CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Rapport ETFAL

Beeldvormende bijeenkomst 19 november 2025, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Bindend advies aanvraag omgevingsvergunning voor een zendmast op de locatie Haslou, kadastraal bekend als Elsloo, sectie B, perceelnummer 4575, te Catsop.11.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

T 085 401 05 67 E info@lodewijckgroep.nl W www.lodewijckgroep.nl

Goede Onderbouwing van de Effecten op de Fysieke Leefomgeving (ETFAL-motivering)

Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

NOEM B.V. Definitief 24 september 2025

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding .................................................................................................................... 3

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .................................................................................... 3

1.3

Geldend Omgevingsplan................................................................................................. 4

1.4

Planproces.................................................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer .................................................................................................................... 7

2

Bestaande en toekomstige situatie ................................................................................... 8 2.1

Bestaande situatie ......................................................................................................... 8

2.2

Toekomstige situatie...................................................................................................... 9

3

Beleid en regelgeving ..................................................................................................... 12 3.1

Inleiding ..................................................................................................................... 12

3.2

Rijksbeleid................................................................................................................... 12

3.3

Provinciaal en regionaal beleid ....................................................................................... 17

3.4

Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 20

4

Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................................ 21 4.1

Milieueffectrapportage .................................................................................................. 21

4.2

Bodem ........................................................................................................................ 22

4.3

Archeologie en Cultuurhistorie ....................................................................................... 23

4.4

Ecologie ...................................................................................................................... 25

4.5

Straling en gezondheid ................................................................................................. 27

4.6

Geluid door activiteiten, geur en trillingen ....................................................................... 29

4.7

Omgevingsveiligheid ..................................................................................................... 31

4.8

Water en klimaatadaptatie ............................................................................................ 33

4.9

Verkeer en parkeren ..................................................................................................... 35

4.10

Beschermen van de gezondheid ..................................................................................... 36

5

Wijziging Omgevingsplan ............................................................................................... 37

6

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................ 38 6.2

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................... 38 Conclusie ........................................................................................................................ 40

Pagina 2 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

1

Inleiding

1.1 Aanleiding NOEM B.V. (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om een nieuwe antennemast te plaatsen ten behoeve van telecommunicatie. Het plan betreft de gronden in het zuidelijk deel van sportpark Haslou. Momenteel hebben de gronden een groene invulling, het plangebied is gelegen aan de rand van het sportpark. De beoogde mast kent een hoogte van 39,9 meter hoog en zal dienen om de dekking voor mobiele telecommunicatie binnen de regio aanzienlijk te verbeteren. Daarbij geldt ook dat de mast zich zal lenen voor antenneapparatuur van andere providers van mobiele telecommunicatie. De antennemast biedt daarmee ruimte aan meerdere gebruikers in het kader van het zogenaamde ‘site sharing’. Zowel VodafoneZiggo en ProRail hebben aangegeven gebruik te willen maken van de antennemast. De keuze voor de huidige locatie betreft de verplaatsing van het bestaande opstelpunt. De providers willen hun apparatuur moderniseren; om die reden worden de hoogspanningsmasten vervangen door antennemasten. In tegenstelling tot vakwerkmasten worden hoogspanningsmasten spanningsloos gesteld, en mogen werkzaamheden uitsluitend worden uitgevoerd onder toezicht van medewerkers van de eigenaar van de hoogspanningsmast. De providers willen dan ook geen gebruik meer maken van de hoogspanningsmasten, aangezien deze ongeschikt zijn voor de gewenste toepassing.

Ter plaatse van het plangebied geldt het ‘Omgevingsplan gemeente Stein’ (in werking vanaf 7 mei 2024). Onderdeel daarvan, van rechtswege opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, is het bestemmingsplan ‘Kern Elsloo’ (vastgesteld 11 september 2013). Het planinitiatief op het betreffende terrein past niet binnen de gebruiks- en bouwregels van het Omgevingsplan, daarmee is er sprake van strijdigheid met het Omgevingsplan. Het project kan daarom alleen worden gerealiseerd als medewerking wordt verleend aan het afwijken van het bestemmingsplan, en daarmee het (tijdelijk deel) omgevingsplan. Om af te wijken van het planologisch regime dient een omgevingsvergunning verleend te worden voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). In voorliggend ETFAL-motivering wordt aangetoond dat er met de plannen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), daarmee wordt voldaan aan de wettelijke eisen zoals gesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied, plaatselijk bekend als Sportpark Haslou te Catsop/Elsloo, staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Elsloo, Sectie B, perceelnummer 4575 (gedeeltelijk). Het plangebied is gelegen in het zuidelijk deel van het sportpark. Aan de noordelijke en westelijke zijde van het plangebied zijn voetbalvelden gelegen.

Ten zuiden van het plangebied bevindt zich volwassen groen, achter het volwassen groen is de Scouting Elsloo gelegen.

Pagina 3 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

Figuur 1: ligging van het plangebied

1.3 Geldend Omgevingsplan Het plangebied is gelegen binnen het ‘Omgevingsplan gemeente Stein’ (hierna: omgevingsplan). Het omgevingsplan bestaat uit een nieuw en tijdelijk deel. Het nieuwe deel van het omgevingsplan is momenteel nog leeg. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de bruidsschatregels en de regels uit de bestaande ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen. 1.3.1 Tijdelijk deel: De Bruidsschat Van rechtswege opgenomen in het tijdelijk deel is de bruidsschat (hoofdstuk 22 van het omgevingsplan). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het rijk naar de gemeente door middel van de bruidsschat. De regels uit de bruidsschat zijn automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan geland. Hierdoor worden de bruidsschatregels niet meer op rijksniveau geregeld, maar lokaal. De gemeenten dienen vervolgens zelf een afweging te maken hoe zij de onderwerpen uit de bruidsschat willen regelen en wat zij wel en niet over willen nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Van belang is dat regels moeten voldoen aan artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet: de regels moeten nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bovendien moeten de regels voldoen aan de instructieregels voor omgevingsplannen die zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

