CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Bouwsteen Omgevingsplandeel Woonkernen26.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Artikel 167 a. b.

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over Artikel 153. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 153.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

60

c.

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 153 kunnen voorschriften worden verbonden in de vorm van: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. het doen van opgravingen; 3. het begeleiden van de activiteiten waarvoor omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; 4. het doen van nader archeologisch onderzoek.

Artikel 168

Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 153 sub b of c wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag: a. b.

of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast welke voorschriften ter bescherming van de archeologische waarden aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

Paragraaf 5.15.3

Artikel 169

Cultuurhistorische waarden

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over werkzaamheden anders dan bouwen die cultuurhistorische waarden schaden of kunnen schaden.

Artikel 170 bouwen 1.

2.

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen uitvoeren van werkzaamheden anders dan

Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het verven, verwijderen en wijzigen van verflagen, gevels, ramen, deuren, luiken en/of sierdelen van hoofdgebouwen; b. het wijzigen van gevels, ramen, deuren, luiken, sieronderdelen en/of dakbedekking van hoofdgebouwen, voor zover daarvoor geen omgevingsvergunning is vereist als bedoeld in Afdeling 5.3; c. het bepleisteren, het verwijderen en wijzigen van pleisterwerk van gevels van hoofdgebouwen; d. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden. Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'waardevol gezicht' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden; b. het wijzigen van weg- of straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen; c. het graven en/of dempen van waterlopen en waterpartijen; d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

61

3.

4.

5.

6.

7.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historische infrastructuur' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven en het ophogen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen; b. het wijzigen van weg- of straatprofielen; c. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden d. het aanleggen van parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'te herstellen historische infrastructuur' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven en het ophogen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen; b. het wijzigen van weg- of straatprofielen; c. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden d. het aanleggen van parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; e.

het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historisch tracé' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven en het ophogen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen; b. het wijzigen van weg- of straatprofielen; c. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden d. het aanleggen van parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het verleggen van traces van wegen, waterlopen en het wijzigen van profielen van wegen en waterlopen ter plaatse van de aanduiding en het aanleggen van drainage. Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groengebied' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a.

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, en het ophogen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen en het aanleggen van drainage; b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanbrengen van beplanting, met uitzondering van fruitbomen; d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenelement' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen, rooien of beschadigen van bomen, hagen, struiken en andere beplanting. b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, en het ophogen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen en het aanleggen van drainage; c. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanbrengen van beplanting, met uitzondering van fruitbomen; e.

het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

62

8.

en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenobject' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen, rooien of beschadigen van bomen, hagen, struiken en andere beplanting. b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, en het ophogen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen en het aanleggen van drainage; c. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanbrengen van beplanting, met uitzondering van fruitbomen; e. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

Artikel 171

Algemene regels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen

Het verbod als bedoeld in 163 geldt niet voor: a. b. c. d. e.

werkzaamheden die het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de op grond van dit plan toegelaten activiteiten op die locatie betreffen; het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout; werkzaamheden die strekken tot behoud of herstel van de cultuurhistorische, landschaps-, infrastructurele, bouwhistorische of natuurlijke waarden; het voltooien van werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van Artikel 163; werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.

Artikel 172

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

[gereserveerd]

Artikel 173

Beoordelingsregels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 163 wordt alleen verleend indien door de uitvoering van de werkzaamheden geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische, landschaps-, infrastructurele, natuurlijke of bouwhistorische waarden, zoals beschreven in Nota xxx.

Artikel 174

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 163 kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op het beschermen van de waarden als genoemd in Artikel 166, onder meer in de vorm van: a.

b.

de verplichting tot nader onderzoek naar de waarden van infrastructurele elementen ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historische infrastructuur', 'te herstellen historische infrastructuur' of 'te behouden historisch tracé'; de verplichting tot het terugbrengen, herstellen en/of zichtbaar maken van (voorheen) aanwezige waardevolle infrastructurele elementen ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historische infrastructuur', 'te herstellen historische infrastructuur' of 'te behouden historisch tracé';

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

63

c. d.

de verplichting tot nader onderzoek naar de waarden van groen- of landschapselementen ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenelement' of 'historisch waardevol groenobject'; bij het vellen en rooien van bomen, struiken, hagen of andere groenelementen ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenelement' of 'historisch waardevol groenobject': 1. de verplichting tot het opstellen van een herplant-plan en de verplichting tot herplant; 2. de verplichting tot het stekken van de desbetreffende boom, struik, haag of ander groenelement, indien het een zeldzame soort betreft, ten behoeve van het behoud van deze soort; 3. de verplichting tot het terugbrengen, herstellen en/of zichtbaar maken van (voorheen) aanwezige waardevolle groenelementen.

