B.3.3 Bruisend Hart Nieuwdorp_Toelichting
Tekst van het document
Richt het gebouw zodanig in dat intern van de risicobron afgevlucht kan worden en dat er vluchtwegen aan alle zijden aanwezig zijn. Richt een ontruimingsplan in en oefen met de betreffende scenario's. Voorzien in risicocommunicatie om het risicobewustzijn te vergroten. Toxische scenario's Voer het complex en de woningen uit met voorzieningen om binnendringen van giftige gassen te voorkomen of uit te stellen. Hieronder wordt verstaan de woningen uitvoeren met ventilatie beperkende maatregelen (uitschakelbare ventilatie die centraal kan worden aangestuurd en luchtinlatende ventilatieopeningen die niet aan de zijde van de risicobron zijn aangebracht). Maak de gebruikers bewust van de risico's en het handelingsperspectief: binnenblijven, ramen en duren sluiten en mechanische ventilatie uitzetten. Neem het toxisch scenario en het handelingsperspectief op in het noodplan van de gebouwen (met name verantwoordelijkheid uitschakelen mechanische ventilatie). Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Neem bij de verdere uitwerking van het plan ten aanzien van bluswatervoorziening en bereikbaarheid contact op met de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Bovenstaande adviezen hebben met name betrekking op de uitwerking van de (bouw)plannen in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning.
Bij de verdere uitwerking van deze (bouw)plannen zal dan ook (waar mogelijk) rekening worden gehouden met deze adviezen en invulling aan worden gegeven. In de planregels is wel al een regeling opgenomen ten behoeve van de bereikbaarheid van voor mensen toegankelijke bouwwerken en de aanwezigheid van (voldoende) bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen voor brandweerauto's (zie artikel 10.2 en 10.3).
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
53
4.7.3 Convenant Versterking veiligheid Chemelot In het kader van externe veiligheid hebben de provincie Limburg, de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek, Stichting Chemelot, Chemelot Site Permit (CSP) en DSM nadere afspraken gemaakt over het versterken van de veiligheid rondom Chemelot. Met deze afspraken creëren de partijen een nog veiligere leefomgeving rondom de site Chemelot. De afspraken passen in de ambitie om de kwaliteit van de leefomgeving van Chemelot te verhogen. Deze ambitie ligt vast in de Strategische Gebiedsvisie Omgeving Chemelot. De gemeenten worden beschermd tegen ongewone voorvallen en er worden afspraken gemaakt over nieuwe ontwikkelingen binnen en buiten Chemelot. De afspraken gaan verder dan de huidige wet- en regelgeving. Het convenant is van toepassing op nieuwe initiatieven binnen en buiten Chemelot. Maar ook op ingrijpende veranderingen aan bestaande installaties die een veranderend risicoprofiel met zich meebrengen. Er wordt een pilot gestart om nieuwe initiatieven te beoordelen op integrale veiligheid. Het gaat hierbij om externe veiligheid, maar ook om andere veiligheidsaspecten en economische meerwaarde. Ook worden keuzes gemaakt op basis van best beschikbare technieken op het gebied van veiligheid.
De omliggende gemeentes (Sittard-Geleen, Stein en Beek) op hun beurt stemmen de ruimtelijk-planologische ontwikkeling van het gebied rondom Chemelot af op de aanwezige risico’s. De partijen hebben afgesproken dat de in het convenant genoemde verplichtingen tegen eind 2025 zijn gerealiseerd. De partijen monitoren de afspraken de komende jaren en sturen deze daar waar nodig bij. De afspraken hebben betrekking op bijvoorbeeld bestemmingsplannen, omgevingsplannen, vergunningsvoorschriften en contractuele afspraken. Voor iedere partij zijn in het convenant maatregelen opgenomen om de veiligheid op en rondom Chemelot te versterken. Het convenant is vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg en de colleges van Burgemeester en Wethouders van Sittard-Geleen, Stein en Beek en de directies van de Stichting Chemelot, CSP en DSM. De betreffende partijen hebben zich tot het volgende verplicht:: Partijen nemen de in het veiligheidskader gehanteerde uitgangspunten inhoudende: dat de veiligheidssituatie op termijn omhoog dient te gaan; dat de toepassing ziet op veranderende situaties (geen ‘terugwerkende kracht’); een integrale benadering van veiligheid en alle optredende-effecten; een proportionele kosten-batenafweging van maatregelen versus veiligheidswinst, vooralsnog over en 1.
geven daartoe in een pilotomgeving nadere uitwerking en afbakening aan het concept integrale veiligheid op basis van de eerste grofmazige uitwerking als ontwikkeld; 2. besluiten op basis van de resultaten van deze testpilots medio 2023 definitief over bovengenoemde uitgangspunten in relatie tot de relevante eigen visie- en beleidskaders. Bij de verdere uitwerking van de (bouw)plannen zal bezien worden hoe hieraan nader invulling kan worden gegeven. 4.7.4 Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'externe veiligheid' geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
54
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
4.8
Kabels en Leidingen
4.8.1 Wettelijk kader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer1 . hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken2 . = 'Leidingen die deel uitmaken van een inrichting' zijn leidingen binnen de inrichtingsgrens die in beheer zijn van de drijver van de inrichting én leidingen die in beheer zijn van derden waarmee een product wordt geleverd aan de betreffende inrichting (Laatstgenoemde leidingen hebben een zgn. functionele binding met de inrichting, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer). 1
= Onder zgn. 'leidingen voor andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten' worden in ieder geval leidingen verstaan voor transport van nafta, waterstof, koolstofdioxide, stikstof, zuurstof, ethyleen en propyleen. 2
4.8.2 Toepassing Uit voorgaande paragraaf is reeds gebleken dat de gesignaleerde buisleidingen op dusdanige afstond tot het plangebied zijn gelegen, dat ze geen belemmeringen vormen voor onderhavig planvoornemen. In of nabij het plangebied zijn verder geen kabels en/of leidingen aanwezig die ten behoeve van het gebruik en/of de veiligheid daarvan planologische bescherming behoeven, en daarmee een belemmering voor onderhavig planvoornemen betekenen. In het straatprofiel van de omliggende wegen (Bergènkenstraat, Pastoor van Heldenplein (en de Peldenstraat) en Heisteeg) zijn wel de reguliere leidingen voor gas, water, elektra en telefonie/internet gelegen. Deze leidingen worden doorgetrokken in de nieuwe ontsluitingsweg om de nieuwe woningen en zorgeenheden hierop aan te sluiten. 4.8.3 Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'kabels en leidingen' geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
55
4.9
Bedrijven en milieuzonering
4.9.1 Wettelijk kader Zowel in het kader van een goede ruimtelijke ordening als vanuit milieuwet- en regelgeving wordt gestreefd naar het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten, met als doel het handhaven en waar mogelijk bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Dit gebeurt onder andere door het fysiek scheiden van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige objecten (zoals woningen) door het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding daartussen. Deze ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand, hetgeen ook wel wordt aangeduid als milieuzonering. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen (blijven) uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in de praktijk gebruik gemaakt van VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave). De VNG-uitgave geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten.