De regels uit de bruidsschat zijn beleidsneutraal overgenomen, hierdoor voldoen niet alle bruidsschat regels aan het Bkl. Dat betekent dat de gemeenten in ieder geval

Pagina 4 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

die artikelen moeten gaan omzetten of schrappen. Dit geldt onder meer voor de instructieregels voor trillingen van geluid (paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl). Doorwerking planinitiatief Indien noodzakelijk wordt in hoofdstuk 3 per omgevingsaspect getoetst aan de bruidsschatregels. Voorts worden de instructieregels van het Bkl aangehouden, zodat later het verwerken van de BOPA in het omgevingsplan probleemloos kan worden uitgevoerd. 1.3.2 Tijdelijk deel: Ruimtelijke plannen Op grond van artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet gelden de regels uit voormalige ruimtelijke plannen van rechtswege voor het tijdelijke omgevingsplan na het in werking treden van de Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de terminologie veranderd. Onder de Omgevingswet spreekt men niet meer van ‘bestemmingen’ maar ‘functies’. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de huidige wetgeving wordt in voorliggende goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving waar mogelijk niet meer gesproken over ‘bestemmingen’ maar ‘functies’. Voor een goede leesbaarheid worden de geldende bestemmingen nog wel ‘bestemming’ genoemd. Bestemmingsplan ‘Kern Elsloo’ Bestemming ‘Sport’ (artikel 13) De gronden van het plangebied kennen de bestemming ‘Sport’.

Deze gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van sport- en spelactiviteiten, detailhandel (uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel’), horeca (uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ en evenementen met daaraan ondergeschikt; ▪ Horeca in de vorm van een kantine; ▪ Wegen en paden; ▪ Groenvoorzieningen; ▪ Parkeervoorzieningen; ▪ Waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ (artikel 21) De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn behalve voor de ander daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De bestemming archeologie is in 2024 herzien, zie onderstaand. Herziening Erfgoed Stein Waarde – Archeologie, functieaanduiding: specifieke vorm van waarde – hoge archeologische verwachting (artikel 2) De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden, meer in het bijzonder voor: ▪ Een hoge archeologische verwachting te plaatsen van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – hoge archeologische verwachting’.

Op de voor ‘waarde – Archeologie’ aangewezen gronden mag niet worden gebouwd conform de onderliggende bestemming, behoudens: ▪ Voor zover het verstoringsoppervlak van de bodemingreep kleiner is dan 250 m2 of de diepte van de bodemingreep kleiner is dan 40 cm, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – hoge archeologische verwachting.

Pagina 5 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

Doorwerking plangebied De gewenste ontwikkeling is in strijd met de enkelbestemming ‘sport’ (artikel 13). Het gebruik ten behoeve van het gebruik ten behoeve van een nutsvoorziening is niet opgenomen in de gebruiksactiviteiten van de bestemming (artikel 13.1). Daarnaast is het planinitiatief eveneens in strijd met het bestemmingsplan doordat er buiten het bouwvlak wordt gebouwd en de maximale bouwhoogte wordt overschreden (artikel 13.2). Dit resulteert in een overschrijding van de vastgestelde bouwmogelijkheden binnen de huidige planologische kaders. Voor wat betreft de bestemming ‘Waarde – Archeologie’ wordt geconcludeerd dat de opgenomen grenswaarden niet overschreden worden. Een archeologisch onderzoek is daarom in beginsel niet noodzakelijk. Paragraaf 4.3 van voorliggend document zal hier nadere toelichting op geven. 1.4 Planproces Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten, tenzij het gaat om een geval dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen.

Een reguliere procedure is namelijk het uitgangspunt onder de Omgevingswet, tenzij: ▪ Een MER moet worden gemaakt (artikel 16.50 Omgevingswet); ▪ Sprake is van een bij Algemene Maatregel van Bestuur aangewezen geval (artikel 1.65 Omgevingswet); ▪ Op verzoek of met instemming van de aanvrager (artikel 16.65 Omgevingswet); ▪ Het bevoegd gezag beslist dat er eventuele aanzienlijke gevolgen en mogelijke bedenkingen van belanghebbenden zullen plaatsvinden (artikel 16.65 Omgevingswet). Ingevolge artikel 5.21, eerste lid, van de Omgevingswet is bepaald dat de beoordelingsregels worden gesteld met het oog op de wet. Voor een BOPA geldt dat er een omgevingsvergunning kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 5.21, lid 2 onder b). Ingevolge artikel 5.21, onder 2 lid c van de Omgevingswet geldt dat de instructieregels van provincie en rijk over omgevingsplannen ook van toepassing zijn op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een BOPA moet voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning voor een BOPA alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dit is geregeld in artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Met de voorliggende ETFAL-motivering wordt onderbouwd dat de beoogde activiteit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de activiteit uitvoerbaar is. Verder geldt dat er bij onderhavig initiatief sprake zal zijn van het adviesrecht en verplichte participatie van de gemeenteraad. Namelijk, de gemeenteraad maakt gebruik van haar adviesrecht, als bedoeld in artikel 16.15a, onder b van de omgevingswet, bij aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op infrastructuur: ▪ zendmasten en installaties voor het opwekken van duurzame energie buiten een bedrijfsbestemming. De beoogde ontwikkeling betreft een antennemast. Omdat deze ontwikkeling valt onder de gevallen die zijn genoemd in het ‘Participatiebeleid Omgevingswet’ van de gemeente Stein, is het adviesrecht van de gemeenteraad van toepassing op dit planinitiatief.

Pagina 6 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige en nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt getoetst of het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het planinitiatief wordt getoetst aan de beleidskaders en gestelde instructieregels van het Rijk, de provincie en het gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse milieu- en omgevingsaspecten en onderbouwd op welke manier de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 5 wordt een opsomming gegeven van de omvang van het planinitiatief en de strijdigheden om probleemloos de BOPA te kunnen verwerken in het omgevingsplan. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het planinitiatief. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 een conclusie gegeven.