Artikel 175

Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 163 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275, dan wel een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

64

Afdeling 5.16

Activiteiten met betrekking tot flora en fauna

Paragraaf 5.16.1

Kappen van een boom of houtopstand

Artikel 176 1. 2.

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het kappen van een boom of houtopstand voor zover daarop niet het bepaalde in Afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is. Deze paragraaf is niet van toepassing op een beschermde boom op houtopstand als bedoeld in artikel Paragraaf 5.16.2 (Kappen van een beschermde boom of houtopstand).

Artikel 177

Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c. d.

de beeldbepalende waarde van bomen en houtopstanden; de cultuurhistorische waarde van bomen en houtopstanden; de natuurlijke en landschappelijke waarde van bomen en houtopstanden; de waarde van bomen en houtopstanden voor de recreatie en leefbaarheid.

Artikel 178 1. 2.

3.

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom of houtopstand te kappen. Het verbod geldt niet voor: a. bomen kleiner dan 20 centimeter dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld, tenzij ze onderdeel uitmaken van een houtopstand; b. populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; c. fruitbomen en windschermen van boomgaarden, uitgezonderd de walnootboom; d. sparrenbomen en alle andere coniferen/naaldsoorten, met uitzondering van de Japanse notenboom (Ginko) en de Taxusboom; e. kweekgoed; f. een houtopstand, die bij wijze van dunning deels wordt geveld; g. een houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen de bebouwde kom tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20; h. een boom of houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens aanschrijving op grond van de Algemene plaatselijke verordening; i. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud; j. het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten. k. bomen die gekapt moeten worden i.v.m.

een omgevingsvergunning voor een ruimtelijke bouwactiviteit als bedoeld in Afdeling 5.3. Het verbod geldt ook niet voor: a. bomen op een perceel met de functie wonen.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

65

Artikel 179

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d. e.

iedere te kappen boom op een kaart, foto of tekening geïdentificeerd met een nummer en de locatie; de reden voor het kappen van de boom of houtopstand; de soort van de kappen boom of houtopstand; de dwarsdoorsnede in centimeters van iedere boom, aangegeven op 1,3 meter boven maaiveld; en de mogelijkheden tot herbeplanten en wanneer in herbeplanting wordt voorzien, de locatie, het aantal en de soorten.

Artikel 180

Beoordelingsregels kappen van een boom of houtopstand

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 171 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a. b. c.

de waarden en belangen van de boom of houtopstand als genoemd in Artikel 170, met het oog waarop de regels in deze paragraaf zijn gesteld, niet onevenredig worden geschaad; de boom gevaar of ernstige hinder veroorzaakt; of zwaarwegende maatschappelijke belangen daartoe aanleiding geven.

Artikel 181

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 171 kunnen voorschriften worden verbonden in de vorm van: a. b.

een verplichting tot het herplanten van een boom of houtopstand. een verplichting tot het stekken van de desbetreffende boom of bomen ten behoeve van het behoud van deze soort, indien het een zeldzame soort betreft.

Paragraaf 5.16.2 Artikel 182 1. 2.

Kappen van een beschermde boom of houtopstand

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het kappen van een beschermde boom of houtopstand ter plaatse van het werkingsgebied 'beschermde gemeentelijke bomen en houtopstanden'. Deze paragraaf gaat niet over het dunnen van een houtopstand.

Artikel 183

Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c. d.

de beeldbepalende waarde van bomen en houtopstanden; de cultuurhistorische waarde van bomen en houtopstanden; de natuurlijke en landschappelijke waarde van bomen en houtopstanden; de waarde van bomen en houtopstanden voor de recreatie en leefbaarheid.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

66

Artikel 184 1. 2.

3.

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom te kappen ter plaatse van het werkingsgebied 'beschermde gemeentelijke bomen en houtopstanden'. Het verbod geldt niet voor: a. het snoeien van bomen, als dat noodzakelijk is voor de instandhouding daarvan; en b. het knotten of kandelaberen van reeds genotte of gekandelaberde bomen. Het verbod geldt ook niet voor voor een boom of houtopstand die moet worden gekapt op grond van de Plantenziektenwet of krachtens aanschrijving op grond van de Algemene plaatselijke verordening.