De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor veelvoorkomende milieubelastende activiteiten richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies, uitgaande van een gemiddeld modern bedrijf. Deze lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. In de onderstaande tabel staan de richtafstanden bij de verschillende bedrijfscategorieën weergegeven.
Richtafstanden per bedrijfscategorie Werking handreiking op hoofdlijnen In de handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten ingedeeld in typen (milieubelastende) bedrijvigheid, gerangschikt naar SBI-code. Dit betekent dat er is gestandaardiseerd en dat is uitgegaan van gemiddelde
56
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
situaties. De hieruit voortvloeiende richtafstanden (10 tot 1500 meter) geven een indicatie van de te verwachten milieubelasting. Deze milieubelasting dient vervolgens te worden afgezet tegen de belasting waarvan in de omgeving al sprake is. Ook dit is gestandaardiseerd, in dit geval in twee omgevingstypen: 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. Samengevat dient men als volgt te werk te gaan: bedrijf(sactiviteit) indelen in een SBI-code; de hoogste bij de SBI-code behorende richtafstand is bepalend; bepalen van welke omgevingstype er sprake is; de richtafstand met 1 stap verlagen indien sprake is van type 'gemengd gebied'. Gemotiveerd toepassen Soms is niet geheel duidelijk in welke categorie een bepaalde situatie valt. Ook kan een feitelijke situatie significant verschillen als gevolg van specifieke bedrijfsprocessen, hinderbeperkende maatregelen, de concrete inrichting van het bedrijf en/of de geldende milieuvergunning. De daadwerkelijke milieubelasting kan in dat geval aanzienlijk afwijken van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het bepalen van de standaard richtafstanden.
Dit is de reden dat de Afdeling heeft bepaald dat de richtafstanden niet zondermeer overgenomen mogen worden: er dient te worden gemotiveerd waarom welke afstanden gelden (ofwel waarom een situatie in een bepaalde categorie valt) en waarom hier (eventueel) van kan worden afgeweken. Voor een onderzoek naar de milieuzonering kan daarom concreet en gedetailleerd onderzoek naar de feitelijke milieubelasting zinvol of noodzakelijk zijn. De handreiking bevat hiervoor een aantal stappenplannen. 'Rustige woonwijk/rustig buitengebied' of 'gemengd gebied' In een intensief gebruikt gebied met veel functies en "bedrijvigheid" wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. Dit heeft onder andere te maken met acceptatie, gewenning en achtergrondbelasting. De VNG-uitgave hanteert twee omgevingstypes: 'rustige woonwijk en rustig buitengebied'; 'gemengd gebied'. Bij het bepalen van het van toepassing zijnde omgevingstype moet niet gekeken worden naar de locatie zelf maar naar het (soort) gebied waarin de locatie ligt. Wijze van meten van de richtafstanden De richtafstand geldt in eerste instantie vanaf de grens van het perceel waarop een milieubelastende bestemming c.q. functie rust tot de grens van het perceel waarop een woning (milieugevoelige bestemming) volgens het bestemmingsplan mogelijk is.
Wanneer deze afstand niet toereikend is, wordt gekeken naar de maximale bouwmogelijkheden. 4.9.2 Toetsing Met onderhavig plan worden (maximaal) 35 woningen en 32 zorgeenheden gerealiseerd, hetgeen een (nieuwe) milieugevoelige functie betreft. Hierom moet worden gekeken naar de invloed van en invloed op omliggende milieubelastende functies. Dit gebeurt, zoals gezegd, op basis van de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (hierna: VNG-uitgave). Hieruit blijkt dat bij woningen (en zorgeenheden) geen sprake is van een milieuzone ten opzichte van derden. De woningen (en zorgeenheden) zelf kunnen echter wel beïnvloed worden door milieuhinder van omliggende functies. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich de volgende milieubelastende functies waarvoor op
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
57
basis van de VNG-uitgave de navolgende richtafstanden gelden: Milieubelastende functie
Grootse richtafstand
Afstand tot milieugevoelige bestemming
Centrumvoorzieningen aan de Peldenstraat (bedrijven tot en met categorie 2)
30 meter
ca. 32 meter
'Huis Nieuwdorp' aan de Bergènkenstraat 9 30 meter (maatschappelijke functie met ondergeschikte detailhandel)
ca. 31 meter
Medisch centrum aan de Bergènkenstraat 11 (maatschappelijke functie)
10 meter
ca. 70 meter
Businesspark Stein (bedrijven tot en met categorie 4.2)
300 meter
ca. 500 meter
Onderhavig plangebied ligt te midden van de wijk Nieuwdorp te Stein, direct aangrenzend aan het centrumgebied. Het plangebied ligt voornamelijk 'ingeklemd' door bestaande woningen (eventueel met een aan huis verbonden beroep). Ten noorden van het plangebied zijn enkele maatschappelijke functies aanwezig (zoals een medisch centrum). Aan de westelijke zijde van het plangebied bevinden zich enkele centrumvoorzieningen, waaronder een fietsenwinkel, kapperszaak en tattooshop. Hierdoor is sprake van enige vorm van functiemenging en kan dus worden uitgegaan van een 'gemengd gebied'. Dit betekent dat ten aanzien van de toepasselijke richtafstanden één stap kan worden teruggezet, en ziet er als volgt uit: Milieubelastende functie
Grootse richtafstand bij gemengd gebied
Afstand tot milieugevoelige bestemming
Centrumvoorzieningen aan de Peldenstraat (bedrijven tot en met categorie 2)
10 meter
ca. 32 meter
'Huis Nieuwdorp' aan de Bergènkenstraat 9 10 meter (maatschappelijke functie met ondergeschikte detailhandel)
ca. 31 meter
Medisch centrum aan de Bergènkenstraat 11 (maatschappelijke functie)
0 meter
ca. 70 meter
Businesspark Stein (bedrijven tot en met categorie 4.2)
200 meter
ca. 500 meter
Gelet op het voorgaande wordt aan alle richtafstanden voldaan. Zelfs wanneer vanwege de ligging van het plangebied in een 'gemengd gebied' geen stap wordt teruggezet.
