CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2036 gemeente Stein.pdf

Beeldvormende bijeenkomst 6 oktober 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2036 gemeente Stein13.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2036 Gemeente Stein

www.icsadviseurs.nl

Opdrachtgever Gemeente Stein

Datum 23 juli 2021

Referentienummer 2210015/20210723/DD

Auteur(s) Onno Damen en Joëlle Wijntjens

1/37 BV │ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1 1.2

2.

Visie op huisvesting voor onderwijs en opvang 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3.

4.

Plan van Aanpak Status IHP

Aanbod en samenwerking Passend en inclusief onderwijs Flexibiliteit en ruimtegebruik Duurzaamheid Huisvesting kinderopvang

8.

6 8 8 9 11

12 13 14 15 16 16 16

Inzicht en beoordeling

17

Huisvestingsscenario’s per kern Stein Elsloo Berg aan de Maas Urmond Voortgezet onderwijs

Financiën 6.1 6.2 6.3

7.

6

Type maatregelen

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6.

4 5

Vervangende nieuwbouw Renovatie Amoveren/aan de maat maken Positie herschikking In stand houden Afstoten

4.1 Het schoolgebouwenbestand 4.2 Nulmeting 4.2.1 Kwaliteit 4.2.2 Vraag en aanbod

5.

3

17 17 18 19

21 22 25 27 28 30

32

Totale investering IHP Uitgangspunten Fasering

32 32 33

Bewegingsonderwijs

34

Slotsom en aanbevelingen

36

8.1 8.2

Slotsom Aanbevelingen

36 36

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS adviseurs B.V.

www.icsadviseurs.nl

2/37

1. Inleiding Gemeente Stein wil graag een actueel Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het primair- en voortgezet onderwijs in de gemeente Stein. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjaren huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang opdat er in de gemeente Stein een duurzame en gezonde onderwijs- en opvangomgeving kan worden voortgezet. Naast de ontwikkelingen van het leerlingenaantal en de technische staat van de gebouwen, zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het IHP geeft daarmee inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient tevens aandacht te zijn voor zowel korte- als langere termijn oplossingen. Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met Stichting Kindante, Groenewald (onderdeel van Stichting LVO), MIK & PIW Groep, Kidts en de gemeente Stein. Het IHP biedt een perspectief voor de schoollocaties voor het primair- en voortgezet onderwijs voor de komende zestien jaar.

www.icsadviseurs.nl

3/37

1.1 Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zijn betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪

Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische- en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik van de (onderwijs) capaciteit inzichtelijk gemaakt. De factsheets zijn als bijlage toegevoegd aan de rapportage.

▪

Visie op onderwijs en huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijs- en opvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang zijn behandeld in werksessies.

▪

Situatieschets per kern Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van de gemeente Stein in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per kern in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief opvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen. Daarnaast zijn de scenario’s onderbouwd met een objectieve schouw van de schoollocaties.

▪

Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per kern, schouw en de prioritering vormen de input voor de oplossingsrichting. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren.

▪

Financiële vertaling oplossingsrichting Voor de oplossingsrichting worden de investeringskosten in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt.

▪

Rapportage IHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.

www.icsadviseurs.nl

4/37

1.2 Status IHP Dit IHP is in overleg tussen gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties tot stand gekomen. De partijen1 hebben een akkoord gegeven over de visie en ambitie op onderwijshuisvesting. Het vormt daarnaast een perspectief om alle besluiten rond investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en kan iedere vier jaar worden geactualiseerd. Het IHP is als het ware een koersdocument en geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) gehouden. Het is aan alle partijen om te waarborgen dat projecten en daaraan gekoppelde investeringen mogelijk zijn. Het plan krijgt status met een vaststellingsbesluit vanuit de gemeenteraad. Hiermee staan de investeringen in de eerste vier jaar vast en weet de gemeenteraad welke investering vanaf jaar vijf en verder verwacht worden. Over investering na de eerste periode van 4 jaar dient de gemeenteraad aparte besluiten te nemen. Naast de investering van de gemeente is ook sprake van investering vanuit schoolbesturen in de vorm van een bijdrage. Als partijen zich onverhoopt niet aan het IHP (kunnen) houden of er onderling niet uitkomen, dan wordt teruggevallen op de verordening onderwijshuisvesting van de gemeente.

1 De betrokken raadsleden in de projectgroep hebben meegedacht en input geleverd aan het IHP, maar hebben geen uitspraak gedaan

over het accorderen van het IHP. Dit vindt plaats tijdens de raadsbijeenkomst ten behoeve van het vaststellen van het IHP.

www.icsadviseurs.nl

5/37

2. Visie op huisvesting voor onderwijs en opvang Dit hoofdstuk beschrijft de visie op een doorgaande ontwikkellijn en de visie op huisvesting voor onderwijs en opvang. De visie vormt het fundament voor het IHP. In een interactieve werksessie met vertegenwoordigers van de schoolbesturen, de kinderopvangorganisaties en de gemeente zijn de ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op de huisvesting van onderwijs in de gemeente Stein. De vraag die centraal staat is: wat is nodig om te komen tot passende en toekomstbestendige onderwijs- en opvanghuisvesting die een bijdrage levert aan goed onderwijs en goede opvang voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot circa 18 jaar? Aan de hand van verschillende thema’s wordt in dit hoofdstuk antwoord gegeven op deze vraag.

2.1 Aanbod en samenwerking Aanbod per kern De gemeente Stein is een gemeente in de Westelijke Mijnstreek met circa 25.000 inwoners. De gemeente bestaat uit de 5 kernen Stein, Elsloo, Urmond, Berg aan de Maas en Meers en een aantal kleine dorpjes en/of buurtschappen. Op dit moment hebben de kernen Stein, Elsloo, Urmond en Berg aan de Maas een of meerdere onderwijs- en kinderopvang voorziening(en). In de kern Meers is een aantal jaren geleden de onderwijsvoorziening gesloten. Vanuit het beleid van de gemeente rondom sociale en vitale kernen wordt gestreefd naar het behouden van het huidige onderwijsaanbod in de kernen. Dit is haalbaar zolang een school en opvang een kwalitatief verantwoord aanbod van onderwijs en opvang kunnen bieden, dat perspectief heeft. Het schoolbestuur beslist in hoeverre een onderwijslocatie (nog) voldoet aan de hand van een breed palet van indicatoren, zoals onderwijskwaliteit, aantal leerlingen uit voedingsgebied, goed werkgeverschap, financiële gezondheid, welbevinden van kinderen, geografische spreiding en maatschappelijke verantwoordelijkheid2. Indien het niet meer haalbaar is, neemt het schoolbestuur het initiatief om in gesprek te gaan met de gemeente en de betrokken (kind)partners. De onderwijsvoorzieningen in Stein bieden een divers aanbod van onderwijsconcepten- en overtuigingen, zodat ouders de keuzemogelijkheid hebben.

