CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Was-wordt overzicht.docx

Oordeelsvormende raadsvergadering 2 december 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Herziening Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Stein 20225.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was Wordt In de gehele APV is de Drank- en Horecawet gewijzigd naar de Alcoholwet. De artikelen die hierop betrekking hebben zijn ook conform de herziening modelverordening VNG aangepast. In vrijwel het gehele document is het begrip horecabedrijf gewijzigd naar openbare inrichting. De gehele APV is waar nodig aangepast voor het wegnemen van taalfouten. Begripsbepalingen zijn alfabetisch geordend. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsbepaling Toegevoegd: • mindervalide: mag gelezen worden als mindervalide in de ruimste zin des woord; • toegankelijkheid: de mogelijkheid bieden aan een ieder om te kunnen participeren in de maatschappij; Artikel 1:7 Weigeringsgronden lid 1 sub d toegevoegd: d. onvoldoende toegankelijkheid waar het wel mogelijk is; Hoofdstuk 2 Openbare orde en Veiligheid Artikel 2:1a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Ingevoegd conform eerder vastgesteld addendum Artikel 2:3 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen lid 5 toegevoegd: 5.

Degene die basis van lid 4 van een ontheffing heeft onder het publiek gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen Artikel 2:4 Vergunning voor het plaatsen van Artikel 2:4 Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de voorwerpen , kabels of leidingen ten behoeve publieke functie van de weg van particulier gebruik in, op, onder of aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg 2. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg

2. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplevert, dan wel een belemmering kan

Art. 2:12 begripsbepaling Onder lid 1 sub a: a. bioscoopvoorstellingen Art. 2:13 evenement Onder lid 2 sub d d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats op of grenzend aan de hoofdwegenstructuur of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

Paragraaf 8 Toezicht op horecabedrijven Artikel 2:18 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: 1. horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte en/of terras waarin/ waarop bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.

vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg Art. 2:7 Maken, veranderen van een uitweg toevoeging onder lid 2 sub d: d. indien gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplevert; Art. 2:8 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp toevoeging sub b: b. gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplevert; Art. 2:12 begripsbepaling Onder lid 1 sub a: a. Bioscoopvoorstellingen en theatervoorstellingen op locaties waarbij de voorstelling valt onder regulier gebruik; Art. 2:13 evenement Onder lid 2 sub d d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats op of grenzend aan de hoofdwegenstructuur of een belemmering vormt voor mindervalide, verkeer anders dan plaatselijk verkeer en de hulpdiensten; Art. 2:14 Ordeverstoring Aangepast conform eerder vastgesteld addendum Paragraaf 7 Schaarse vergunningen Volledig verwijderd Paragraaf 8 Toezicht op horecabedrijven Artikel 2:18 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: 1.

Openbare inrichting: In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.; 2. Terras: Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar staof zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt dat

2. Onder horecabedrijf wordt niet verstaan: • een horecagedeelte in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit; • bed and breakfast: particuliere verstrekking tegen betaling aan derden van uitsluitend logies(met ontbijt) zonder dienstverlening, waarbij het aanbod zich beperkt tot maximaal 4 slaapplaatsen verdeeld over maximaal 2 kamers; • horeca in een museum; • horeca in een zorginstelling; • een bedrijfskantine of –restaurant. Artikel 2:41 Speelgelegenheden 1. Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de Kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en c.

speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. 3. De burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig

behoort bij een openbare inrichting indien zij in de onmiddellijke nabijheid van een horecalokaliteit zijn gelegen. 3. Onder openbare inrichting wordt niet verstaan: • een horecagedeelte in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit; • bed and breakfast: particuliere verstrekking tegen betaling aan derden van uitsluitend logies(met ontbijt) zonder dienstverlening, waarbij het aanbod zich beperkt tot maximaal 4 slaapplaatsen verdeeld over maximaal 2 kamers; • horeca in een museum; • horeca in een zorginstelling; • een bedrijfskantine of –restaurant. Artikel 2:41 Speelgelegenheden 1. Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. 3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen 4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:42 Kansspelautomaten 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; 2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan.