58
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
4.9.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de te realiseren woningen en zorgeenheden geen belemmerende werking hebben op de nabijgelegen milieubelastende functies c.q. bedrijven en andersom de bedrijven geen belemmering vormen voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat voor de woningen en zorgeenheden. Het aspect bedrijven- en milieuzonering levert derhalve geen belemmering op voor het bestemmingsplan.
4.10
Archeologie
4.10.1 Wettelijk kader Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij de vaststelling van nieuwe bestemmingsplannen, of bij afwijkingen op bestaande plannen, dient de gemeente aan te geven welke archeologische waarden er in de bodem verwacht worden en hoe men met deze waarden om zal gaan. Op basis hiervan kunnen gemeenten bij de verlening van omgevingsvergunningen eisen stellen met betrekking tot het aspect archeologie. Om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Binnen het kader van de Erfgoedwet (juli 2016), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, is men in beginsel verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren. 4.10.2 Toepassing De gemeente Stein beschikt over een archeologische beleidsadvieskaart waarin voor het hele gemeentelijke grondgebied de archeologische verwachtingswaarden (indicatief) in beeld zijn gebracht. Deze beleidskaart is in 2019, als onderdeel van het Erfgoedbeleid 2019 van de gemeente Stein, nog geactualiseerd.
Op de archeologische beleidsadvieskaart is het grondgebied van de gemeente Stein ingedeeld in verschillende categorieën. Per categorie wordt over het algemeen een drempel gehanteerd in de vorm van een minimale diepte (beneden maaiveld) en minimale oppervlakte van bodemingrepen.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
59
Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart met globale aanduiding plangebied (zie rode cirkel)
Tabel ondergrenzen voor archeologisch onderzoek per categorie Uit de archeologische beleidsadvieskaart volgt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachtingwaarde (categorie 4) geldt. Volgens bovenstaande tabel geldt hiervoor een algehele vrijstelling van archeologisch onderzoek. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat de beoogde bebouwing wordt gerealiseerd ter plaatse van een (voormalige) school- en kerklocatie, waar bestaande bebouwing aanwezig is (onder andere een schoolgebouw, gymzaal en kerkgebouw) en dus reeds in de grond is geroerd. Hierdoor is in het verleden de bodem binnen het plangebied op dusdanige wijze verstoord dat geen archeologische waarden (meer) zijn te verwachten of kunnen worden geschaad. Wanneer bij het uitvoeren van de (bouw)werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen (en derhalve sprake is van een toevalsvondst), wordt hiervan uiteraard (conform de Erfgoedwet) melding gedaan.
60
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
4.10.3 Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'archeologie' geen belemmering vormt voor onderhavig bestemmingsplan.
4.11
Cultuurhistorie
4.11.1 Wettelijk kader Bij het opstellen van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen dient op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) te worden voorzien in een beschrijving van de (eventueel) in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en de wijze waarop daarmee rekening wordt gehouden in het plan. 4.11.2 Toetsing De gemeente Stein heeft de gemaakte keuzes ten aanzien van de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen het gemeentelijk grondgebied doorvertaald in het 'Erfgoedbeleid 2019' (zie paragraaf 3.5.4). Deze keuzes zijn vervolgens juridisch-planologisch geborgd in het bestemmingsplan 'Erfgoed Stein' en de 'Erfgoedverordening Stein 2021' (beiden vastgesteld d.d. 22 juli 2021). Binnen het plangebied zijn de volgende cultuurhistorische waarden aanwezig: Een historisch gebouw, zijnde het kerkgebouw (en de pastoriewoning ) van de 'Onze-Lieve-Vrouw Hulp der Christenenkerk'. Een historisch tracé ter plaatse van de Heisteeg (weg ouder dan of gelijktijdig met middeleeuwse verkaveling). Kerkgebouw (en pastoriewoning) Het kerkgebouw is naar ontwerp van architect S.J. Dings omstreeks 1954 opgericht. Het betreft een driebeukige, bakstenen basiliek met westbouw en hoog opgetrokken zijbeuken. Tegen de zijbeuken staan halfronde doop- en devotiekapellen. Het priesterkoor is halfrond gesloten.
Het voorfront van deze basiliek wordt gedomineerd door een rechthoekig grondvlak opgetrokken westwerk. Een arcade van drie identieke rondbogen scheidt de narthex (entreeportaal aan de buitenzijde) van het plein. Op het platte dak staat een stalen kruis. Het middenschip heeft een zadeldak met een lage helling. De kerk vormt een ensemble met de pastoriewoning die gelijktijdig werd gebouwd. De cultuurhistorische waarden van de kerk bestaan uit het siermetselwerk, de natuursteen elementen en de glas-in-lood-ramen. Bij het wijzigen c.q. transformeren van het kerkgebouw zullen de (historische) bouwmassa, gevels en waardevolle elementen zo veel als mogelijk behouden moeten blijven. Met het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen het plangebied is in het planvoornemen zorgvuldig rekening gehouden. Zo blijft het westwerk (inclusief siermetselwerk, natuursteen elementen en glas-in-lood-ramen) in zijn geheel behouden. Ook de bijbehorende pastoriewoning blijft behouden. Het achterliggende gedeelte van de kerk wordt gesloopt. De L-vormige bebouwing die daarvoor in de plaats komt omarmt, voor wat betreft de bouwmassa en situering, het voormalige middenschip van het kerkgebouw. Het (voormalige) middenschip wordt getransformeerd naar een binnentuin, vanaf waar het rozetraam van het westwerk zichtbaar is. De footprint van de kerk blijft derhalve herkenbaar.