De opvangvoorzieningen sluiten nauw aan bij de scholen en stemmen met de onderwijsvoorziening het pedagogisch beleid en het aanbod af. In de personele sfeer wordt op meerdere plaatsen samengewerkt door medewerkers over en weer in te zetten. Naast onderwijs en opvang is er in en rondom scholen een toenemende aandacht voor preventieve activiteiten. Denk daarbij aan de gezonde school en school in actie als belangrijke voorbeelden. In de sfeer van lichte hulp is op scholen plek voor logopedie, gezinswerkers, schoolmaatschappelijk werkers en andere hulpverleners. Hulp wordt zo laagdrempelig mogelijk verleend om het ontstaan van zware zorgvragen te voorkomen. In het IHP wordt het volgende onderscheid gemaakt: ▪ ▪

Kindpartner: wanneer gesproken wordt over kindpartner dan is sprake van peuteropvang, kinderdagverblijf en/of buitenschoolse opvang (BSO). (Maatschappelijke) partners: overige partners rondom de ontwikkeling van een kind, zoals bijvoorbeeld logopedie en jeugdhulp.

Voor het voortgezet onderwijs in Stein ligt de focus lokaal, maar ook regionaal voor jongeren uit de buurgemeenten. Net als in het primair onderwijs is in het voortgezet onderwijs aandacht voor preventieve activiteiten.

2 Zie ook Infographic van kwantiteit naar kwaliteit van Stichting Kindante.

www.icsadviseurs.nl

6/37

Integraal aanbod Primair onderwijs Er wordt ingezet op een verschuiving van basisscholen naar kindcentra (KC)3 met kindfuncties bij voorkeur in (of nabij) de school (Gemeente Stein, Accommodatiebeleid, 2019). Het aanbieden van een integraal aanbod van onderwijs en opvang is een gezamenlijke ambitie van de gemeente, onderwijs en opvang. De verregaande samenwerking in een KC heeft als doel om een zo goed mogelijke doorlopende ontwikkellijn te realiseren, zodat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Aanvullend wordt, waar nodig en mogelijk, toegewerkt naar een bredere vorm van kindcentra waarbij activiteiten en partners, die het KC-concept versterken en bijdragen aan de ontwikkeling van het kind, in (of nabij) de school worden betrokken. Hierbij kan gedacht worden aan jeugdgezondheidszorg en vrijetijdsvoorzieningen (cultuur en sport), zodat deze laagdrempelig toegankelijk zijn voor ouders en kinderen. Op deze manier is de onderwijslocatie de ‘ontmoetingsplek’ voor het kind. Bij het realiseren van (vervangende) nieuwbouw is het streven naar een KC vanzelfsprekend. Op dat moment wordt ook breder gekeken naar aanvullende behoeften vanuit de wijk. Bij bestaande bouw worden de mogelijkheden bekeken, zoals het inzetten van (structurele) leegstand voor de kindpartner die de school ondersteunt/versterkt.

Om de continuïteit van de inhoudelijke samenwerking in een KC te borgen betekent dit ook dat de kindpartner een volwaardige partner in het gebouw is. Bij ruimtetekort wordt de kindpartner niet uit het schoolgebouw gezet (lees: opvang wijkt niet voor onderwijs), maar wordt per situatie gekeken naar een pragmatische en passende oplossing binnen de financieringsvormen en de wettelijke kaders. Voortgezet onderwijs De doorlopende ontwikkellijn van opvang naar primair onderwijs, wordt doorgetrokken naar het voortgezet onderwijs en verder. Door de schoolbesturen, Stichting Kindante en LVO/Groenewald, wordt gewerkt aan verschillende initiatieven en ambities om een doorgaande ontwikkellijn te realiseren 4. Samenwerking tussen po en vo Door de schoolbesturen Stichting Kindante en LVO/Groenewald is aangegeven dat er al veel samenwerking is en deze verder uitgebouwd gaat worden. Onderdeel van de samenwerking is de overgang op inhoudelijke samenwerking tussen po en vo. De samenwerking is organisatorisch zonder fysieke gevolgen. Leerlingen blijven op de basisschool of op het voortgezet onderwijs. Wel kan het zo zijn dat bijvoorbeeld basisschoolleerlingen naar het gebouw van het vo komen om gebruik te maken van specifieke vaklokalen, bijvoorbeeld voor techniekonderwijs.

Door de samenwerking inhoudelijk vorm te geven zijn er geen gevolgen voor de leerlingenstromen en kunnen alle kinderen in Stein profiteren van de samenwerking. Daarnaast wordt in het voortgezet onderwijs de aansluiting van het onderwijs bij partners (bedrijven, maatschappelijke instellingen en het vervolgonderwijs) steeds belangrijker, zodat leerlingen in de praktijkcontext leren. Aansluiten bij deze ontwikkeling heeft effect op het type ruimten en voorzieningen in een school. Deze samenwerking draagt ook bij in een soepele overgang naar het vervolgonderwijs.

3 Een kindcentrum gaat over samenwerking tussen kindpartners rond een dagprogramma van kinderen. Dat is het streven in gemeente Stein.

Een integraal kindcentrum gaat om een fysiek samenwerking en een nieuwe organisatievorm. Dat is met de huidige wet- en regelgeving nog niet mogelijk en ook niet het streven in de gemeente Stein. 4 Op dit moment is de samenwerking organisatorisch van aard (zie tekstkader). Indien maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een heroverweging dan kan de samenwerking ook fysieke gevolgen hebben.

www.icsadviseurs.nl

7/37

2.2 Passend en inclusief onderwijs Scholen hebben per 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Het streven is om ieder kind in een reguliere setting te plaatsen, maar dat is niet voor alle kinderen mogelijk. Zodra een school niet tegemoet kan komen aan de zorgbehoefte van een kind, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen binnen de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Daarnaast is in juli 2016 het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap in werking getreden; landen moeten zorgdragen voor een inclusieve samenleving, waartoe inclusief onderwijs behoort. Schoolbesturen en de gemeente onderschrijven het belang van het aanbieden van passend en inclusief onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen is belangrijk. Passend en inclusief onderwijs en opvang vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik. Bijvoorbeeld ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, externe zorgaanbieders en/of begeleiders. Schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en de gemeente komen samen tot passende onderwijsplekken, afgestemd op de specifieke behoeften.

