CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Beheerplan water en klimaatadaptatie WM 2022-2027.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 22 juli 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling water en klimaatadaptatieplannen7.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beheerplan Water en klimaatadaptatie Westelijke Mijnstreek

Verantwoording

Titel

Beheerplan Westelijke Mijnstreek

Projectnummer

371242

Referentienummer

SWNL0277859

Revisie

DO1

Datum

10-06-2021

Auteur

Renske ter Horst

E-mailadres

renske.terhorst@sweco.nl

Gecontroleerd door

Karst Jan van Esch

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Elwin Leusink

Paraaf goedgekeurd

2

Inhoudsopgave

1

Opzet van het beheerplan

4

2

Afvalwaterzorg

5

3

2.1 Kolken

5

2.2 Stratenreinigen

6

2.3 Vrijvervalriolering

7

2.4 Huisaansluitingen

10

2.5 Randvoorzieningen

11

2.6 Pompen en gemalen

14

2.7 Drukriolering

15

2.8 IBA’s

16

2.9 Overige rioolvoorzieningen

17

Hemelwaterzorg

18

3.1 Waterbuffers en greppels

18

3.2 Infiltratievoorzieningen

19

3.3 Vijvers en waterelementen

20

4

Grondwaterzorg

21

5

Meten en monitoren

24

6

Zorgplichtbrede taken

25

7

Klimaatadaptief werken: procedure

29

3

1. Opzet van het beheerplan

Gezamenlijk onderhouden we de (afval)waterketen in de Westelijke Mijnstreek. Van kolken en rioolbuizen tot vijvers en waterelementen, alle objecten die horen bij de riool– en waterstelsels beheren we zodat ze goed blijven functioneren. In dit gezamenlijke document beschrijven hoe we in samenwerking de waterketen in de Westelijke Mijnstreek beheren. Het beheerplan is onderdeel van de beleidsdocumenten voor de rioleringszorg in de Westelijke Mijnstreek.

*De voormalige gemeente Schinnen (nu Beekdaelen) maakte ook onderdeel uit van de Westelijke Mijnstreek. Het is nog onduidelijk of gemeente Beekdaelen aansluit bij de samenwerkingsregio Westelijke Mijnstreek. In ons beheerplan beschrijven we hoe we de waterketen beheren. Aan de hand van vijf vragen gaan we per onderdeel van het stelsel in op hoe we het beheer aanpakken: Wat hebben we? We maken inzichtelijk wat we beheren. Dit is belangrijk om te kunnen zeggen hoeveel aandacht we er aan geven en hoe we het beheren. Hoe doen we het nu? We beschrijven de huidige aanpak, dit is het startpunt vanwaar we stappen kunnen gaan zetten. Gaat het nu al goed, dan veranderen we niets. Als het nog niet goed gaat leren we van wat er misloopt. Wat kan beter of doelmatiger? Zien we verbeterkansen en zo ja, waarin zien wij die verbeterkansen? Het kan zijn dat we op korte termijn een kleine verandering kunnen doorvoeren die veel effect heeft, ook kan het zijn dat we op lange termijn een verbeterkans zien en daarvoor eerst enkele onderzoeken moeten uitvoeren. Hoe gaan we het doen? We beschrijven de manier waarop we het beheer de komende jaren uitvoeren. Dit is in de vorm van een uitleg over wat we doen, wie het doet en wanneer het wordt gedaan. Wat levert het op? Beheer heeft altijd een doel, dat doel beschrijven we hier.

In een kader geven we het voordeel van de nieuwe werkwijze aan ten opzichte van de huidige werkwijze. Met de termen omlaag, gelijk en omhoog wordt aangegeven hoe de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid zich ontwikkelen. 4

2. Afvalwaterzorg 2.1 kolken Wat hebben we? Binnen de Westelijke Mijnstreek liggen 48.774 kolken. De meeste kolken liggen in het rioolstelsel van Sittard-Geleen. Beek

Sittard-Geleen

Stein

Totaal

Straat- en trottoirkolken

5.976

33.278

9.520

48.774

Lijnafwatering

200

3.294

500

3.994

Hoe doen we het? We vervangen kolken als de toestand te slecht is, of als het riool wordt vervangen. Om een goede afstroming van hemelwater in de riolering te krijgen, worden kolken en lijnafwatering regelmatig gereinigd. Deze werkzaamheden zijn door alle gemeenten uitbesteed aan de Reinigingsdienst Westelijke Mijnstreek (RWM). RWM zorgt ervoor dat een derde partij de kolken reinigt. Tijdens de reiniging worden opvallende mankementen aan de kolken genoteerd, zodat deze op een later moment kunnen worden gerepareerd. Verder wordt op basis van meldingen gekeken of er reparaties aan kolken nodig zijn. We beheren de kolken en lijnafwatering risicogestuurd en reinigen 1 of 2 keer per jaar. Door te kijken naar risico’s en noodzaak tot reinigen zijn we gekomen tot voorwaarden voor kolken die 2x per jaar moeten worden gereinigd. Alle overige kolken kunnen 1x per jaar worden gereinigd. Dit is uitgewerkt in het stroomschema. Het waterschap heeft op de terreinen van de RWZI’s een afwateringssysteem wat ook met kolken functioneert. Deze worden 1 keer per jaar gereinigd. Wat kan beter of doelmatiger? We maken steeds meer onderscheid in de reinigingsfrequentie van kolken. Maar dit wordt nog niet altijd volgens het stroomschema opgepakt. Door het stroomschema te volgen maken we onderscheid tussen gebieden waar meer of minder vuil in de kolken terechtkomt. Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We blijven de kolkenreiniging gezamenlijk oppakken. Gemeente Sittard-Geleen onderhoudt de contacten en beoordeelt of er een aanpassing van het stroomschema nodig is.

De huidige werkwijze heeft tot een besparing op onze kosten geleid. Daarnaast zorgt het voor meer specialisatie en daardoor een hogere kwaliteit. We willen dit voortzetten om de huidige kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid gelijk te houden.

5

2. Afvalwaterzorg 2.2 stratenreiniging Wat hebben we? Het reinigen van de straten is uitbesteed aan RWM. Dit gebeurt in verschillende frequenties afhankelijk van wat nodig is. De reiniging van straten is belangrijk om te voorkomen dat vervuiling via kolken in het riool terechtkomt. Hiermee is het nauw verbonden met het kolkenreinigen: vaker straatreinigen zorgt ervoor dat de kolken minder vaak hoeven te worden gereinigd. Het straatreinigen en reinigen van de kolken wordt op elkaar afgestemd. Hoe doen we het? Straatreinigen is nodig om minder vuil in de riolering te krijgen, maar ook om een mooi straatbeeld te hebben. De frequentie van het straatreinigen wordt daarom niet alleen bepaald door de riolering, maar ook door wat voor andere doelen wenselijk is. De frequentie van straatreinigen is o.a. afhankelijk van de inrichting van de bovengrond. In een gebied met veel bomen, en dus bladval, wordt vaker gereinigd. Gemeente

Frequentie

Beek

9x per jaar, en extra o.b.v. meldingen.

Sittard-Geleen

beeldgestuurde reiniging op basis van verschillende kwaliteitsniveaus

Stein

6x per jaar, bestaande uit twee rondes regulier onderhoud en vier rondes met derde borstel om het onkruid in de goten te verwijderen.

Wat kan beter of doelmatiger? Het reinigen van de straten verloopt naar tevredenheid. Doelmatigheid is gevonden in de samenwerking via RWM.

Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We blijven werken op de manier zoals gebruikelijk is.