Pagina 7 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

2

Bestaande en toekomstige situatie

2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen in Catsop, vlak onder Elsloo, in de gemeente Stein. Het plangebied zelf heeft een groene invulling en is gelegen in het zuidelijk deel van het sportpak Haslou. Zowel ten noorden als ten westen van het plangebied is een voetbalveld gelegen. Ten zuiden is volwassen groen aanwezig en ten oosten de verdere groenstrook. Onderstaand figuur geeft een weergave van het plangebied en het volwassen groen.

Figuur 2: plangebied in de bestaande situatie (bron: pdok)

Pagina 8 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal er een nieuwe mast van 39,9 meter hoog geplaatst worden ten behoeve van snel breedband internet, Iot, M2M diensten en telecommunicatiediensten. Hierbij zal een gebied gereserveerd worden van in totaal 42 m2. Voor de plaatsing van de telecommunicatiemast is 7m x 6m berekend. Er wordt een betonnen fundatieblok aangelegd op een diepte van circa 1,5 meter onder het maaiveld. De mast zal gebruikt worden als opstelpunt voor de antenne-installaties van NOEM, maar zal ook beschikbaar zijn voor het plaatsen van antenne-apparatuur door andere telecommunicatieproviders, in lijn met de Telecommunicatiewet en het principe van ‘site-sharing’. Dit voorkomt de wildgroei van antennemasten in het gebied. De nieuwe mast zal de omgeving kunnen voorzien van een verbeterde dekking van onder meer mobiele telecommunicatie en het GSM-R netwerk. Hiermee zal de initiatiefnemer voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen en de bijbehorende dekkingsverplichting. Dit zal zorgen voor een moderne en vast digitale infrastructuur, en daarmee een betere woon- en werkomgeving. Onderstaande afbeeldingen zijn een weergave van de beoogde nieuwe situatie en de beoogde mast.

Figuur 3: bestaande situatie met beoogde locatie aangegeven (oranje vak) (bron: initiatiefnemer)

Pagina 9 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

2.2.1 Onderbouwing nieuwe vakwerkmast De providers die een verzoek hebben ingediend, zijn voornemens hun installaties en zendapparatuur te moderniseren, teneinde de kwaliteit en betrouwbaarheid van mobiele communicatiediensten te verbeteren. Deze modernisering vereist vervanging van de bestaande opstelpunten in hoogspanningsmasten door zelfstandige antennemasten. Hoogspanningsmasten zijn niet langer geschikt voor het huisvesten van moderne zendinstallaties, zowel vanwege technische beperkingen als vanwege de beheer- en onderhoudsproblematiek. Providers hebben om die reden aangegeven geen gebruik meer te willen maken van de huidige opstellocatie in de hoogspanningsmast. Derhalve is de realisatie van een nieuwe antennemast noodzakelijk. De combinatie van mobiele telecommunicatieapparatuur en hoogspanningsmasten blijkt in de praktijk niet werkbaar. Voor de uitvoering van werkzaamheden door mobiele operators zoals installatie, onderhoud of het verhelpen van storingen, moet de betreffende hoogspanningsmast worden uitgeschakeld. Daarnaast mogen deze werkzaamheden uitsluitend worden uitgevoerd onder toezicht van personeel van de netbeheerder van het hoogspanningsnet. In de praktijk is de ruimte voor dergelijke werkzaamheden zeer beperkt, aangezien het uitschakelen van delen van het hoogspanningsnet slechts in uitzonderlijke gevallen en op vooraf geplande momenten mogelijk is.

De mobiele telecommunicatie heeft geen prioriteit binnen het beheer van het hoogspanningsnet, wat leidt tot vertragingen en beperkingen in het uitvoeren van noodzakelijke werkzaamheden. De situatie rondom hoogspanningsmasten heeft directe gevolgen voor de dienstverlening van de providers. Door de beperkte toegankelijkheid en onderhoudsmogelijkheden blijven de kwaliteit, dekking en continuïteit van mobiele diensten in de omgeving structureel achter bij het gewenste niveau. In het licht van de toenemende afhankelijkheid van mobiele communicatie achten de providers het van groot belang om over een volwaardige, toegankelijke en toekomstbestendige antenne-opstelplaats te beschikken.

Pagina 10 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

Figuur 4: schetsontwerp van de beoogde antennemast (bron: initiatiefnemer)

Pagina 11 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

3

Beleid en regelgeving

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor onderhavig planinitiatief relevante ruimtelijke beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleidskader vormt de formele basis voor ontwikkelingen in het plangebied is en daarnaast een onderbouwing voor de beleidskeuze die in het plan zijn gemaakt. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij de provincies, gemeenten en waterschappen. Inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter te kunnen maken. Ingrepen in de leefomgeving kunnen niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang.

In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking plangebied De NOVI benoemt 21 nationale belangen. Punt 17 behelst de wens om een kwalitatief hoogwaardig digitale connectiviteit te realiseren en te behouden. Het bereik van de mobiele telefoons en andere mobiele toepassingen wordt voor een belangrijk deel verzorgd door antenne-opstellingen op daken en in masten. Voorliggend planinitiatief vindt aansluiting bij punt 17 van de nationale belangen zoals opgenomen in de NOVI en levert zodoende een bijdrage aan de gestelde ambities.

Pagina 12 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

3.2.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die invulling geven aan de Omgevingswet en bieden het juridisch kader voor maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Besluiten die geheel over zijn gegaan naar het Besluit kwaliteit leefomgeving is bijvoorbeeld het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat ook de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning. Waar voorheen dergelijke regels in een groot aantal wetten, AMvB’s en ministeriële regelingen verspreid stonden, zijn ze samengebracht in één hoofdstuk. Voor de BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Er mag alleen een vergunning worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Daarnaast gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b en 8.0e van het Bkl.