2.3 Flexibiliteit en ruimtegebruik Voor gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties is het wenselijk om bestaande voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met inhoudelijke samenwerking, passend onderwijs, leerlingenaantallen en de opvangbehoefte5. De leerlingenprognose (basisgeneratie) voor het primair onderwijs in Stein laat de komende 16 jaar een krimp tot stabilisatie zien. Er zijn wel verschillen zichtbaar per school en per kern. In het voortgezet onderwijs is de komende jaren sprake van een krimp, waarna het zich stabiliseert. Van belang is om bij zowel groei als krimp hierop te anticiperen met behoud van het onderwijs- en opvangconcept. Bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie is het van belang om aandacht te hebben voor toekomstige aanpasbaarheid. Dit betekent: ▪ ▪

▪

Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening te houden met (toekomstige) uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of opvangconcept te niet doet. Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is aandacht voor het installatieconcept van belang om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. Transformeren van functie: bij scholen in kleine kernen (constructief) rekening houden met het transformeren van schoolgebouwen naar een andere functie voor het schoolgebouw. Dit betekent dat bij de planvorming rekening wordt gehouden met het veranderen van functie naar bijvoorbeeld woningen. Belangrijk aandachtspunt is dat de transformeerbaarheid niet ten koste mag gaan van de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs.

5 Wellicht al anticiperen op de veranderende rol en functie van opvang in de toekomst.

www.icsadviseurs.nl

8/37

Zodra leegstand leidt tot een structureel (financieel) tekort op de begroting van het schoolbestuur, wordt in afstemming met de gemeente een plan opgesteld om de leegstand terug te dringen en daarmee de capaciteit af te stemmen op de behoefte. Deze plannen dienen afgestemd te zijn op de toekomstige normatieve ruimtebehoefte (aantal leerlingen) en (maatschappelijke) ontwikkelingen binnen een gebied (bijvoorbeeld dorpsontwikkelingen). Het basisuitgangspunt is beargumenteerd (integraal) en maatschappelijk verantwoord omgaan met investeringen. Dit vanuit de filosofie dat de voorzieningen bekostigd zijn of worden met maatschappelijke middelen. Daarnaast is het voor schoolbesturen van belang om de onderwijsmiddelen die zij ontvangen ook daadwerkelijk te gebruiken voor het onderwijs en niet voor de huisvesting. Bij het maken van integrale en toekomstbestendige plannen wordt vanzelfsprekend ook gekeken naar het huisvesten van opvangfuncties en/of overige partners. Incidentele inzet verwijsbeleid In de visie is opgenomen dat onderwijs zo veel mogelijk vanuit één locatie plaatsvindt. Wanneer een school een capaciteitstekort ervaart en dat is structureel (houdt 10 jaar of langer aan) dan wordt een school permanent uitgebreid conform het beleid van de gemeente Stein.

Er kunnen zich incidenteel situaties voordoen (bijvoorbeeld vanwege een financieel vraagstuk) om voor een bepaalde periode het verwijsbeleid in te zetten. Gemeente en schoolbestuur gaan daarover dan in gesprek.

2.4 Duurzaamheid Gemeente Stein vindt duurzaamheid heel belangrijk. Het streven is dan ook proactief, in de voorhoede, anticiperen op de door de provincie en/of Rijksoverheid opgelegde (wettelijke) verplichtingen, waardoor de beschikbare middelen efficiënt worden benut en ingezet om maximaal effect te sorteren voor het klimaat, de economie en de gemeenschap6. Binnen het IHP worden, in lijn met de duurzaamheidvisie van Stein en de geldende wet- en regelgeving, duurzaamheidsambities geformuleerd voor de onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting, gefinancierd met maatschappelijke middelen vanuit overheidswege, wordt aangemerkt als maatschappelijk vastgoed. Energie Het Klimaatakkoord, en daarmee de gemeente Stein, heeft als ambitie om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Dit betekent dat er netto in totaal evenveel energie duurzaam wordt opgewekt, als dat er wordt verbruikt. Dit vertaalt naar onderwijsvoorzieningen, dan ligt de ambitie van de gemeente voor (vervangende) nieuwbouw op tenminste Energie Neutraal Gebouw (ENG). Dit is hoger dan het Bouwbesluit (1 januari 2021) waarin Bijna Energie Neutraal (BENG) als eis geldt. Daarnaast wordt bij (vervangende) nieuwbouw gasloos gebouwd, conform geldende wet- en regelgeving. Voor renovatie geldt dat BENG beredeneerd zo veel mogelijk wordt gehaald. Daarnaast kan een schoolgebouw ook energieopwekkend zijn met behulp van zonnepanelen.

De gemeente draagt zorg bij (vervangende) nieuwbouw voor het aantal PV-panelen dat vereist is om te voldoen aan de uitgangspunten zoals beschreven in het IHP. Het schoolbestuur kan ervoor kiezen om voor eigen rekening meer PV-panelen te realiseren. Met voldoende dakoppervlak kunnen zonnepanelen op een school een bijdrage leveren aan een energieneutrale wijk. Om wijken aardgasvrij te maken loopt op dit moment een onderzoek naar warmtenet Het Groene Net (restwarmte van Chemelot) en welke wijken hierop aan kunnen sluiten. Indien een school in een van deze wijken ligt dan wordt deze meegenomen in het aardgasvrij maken van het schoolgebouw. Duurzaamheid is breder dan enkel de afspraken uit het Klimaatakkoord. Het gaat ook over functionaliteit en als uitvloeisel daarvan de toekomstbestendigheid van voorzieningen (zie ook paragraaf 2.3).

6 Gemeente Stein, Energieneutraal in 2050: klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2021.

www.icsadviseurs.nl

9/37

Wettelijke verplicht BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw BENG is van toepassing op de gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie, zoals smartboards, laden van ICT-apparatuur en keukenfaciliteiten, wordt buiten beschouwing gelaten. De energieprestaties voor BENG-gebouwen worden vastgelegd aan de hand van drie eisen: ▪ ▪ ▪

De maximale energiebehoefte per kWh/m2/jaar; Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m2/jaar; Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.

Ambitie IHP ENG: Energieneutraal gebouw Ook hier draait het om gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden energie, nul is. Nul op de meter Bij een nul-op-de-meter gebouw wordt zowel het gebouwgebonden als het gebruikgebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energiegebruik en -opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden en gebruikgebonden energie, nul is. Circulaire economie Het streven naar een duurzame samenleving vraagt tevens een bewust en verantwoordelijk gebruik van grondstoffen. De ontwikkeling naar een circulaire economie, een economie zonder verspilling van grondstoffen en uitputting van de hulpbronnen van de aarde, vormt hiervoor de basis. Vanuit milieudoelstellingen kan het een afweging zijn om voor nieuwe en bestaande gebouwen te gaan werken met een registratie in een grondstoffendatabank. Dit bevordert het hergebruik van grondstoffen wat de duurzaamheid ten goede komt. Klimaatadaptatie Het klimaat verandert doordat de temperatuur op aarde stijgt. Door klimaatverandering is er steeds meer sprake van extreme buien, lange perioden van droogte en hitte in de bebouwde omgeving.