Door dezelfde frequentie van straatreinigen te hanteren als voorheen komt weinig vuil in de kolken en riolen terecht. Dit was altijd al zo en zorgt daarom niet voor een verandering in de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid.

6

2. Afvalwaterzorg 2.3 vrijvervalriolering Wat hebben we? In totaal ligt er 869 km vrijvervalriolering in de Westelijke Mijnstreek. Hiervan is het grootste deel gemengd, zowel huishoudelijk afvalwater als hemelwater stroomt door deze riolen. Een relatief klein deel van het stelsel is gescheiden, riolen in deze stelsels zijn enkel bedoeld voor huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Voor een goed overzicht van het geheel aan vrijvervalriolering behandelen we alle typen in deze paragraaf. Beek

Sittard-Geleen

Stein

Totaal

Vrijvervalriolen totaal (km)

119

584

166

869

- waarvan gemengd

89

462

124

675

- waarvan DWA

14

44

18

76

- waarvan HWA

9

52

24

85

- waarvan drainage

-

5

-

5

- waarvan ‘overig’

7

25

-

32

Hoe doen we het? Het beheer van vrijvervalriolering is een belangrijk onderdeel van onze werkzaamheden We geven hier een uitgebreide beschrijving van, waarin we onderscheid maken tussen onderhoud en vervanging. Onderhoud Het onderhoud aan vrijvervalriolering bestaat uit twee delen: 1) reiniging en inspectie, 2) van inspectiebeelden naar reparaties. Beide delen zijn aan elkaar verwant, maar worden los van elkaar uitgevoerd. Reiniging en inspectie Reiniging en inspectie is aan elkaar gekoppeld: een rioolbuis die wordt geïnspecteerd wordt altijd vooraf gereinigd. Alle inspecties worden uitgevoerd met een door het riool rijdende videocamera. Regelmatige reiniging van de vrijvervalriolen is nodig om te voorkomen dat vuil zich ophoopt en via de overstorten in het oppervlaktewater terechtkomt. Op basis van ervaring is bekend dat vuil zich ophoopt onder de onderdrempel van de overstort en in DWA -riolen. Verder zijn er specifieke probleemriolen die extra vervuild zijn. We reinigen in Sittard-Geleen en Beek daarom niet al onze riolen even vaak. Om te bepalen met welke frequentie een riool gereinigd moet worden houden we het stroomschema aan. In Stein hanteren we voor alle riolen een reinigingsfrequentie van 1x per 10 jaar Rioolreiniging pakken we in samenwerking op, we hebben dit als een gezamenlijk bestek op de markt gezet.

Gemeente SittardGeleen onderhoudt de contacten en beoordeelt of er een aanpassing van het stroomschema nodig is. Een deel van de transportleidingen van WBL zijn vrijvervalriolen. Deze riolen zijn afwijkend van de gemeentelijke riolen, vanwege de grotere diameters en de constante grote hoeveelheid water die door de buizen stroomt. Reiniging en inspectie van de vrijvervalriolen vindt alleen plaats als er aanleiding toe is. 7

2. Afvalwaterzorg Beoordeling: van inspectiebeelden tot reparaties Het resultaat van de inspecties is een serie videobeelden van de riolen. Over deze videobeelden wordt een filter gelegd om te bepalen welke videobeelden moeten worden beoordeeld. De beoordeling vindt plaats door een speciaal opgeleide beoordelaar. Er wordt een classificatie gegeven aan elk geconstateerd gebrek, deze classificatie geeft aan welk soort gebrek aanwezig is en de ernst van het gebrek. De classificaties worden gebruikt om maatregelen vast te stellen: er wordt een mogelijke reparatie gegeven voor elk gebrek. Het uitvoeren van de rioolreparaties pakken we in samenwerking op, we hebben dit als een gezamenlijk bestek op de markt gezet. Vervangen/relinen Op een aantal locaties in de verschillende gemeenten zijn riolen vervangen of gerelined. Bij relinen wordt er een kunsstof buis in de rioolbuis aangebracht zodat de schadebeelden worden opgeheven en de levensduur aanzienlijk wordt verlengd. De keuze tussen vervangen en relinen is gemaakt op basis van een afweging tussen de toestand van de buis, werkzaamheden in de omgeving, benodigde aanpassingen aan de buis, de mogelijkheid tot afkoppelen en de kwaliteit van de huisaansluitingen. Het relinen van riolen pakken we in samenwerking op. We hebben dit als een gezamenlijk bestek op de markt gezet. Het vervangen van riolen wordt per gemeente opgepakt.

Wat kan beter of doelmatiger? Reinigen en inspecteren is aan elkaar gekoppeld. Met de stroomschema’s uit het afgelopen beheerplan, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen 1x in de 10 en 20 jaar inspecteren is de ervaring in Sittard-Geleen dat het overzicht kwijt raakt. We voegen de stroomschema’s voor reinigen en inspecteren samen, in principe worden riolen gereinigd voordat ze geïnspecteerd worden. Wanneer van riolen bekend is dat ze snel vervuilen reinigen we vaker. Het afwegingskader voor de keuze tussen vervangen en relinen sluit niet helemaal aan op de werkelijke werkwijze binnen de gemeenten. Naast de criteria die zijn benoemd speelt ook de kwaliteit van de huisaansluitingen een belangrijke rol. Zijn er veel huisaansluitingen in slechte toestand of wordt dit verwacht op basis van ervaring, dan wordt gekozen voor vervangen, omdat de huisaansluitingen dan meteen meegenomen kunnen worden. Hoe gaan we het doen? Onderhoud bestaat uit reiniging en inspectie en het beoordelen van de inspectiebeelden en opstellen van maatregelenpakketten. In de praktijk stemmen we rioolreiniging en inspectie altijd op elkaar af. De kans op vervuiling bepaald of we vaker willen reinigen. Riolen waar vuil zich kan ophopen willen we vaker reinigen, hieraan koppelen we dan niet altijd een inspectie. De inspectiebeelden worden beoordeeld om een inschatting te maken van de toestand van de riolering.

Eerst wordt door een ingehuurd bedrijf een inschatting gemaakt, vervolgens controleert een medewerker van de Westelijke Mijnstreek de gebreken die door het ingehuurde bedrijf zijn aangegeven. Aan het ingehuurde bedrijf vragen we om te werken op basis van de actuele NEN norm. De rioolbeheerder krijgt na de inspecties een maatregeladvies en in samenspraak wordt de afweging gemaakt of er moet worden gerepareerd, gerenoveerd of vervangen. Hierbij zoeken we altijd naar de meest doelmatige methode, ook proberen we werkzaamheden in dezelfde omgeving op elkaar af te stemmen. De rioolbeheerder maakt de afweging wat de beste methode is.

8

2. Afvalwaterzorg We maken voor het vervangen en relinen gebruik van een korte en lange termijn planning. De lange termijn planning gebruiken we om inzicht te hebben in de werkzaamheden en veranderingen die op lange termijn worden doorgevoerd, het is een strategische planning. De korte termijn planning is een bondig overzicht van de projecten waarvan met enige zekerheid bekend is dat ze binnen enkele jaren worden uitgevoerd.