In afdeling 5.1 van het Bkl zijn instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties opgenomen zoals: ▪ Waarborgen van de veiligheid; ▪ Beschermen van de waterbelangen; ▪ Beschermen van de gezondheid en van het milieu; ▪ Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; ▪ Behoud van ruimte voor toekomstige functies; ▪ Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; ▪ Gebruik van bouwwerken; ▪ Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In afdeling 5.2 van het Bkl zijn de instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving opgenomen zoals: ▪ Voorkomen van belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorwegeninfrastructuur en rijkswegen; ▪ Lokale spoorwegen binnen vervoerregio’s; ▪ Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool. Doorwerking plangebied In hoofdstuk 4 van voorliggende onderbouwing wordt getoetst aan de instructieregels die in afdeling van 5.1 van het Bkl worden genoemd. Hierbij zal worden gemotiveerd dat met het ontwikkeling van het beoogde planinitiatief sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 13 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

3.2.2.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er behoefte aan stedelijke ontwikkeling is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Hiervoor is de instructieregel Ladder voor duurzame verstedelijking opgesteld (paragraaf 5.1.5.4 van Bkl). Artikel 5.129g bevat regels over zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Voor de volledigheid is artikel 5.129g hieronder opgenomen. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3.

Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid.4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

In artikel 5.129g is niet aangegeven bij hoeveel woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de realisatie van 11 woningen of minder is er geen sprake van stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2015:2921). Daarnaast geldt een drempelwaarde bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies, de ondergrens is in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m2. Indien de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is dient er wel aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te worden getoetst. Alhoewel deze jurisprudentie tot stand is gekomen onder de voorgaande wetgeving is er geen reden om aan te nemen dat deze niet toepasbaar is onder de Omgevingswet.

Pagina 14 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

Doorwerking planinitiatief Voorliggend planinitiatief ziet op de realisatie van een antennemast met een oppervlak van 96 m 2. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt ruimschoots onder de drempelwaarde van 500 m2 gebleven. In voorliggend geval is daarom conform de jurisprudentie geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijk is derhalve niet van toepassing op onderhavig planinitiatief. 3.2.3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) In het Besluit activiteiten leefomgeving staan regels van het rijk voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Tevens staat vermeld voor welke activiteiten een meld- of vergunningplicht geldt. Met het inwerking treden van de Omgevingswet wordt het begrip ‘inrichting’ vervangen door milieubelastende activiteit. Ingevolge de Begripsbepalingen (artikel 1.1 van de Omgevingswet) wordt met een milieubelastende activiteit het volgende bedoeld: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.” In hoofdstuk 3 van de Bal is per bedrijfstak aangegeven welke activiteiten als milieubelastend moet worden aangemerkt.

Op grond van artikel 5.1 lid 2 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. In hoofdstuk 4 en 5 van het Bal staan de inhoudelijke regels die gelden voor de milieubelastende activiteit. Naast de rijksregels kunnen er ook decentrale regels gelden voor milieubelastende activiteiten. Deze kunnen in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapverordening zijn opgenomen. ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

In de Bal worden verder nog regels opgesteld voor de volgende activiteiten: Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk (hoofdstuk 6); Activiteiten in de Noordzee (hoofdstuk 7); Activiteiten rond rijkswegen (hoofdstuk 8); Activiteiten rond spoorwegen (hoofdstuk 9); Activiteiten rond luchthavens (hoofdstuk 10); Activiteiten die de natuur betreffen (hoofdstuk 11); Landinrichtingsactiviteiten (hoofdstuk 12); Activiteiten die cultureel erfgoed betreffen (hoofdstuk 13); Activiteiten die werelderfgoed betreffen (hoofdstuk 14); Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden (hoofdstuk 15); Grondwateronttrekkingen en ontgrondingen op land en in regionale wateren (hoofdstuk 16); Afval van schepen in binnenwateren (hoofdstuk 17).

Doorwerking plangebied Het planinitiatief betreft geen activiteit zoals genoemd in hoofdstuk 3 van de Bal, derhalve is geen omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit vereist en geldt er ook geen informatie- of meldingsplicht op grond van het Bal.

Pagina 15 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

3.2.4 Nationaal Antennebeleid Nederland heeft een stormachtige groei gekend op het gebied van ICT en mobiele telefonie. Dit is een ontwikkeling die de maatschappij in een behoefte voorziet. Er wordt namelijk groot belang aan beschikbaarheid en toegankelijkheid van ICT en mobiele telefonie gehecht door zowel burgers als bedrijven. Om dit te realiseren of te behouden is een groot aantal zendinstallaties nodig om de gewenste draadloze netwerken te onderhouden of in te richten. Hierbij worden door de Nederlandse overheid wel eisen gesteld op het gebied van kwaliteit en capaciteit. Zo is Verkeer en Waterstaat verantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot de aanleg van nieuwe telecommunicatie infrastructuren, ofwel ‘De digitale delta’. Het Nationaal Antennebeleid richt zich hierbij primair op de volgende zaken/doelgroepen:

▪

De burgers, die enerzijds gebruik willen maken van nieuwe mogelijkheden op het gebied van draadloze communicatie maar anderzijds zekerheid moeten hebben dat hun gezondheid, leefmilieu en veiligheid daarmee niet in het geding komt;

▪

De medeoverheden, die de primaire zorg dragen voor het beschermen van de gezondheid, het leefmilieu en de veiligheid van burger op hun grondgebied;

▪

De exploitanten van antennes voor draadloze netwerken, die op een zorgvuldige manier aan de wensen van hun netwerkgebruikers moeten voldoen, zodat de gezondheid, het leefmilieu en de veiligheid op geen enkele wijze in gevaar kunnen komen.

