CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Aanvullende informatie

Besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Bindend advies tijdelijk grinddepot Meers4.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

G je

EN

EoRTTM

GRENSMAAS Gemeente tav. de

Verloren van Themaatweg 6121 RG Born Postbus 36 Sion Be Telefoon 046 481 99 30

Stein

heer

8 N

11

AR

(geanonimiseerd) MN

Postbus 15 6170 AA STEIN

info@consortiumgrensmaas.nl www.grensmaas.nl

ING NL77INGB0665491190 INGBNL2A KvK 12041914 BTW nr. NL.8089.03.317.B01

Betreft:

Zaaknummer 20241114 00283 000; Meers aanvullende informatie

Tijdelijk toutvenantdepot

te

—

Datum:

17

Onze

HG/em/CG2025.0002

referentie:

Geachte

heer

januari 2025

(geanonimiseerd)

Op 14 november 2024 hebben wij, namens Rijkswaterstaat, een verzoek om een omgevingsvergunning ingediend. Het verzoek heeft betrekking op een tijdelijk toutvenantdepot nabij Meers. Op 16 december 2024 is een overleg geweest tussen de gemeente Stein, Rijkswaterstaat en Consortium Grensmaas. Tijdens dat overleg is afgesproken dat het ingediende verzoek zou worden aangevuld met aanvullende informatie. Door middel van deze brief wordt die aanvullende informatie aangeleverd. Memo

2025/0511

bijlage 1 van deze brief is memo 2025/051 opgenomen, waarin de volgende onderwerpen aan bod komen: In

Noodzaak

.grindsuppletie

Pilot in Maasband.

Waarom

een

depot in plaats van suppletie in de Maas. van het depot.

De milieueffecten

Planning. De

in de bijlage maakt integraal onderdeel uit van de aanvulling, informatie. Voor de inhoud wordt verwezen naar bijlage 1.

memo

meeste

Vergunning

en

bevat de

Inspectie Leefomgeving en Transport De werkzaamheden vinden plaats in een gebied waar Rijkswaterstaat tevens bevoegd gezag is. Om het werk uit te mogen voeren is daarom een omgevingsvergunning verleend voor een ‘beperkingengebiedactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam’. Omdat Rijkswaterstaat geen vergunning aan zichzelf kan verlenen is de behandeling ervan gedaan door de Inspectie Leefomgeving en Transport. Op 8 juli 2024 is de vergunning door ILT verleend, onder kenmerk 2024ALG0542. De vergunning is ter informatie opgenomen in bijlage 2 van deze brief. van

G

Blad 2 van 2, HG/em/CG2025.0002 17 januari 2025 €

ONsorrium GRENSMAA

Instemming grondeigenaar Natuurmonumenten is eigenaar van het terrein en heeft toestemming verleend voor het gebruik van het terrein voor het tijdelijk depot. RWS en Natuurmonumenten zijn bezig met het vastleggen van de toestemming en hoogte van de vergoeding voor het tijdelijk gebruik van het terrein in een overeenkomst. Natuurmonumenten

heeft in dit kader aangegeven dat het onwenselijk is om het depot verwijderen voorafgaand aan de suppletie. Dat zou namelijk leiden tot een dubbele extra belasting van het natuurgebied. Indien Natuurmonumenten geen toestemming zou geven voor gebruik van haar gronden voor transport dan betekent dit extra transportafstand. Bovendien is op korte termijn geen alternatieve opslaglocatie te

beschikbaar.

Wij vertrouwen erop

u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u echter nog vragen hebben of nadere informatie wensen, kunt u contact opnemen met (geanonimiseerd) van Rijkswaterstaat, bereikbaar op telefoonnummer (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | Directeur

Bijlagen: 1.

2.

Memo

2025/051, “Toelichting bij het aanleggen van een tijdelijk depot met toutvenant in de dekgrondberging Meers”, versie 1 van 15 januari 2025. Omgevingsvergunning namens ILT, kenmerk 2024ALG0542 van 8 juli 2024.

ses

G CONsorrium GRENSMAA

2025/051

Memo

Betreft:

Toelichting bij het aanleggen de dekgrondberging Meers

Van:

(geanonimiseerd) nn

Aan:

(geanonimiseerd) (Gemeente Stein) NN (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) A

Kopie: Versie:

1

Datum:

15

van

een

tijdelijk depot met toutvenant

in

januari 2025

1.