Voor de lange termijn planning hebben we een inschatting gemaakt op 5 punten, om te kunnen zeggen hoe het rioolstelsel zich gaat ontwikkelen. Het gaat om de volgende punten: •

welk deel van het stelsel heeft een toestand waardoor relinen niet mogelijk is;

•

welk deel van het stelsel moeten we aanpassen, bijvoorbeeld door het riool te vergroten;

•

welk deel van het gemengde stelsel willen we ombouwen tot gescheiden stelsels;

•

welk deel van het stelsel willen we aanpakken in combinatie met projecten in de omgeving;

•

aantal huisaansluitingen dat vervangen moet worden o.b.v. meldingen

Dit hebben we uitgewerkt tot een stroomschema, waarbij ook is meegenomen dat relinen in een aantal gevallen niet mogelijk is. Rekening houdend met de specifieke kenmerken van de gemeenten is de verhouding relinen-vervangen als volgt: Beek Sittard-Geleen Stein

Relinen 25% 55% 55%

Vervangen 75% 45% 45%

In de strategische vervanginsplanning maken we per aanlegperiode onderscheid in technische levensduur, de verwachte levensduur voor vrijvervalriolen. *We merken dat door het gebruik van een slechtere kwaliteit beton en minder sterke voegen de rioolbuizen aangelegd in deze periode eerder moeten worden vervangen. Voor de korte termijn planning gebruiken we hetzelfde stroomschema als voor de lange termijn, er wordt alleen een meer concrete invulling aan gegeven. Er worden enkel concrete projecten benoemd, waarvan we met enige

Aanlegperiode

Technische levensduur

Voor 1950

75 jaar

1950 – 1969

65 jaar*

1970 – heden

75 jaar

Wat levert het op? Kosten worden bespaard en de kwetsbaarheid wordt verminderd. Door scherper te oordelen of inspectie, reiniging, reparatie en vervanging nodig zijn wordt bespaard op de kosten van de rioleringszorg. Vervangingskosten zijn over het algemeen hoog, dit geeft veel potentie tot besparing. Doordat meer taken binnen de samenwerking worden opgepakt wordt kennis gedeeld en worden taken verspreid. Dit zorgt voor een vermindering van de kwetsbaarheid. zekerheid kunnen zeggen dat ze doorgaan (in de praktijk kan het voorkomen dat er toch wijzigingen zijn). De korte termijn planning is bedoeld om de afstemming te maken met andere disciplines.

9

2. Afvalwaterzorg 2.4. huisaansluitingen Wat hebben we? De aansluiting tussen vrijvervalriool en het perceel wordt gemaakt met een huisaansluitleiding. Elk aangesloten perceel heeft dus een huisaansluitleiding (of in het geval van een bedrijf een bedrijfsaansluitleiding). In totaal zijn er bijna 70.000 aansluitleidingen in de Westelijke Mijnstreek. Beek

Sittard-Geleen

Stein

Totaal

Huisaansluitleidingen

7.391

45.211

11.430

64.032

Bedrijfsaansluitleidingen

518

3.200

617

4.335

Hoe doen we het? Huisaansluitleidingen zijn de riolen tussen de perceelgrens en het riool dat in de straat ligt; ze zijn eigendom van de gemeente. Ze hebben altijd een kleine diameter en zijn door hun ligging tijdrovend om te inspecteren en/of te reinigen. We voeren daarom geen structureel onderhoud uit aan de huisaansluitleidingen. Indien bewoners een melding maken over de riolering onderzoeken we hoe de huisaansluitleiding functioneert. Wanneer we de riolering in de straat vervangen, dan vervangen we meteen de huisaansluitleiding. Wanneer we de riolering in de straat relinen, dan laten we de huisaansluitleidingen liggen en repareren deze zodra dat nodig blijkt. We volgen het volgende stappenplan in de communicatie naar inwoners: 1.

Heb je last van een verstopping van het riool? Achterhaal dan eerst de locatie van deze verstopping. Dit kan door het opzoeken en vrij graven van het ontstoppingsstuk. Het ontstoppingsstuk is een voorziening dat toegang verschaft tot het op uw terrein gelegen riool (vaak een putje) om onderhoud hieraan aan te plegen. Dit ontstoppingsstuk is meestal gelegen nabij de perceelsgrens en dien je zelf op te zoeken.

2.

Indien in het geopende ontstoppingsstuk geen water staat dan zit de verstopping op eigen terrein en dien je zelf maatregelen te treffen (of een bedrijf in te schakelen) om de verstopping te verhelpen. Je betaalt zelf de kosten.

3.

Indien het geopende ontstoppingsstuk vol staat met water dan zit waarschijnlijk de verstopping in gemeentegrond en zijn we als gemeente verantwoordelijk. Meld het direct bij de gemeente. Wij herstellen de verstopping. Als de verstopping te herleiden is naar onjuist gebruik van de riolering, denk hierbij aan luiers, maandverband en vet, dan worden de kosten verhaald op de veroorzaker.

4.

Werkzaamheden op gemeentelijk terrein mogen alleen door, of in opdracht van, de gemeente worden uitgevoerd

Wat kan beter? We merken dat de kwaliteit van de huisaansluitingen slechter wordt. Daarom nemen we dit mee in de keuze of we riolen vervangen of relinen. Wanneer de huisaansluitingen in een straat waar we het riool willen vervangen/relinen slecht zijn zullen we eerder gaan vervangen. Want wanneer we de riolering in de straat vervangen, dan vervangen we meteen de huisaansluitleiding. Wanneer we de riolering in de straat relinen, dan laten we de huisaansluitleidingen liggen en repareren deze zodra dat nodig blijkt. Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We blijven werken volgens het stappenplan. Ook wat betreft het vervangen van huisaansluitleidingen wordt vastgehouden aan de huidige werkwijze.

We zetten de huidige werkwijze voort. Daarnaast geven we meer aandacht aan het vervangen van huisaansluitingen bij rioolvervangingen. Hiermee verhogen we de kwaliteit tegen beperkte kosten. De kwetsbaarheid blijft gelijk.

10

2. Afvalwaterzorg 2.5 randvoorzieningen Wat hebben we? De bergbezinkvoorzieningen zijn aangelegd in de periode 1993-2021. Naam

Capaciteit (in m3)

Totaal gemeente Beek

4.305

BBB Oude Pastorie

2.500

2004

BBB Groot Genhout

350

2005

BBL Kelmond

105

2002

BBB Spaubeek

1.350

2002

Totaal gemeente Sittard-Geleen BBB Rijstraat

13.670 560

2013

BBB Lintjesweg

600

1993

BBB Pater Karelweg

350

1998

BBB Grevenbicht

560

2001

BBB Dassenkuil

1.750

2008

BBB Hof van Limburg

2.000

2004

BBB Clootsweg

4.000

2007

BBB Millenerweg

750

2007

BBB Betuwestraat

1.100

2010

BBB Jan Steenstraat

2.000

2011

BBB Corio Glana

800

2017

BBB Lintjensweg Nrd.

