CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Liquidatieplan GR Vixia.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 18 maart 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarrekening 2019-2020 GR Vixia4.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LIQUIDATIEPLAN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OPENBAAR LICHAAM VIXIA

INHOUDSOPGAVE 1. Achtergrond 2. Juridisch kader opheffing GR: opheffingsbesluitvorming en financiële afwikkeling 2.1 Besluitvorming/uitvoeringsacties 2.2 Financiële afwikkeling 3. Liquidatiestappen 3.1 Aandelenoverdracht Vixia B.V. 3.2 Opheffing GR 4. Personele consequenties 4.1 Aandelenoverdracht 4.2 Opheffing GR 5. Communicatie 6. Einde vereffening 7. Archief 8. Overzicht geciteerde wetsartikelen en bepalingen GR Vixia

1. Achtergrond Op dit moment wordt in de Westelijke Mijnstreek de Wet sociale werkvoorziening integraal uitgevoerd door het openbaar lichaam Gemeenschappelijke Regeling Vixia en de besloten vennootschap Vixia B.V. Eind 2017 hebben de gemeenten Sittard-Geleen en Beek besloten om te komen tot een integraal participatiebedrijf voor zowel de Wet sociale werkvoorziening als de Participatiewet. Als eerste stap in dat proces is per 1 januari 2018 de Centrumregeling Participatiebedrijf Westelijke opgericht waaraan beide gemeenten de uitvoering van de Participatiewet hebben opgedragen. Vervolgens zijn per 1 januari 2019 de gemeenten Schinnen, Nuth en Onderbanken heringedeeld met als gevolg dat de nieuwe gemeente Beekdaelen voor de Wet sociale werkvoorziening bij twee gemeenschappelijke regelingen aangesloten is, welke dubbele aansluiting per 1 januari 2020 moet worden beëindigd. Tegen deze achtergrond hebben de gemeente Beek, Sittard-Geleen en Stein in afstemming met gemeente Beekdaelen de afgelopen maanden de mogelijkheden onderzocht om vanuit de bestaande structuren te komen tot één organisatie waarin de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening en de Participatiewet is geïntegreerd. De besluitvorming over het nieuwe integrale Participatiebedrijf ligt nu voor.

Sittard-Geleen fungeert in de juridische constellatie van het nieuwe Participatiebedrijf als centrumgemeente, Beek als deelnemer. Gemeente Stein maakt vóór 20 december 2019 een integrale afweging of, wanneer en hoe deze gemeente aansluit bij het nieuwe Participatiebedrijf. Beekdaelen wenst de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening voor oud-Schinnense wswers te beleggen bij het nieuwe Participatiebedrijf maar zal de uitvoering van de Participatiewet voor oud-Schinnense participatieklanten niet bij het Participatiebedrijf beleggen. Vixia B.V. zal na aanpassingen (nog een zekere tijd) fungeren als risicobuffer en werkgever van het BV-personeel en een nieuw openbaar lichaam (GR Participatiebedrijf Wsw) als werkgever van wsw-ers. De nieuwe werkwijze zal ingaan per 1 januari 2020. Het nieuwe integrale participatiebedrijf noodzaakt tot afbouw van de bestaande structuren, te weten de Gemeenschappelijke Regeling openbaar lichaam Vixia en Centrumregeling Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek 2018. Het onderhavige liquidatieplan bevat een beschrijving van de aandachtspunten en het stappenplan voor de opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling Vixia en de vereffening van zijn vermogen. 2. Juridisch kader opheffing GR: opheffingsbesluitvorming en financiële afwikkeling Volgens de afspraken in het Bestuursconvenant d.d.