INLEIDING

Medio

2024

heeft Consortium

Grensmaas

(hierna: CG),

in

opdracht van

Rijkswaterstaat (hierna: RWS), circa 75.000 ton toutvenant in depot geplaatst binnen de dekgrondberging Meers. Toutvenant is het zand en grindmengsel dat van nature voorkomt RWS

in de

bodem

is voornemens

langs de

dit toutvenant in het zomerbed van de Maas te brengen. van de maatregelen die in het kader van het Natura 2000

om

grindsuppletie is één beheerplan Grensmaas uitgevoerd. Voorliggende zaken

geeft

Waarom

is

Waarom

starten

e

en

vanuit

een

de

Kaderrichtlijn

toelichting op

het

(hierna: KRW)

worden

toutvenantdepot waarbij

grindsuppletie nodig? met een pilot in Maasband? Waarom kon het grind niet direct in de Maas tussenstap via het depot nodig? Wat zijn de milieueffecten van het depot? Watis de planning van RWS? WAAROM

Grensmaas,

Water

Deze

de

volgende

komen:

e

e

De

memo

bod

e

e

2.

aan

Maas.

IS GRINDSUPPLETIE van

toegepast

maar

was

een

NODIG?

nature een grindrivier, is door de aanleg van stuwen en het rivier grotendeels verstoken geraakt van natuurlijke bronnen van

vastleggen grind en grof zand. Binnen de rivier zelf is nog maar weinig van de verplaatsbare zanden grindfracties aanwezig. Met hogere stroomsnelheden komt dit zand en grind wel weer in beweging en verdwijnt het langzaam uit de Grensmaas, zonder dat er nieuw materiaal wordt aangevoerd. Er gaat dus meer uit dan er terugkomt. van

de

worden

s

sN

Blad 2 van 3 Memo 2025/051 15 januari 2025 ,

Specifieke aan grindbanken gebonden soorten planten en dieren- die in Nederland alleen in de Grensmaas voorkomen - verdwijnen door dit proces. Het gaat om soorten als de rivierprik rivierdonderpad vlottende waterranonkel steenvliegen schietmotten of de barbeel. Dat proces is onderdeel van de globale crisis op het gebied van biodiversiteit. Vanuit het programma Natura 2000 Grensmaas en de Kaderrichtlijn Water wil RWS die soorten weer (proberen) terug te krijgen. Onder meer door het uitvoeren van een grindsuppletie; het direct toevoegen van grind aan de rivier. ,

,

,

,

Door bovenstrooms weer grind en grof zand in het zomerbed te brengen kunnen de morfologische omstandigheden voor de doelsoorten worden verbeterd. Oftewel: door menselijk ingrijpen kan de grindmotor weer op gang worden gebracht. Het grind gaat aan de wandel en dat is uiteindelijk ook de bedoeling ervan; zo ontstaan nieuwe plekken waar de flora en fauna die daar thuis hoort weer een kans krijgt. ,

,

3.

WAAROM

GRINDSUPPLETIE IN MEERS MET GRIND UIT MAASBAND?

De locatie Meers is bekeken vanuit oogpunt van de suppletie een interessante locatie. De Maas kent hier op een kort traject een vrij groot hoogteverschil zodat de dynamiek van de Maas hier groot is. Dat maakt deze locatie uitermate geschikt voor grindsuppletie en de daaraan gekoppelde verbetering van de habitat voor de doelsoorten. Het beschikbaar komen van grote hoeveelheden gebiedseigen toutvenant bij het realiseren van de nevengeul Maasband in de nabijheid van suppletie locatie leidde ertoe dat Rijkswaterstaat contact zocht met Consortium Grensmaas voor aankoop van dit toutvenant. Maasband was immers de laatste locatie van het project Grensmaas waar grind vrijkwam op korte afstand van Meers. De transportafstanden tussen de grindwinlocatie en de toepassingslocatie zijn daardoor gering. Dat draagt bij aan een duurzame en milieuvriendelijke werkwijze van de grindsuppletie. Mocht het grind van een andere locatie aangevoerd moeten worden zouden de transportafstanden (en dus ook de uitstoot van schadelijke stoffen) onvermijdelijk hoger zijn dan bij gebruik van grind uit Maasband. Daarnaast is de belasting van het lokale wegennet en de hinder voor de omgeving minimaal bij gebruik van grind uit Maasband. 4.