Voorgaande is ook reeds voorgelegd aan de welstands- en monumentencommissie (op 22 juni 2023). De commissie is voorstander van het behoud van het westwerk van het kerkgebouw en kan zich in het planvoornemen vinden. Met het planvoornemen blijft dus het cultuurhistorisch waardevolle gedeelte van het kerkgebouw (het westwerk) en de gehele pastoriewoning behouden. Ook blijft de (historische) bouwmassa van de kerk met
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
61
onderhavig plan herkenbaar. In de planregels (zie artikel 7) wordt de bescherming van de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied ook juridisch-planologisch geborgd. Historisch tracé (Heisteeg) Het historisch tracé ter plaatse van de Heisteeg blijft als gevolg van onderhavig planvoornemen onaangetast. De beoogde L-vormige bouwmassa bevorderd, gelet op de situering en oriëntatie daarvan, de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het historisch tracé. Bovendien is de bescherming van het historisch tracé in de planregels (artikel 8) voldoende verzekerd. 4.11.3 Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'cultuurhistorie' geen belemmeringen oplevert voor (de uitvoerbaarheid van) het bestemmingsplan.
4.12
Ecologie
4.12.1 Wettelijk kader Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op beschermenswaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Dit wordt geregeld in de Wet natuurbescherming die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Het natuurbeschermingsrecht is verder te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen, waaronder de Natura 2000-gebieden. 4.12.2 Soortenbescherming Om in te schatten of er binnen het plangebied planten- en/of diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door het planvoornemen, is door Ecolybrium een tweetal Quickscan's flora en fauna uitgevoerd. De Quickscan's flora en fauna d.d. 4 mei 2023 en 6 juni 2023 zijn bijgevoegd als Bijlage 6 en Bijlage 7 en hebben betrekking op het kerkgebouw respectievelijk de overige aanwezige bebouwing (en omgeving) binnen het plangebied. Voor de volledigheid wordt verwezen naar de uitgevoerde onderzoeken.
Kerkgebouw Op 14 april 2023 is het kerkgebouw zowel inpandig als uitpandig onderzocht op de aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten. Inpandig is de kerkzolder geïnspecteerd op mogelijke sporen van aanwezigheid van vleermuizen en andere zolderbewonende soorten (zoals uilen en steenmarter). Op de kerkzolder zijn enkele oude uitwerpselen van de grootoorvleermuis aangetroffen. Hierdoor kunnen effecten op de vaste rust- en verblijfplaats van de vleermuis optreden. Om vast te stellen welke functie de zolder precies heeft voor deze soort en om daarmee een gedegen toetsing te kunnen opstellen in het kader van de Wet natuurbescherming, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming, vanwege de beschermde status van vleermuizen en hun verblijfplaatsen. Tevens is er sprake van de aanwezigheid van de steenmarter op de kerkzolder boven het schip. Immers zijn daar grote hoeveelheden uitwerpselen van de steenmarter aangetroffen. Om vast te stellen of het hier gaat om een vrouwtjesverblijf waar jongen geboren worden of dat het enkel gaat om een verblijfplaats van een mannetje is vervolgonderzoek met behulp van cameravallen noodzakelijk. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan vervolgens worden bepaald of er sprake is van een specifieke mitigatieopgaaf.
62
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
Effecten op andere soorten zoals, broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten), planten, libellen, amfibieën, reptielen, dagvlinders en dergelijke zijn geheel uit te sluiten, omdat ter plaatse geen optimaal leefgebied/broedplekken en of groeiplaatsen aanwezig zijn. Tot slot dienen de werkzaamheden zoveel als mogelijk uitgevoerd te worden buiten de broedperiode van vogels die in de nabijheid van de kerk kunnen broeden. Overige bebouwing (en omgeving) binnen het plangebied Ten aanzien van de overige bebouwing (en de omgeving) binnen het plangebied is op 17 april 2023 onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Effecten op broedvogels met jaarrond beschermde nesten, zoals gierzwaluwen, huiszwaluwen en/of huismussen zijn geheel uit te sluiten, omdat er geen geschikte broedlocaties aanwezig zijn In de basisschool zijn open stootvoegen aanwezig, maar zitten allemaal dicht met spinnenrag of worden door andere insecten gebruikt. Deze openingen zijn dan ook ongeschikt om als zodanig te dienen voor vleermuizen. Effecten op vleermuizen (en hun vaste rust- en verblijfplaatsen) zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Effecten op andere beschermde soorten zoals, planten, libellen, dagvlinders, vissen, grondgebonden zoogdieren, reptielen, amfibieën, en overige ongewervelden zijn geheel uit te sluiten.
Tot slot zijn effecten op diverse algemeen voorkomende broedvogels (mogelijk in de aanwezige bomen in de zomerperiode) te voorkomen door de meest verstorende werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode (buiten februari tot en met augustus). Vervolgonderzoek Naar aanleiding van de conclusies en bevindingen uit de quickscan voor het kerkgebouw is nader ecologisch onderzoek naar vleermuizen en steenmarter uitgevoerd. Dit nader ecologisch onderzoek d.d. 16 november is als Bijlage 8 bijgevoegd. Op basis van dit nadere onderzoek en toetsing aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat: Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen, die permanent gebruikt worden, van gebouwbewonende vleermuizen aangetroffen in het kerkgebouw. Uit het vleermuisonderzoek kan geconcludeerd worden dat de zolder een niet permanent in gebruik zijnde verblijfplaats is voor 1-2 grootoorvleermuizen. Omdat er tijdens het vleermuisonderzoek geen enkele activiteit van grootoorvleermuizen is waargenomen en het onderzoek bestendig conform protocol is uitgevoerd en omdat de toren geheel intact blijft, achten wij het niet noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming. We adviseren wel om enkele verbetermaatregelen te treffen in de toren, omdat deze ruimte zeer open is en niet donker genoeg gedurende de dagperiode.
Op de kerkzolder heeft een mannelijke steenmarter zijn verblijfplaats. Bij de sloop van het gebouw is het noodzakelijk om een alternatieve steenmarterkast op te hangen in een van de nabij gelegen bomen (in het kader van de algemene zorgplicht (Art. 1.11 Wet natuurbescherming). Daarnaast moet de sloop uitgevoerd worden in de vrijstellingsperiode van de soort (15 augustus t/m februari) om daarmee een ontheffingsaanvraag te voorkomen. Indien rekening gehouden wordt met voorgaande bevindingen is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk en kan het kerkgebouw zonder belemmeringen gesloopt worden.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
63
4.12.3 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied of een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn de Grensmaas (op een afstand van ca. 1,2 kilometer) en het Bunder- en Elslooërbos (op een afstand van ca. 1,9 kilometer). De meest nabij gelegen gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen ten westen van de planlocatie (op een afstand van ca. 525 meter).