Klimaatadaptatie is een instrument waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat, waardoor klimaatbestendigheid ontstaat. Het onderwerp klimaatadaptatie raakt aan verschillende andere (beleids)velden. Belangrijke relaties zijn er onder andere met groenvoorziening, gebruik en inrichting van de openbare ruimte, bebouwing, (regen)wateroverlast en droogte. Voor de schoolomgeving is het van belang om te anticiperen op meer groen (daar waar mogelijk met biodiversiteit) en het verminderen van bestaande verharding en/of het tegengaan van nieuwe verharding. Voorbeelden zijn het vergroenen van schoolplein of daken. Gezondheid Gezonde scholen en opvang met een goed binnenklimaat zijn een voorwaarde voor goed onderwijs en opvang. Een slecht binnenklimaat heeft een negatief effect op de leerprestaties en veroorzaakt gezondheidsklachten. De ontwikkelingen rondom de Covid-19 pandemie benadrukken nogmaals het belang.

www.icsadviseurs.nl

10/37

Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw, omdat ze het energieverbruik terugdringen en de CO 2-uitstoot beperken. In de praktijk zijn vooral de CO2-concentratie en de temperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie, complexe installaties en het gedrag van de gebruikers. Bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen geldt als minimum eis het bouwbesluit 2012 inclusief de uitgangspunten conform de normering Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. Voor bestaande bouw (niet zijnde renovatie) geldt de minimum eis bouwbesluit 2012 en de ambitie om Frisse Scholen Klasse B zoveel mogelijk te benaderen. De investeringen die nodig zijn voor het realiseren van een goed binnenklimaat worden gewogen en in relatie gebracht met het perspectief (nog te verwachten gebruiksduur) van het gebouw. De gemeente, schoolbesturen en opvang hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de ambitie van een goed binnenklimaat in bestaande gebouwen te realiseren. Vanuit het schoolbestuur kan de bestaande situatie in beeld worden gebracht inclusief inzicht in de benodigde maatregelen.

Vervolgens wordt de koppeling gelegd met geplande investeringen vanuit het onderhoudsplan. In de praktijk blijkt dat het realiseren van een goed binnenklimaat vraagt om meer installaties aan te brengen. Dit heeft qua financiën enerzijds een investeringskant en anderzijds een exploitatiekant. Het aanbrengen van installaties betekent in de praktijk vaak een verhoging van het energieverbruik en de onderhoudscomponent voor schoolbesturen. Indien in een bestaand gebouw een investering in het binnenklimaat aan de orde is, dan is het in eerste instantie aan het schoolbestuur (al dan niet samen met de opvang) om te verkennen of ze de investering kan plegen. De opvangorganisatie investeert zelf of voldoet de bekostiging van de gepleegde investeringen (voor het deel dat ze gebruiken) via een huurvergoeding. Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze. Investeringen in binnenklimaat Voor investeringen in het binnenklimaat is een spanning aanwezig vanuit investeringen. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Beide zien wel de noodzaak tot investeringen. Een ander aspect van gezondheid is het bevorderen van bewegen. Om te komen tot goede leerprestaties en ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat ze voldoende kunnen bewegen in en rond het (school)gebouw.

Om kinderen op school tot meer bewegen uit te dagen, moet de schoolomgeving ook als zodanig ingericht worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan hoogteverschillen, klimmuren en glijbanen, maar ook activiteiten die de school organiseert, zoals beweegactiviteiten in de pauze, naschoolse sportactiviteiten en stimuleren dat kinderen lopend of met de fiets naar school komen. Bij de bestaande locaties wordt de buitenruimte gehandhaafd, maar kan gekeken worden naar het ‘vergroenen’ van de pleinen. Voor nieuwbouw of renovatie wordt de omvang van de buitenruimte nader beschouwd, maar voldoet minimaal aan de geldende eisen uit de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Voor de opvang wordt voldaan aan de geldende regelgeving (ook bij bestaande bouw). Het is aan het schoolbestuur en de kinderopvangorganisaties om de buitenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogische visie vorm te geven en in te richten.

2.5 Huisvesting kinderopvang Vanwege de samenwerking tussen onderwijs en opvang is huisvesting van kinderopvang ook een belangrijk gegeven. Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting waar de kans zich voordoet. Daarbij is het mogelijk dat de kinderopvang eigenstandig in de huisvesting investeert. Als ze dat niet kan, dan kan de gemeente investeren en deze investering via een huurvergoeding terugkrijgen.

www.icsadviseurs.nl

11/37

3. Type maatregelen Voor elke voorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt een zestal scenario’s voor gebouwen onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Vervangende nieuwbouw; Renovatie; Positie herschikking; Amoveren/aan de maat maken; In stand houden; Afstoten.

In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. Daarbij wordt voor elk van de scenario’s aangegeven bij wie de verantwoordelijkheid ligt en wat het bijbehorende budget is. Optie

Scenario

Verantwoordelijkheid uitvoering

Verantwoordelijkheid budget

Budget (bijdrage gemeente)

1

Gemeente en schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur

Gemeente7

2

Vervangende nieuwbouw Renovatie8

3

Positie herschikking

4

Amoveren

5 6

In stand houden Afstoten9

Gemeente en schoolbestu(u)r(en) Gemeente en schoolbestuur Schoolbestuur Schoolbestuur

Gemeente en schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur Schoolbestuur n.v.t.

100 % norm nieuwbouw 70 % norm (maximum) nieuwbouw PM

Gemeente en schoolbestuur

PM MI-vergoeding n.v.t.

Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. Per project maken gemeente en schoolbestuur gezamenlijk een afweging over het bouwheerschap. Eén van beide partijen is bouwheer/penvoerder en bij complexere projecten (vaak met meerdere functies) wordt extern bouwprojectmanagement ingeschakeld in onderling overleg.

7 De gemeente kan gebruikmaken van alternatieve financieringsvormen. 8 Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw wetsvoorstel voor onderwijshuisvesting, o.a. ook voor renovatie als huisvestingsvoorziening. De

verwachting is dat de nieuwe wet vanaf 2023 vastgesteld wordt. In afwachting daarvan geldt tot die tijd de richtlijnen voor renovatie zoals opgesteld in dit IHP (zie toelichting bij het kopje renovatie, pagina 13). 9 Bij het afstoten van een gebouw wordt het gebouw van de gemeente. Eventuele sloopkosten, indien aan de orde, zijn voor haar rekening.

www.icsadviseurs.nl

12/37

Vervangende nieuwbouw Voor vervangende nieuwbouw geldt vanaf 2021 aangescherpte wet- en regelgeving omtrent de kwaliteit van schoolgebouwen en daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Het Bouwbesluit en vigerende wet- en regelgeving is altijd van kracht. Binnen het Bouwbesluit is bijvoorbeeld Frisse Scholen klasse B uitgangspunt. De aangescherpte regelgeving vanuit Europa bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland BENG moeten zijn (zie 2.4). Daarnaast wordt nieuwbouw aardgasloos gerealiseerd. De gemeente Stein en schoolbesturen hebben een hogere ambitie ten aanzien van duurzaamheid. Het is verstandiger om de spreekwoordelijke lat nu hoger te leggen door gericht op de toekomst te investeren in ENG (deze extra stap is nu goedkoper dan later alsnog corrigeren). De gemeente bekostigt het wettelijke deel (BENG), bouwbesluit en Frisse Scholen Klasse B. De stap van BENG naar ENG is te realiseren middels een schoolbestuurlijke bijdrage (indien uit een businesscase blijkt dat het schoolbestuur de bijdrage niet of niet geheel kan leveren, dan zuivert de gemeente deze aan). Voor het realiseren van vervangende nieuwbouw gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren van de duurzaamheidsambitie ENG is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren.