Artikel 185

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.

iedere te kappen boom op een kaart, foto of tekening geïdentificeerd met een nummer en de locatie; de reden voor het kappen van iedere boom opgenomen; de dwarsdoorsnede in centimeters van iedere boom aangegeven op 1,3 meter boven maaiveld; en de mogelijkheden tot herbeplanten en wanneer in herbeplanting wordt voorzien, de locatie, het aantal en de soorten.

Artikel 186

Beoordelingsregels kappen van een beschermde boom of houtopstand

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 177 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a. b. c.

als de belangen en waarden van de boom of houtopstand als genoemd in Artikel 176, met het oog waarop de regels in deze paragraaf zijn gesteld niet onevenredig worden geschaad; de boom gevaar of ernstige hinder veroorzaakt; of zwaarwegende maatschappelijke belangen daartoe aanleiding geven.

Artikel 187

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 177 kunnen voorschriften worden verbonden in de vorm van: a. b.

een verplichting tot het herplanten van een boom of houtopstand. een verplichting tot het stekken van de desbetreffende boom of bomen ten behoeve van het behoud van deze soort, indien het een zeldzame soort betreft.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

67

Afdeling 5.17 gemeente

Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de

Paragraaf 5.17.1

Algemeen

Artikel 188 1.

2.

Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; en e. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte. De regels over uitritten in paragraaf 5.5.4 zijn ook gesteld met het oog op de bescherming van het openbaar groen.

Paragraaf 5.17.2 Artikel 189 1. 2.

Objecten plaatsen op de weg

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten op de openbare weg in beheer bij de gemeente; Deze paragraaf gaat niet over: a. terrassen als bedoeld in Paragraaf 5.17.6; b. het parkeren van voertuigen als bedoeld in Paragraaf 5.17.5; c. evenementen als bedoeld in PM; d. standplaatsen als bedoeld in Paragraaf 5.17.7.

Artikel 190

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunningde weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan de publieke functie daarvan.

Artikel 191 1.

2.

Algemene regels plaatsen van objecten op de weg

Het verbod als bedoeld in Artikel 183 geldt niet voor: a. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: c. geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; I. geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; II. geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt. Het verbod als bedoeld in Artikel 183 geldt niet voor: a. voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan, voor zover degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

68

b.

c.

d. e.

f. g.

h.

ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan en in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; containers, steigers en/of (bouw)materialen, die noodzakelijkerwijze op de weg gebracht worden in verband met bouw-, renovatie- en/of sloopwerkzaamheden en slechts voorzover deze werkzaamheden voortvarend plaatsvinden; vaste netwerken van bepaalde reclameobjecten indien en voor zover door de Gemeente Stein aan een exploitant een exclusiviteitsrecht is toegekend vor het grondgebied van de gemeente of een gedeelte daarvan; uitstallingen; welkomstborden van plaatselijke carnavalsverenigingen in de periode 11 november (de opening van het carnavalsseizoen) van een jaar tot en met 2 dagen na Aswoensdag van het jaar erop, slechts in de nabijheid van bebouwde komingangen van de betreffende kernen; bewegwijzering ten behoeve van evenementen en toertochten vanaf 48 uur voor aanvang van het evenement tot 48 uur na het evenement;. tijdelijke reclameobjecten voor evenementen c.q. activiteiten door lokale verenigingen, lokale stichtingen en lokale organisaties zonder winstoogmerk vanaf maximaal 14 dagen voor aanvang van het evenementen c.q. de activiteit tot en met 2 dagen na afloop van het evenement c.q. de activiteit; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;

voor zover: I.

II.

Artikel 192

het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak zoveel als redelijkerwijs mogelijk is wordt voorkomen of beperkt.

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.

een tekening of foto met daarop de locatie is aangeduid waarop de aanvraag betrekking heeft; een beschrijving van het object; (...)

Artikel 193 1.

Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 183 kan worden geweigerd door het bevoegd gezag: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg, voorzover in dat onderwerp niet al wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet; b. voor zover het géén bouwwerk betreft: indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak, voorzover in dat onderwerp niet al wordt voorzien door Afdeling X, (milieubelastende activiteiten, PM) dan wel het Besluit activiteiten leefomgeving;

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

69

Artikel 194 1.