Daarnaast is het ook van belang dat er rekening wordt gehouden met het ruimtelijke beslag van antenne-installaties en telecommasten. Gezien de grote behoefte aan opstelpunten, en om te voorkomen dat er meer opstelpunten worden gerealiseerd dan noodzakelijk, kan het voordelig zijn om opstelpunten te delen, het zogenoemde site sharing. Doorwerking plangebied Voor het realiseren van antenne-installaties en telecommasten dient rekening te worden gehouden met de gezondheid, het leefmilieu en de veiligheid van burgers. Zodoende dient op het gebied van stralingen aan de aanbevelingen en blootstellingslimieten van het International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) te worden voldaan. Voorliggend project voldoet aan de eisen van ICNIRP, dit zal nader gemotiveerd worden in paragraaf 4.7. Verder geldt dat met een mast op deze locatie de omgeving voorzien kan worden van de gewenste dekking voor mobiele telecommunicatie. Zo wordt de omgeving voorzien van goede connectiviteit, wat als cruciaal wordt gezien voor economie en samenleving in de hedendaagse tijd. Bovendien zal de beoogde mast voor overige providers beschikbaar zijn in het kader van site sharing om zo een wildgroei aan vakwerkmasten te voorkomen.

Pagina 16 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Limburg De Omgevingsvisie Limburg (in werking vanaf 1 januari 2024) weergeeft de opgaven en kansen waar de provincie Limburg voor staat. In het document wordt onderscheidt gemaakt tussen drie hoofdopgaven: ▪ Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; o In stedelijk c.q. bebouwd gebied o In landelijk gebied ▪ Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); ▪ Klimaatadaptatie en energietransitie. In het toekomstbeeld voor 203-2050 beschrijft de provincie dat steden en dorpen een gecoördineerde maar geleidelijke transformatie moeten doormaken. Ze beschikken over een passend aanbod van woningen, winkels, kantoren en andere werklocaties en vervoers-, nuts-, cultuur- en onderwijsvoorzieningen. Daarnaast heeft de provincie onderscheidt gemaakt tussen 12 provinciale belangen. ▪ Wonen en leefomgeving; ▪ Veiligheid en gezondheid; ▪ Cultuur, sport en erfgoed; ▪ Economie; ▪ Werklocaties; ▪ Mobiliteit; ▪ Energie; ▪ Landbouw; ▪ Water; ▪ Natuur; ▪ Landschap; ▪ Bodem en ondergrond. Doorwerking plangebied Ondanks dat mobiele telecommunicatie en de bijbehorende vakwerkmasten en antenne-installaties niet concreet benoemd worden in de omgevingsvisie zijn er wel raakvlakken met het gestelde binnen het toekomstbeeld en provinciale belangen.

Namelijk, Limburg heeft als visie om over een passend aanbod te beschikken van nutsvoorzieningen. Onderdeel hiervan is een goede infrastructuur van telecommunicatie. Daarnaast sluit het planinitiatief indirect aan bij meerdere provinciale belangen. Binnen het belang ‘wonen en leefomgeving’ draagt een goede telecommunicatiedekking bij aan de leefkwaliteit. In het kader van de provinciale ambitie om een woningaanbod te realiseren dat aansluit bij de vraag, zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht, is bereikbaarheid via digitale netwerken van groeiend belang. Ook het belang ‘veiligheid en gezondheid’ wordt hiermee ondersteund. Zo is het voor ProRail van essentieel belang dat er betrouwbare telecommunicatie beschikbaar is. Namelijk, de spoorwegbeheerder is afhankelijk van een stabiele verbinding tussen treinen, verkeersleiding en stations. Op die wijze wordt het treinverkeer veiliger en betrouwbaarder. Daarnaast spelen bereikbaarheid, voorzieningen en sociale ontmoetingen ook een belangrijke rol binnen de provincie. Een goede digitale infrastructuur ondersteunt de samenleving op deze vlakken. Een goed en betrouwbaar netwerk kan namelijk zorgen voor sociaal contact op afstand. Dit kan in het kader van

Pagina 17 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

‘veiligheid en gezondheid’ daarom een belangrijke rol spelen aangezien het een manier is om eenzaamheid en individualisering (onder volwassenen), een relevante kwestie, tegen te gaan. Geconcludeerd wordt dat het planinitiatief aansluit op de omgevingsvisie Limburg. 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2025 De huidige versie van de Omgevingsverordening Limburg is in werking vanaf 3 februari 2025. De omgevingsverordening stelt regels over diverse aspecten welke van toepassing zijn op de fysieke leefomgeving. Doorwerking plangebied Op de interactieve kaart van de omgevingsverordening kan beoordeeld worden welke provinciale belangen ter plaatse van het projectgebied gelde. Onderstaand is een uitsnede van de interactieve kaart van de omgevingsverordening weergeven. Er gelden een aantal gebiedsaanwijzingen die onderstaand worden toegelicht.

Figuur 5: uitsnede omgevingsverordening (bron: Omgevingsloket)

Ter plaatse van het plangebied: Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg De gebiedsaanwijzing ‘beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg’ stelt regels aan ontwikkelingen binnen de aanduiding. Hierin worden vergunningplichtige gevallen aangewezen. Voorbeelden van grondwerkzaamheden en of andere handelingen die onder het verbod vallen zijn: het ontwortelen en verwijderen of kapot spuiten van (bestaande) begroeiing en met (landbouw)voertuigen over, op of door een graft te rijden. Onder grondwerkzaamheden worden tevens landbouwbewerkingen bedoeld die in de periode na de oogst tot en met de volgende oogst van een hoofdgewas worden uitgevoerd. Voorliggend planinitiatief ziet niet op dergelijke ontwikkeling. Zodoende vormt de gebiedsaanwijzing geen belemmering voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 18 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

Landelijke kernen De gebiedsaanwijzing ‘landelijke kernen’ stelt regels aan ontwikkelingen met betrekking tot wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen, vrijetijdseconomie en bewoning van recreatieverblijven en recreatieterreinen binnen de betreffende aanduiding. Voorliggend planinitiatief ziet niet op dergelijke ontwikkeling. Zodoende vormt de gebiedsaanwijzing geen belemmering voor onderhavig planinitiatief. Overstromingskansgebied C Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor overstromingskansgebied C een gemiddelde overstromingskans van 1:25 per jaar als omgevingswaarde. De gebiedsaanwijzing ‘overstromingskansgebied C’ stelt in dit verband regels die bijdragen aan het beperken van het overstromingsrisico. Deze omgevingswaarde, evenals de waarden bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid van artikel 3.1, worden aangemerkt als inspanningsverplichtingen voor het waterschap. Het waterschap dient uiterlijk in 2035 te voldoen aan deze inspanningsverplichtingen. Dit heeft geen verdere relevantie voor onderhavig planinitiatief. Uitsluitingsgebied windturbines Een omgevingsplan dat betrekking heeft op het uitsluitingsgebied windturbines, laat binnen dat gebied geen plaatsing van een windturbine met een masthoogte van 25 meter of hoger toe.

