3. Wijzigingenoverzicht Wmo-verordening 2020.docx
Tekst van het document
Wijziging Wmo-verordening Artikel 13. Regels voor bijdrage in de kosten van
maatwerkvoorzien ingen en
algemene
voorzieningen
De tekst die vetgedrukte zwart is, is afwijkend t.o.v. de huidige Wmo-verordening 2020.
Wmo-verordening 2020 oud
Wmo-verordening 2020 nieuw
Lid 1. Een cliënt is een bijdrage in de
Lid 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor
maatwerkvoorziening in natura of
de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode
kosten verschuldigd voor een pgb, zolang de cliënt van de
maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. Lid 2. De bijdragen voor
maatwerkvoorzieningen in natura of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot
aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen.
Lid 3. In afwijking van artikel 2.1.4a,
een maatwerkvoorziening in natura of pgb, zolang de cliënt van waarvoor het pgb wordt verstrekt.
Lid 2. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen in natura of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen.
Lid 3. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de
maatwerkvoorziening voor collectief vervoer € 0,95 per zone per 1 januari 2022; vanaf 1 januari 2022 wordt het tarief jaarlijks geïndexeerd met de Landelijke Tarieven Index LTI.
vierde lid, van de wet bedraagt de
Lid 4. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het
maatwerkvoorziening voor collectief
gestelde bedragen.
hoogte van de eigen bijdrage voor de vervoer € 0,80 per zone per 1 januari
2019; vanaf 1 januari 2020 wordt het tarief jaarlijks geïndexeerd met de
college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats Lid 5. De kostprijs van een: a)
NEA-index.
Lid 4. De kostprijs van een: a)
Maatwerkvoorziening wordt bepaald door een
aanbesteding, na consultatie
in de markt of na overleg met de aanbieder; b)
Maatwerkvoorziening in de
vorm van een hulpmiddel of
Maatwerkvoorziening wordt bepaald door een
aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
b)
Maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening [huur of eigendom];
Lid 6. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
woningaanpassing wordt
Lid 7. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb
van beschikbaarstelling van
cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders,
eigendom];
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is
tevens bepaald door de wijze
ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige
de voorziening [huur of
daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van
Lid 5. In de gevallen, bedoeld in
artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een
toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
maatwerkvoorziening in natura of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
Lid 6. De bijdrage voor een
maatwerkvoorziening in natura of pgb ten behoeve van een
woningaanpassing voor een
minderjarige cliënt is verschuldigd
door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen
wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond
verzoek is toegewezen, en degene
die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 25. Intrekking
oude verordening
en overgangsrecht
Niet van toepassing.
Lid 6. Het huidige artikel 13 zoals opgenomen in de Wmo-
verordening 2020, tot 1 januari 2022 blijft gelden en vanaf deze datum vervalt.