11. Concept terugkoppelingsbrief ontwerpbegroting 2026 GR BsGW
Tekst van het document
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) T.a.v. het Dagelijks Bestuur Postbus 1275 6040 KG ROERMOND
Stein, 12 juni 2025 Betreft: Terugkoppeling Ontwerpbegroting 2026 GR BsGW. Uw nummer: BS25.0211. Ons nummer: Z.1244479. Behandeld door: I. Coumans. Geachte leden van het Dagelijks Bestuur, Op 27 februari 2025 ontvingen wij de Ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 van de GR BsGW. U heeft onze gemeenteraad verzocht om een zienswijze op de ontwerpbegroting in te dienen bij het Dagelijks Bestuur van de BsGW. Aangezien de voorliggende ontwerpbegroting 2026 van BsGW in lijn is met de eerdere besluitvorming, geven wij met deze brief geen zienswijze af op de voorliggende ontwerpbegroting. Onderstaand geven wij wel een inhoudelijke toelichting op de kanttekeningen naar aanleiding van de Ontwerpbegroting 2026. Het positieve resultaat geeft een vertekend beeld. BsGW kent een sobere begroting, passend bij een uitvoeringsorganisatie. BsGW maakt immers zelf geen beleid. De ontwerpbegroting 2026 MJR 2027-2030 van de GR BsGW is met een te grote marge van voorzichtigheid opgesteld. Hierdoor wordt de gemeentelijke bijdrage te hoog geraamd, waardoor de financiële ruimte op andere beleidsterreinen onnodig naar beneden worden bijgesteld. Echter, het minder voorzichtig ramen van de begroting van de gemeenschappelijke regeling vergroot de kans op een negatief resultaat bij de jaarafsluiting. Dit zou kunnen leiden tot een aanvullende gemeentelijke bijdrage die niet is voorzien.
Op basis van de tussentijdse bestuursrapportages vanuit de BsGW wordt dit bewaakt, waarbij de raad actief wordt geïnformeerd indien daar aanleiding voor bestaat. Het niet ramen van de renteopbrengsten In de ontwerpbegroting wordt geen rekening gehouden met de verwachte renteopbrengsten. Dit is opmerkelijk, gezien de renteontwikkelingen en de mogelijkheid om hierop te anticiperen. Zowel over 2023 als 2024 rapporteert BsGW een incidenteel overschot van resp. €0,7 en €1,2 mln. Het niet meenemen van deze opbrengsten heeft invloed op de realistische weergave van de gemeentelijke financiën en kan leiden tot een vertekend beeld van de werkelijke financiële situatie. Echter geeft u aan dat er na een periode met een stijgende en daarmee hoge rente, inmiddels sprake is van een aanzienlijke rentedaling. Als gevolg van de huidige economische ontwikkelingen kan het rentepercentage verder dalen, wat aanzienlijke invloed kan hebben op toekomstige resultaten. Mede daarom is nadrukkelijk geen rente in de begroting opgenomen. Met name ook het
standpunt van de accountant speelt bij deze afweging door het DB een rol. De accountant stelt nadrukkelijk dat wanneer de renteopbrengsten meegenomen worden in de begroting, BsGW het risico van tegenvallende renteopbrengsten dient door te vertalen in het (bovenwaarts bijstellen) weerstandsvermogen. De te ruime inschatting van de proceskostenvergoeding De raming van de proceskostenvergoeding in de begroting is erg hoog. Gezien de gerealiseerde lagere uitgaven over 2024 en de gewijzigde wetgeving rond de proceskostenvergoedingen aan o.a. NCNP-bedrijven, wordt een meer realistische inschatting als wenselijker gezien. Daarnaast laat de meerjarenraming een oplopende lijn zien van de proceskostenvergoeding, dit sluit niet aan op een reële verwachting van de ontwikkeling op deze kosten op lange termijn. Echter geeft u aan dat de ontwikkelingen in de proceskosten onzeker zijn, waardoor het moeilijk blijft om jaren vooruit te kijken. Hierdoor zijn de aantallen bezwaren en de daaruit voortvloeiende beroepen moeilijk te voorspellen. De proceskosten zijn onder te verdelen in uitkeringskosten en uitvoeringskosten. De uitkeringskosten zijn beter bekend als de proceskostenvergoeding die iemand krijgt als met inzet van een gemachtigde (lees: ncnp-bedrijf) het bezwaar of beroep (gedeeltelijk) gegrond is verklaard.
De wet- en regelgeving hierover, en daarmee de hoogte van de vergoeding, is in korte tijd diverse malen veranderd. Dit maakt zowel de uitvoering als het maken van een inschatting complex. De uitvoeringskosten ontstaan door de inzet van extra taxateurs, juristen, kcc-medewerkers etc. bij de afhandeling van bezwaren en beroepen. Een hoger aantal bezwaren resp. beroepen leidt altijd tot hogere uitvoeringskosten. Op basis van deze onzekerheden heeft het DB BsGW besloten om de begrotingspost proceskosten te handhaven. Mochten de proceskosten lager uitvallen dan begroot, dan zal dit in eerste instantie via de P&C-cyclus verantwoord worden om vervolgens – al dan niet middels een begrotingswijziging – de begroting benedenwaarts aan te passen. De raming van de personele lasten De voorgestelde raming van de personele lasten is structureel te ruim. In eerdere rapportages is door het ambtelijk vooroverleg al aangekaart dat de begrote personeelskosten niet in verhouding staan tot de werkelijke uitgaven. Steeds opnieuw wordt verwezen naar niet of later invullen van vacatures of flexibele en goedkopere inhuur via derden. Dit leidt opnieuw tot een overmatige voorzichtigheid in de begroting, waardoor mogelijk een te hoge last wordt ingeschat voor het komende begrotingsjaar.
Echter, kan de keuze voor een ruime personeelsraming voortkomen uit de krapte op de arbeidsmarkt en onzekerheden rond formatie-invulling. Door extra ruimte in te bouwen kan BsGW tijdig inspelen op fluctuaties in personeelsbehoefte zonder telkens begrotingswijzigingen te hoeven voorstellen. Post onvoorzien In aanvulling op de voorzichtige raming bij een aantal specifieke begrotingsposten heeft de BsGW structureel een post onvoorzien in de begroting opgenomen van €424.000 in 2026, oplopend tot €485.000 in 2030. Ook deze post draagt bij aan de hoge inschatting van de begroting. Echter, BsGW anticipeert mogelijk op toekomstige risico’s of wettelijke aanpassingen, middels de post onvoorzien. Het schrappen of verlagen van de post onvoorzien kan de flexibiliteit en weerbaarheid van de begroting verminderen. Verzoek met betrekking tot uw reactie op onze zienswijze Wij verzoeken u om bovengenoemde kanttekeningen met inhoudelijke toelichting mee te nemen bij het opstellen van toekomstige begrotingen.
Namens de raad van de gemeente Stein,
griffier
voorzitter