CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

Beeldvormende bijeenkomst 25 juni 2025, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Kadernota 20262.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen naar aanleiding van de kadernota 2026 Nr 1

2

3

sub

Blz. 4-614

6

7

fractie CMB

CMB

CMB

Vraag VRAAG: Wanneer zijn de cijfers van de meicirculaire bekend en wordt de raad daarover geïnformeerd ? Hoe zien de definitieve bedragen van de tabel op blz. 4 en 14 er dan uit? ANTWOORD: De meicirculaire is op 28 mei gepubliceerd. Vanaf 2 juni was het mogelijk om de financiële effecten hiervan door te rekenen. Deze effecten zijn vervolgens voorgelegd aan het college en doorgeleidt naar de gemeenteraad. Inmiddels zijn de stukken dus beschikbaar en kunt u ook de actuele saldi raadplegen. VRAAG: Welke laatste stand van zaken hebt u omtrent de huurbevriezingen en welke gevolgen brengt zulks met zich mee? ANTWOORD: De meest recente stand van zaken is dat minister Keijzer (BBB) het voorstel om de sociale huren twee jaar te bevriezen heeft ingetrokken. Dit besluit is genomen op basis van het advies van de Raad van State, politieke ontwikkelingen en de wens om rust en duidelijkheid te bieden in de volkshuisvesting. Het gevolg is dat sociale huren in 2025 en 2026 weer kunnen stijgen volgens de geldende regels. Woningcorporaties zijn positief over de intrekking, maar het heeft op zijn minst voor de nodige onrust en stilstand (lees: vertraging) gezorgd. De corporaties gaan zelf over hun investeringscapaciteit. Vanuit o.a. onze prestatieafspraken houden wij wel vinger aan de pols.

VRAAG: Grondbeleid en kostenverhaal: kan een indicatie worden gegeven van de financiële consequenties voor de ambtelijke organisatie c.q. extra benodigde (ambtelijke) capaciteit t.b.v. het voeren van een actiever grondbeleid ? ANTWOORD: De meeste kosten (o.a. ambtelijke uren, aanschaf applicaties, opleidingen) zullen naar verwachting gedekt kunnen worden vanuit de opbrengsten (grondexploitatie of kostenverhaal). Wel zal er een startbudget beschikbaar moeten worden gesteld voor de grondreserve en voor strategische aankopen. Een en ander wordt momenteel onderzocht en uitgewerkt mede naar aanleiding van de uitkomsten uit de oordeelvormende raadsvergadering van 22 mei jongstleden.

4

5

9

9 -10

CMB

CMB

VRAAG: Hoe verhoudt zich het gestelde dat “de begroting gericht is op voortzetting van bestaand beleid’ tot “het voeren van een actiever Grondbeleid” vermeld op blz. 7 (en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ? ANTWOORD: Actiever grondbeleid volgt uit de woningbouwopgave zoals die is opgenomen in de woonzorgvisie Stein 2023-2028 zoals die op 28 september 2023 door uw raad is vastgesteld. Voor de financiële implicaties verwijzen wij kortheidshalve naar ons antwoord op vraag 3. VRAAG: Er wordt voorgesteld om het Voorzichtigheidsprincipe meer los te laten omdat de laatste jaren structureel sprake was van onderuitputting. Een andere optie zou kunnen zijn, om meer realistisch te plannen m.b.t. voorgenomen investeringen. Hoe staat u hier tegenover ? ANTWOORD: Tijdens de themasessie van 13 maart is uitgebreid stilgestaan bij de investeringsplanning en de daaraan gerelateerde onderwerpen. Er wordt gestreefd naar het opstellen van een zo realistisch mogelijke investeringsplanning, die recht doet aan de

1

17-6-2025

Vragen naar aanleiding van de kadernota 2026 Nr

6

7

8

9

sub

Blz.

fractie

Vraag ambities binnen onze gemeente. Tegelijkertijd constateren wij dat sprake is van diverse (externe) afhankelijkheden, onvoorziene omstandigheden en interne factoren, waardoor de uitvoerbaarheid van de planning niet altijd gegarandeerd kan worden.

10

CMB

VRAAG: Het voorzichtigheidsprincipe wordt losgelaten omdat er daardoor sprake kan zijn van onderbestedeing waardoor opgaven van ambities onvoldoende ruimte krijgen in de begroting. Hoe verhoudt zich deze stellingname tot het begroten van 23 mio aan investeringen en daar slechts iets meer dan de helft van realiseren. Dat is toch ook onderuitputting? Met die (arbeidskracht)ruimte kunnen toch ook andere zaken gerealiseerd worden?

