CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. VTH beleidsplan 2022-2026.docx

Besluitvormende raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel VTH-beleid 2022 - 202615.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarom dient dit aspect niet alleen beperkt te blijven tot de categorie toezichthoudende ambtenaren, maar dienen ook beleids- en communicatiemedewerkers regelmatig aandacht te schenken aan goede communicatie. Voor de afstemming tussen beleid en vergunningen, toezicht en handhaving wordt de intaketafel gebruikt. Het communiceren gebeurt op diverse manieren. Zo kan de gemeente er voor kiezen controles wel of niet aan te kondigen. De gemeente Stein maakt hierin bewuste keuzes. Het voordeel van aangekondigde controles is dat degene die wordt gecontroleerd zich kan voorbereiden op het controlebezoek en

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 23

eventuele tekortkomingen tijdig (voor het controlebezoek) kan herstellen. Een aangekondigde controle is gericht op het bevorderen van naleving en niet op het zoveel mogelijk vinden van overtredingen. Bestuursrechtelijke instrumenten In principe wordt bij handhaving gebruik gemaakt van het bestuursrechtelijk instrumentarium. Per situatie kan bekeken worden of daarnaast ook instrumenten vanuit het privaat en- of strafrecht toegepast moeten worden. Klachten en meldingen Op klachten en meldingen over (vermoedelijke) overtredingen wordt na het vaststellen van de prioriteit en belanghebbendheid adequaat gereageerd. Behoudens de klachten en meldingen met betrekking tot de openbare ruimte vindt er nog geen centrale registratie van deze klachten en meldingen plaats. Anonieme klachten/meldingen worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij veiligheid of een monumentale status (onomkeerbare situatie) in geding is, dan wel wanneer er sprake is van recidive. Per soort anonieme klacht vindt een afweging plaats. Belangrijke voorwaarde bij de terugkoppeling naar de klager/melder is dat zijn/haar naam en contactgegevens bekend zijn, zodat tijdens het traject nadere informatie kan worden ingewonnen en hij/zij over de voortgang kan worden geïnformeerd. Anonieme klachten worden wel geregistreerd zodat monitoring van de klachten/signalen kan plaatsvinden.

Handhavingsverzoeken Burgers kunnen een verzoek om handhaving indienen. In deze gevallen is de gemeente verplicht op een dergelijk verzoek te reageren, mits het verzoek door een belanghebbende wordt gedaan. Wanneer dit niet het geval wordt het verzoek behandeld als een klacht of melding en wordt de afweging gemaakt of en zo ja, wanneer de klacht wordt behandeld op basis van prioriteit Hiermee willen wij bewerkstelligen dat de handhavingscapaciteit zoveel mogelijk doelgericht en prioritair kan worden ingezet en dat niet alleen maar ad hoc aan de hand van meldingen en klachten wordt gecontroleerd en gehandhaafd bij met name uit de hand gelopen burenruzies. Het voorgaande wil niet zeggen dat de gemeente bij een handhavingsverzoek hoe dan ook over moet gaan tot handhavend optreden. Voor de gemeente geldt de beginselplicht tot handhaving. Met een verzoek om te handhaven wijst een derde de gemeente op mogelijke situaties die strijdig zijn met weten regelgeving. De gemeente heeft hierop de bevoegdheid nader onderzoek te verrichten en een besluit te nemen om wel of niet te handhaven. Tegen de beslissing op een verzoek om handhaving staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open. Legalisering of onevenredigheid Slechts onder bijzondere omstandigheden mag een bestuursorgaan afzien van handhaving.

Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat, dan wel indien handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in de concrete situatie behoort te worden afgezien. De vraag of een overtreding kan worden gelegaliseerd wordt zoveel mogelijk beoordeeld als ware het een formele vergunningaanvraag. Met name bij bouwovertredingen geldt dat illegaal bouwen niet mag worden “beloond” door legalisatie met een vergunning, wanneer voor hetzelfde bouwwerk een vergunningaanvraag hoogstwaarschijnlijk zou zijn afgewezen, wanneer het bouwwerk nog niet gebouwd zou zijn. De hiervoor beschreven uitzondering op grond van de jurisprudentie kan niet lichtvaardig worden ingezet, enkel de afweging omtrent kosten die zijn gemoeid met bijvoorbeeld de sloop van een illegaal bouwwerk is niet doorslaggevend voor de vraag of sprake is van onevenredig handhavend optreden. Ook met bijzondere omstandigheden zoals de leeftijd of persoonlijke omstandigheden van de overtreder moet terughoudend worden omgegaan. Gelijke monniken, gelijke kappen De handhaving van de door de gemeentelijke overheid en door andere overheden uitgevoerde activiteiten vindt op dezelfde wijze plaats als de handhaving aan particulieren en bedrijven. De gemeente