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 183 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van: a. een doelmatig en veilig gebruik van de weg; b. de redelijke eisen van welstand; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Paragraaf 5.17.3 Artikel 195

Het maken, veranderen of gebruiken van een uitrit

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Artikel 196

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. b. c.

een uitrit naar de weg te maken; een uitrit naar de weg te veranderen; van de weg gebruik te maken voor het bereiken van een perceel.

Artikel 197

Algemene regels maken of veranderen van een uitrit

Het verbod als bedoeld in Artikel 195 geldt niet voor: a.

het aanleggen, veranderen of gebruiken van een inrit ter plaatse van <werkingsgebied> indien: 1. de afstand van de uitrit tot een kruising of bocht in de openbare weg minimaal xx meter bedraagt; 2. de breedte van de inrit maximaal xx meter bedraagt; 3. het perceel niet reeds is voorzien van een uitrit.

Artikel 198

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b.

een tekening of foto met daarop de gewenste ligging van de uitrit; en b. een foto van de bestaande situatie.

Artikel 199 1.

Beoordelingsregels maken, veranderen of gebruiken van een inrit

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 195 kan worden verleend door het bevoegd gezag indien: a. het betreffende perceel reeds een uitrit naar de weg heeft; b. het doelmatig gebruik van de weg niet wordt aangetast;

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

70

c. d. e. f. 2.

de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; het openbaar groen niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; de aanvraag betrekking heeft op een perceel waarop een tussenwoning aanwezig is of zal worden gerealiseerd. Bij de toetsing of aan het bepaalde onder 1 wordt voldaan, wordt gebruik gemaakt van de daartoe vastgestelde en geldende beleidsregel ten tijde van het indienen van de aanvraag.

Artikel 200

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

[gereserveerd]

Paragraaf 5.17.4 Artikel 201 1.

Aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg in beheer bij de gemeente;

Artikel 202

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

Artikel 203 1.

Algemene regels plaatsen van objecten op de weg

Het verbod als bedoeld in Artikel 201 geldt niet voor: a. publieke taken de in opdracht van een besturusorgaan of openbaar publiek lichaam worden verricht; b. situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Artikel 204

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.

een tekening of foto met daarop de locatie is aangeduid waarop de aanvraag betrekking heeft; een beschrijving van de werkzaamheden; (...)

Artikel 205

Beoordelingsregels

(gereserveerd)

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

71

Artikel 206 1.

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 201 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van: a. een doelmatig en veilig gebruik van de weg; b. de redelijke eisen van welstand; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Paragraaf 5.17.5 Artikel 207

Parkeerexcessen

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het parkeren van motorvoertuigen, aanhangwagens en fietsen op de openbare weg in beheer bij de gemeente. Artikel 208 1.

2.

3.

Met het oog op het doelmatig gebruik van de weg en het beperken van hinder worden op een openbare weg in beheer bij de gemeente niet meer dan 2 motorvoertuigen en aanhangwagens geparkeerd binnen een straal van 25 meter, met als midddelpunt één van deze voertuigen, waarvan de houder bedrijfsmatig: a. rijlessen verzorgt; b. personen tegen betaling vervoert c. voorziet in stalling van voertuigen; d. voertuigen verhuurt of verhandelt; of e. onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan voertuigen verricht. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het motorvoertuig dat persoonlijk door de houder wordt gebruikt; en b. motorvoertuigen en aanhangwagens waaraan onderhouds- of herstelwerkzaamheden worden verricht die niet meer dan een uur vergen. Het is verboden een openbare weg in beheer bij de gemeente als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

Artikel 209 1. 2.

Algemene regels voertuigwrakken

Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op een openbare weg in beheer bij de gemeente te parkeren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 210 1.

Algemene regels bedrijfsmatig parkeren

Algemene regels kampeermiddelen e.d.

Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op een openbare weg in beheer bij de gemeente of binnen <werkingsgebied> te plaatsen of te hebben, waar dit buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

72

b.

aanzien van de gemeente; binnen <werkingsgebied> te parkeren.

Artikel 211

Parkeren van reclamevoertuigen

Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame,op een openbare weg in beheer bij de gemeente teparkeren, met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

Artikel 212 1. 2.

3. 4.

Het is verboden een voertuig(combinatie) dat c.q. die, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6,5 meter of een hoogte heeft van meer dan 2,5 meter, te parkeren binnen <werkingsgebied 1>. Het is verboden een voertuig(combinatie) dat c.q. die, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6,5 meter, te parkeren op een openbare weg in beheer bij de gemeente binnen <werkingsgebied 2> . Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met zaterdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de openbare weg worden geplaatst of gehouden.