Kaartuitsnede met afstanden plangebied tot meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden
64
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
Kaartuitsnede met afstand plangebied tot Natuurnetwerk Nederland Gelet op genoemde (ruime) afstanden zijn externe effecten, zoals licht, trilling en geluid, als gevolg van onderhavig planvoornemen redelijkerwijs niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie op voor stikfstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden zijn vanwege de omvang van de voorgenomen plannen en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt daarom noodzakelijk geacht. Door middel van een berekening met de AERIUS-calculator is inzichtelijk gemaakt of het plan bijdraagt in een toename van stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Uit de berekening volgt dat de voorgenomen ontwikkeling in de zogenoemde gebruiksfase én realisatiefase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Significant negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie kunnen op basis van het voorgaande met zekerheid worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet is vereist.
De Notitie beoordeling stikstof (3 november 2023, kenmerk J230058) is bijgevoegd als Bijlage 9. Daaruit volgt - gezien het voorgaande - dat er op dit punt geen belemmeringen zijn voor de planontwikkeling.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
65
4.12.4 Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt op basis van de uitgevoerde onderzoeken geen belemmering voor het planvoornemen.
4.13
Water
Het doel van de waterparagraaf is om water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven bij het opstellen en beoordelen van alle waterhuishoudkundig relevante plannen. De waterparagraaf vraagt niet alleen om een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt de waterparagraaf gebruikt om het planvoornemen en de waterbelangen op elkaar af te stemmen. 4.13.1 Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (vastgesteld d.d. 18 maart 2022), de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021, betreft voor de ruimtelijke aspecten daarvan een structuurvisie conform de Waterwet. Bij het opstellen van dit programma is ook een doorkijk gemaakt naar de aanstaande Omgevingswet. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is voor het waterbeleid een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (zie hiervoor paragraaf 3.2.1). Het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De hoofdambities volgens dit programma betreffen: Een veilige en klimaatbestendige delta. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
Hierbij is een integrale aanpak noodzakelijk met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, woningbouw en natuurherstel. 4.13.2 ProvinciaalWaterprogramma 2022-2027 Op provinciaal niveau dient rekening te worden gehouden met het 'Provinciaal Waterprogramma 2022-2027' (vastgesteld d.d. 17 december 2021). Het provinciale programma betreft een uitwerking van de in de Omgevingsvisie Limburg (zie hiervoor paragraaf 3.3.1) opgenomen provinciale belangen op het gebied van water. De ambitie is om in 2050 een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem te hebben gerealiseerd, waarbij de focus ligt op "kwaliteit". Hiermee wordt bedoeld dat de kwaliteit van de leefomgeving wordt bevorderd door onder andere: de beveiliging tegen het hoogwater in de Maas te combineren met ruimtelijke kwaliteitsverbetering; de realisatie van een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem te zien als een belangrijke voorwaarde om te kunnen omgaan met wateroverlast en droogte met behoud van ruimtelijke kwaliteit; de waterkwaliteit en de inrichting van beken en waterafhankelijke Natura 2000-gebieden te verbeteren om een ecologische gezond watersysteem en een duurzaam Natuurnetwerk Limburg te realiseren; voldoende water van goede waterkwaliteit te realiseren ten behoeve van diverse waterafhankelijke functies, waaronder het behoud van een duurzame drinkwatervoorziening.
66
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
4.13.3 Waterschap Limburg De wijze waarop Waterschap Limburg adviseert over de wateraspecten rondom ruimtelijke ontwikkelingen is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (vastgesteld d.d. 8 december 2021). Dit is nader geconcretiseerd in de zogenoemde Keur (en Legger) van het waterschap. Het waterschap beschrijft in het programma onder andere hoe: inwoners worden beschermd tegen overstromingen vanuit de Maas; de juiste balans kan ontstaan tussen water afvoeren en water vasthouden; het water schoon wordt (gehouden) en wateren natuurlijk worden ingericht; rioolwater wordt gezuiverd en daarbij grondstoffen worden teruggewonnen en gebruikt. 4.13.4 Toepassing Onderhavig planvoornemen betreft de realisatie van (maximaal) 35 woningen en 32 zorgeenheden, een buurtcentrum en kantoor, met bijbehorende (groen)voorzieningen. Het hemelwater dat valt op de nieuw te realiseren (dak)verhardingen, dient binnen het plangebied te worden opgevangen en te infiltreren in de bodem. De beoogde bebouwing zal volledig worden afgekoppeld van het riool. Binnen het plangebied is volgens de Legger van het waterschap geen oppervlaktewater aanwezig. Ook is het plangebied niet gelegen binnen een beschermingszone.
Uitsnede kaart Legger Waterschap Limburg In de huidige situatie is binnen het plangebied aan bestaande bebouwing een schoolgebouw met gymzaal, een kerkgebouw en een zestal appartementen (aan het Pastoor van Heldenplein) aanwezig. Deze bebouwing wordt als gevolg van onderhavig plan grotendeels gesloopt (de cultuurhistorisch waardevolle elementen van de kerk blijven behouden). Daarvoor in de plaats worden 32 zorgeenheden (en buurtcentrum en kantoor), een
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
67
appartementencomplex bestaande uit 26 appartementen, en 9 patiowoningen gebouwd. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig (bijvoorbeeld ter plaatse van de beoogde buurttuin of onder de verharding van de parkeervoorzieningen) voor het realiseren van waterhuishoudkundige voorzieningen met voldoende capaciteit ten behoeve van de opvang en infiltratie van het hemelwater afkomstig van verhardingen. Volgens de Keur van het Waterschap Limburg moeten deze voorzieningen een bergingscapaciteit hebben van ten minste 80 millimeter per m2 aan verharding, bij een buiduur van twee uur (neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 1:100, gemiddeld klimaatscenario 2050), waarbij de waterhuishoudkundige voorziening binnen 24 uur weer geheel beschikbaar dient te zijn. De uitvoering van deze voorzieningen is in de regels van onderhavig bestemmingsplan geborgd door middel van een zogenoemde voorwaardelijke verplichting (zie artikel 10.6). Gelet op de 'Voorkeurstabel afkoppelen' wordt geadviseerd een bodemfilter toe te passen, zodat de kwaliteit van de bodem maximaal wordt beschermd tegen verontreiniging. Het bovengronds of ondergronds infiltreren van hemelwater met toepassing van een bodemfilter betreft een acceptabele wijze van afkoppelen. Zie onderstaande tabel.