26 juni 2019 gaan de gemeenten SittardGeleen, Beek, Stein en Beekdaelen uiterlijk 31 december 2019 over tot (i) beëindiging en afwikkeling van de gemeenschappelijke regeling Vixia (‘GR Vixia’), en (ii) financiële afrekening per 31 december 2019 tussen de deelnemende gemeenten met inachtneming van de bepalingen daarover in de gemeenschappelijke regeling Vixia. In de kern betekent dit dat de gemeenschappelijke regeling Vixia wordt opgeheven per 1 januari 2020 en dat op die datum de gemeenschappelijke regeling (lees: de overdracht door de gemeenten van de bevoegdheden en verplichtingen met betrekking tot de uitvoering van de wsw aan het openbaar lichaam GR Vixia) is opgehouden te bestaan.

Voorts betekent dit dat er tussen de deelnemende gemeenten wordt afgerekend naar de situatie op 31 december 2019. De daadwerkelijke afwikkeling en afrekening (naar de situatie op 31 december 2019) zal vanaf 1 januari 2020 van start gaan en eindigen op een later moment in 2020 nadat alle vermogensbestanddelen van het openbaar lichaam GR Vixia zijn afgewikkeld. Het openbaar lichaam blijft na 31 december 2019 dus nog bestaan ten behoeve van de liquidatie en afrekening. 2.1 Besluitvorming/uitvoeringsacties De opheffing en liquidatie van het openbaar lichaam GR Vixia vindt plaats op basis van het stappenplan en de kaders zoals beschreven in het onderhavige liquidatieplan en is gebaseerd op artikel 32 van de GR Vixia. Daaruit volgen de volgende acties: −

Besluit tot opheffing van de GR Vixia door ten minste drie vierde van de raden en colleges van de deelnemende gemeenten; Het opheffingsbesluit treedt in werking op de in het opheffingsbesluit genoemde datum, maar niet voordat het opheffingsbesluit bekend is gemaakt (art. 26 lid 3 Wet GR jo. art. 3:40 Awb). Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen dient hiervoor te zorgen door kennisgeving van de inhoud van het opheffingsbesluit in de Staatscourant (cf. art. 34 lid 1 GR Vixia en art. 26 lid 2 en 4 Wet GR). Het college van Sittard-Geleen stuurt het opheffingsbesluit ter kennisgeving naar de gedeputeerde staten van de provincie Limburg (cf. art. 34 lid 1 GR Vixia en art. 26 lid 1 en 4 Wet GR). Het college van elke deelnemende gemeente zorgt voor uitschrijving van de GR Vixia uit het GR-register als gevolg van de opheffing (art. 27 Wet GR). Het DB meldt de opheffing bij het Handelregister (art. 32 lid 6 en 17 sub b GR Vixia).

−

Opstellen van het concept-liquidatieplan door het algemeen bestuur van de GR Vixia, uiterlijk zes maanden vóór het tijdstip waarop de gemeenschappelijke regeling (waaronder wordt verstaan: het openbaar lichaam Vixia) ophoudt te bestaan;

−

Aanbieden van liquidatieplan door het algemeen bestuur aan de raden en colleges van de deelnemende gemeenten, die binnen twee maanden na ontvangst daarvan hun bedenkingen kunnen mededelen;

−

Vaststellen van het liquidatieplan door het algemeen bestuur na kennisname van eventuele geuite bedenkingen, en toezending van vastgestelde liquidatieplan aan raden en colleges;

−

Uitvoering van het liquidatieplan; Het dagelijks bestuur van de GR Vixia is belast met de uitvoering van het liquidatieplan/de vereffening. De GR Vixia blijft na zijn opheffing voortbestaan voor zolang dit voor de vereffening van zijn vermogen nodig is. De organen van GR Vixia, het algemeen bestuur en het dagelijks

bestuur, blijven na het besluit tot opheffing in functie zolang dit voor de vereffening van het vermogen van de GR nodig is (art. 9 lid 3 Wet GR).