Artikel 213 1.

2.

2.

Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6,5 meter of een hoogte van meer dan 2,5 meter, op een openbare weg in beheer bij de gemeente te parkeren bij een gebouw met een woonfunctie of andere functie voor dagelijks verblijf van personen, op een zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. Het verbod als gesteld in het eerste lid geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 214 1.

Parkeren van grote voertuigen

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

Het is verboden met een voertuig te rijden door, of dit te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. Het verbod als gesteld in het eerste lid geldt niet: a. op de weg; b. voor voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;en c. voor voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn aangewezen in Paragraaf 5.17.7.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

73

Artikel 215

Overlast van fietsen of bromfietsen

Het is verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan binnen <werkingsgebied>.

Paragraaf 5.17.6

Terrassen

[gereserveerd]

Paragraaf 5.17.7

Artikel 216 1. 2.

Standplaatsen

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het innemen van een standplaats op een openbare weg in beheer bij de gemeente. Deze paragraaf gaat niet over: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,aanhef en onder h, vande Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in PM; c. een vaste plaats op een kermis, als bedoeld in PM; d. terrassen als bedoeld in Paragraaf 5.17.6

Artikel 217

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

Artikel 218

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c. d.

een tekening of foto met daarop de locatie is aangeduid waarop de aanvraag betrekking heeft; een tekening of foto van het uiterlijk van de fysieke middelen die worden gebruikt op de standplaats; de afmetingen van die fysieke middelen; de dagen en tijdstippen waarop de standplaats wordt ingenomen.

Artikel 219 1.

Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 216 kan worden geweigerd door het bevoegd gezag, indien: a. de standplaats ontoelaatbare hinder voor het doelmatig gebruik van de openbare weg kan veroorzaken; b. de veiligheid van het verkeer in het geding is; c. het uiterlijk van de standplaats, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met de goede omgevingskwaliteit; d. de standplaats onevenredige geurhinder of geluidhinder kan veroorzaken; of

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

74

e. 2. 3.

door bijzondere omstandigheden redelijkerwijs te verwachten is dat voor een standplaats voor het verkopen van goederen het goede woon- en leefklimaat in gevaar komt. De omgevingsvergunning wordt voor maximaal [x] jaar verleend. Het college stelt beleidsregels op, waarin in ieder geval zijn opgenomen: a. een passende mate van openbaarheid over de te verlenen omgevingsvergunningen; en b. de criteria voor verdeling van de omgevingsvergunningen.

Artikel 220 1.

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 216 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van: a. een doelmatig en veilig gebruik van de weg; b. de redelijke eisen van welstand; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Paragraaf 5.17.8

Reclame plaatsen

[gereserveerd]

Paragraaf 5.17.9 Artikel 221 1. 2.

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het plaatsen van voorwerpen op, in of boven openbaar water in beheer bij de gemeente; Deze paragraaf gaat niet over situaties waarin wordt voorzien doorde Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Artikel 222

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden om zonder een omgevingsvergunning een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor het doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water, dan wel het voorwerp een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

Artikel 223 1.

2.

Aanwijzing meldingsplichtige gevallen

Het is verboden de volgende activiteiten te verrichten zonder dit ten minste 2 weken voor het begin ervan te melden: a. het plaatsen van een steiger, meerpaal of ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water in beheer bij de gemeente. De melding bevat in ieder geval een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

75

Artikel 224

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.

een tekening of foto met daarop de locatie is aangeduid waarop de aanvraag betrekking heeft; een beschrijving van de aard en omvang van het object; (...)

Artikel 225 1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 189 kan worden geweigerd door het bevoegd gezag: a. indien het voorwerp door zijn aard, omvang, vormgeving of constructie gevaar oplevert voor de het doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water; b. indien het voorwerp een belemmering oplevert voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

Artikel 226 1.

Beoordelingsregels

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 189 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van: a. een doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water; b. een doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Paragraaf 5.17.10 Artikel 227

Innemen van een ligplaats

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het innemen van een ligplaats met een woonschip of ander vaartuig in openbaar water in beheer bij de gemeente.

Artikel 228

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen binnen <werkingsgebied>.

Artikel 229

Algemene regels ligplaatsen voor woonschepen en overige vaartuigen

Voor het innemen van een ligplaats met een woonschip of een ander vaartuig binnen <werkingsgebied> gelden de volgende regels: a.