1280

2019

BBB Tiberius

390

2017

BBB Berkenlaan

In aanbouw

2021

BBB St. Jorisstraat

4250

Nog te bouwen

Aanlegjaar

Buffer Beekerhoek Buffer Tweede Hofweg

Buffer Egelantier Buffer Enighauserweg Buffer Gebroek Buffer Van Banninglaan

11

2. Afvalwaterzorg

Totaal gemeente Stein

10.484

BBB Kasteel Elsloo/ Maasberg BBB Graesgrafken/ Meers

1.483 1.745

2003 1998/2012

BBB ’t Broek/ Stein BBB Battenweg/ Meers

2.974 340

2014 2005/2013

BBB de Bath/ Oud Urmond BBB Veerweg/ Berg ad Maas BBB Kappelerweg Urmond

200 584 866

2003 1999 2003

BBL Reekstraat*

2.292

1999

Buffer Elserveld Buffer Gemeentehuis Buffer Graf Graesken Buffer Merodestraat Buffer Pasveersloot Buffer Reekstraat Buffer Sanderboutlaan Buffer Sportpark Mergelakker Buffer Stadhouderslaan Buffer Steinderweg Buffer Urmonder Parallelweg Buffer Veestraat

12

2. Afvalwaterzorg

Hoe doen we het? De pompen in de randvoorzieningen worden gelijktijdig met de gemalen onderhouden door WBL (*niet onderhouden door WBL) . Ze zijn opgenomen in de onderhoudsronde en worden met dezelfde frequentie onderhouden. De spoelkleppen in de randvoorzieningen worden in de meeste gemeenten één keer per jaar gereinigd. Het overige onderhoud vindt incidenteel plaats. Het reinigen van een randvoorziening gebeurt als er een melding komt dat er veel vuil in staat. De open buffers inspecteren we met een jaarlijkse schouw, op basis daarvan voeren we waar nodig onderhoud uit. Wat kan beter? De spoelcompartimenten bleken vervuild te zijn, WBL let hier extra op tijdens de reinigingsronden. Hoe gaan we het doen? We zetten de huidige werkwijze voort. In Stein vervangen we de telemetrievoorzieningen om de pompen goed te kunnen blijven aansturen. Wat levert het op? We zetten de huidige werkwijze voort. Het niveau van de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid blijft gelijk.

13

2. Afvalwaterzorg 2.6 pompen en gemalen Wat hebben we? Binnen de Westelijke Mijnstreek liggen 125 gemalen die met elkaar en de RWZI verbonden zijn met behulp van 50 kilometer persleiding. Beek

Sittard-Geleen

Stein

Totaal

Gemalen

6

85

19

125

Persleidingen (in km)

7

14

2

50

Hoe doen we het? Onderhoud Afgelopen jaren hebben we enkele gemalen mechanisch/ elektrisch gerenoveerd. Er zijn op enkele plekken nieuwe gemalen aangelegd. Persleidingen zijn niet aangelegd en/of vervangen. Het onderhoud in aan gemalen en persleidingen wordt door WBL uitgevoerd. Vanuit de samenwerkingsgedachte maken we gebruik van elkaars kennis en ervaring.

Reinigingsfrequentie

Inspectiefrequentie

Beek

variabel per gemaal

1x per jaar

Sittard-

Periodiek onderhoud

Objectenronde 6x per jaar

Stein

4x per jaar

4x per jaar

WBL

afhankelijk van gemaal, minstens 1x per jaar

afhankelijk van gemaal, minstens 1x per jaar

Vervangen en renoveren Afhankelijk van de leeftijd, toestand (gebreken, onderhoudsstaat, etc.) en ontwikkelingen in de omgeving wordt bepaald of een gemaal wordt vervangen of gerenoveerd. Deze afweging wordt gemaakt door de beheerder, in overleg met de betrokken gemeenten, WL en WBL. De volgende drie onderdelen worden beschouwd: •

leeftijd van het gemaal: hoe hoger de leeftijd, des te eerder wordt gekozen voor vervangen;

•

toestand van het gemaal: hoe meer onderdelen in slechte staat verkeren, des te eerder wordt gekozen voor vervangen;

•

ontwikkelingen in de omgeving: indien de capaciteit van het gemaal hoger of lager moet worden dan het geval is, dan wordt eerder gekozen voor vervangen.

Voor de vervanging van gemalen wordt gebruik gemaakt van een lange termijn en korte termijn planning. De lange termijn planning is gebaseerd op de technische levensduur van gemalen. De korte termijn planning is gebaseerd op de toestand van het gemaal en de ontwikkelingen in de omgeving.

Onderdeel

Technische levensduur

Mechanische en elektrische delen Bouwkundige delen

20 jaar 60 jaar

Wat kan beter of doelmatiger? Het onderhoud aan de gemalen verloopt naar wens. Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We zetten de huidige werkwijze voort.

De huidige werkwijze leidt tot een hogere kwaliteit en een lagere kwetsbaarheid, tegen gelijke kosten.

14

2. Afvalwaterzorg 2.7 drukriolering Wat hebben we? We hebben weinig drukriolering in ons gebied, in totaal liggen er 57 drukrioleringunits in de Westelijke Mijnstreek.

Drukrioleringunits

Beek

Sittard-Geleen

Stein

Totaal

21

9

27

57

Hoe doen we het? Onderhoud Er zijn de laatste jaren geen drukrioleringunits bijgeplaatst of vervangen. Het onderhoud aan de drukrioleringunits en drukleidingen wordt uitgevoerd door WBL. Voor het onderhoud aan de drukrioleringunits wordt aangesloten bij het onderhoud aan de gemalen: de reinigings- en inspectiefrequentie wordt gelijkgehouden met die van de gemalen. Voor de vervanging van drukriolering wordt gebruik gemaakt van een lange termijn en korte termijn planning. De lange termijn planning is gebaseerd op de technische levensduur van gemalen. De korte termijn planning is gebaseerd op de toestand van het gemaal en de ontwikkelingen in de omgeving.

Onderdeel

Technische levensduur

Mechanische en elektrische delen

20 jaar

Bouwkundige delen

60 jaar

Wat kan beter of doelmatiger? Het onderhoud aan de drukriolering verloopt naar wens. De leidingen tussen de drukrioleringunits worden steeds ouder en we weten niet goed hoe lang deze meegaan. Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We zetten de huidige werkwijze voort.

De huidige werkwijze leidt tot een hogere kwaliteit en een lagere kwetsbaarheid, tegen gelijke kosten.

15

2. Afvalwaterzorg 2.8 IBA’s Wat hebben we? Binnen de Westelijke Mijnstreek liggen 47 IBA’s. De gemeente Beek heeft ervoor gekozen om alle percelen aan te sluiten op (druk)riolering, daarom hebben zij geen enkele IBA binnen hun gemeente.

IBA’s

Beek

Sittard-Geleen

Stein

Totaal

-

43

4

47

Hoe doen we het? De IBA´s zijn aangelegd in 2005 op locaties die moeilijk aan te sluiten zijn op riolering. Bij de IBA’s wordt onderscheid gemaakt tussen gewone IBA’s en water-IBA’s (alleen in Sittard-Geleen). De gewone IBA’s worden onderhouden door WBL. Zij controleren één keer per jaar de werking van het systeem en voeren naar aanleiding van deze controle aanpassingen door, voorafgaand aan de controle wordt de IBA gereinigd. WBL maakt onderscheid tussen correctief onderhoud, storingsonderhoud en modificaties. De water-IBA’s worden onderhouden door een onderhoudsbedrijf. Zij gaan twee keer per jaar langs voor reiniging en onderhoud aan het systeem.

Wat kan beter of doelmatiger? Het onderhoud aan de IBA’s verloopt naar tevredenheid. Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We zetten de huidige werkwijze voort.

Met het gebruik van IBA’s zorgen we ervoor dat afvalwater van moeilijk bereikbare locaties wordt gezuiverd voordat het wordt geloosd. Voor het goed functioneren van de IBA’s is regelmatig onderhoud nodig. Met deze werkwijze zorgen wij ervoor dat de IBA het afvalwater voldoende zuivert voordat het wordt geloosd.

16

2. Afvalwaterzorg 2.9 overige rioolvoorzieningen Wat hebben we? In de rioolstelsels zitten een aantal bijzondere constructies. Er zijn zandvangers en roosters die ervoor moeten zorgen dat minder vuil in de riolering terechtkomt. Schuiven en spindels zorgen ervoor dat het mogelijk is om een deel van het rioolstelsel op doorvoeren te reguleren. Dit is bijvoorbeeld nodig als er werkzaamheden worden uitgevoerd. Overstortroosters vangen het grove vuil op dat bij een overstorting uit de riolering komt.