2.2 Financiële afwikkeling Volgens de afspraken in het Bestuursconvenant d.d. 26 juni 2019 wordt gemeenschappelijke regeling Vixia met ingang van 1 januari 2020 opgeheven. Dit betekent dat er tussen de gemeenten van GR Vixia afgerekend wordt naar de situatie op 31 december 2019. De daadwerkelijke afrekening (naar de situatie op 31 december 2019) vindt later plaats nadat de jaarrekening over 2019 is goedgekeurd en alle vermogensbestanddelen van het openbaar lichaam GR Vixia zijn afgewikkeld. Bij deze vereffening gelden de volgende uitgangspunten. a. Vereffening vindt in de geest van artikel 32 lid 2 GR Vixia plaats aan de hand van een verdeelsleutel gebaseerd op het gemiddelde aantal Fte’s ingevuld door Wswwerknemers per gemeente in de jaren 2015 tot en met 2019; In artikel 32 lid 2 GR Vixia wordt voor de verdeelsleutel bij liquidatie verwezen naar artikel 30 lid 3. Dit is een kennelijke vergissing. Waarschijnlijk is bedoeld te verwijzen naar artikel 31 lid 3. Deze bepaling over uittreden sluit naar inhoud en ratio logisch aan bij liquidatie. b. In artikel 3.5. van het Bestuursconvenant is vastgelegd dat GR Vixia haar aandelen in Vixia B.V. per 31 december 2019 overdraagt aan Sittard-Geleen. Uit onderzoek blijkt dat de waarde van deze aandelen negatief is. De verkoopprijs is daarom op één euro gesteld; De overdracht van de aandelen van Vixia B.V.

aan Sittard-Geleen maakt onderdeel uit van de inrichting van het nieuwe integrale Participatiebedrijf. Sittard-Geleen fungeert als Centrumgemeente en eigenaar in juridische zin van het nieuwe Participatiebedrijf en verwerft de aandelen Vixia B.V. in dit kader. De verkoop vindt plaats vóórdat het besluit tot opheffing van GR Vixia in werking treedt (cf. par. 2.1.). In opdracht van het Algemeen Bestuur van GR Vixia heeft ORGfit op basis van geactualiseerde cijfers onderzoek gedaan naar de waarde van de aandelen Vixia B.V. Voor de waardebepaling is de Discounted Cash Flow methode gehanteerd. Deze methode is volgens accountants passend wanneer, zoals bij Vixia B.V. het geval is, de bedrijfsactiviteiten worden voortgezet. ORGfit taxeert de waarde van de aandelen op basis van de DCF-methode onder verrekening van een geprognosticeerd eigen vermogen per 31 december 2019 op negatief € 2,5 - € 2,9 miljoen. c. De gemeente, die vanaf 1 januari 2020 de dienstverlening voor haar SW-populatie niet onderbrengt bij het nieuwe Participatiebedrijf, kwalificeert de facto als uittreder in de zin van artikel 31 GR Vixia en dient “de uittrede-schade” te vergoeden; De liquidatie van GR Vixia vindt plaats om “schoon door de poort” te kunnen gaan en nadrukkelijk niet om de activiteiten als zodanig te beëindigen. Die worden juist in het nieuwe Participatiebedrijf voortgezet.

De afwikkeling van GR Vixia is daarom gestoeld op een going-concern veronderstelling van Vixia B.V. Uitgangspunt is dat de huidige dienstverlening en de huidige SW-populatie in stand blijven.

De gemeente die bij gelegenheid van de liquidatie van GR Vixia haar SW-populatie volledig onttrekt aan de operationele activiteiten van Vixia B.V. veroorzaakt bij het Participatiebedrijf schade door het verlies van toegevoegde waarde ter dekking van de overheadkosten en door de kosten die gemaakt moeten worden om de organisatie aan te passen aan de smallere cliëntbasis. Deze “uittrede-schade” wordt in overstemming met artikel 31 lid 3 van GR Vixia en de jurisprudentie gefixeerd op 3x de gemiddelde bijdrage van de uittreder in de gemiddelde exploitatiekosten - exclusief het welbekende subsidietekort en geschoond voor de vastgoed-gerelateerde kosten1 - over de periode 2015 tot en met 2019 op basis van goedgekeurde jaarrekeningen. Dit wordt verminderd met het aandeel van de uittreder in het eigen vermogen. De aldus gefixeerde uitkoopsom dient uiterlijk op 31 december 2020 voldaan te zijn zodat GR Vixia volledig afgewikkeld kan worden. Rekenvoorbeeld.