(gereserveerd, in te vullen a.d.h.v. art. 5:18 + 5:19 APV en daar bedoelde nadere regels)

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

76

Artikel 230

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. b. c.

een tekening of foto met daarop de locatie is aangeduid waarop de aanvraag betrekking heeft; een beschrijving van de aard en omvang van het object; (...)

Artikel 231 1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 195 kan worden geweigerd door het bevoegd gezag: a. indien het voorwerp door zijn aard, omvang, vormgeving of constructie gevaar oplevert voor de het doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water; b. indien het voorwerp een belemmering oplevert voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

Artikel 232 1.

Beoordelingsregels

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 195 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van: a. een doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water; b. een doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

77

Afdeling 5.18 Activiteiten in vrijwaringszones leidingen en waterstaatswerken Paragraaf 5.18.1 Artikel 233

Zone leiding ondergronds

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over activiteiten binnen een zone waarvoor beperkingen gelden gelet op een goede en veilige werking van de binnen die zone gelegen ondergrondse leiding(en).

Artikel 234

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen binnen zone leiding ondergronds

Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'zone leiding ondergronds' een bouwwerk te bouwen.

Artikel 235 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen zone leiding ondergronds Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'zone leiding ondergronds' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.

het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het ophogen, het egaliseren, het bodemverlagen, het afgraven of het verrichten van andere graaf-/grondwerkzaamheden; het aanbrengen van nieuwe ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; het permanent opslaan van goederen; communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

Artikel 236

Algemene regels bouwen van bouwwerken binnen zone leiding ondergronds

[gereserveerd]

Artikel 237 ondergronds

Algemene regels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen zone leiding

Het verbod als bedoeld in Artikel 222 geldt niet voor: a. b. c. d. e.

werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van Artikel 222; werkzaamheden die normaal onderhoud betreffen; werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

78

Artikel 238

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

[gereserveerd]

Artikel 239

Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen zone leiding ondergronds

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 221 wordt alleen verleend indien uit de aanvraag blijkt dat goede en veilige werking van de leiding(en) niet wordt aangetast, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 228.

Artikel 240 ondergronds

Beoordelingsregels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen zone leiding

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 222 wordt alleen verleend indien uit de aanvraag blijkt dat goede en veilige werking van de leiding(en) niet wordt aangetast, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 228.

Artikel 241 1. 2.

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 221 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van een goede en veilige werking van de leiding(en). Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 222 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van een goede en veilige werking van de leiding(en).

Artikel 242 1.

2.

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 221 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag: a. of door het verlenen van de omgevingsvergunning een goede en veilige werking van de leiding(en) (kan) worden aangetast b. welke voorschriften ter bescherming van een goede en veilige werking van de leiding(en) aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 222 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag: a. of door het verlenen van de omgevingsvergunning een goede en veilige werking van de leiding(en) (kan) worden aangetast b. welke voorschriften ter bescherming van een goede en veilige werking van de leiding(en) aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

Paragraaf 5.18.2 Artikel 243

Zone leiding hoogspanning bovengronds

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over activiteiten binnen een zone waarvoor beperkingen gelden gelet op een goede en veilige werking van de binnen die zone aanwezige bovengrondse hoogspanningsleiding van ten hoogste 150 kV.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

79

Artikel 244 bovengronds

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen binnen zone leiding

hoogspanning

Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'zone leiding hoogspanning bovengronds' een bouwwerk te bouwen.

Artikel 245 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen zone leiding hoogspanning bovengronds Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'zone leiding hoogspanning bovengronds' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.

het aanbrengen of verwijderen van hoogopgaande beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend ontgronden, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen, veranderen van het maaiveldniveau of de weghoogte en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het opslaan van goederen.

Artikel 246 bovengronds

Algemene regels bouwen van bouwwerken binnen zone leiding hoogspanning

[gereserveerd]

Artikel 247 Algemene regels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen zone leiding hoogspanning bovengronds Het verbod als bedoeld in Artikel 232 geldt niet voor: a. b. c. d. e.

werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van Artikel 232; werkzaamheden die normaal onderhoud betreffen; werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.

Artikel 248

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

[gereserveerd]

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

80

Artikel 249 bovengronds

Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen zone leiding

hoogspanning

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 231 wordt alleen verleend indien uit de aanvraag blijkt dat goede en veilige werking van de hoogspanningverbinding niet wordt aangetast, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 238.