Voorliggend planinitiatief ziet niet op de realisatie van een windturbine. Conclusie De Omgevingsverordening Limburg zal geen belemmering vormen voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 19 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Stein 2040 Op 30 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de uitgangspuntennotitie ‘Op weg naar een Omgevingsvisie voor Stein’ vastgesteld. Deze notitie vormt het vertrekpunt voor de ontwikkeling van een toekomstbestendige Omgevingsvisie, waarin de fysieke leefomgeving centraal staat. De visie is gebaseerd op de actualisatie van de Ruimtelijke Structuurvisie, sluit aan bij de strategische toekomstvisie en loopt tot 2040. In dit kader zijn ook specifieke beleidsuitgangspunten geformuleerd voor omgevingsvergunningplichtige antenne-installaties. De gemeente streeft naar een zorgvuldige ruimtelijke inpassing, met aandacht voor visuele kwaliteit en landschappelijke inpassing. Zo is plaatsing op of nabij monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten in principe niet toegestaan. Voorkeur gaat uit naar site-sharing en het gebruik van bestaande structuren, zoals antennemasten, hoogspanningsmasten of lichtmasten. Installaties moeten zoveel mogelijk worden geïntegreerd in de bestaande bebouwing of elementen in het landschap, bij voorkeur uit het directe zicht. Ze mogen geen afbreuk doen aan de architectonische of landschappelijke kwaliteit, en karakteristieke elementen moeten behouden blijven. Bij nieuwbouw dient al in de ontwerpfase rekening te worden gehouden met de mogelijke plaatsing van antennes.

Daarnaast is het van belang dat antenne-installaties, inclusief bijbehorende voorzieningen en bekabeling, zorgvuldig worden vormgegeven en ingepast door een passende materiaal- en kleurkeuze. Vergunningsaanvragen moeten een volledig en helder beeld geven van de beoogde installatie en alle bijbehorende infrastructuur. Doorwerking plangebied Het voorgestelde initiatief voor de plaatsing van een 39,9 meter hoge antenne-installatie met een geringe oppervlakte van 42 vierkante meter past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie van de gemeente Stein. De installatie wordt gerealiseerd aan de rand van een sportveld, zijdelings langs volwassen groen zonder dit te verwjideren. Door deze positionering blijft het doorzicht behouden en wordt de visuele impact op de omgeving geminimaliseerd. Bovendien betreft het een mast met een open constructie, wat bijdraagt aan een minder dominante verschijningsvorm in het landschap. De mast zal vervolgens dienen om telecommunicatie in op te hangen, welke diverse doelen zal dienen. Zo zal het een verbetering van de digitale infrastructuur opleveren, waar bijvoorbeeld de spoorwegbeheerder en omwonenden van profiteren. Kortom, de digitale bereikbaarheid van de omgeving wordt geoptimaliseerd. Dit is één van de gemeentelijke ambities.

Het initiatief sluit aan bij het uitgangspunt van site-sharing, dat gericht is op het beperken van het aantal installaties. Reeds zijn er meerdere marktpartijen die hebben aangegeven gebruik te willen maken van de mast, waarmee de gezamenlijke inzet van infrastructuur wordt bevorderd. Hiermee wordt invulling gegeven aan het streven naar efficiënt ruimtegebruik en beperking van ruimtelijke versnippering. Tot slot is de locatiekeuze tot stand gekomen in overleg met de gemeente, voetbalvereniging en scoutingclub. Uit dit overleg is gebleken dat de voorgestelde plek, gelet op de ruimtelijke en functionele inpassing, als de meest geschikte locatie wordt beschouwd. Daarmee wordt voldaan aan het uitgangspunt van zorgvuldige afstemming tussen initiatiefnemer en gemeente, zoals beoogd in de Omgevingsvisie. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig initiatief aansluit op de gemeentelijke omgevingsvisie.

Pagina 20 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapportage

Wet- en regelgeving In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een project op het milieu beschreven. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit kan worden afgeleid of een project mer-plichtig is. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er zal niet meer getoetst worden aan de limitatieve lijst van MER-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MERbeoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER beoordelingsprocedure. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling omvat de realisatie van een antenne-installatie, ter plaatse van Sportpark Haslou te Elsloo. Deze ontwikkeling valt niet onder een activiteit opgenomen in Bijlage V van het Omgevingsbesluit.

Het opstellen van een MER is derhalve niet nodig.

Pagina 21 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

4.2

Bodem

Wet- en regelgeving Paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl bevat instructieregels over het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Tevens is een woonschip of een woonwagen ook aangemerkt als een bodemgevoelig gebouw. Een uitzondering is een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m2 dit wordt niet beschouwd als bodemgevoelig gebouw. Artikel 5.89i van het Bkl bepaalt de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Artikel 5.89ka bepaalt dat er een omgevingsvergunning nodig is voor de bouw van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van een toelaatbare waarde. Tevens bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).