Op basis van de beschikbare gegevens over 2015 t/m 2018 en de prognoses over 2019 zou deze formule resulteren in de volgende “uittrede-schade”: ▪ Gemeente Beek € 2.369.000 ▪ Gemeente Beekdaelen € 1.535.000 ▪ Gemeente Sittard-Geleen € 22.345.000 ▪ Gemeente Stein € 5.213.000 Let wel: deze indicatieve uittrede-schade” zou alleen verschuldigd zijn wanneer een gemeente vanaf 1 januari 2020 de volledige dienstverlening ten behoeve van haar volledige SW-populatie weghaalt bij het nieuwe integrale Participatiebedrijf. d. De gemeente, die vanaf 1 januari 2020 de dienstverlening voor haar SW-populatie als afnemer of deelnemer onderbrengt bij het nieuwe Participatiebedrijf, veroorzaakt geen “uittrede-schade” en is in kader van de liquidatie van GR Vixia dan ook geen vergoeding verschuldigd; e. “Uittrede-schade” is bij een deelnemende gemeente pas aan de orde bij een eventueel uittreden. Daarvoor is artikel 15 lid 3 van de Centrumregeling Participatiebedrijf 2020 een voorziening opgenomen. “Uittrede-schade” is bij gemeenten, die via een dienstverleningsovereenkomst (of ander contract) de dienstverlening voor hun SWpopulatie bij het Participatiebedrijf onderbrengen, pas aan de orde bij het beëindigen of aanpassen van hun contractuele relatie.

Daarvoor is een specifieke bepaling opgenomen in de DVO Afnemers; “Uittrede-schade” ontstaat niet bij natuurlijke verloop omdat deze ruim tevoren is te voorzien zodat de organisatie en bezetting tijdig aangepast kunnen worden. En evenmin wanneer het om enkele niet-voorziene “vertrekkers” gaat omdat dergelijke kleine aantallen de balans tussen benodigde en aanwezige capaciteit nauwelijks verstoren. Daarom is in de DVO Afnemer opgenomen dat vergoeding van “uittrede-schade” bij beëindiging of wijziging van de dienstverleningsovereenkomst slechts aan de orde is wanneer 10% of meer van de SW-populatie - anders dan door natuurlijk verloop of vrijwillig vertrek - uit het Participatiebedrijf/Vixia B.V. verdwijnt2.

1Over de vastgoed-gerelateerde kosten is al bij de jaarrekening 2018 afgerekend. Daarom worden deze nu “geschoond” uit de

exploitatiekosten. 2 Een vergelijkbare bepaling is niet opgenomen voor deelnemende gemeenten omdat het wegtrekken van de SW-populatie bij deelnemers altijd gepaard zal gaan met uittreden uit de Centrumregeling.