Artikel 250 Beoordelingsregels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen leiding hoogspanning bovengronds

binnen zone

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 232 wordt alleen verleend indien uit de aanvraag blijkt dat goede en veilige werking van de hoogspanningverbinding niet wordt aangetast, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 238.

Artikel 251 1. 2.

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 231 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van een goede en veilige werking van de hoogspanningverbinding. Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 232 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van een goede en veilige werking van de hoogspanningverbinding.

Artikel 252 1.

2.

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 231 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag: a. of door het verlenen van de omgevingsvergunning een goede en veilige werking van de hoogspanningverbinding (kan) worden aangetast b. welke voorschriften ter bescherming van een goede en veilige werking van de leiding(en) aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 232 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag: a. of door het verlenen van de omgevingsvergunning een goede en veilige werking van de hoogspanningverbinding (kan) worden aangetast b. welke voorschriften ter bescherming van een goede en veilige werking van de leiding(en) aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

Paragraaf 5.18.3 Artikel 253

Vrijwaringszone vaarweg Julianakanaal

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over activiteiten binnen een zone waarvoor beperkingen gelden gelet op een vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart.

Artikel 254 Julianakanaal

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen binnen vrijwaringszone vaarweg

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

81

Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'vrijwaringszone vaarweg Juliankanaal' een bouwwerk te bouwen.

Artikel 255

Algemene regels bouwen van bouwwerken binnen vrijwaringszone vaarweg Julianakanaal

[gereserveerd]

Artikel 256

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

[gereserveerd]

Artikel 257 Julianakanaal

Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen vrijwaringszone vaarweg

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 241 wordt alleen verleend indien: a.

b.

uit de aanvraag blijkt dat een vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart niet wordt aangetast, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 245; op ten minste 25 meter afstand uit de oeverlijn van de vaarweg wordt gebouwd.

Artikel 258

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 241 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van een vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart.

Artikel 259

Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 241 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag: a. b.

of door het verlenen van de omgevingsvergunning een vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart (kan) worden aangetast welke voorschriften ter bescherming van een vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

Paragraaf 5.18.4 Artikel 260

Stroomvoerend deel rivierbed

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over activiteiten binnen het stroomvoerend deel van het rivierbed gelet op: a. b. c.

een veilig en doelmatig gebruik van de rivier; het voorkomen van feitelijke belemmeringen voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van een waterstandverhoging of afname van het bergend vermogen van de rivier.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

82

Artikel 261

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen binnen stroomvoerend deel rivierbed

Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'Stroomvoerend deel rivierbed' een bouwwerk te bouwen.

Artikel 262 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen stroomvoerend deel rivierbed Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'zone leiding hoogspanning bovengronds' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het ophogen van gronden; het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegeheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; het aanbrengen van nieuwe ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; het permanent opslaan van goederen.

Artikel 263

Algemene regels bouwen van bouwwerken binnen stroomvoerend deel rivierbed

Het verbod als bedoeld in Artikel 248 geldt niet voor: a. b. c. d.

activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit voor een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk is vereist; activiteiten voor rivierbeheer en -verruiming; tijdelijke activiteiten; en activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang.

Artikel 264 Algemene regels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen stroomvoerend deel rivierbed Het verbod als bedoeld in Artikel 249 geldt niet voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit voor een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk is vereist; activiteiten voor rivierbeheer en -verruiming; tijdelijke activiteiten; en activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang. werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van Artikel 249; werkzaamheden die normaal onderhoud betreffen; werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

83

Artikel 265

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

[gereserveerd]

Artikel 266

Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen stroomvoerend deel rivierbed

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 248 wordt alleen verleend indien uit de aanvraag blijkt dat de waterstandsverhoging van de rivier als gevolg van de activiteit wordt gecompenseerd dan wel dat er meer ruimte voor de rivier ontstaat, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 255.