Doorwerking plangebied Een telecommast zoals beoogd in onderhavig planinitiatief is geen bodemgevoelig object. Het is namelijk geen object waarbij of waarvoor mensen 2 uur of langer aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Tevens heeft het object geen aantrekkende werking op mensen. Daarnaast zal het beoogde object ook niet leiden tot een verslechtering van de bodemkwaliteit ter plaatse. Het aspect bodem zal derhalve geen belemmering vormen voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 22 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

4.3

Archeologie en Cultuurhistorie

Wet- en regelgeving Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De Erfgoedwet is de opvolger van de vervallen Monumentenwet 1988 en andere regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De huidige juridische basis in de Nederlandse wetgeving wordt gevormd door de Erfgoedwet (hoofdstuk 5) en de Omgevingswet. De Omgevingswet en de Erfgoedwet zorgen samen voor een integrale bescherming van het cultureel erfgoed. De Erfgoedwet en Omgevingswet worden daarmee complementair aan elkaar. De onderdelen van de vervallen Monumentenwet 1988 die van toepassing zijn op de fysieke leefomgeving zijn naar de Omgevingswet overgeheveld. De Omgevingswet is van groot belang voor het cultureel erfgoed, omdat daarin een zorgvuldige omgang met het cultureel erfgoed en de fysieke leefomgeving is geborgd. De grondslag van de Omgevingswet is opgenomen in hoofdstuk 2 van de Omgevingswet. Voorts heeft de bescherming van (archeologische) monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen een belangrijke plek gekregen in de Omgevingswet. De aanwijzing en bescherming van stads- en dorpsgezichten is naar de Omgevingswet overgeheveld (artikel 2.34, lid 4 van de Ow). Het belang van de bescherming van stads- en dorpsgezichten is en blijft hiermee geborgd. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl bevat instructieregels over cultureel erfgoed en werelderfgoed.

Artikel 5.130 Bkl ziet op het behoud van cultureel erfgoed en 5.131 Bkl ziet op het behoud van werelderfgoed. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels opgesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Daarnaast zijn in het Bal instructieregels opgenomen aangaande rijksmonumenten (hoofdstuk 13). Doorwerking plangebied Archeologie Voor het plangebied geldt, zoals opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Stein geldt het bestemmingsplan ‘Herziening Erfgoed Stein’ (vastgesteld op 15 april 2024). Het plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – hoge archeologische verwachting’. Op de voor ‘waarde – Archeologie’ aangewezen gronden mag niet worden gebouwd conform de onderliggende bestemming, behoudens: ▪ Voor zover het verstoringsoppervlak van de bodemingreep kleiner is dan 250 m2 of de diepte van de bodemingreep kleiner is dan 40 cm, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – hoge archeologische verwachting. Voorliggend planinitiatief ziet op een bodemingreep van minder dan 250 m 2. Namelijk, het gereserveerd plangebied betreft 92 m2. Daarmee wordt een aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden niet verwacht en is een onderzoek niet noodzakelijk. Niettemin is ten alle tijden de zorgplicht van toepassing.

Mochten er tijdens de werkzaamheden archeologische vondsten gedaan worden zal het bevoegd gezag hiervan op de hoogte gesteld worden. Zodoende worden eventuele archeologische waarden in het plangebied voldoende geborgd.

Pagina 23 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

Cultuurhistorie De antennemast wordt niet gerealiseerd in, aan of op een monument. Wel is ten zuidoosten een bomenrij aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. Onderhavig planinitiatief doet geen afbreuk aan dit gebied. Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planinitiatief.

Pagina 24 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

4.4

Ecologie

Wet- en regelgeving Op 1 januari 2017 is de (vervallen) Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb is met het zogenoemde aanvullingsspoor natuur opgenomen in de Omgevingswet. Het aanvullingsspoor natuur zorgt voor de integratie van de regelgeving over natuur en flora en fauna in de Omgevingswet. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl en Bal diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de Wnb. Het gaat in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Gebiedsbescherming Er zijn gebieden in Nederland die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. De Omgevingswet geeft regels over die activiteiten om de natuur te beschermen. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74b van het Bkl bevat beoordelingsregels voor Natura 2000-activiteit.

In artikel 6.15 van de Omgevingsregeling wordt benoemd dat de stikstofdepositie moet worden berekend met AERIUS Calculator. Soortenbescherming Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel dier- en plantsoorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Deze activiteit is vaak het gevolg van een andere activiteit zoals bouwactiviteit. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en faunaactiviteit. Artikel 8.74j tot en met 8.74n bevat beoordelingsregels voor flora- en fauna-activiteit. Doorwerking plangebied Gebiedsbescherming Natuur Netwerk Nederland(NNN) Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 500 meter afstand. Deze gronden betreffen een natuurnetwerk ter conservatie van groen (Bunder- en Elslooërbos). Een direct effect van onderhavige ontwikkeling op het Natuur Netwerk Nederland wordt onwaarschijnlijk geacht. Gezien de afstand van het plangebied tot aan het NNN zullen namelijk geen negatieve effecten in de vorm van licht, geluid of menselijke activiteit optreden.

Natura 2000-gebied Het plangebied bevindt zich op evenals bij het NNN op circa 500 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Bunder- en Elslooërbos. Gezien de nabijheid van dit ecologisch waardevolle gebied, is een AERIUS-berekening noodzakelijk om de gevolgen van stikstofdepositie in kaart te brengen. Deze berekening vormt een essentieel onderdeel van de beoordeling van mogelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.

Pagina 25 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

Deze berekening is uitgevoerd voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase (bijlage 1 & 2). Uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Er wordt daarom gesteld dat er geen negatieve effecten op natura 2000-gebieden worden verwacht. Soortenbescherming Bij de plaatsing van een antennemast op een perceel van 42 vierkante meter dient rekening te worden gehouden met de mogelijke gevolgen voor soortenbescherming conform de Wet natuurbescherming (van rechtswege van toepassing). Gezien de ligging van het plangebied op een grasveld, wordt geen aantasting van beschermde flora- en faunasoorten verwacht. Het initiatief voorziet in het verwijderen van een klein deel gras ten behoeve van de ontwikkeling van de zendmast. Het volwassen groen ten zuiden van het plangebied zal ongewijzigd blijven. Initiatiefnemer zal zich te allen tijde houden aan de zorgplicht. Indien tijdens de werkzaamheden toch beschermde plantensoorten tot bloei komen of beschermde diersoorten worden aangetroffen, wordt een ecoloog of soortdeskundige geraadpleegd. Dit geldt ook bij twijfel over de aanwezigheid van andere planten of dieren. Houtopstanden Ten behoeve van de ontwikkeling zullen geen houtopstanden of solitaire bomen worden verwijderd of beschadigd.