10

12

13

CMB

ANTWOORD: Zie antwoord vraag 5. VRAAG: Kan door het enigszins loslaten van het voorzichtigheidsprincipe de onderuitputting mogelijk ook stijgen?

CMB

ANTWOORD: Dit is onwaarschijnlijk. Het voorstel is gedaan om bij het opstellen van de begroting iets meer risico te nemen. Daarmee hopen we de onderuitputting te beperken, zonder uiteraard de zorgvuldigheid uit het oog te verliezen. VRAAG: Op welke aspecten tracht u de kwaliteit van BOA’s structureel te kunnen verhogen?

CMB

ANTWOORD: Onze omgeving verandert en de werkzaamheden van de BOA’s veranderen hierbij mee. Toekomstgericht worden er meer competenties en vaardigheden verwacht van BOA’s, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, communicatie en samenwerking met ketenpartners. Daarnaast kijken we in het onderzoek ook naar de benodigde bevoegdheden om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren én naar de BOA capaciteit die hiervoor nodig is. In het onderzoek wordt er ook geadviseerd over de wijze waarop de gemeentelijke organisatie betrokken moet zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden van de BOA. VRAAG: Inrichting gemeentehuis: zijn in het geraamde investeringskrediet ad € 100.000 ook de kosten meegenomen van de upgrading (met name installaties) van de raadszaal ? ANTWOORD: Voor de cameratechniek in de raadzaal wordt voor het jaar 2025 in de bestuursrapportage het bestaande krediet van € 32.000 opgehoogd tot € 175.000.

10

5

VVD

Om het gebruik en uitstraling van het gemeentehuis te verbeteren, wordt in de kadernota 2026 gevraagd een apart krediet van € 100.000 op te nemen in de nieuwe begroting 2026. VRAAG: Wat is het risico van het opnemen van 100% van de stelpost van het BCF compensatiefonds tov de voorheen 75%? Hoeveel zijn wij als gemeente onder het plafond gebleven? En hoeveel van de stelpost hebben we het laatste jaar gebruikt? En de stelpost van 418.900 is dan 100%? Dat dit lager is dan de oorspronkelijke raming, betekent dat wij onze stelpost te hoog hadden ingetekend? ANTWOORD: BCF staat voor BTW-compensatiefonds. Dit is een regeling van de Rijksoverheid waarmee gemeenten en andere decentrale overheden de btw kunnen terugvragen die zij betalen over bepaalde uitgaven. Het Rijk stelt hiervoor jaarlijks een plafond vast: een maximumbedrag dat alle gemeenten samen mogen terugvragen uit het fonds. Zolang dit gezamenlijke bedrag onder het plafond blijft, is er sprake van ruimte onder het plafond. Gemeenten krijgen in dat geval de ruimte onder het plafond terug, en deze vergoeding mag ook structureel in de begroting worden opgenomen.

2

17-6-2025

Vragen naar aanleiding van de kadernota 2026 Nr

11

12

13

sub

Blz.

fractie

6

VVD

7

7

VVD

VVD

Vraag Er zit echter een risico aan: als de landelijke ruimte onder het plafond kleiner wordt, kan dat betekenen dat gemeenten minder terugkrijgen dan eerder verwacht. In dat geval moeten we de structurele stelpost voor de BCF-compensatie verlagen. Dat risico geldt ook als je slechts een deel (bijvoorbeeld 75%) in de begroting opneemt, al is het wel in verhouding kleiner. Belangrijk om te weten is dat het plafond een macro-grens is, dus landelijk. Gemeenten hebben geen individueel plafond; de ruimte onder het plafond hangt af van het totale gebruik door alle gemeenten samen. We hebben de stelpost moeten verlagen, omdat de beschikbare ruimte onder het plafond ten opzichte van het voorgaande jaar is afgenomen. Volgens de richtlijnen van de provincie dient de stelpost gebaseerd te worden op het voorgaande jaar (een percentage %); het is daarom niet mogelijk om deze naar eigen inzicht te verhogen of te verlagen. VRAAG: In hoeverre zal de eigen bijdrage WMO een extra last bezorgen voor mensen die het financieel al zwaar hebben? ANTWOORD: De eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen wordt inkomensafhankelijk, zodat mensen met een lager inkomen minder betalen dan mensen met een hoger inkomen. Voor inwoners met een bescheiden inkomen blijft de bijdrage beperkt tot het minimumbedrag van € 23,60 per maand.