Artikel 2:47 Betreden van plantsoenen e.d. 1. Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich zonder ontheffing van het college te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:58 Loslopend vee

Artikel 2:42 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Paragraaf 12. Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Toevoegen artikelnummer: Artikel 2:42A Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Artikel 2:45a Vervoeren plakgereedschap en dergelijke 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:45. Artikel 2:47 Betreden van plantsoenen e.d. 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde plantsoenen, groenstroken en dergelijken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. Artikel 2.49A Verbod op lachgas Ingevoegd vanuit eerder vastgesteld addendum Artikel 2:52 Neerzetten van fietsen e.d. Toegevoegd sub b: b. gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplevert; Artikel 2:58 Loslopend vee

De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 2:61 begripsbepaling In deze paragraaf wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit). Artikel 2:64 Begripsbepaling 1. Het is verboden in de open lucht carbid te schieten 2. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Artikel 2:67 Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.

De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 2:61 Begripsbepaling In deze paragraaf wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Artikel 2:64 Carbid schieten 1. In dit artikel wordt onder carbid verstaan het in een bus, container, opslagvat of vergelijkbaar voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Het is verboden in de open lucht carbid te schieten 3. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Artikel 2:67 Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben. Artikel 2:71 Gebiedsontzeggingen 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen in het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. Hoofdstuk 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan 1.

Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:4 van 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het deze verordening niet van toepassing zijn, mits Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:4 van de houder van de inrichting ten minste twee deze verordening niet van toepassing zijn, mits weken voor de aanvang van de festiviteit het de houder van de inrichting ten minste tien college daarvan in kennis heeft gesteld. werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Artikel 4:6 Geluidhinder door dieren Artikel 4:6 Geluidhinder door dieren Degene die buiten een inrichting in de zin van de Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor omwonenden of moet voorkomen dat dit voor omwonenden of voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. voor de omgeving overmatige geluidhinder veroorzaakt. Paragraaf 3. HET BEWAREN VAN Artikel 4:10 Definities HOUTOPSTANDEN 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen a.

houtopstand: hakhout, een houtwal of 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder: een of meer bomen, of een beplanting van a. boom: een houtachtig, overblijvend bosplantsoen; b. hakhout: een of meer bomen of gewas met een dwarsdoorsnede van de stam boomvormers die na te zijn geveld opnieuw op van minimaal 20 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid de stronk uitlopen; geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In c. boom: een houtachtig, overblijvend het kader van een herplant-of gewas met een dwarsdoorsnede van de stam instandhoudingsplicht kunnen voorschriften van minimaal 20 centimeter, een omtrek van 63 gesteld en maatregelen genomen zijn of worden centimeter, op 1,30 meter hoogte boven het voor bomen kleiner dan 20 cm dwarsdoorsnede maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt op 1,3 meter boven het maaiveld; de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 63 centimeter geldt geen minimale stamomtrek bij

b. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal of een beplanting van bosplantsoen; c. hakhout: één of meer bomen (of boomvormers) die na te zijn geveld opnieuw op de stronk uitlopen; d. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; e. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; f. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming; g. boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het product van de factoren: • het aantal van cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld; • de eenheidsprijs per cm²; • de standplaatswaarde; • de conditiewaarde; • de waarde van de plantwijze. 2. Het bevoegd gezag kan bij toepassing van de boomwaarde tevens naar redelijkheid en billijkheid besluiten. In deze paragraaf wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Artikel 4:11 Verbod om houtopstand te vellen of te doen vellen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; b. fruitbomen en windschermen van boomgaarden, uitgezonderd de walnootboom; c. sparrenbomen en alle andere coniferen/naaldsoorten, met uitzondering van de Japanse notenboom (Ginko) en de Taxusboom; d. kweekgoed;

houtopstand die is aangelegd op grond van artikelen 4:11c en 4:11d van deze verordening; d. knotten/kandelaberen: het tot de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takken bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek onderhoud; e. dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van overblijvende houtopstand; f. boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van beëdigde Taxateurs van Bomen; 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben, zoals als gevolg van ondeskundig snoeien, het verwijderen van te veel gestelwortels, het ondeskundig aanbrengen van grond of verharding. Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het is verboden zonder vergunning houtopstanden te doen vellen of te laten vellen, indien de houtopstand / boom: a. beschermd zijn op grond van het bestemmingsplan Erfgoed Stein; b. een stamdiameter heeft van minimaal 20 cm, gemeten op 1.30 m boven maaiveld ; c. bestaat uit meer bomen hakhout, houtwal, een (lint)begroeiing van struiken of een beplanting van bosplantsoen, ongeacht de diameter. 2.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud; e. dunning van houtopstand;

e. houtopstand, die bij wijze van dunning deels wordt geveld; f. houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen de bebouwde kom tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20; g. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens aanschrijving of last van het college; h. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; i. het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten. j. bomen die gekapt moeten worden i.v.m. aanvraag omgevingsvergunning (bouwen)conform bestemmingsplan.

