaties jaarlijks worden geactualiseerd, op momenten die gekoppeld zijn aan de planning en control documenten. De raad kan dit terugvinden in de paragraaf Grondbeleid. De gemeente actualiseert zelf haar eigen grondexploitaties.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=cec4c230-3617-40bd-883a-5d444c85e97e