WAAROM IS EEN DEPOT NODIG?

Het is belangrijk om de effecten van de grindsuppletie bij Meers goed in beeld te brengen. Om na te kunnen gaan in welke mate het toevoegen van grind zal leiden tot een beter leefgebied voor de eerdergenoemde soorten zal het project intensief gemonitord worden door RWS. Hierbij wordt de huidige situatie vergeleken met de situatie ná het aanbrengen van grind. Omdat die huidige situatie pas in 2025 in beeld gebracht wordt kon het grind dat in 2024 vrijkwam bij de afronding van het project Maasband niet direct in de Maas worden gebracht maar was het nodig dit grind tijdelijk in depot te plaatsen. ,

Blad 3 van 3 Memo 2025/051 15 januari 2025 ,

WAT ZIJN DE MILIEUEFFECTEN VAN HET DEPOT?

5.

Voorafgaand aan de aanleg van het depot is een ecologische check gedaan op de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Hierbij is zowel de transportroute naar het depot als de depotlocatie zelf beschouwd. Gebleken is dat bij de aanleg van het depot geen beschermde waarden in het gedrang kwamen. Verder is uit een toets gebleken dat het depot zelf geen invloed heeft op de afvoercapaciteiten van de Maas en dus ook geen invloed heeft op de hoogwaterveiligheid in het gebied. Deze toets is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten (voorheen een Watervergunning) welke door ILT is verleend. WAT IS DE PLANNING VAN RWS?

6.

De grindsuppletie kan pas starten na het uitvoeren van een ecologische nulmeting. Deze nulmeting kan pas begin juli 2025 worden uitgevoerd. Dan zijn immers de juveniele vissen en de kleine waterbeestjes (macrofauna) die RWS in de Grensmaas wil aantreffen voldoende groot om te kunnen waarnemen. Om te kunnen bepalen of (zoals wordt verwacht) grindsuppletie een goede maatregel is om de ecologische waterkwaliteit van de Grensmaas te verbeteren dient de nulmeting afgerond te zijn voordat met suppletie wordt gestart. Na het afronden van de nulmeting en het verkrijgen van de benodigde toestemmingen/vergunningen kan worden gestart met de suppletie. Bij voorkeur wordt de suppletie in één aaneengesloten periode uitgevoerd; dat is het beste om de effecten goed te kunnen bepalen. Of de suppletie ook daadwerkelijk in één aaneengesloten periode uitgevoerd kan worden is op voorhand echter niet 100% zeker. Immers ook de waterstanden en de stroomsnelheden zijn bepalend voor de beschikbare uitvoeringsperiode; vanaf bepaalde hoge afvoeren en stroomsnelheden zal niet veilig gewerkt kunnen worden in en om de Maas. Deze onvoorspelbare factoren kunnen invloed hebben op de uitvoeringsduur. Andere factoren die van invloed kunnen zijn zijn o. a. het broed- en paaiseizoen. ,

,

In het licht hiervan is de planning als volgt: •

• •

De uitvoering van de grindsuppletie start na de uitvoering van de nulmeting en het verkrijgen van de benodigde toestemmingen/vergunningen op zijn vroegst begin juli 2025. De suppletie wordt bij voorkeur gestart en afgerond 2025 Omdat de suppletie mede afhankelijk is van een aantal factoren is niet uit te sluiten dat de suppletie pas in 2026 kan worden afgerond. .

Inspectie Leefomgeving en Transport Ministerie van

>

Retouradres

Postbus

16191

2500

BD

Den

Infrastructuur en Waterstaat

Haag

Vergunningverlening Leefomgeving en Scheepvaart Leefomgeving Bedrijven, Infra

Rijkswaterstaat Griffioenlaan

en

Stoffen

2

3526LA

Utrecht

Postbus

16191

Postbus

2232

2500

Den

3500

GE

BD

Haag

Nederland

Utrecht

(geanonimiseerd) rws.nl (geanonimiseerd) consortiumgrensmaas.nl

www.ilent.nl T

088

489

00 00

Contactpersoon

(geanonimiseerd) Inspecteur

juli 2024 Vergunning Omgevingswet

Datum

8

Betreft

Ons

karimerk

2024ALG0542

Uw

kenmerk

2024053101318

1. De

Aanhef

Inspectie Leefomgeving

Infrastructuur

Transport (ILT)

en

De

aanvraag Het

e

Waterstaat

op

aanleggen is

van

een

aanvraag

De

aanvraag omvat de volgende e _Beheerdersadvies RWS

geregistreerd

_ Machtiging

e

2.

mei

2024

een

namens

de

Minister

van

aanvraag

betreft:

De

e

31

heeft

ontvangen van Consortium Grensmaas namens Rijkswaterstaat (RWS) om een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor een beperkingengebiedactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam (locatie: de Maas) te verlenen. en

RWS

grinddepot nabij

onder

nummer

Meers.