f. schubconiferen; g. de volgende soorten loofbomen; laagstam fruitbomen, sierkers, sierpeer en sierappel; 3. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van: a. natuur-en milieuwaarden van de houtopstand b. landschappelijke waarden van de houtopstand; c. beeldbepalende waarden van de houtopstand; d. cultuurhistorische waarden van de houtopstand; e. waarden van de houtopstand voor stadsen dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid van de houtopstand. 4. Het bevoegd gezag kan bij het weigeren, of onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. 5. Het bevoegd gezag kan toestemming geven tot direct vellen, indien er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang. 6. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen regels. In het kader van een herplant-of instandhoudingsplicht kunnen daarnaast voorschriften gesteld en maatregelen genomen zijn of worden voor bomen (in een houtopstand) kleiner dan 20 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld; Artikel 4:11b Geldigheid vergunning In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één houtopstand betreft, is de omgevingsvergunning voor alle houtopstand slechts drie jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele houtopstand al geveld is.

Artikel 4:11c Bijzondere vergunningsvoorschriften 1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.

2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3. Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat de bezwaartermijn is verstreken, tenzij binnen de bezwaartermijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. In dat geval geldt de standaard voorwaarde van niet-gebruik tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Artikel 4:11d Herplant-/instandhoudingsplicht 1. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn. 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 3.

Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 4. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Artikel 4:11e Schadevergoeding

Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van artikel 4:11, artikel 4:11c of artikel 4:11d, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het bevoegd gezag hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Artikel 4:11f Afstand tot de erfgrenslijn De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op 2,00 meter voor bomen, op 0,5m voor heesters en heggen in privaat eigendom en op nihil voor bomen, heesters en heggen die eigendom zijn van de gemeente. Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. afvalstoffen enz. 1. Het is verboden op door het college in 1.

Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de overlast, ter borging van de toegankelijkheid openbare gezondheid aangewezen plaatsen, van mindervalide, dan wel voorkoming van buiten een inrichting in de zin van de Wet schade aan de openbare gezondheid milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg, aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of te plaatsen of aanwezig te hebben: buiten de weg, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Artikel 5:1 Begripsbepalingen Artikel 5:1 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: Vervallen a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). Artikel 5:6 Parkeren van grote voertuigen Artikel 5:6 Parkeren van grote voertuigen 1.

Het is verboden een voertuig(combinatie) 1. Het is verboden een voertuig(combinatie) dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6,5 meter of een hoogte van meer van meer dan 6,5 meter of een hoogte van meer dan 2,5 meter te parkeren op een door het dan 2,5 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn college aangewezen plaats, waar dit: a. naar zijn oordeel schadelijk is voor het oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. uiterlijk aanzien van de gemeente.

Artikel 5:7 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6,5 meter of een hoogte van meer dan 2,5 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. Artikel 5:9 Overlast van fiets of bromfiets Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. Artikel 5:10 Inzameling van geld of goederen 1. Het is verboden een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

Artikel 5:25 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: • motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

b. naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte; c. gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplevert. Artikel 5:7 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6,5 meter of een hoogte van meer dan 2,5 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplever of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. Artikel 5:9 Overlast van fiets of bromfiets Het is verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Artikel 5:10 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving 1. Het is verboden een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. Artikel 5:14 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Toevoeging onder lid 3 sub b: b. gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplever Artikel 5:25 Begripsbepalingen Vervallen

• bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 5:28 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. Deze verordening treedt in werking op 1 november 2019 2. Gelijktijdig wordt de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2018, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 april 2018, ingetrokken.

Artikel 5:27 Beperking verkeer in natuurgebieden Toevoeging onder uitzonderingen lid 3 sub d: d. ten behoeve van mindervalide; Artikel 5:28 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 2. Mits er geen sprake is van gevaar of overmatige overlast voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking vorige verordening 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022 2. Gelijktijdig wordt de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2019, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 april 2019, ingetrokken. 3. Gelijktijdig wordt het Addendum Algemene plaatselijke verordening Gemeente Stein 2019, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 januari 2021, ingetrokken. Artikel 6:5 Overgangsbepaling Toegevoegd De bezwaarschriften welke aanhangig zijn op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2019.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=ecdb5a7f-58b5-43ba-81ba-bd2cc22e78f1