Hoe doen we het? Zandvangers en roosters worden schoongemaakt tijdens straatreinigingsrondes. Overstortroosters worden apart schoongemaakt. Schuiven en spindels worden niet onderhouden in Sittard-Geleen en Beek, in Stein worden ze door WBL onderhouden. Bij gebruik blijkt of ze nog functioneren, zodra blijkt dat ze niet functioneren wordt bepaald of ze moeten worden vervangen of niet. Wat kan beter of doelmatiger? Er wordt op het moment weinig onderhoud gegeven aan een aantal bijzondere constructies. Het zijn geen constructies die cruciaal zijn voor het functioneren van de riolering, maar ze hebben wel invloed op het functioneren van de riolering.

Er bestaat weinig inzicht in de overige rioolvoorzieningen. Verschillende gemeenten hebben nooit geregistreerd waar deze voorzieningen zijn aangelegd, hierdoor is het lastig om onderhoud uit te voeren. In Stein wordt de komende planperiode planmatig onderhoud uitgevoerd. Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We inventariseren de huidige situatie en bepalen op basis van de inventarisatie wat een goede vorm van onderhoud kan zijn. Deze vorm van onderhoud voeren we enige tijd uit, waarna we de uitkomsten evalueren.

Door goed onderhoud van deze overige rioolvoorzieningen krijgen we een beter functionerend rioolstelsel. Het zijn kleine onderdelen van het gehele stelsel, maar ze moeten wel aandacht krijgen om goed te blijven functioneren. Deze aandacht geeft een hogere kwaliteit.

17

3. Hemelwaterzorg 3.1 waterbuffers en greppels Wat hebben we? Een groot aantal regenwaterbuffers en greppels zorgt het bufferen en wegvoeren van hemelwater. Beek

Sittard-Geleen

Stein

Totaal

Waterbuffers

7*

37

6

127

Greppels (meter)

16.435 m2

66.653 m

49.500 m2

-

* Dit zijn 4 buffers achter overstorten en 3 regenwaterbuffers. Hoe doen we het? Greppels en regenwaterbuffers worden aangelegd op plekken waar grote hoeveelheden hemelwater naar een plek moeten worden geleid die geen overlast geeft. De omvang en locatie worden bepaald door lokale omstandigheden. Onderhoud vindt plaats door periodiek het gras te maaien en aangroei van planten en bomen te verwijderen. Als blijkt dat er veel slib in de buffer aanwezig is dan wordt dit verwijderd. Het onderhoud gebeurt in regie of op ad-hoc basis.

Wat kan beter of doelmatiger? Onderhoud vindt weinig structureel plaats. Gras wordt gemaaid en struiken worden gesnoeid, maar er is geen onderhoud dat is toegesneden op de specifieke regenwaterbuffer. Vaak wordt de frequentie van grasmaaien bepaald door de omgeving (wel of niet een woonwijk in de omgeving) en niet door wat nodig is voor de regenwaterbuffer. Ook is bekend dat sommige regenwaterbuffers veel slib bevatten en daardoor slechter functioneren. De gedachte is dat schaalvergroting en structuur in de onderhoudswerkzaamheden bijdraagt aan de kwaliteitsverhoging en kostenbesparing. We gaan de volgende werkzaamheden structureel uitvoeren: werkzaamheid

frequentie

Zwerfvuil verwijderen

2 x per jaar (in S-G beeldgestuurd)

Maaien/ klepelen

2 –4 x per jaar

Bovenlaag afgraven

1 x per 10 jaar

Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We passen ons beheer aan de nieuwe inzichten in het vakgebied aan. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen op het gebied van onderhoud van waterbuffers en greppels. Wanneer nodig passen we het onderhoud op basis van ervaringen aan.

De kwaliteit van het onderhoud gaat verbeteren, daarmee zorgen we voor minder (kans op) hemelwateroverlast. Hiervoor moeten we meer werkzaamheden uitvoeren, daardoor gaan de kosten omhoog. Door de samenwerking vermindert de kwetsbaarheid.

18

3. Hemelwaterzorg 3.2 infiltratievoorzieningen Wat hebben we? Binnen de Westelijke Mijnstreek liggen verschillende soorten infiltratievoorzieningen. wadi’s (aantal)

Beek 1

Sittard-Geleen 2

Stein 2

Totaal 5

IT-riolen (meter)

270

16.630

6280

16.900

Kratten (aantal locaties)

-

11

3

13

Infiltrerend wegdek (meter)

-

52.800

3.000

55.800

7 st. IT buffer bovengrond, 2 st. IT buffer ondergrond

6 st. IT buffers bovengrond, 2 st. IT buffer ondergrond

overig

Hoe doen we het? Wadi’s worden periodiek gemaaid en zwerfvuil wordt verwijderd. Ook worden de kleppen en andere mechanismen gecontroleerd. Bij sommige IT-riolen wordt periodiek gemeten of ze nog voldoende infiltreren. Wat kan beter of doelmatiger? We hebben per locatie in beeld welke vorm van onderhoud nodig is. Op basis hiervan zeten we een onderhoudsstrategie op voor de wadi’s, IT-riolen en kratten. werkzaamheid

frequentie

Verwijderen zwerfvuil (wadi en wegdek)

2 x per jaar (S-G beeldgestuurd)

Maaien (wadi)

2-20 x per jaar

Bovenlaag afgraven wadi

1x per 10 jaar

Reinigen (IT-riool/kratten)

1x per 10 jaar

Reinigen (wegdek)

1x per 10 jaar

Meten functioneren en mate van vervuiling

1x per 10 jaar

Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

Met regelmatig onderhoud zorgen we ervoor dat de voorzieningen goed blijven functioneren.

De kwaliteit van het onderhoud gaat verbeteren, daarmee zorgen we voor minder (kans op) hemelwateroverlast. Door samen te werken vermindert de kwetsbaarheid.

We inventariseren de huidige situatie en bepalen op basis van de inventarisatie wat een goede vorm van onderhoud is in het project beheer en onderhoud infiltratievoorzieningen. Deze vorm van onderhoud voeren we enige tijd uit, waarna we de uitkomsten evalueren.

19

3. Hemelwaterzorg 3.2 vijvers en waterelementen Wat hebben we? In de Westelijke Mijnstreek liggen 19 vijvers en 8 waterelementen (bijv. watergangen in beheer van de gemeente). Deze vijvers en waterelementen zijn belangrijk voor het bergen en afvoeren van hemelwater. Beek

Sittard-Geleen

Stein

Totaal

Vijvers

1

15

3

19

Waterelementen

-

8

-

8

Hoe doen we het? Onderhoud aan vijvers en waterelementen vindt nu incidenteel plaats. Het zwerfvuil wordt verwijderd en het omliggende groen wordt onderhouden en de vijver of het waterelement wordt incidenteel onderhouden.

Wat kan beter of doelmatiger? Het onderhoud kan planmatig worden opgezet en uitgevoerd. Dit zorgt ervoor dat werkzaamheden op elkaar kunnen worden afgestemd en de kwaliteit van de vijvers en waterelementen naar een hoger niveau wordt gebracht. werkzaamheid

frequentie

Zwerfvuil verwijderen

2 x per jaar (S-G beeldgestuurd)

Maaien waterrand

1 x per jaar

Slib verwijderen

Afhankelijk van locatie, richtlijn 1 x per 10 jaar

Hoe gaan we het doen?

Wat levert het op?