2024ALG0542.

stukken:

grinddepot

8212684 Memo _2024.039-2

Meers

Tijdelijke depots

Meers

Maasband

Besluit

Gelet op

de bepalingen van de Omgevingswet (Ow), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de Algemene wet bestuursrecht en de hieronder vermelde overwegingen besluit de minister van Infrastructuur en Waterstaat als volgt: I

De

gevraagde vergunning als bedoeld in artikel 6.17 lid 1gq Bal aan Rijkswaterstaat Zuid Nederland te verlenen voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, namelijk de Maas, voor het bouwen of in stand houden van een bouwwerk, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van een werk dat geen bouwwerk is en het plaatsen of in stand houden van een ander object, anders dan bedoeld onder a tot en met f‚ voor zover: 1°. bij een bouwwerk: de oppervlakte meer is dan 30 m2; of 2°. bij een werk dat geen bouwwerk is of een ander object: de oppervlakte meer is dan 30 m2 of als daarvoor een vaste fundering nodig is, namelijk: Het

aanleggen

van

een

grinddepot

in de

Maas

nabij

Meers.

Inspectie Leefomgeving en Transport Vergunningverlening Datum 8 juli 2024

II

Aan de vergunning de volgende voorschriften te verbinden met het oog de in de artikel 6. 2 Bal genoemde oogmerken.

Voor

een toelichting op de in deze vergunning verwezen naar bijlage 1 van deze vergunning.

3

op

vermelde begrippen wordt

Voorschriften

3. 1 Standaardvoorschriften Voorschrift 1 Ongewoon voorval Indien zich een ongewoon voorval voordoet , dient de vergunninghouder onverwijld , doch binnen 24 uur , maatregelen te treffen , om een nadelige beïnvloeding van de kwaliteit van het waterstaatswerk zoveel mogelijk te voorkomen , te beperken en/of ongedaan te maken. De vergunninghouder dient de ILT onverwijld , doch binnen 24 uur van een dergelijk ongewoon voorval schriftelijk in kennis te stellen. De informatie dient te bevatten: a informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en c informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen. Zodra de gegevens en bescheiden uit lid 2 bekend zijn , worden ze verstrekt aan ILT. De meldingen , genoemd in lid 2 , kunnen onder vermelding van het zaaknummer …. middels het meldformulier op de website www. ilent. nl (meldformulieren/overheidsinstanties en omgevingswet /melding eigen werken RWS).

1.

2.

3. 4.

Voorschrift 2 Plaatsbepaling werken De werken moeten worden gemaakt en behouden ter plaatse zoals is aangegeven op de bij deze beschikking behorende tekeningen , nummers zoals vermeld in bijlage 2 , te weten: • 8212684_Memo_2024. 039-2 Tijdelijke depots Meers Maasband Voorschrift 3 Uitvoering werken 1.

2. 3. 4. 5.

Door of namens de ILT kunnen met betrekking tot de werkzaamheden aanwijzingen worden gegeven ter bescherming van de betrokken belangen. De vergunninghouder zorgt ervoor dat de gegeven aanwijzingen terstond worden opgevolgd. De te gebruiken materialen mogen niet schadelijk zijn voor de instandhouding van het waterstaatswerk. De ILT kan in het belang van het waterstaatswerk te allen tijde aanvullende eisen stellen. Afval en bouwafval in welke vorm dan ook mogen in geen geval op of nabij het waterstaatswerk alsmede in het water worden achtergelaten. Rijksobjecten welke gebruikt worden voor het werk mogen niet worden verontreinigd.

Pagina 1 van 7

Inspectie Leefomgeving en Transport Vergunningverlening Datum 8 juli 2024

6. 7.