4.13.5 Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat voldoende ruimte binnen het plangebied beschikbaar is voor de realisatie van waterhuishoudkundige voorzieningen conform de eisen van het waterschap. Dit is ook voldoende geborgd in de regels van onderhavig bestemmingsplan. De verdere uitwerking daarvan komt aan bod bij het aanvragen van de benodigde omgevingsvergunning. Vanuit het oogpunt van waterhuishouding treden geen belemmeringen op voor de beoogde planontwikkeling.
4.14
Verkeer en parkeren
Om te kunnen voorzien in een 'goede ruimtelijke ordening' dient het planvoornemen geen belemmeringen op te leveren voor de omgeving ten aanzien van het aspect 'verkeer en parkeren'. In dit verband zijn de kencijfers van het CROW en het gemeentelijk parkeerbeleid van belang. De gemeente Stein beschikt over de 'Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Stein d.d. 25 juni 2013. 4.14.1 Verkeer Onderhavig planvoornemen maakt de realisatie van (maximaal) 35 woningen en 32 zorgeenheden mogelijk. Het plangebied wordt via drie zijden ontsloten, namelijk via de Heisteeg/Pastoor van Heldenplein, Peldenstraat en de Bergènkenstraat (zie ook het stedenbouwkundig ontwerp in paragraaf 2.3 van deze toelichting). Op deze wegen is een maximale snelheid van 30 km per uur toegestaan. Door het plangebied te voorzien van drie verkeersontsluitingen wordt de verkeersdruk evenwichtig verdeeld.
68
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
De kencijfers van het CROW (publicatie 381: 'Toekomstbestendig parkeren - Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' van december 2018) worden toegepast bij het bepalen van de verkeersproductie als gevolg van onderhavig planvoornemen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de stedelijkheidsgraad is aan te merken als 'weinig stedelijk' en het plangebied is gelegen in het gebied 'rest bebouwde kom'. Dit resulteert voor onderhavig plan in het volgende: 32 zorgeenheden (serviceflat): minimaal 70,4 en maximaal 96 motorvoertuigbewegingen per etmaal. 26 appartementen (huur, huis, sociale huur): minimaal 96,2 en maximaal 117 motorvoertuigbewegingen per etmaal. 9 patiowoningen (huur, huis, vrije sector): minimaal 63 en maximaal 70,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voorgaande leidt tot een (totale) verkeersgeneratie van minimaal 229,6 en maximaal 283,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Hierbij wordt opgemerkt dat als gevolg van onderhavig planvoornemen de kerkfunctie van het (voormalig) kerkgebouw komt te vervallen en de 6 appartementen aan het Pastoor van Heldenplein worden gesloopt, waardoor de verkeersgeneratie naar verwachting aanzienlijk lager zal uitvallen. Het buurtcentrum, dat momenteel nog binnen het plangebied is gevestigd in het (voormalig) schoolgebouw, zal worden verplaatst naar de maatschappelijke plint van het complex met de zorgeenheden.
Bovendien zal het buurtcentrum (en de kantoorruimte) in de plint voornamelijk ten dienste staan van de te realiseren woningen en zorgeenheden binnen het plangebied, waardoor de verkeergeneratie (van buiten het plangebied) als gevolg van het buurtcentrum (en de kantoorruimte) naar verwachting nihil zal zijn. Gezien de centrale ligging van het plangebied in de woonwijk Nieuwdorp is het plangebied overigens ook goed bereikbaar met de fiets of lopend. Gelet op het voorgaande wordt met onderhavig planvoornemen voorzien in een goede verkeersontsluiting en is hoogstens sprake van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. De bestaande verkeersstructuur in de nabije omgeving van het plangebied kan deze beperkte toename (in het aantal motorvoertuigbewegingen) probleemloos opvangen. 4.14.2 Parkeren Voor wat betreft het parkeeraspect beschikt de gemeente Stein over een eigen 'Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein', waarbij de parkeerkencijfers van het CROW als basis zijn genomen. Voor enkele specifieke situaties waarin het gemeentelijk parkeerbeleid niets heeft geregeld, dient hierom te worden teruggevallen op de parkeerkencijfer van het CROW. Volgens de 'Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein' (vastgesteld d.d.
25 juni 2013) valt de gehele gemeente Stein voor wat betreft de stedelijkheidsgraad aan te merken als 'weinig stedelijk' (tussen de 500 en 1.000 adressen per km2 ), waarbij nog wel een onderscheid dient te worden gemaakt tussen centrum, schil/overloopgebieden en rest bebouwde kom. Zoals in de voorgaande paragraaf reeds is aangegeven is het plangebied gelegen binnen het gebied 'rest bebouwde kom'. Ten aanzien van het realiseren van nieuwe woningen (en zorgeenheden) heeft de gemeente Stein in haar parkeerbeleid de volgende parkeernormen opgenomen.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
69
Tabel met parkeernormen voor nieuwe woningen uit de Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein In de raadsvergadering van mei 2023 is het parkeerbeleidsplan voor de gemeente Stein vastgesteld. In dit parkeerbeleidsplan is onder beleidmatige acties aangegeven dat op korte termijn 1-3 jaar een nota parkeernormen zal worden opgesteld. In deze (korte) nota worden de parkeernomren voor bepaalde functies herzien. Hierin worden met name de uitzonderingen opgenomen zoals terrassen bij restaurants, cafés, ijssalons, die dan in het bruto oppervlak worden meegenomen. Tevens wordt in dezelfde periode een parkeerfonds gevormd voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte als niet kan worden voldaan aan de parkeernorm. Er dient dan een vast bedrag betaald te worden om een parkeerplaats op straat te realiseren. Dit bedrag dinet ten goede te komen aan het realiseren van parkeervoorzieningen in de gemeente. Voorals nog is door de verkeerskundige van de gemeente Stein aangegeven om de volgende parkeernormen te hanteren voor onderhavig planvoornemen: Patio woning levensloop bestendig (sociale huur): 1,6 pp / woning (inclusief aandeel bezoekers van 0,3 pp / woning). Patio woning levensloop bestendig (vrije sector): 1,9 pp / woning (inclusief aandeel bezoekers van 0,3 pp / woning). Patio woning levensloop bestendig (koop): 1,9 pp / woning (inclusief aandeel bezoekers van 0,3 pp / woning).