We passen ons beheer aan de nieuwe inzichten in het vakgebied aan. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen op het gebied van onderhoud van waterbuffers en greppels. In 2023 doen we onderzoek naar hoe we de vijvers en waterelementen het beste kunnen beheren. De resultaten nemen we mee in de beheerstrategie.

De kwaliteit van het onderhoud gaat verbeteren, daarmee zorgen we voor minder (kans op) hemelwateroverlast. Door samen te werken vermindert de kwetsbaarheid.

20

4. Grondwaterzorg

Aanpak Inwoners van de Westelijke Mijnstreek kunnen grondwateroverlast bij ons melden. Wij helpen hen bij het eerste onderzoek naar mogelijke oorzaken en begeleiden bij het betrekken van de juiste partijen. Onze rol hierbij is afhankelijk van de waarschijnlijke oorzaak van de grondwateroverlast. Hierbij zijn er drie mogelijkheden: een ‘overige’ partij kan veroorzaker zijn, de gemeente kan het veroorzaken en het kan onduidelijk zijn wie de grondwateroverlast veroorzaakt. In onderstaand stappenplan geven we aan hoe we hiermee omgaan. 1. Ontvangst melding bij de gemeente

Een melding van grondwateroverlast komt binnen bij de gemeente

2. eerste onderzoek

De gemeente onderzoekt op basis van alle beschikbare informatie wat mogelijke oorzaken van de overlast zijn

3. bespreken uitkomsten

De uitkomsten worden met de melder besproken

Overlast ligt bij overige partij 4. in contact brengen

De gemeente brengt de melder in contact met ‘overige’ partijen, zoals het waterschap, Rijkswaterstaat of de provincie.

5. controle

De gemeente informeert periodiek naar de stand van zaken

Oorzaak ligt bij de gemeente (de gemeente is juridisch aansprakelijk) 4. onderzoek maatregelen

De gemeente onderzoekt welke maatregelen er kunnen worden genomen en in welke mate dit de overlast wegneemt

5. overleg maatregelen

De gemeente bespreekt met de melder hoe de overlast wordt weggenomen

6. uitvoeren maatregelen

De maatregelen worden uitgevoerd

7. controle

De gemeente informeert na enige tijd of de overlast is weggenomen.

Oorzaak is onbekend 4. onderzoek strructurele overlast

De gemeente onderzoekt of er sprake is van structurele overlast

5. bespreken uitkomsten

Met de melder worden de uitkomsten besproken. Bij geen structurele overlast is dit het einde van het stappenplan.

6. onderzoek doelmatige maatregelen

de gemeente onderzoekt of het mogelijk is om doelmatige maatregelen te treffen.

7. Bespreken uitkomsten

met de melder worden de uitkomsten besproken. Bij geen doelmatige maatregelen is dit het einde van het stappenplan.

8. uitvoeren maatregelen

De maatregelen worden uitgevoerd

9. controle

De gemeente informeert na enige tijd of de overlast is weggenomen. 21

4. Grondwaterzorg Advies en onderzoek Om de regierol invulling te kunnen geven is een beeld nodig van de grondwaterpeilen in de regio. De laatste jaren zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd die een globaal beeld geven. Hiernaast zijn op verschillende plekken grondwaterpeilbuizen geplaatst, door gemeenten, waterschap, provincie en bedrijven. Bij elkaar geeft dit een globaal beeld van de grondwaterstanden in de regio. Voor sommige gebieden is dit globale beeld onvoldoende. Dit kan blijken uit het aantal grondwateroverlastmeldingen, maar ook uit sterk fluctuerende grondwaterstanden. Op deze locaties wordt extra onderzoek gedaan, door een grondwatermeetnet op te zetten. Veel onderzoek zal draaien om het bepalen wat structurele overlast is en wat doelmatige maatregelen zijn. In het beleidsplan is hiervan een definitie gegeven, maar in de praktijk moet worden bepaald of wordt voldaan aan deze definities. Doordat grondwateroverlast vaak heel specifiek is, is het lastig om hier op voorhand goede criteria voor op te stellen. We hebben daarom onderzoeksthema’s bepaald, dit zijn thema’s die in ieder geval moeten worden onderzocht om te kunnen concluderen of wordt voldaan aan structurele overlast en doelmatige maatregelen.

Onderzoeksthema’s

Onderzoeksmethode

Structurele overlast Grondwaterpeil t.o.v. maaiveld

Metingen peilbuis

Grondwaterpeil t.o.v. bebouwing

Metingen peilbuis

Vorm van overlast (bijv. hoge grondwaterstand in tuin of optrekkend vocht in muren)

Locatiebezoek

Duur van overlast

Foto’s/video’s van overlast

Doelmatige maatregelen Aantal inwoners dat overlast ervaart

Enquête, locatiebezoek

Aantal percelen dat overlast ervaart

Enquête, locatiebezoek

Economische schade

Waarschijnlijke herstelkosten

Gezondheidsschade (aantal personen met aan de overlast gerelateerde ziekteklachten)

Enquête, locatiebezoek

Kosten mogelijke oplossingen

Studie, raming

Effect mogelijke oplossingen

Inschatting

Bijdrage overige partijen aan te nemen maatregelen

Overleg

22

4. Grondwaterzorg

Maatregelen Grondwatermaatregelen worden in de volgende gevallen door de gemeente getroffen: Bij bestaande bebouwing •

als de gemeente juridisch aansprakelijk is voor de grondwateroverlast. Hier is sprake van als er een direct verband kan worden aangetoond tussen handelen van de gemeente en de ervaren grondwateroverlast.

•

als er sprake is van structurele grondwateroverlast, waar doelmatige maatregelen tegen kunnen worden genomen. Hierbij worden de definities uit het beleidsplan afvalwaterketen Westelijke Mijnstreek gebruikt. Een maatregel kan zijn het aanbieden van een mogelijkheid tot lozen van grondwater.

Bij nieuwbouw •

als de gemeente verwacht dat in het gebied grondwateroverlast kan optreden, blijkend uit de Watertoets. (Het kan gebeuren dat de gemeente de te nemen grondwatermaatregelen opdraagt aan een andere partij.)

In veel gevallen dient een andere partij maatregelen te treffen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: •

Grondwateroverlast in leefruimtes: de eigenaar dient ervoor te zorgen dat alle leefruimtes waterdicht zijn.

•

Grondwateroverlast nabij watergangen: de overlast kan worden veroorzaakt door hoge standen van het oppervlaktewater. In dat geval kan het zijn dat de beheerder van het oppervlaktewater maatregelen treffen.

•

Grondwateroverlast nabij grote grondwateronttrekkingen: op sommige locaties worden grote hoeveelheden grondwater onttrokken, dit leidt tot veranderingen van de grondwaterstand in de wijde omgeving. De provincie is vergunningverlener van dit soort onttrekkingen en daarmee aanspreekpunt.

Indien er grondwatermaatregelen moeten worden getroffen, moet per locatie worden bekeken wat de beste optie is. Vaak wordt drainage toegepast, maar het is bijvoorbeeld ook mogelijk om grindkoffers te plaatsen. Het heeft onze voorkeur om drainagewater af te voeren via het HWA-stelsel, alleen als dit niet op een doelmatige manier mogelijk is kan drainagewater worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel.

23

5. Meten en monitoren

We willen dat onze waterketen goed functioneert. Daarom voeren we metingen uit en houden we in de gaten of de objecten die we beheren nog van goede kwaliteit zijn en nog goed functioneren. Door metingen uit te voeren krijgen we voor de leren we meer van hoe onze waterketen werkt. Met de inzichten die we hiermee verkrijgen kunnen we ons beheer ondersteunen en maatregelen nemen om het functioneren te verbeteren.