Bomen in de directe omgeving van het plangebied worden uitsluitend, waar nodig, gesnoeid. Hiermee blijft de bestaande groenstructuur behouden. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Resumé Geconcludeerd kan worden dat het omgevingsaspect ecologie geen belemmering zal vormen voor onderhavig planinitiatief. Wel is de zorgplicht van toepassing en zal deze nageleefd moeten worden.

Pagina 26 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

4.5 Straling en gezondheid Elektromagnetische straling als gevolg van antennes kunnen een effect hebben op het lichaam. Daarom hanteert Nederland de blootstellingslimieten zoals opgesteld door de “International Commission on NonIonizing Radiation Protection (ICNIRP)”. De limieten voor elektromagnetische straling zijn in 2020 geactualiseerd en vastgelegd in regelgeving (Frequentiebesluit 2013). De totale hoeveelheid straling moet ten alle tijden onder het limiet blijven. Hierbij moet worden vermeld dat de blootstellingslimiet voor de zekerheid een factor 50 lager is dan de werkelijke grenswaarde, om zo negatieve effecten op gezondheid te voorkomen. De veldsterkte van elektromagnetische velden worden in het algemeen uitgedrukt in Volt per meter (V/m). De uiteindelijke limieten die zijn vastgesteld worden weergegeven in onderstaande tabel: Tabel 1: blootstellingslimitieten in Volt per meter per frequentie in MHz

Frequentie in MHz

Blootstellingslimiet (V/m) Algemene bevolking

Blootstellingslimiet (V/m) Beroepsbevolking

LTE 700 MHz LTE 800 MHz GSM 900 MHz LTE 1500 MHz LTE 1800 MHz LTE 2100 MHZ LTE 2600 MHz

36 39 41 53 58 61 61

79 85 90 116 127 137 137

Voor microgolffrequenties wordt een blootstellingslimiet vastgesteld van 10 Watt per vierkante meter. Deze wordt bijna nooit overschreden, ook niet als iemand dicht voor een schotelantenne staat. Doorwerking plangebied Antennes voor mobiele communicatie gebruiken radiogolven, dit is een vorm van straling. Een communicatiemast dient te voldoen aan de blootstellingslimieten zoals die in Nederland gelden. Bij het ontwerp en de bouw van nieuwe vrijstaande masten wordt ten alle tijde rekening gehouden met de regelgeving en de blootstellingslimieten. Dit houdt in dat alle opstellingen van antennes en de uitgezonden vermogens zodanig worden gehanteerd dat op publiekelijk toegankelijke plaatsen de straling en de sterkte van radiogolven altijd onder de limiet blijft. Bovendien, de gemeten waarden van antennes voor mobiele communicatie liggen in Nederland allen ver onder de limiet, vaak zelfs met meer dan een factor 10. Voor de meeste opstelpunten binnen Nederland bedraagt de veldsterkte op publiek toegankelijke plaatsen 0,1 tot 2 V/m dicht in de buurt van een antenne, waarbij 2 V/m uitzonderlijk hoog is. Dit is vele malen lager dan de toegestane blootstellingslimiet. Met onderhavig project wordt geopereerd binnen bovengenoemde limieten. Hiermee kan gesteld worden dat onderhavig plan voldoet aan het beleid op straling in Nederland.

Verder geldt voor de gebruikers van sportpark haslou dat ze geen risico lopen. Een communicatiemast zendt recht naar beneden minder dan de helft van zijn totale vermogen uit. Als gevolg daarvan is de veldsterkte op het gebied direct onder de antenne 30 tot 100 maal lager dan de limieten. Dit komt doordat de energie in een horizontale bundel wordt uitgezonden. Voor momenten van onderhoud aan de masten geldt een minder streng blootstellingslimiet. Daarnaast maken beroepswerkers, niet direct betrokken bij de antennes, zoals dakdekkers, gebruik van een Risico Inventarisatie Evaluatie (RIE) om eventueel onveilige situaties te herkennen, en zijn zij tevens op de hoogte van de richtlijnen voor veilig werken. Daarbij bestaat ook de mogelijkheid om de mast tijdelijk uit

Pagina 27 van 40

ETFAL-motivering Sportpark Haslou, Catsop/Elsloo

te schakelen zodra het onderhoudspersoneel bezig is. Op deze wijze blijft de gezondheid van de beroepsbevolking gewaarborgd. Jurisprudentie met betrekking tot gezondheid De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in het verleden uitspraak gedaan over telecommasten met betrekking tot gezondheid. Zo is in een uitspraak uit 2020 beoordeeld door de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2020:924) dat er onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat de blootstellingslimieten van de ICNIRP onvoldoende bescherming bieden tegen de elektromagnetische velden. De Afdeling houdt tot op heden nog steeds de blootstellingslimieten van de ICNIRP aan. Antennebureau Tevens laat het Antennebureau regelmatig metingen uitvoeren bij antennes in Nederland om te onderzoeken of straling nog onder de blootstellingslimieten blijft. In het derde kwartaal van 2022 heeft de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, toen nog genaamd het Agentschap Telecom, een aantal metingen gedaan naar elektromagnetische straling bij antennes en zendmasten. Uit de resultaten bleek dat in alle gevallen de gemeten vermogensdichtheid onder het limiet is gelegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=44edb21f-b315-43f1-9936-3938928f1793