Zorgappartement (serviceflat): 1,1 pp / woning (inclusief aandeel bezoekers van 0,3 pp / woning). Buurtcentrum: 6,25 pp / 100 m2 (parkeernorm 2006 “horeca en uitgaan: café”). Binnen het plangebied zal binnen de openbare ruimte (bestemming 'Verkeer' en 'Maatschappelijk') op basis van deze parkeernormen worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Er is voldoende ruimte aanwezig om in de noodzakelijke parkeerbehoefte te voorzien. Daarnaast wordt er ook nog voorzien in extra parkeerplaatsen, ondanks dat de oude functies van de voormalige school, de kerk en een aantal appartementen komen te vervallen. Om te waarborgen dat in voldoende mate in de parkeerbehoefte wordt voorzien zijn deze parkeernormen als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. 4.14.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeer en parkeren' geen belemmeringen oplevert voor onderhavig plnvoornemen.
70
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische opzet
Inleiding
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
5.2
Uitgangspunten
5.2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader voor de inhoud en de vaststellingsprocedure van een bestemmingsplan wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De Wro, het Bro en de Rsro bevatten regels ten aanzien van de (digitale) vormgeving, inhoud en raadpleegbaarheid van bestemmingsplannen, met als doel bestemmingsplannen uniform vergelijkbaar en uitwisselbaar te maken. 5.2.2 Planonderdelen Een bestemmingsplan bestaat in elk geval uit een verbeelding (kaart) en planregels, die samen het juridisch deel van het bestemmingsplan vormen. Daarnaast gaat het bestemmingsplan vergezeld van een toelichting, die voorziet in de motivatie en onderbouwing van en de toelichting op de keuzes die zijn gemaakt om te komen tot de verbeelding en regels. Een bestemmingsplan kan ook bijlagen bevatten. Indien de bijlagen een relatie hebben met de regels worden ze opgenomen als bijlage bij de regels, zoals bijvoorbeeld een Staat van bedrijfsactiviteiten. Indien de bijlagen bijdragen aan de onderbouwing c.q. motivatie van het plan worden ze opgenomen als bijlage bij de toelichting, zoals rapporten van onderzoeken die ten behoeve van het plan zijn uitgevoerd.
5.2.3 Inhoud algemeen Bij het opstellen van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is voldaan aan het bepaalde in de Wro, Bro en de Rsro. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en plansystematiek. De structuur van het plan is zodanig dat de kaart de primaire informatie geeft over de van toepassing zijnde bestemming. In de regels kan vervolgens worden teruggelezen welke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de betreffende bestemming gelden. Behalve bestemmingen kan de verbeelding onder meer aanduidingen en maatvoeringsvlakken bevatten om binnen een bestemming te kunnen voorzien in maatwerk voor een bepaalde locatie. In dat geval zijn steeds ook regels verbonden aan deze aanduidingen en maatvoeringsvlakken.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
71
5.3
Toelichting op de planregels
De regels zijn conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), welke als bijlage onderdeel uitmaakt van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) opgebouwd en bevatten allereerst begripsomschrijvingen en meetvoorschriften om respectievelijk interpretatie- en meetverschillen uit te sluiten (hoofdstuk 1). Vervolgens zijn in hoofdstuk 2 de regels voor de afzonderlijke bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen, waarbij voor elke bestemming is voorzien in een apart artikel. Voor zover behoefte bestaat aan het opnemen van regels die niet zijn gebonden aan een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele dan wel een gedeelte van het plangebied, dan zijn de betreffende regels opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels. Indien de betreffende regels betrekking hebben op slechts een gedeelte van het plangebied, dan wordt dat op de verbeelding aangegeven door middel van een zogenoemde gebiedsaanduiding. De bestemmingsregels zijn in beginsel steeds op dezelfde manier opgebouwd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.
Hoe gronden met een bepaalde bestemming mogen worden gebruikt is primair beschreven in de bestemmingsomschrijving. Eventuele aanvullingen of uitzonderingen zijn opgenomen in de specifieke gebruiksregels. De bouwregels bevatten de regels ten aanzien van de mogelijkheden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten. Zowel ten aanzien van gebruik als bouwen geldt dat binnen een bepaalde marge kan worden voorzien in mogelijkheden om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels. Deze mogelijkheden zijn opgenomen onder respectievelijk 'Afwijken van de bouwregels' en 'Afwijken van de gebruiksregels'. Voor zover gewenst kan in de regels voor een bestemming worden voorzien in een vergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden. Deze vergunningstelsels dienen dan veelal ter bescherming van binnen de bestemming voorkomende waarden of ter bescherming van bijvoorbeeld ondergrondse leidingen. Indien gewenst kan ook worden voorzien in een bevoegdheid om een bestemming geheel dan wel gedeeltelijk te wijzigingen in een andere bestemming. Dergelijke bevoegdheden worden opgenomen onder het kopje 'Wijzigingsbevoegdheid'. Naast voornoemde veel voorkomende onderdelen van bestemmingsregels kan worden voorzien in een vergunningstelsel voor het slopen van bebouwing en specifieke procedureregels.
5.4
Bestemmingen
5.4.1 Groen Ter plaatse van de bestemming 'Groen' zijn gronden bestemd voor het handhaven en versterken van groenzones/-elementen om daarmee de woon- en omgevingskwaliteit te waarborgen. Binnen de bestemming 'Groen' is de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen (zoals een buurttuin), voet- en fietspaden, voorzieningen van openbaar nut, alsmede waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot gebouwen in de vorm van een tuinkas, berging voor de opslag van tuinmateriaal of ten dienste van openbaar nut, erfafscheidingen en de noodzakelijke bouwwerken ten
72
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
behoeve van het functioneren van de openbare ruimte. 5.4.2 Maatschappelijk Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' wordt voorzien in maximaal 32 zorgeenheden, en op de begane grond een kantoorfunctie en buurtcentrum, met bijbehorende voorzieningen, zoals o.a terras en ondergeschikte horeca. De zorgeenheden zijn bedoeld voor de huisvesting van personen die extramurale zorg (VPT/MPT) behoeven. Hiermee wordt een maatschappelijke functie toegekend aan desbetreffende gronden en bebouwing. Volgens de bouwregels is het toegestaan om binnen het bouwvlak een hoofdgebouw op te richten, waarbij middels maatvoeringsaanduidingen ('maximum aantal bouwlagen' en/of 'maximum bouwhoogte') een differentiatie wordt gemaakt in de toegestane bouwmassa. De bouwhoogte wordt gemeten vanaf het peil, conform de meetregels. Met dien verstande dat binnen de 4e bouwlaag geen verblijfs-/woonruimte c.q. geluidsgevoelige ruimte zijn toegestaan. 5.4.3 Verkeer Deze bestemming is gericht op de afwikkeling van het verkeer. Naast wegverkeer zijn onder meer ook parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De (ontsluitings)wegen, autovrije 'Loper' en parkeervoorzieningen binnen het plangebied krijgen de bestemming 'Verkeer'.