Hierin worden de wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid gevolgd, deze zijn leidend. ▪ De gemeente is in het verlengde van nieuwe regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen. ▪ De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities (stap naar ENG) via een financiële bijdrage. Schoolbesturen hebben hiervoor twee mogelijkheden die zij kunnen onderzoeken. Deze zijn: ─ Een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) voor het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (minimaal Frisse Scholen klasse B) of het realiseren van ENG in plaats van BENG. ─ Een bijdrage uit inbreng van uitgespaarde of uitgestelde onderhoudsmiddelen. Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt voor het primair onderwijs dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol. ▪ Een voorwaarde voor een investering door de gemeente is dat schoolbesturen onderzoeken hoeveel zij financieel kunnen bijdragen. Dit alles binnen de geldende wet- en regelgeving. ▪ Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd. ▪ Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B.

▪ Bij vervangende nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar. ▪ Voor vervangende nieuwbouw wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van €2.550 - € 3.35010 per bruto vierkante meter (prijspeil juli 2021), inclusief een jaarlijkse indexering van 5% in de eerste vier jaar en 2% in de daaropvolgende jaren. ▪ Bij het daadwerkelijk maken van de nieuwbouwplannen wordt nogmaals gekeken hoe de feitelijke leerlingenaantallen zich verhouden tot de leerlingenprognoses en wordt de omvang van de nieuwbouw definitief bepaald. Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van vervangende nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijke van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG.

10 De bandbreedte is afhankelijk van het type onderwijs (po of vo) en de grootte van de locatie (aantal leerlingen).

www.icsadviseurs.nl

13/37

Renovatie De VNG heeft samen met de koepelorganisaties PO-Raad en VO-Raad een advies tot wijziging van de wet ingediend, waaronder het toevoegen van renovatie als alternatief voor vervangende nieuwbouw. In het advies van de VNG, PO-raad en VO-raad wordt het uitgangspunt gehanteerd dat renovatie dient te worden beschouwd als een volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw, om de levensduur van schoolgebouwen met ten minste 25 jaar te verlengen waarbij het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen. Hierbij zijn ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van vervangende nieuwbouw worden zo veel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zo veel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen.

Bij renovatie wordt gekeken naar: ▪ Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ▪ Technisch staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ▪ Ruimtelijke staat; ▪ Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG). Verder wordt bij renovatie het kwaliteitskader primair- en voortgezet onderwijs als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan maken gemeente en schoolbestuur een gerichte afweging van te nemen maatregelen of maatregelen die achterwege worden gelaten (vervat in een businesscase annex maatregelenplan). Onderdeel van de businesscase is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de te prefereren keuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit het inzetten van maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten).

De businesscase bestaat ten minste uit inzicht in: ▪ De kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan; ▪ De staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen; ▪ Benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses; ▪ Benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige en installatietechnische aspecten om te voldoen aan minimaal bouwbesluit 2012 inclusief Frisse Scholen Klasse B; ▪ Benodigde investeringen voor verduurzaming (naar BENG en eventueel ENG); ▪ Wet- en regelgeving op het gebied van binnenklimaat; ▪ De actuele boekwaarde; ▪ Benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen. Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt. Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeente Stein. Bij vervangende nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken.

www.icsadviseurs.nl

14/37

Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ ▪ ▪

▪

▪

▪ ▪

Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van genoemde businesscase annex maatregelenplan; De kosten voortkomend uit de gebrekenrapportage betreffen onderhoudswerkzaamheden en zijn voor rekening van het schoolbestuur vanuit haar onderhoudsverplichting; De gemeentelijke bijdrage is maximaal 70% van de investering voor vervangende nieuwbouw per bruto vierkante meter met een jaarlijkse indexering van 5% in de eerste vier jaar en 2%11 in de daaropvolgende jaren. Het percentage van 70% vormt het kantelpercentage vanaf wanneer vervangende nieuwbouw vanuit bedrijfseconomisch oogpunt verantwoorder is. Deze gemeentelijke bijdrage wordt niet overschreden. Zo wel, dan is in de businesscase beargumenteerd aangeven waarom dit gebeurt12. De gemeentelijke bijdrage is een invulling van het voorstel vanuit de VNG en PO-raad dat de gemeente bijdraagt in de bekostiging van renovatie. Daarmee wordt vooruitgelopen op de verwachte nieuwe wetgeving waarin renovatie als voorziening wordt opgenomen; De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een financiële bijdrage. Schoolbesturen hebben hiervoor twee mogelijkheden die zij onderzoeken.

Deze zijn: ─ Een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een businesscase per situatie) voor het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (minimaal Frisse Scholen klasse B); ─ Een bijdrage uit inbreng van uitgespaarde of uitgestelde onderhoudsmiddelen. Door het in beeld brengen van de onderhoudsstaat van het bestaande gebouw, middels een gebrekenrapportage voorzien van financiële doorrekening van geconstateerde punten, ontstaat een beeld van de huidige onderhoudsverplichting van het schoolbestuur. De uitkomst vormt de onderbouwing van het tweede deel van de bijdrage die een school levert. Hiervan kan een deel bijdrage worden; Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt voor het primair onderwijs dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol; Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B; Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 25 jaar verlengen.

In het proces om te komen tot een afweging voor renovatie zijn nog twee spelregels van toepassing: ▪ ▪

Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van vervangende nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt.

Amoveren/aan de maat maken Dit betreft een activiteit waarbij een onderwijsvoorziening met structurele overmaat aan ruimte aan de maat gemaakt kan worden. Dit kan door ruimten aan de onderwijsbestemming te onttrekken en een andere invulling te geven. Ook is het mogelijk om ruimte te amoveren/slopen en zo het gebouw aan de maat te maken.

11 Genoemde indexeringspercentages zijn een advies van ICSadviseurs. De gemeente kan hiervan afwijken. 12 Voorbeelden van argumenten kunnen zijn: monumentale status, beeldbepalend gebouw, geen alternatieve locatie beschikbaar, hoge

boekwaarde van een gebouw en (kwalitatief) verschillende bouwdelen (met verschillende bouwjaren).

www.icsadviseurs.nl

15/37

Positie herschikking Dit betreft een activiteit waarbij twee onderwijsvoorzieningen een herschikking ondergaan waarbij schoolgebouwen onderling uitgeruild worden. Het doel is dat beide scholen daarmee meer passend gehuisvest zijn. Dit is een vorm van duurzaam hergebruik van bestaand vastgoed waarbij mogelijk een beperkt budget voor aanpassing, inhuizen, et cetera nodig is.