Dit geldt voor alleenstaanden met een inkomen tot ongeveer € 24.500 per jaar en voor meerpersoonshuishoudens met een inkomen tot ongeveer € 34.000. Naarmate het inkomen en vermogen stijgt, loopt de eigen bijdrage geleidelijk op. De maximale bijdrage is € 328 per maand. Die geldt pas bij een jaarinkomen van zo’n € 61.000 voor alleenstaanden en € 70.500 voor meerpersoonshuishoudens. We begrijpen dat een eigen bijdrage voor sommige mensen alsnog zwaar kan vallen. Als blijkt dat iemand hierdoor echt in financiële problemen komt, dan wordt er gekeken naar een passende oplossing. Het Centraal Meldpunt Bijzondere Bijstand (CMB) heeft aangegeven dat er ruimte is om – afhankelijk van de persoonlijke situatie – (gedeeltelijke) kwijtschelding van de eigen bijdrage toe te passen. Er wordt dan, conform de geldende beleidsregels voor bijzondere bijstand, gekeken naar het inkomen, de vaste lasten en andere omstandigheden. Kortom: de bijdrage is afgestemd op wat mensen kunnen dragen, en wie desondanks in de knel komt, kan rekenen op een beoordeling op maat. Zo zorgen we ervoor dat zorg voor iedereen toegankelijk blijft.

VRAAG: Hoe realistisch is het dat we de CDOKE-regeling daadwerkelijk kunnen inzetten en extra personeel kunnen aantrekken, gezien huidige arbeidsmarkt en schaarste van deze kennis? Als we deze niet inzetten, vloeit deze dan terug naar het Rijk? ANTWOORD: Op dit moment zetten wij de CDOKE middelen al in om personeel in te huren of om specifieke opdrachten weg te zetten bij externen. Wij zijn voornemens extra mensen aan te trekken en gaan ervanuit dat we deze kunnen vinden in de nabije toekomst. Indien niet alle middelen worden ingezet dan moeten deze worden terugbetaald aan het rijk. VRAAG: In hoeverre zijn wij als gemeente al ingericht op de BIO2.0? Op welke vlakken verwachten wij dat voor onze organisatie deze impact fors zal zijn? Hebben we hier voldoende capaciteit voor ingericht of zien we hier krapte? Verwachten wij dat we dit tijdig kunnen inrichten? ANTWOORD: De BIO (2019) is geactualiseerd naar de BIO 2.0. Als gemeente zijn we grotendeels ingericht op basis van de huidige BIO (2019). Hiermee is een stevige basis gelegd voor informatiebeveiliging binnen de organisatie. Op dit moment voeren we een GAP-analyse uit in het kader van de Europese NIS2richtlijn. Deze analyse geeft tevens inzicht in onze volwassenheid en inrichting ten opzichte van de BIO 2.0.

Aangezien beide kaders op vergelijkbare thema’s sturen zoals risicobeheersing, ketenbeveiliging en sturing op doelstellingen. In hoeverre wij al voldoende zijn ingericht hierop wordt duidelijk door de uitvoering van de GAP-analyse. Daar hebben we nu nog geen volledig beeld van.

3

17-6-2025

Vragen naar aanleiding van de kadernota 2026 Nr

14

sub

Blz.

fractie

8

VVD

Vraag De Gap-analyse is naar verwachting in Q3 2025 afgerond en gaat een concreet beeld geven van de huidige situatie, de te nemen stappen en de benodigde capaciteit en middelen. Op basis daarvan kunnen wij realistische plannen en een aanpak opstellen. Vooruitlopende verwachten wij dat een gefaseerde aanpak noodzakelijk zal zijn, waarbij op basis van risicogerichtheid en urgentie keuzes worden gemaakt. VRAAG: De milieuparken zijn verouderd en zijn aan vervanging toe. Wat wordt hier mee bedoeld/ Uitrusting? Locatie? Milieupark Stein heeft toch onlangs een upgrade gehad? ANTWOORD: Het klopt dat op het milieupark Stein recent noodgedwongen aanpassingen zijn doorgevoerd. Echter hetgeen gesteld in de kadernota betreft alle milieuparken binnen de Westelijke Mijnstreek. Ieder milieupark binnen de regio kent zijn eigen uitdagingen zoals bijvoorbeeld achterstallig onderhoud, verouderde installaties en ruimtegebrek. Ruimtegebrek zorgt ervoor dat de milieuparken niet toekomstbestendig kunnen worden ingericht en het bereiken van landelijke en regionale doelen lastig wordt.

