CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Verordening Hondenbelasting 2022.docx

Beeldvormende bijeenkomst 20 oktober 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Belasting- en legesverordeningen 20221.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN

HONDENBELASTING STEIN 2022 De Raad der gemeente Stein; Gezien het voorstel inzake Belasting- en legesverordeningen 2022 (Gem. blad Afd. A, zaaknummer 0971181498); Gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; besluit: Vast te stellen de volgende verordening

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING STEIN 2022

Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente.

Artikel 2 Belastingplicht 1.

Belastingplichtig is de houder van een hond.

2.

Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft,

3.

Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van

tenzij blijkt dat een ander de houder is.

een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 3 Vrijstellingen 1.

In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes

bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.

2.

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden

a)

die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind

b)

die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een

c)

die in opleiding zijn tot blindengeleidehond of assistentiehond als bedoeld onder a. en b. onder de

d)

die verblijven in een hondenasiel;

e)

die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als

f)

waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse

persoon worden gehouden;

gehandicapt persoon worden gehouden;

voorwaarde dat de opleiding wordt verzorgd door erkende organisaties;

bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;;

Politiehondenvereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen;

g)

die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;

h)

waarvan de houder niet als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente is

opgenomen en welke niet langer dan 90 dagen in het belastingjaar in de gemeente verblijven.

Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Artikel 5 Belastingtarief 1.

De belasting bedraagt per belastingjaar voor iedere hond € 91,55

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 379,60. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een

kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3.

Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.

Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.

De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang

2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in

van de belastingplicht.

de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter

zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht,

respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.

Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde

gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de

belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.

Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.

5.

Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden

betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand

volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.

2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet

verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische

incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke

termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.

3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso,

mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).

4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding 1)

Bij de invordering van hondenbelasting kan slechts gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend voor de verschuldigde belasting ter zake de eerste hond

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

De "Verordening hondenbelasting Stein 2021", vastgesteld bij raadsbesluit van 12 november 2020

wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

4.

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening hondenbelasting Stein 2022".

Aldus besloten in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd,

de Griffier,

de Voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=6bad0639-c515-4671-9ad7-1577403cec3c