Na afloop van de werkzaamheden dient de vergunninghouder alle aanwezige werktuigen terstond op te ruimen. Tijdens de werkzaamheden dient de vergunninghouder er zorg voor te dragen dat de Maas over het gehele traject vanaf de oever en kering bereikbaar blijft voor medewerkers van Rijkswaterstaat/ILT dan wel voor medewerkers die in opdracht van Rijkswaterstaat werken en voor hulpdiensten.

Voorschrift 4 Aanvang en voltooiing 1. 2. 3. 4.

5.

van

de werkzaamheden

Ten minste één week voordat met de werkzaamheden wordt begonnen moet de vergunninghouder dit melden bij de ILT , samen met een planning van de werkzaamheden die minimaal 4 weken vooruit kijkt. Indien het werk gereed is , moet dit uiterlijk binnen één week gemeld worden aan de ILT. De meldingen , genoemd in lid 1 en 2 , kunnen onder vermelding van het zaaknummer …. middels het meldformulier op de website www. ilent. nl (meldformulieren/overheidsinstanties en omgevingswet /melding eigen werken RWS). Alle krachtens deze vergunning te verrichten werkzaamheden moeten , eenmaal aangevangen , indien dit redelijkerwijs mogelijk is , onafgebroken en met spoed worden voortgezet. De vergunninghouder moet de werkzaamheden zodanig uitvoeren dat zo min mogelijk hinder en geen gevaar voor de omgeving ontstaat. De waterdoorvoer ter plaatse moet te allen tijde ongehinderd kunnen plaatsvinden.

Voorschrift 5 1.

2.

3.

Van alle op de werkzaamheden betrekking hebbende documenten , zoals de vergunning , tekeningen , rapporten , berekeningen en uitvoeringsinstructies , moet tenminste een exemplaar voortdurend op het werk aanwezig zijn. Indien ten behoeve van het waterstaatsbelang wijziging nodig is in de plaats of de feitelijke toestand van de werken , dient de vergunninghouder deze wijziging conform een door of namens de ILT te verstrekken aanschrijving uit te voeren. Indien de vergunning wordt ingetrokken of komt te vervallen , dan is de vergunninghouder verplicht om de , krachtens deze vergunning , aanwezige werken op te ruimen en het waterstaatswerk ter plaatse in oorspronkelijke staat , of in een door de ILT te bepalen toestand te brengen , zonder aanspraak te kunnen maken op enige schadevergoeding.

Voorschrift 6 Beheer en onderhoud 1. 2.

3.

De op grond van deze vergunning aanwezige werken moet doelmatig functioneren , in goede staat van onderhoud verkeren en met zorg worden bediend. De vergunninghouder moet het krachtens deze vergunning aanwezige werken in goede staat onderhouden. De aanwijzingen en richtlijnen van de ILT met betrekking tot de bescherming en veiligheid van Rijkswerken moeten worden opgevolgd. Het onderhoud mag geen gevaar , hinder of schade veroorzaken. Eventuele zettingen , verzakkingen en/of andere gebreken die na oplevering of opruiming van de werken optreden dienen door en voor rekening van de vergunninghouder , in overleg met de ILT , te worden hersteld.

Pagina 2 van 7

Inspectie Leefomgeving en Transport Vergunningverlening Datum 8 juli 2024

Voorschrift 7 Contactpersoon 1.

2.

3. 4.

De vergunninghouder is verplicht één of meer personen aan te wijzen die in het bijzonder belast zijn met het toezien op de naleving van het bij deze vergunning bepaalde of bevolen , waarmee door of namens de waterbeheerder in spoedgevallen overleg kan worden gevoerd. De vergunninghouder deelt binnen één week nadat deze vergunning inwerking is getreden de beheerder mee , wat de contactgegevens zijn (naam , adres telefoonnummer en e-mailadres) van degene(n) die door of vanwege hem is (zijn) aangewezen. Wijzigingen moeten binnen één week worden gemeld. De meldingen , genoemd in lid 2 en 3 , kunnen onder vermelding van het zaaknummer …. middels het meldformulier op de website www. ilent. nl (meldformulieren/overheidsinstanties en omgevingswet /melding eigen werken RWS).

4.