In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Voor het kwaliteitsniveau geldt dat voor het gebouw een adequaat niveau gehandhaafd dient te worden. Hiervoor zet zij de materiële instandhoudingsvergoeding in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Op dat moment treden gemeente en schoolbesturen in overleg of dit kan vallen onder een natuurlijk moment (zie ook kader slim investeren) om in verduurzaming te investeren en ook valt binnen het spectrum van no-regret maatregelen. Daarnaast neemt het schoolbestuur de verantwoordelijkheid om in bestaande voorzieningen te investeren in verduurzaming. De gemeente kan op drie manieren faciliteren bij het verduurzamen van de bestaande schoolgebouwen: ▪

▪

▪

▪

Kennis: Door het ontsluiten van interne kennis vanuit de gemeente en externe kennis vanuit partijen als de Schooldak Revolutie helpt de gemeente schoolbesturen bij het maken van de juiste keuzes rondom duurzaamheid. Aanbestedingen: De gemeente kan schoolbesturen helpen bij het collectief aanbesteden van ingrepen ten behoeve van duurzaamheid. Schaalgrootte en een professionele aanbesteding zorgen ervoor dat de schoolbesturen worden ontzorgd en inkoopvoordelen hebben. Daarnaast kan de gemeente helpen bij het aanvragen van uitkeringen, zoals de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS), om het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen te verbeteren. Routekaart scholenbouw: De PO- en VO-raad hebben de plannen uit het klimaatakkoord in een landelijke sectorale routekaart verwerkt, met daarin een plan hoe alle schoolgebouwen in 2050 CO₂-arm kunnen worden. De routekaart geeft daarnaast de benodigde randvoorwaarden en knelpunten met betrekking tot financiering, wetgeving en organisatie en biedt het daarvoor waar mogelijk praktische oplossingen. Co-financieren: bijvoorbeeld middels de SUVIS aanvraag waarbij de overheid een bijdrage ter beschikking stelt van maximaal 30% van de totale projectkosten. Over de dekking van de resterende 70% voeren gemeente en schoolbestuur het overleg.

Slim investeren Verduurzamen van schoolgebouwen enkel uit te voeren in combinatie met grootschalige onderhoudswerkzaamheden of renovatie. Door deze combinatie kan efficiency bereikt worden in de uitvoering van de werkzaamheden. Bij investeren in verduurzamen is het noodzakelijk dat het gebouw nog een aanzienlijke periode in gebruik blijft of dat het gebouw courant is waardoor de investering ook interessant is bij toekomstige herbestemming.

Afstoten Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden conform verordening Onderwijshuisvesting aan de desbetreffende gemeente. Daarmee worden ze onttrokken aan de onderwijsbestemming.

www.icsadviseurs.nl

16/37

4. Inzicht en beoordeling 4.1 Het schoolgebouwenbestand De vastgoedportefeuille van de gemeente Stein bevat in totaal acht schoolgebouwen. Hiervan zijn zeven schoolgebouwen in gebruik door het primair onderwijs en één schoolgebouw door het voortgezet onderwijs. De Avonturijn in Berg aan de Maas is de enige school met een beeldbepalend pand. Bij alle schoolgebouwen ligt het economisch claimrecht13 bij de gemeente. Het juridisch eigendom ligt bij het betreffende schoolbestuur (Stichting Kindante of Stichting LVO). De omvang van het scholenbestand voor het primair onderwijs is circa 10.519 m² bvo (exclusief semipermanente huisvesting). Voor het voortgezet onderwijs is dit 7.332 m² bvo. De gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen in Stein is 39 jaar (gemiddeld bouwjaar 1982). Hierbij gaat het om het initiële bouwjaar. Er is dus geen rekening gehouden met eventuele uitbreidingen en/of renovatie van een schoolgebouw. Aantal gebouwen per leeftijdscategorie 6 5 4 3 2 1 0 1945 en ouder

1946 - 1965

1966 - 1985

1986 - 2000

2001 - 2015

2016 en jonger

figuur 1 - leeftijdscategorie

4.2 Nulmeting Alle onderwijsgebouwen in de gemeente Stein zijn op basis van verschillende kenmerken in kaart gebracht. Aan de hand van een vragenlijst zijn de schoolbesturen gevraagd de gebouwen te beoordelen. Voor elk schoolgebouw is een zogenaamde factsheet opgesteld, waardoor inzicht is verkregen in de staat van de gebouwen (nulmeting). Deze factsheets zijn toegevoegd aan het bijlagedocument van dit IHP. Onderstaand wordt een beschrijving gegeven van de hoofdthema’s waarop de onderwijsgebouwen beoordeeld zijn.

13 Het economisch claimrecht houdt in dat wanneer het gebouw aan de onderwijsbestemming wordt onttrokken het gebouw terugvalt in

eigendom van de gemeente Stein.

www.icsadviseurs.nl

17/37

4.2.1 Kwaliteit Binnen het thema kwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen vier criteria: ▪ Technische staat; ▪ Functionele staat; ▪ Binnenklimaat; ▪ Veiligheid. De schoolbesturen hebben aan de hand van een vragenlijst de eigen onderwijsgebouwen kwalitatief beoordeeld. Dit en de context vanuit het onderwijs, hebben zij toegelicht in een individueel interview. De uitkomsten van de beoordeling zijn weergegeven in figuur 2. Onderstaand figuur geeft een weergave van de beoordeling door schoolbesturen. Daarnaast heeft een objectieve schouw plaatsgevonden van de onderwijslocaties. Deze zijn niet in onderstaand figuur weergegeven. De schouwrapportages zijn wel in de bijlage toegevoegd. ▪

Technische staat De technische staat geeft inzicht in de kwaliteit van de installaties, de binnen- en buitenkant van het gebouw en een algemene beoordeling.

▪

Functionele staat De functionele staat geeft aan in welke mate het gebouw het onderwijsconcept faciliteert. Hierin spelen niet alleen onderwijsruimten en het speelplein een rol, maar ook de werkomgeving van de staf en facilitaire voorzieningen komen aan bod.

▪

Binnenklimaat De beoordeling van het binnenklimaat geeft aan hoe de ventilatie, de temperatuur, het licht en het geluid binnen het gebouw ervaren wordt.