Anders dan de uittrede-bepaling in de Centrumregeling voor deelnemende gemeenten, is het verschuldigde bedrag voor uittredende afnemers gefixeerd. De strategie van het Participatiebedrijf is immers gericht op integratie van afdelingen en “vermenging” van doelgroepen. Daardoor wordt het op termijn administratief moeilijk om de “uittredeschade” in relatie tot specifiek de SW-populatie te bepalen. Deze gefixeerde uittrede-uitkoopsom wordt als volgt berekend. Voor 1 april 2020 wordt aan de hand van de vastgestelde meer jaren begroting 2020 tot en met 2024 van Vixia B.V. door de gemeenten-deelnemers in de zin van de Centrumregeling het tarief per SWmedewerker op fte-basis bepaald door de gemiddelde exploitatiekosten - exclusief het welbekende subsidietekort – te delen door het gemiddelde aantal SW-ers (op basis van Fte). Op het moment dat de SW-populatie van een afnemende gemeente anders dan door natuurlijk verloop of vrijwillig vertrek afneemt met 10% of meer, is deze gemeente per 31 december van het betreffende kalenderjaar een “uittrede-uitkoopsom” verschuldigd ten bedrage van het aantal teruggetrokken SW-ers (exclusief natuurlijk verloop en vrijwillig vertrek) vermenigvuldigd met het vastgestelde “uittrede-tarief”. Deze aldus berekende “uittrede-uitkoopsom” wordt met ingang van 1 januari 2021 jaarlijks met 10% verlaagd zolang de dienstverleningsrelatie voortduurt.

3. Liquidatiestappen 3.1 Aandelenoverdracht Vixia B.V. De GR Vixia zal per 1 januari 2020 haar aandelen in Vixia BV verkopen aan de gemeente SittardGeleen. Dat dient plaats te vinden vóórdat het besluit tot opheffing van de GR Vixia in werking treedt (cf. par. 2.1). De waarde van de aandelen is negatief op basis de door accountants passend geachte Discounted Cash Flow methode. Met inachtneming van de specifieke afspraken onder 2.2. is een koopprijs van één euro overeengekomen. Na ondertekening van de koopovereenkomst betreffende de aandelen dient een notaris te worden ingeschakeld voor het passeren van de akte tot levering van de aandelen door de GR Vixia aan Sittard-Geleen en het aanpassen van het aandeelhouderregister. De voorwaarden waaronder de verkoop van de aandelen plaatsvindt en de verplichtingen waaraan de GR Vixia dient te voldoen tot de leveringsdatum van de aandelen, staan beschreven in de koopovereenkomst. Ten aanzien van de besluitvorming over de aandeeloverdracht geldt het volgende: Voor wat betreft de aankoop van aandelen door Sittard-Geleen − Toesturen van ontwerpbesluit aangaande de aandelenkoop door het college van SittardGeleen aan de gemeenteraad van Sittard-Geleen, zodat de raad de gelegenheid heeft om zijn wensen en bedenkingen hierover richting het college te formuleren (art.

160 lid 2 Gemeentewet); − Gevolgd door een besluit van het college tot aankoop van de aandelen (art. 160 lid 2 Gemeentewet.

Voor wat betreft de verkoop van aandelen door de GR Vixia − Toesturen van ontwerpbesluit aangaande de aandelenverkoop door het AB aan de gemeenteraden van Sittard-Geleen, Beek, Beekdaelen en Stein, zodat de raden van voornoemde gemeenten de gelegenheid hebben om hun wensen en bedenkingen hierover richting het AB te formuleren (art. 31a Wet GR jo. art. 10 GR Vixia); − Gevolgd door het besluit van het AB (en DB) tot verkoop van de aandelen (art. 10 lid 2 jo. 17 sub d GR Vixia); − Het DB is op haar beurt bevoegd om voornoemd besluit van het AB uit te voeren (art. 17 sub b GR Vixia).

3.2 Opheffing Gemeenschappelijke Regeling Vixia De besluitvorming en diverse uitvoeringsacties die moeten plaatsvinden in het kader van de opheffing van de GR Vixia staan hiervoor beschreven onder paragraaf 1.2.