Aanvraag

4. 1

Aanleiding

Voor een suppletieproject in de Maas in 2025 is er behoefte aan een tijdelijke opslagruimte voor toutvenant in de buurt van Meers. De voorgestelde locaties liggen beschut genoeg zodat een depot hier geen merkbare effecten heeft op de waterstanden in de Maas. Uit de simulaties blijkt dat het depot naar verwachting geen significant hydraulisch effect zal hebben. Het is gepland op een locatie waar het niet of nauwelijks in het water zal liggen , zoals blijkt uit de vergelijking met het natte gebied bij de genoemde afvoer. 4. 2 Handelingen waarvoor vergunning wordt aangevraagd Vergunningplichtige handelingen: Het aanleggen en behouden van een grinddepot in de Maas nabij Meers. Het depot moet geschikt zijn voor het opslaan van 50. 000 m3 toutvenant.

5. Toetsing van de aanvraag aan de doestellingen van het waterbeheer In het Bal geeft art. 6. 2 lid 1 aan: “De regels in dit hoofdstuk over beperkingengebied activiteiten met betrekking tot een waterstaatswerk , lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en wateronttrekkingsactiviteiten zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen , wateroverlast en waterschaarste; b. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en c. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen Deze doelstellingen vormen in onderlinge samenhang het toetsingskader bij vergunningverlening. Een vergunning wordt geweigerd indien de doelstellingen van het waterbeheer zich tegen vergunningverlening verzetten en het niet mogelijk is om de belangen van het waterbeheer door het verbinden van voorschriften of beperkingen voldoende te beschermen. Omdat de werkzaamheden plaats vinden in een rivier , is tevens getoetst aan de Beleidslijn Grote Rivieren , versie 15-07-2020. De werkzaamheden vinden plaats in het stroomvoerend regime. Hier geldt een 'ja , mits'- afweging. Dit wil zeggen dat deze riviergebonden activiteiten zijn toegestaan wanneer aan de gestelde Pagina 3 van 7

Inspectie Leefomgeving en Transport Vergunningverlening Datum 8 juli 2024

rivierkundige voorwaarden (artikel 7 van de BGR) wordt voldaan. In artikel 7 staan de voorwaarden voor de toestemming , namelijk: a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de • activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; • b. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit , en c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de • activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is. In de rest van deze paragraaf wordt voldaan. A.

aangegeven

Het voorkomen en waar nodig beperken wateroverlast en waterschaarste;

hoe aan deze voorwaarden wordt

van

overstromingen ,

De werkzaamheden op de Maas vormen geen bedreiging voor de waterstaatkundige veiligheid. De aangegeven beheersmaatregelen beschrijven in voldoende mate de borging hiervan. De voorgestelde locaties liggen beschut genoeg zodat een depot hier geen merkbare effecten heeft op de waterstanden in de Maas. Uit de simulaties blijkt dat het depot naar verwachting geen significant hydraulisch effect zal hebben. Het is gepland op een locatie waar het niet of nauwelijks in het water zal liggen , zoals blijkt uit de vergelijking met het natte gebied bij de genoemde afvoer. B. van

Het beschermen watersystemen;

en

verbeteren

van

de chemische en ecologische kwaliteit

De maatregel is getoetst aan de waterkwaliteit. Er treden geen negatieve effecten op de biologische kwaliteitselementen van het KRW-Waterlichaam de Maas. Er is geen sprake van achteruitgang van de chemische en/of ecologische achteruitgang van de waterkwaliteit. C.

Het vervullen

van

maatschappelijke functies door watersystemen.

Het Nationaal Waterplan kent aan de Rijkswateren verschillende gebruiksfuncties toe die specifieke eisen stellen aan het beheer of gebruik van het betreffende rijkswater. De functies zijn nader uitgewerkt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW). Voor het oppervlaktewaterlichaam gelden de volgende functies: - Drinkwater - Koelwater - Energie - Scheepvaart - Watersport en oeverrecreatíe - Beroeps- en sportvisserij - Oppervlaktedelfstoffen - Archeologie , cultuurhistorie en landschap Uitgangspunt van het BPRW is dat in beginsel aan de eisen van de gebruiksfuncties wordt voldaan wanneer de basisfuncties veiligheid , voldoende water en schoon & gezond water op orde zijn. Voor de functies drinkwater , natuur , schelpdierwater en zwemwater gelden echter aanvullend op de basiskwaliteit

Pagina 4 van 7

Inspectie Leefomgeving Transport

Vergunningverlening Datum 8

wettelijke eisen voor de waterkwaliteit en/of het gebruik gebieden die voortvloeien uit Europese verplichtingen. Er

zijn geen negatieve gevolgen te verwachten maatschappelijke functies de Maas.

de

Vanuit

beheerdersperspectief zijn aandachtspunten opleveren.