▪

Veiligheid Bij veiligheid is gevraagd naar de veiligheid in en rondom het gebouw, verkeersveiligheid en of er sprake is van vandalisme. Beoordeling kwaliteit 10 8 6 4 2 0 Technisch

Functioneel Goed

Binnenklimaat

Redelijk

Veiligheid

Slecht

Figuur 2 – weergave beoordeling kwaliteit

www.icsadviseurs.nl

18/37

4.2.2 Vraag en aanbod Binnen het thema vraag en aanbod wordt de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstige normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit in 2036. De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. Medegebruik, bijvoorbeeld door een opvangorganisatie, is bij het bepalen van het ruimtetekort/overschot niet meegenomen in de berekening. De leerlingenprognose voor het primair onderwijs is opgesteld door Pronexus (oktober 2019). Het voortgezet onderwijs werkt met een eigen leerlingenprognose. Basisgeneratie primair onderwijs De meest actuele leerlingenprognose voor het primair onderwijs geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Pronexus geeft daarbij aan: “In de ramingen van leerlingenaantallen zijn twee ontwikkelingen verwerkt. Dit zijn de trends in de omvang van de doelgroep voor het basisonderwijs in de afzonderlijke gebieden van de gemeente Stein en de schoolkeuze. Bij de opzet van de prognoses zijn cijfers verwerkt met een uitsplitsing van leerlingen naar herkomstgebied.” De basisgeneratie geeft de omvang weer van de 4- tot en met 11-jarigen plus 30 procent van de 12-jarigen. Het overige deel van de 12-jarigen stroomt door naar een school voor voortgezet onderwijs.

In onderstaande tabel wordt de basisgeneratie voor het primair onderwijs in de gemeente Stein per wijk weergeven. Wijk

2021

2022

2023

2025

2030

2036

Δ 2021 2036

Stein oud

222

227

220

229

231

230

+8

Kerensheide

135

129

138

143

144

135

-

Nieuwdorp

154

150

150

148

156

159

+5

Meers

58

63

64

66

74

76

+ 18

Stein centrum

127

127

126

129

124

107

- 20

Elsloo

512

505

498

506

505

473

- 39

Berg

125

123

123

125

131

126

+1

Urmond

241

246

249

253

265

238

-3

TOTAAL

1.574

1.570

1.568

1.599

1.630

1.544

- 30

Tabel – basisgeneratie primair onderwijs Stein

Het aantal kinderen in de doelgroep voor het primair onderwijs in de gemeente Stein laat de komende jaren een daling zien. Er is wel een verschil per wijk zichtbaar.

www.icsadviseurs.nl

19/37

Leerlingenprognose Onderstaande tabel geeft een overzicht van de leerlingenprognose per school. De leerlingenprognose van Groenewald loopt in de tabel tot 2027.

School De Avonturijn Kerensheide De Maaskei (Stein) De Maaskei (Urmond) KC Aelse IKC de triviant TOTAAL PO Groenewald TOTAAL VO

Oktobertelling14 2021 108 124 171 190 487 285 1.365 1.489 1.489

Prognose → 2024 111 127 187 218 473 277 1.393 1.422 1.422

2027 118 132 190 224 478 288 1.430 1.350 1.350

2030 120 132 190 228 475 289 1.434

2033 119 130 184 218 461 288 1.400

Δ 20212036 (%)

2036 115 126 179 205 445 284 1.354

+ 6% + 2% + 5% + 8% - 9% -1% - 9%

Tabel – Oktobertelling en prognoses aantal leerlingen primair- en voortgezet onderwijs

NB: op een aantal locaties wijkt de actuele oktobertelling – in positieve of negatieve zin – sterk af van de prognose. Voorbeelden zijn de Avonturijn en de Maaskei (Stein). De kans is groot dat deze scholen zich anders ontwikkelen dan de prognose laat zien. NNB: de ontwikkeling van de basisgeneratie en de totale PO-populatie op basis van de leerlingenprognose verschilt. Dit valt te verklaren door leerlingen die naar het speciaal onderwijs gaan of onderwijs volgen in een andere gemeente. Capaciteit Het aantal leerlingen op een school bepaalt de benodigde normatieve ruimtebehoefte in vierkante meters. In onderstaande tabel is de normatieve ruimtebehoefte afgezet tegen de huidige onderwijscapaciteit. Net zoals in voorgaande tabellen gaat het om de actuele leerlingenaantallen en de prognose. Op het moment dat een businesscase wordt opgesteld, dienen de meest recente leerlingenaantallen en -prognoses te worden opgenomen. Beschikbare capaciteit School De Avonturijn Kerensheide De Maaskei (Stein) De Maaskei (Urmond) KC Aelse* IKC de triviant Groenewald TOTAAL

m² bvo onderwijs

1.255 2.383 1.742 1.126 2.692 1.321 7.332 24.228

Ruimtebehoefte (m² bvo onderwijs) 2021 743 824 1.060 1.156 2.650 1.634 10.170

2024 758 839 1.141 1.297 2.579 1.593 9.779

2027 794 864 1.156 1.327 2.604 1.649 9.341

2030 804 864 1.156 1.347 2.589 1.654

2033 799 854 1.126 1.297 2.519 1.649

2036 778 834 1.100 1.231 2.438 1.629

Tabel - Analyse beschikbare capaciteit versus ruimtebehoefte (exclusief Semipermanente huisvesting) * onderwijscapaciteit onderbouw- en bovenbouw is bij elkaar opgeteld.

In veel gevallen wordt (een deel van) dit overschot opgevuld door onderwijscapaciteit in medegebruik ten behoeve van opvang. Kijkend naar de situatie op locatieniveau zijn er drie locaties waar momenteel (in 2021) (normatief) een tekort is. Dit zijn: De Maaskei (Urmond), IKC de triviant en Groenewald.

14 Oktobertelling 01-10-2020 is weergegeven onder 2021.

www.icsadviseurs.nl

20/37

5. Huisvestingsscenario’s per kern De volgende paragrafen bevatten de scenario’s per kern en per school. Hieronder een toelichting van de onderdelen die daarin terugkomen. Analyse per schoolgebouw De analyse per schoolgebouw betreft een weergave van de kansenkaart (knelpuntenanalyse). In de kansenkaart is de school beoordeeld op: ▪ ▪ ▪

Kwaliteit – (subjectieve) beoordeling van de functionele en technische staat van het onderwijsgebouw door het betreffende schoolbestuur; Financiën – exploitatielasten (MJOP en energielasten) in verhouding tot de ICS-benchmark; Vraag & aanbod – toekomstige (2036) verhouding tussen beschikbare en benodigde (normatieve) onderwijscapaciteit op basis van de vastgestelde leerlingenprognose (Pronexus, 2019).