We hebben in 2020 en 2021 een BRP studie uitgevoerd. Door deze studie hebben we ons stelsel modelmatig goed in beeld. We willen een aantal uitkomsten van het model valideren met metingen en monitoren in de praktijk. Daarnaast willen we met metingen en door te monitoren zicht houden op de voortgang en de verbeteringen die we realiseren door het nemen van matregelen. Dit willen we de komende periode gaan doen: •

Bemeten van riooloverstorten.

•

Bemeten van effect van overstortingen op de waterkwaliteit. Het waterschap voert hier al metingen voor uit, van de data maken we gebruik.

•

Bemeten van hoeveelheden afvalwater op gemalen.

We stellen een meet– en monitoringsplan op waarin we beschrijven wat we op welke locaties gaan meten en hoe we de data van de metingen gaan analyseren.

24

6. Zorgplichtbrede taken

Structuur van onderzoeken De onderzoeken die we de komende jaren uitvoeren sluiten aan op het beleid dat is beschreven in het beleidsplan en de strategie beschreven in de voorgaande hoofdstukken. Op de punten waar onvoldoende kennis over bestaat worden onderzoeken uitgevoerd. In principe worden alle onderzoeken waar een gezamenlijk belang bij is ook met alle partijen van de Westelijke Mijnstreek uitgevoerd. Wij zien dit gezamenlijk belang bij drie soorten vraagstukken: •

beleidsvraagstukken

•

berekeningen/ hydraulische en milieutechnische vraagstukken

•

beheervraagstukken

Hiernaast is er nog een categorie ‘overige’ onderzoeken. Deze gaan bijvoorbeeld over de organisatie van de samenwerking, communicatie over de afvalwaterketen en financiële vraagstukken. Beleidsvraagstukken Kaders voor de afvalwaterketenzorg worden gegeven door het beleid. Het beleid is een verzameling van documenten die aangeeft wat we willen bereiken, hoe we het willen bereiken, wat we uitvoeren en welke middelen we nodig hebben om het uit te voeren. We hebben een structuur van vier planvormen opgezet waarin dit wordt vastgelegd.

Plan Beleidsplan Beheerplan Projectenplan Kostendekkingsplan

toelichting looptijd van 6 jaar, met een evaluatie na 2 jaar. Document van de gehele samenwerking Westelijke Mijnstreek. looptijd van 6 jaar, met een evaluatie na 2 jaar. Document van de gehele samenwerking Westelijke Mijnstreek. looptijd van 3 jaar. Document van de afzonderlijke gemeente. looptijd van 6 jaar, met een evaluatie na 2 jaar. Document van de afzonderlijke gemeente.

Bij deze beleidsplannen horen aanverwante documenten. Een voorbeeld hiervan zijn verordeningen: hierin worden specifieke eisen aan inwoners van de gemeente uitgewerkt, waarmee het mogelijk wordt om inwoners te dwingen tot handelen. We hebben de volgende onderzoeken gepland: •

Evaluatie: in 2024 wordt een evaluatie uitgevoerd van de nieuwe plannen.

•

Opstellen nieuwe projectenplannen: in 2024 en 2026 worden nieuwe projectenplannen opgesteld.

•

Opstellen nieuwe plannen vanaf 2026: de huidige plannen moeten voor 2027 zijn vernieuwd. 25

6. Zorgplichtbrede taken

Berekeningen/ hydraulische en milieutechnische vraagstukken Een groot deel van onze werkzaamheden wordt bepaald of komt voort uit berekeningen. Bij de aanleg wordt op basis van berekeningen bepaald wat voor een soort riool wordt aangelegd, periodiek wordt met berekeningen getest of het rioolstelsel voldoet aan de eisen en bij aanpassingen wordt berekend wat voor een nieuw riool moet worden aangelegd. Samenhang tussen riolering en RWZI komt in de praktijk vooral naar voren bij het maken van berekeningen. Uit de berekeningen blijkt namelijk hoeveel afvalwater er uit het rioolstelsel bij de RWZI terechtkomt, waarna kan worden gekeken of dit past binnen het huidige stelsel van riolen, gemalen, persleidingen en RWZI. Met onderzoeken vergroten we ons inzicht in de stelsels en actualiseren we de informatie waarop we beslissingen maken. Op gemeente overstijgende schaal doen we dit samen. Binnen gemeenten pakken we dit zelf op. Plan

toelichting

Frequentie voor actualiseren

OAS*

Onderzoek naar optimalisatie in de waterketen per zuiveringskring

1 x per 15 jaar

BRP*

Hydraulisch en milieutechnisch functioneren van stelsel

1 x per 10 jaar

Stresstest*

Bestendigheid van de leefomgeving tegen extreme weersomstandigheden

1 x per 6 jaar

Lokale berekeningen

Lokale aanpassingen of uitbereidingen van het stelsel

Indien nodig

*Het BRP uitgevoerd in 2020/2021 is zeer uitgebreid. Eventueel pakken we de OAS, BRP en stresstest tegelijkertijd als één studie op. We hebben afspraken gemaakt over het bundelen van werkzaamheden en verantwoordelijk maken van één persoon voor een bepaalde taak.

Beheervraagstukken De afgelopen planperiode hebben we ervaring opgedaan met de huidige planstructuur. Dit is goed bevallen en behouden we ook voor de komende planperiode. We hebben voor een aantal beheervraagstukken afspraken gemaakt over het bundelen van werkzaamheden en verantwoordelijk maken van één persoon voor een bepaalde taak. Deze staan genoemd in onderstaande tabel. Onderdeel

Werkzaamheden

Verantwoordelijk

Gemalenbeheer

Onderhoud en reparaties

WBL

Vrijvervalriolen

Reiniging, inspectie, reparaties

Gezamenlijk

Databeheer

Gezamenlijke aanpak, gezamenlijke inhuur

Gezamenlijk

Infiltratievoorzieningen

Beheer en onderhoud

Gemeente Stein

Drinkwatervoorzieningen We toetsen werkzaamheden die in dit beheerplan zijn opgenomen aan de basis van de drinkwaterzorgplicht (bronnen en infrastructuur).

26

6. Zorgplichtbrede taken Onderzoeksprogramma Westelijke Mijnstreek 2021-2026 Tijdens de planperiode zijn onderzoeken gepland. Elk onderzoek heeft een eigen trekker die aanspreekpunt is en ervoor dient te zorgen dat het onderzoek op tijd en succesvol wordt afgerond. Er wordt inbreng van de overige partijen verwacht, hiervoor is een tijdsraming opgenomen. Niet alle werkzaamheden zullen in eigen beheer kunnen worden uitgevoerd, daarom is er een budget voor uitbesteding van werkzaamheden opgenomen. Hiernaast is er een algemeen jaarlijks budget beschikbaar voor kleine onderzoeksvragen die opkomen gedurende het jaar. Bij instemming van alle partijen kan dit budget worden gebruikt. De tijdsbesteding per onderzoek wordt in de jaarplannen gespecificeerd. Thema

Periode

Onderwerp

Budget

Trekker

Klimaat

2021/22

Hittestressplan

€ 20.000,-

Sittard-Geleen

Klimaat

2021 /22

Droogteplan

€ 20.000,-

Sittard-Geleen

Klimaat

2021/22

Risicodialogen

€ 20.000,-

Sittard-Geleen

Klimaat

2021/22

Uitvoeringsprogramma opstellen

€ 40.000,-

Klimaat

2021/22

Aanvraag impulsregeling

€30.000,-

Klimaat

2023

klimaatadaptatieplan

€ 50.000,-

Beheer

2023

Meten en monitoren.