6.

er

geen

ten

de

van

aanzien

andere aspecten

van

die

juli

2024

betreffende

het vervullen

bezwaren

van

of

Procedure

De

voorbereiding van de beschikking op grond van de Omgevingswet heeft het gestelde in afdeling 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) plaatsgevonden. conform

7.

Conclusie

De

in de vergunning opgenomen voorschriften waarborgen dat de doelstellingen het waterbeheer voldoende worden beschermd. Op grond van de overwegingen bestaan er daarom geen bezwaren tegen het verlenen van de van

gevraagde vergunning. 8.

Ondertekening

DE MINISTER namens

VAN

INFRASTRUCTUUR

EN

WATERSTAAT,

deze,

Inspecteur

ILT Team

Leefomgeving Bedrijven

Infra

en

Stoffen

(geanonimise rd) (geanonimiseerd)

Bijlage

1

Begripsbepalingen Pagina

5

van

7

en

Inspectie Leefomgeving en Transport Vergunningverlening Datum 8 juli 2024

Behorende bij de vergunning van de Minister van 22 mei 2024 nr. 2024ALG0489

van

Infrastructuur

en

Waterstaat

In deze vergunning wordt verstaan onder: 1 Aanvraag: De aan deze vergunning ten grondslag liggende aanvraag is op 24-05-2024 binnengekomen bij de ILT en geregistreerd onder nummer 2024ALG0522. 2 BAL: Besluit Activiteiten Leefomgeving. 3 Contactambtenaar: de voor deze vergunning aangewezen ambtenaar bij de ILT. 4 ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport. Kaderrichtlijn Water (KRW): richtlijn 2000/60/EG van 23 oktober 2000 5 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. 6 KRW-waterlichaam: volgens artikel 2 , lid 10 , van de richtlijn 2000/60/EG is een KRW-waterlichaam een te onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang , zoals een meer , een waterbekken , een stroom , een rivier , een kanaal , een deel van een stroom , rivier of kanaal , een overgangswater of een strook kustwater. 7 Ongewoon voorval: een voorval waardoor nadelige gevolgen voor het oppervlaktewaterlichaam zijn ontstaan of dreigen te ontstaan. 8 Ontvangstdatum aanvraag: eerste datum dat de aanvraag ontvangen is bij een bestuursorgaan. 9 Oppervlaktewaterlichaam: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water , met de daarin aanwezige stoffen , alsmede de bijbehorende bodem , oevers en , voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de Omgevingswet , drogere oevergebieden , alsmede flora en fauna.

10 Vergunninghouder: diegene die krachtens deze vergunning handelingen verricht. 11 Waterstaatswerk: is een oppervlaktewaterlichaam , bergingsgebied , waterkering of ondersteunend kunstwerk. 12 Werken/Werk: het boven het maaiveld aanleggen , plaatsen , in stand houden of veranderen van een verharding die geen bouwwerk is tot een oppervlaktewaterlichaam.

Bijlage 2

Tekeningen

Tekeningen: Behorende bij de vergunning 26 april 2024 , tekeningen: •

van

de Minister

van

Infrastructuur

en

Waterstaat

van

8212684_Memo_2024. 039-2 Tijdelijke depots Meers Maasband

Bezwaar Indien u het niet eens bent met deze beslissing , kunt u hiertegen binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden bezwaar maken. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten: • Naam en adres van de indiener; de dagtekening; • • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht; • de gronden van het bezwaar. U wordt verzocht om bij het bezwaarschrift een kopie van deze beschikking en eventuele andere op de zaak betrekking hebbende stukken te voegen. Tevens ontvangen wij graag uw telefoonnummer dan wel e-mailadres. Pagina 6 van 7

Inspectie Leefomgeving en Transport Vergunningverlening Datum 8 juli 2024

Inspectie Leefomgeving en Transport Afdeling Juridische Zaken Team Bezwaar en Beroep Postbus 16191 2500 BD Den Haag U kunt

uw

bezwaarschrift ook

per

e-mail verzenden

aan

bezwarenILT @ilent.nl.

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=b3aa201f-64da-48b2-b02e-073846d6d8dd