De kansenkaarten zijn gebaseerd op de factsheets (zie bijlage 1). Een beoordeling van groen is goed, oranje is gemiddeld en rood is slecht. Bij een grijze beoordeling ontbreekt er informatie. Leerlingenprognoses Voor het verwachte aantal leerlingen is gebruik gemaakt van de leerlingenprognoses die zijn opgesteld door Pronexus (oktober 2019) en de eigen leerlingenprognose van Groenewald. Dit zijn de meest recente leerlingenprognoses. Opheffingsnorm Het Rijk stelt een ondergrens aan de bekostiging van een school op basis van het aantal leerlingen. Dit wordt ook wel de opheffingsnorm genoemd. Het Rijk stelt deze opheffingsnorm vast. De opheffingsnorm voor de gemeente Stein ligt op 133 leerlingen15. Indien een school drie jaar op rij niet voldoet aan de opheffingsnorm, dan verliest de school haar bekostiging. Dit betekent doorgaans dat de school moet sluiten. Een schoolbestuur kan in een aantal gevallen beroep doen op een uitzonderingssituatie, bijvoorbeeld de regeling van de gemiddelde schoolgrootte, om zo de school open te houden. Het schoolbestuur houdt dan kleine scholen in stand met behulp van de grote scholen via deze gemiddelde schoolgrootte regeling. Per schoolbestuur is dit wel op basis van wet- en regelgeving aan een maximum aantal scholen gebonden. Stichting Kindante houdt ook in de gemeente Stein een aantal basisscholen die onder de opheffingsnorm liggen in stand.

Een schoolbestuur, en dus ook Stichting Kindante, sluit een school niet zomaar. Dit doet ze na een zorgvuldige afweging. Stichting Kindante heeft hiervoor specifiek beleid ontwikkeld en past dat toe. Relatie met accommodatiebeleid Op een aantal plekken in dit IHP wordt een relatie gelegd met het accommodatiebeleid door te beschrijven welke gevolgen een scenario heeft voor ander maatschappelijk vastgoed in de gemeente Stein. Scenario’s De huisvestingsscenario’s vormen het kader voor de financiële doorrekening (zie hoofdstuk X). Indien een school meerdere scenario’s heeft, dan is in de financiële doorrekening de financieel minst gunstige variant opgenomen. Bij uitvoering van het project komen schoolbestuur en gemeente tot een definitieve keuze middels het opstellen van een businesscase. Hetzelfde geldt voor de ruimtebehoefte bij nieuwbouw en/of renovatie. Voor nu is het leerlingenaantal in 2036 als voorlopig ijkpunt gekozen. In de businesscase wordt de ruimtebehoefte nader uitgewerkt.

15 De opheffingsnorm is gepubliceerd in de Staatscourant: “Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 25

september 2017, nr. DUO/OND/ODS-2017/12398 M, houdende aanpassing van de stichtings- en opheffingsnorm voor het basisonderwijs in 2018 (Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs in 2018)”.

www.icsadviseurs.nl

21/37

5.1 Stein In de kern Stein zijn vier scholen gehuisvest. Dit zijn drie basisscholen en een school voor het voortgezet onderwijs. Het voortgezet onderwijs wordt in paragraaf 4.5 verder toegelicht. De basisscholen die in deze kern zijn gehuisvest zijn: ▪ ▪ ▪

IKC de triviant; Kerensheide; De Maaskei (Stein).

IKC de triviant IKC de triviant is gehuisvest in een gebouw uit 2015. In 2017 is de onderwijscapaciteit uitgebreid met twee semipermanente units. In het gebouw werkt de triviant samen met MIK-PIW16 voor peuteropvang, kinderdagopvang en BSO. Samen vormen ze een Integraal Kindcentrum (IKC). De onderwijscapaciteit van de triviant is 1.321 m² bvo (exclusief semipermanente units). De leerlingenprognose van de triviant laat de komende jaren een stabiel beeld zien. Op dit moment (2021) heeft de school 285 leerlingen en in 2036 is dit 284 leerlingen. In vergelijking met de onderwijscapaciteit is dit onvoldoende om het aantal leerlingen te huisvesten. Daarnaast eindigt de huurperiode van de semipermanente units medio 2022 (na het schooljaar 2021-2022). Een uitbreiding van de triviant met een 16 Onderdeel van MIK & PIW Groep

www.icsadviseurs.nl

22/37

structureel karakter is daarbij noodzakelijk. Daarnaast geeft MIK-PIW aan een ruimtetekort te hebben. Wanneer de triviant wordt uitgebreid, dient ook te worden gekeken naar de ruimtebehoefte van MIK-PIW en/of dit passend is op het terrein. De technische en de functionele kwaliteit zijn door het schoolbestuur beoordeeld als goed, met uitzondering van het ruimtetekort (voorzieningen) en het geluid (akoestisch probleem). De beoordeling van het schoolbestuur wordt ondersteund door een objectieve schouw. Het vernieuwende onderwijsconcept van IKC de triviant gaat uit van groepsdoorberekend onderwijs op dezelfde locatie. Deze sterke afhankelijkheid van onderwijs op één locatie maakt dat het scenario voor IKC de triviant uitbreiden is. Om het capaciteitsprobleem op korte termijn op te lossen kan gebruik worden gemaakt van basisschool Kerensheide (zie toelichting Kerensheide). Dit is echter een tijdelijke oplossing. Indien na uitbreiding van de school een verdere groei van IKC de triviant zich in de toekomst voordoet, dan biedt de locatie geen mogelijkheden om uit te breiden. De onderwijslocatie heeft na uitbreiding zijn maximum wat betreft capaciteit bereikt. De school dient dan gebruik te maken van leegstand op een andere school in de omgeving.

Kerensheide Besluit samenwerking Kerensheide en de Maaskei Stein: zelfstandig op de huidige locatie Enkele jaren geleden is een onderzoek gestart naar de samenwerkingsmogelijkheden van basisschool Kerensheide en Maaskei (Stein). Dit onderzoek heeft niet tot duidelijke concrete resultaten geleid. De gezamenlijk opgestelde missie en visie heeft in onvoldoende mate geleid tot een voor ouders herkenbaar onderwijsconcept, vertaald in een concreet Plan van Aanpak voor schoolorganisatie en concrete zaken die voor ouders van belang zijn om een bewuste keuze voor de samenwerkingsschool te maken. Aan beide betrokken teams is daarop de vraag voorgelegd hoe zij het toekomstperspectief voor beide scholen zien. Op basis daarvan heeft het College van Bestuur van Stichting Kindante besloten het onderzoek naar de samenwerking tussen de Maaskei (Stein) en Kerensheide te beëindigen. Beide scholen gaan zelfstandig verder op de huidige locaties. NB: bovenstaande is ook van toepassing op De Maaskei (Stein). Basisschool Kerensheide is gehuisvest in een gebouw uit 1985. In het gebouw is samenwerking met MIK-PIW voor peuteropvang en BSO. De onderwijscapaciteit van Kerensheide is 2.383 m² bvo (exclusief kelder 139 m² bvo). Gekeken naar de leerlingenprognose groeit de school van 124 leerlingen in 2021 naar 133 in 2028. Daarna daalt het aantal leerlingen naar 126 leerlingen in 2036.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=e6bdf00c-756e-4348-8f56-8f3706958ecd