15

9

VVD

VRAAG: Waar in de vorige alinea genoemd wordt dat begroting gericht is op voortzetting bestaand beleid, o.a. door de onzekere financiële situatie, wordt er in de volgende alinea voorgesteld om het voorzichtigheidsprincipe enigszins los te laten. Hoe staat de “onzekere financiële situatie” tot ‘iets meer risico nemen”? En wat is een potentieel risico van het enigszins loslaten van het voorzichtheidsprincipe? ANTWOORD: Het voorstel om iets meer risico te nemen bij het opstellen van de begroting is bedoeld om de onderuitputting te beperken. Hoewel de financiële situatie onzeker blijft, betekent dit niet dat zorgvuldigheid wordt losgelaten. Het gaat om het versoepelen van overmatige voorzichtigheid, niet om onverantwoorde keuzes. Het risico van deze benadering is dat, bij tegenvallers, sneller moet worden bijgestuurd. In dat geval zullen wij via de reguliere P&C-documenten bij u als raad terugkomen om dit voor te leggen.

16

11

VVD

VRAAG: Wat wordt er bedoeld met de zin: “de OZB-opbrengsten kunnen extra worden verhoogd indien de financiële positie dat vraagt”? ANTWOORD: In het belastingplan Gemeente Stein 2021 is het volgende opgenomen: Naast de indexering kunnen de OZB-opbrengsten extra worden verhoogd indien de financiële positie dat vraagt.

17

12

VVD

Concreet betekent dit dat – afgezien van de reguliere indexering – geen aanvullende verhoging van de belastingtarieven wordt doorgevoerd. In het belastingbeleidsplan is wel ruimte opgenomen om, indien de financiële situatie daar om vraagt, een extra verhoging toe te passen. Tot op heden is van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt, en er zijn op dit moment ook geen voornemens om een dergelijke maatregel voor te stellen. VRAAG: In 2025 is gestart met het professionaliseren van de (inzet van) BOA’s binnen de gemeente Stein. Welke stappen worden dan hier concreet in gezet? ANTWOORD: Zie de beantwoording van vraag 8.

4

17-6-2025

Vragen naar aanleiding van de kadernota 2026 Nr 18

19

20

21

22

sub

Blz. 13

13

7

7

12

fractie VVD

Vraag VRAAG: Waarom wordt een vervanging materiaal groen als investeringskrediet gepakt en niet als eenmalige kostenpost?

VVD

ANTWOORD: Conform onze financiële verordening en het bijbehorende afschrijvingsbeleid wordt vervanging als investering geboekt als: Het materiaal duurzaam actief is , gaat meerdere jaren mee. Draagt bij aan de productiecapaciteit of efficiëntie van het wijkteam. VRAAG: Kunt u toelichten wat de aanpassingen zijn mbt een efficientere werkomgeving en een meer representatieve uitstraling?

DOS

DOS

DOS

ANTWOORD: Op dit moment wordt de RI&E geactualiseerd en hieruit komt naar voren dat aanpassingen nodig zijn om de werkomgeving te verbeteren. De vergaderruimten en werkruimten worden heringericht zodat die beter aansluiten bij verschillende werkvormen. Er komt aandacht voor meubilair en verbeterde technische voorzieningen. VRAAG: Welke risico’s zijn er verbonden aan het uitblijven van externe cofinanciering voor de uitvoering van de transformatievisie Urmond-Oost? ANTWOORD: De risico’s zijn: 1. Minder draagkracht van de stakeholders door een lagere investeringskrediet. Het risico is dat de stakeholders zich hierdoor terugtrekken. 2. Minder draagkracht van de inwoners door een verminderd budget voor participatie en communicatie. 3. Het masterplan sluit minder aan bij de transformatievisie en de beoogde gebiedsontwikkeling. Dit door de te maken budgettaire keuzes. Een geforceerde keuze tussen een minder omvangrijke gebiedsontwikkeling of het bij ramen van het budget vanuit eigen gemeentelijke middelen. VRAAG: Wat zijn de mogelijke organisatorische implicaties van het voorgestelde actievere grondbeleid? ANTWOORD: Zie antwoord vraag 3. Dit wordt momenteel onderzocht en inzichtelijk gemaakt.

VRAAG: Zijn er op voorhand al (significante) ontwikkelingen / wijzigingen te benoemen die een rol gaan spelen binnen de herijking Omgevingsvisie 2026? ANTWOORD: Relevante ontwikkelingen om bij de mogelijke herijking van de gemeentelijke omgevingsvisie rekening mee te houden zijn in ieder geval de provinciale omgevingsvisie die naar verwachting eind 2025 wordt vastgesteld. Daarnaast zal worden bekeken of in de tussentijd tussen vaststelling van de huidige omgevingsvisie van maart 2022 en het moment van de herijking in 2026 nog andere relevante beleidsstukken of visies zijn vastgesteld die zouden moeten leiden tot aanpassing van de omgevingsvisie, zoals bijvoorbeeld de woonzorgvisie en de transformatievisies.

5

17-6-2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=858756eb-8037-4d2c-959d-cbcd9143f2ca