4. Personele consequenties 4.1 Opheffing GR De gemeenten hebben de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening volledig overgedragen aan GR Vixia, waardoor GR Vixia als werkgever van de wsw-ers heeft te gelden (art. 1 lid 2 Wsw jo. art. 8 lid 1 Wet GR). De opheffing van GR Vixia leidt voor de wsw-medewerkers door onderstaande maatregelen niet tot wijziging van hun opgebouwde rechten, rechtspositie, arbeidsvoorwaarden e.d. maar wel tot een wijziging van werkgever. − −

−

−

−

Begin november wordt door gemeenten Beek en Sittard-Geleen Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Wsw opgericht. De nieuwe GR krijgt - uitsluitend - de bevoegdheid overgedragen om arbeidsovereenkomsten met de wsw-ers te sluiten. De nieuwe GR zal de wsw-ers van Beek en Sittard-Geleen - alsmede van gemeente Stein wanneer deze besluit toe te treden tot de Centrumregeling Participatiebedrijf - per 1 januari 2020 een arbeidsovereenkomst aanbieden en dus vanaf die datum de rol van formele werkgever overnemen van de GR Vixia. De wsw-ers gaan per 1 januari 2020 met behoud van alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit hun arbeidsovereenkomst met GR Vixia over naar de nieuwe gemeenschappelijke regeling. De afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen GR Vixia en GR Participatiebedrijf Wsw. Hierdoor heeft de wijziging van werkgever geen gevolgen voor de rechtspositie, opgebouwde rechten of arbeidsvoorwaarden van de wsw-ers van Beek, Sittard-Geleen en Stein indien deze gemeente toetreedt tot de Centrumregeling.

GR Vixia en daarmee de achterliggende gemeenten vrijwaren GR Participatiebedrijf Wsw voor alle mogelijke aanspraken van de wsw-werknemers die vóór 1 januari 2020 formeel in dienst waren of zijn geweest van de GR Vixia of aanspraken van derden aangaande voornoemde wsw-werknemers, voor zover die aanspraken betrekking hebben op en/of verband houden met feiten en omstandigheden van vóór de overgangsdatum 1 januari 2020. De verdeelsleutel is conform artikel 31 lid 3 van de GR Vixia. De wsw-ers van de gemeente, die niet deelneemt aan GR Participatiebedrijf Wsw, krijgen vanaf 1 januari 2020 een nieuwe arbeidsovereenkomst met hun gemeente maar behouden volledig hun rechtspositie, opgebouwde rechten en arbeidsvoorwaarden.

−

Voor (i) de wsw-ers die per 31 december 2019 formeel in dienst waren van GR Vixia en woonachtig waren in zogenaamde “buitengemeenten” alsook voor (ii) “de Schinnense wsw-ers” is contractueel geregeld dat ook zij in dienst treden van de nieuwe GR met behoud van alle rechten en plichten die voortvloeien uit hun arbeidsovereenkomst met GR Vixia.

Aangezien er aldus geen sprake is van negatieve personele consequenties, is het sluiten van een sociaal plan niet aan de orde. 4.2 Aandelenoverdracht De verkoop van de aandelen in Vixia BV door de GR Vixia aan de gemeente Sittard-Geleen heeft geen consequenties voor het personeel (de niet wsw-medewerkers). De rechtspersoon Vixia BV blijft – totdat hierover in de toekomst anders wordt besloten – voortbestaan. De medewerkers van Vixia BV krijgen geen andere werkgever. Zij hebben een arbeidsovereenkomst met Vixia BV en dat blijft het geval na de aandelenoverdracht. Hun rechtspositie, opgebouwde rechten en arbeidsvoorwaarden wijzigen niet. 5. Communicatie De deelnemende gemeenten onderkennen het belang van tijdige en adequate communicatie naar onder meer de betrokken medewerkers van GR Vixia en Vixia BV, cliënten, relaties, gemeenteraden, (andere) publieke en private partners en zullen daarvoor zorgdragen. 6. Einde vereffening De opheffing van de GR vindt plaats per 1 januari 2020 en zodra er is voldaan aan de hiervoor onder paragraaf 1.2 vermelde publicatievereisten. Na het opheffingsbesluit blijft het openbaar lichaam GR Vixia voortbestaan voor zolang dit voor de vereffening van zijn vermogen nodig is.