€ 80.000,-

Beheer

2023

Beheerplan vijvers

€ 15.000,-

Beheer

2023

Calamiteiten onderzoek

€15.000,-

Sittard-Geleen

Beheer

2023/24

Lozen nieuwe stoffen op riool

€ 10.000,-

Sittard-Geleen

Beheer

2024

Plan toezicht en handhaving

€ 20.000,-

WL

Beheer

2025

Data op orde houden*

€ 20.000,-

Stein

Samenwerking

Jaarlijks

Actuele thema’s en vraagstukken

€ 20.000,-

Stein

*Waterschap doet niet mee in dit onderzoek, omdat het over de data in beheer van de gemeenten gaat. In de jaarplannen werken we uit welke inzet vanuit de organisaties benodigd is. Ook bepalen we dan een trekker voor de onderzoeken waar we nu nog geen trekker voor kunnen bepalen. Toelichting onderzoeken Hittestressplan — In het plan beschrijven we wat onze ambitie is om hittestress tegen te gaan en wat we gaan doen om dit te voorkomen en hoe je je kunt aanpassen om minder hittestress te ervaren. We starten met de beschikbare informatie die door de stresstesten die wij hebben uitgevoerd en bij andere organisaties, zoals de provincie, aanwezig is. Droogteplan — In het plan beschrijven we wat onze ambitie is om droogte tegen te gaan en wat we gaan doen om dit te voorkomen en hoe we de leefomgeving beter bestand kunnen maken tegen droogte. We starten met de beschikbare informatie die door de stresstesten die wij hebben uitgevoerd en bij andere organisaties, zoals de provincie, aanwezig is. Risicodialogen — Met de uitkomsten van de stresstest gaan we het gesprek aan met onze inwoners over de risico’s die er zijn en waar we wel of niet maatregelen nemen. Aanvraag impulsregeling — Voor de maatregelen die we gaan uitvoeren om wateroverlast en droogte tegen te gaan en waterveiligheid te vergroten kunnen we subsidie aanvragen.

Via de impulsregeling draagt het Rijk bij aan het bekostigen van de maatregelen. Uitvoeringsagenda — Op basis van het BRP en de uitkomsten van de risicodialogen bepalen we maatregelen die we willen uitvoeren om de Westelijke Mijnstreek beter bestand te maken tegen het veranderende klimaat. De maatregelen, planning en bijbehorende investeringen nemen we op in een uitvoeringsagenda.

27

6. Zorgplichtbrede taken Klimaatadaptatieplan — In een overkoepelend klimaatplan beschrijven we hoe we de Westelijke Mijnstreek klimaatbestendig inrichten. De uitgangspunten vanuit het hittestressplan, droogteplan en het beleidsplan nemen we hierin in mee. Meten en monitoren — We stellen een monitoringsplan op, installeren meetapparatuur en analyseren de data. Beheerplan vijvers— Het beheer van vijvers is nog niet afgestemd binnen de regio en gebeurt ad hoc. In een beheerplan leggen we vast hoe we ervoor zorgen dat deze objecten in de waterketen goed blijven functioneren. Calamiteiten onderzoek — We doen onderzoek naar het voorkomen van calamiteiten op basis van de klachten en meldingen die bij onze organisaties binnenkomen. Zo krijgen we inzicht in het functioneren van de waterketen en kunnen we ingrijpen als vaak dezelfde calamiteit optreedt. Lozen nieuwe stoffen op riool — We merken dat er steeds meer nieuwe stoffen op het riool worden geloosd. Hierdoor kan het voorkomen dat we het vervuilde water minder goed kunnen zuiveren. We doen onderzoek naar deze stoffen, waar ze vandaan komen en hoe we hiermee omgaan. Plan toezicht en handhaving — Er is weinig toezicht en handhaving op lozingen en het voldoen aan lozingsvergunningen. We evalueren in overleg met de betrokken partijen hoe het nu loopt en voeren indien nodig verbeteringen door.

Data op orde houden — De objecten in de waterketen willen we goed vastleggen in beheersystemen. Ook de data die we verkrijgen door te meten en monitoren moet op een overzichtelijke en toegankelijke manier worden opgeslagen, zodat we de data kunnen vertalen naar informatie om de waterketen te verbeteren. Actuele thema’s en vraagstukken — Binnen de samenwerking overleggen we over actuele thema’s en vraagstukken, in de jaarplannen leggen we vast wat we doen. Databeheer Databeheer wordt op vele verschillende manieren en momenten uitgevoerd. Vanaf het moment van binnenkomen van de gegevens worden deze opgeslagen en bewerkt, hierbij kan het gaan om vele verschillende soorten gegevens. Het uiteindelijke doel is om informatie op het juiste moment in de juiste vorm beschikbaar te hebben. Hiervoor worden verschillende programma’s gebruikt. In onderstaande tabel staat voor een aantal zaken aangegeven welke programma’s er worden gebruikt.

Beek

Sittard-Geleen

Stein

vrijvervalriolering

DHV beheerpakket

Obsurv

Rioview

huisaansluitleidingen kolken bergbezinkvoorzieningen

Analoog Excel, Kikker Excel, analoge tekeningen

Riobase Obsurv Aquaview++

Kikker Kikker Rioview

infiltratievoorzieningen gemalen

Excel Excel, analoge tekeningen

Obsurv Aquaview++

Excel Aquaview++

drukriolering

Excel, analoge en digitale tekeningen

Aquaview++

Kaart

IBA’s

Nvt

Obsurv

Kikker

neerslaggegevens

MMB telemetrie

-

Kikker

overstortmetingen

MMB telemetrie

Jaarlijkse rapportage

Jaarlijkse rapportage

Verharde oppervlakken

28

7. Klimaatadaptief werken: procedure

Klimaatadaptatie voldoende meenemen in procedures In alle werkzaamheden willen we klimaatadaptatie een plek geven. Het is een grote opgave om de Westelijke Mijnstreek klimaatbestendig in te richten, daarom vinden we het belangrijk om het overal mee te koppelen. Bij de werkzaamheden in de waterketen hebben we hier zelf zicht op, maar bij werkzaamheden aan bijvoorbeeld wegen of groen hebben we dit niet altijd vanuit de waterketen in beeld. De komende jaren willen we het daarom opnemen in de gemeentelijke procedures. Elke gemeente heeft hier een eigen aanpak voor. We bespreken de ervaringen en wisselen uit wat goed werkt.

Instrumenten om klimaatadaptatie een plek te geven De instrumenten die we hebben om klimaatadaptatie een plek te geven hebben we hieronder benoemd. We geven per instrument aan waar ze behulpzaam zijn: •

Stresstestkaarten: nuttig om een beeld te vormen van de klimaatknelpunten op en rondom een locatie.

•

Handboek openbare ruimte (hier zijn verschillende namen voor binnen de Westelijke Mijnstreek): nuttig om de voorkeursmaatregelen uit te halen en die volgens de gestelde ontwerprichtlijnen klimaatbestendig aan te leggen.

•

Websites met voorbeelden/inspiratie voor klimaatadaptieve maatregelen, zoals www.waterklaar.nl, www.urbangreenbluegrids.com en www.climatescan.com.

•

Aanlegeisen: een overzicht met praktische eisen voor de aanleg/constructie van klimaatadaptatie-maatregelen.

•

Beheerplannen: een plan om de nieuwe objecten op de lange termijn te beheren.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=f4105483-7a0c-49be-bdb0-3d855a9e789a