De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot gebouwen ten dienste van openbaar nut en de noodzakelijke bouwwerken ten behoeve van het functioneren van de openbare ruimte. 5.4.4 Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen, met daaraan ondergeschikt aan huis verbonden beroepen, een webshop aan huis en de (overige) daarbij behorende voorzieningen, zoals tuinen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en verhardingen. Binnen een bouwvlak mogen het aantal woningen worden gebouwd zoals op de verbeelding is aangeduid. Het betreffen grondgebonden woningen. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn tevens gestapelde woningen toegestaan. In de bouwregels is de verdere maatvoering (onder andere maximum bouwhoogte en maximum aantal bouwlagen) binnen het plangebied uitgewerkt. Tevens zijn in de regels nadere bepalingen opgenomen voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. 5.4.5 Dubbelbestemmingen De dubbelbestemmingen 'Waarde - Historische bebouwing en gezichten' en Waarde - Historische infrastructuur, afkomstig uit het bestemmingsplan 'Erfgoed Stein' (vastgesteld d.d. 22 juli 2021), voorzien in de bescherming van de binnen het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Het gaat om historische bebouwing en een historisch tracé.
Specifiek ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde – historisch gebouw' wordt voorzien in het behoud, herstel en versterken van de aanwezige historisch waardevolle bebouwing, onder andere door regels te stellen aan het bouwen, slopen en uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en hieraan een vergunningsplicht te koppelen.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
73
5.5
Algemene regels
5.5.1 Anti-dubbeltelregel Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 5.5.2 Algemene bouwregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene bouwregels, conform het Bro. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. In de algemene bouwregels van dit bestemmingsplan is onder andere een regeling opgenomen omtrent ondergronds bouwen ten behoeve van bijvoorbeeld kelders en zwembaden. Ook is een zogenoemde 'voorwaardelijke verplichting' opgenomen ten aanzien van de berging en infiltratie van het hemelwater alsmede het parkeren. 5.5.3 Algemene gebruiksregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens een aantal algemene gebruiksregels, conform het Bro. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen.
In de algemene gebruiksregels van dit bestemmingsplan is een algemeen gebruiksverbod opgenomen om de gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de toegekende bestemming. Daaronder wordt in ieder geval verstaan: een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; straat- en raamprostitutie. 5.5.4 Algemene aanduidingsregels Dit betreft de nadere aanduiding van samenhangende gebieden gelegen over meerdere bestemmingen waarop een nadere regeling van toepassing is. Gebiedsaanduidingen hebben met name betrekking op sectorale aspecten die ruimtelijk relevant zijn en waaraan een zonering is toegekend. In onderhavig plan betreft het de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie', gerelateerd aan het nabij gelegen industrieterrein Chemelot. 5.5.5 Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen het bevoegd gezag bevoegd is om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om, tenzij anders vermeld, afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. 5.5.6 Algemene wijzigingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen.
De voorwaarden, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. 5.5.7 Algemene procedureregels In deze regels wordt aangegeven aan welke procedure dient te worden voldaan bij het stellen van nadere eisen.
74
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
5.5.8 Overige regels In deze regels wordt aangegeven, in het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, het belang van welke bestemming voor gaat.
5.6
Overgangs- en slotregel
5.6.1 Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, overgenomen. 5.6.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, zoals ook voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
75
76
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en omgevingsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Bij de onderbouwing van de economische uitvoerbaarheid van het plan zijn twee aspecten van belang. Er dient inzichtelijk te worden gemaakt of en zo ja, welke kosten aan het planvoornemen zijn verbonden voor de gemeente en tevens dient te worden aangetoond dat het planvoornemen zodanig realistisch is dat het daadwerkelijk kan worden gerealiseerd binnen de planperiode van het bestemmingsplan. De gemeente is in beginsel verplicht om op grond van artikel 6.12 eerste lid Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan echter besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. 2. 3.
het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins is verzekerd; het bepalen van een tijdvak voor de exploitatie of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen niet nodig is, en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onder b, c en d Wro niet noodzakelijk is.
Het planvoornemen is aan te merken als een bouwplan als bedoeld in 6.2.1 Bro, waardoor kostenverhaal aan de orde is. Een fasering zoals in punt 2 en de regels onder 3 worden niet noodzakelijk geacht. In onderhavige situatie is het verhaal van de kosten 'anderszins verzekerd', namelijk middels een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij. Gezien het voorgaande kan dus worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan en is het plan economisch uitvoerbaar.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het planvoornemen betreft de realisatie van 35 levensloopbestendige woningen en 32 zorgeenheden ter plaatse van een (voormalige) school- en kerklocatie. Gezien de ligging en stedenbouwkundige positie van het plangebied in de bestaande ruimtelijke structuur, sluit het plan goed aan op de de bestaande structuur en functies rondom het plangebied. Met de beoogde transformatie c.q. herstructurering van de (voormalige) school- en kerklocatie wordt voorzien in een 'bruisend hart' voor de wijk Nieuwdorp, waarbij thema's als sociale inclusie, groen en een gezonde en levendige (woon)omgeving centraal komen te staan. Het planvoornemen doet verder geen afbreuk aan de omgeving. Het planvoornemen is als stedenbouwkundige opzet en bijbehorend bouwvolume op 5 april 2023 en op 11 juli 2023 voorgelegd aan de klankbordgroep (direct omwonenden aan het plangebied). Met de buurt heeft op 11 oktober 2022 een brede omgevingsdialoog plaatsgevonden. Het planvoornemen is aan de buurt (ca. 120 aanwezigen) gepresenteerd. Het planvoornemen is goed ontvangen door de buurt, ook is besproken op welke wijze rekening kan worden gehouden met ieders wensen. Dit heeft geleid tot veel aanmeldingen voor deelname aan een grotere klankbord-/werkgroep van ca. 40 buurtbewoners. Met deze groep wordt eind 2023 gestart om het totaalplan verder inhoud te geven.
Ook wordt met deze groep een communicatievoorstel uitgewerkt om de gehele wijk bij het verdere proces betrokken te houden.
bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp
77
Verder wordt het bestemmingsplan conform de gebruikelijke procedure (zie ook paragraaf 7.1 van deze toelichting) gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.