Artikel 267 Beoordelingsregels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen stroomvoerend deel rivierbed

binnen

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 249 wordt alleen verleend indien: a.

b.

uit de aanvraag blijkt dat de waterstandsverhoging van de rivier als gevolg van de activiteit wordt gecompenseerd dan wel dat er meer ruimte voor de rivier ontstaat, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 255; en sprake is van bouwen ten behoeve van een van de volgende activiteiten: 1. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken; 2. voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- of recreatievaart; 3. de bouw van waterkrachtcentrales; 4. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, als die activiteit is gekoppeld aan het vervoer over de rivier; 5. de aanleg of wijziging van scheepswerven voor beroeps- of pleziervaartuigen en specifiek daaraan verbonden activiteiten als bedoeld in artikel 3.144 van het Besluit activiteiten leefomgeving; 6. de aanleg en het beheer of de verbetering van natuur; 7. de verbetering van de waterkwaliteit; 8. de uitbreiding of wijziging van bestaande steenfabrieken; 9. de aanleg van voorzieningen voor waterrecreatie of extensieve uiterwaardrecreatie; 10. de winning van oppervlaktedelfstoffen; 11. de aanleg van voorzieningen van groot openbaar belang die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd; 12.

activiteiten met een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven die niet buiten het rivierbed kunnen worden verricht; 13. een verandering van een gebruiksfunctie binnen de bestaande bebouwing; 14. activiteiten voor het behoud van cultureel erfgoed, in het bijzonder bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten; en 15. activiteiten die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie; 16. de aanleg van voorzieningen voor het agrarisch, landschappelijk of daarmee vergelijkbaar beheer van het rivierbed; 17. het behoud of herstel van landschappelijke elementen of cultureel erfgoed; 18. verduurzaming van de energievoorziening van bestaande voorzieningen in het rivierbed; en 19. de aanleg van voorzieningen voor elektriciteitsopwekking door zonne- of windenergie die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

84

Artikel 268 1. 2.

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 248 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van de belangen als genoemd in Artikel 247 Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 249 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van de belangen als genoemd in Artikel 247

Artikel 269 1. 2.

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 248 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de rivier. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 249 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de rivier.

Paragraaf 5.18.5 Artikel 270

Waterbergend deel rivierbed

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over activiteiten binnen het stroomvoerend deel van het rivierbed gelet op: a. b. c.

een veilig en doelmatig gebruik van de rivier; het voorkomen van feitelijke belemmeringen voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van een waterstandverhoging of afname van het bergend vermogen van de rivier.

Artikel 271

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen binnen waterbergend deel rivierbed

Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'Waterbergend deel rivierbed' een bouwwerk te bouwen.

Artikel 272 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen waterbergend deel rivierbed Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'Waterbergend deel rivierbed' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het ophogen van gronden; het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegeheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; het aanbrengen van nieuwe ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; het permanent opslaan van goederen.

Artikel 273

Algemene regels bouwen van bouwwerken binnen waterbergend deel rivierbed

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

85

Het verbod als bedoeld in Artikel 258 geldt niet voor: a. b. c. d.

activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit voor een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk is vereist; activiteiten voor rivierbeheer en -verruiming; tijdelijke activiteiten; en activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang.

Artikel 274 deel rivierbed

Algemene regels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen binnen waterbergend

Het verbod als bedoeld in Artikel 259 geldt niet voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit voor een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk is vereist; activiteiten voor rivierbeheer en -verruiming; tijdelijke activiteiten; en activiteiten van rivierkundig ondergeschikt belang. werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van Artikel 259; werkzaamheden die normaal onderhoud betreffen; werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.

Artikel 275

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

[gereserveerd]

Artikel 276

Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen waterbergend deel rivierbed

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 258 wordt alleen verleend indien uit de aanvraag blijkt dat de waterstandsverhoging van de rivier als gevolg van de activiteit wordt gecompenseerd dan wel dat er meer ruimte voor de rivier ontstaat, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 265.

Artikel 277 Beoordelingsregels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen waterbergend deel rivierbed

binnen

De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 259 wordt alleen verleend indien uit de aanvraag blijkt dat de waterstandsverhoging van de rivier als gevolg van de activiteit wordt gecompenseerd, dan wel dat er meer ruimte voor de rivier ontstaat, zo nodig door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 265.

Artikel 278 1.

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 258 kunnen voorschriften worden verbonden gelet

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

86

2.

op de waarborging van de belangen als genoemd in Artikel 257 Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 259 kunnen voorschriften worden verbonden gelet op de waarborging van de belangen als genoemd in Artikel 257

Artikel 279 1. 2.

Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 258 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de rivier. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 259 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de rivier.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

87

Afdeling 5.19

Overige activiteiten

Paragraaf 5.19.1

Rookverbod in bossen en natuurgebieden

Artikel 280 1.

2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=a3dc3acd-1548-4d14-a03e-eae3573e0327