De daadwerkelijke afwikkeling en afrekening (naar de situatie op 31 december 2019) zal vanaf 1 januari 2020 van start gaan en naar verwachting eindigen medio of eind 2020 op het moment dat alle vermogensbestanddelen van het openbaar lichaam GR Vixia zijn afgewikkeld. De organen van GR Vixia, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, blijven na het besluit tot opheffing in functie zolang dit voor de vereffening van het vermogen van de GR nodig is (art. 9 lid 3 Wet GR). De vereffening eindigt dus pas zodra er bij de vereffenaar geen baten of lasten meer bekend zijn en de vereffening van het vermogen is voltooid. Dat laatste wordt gemeld aan de KvK. Het formeel einde van de GR Vixia valt samen met de afwikkeling van de vereffening van de GR. 7. Archief De archiefbescheiden van de GR Vixia dienen te worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Sittard-Geleen (art. 33 lid 4 jo. 2 lid 2 GR Vixia).

8. Overzicht geciteerde wetsartikelen en bepalingen GR Vixia Wetsartikelen Awb Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.

Wetsartikelen Wet Sociale Werkvoorziening Artikel 1 1 (…) 2Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van de artikelen 8 en 14, eerste lid, in de plaats van de betrokken colleges.

Wetsartikelen Wet Gemeenschappelijke Regelingen Artikel 8 1Bij de regeling kan een openbaar lichaam worden ingesteld. Het openbaar lichaam is rechtspersoon. 2In daarvoor bijzonder in aanmerking komende gevallen kan bij de regeling, in plaats van een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan worden ingesteld. 3Bij de regeling waaraan uitsluitend colleges van burgemeesters en wethouders deelnemen, kan een bedrijfsvoeringsorganisatie worden ingesteld in het geval de regeling uitsluitend wordt getroffen ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemers. De bedrijfsvoeringsorganisatie is rechtspersoon. 4In de regeling kunnen bevoegdheden van de besturen van de deelnemende gemeenten worden gemandateerd aan organen en personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een van de deelnemende gemeenten, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

Artikel 9 1De voor onbepaalde tijd getroffen regeling houdt bepalingen in omtrent wijziging, opheffing, toetreding en de gevolgen van uittreding, met inachtneming van artikel 1. 2De regeling waarbij een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie wordt ingesteld houdt bepalingen in omtrent de vereffening van het vermogen ingeval dat openbaar lichaam wordt ontbonden. 3Het bij een regeling ingestelde openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is.

Artikel 26 1Het gemeentebestuur dat daartoe bij de regeling is aangewezen dan wel, indien bij de regeling een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan wordt ingesteld, het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging, zendt de regeling aan gedeputeerde staten van de provincie of de provincies waarin de deelnemende gemeenten zijn gelegen. 2Het gemeentebestuur dat daartoe bij de regeling is aangewezen onderscheidenlijk het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3De regeling treedt in werking op de in de regeling aangewezen dag. De regeling treedt niet in werking voordat zij is bekendgemaakt. 4Het eerste, tweede en derde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.

Artikel 27 1Burgemeester en wethouders houden een register bij van de regelingen waaraan hun gemeente deelneemt. 2In de registers worden in ieder geval vermeld: a.de deelnemers b.de wettelijke voorschriften waardoor de bevoegdheden van het samenwerkingsverband worden beheerst c.de bevoegdheden die bij de regeling dan wel, met toepassing van artikel 10, tweede lid tweede volzin, krachtens de regeling zijn overgedragen d.het adres en de plaats van vestiging e.of een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan is ingesteld. 3De registers liggen voor een ieder kosteloos ter inzage. Aan een ieder worden op diens verzoek afschriften van of uittreksels uit hetgeen in de registers is ingeschreven ter beschikking gesteld. 4Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de registers. Artikel 31a Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

2Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie te brengen. Gemeentewet Artikel 160 1Het college is in ieder geval bevoegd: a.het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet de raad of de burgemeester hiermee is belast; b.beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast; c.regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie; d.ambtenaren, niet zijnde de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren, te benoemen, te schorsen en te ontslaan; e.tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten; f.te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g.ten aanzien van de voorbereiding van de civiele verdediging; h.jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen.

2Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerp-besluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 3Het college neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.

Bepalingen GR Vixia Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Met toepassing van artikel 8 lid 1 van de wet wordt een openbaar lichaam ingesteld, genaamd “Gemeenschappelijke Regeling VIXIA”. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Sittard-Geleen.

Artikel 28 Verdeling van baten en lasten 1. De gemeenten verbinden zich jaarlijks eventuele nadelige exploitatiesaldi en bestuurs- en beheerskosten van het openbaar lichaam te betalen. Voordelige exploitatiesaldi vloeien terug naar de gemeenten. 2. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks nadere regels vast met betrekking tot achtereenvolgens de verdeling en de verrekening van respectievelijk voor- en nadelige exploitatiesaldi. 3. De verdeling en de verrekening van de in het vorige lid bedoelde exploitatiesaldi wordt door het algemeen bestuur gebaseerd op het aantal Fte’s ingevuld door Wsw-werknemers per gemeente in het desbetreffende jaar. 4. Mocht het algemeen bestuur positieve exploitatiesaldi een andere bestemming willen geven, dan vraagt het algemeen bestuur daarvoor de goedkeuring van de gemeentebesturen. Artikel 10 Bevoegdheden 1. De bevoegdheden die bij de regeling worden overgedragen, berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald. 2. Het algemeen bestuur besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Artikel 17 Bevoegdheden Het dagelijks bestuur is bevoegd om: a.

al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor te bereiden; b. besluiten van het algemeen bestuur uit te voeren; c. beheer en administratie van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam te voeren; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 10, lid 2 van de regeling; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f. zowel in als buiten rechte conservatoire maatregelen te nemen en alles te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit.

Artikel 32 Opheffing en liquidatie 1. De regeling wordt opgeheven indien ten minste drie vierde van de gemeentebesturen daartoe besluit. 2. Indien de regeling wordt opgeheven, geschiedt de liquidatie door het algemeen bestuur. De financiële gevolgen van de opheffing zullen worden geregeld overeenkomstig de verdeelsleutel als hiervoor bepaald in artikel 30 lid 3 van de regeling. 3. Uiterlijk zes maanden voor het tijdstip, waarop de regeling ophoudt te bestaan, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan op dat aan de gemeentebesturen moet worden medegedeeld. Dit liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen conform de verdeelsleutel als hiervoor bepaald in artikel 30 lid 3 van de regeling. 4. De gemeentebesturen kunnen hun bedenkingen over het liquidatieplan binnen twee maanden na ontvangst daarvan aan het algemeen bestuur mededelen. Vervolgens stelt het algemeen bestuur het liquidatieplan vast. 5. De gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam, de resterende rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de gemeenten te verdelen conform de verdeelsleutel zoals vermeld in het liquidatieplan. 6. Het dagelijks bestuur wordt belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 7.

Het openbaar lichaam blijft voortbestaan zolang dit voor de liquidatie van het vermogen nodig is. De bestuursorganen blijven zolang functioneren. Artikel 33 Archief 1. Archivering geschiedt overeenkomstig de ter zake geldende wettelijke regelgeving inclusief de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften. 2. De secretaris is belast met het dagelijks beheer van het archief. 3. De archiefverordening van de gemeente van vestiging is van toepassing. 4. Bij beëindiging van deze gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden overgebracht naar de gemeente van de vestiging. Artikel 34 Bekendmaking 1. Het college van de plaats van vestiging draagt zorg voor toezending van de regeling aan gedeputeerde staten en de bekendmaking van de regeling door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor opneming van het openbaar lichaam en de regeling in het Handelsregister.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=4150c71b-9adc-49b5-a6be-29470f115452