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 24

heeft hierin een voorbeeldfunctie. Als de gemeente haar eigen regels niet naleeft, tast dit haar eigen geloofwaardigheid aan. Ook de geloofwaardigheid van de individuele toezichthouders wordt hierdoor aangetast, hetgeen een slagvaardig en efficiënt optreden van de toezichthouders belemmerd. In de jaarlijkse handhavingsjaarverslagen (wettelijke verplichting) wordt aandacht besteed aan de wijze waarop aan de handhaving van de eigen organisatie invulling is gegeven. Consequent en vasthoudend De door de gemeente ingezette handhavingstrajecten worden doorgezet. Om de geloofwaardigheid in het overheidsoptreden te behouden is consequent en vasthoudend handelen noodzakelijk. Hier gaat ook een preventieve werking vanuit naar derden. Dit betekent dat opgelegde sancties ook worden geëffectueerd.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 25

8.2 8.2.1

Toezicht- en handhavingstrategie Algemeen

Er worden verschillende vormen van toezicht gehanteerd, te weten: • Surveillance • Inventariserende controles • Periodieke controles • Incidentele controles • Steekproefsgewijze controles • Gerichte observatie/opsporing De vorm van toezicht die de gemeente hanteert, dient zo goed als mogelijk aan te sluiten bij het handhavingsonderwerp.

8.2.2

Toezicht en handhaving in de openbare ruimte

Het toezicht in de openbare ruimte is voor burgers het meest zichtbaar. Voorbeelden zijn het opleggen van parkeerboetes of het verbaliseren van APV-overtredingen. Deze vorm van toezicht gebeurt in de vorm van surveillance. Deze surveillance wordt met name ingezet op die plaatsen en op die tijdstippen waar verwacht wordt dat zich overtredingen kunnen voordoen. Het primaire doel van het surveilleren is preventie. Wanneer burgers weten dat ze gecontroleerd worden dan zal men zich naar verwachting eerder aan de regels houden. De toezichthouder heeft bij de constatering van overtredingen de keuze tussen waarschuwen en bekeuren door middel van het uitschrijven van een proces-verbaal. Indien overtredingen hercontroleerbaar zijn kan in eerste instantie worden gekozen voor een (mondelinge) waarschuwing (bijvoorbeeld bij het parkeren van vrachtwagens in de bebouwde kom). Indien uit een hercontrole blijkt dat de overtreding niet is opgeheven, kan alsnog een proces-verbaal worden opgelegd. Voor het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte heeft de gemeente de beschikking over toezichthouders die hiervoor specifiek zijn aangewezen en de beschikking hebben over opsporende bevoegdheid, de zogenaamde boa’s. Deze Buitengewone Opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot opsporing voor de strafbare feiten waartoe ze zijn aangewezen. Op dit moment wordt boa-capaciteit ingehuurd.

Controle

ja nee

Overtreding?

Hercontroleer -baar? Hercontrole

Voortduren overtreding?

Einde actie

Mondelinge waarschuwin g

Proces Verbaal Bestuursrechtelijk optreden

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 26

8.2.3

Toezicht in stappen

Voordat de gemeente een sanctie oplegt wordt een aantal stappen gevolgd, waarbij het aantal stappen afhankelijk is van de situatie. Daarbij worden de aspecten hinder, gevaar, verwijtbaarheid van het handelen, de ernst van de overtreding en de daarmee samenhangende gevolgen gewogen. Toezicht wordt gehouden op de volgende wijze: 1.

2.

3.

Toezicht wordt gehouden aan de hand van het handhaving uitvoeringsprogramma (planbaar), naar aanleiding van klachten, meldingen en signalen van andere toezichthouders op basis van de oog– en oorfunctie (niet planbaar). De bevindingen van de toezichthouder worden schriftelijk vastgelegd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de VTH-applicatie (Squit). De overtreder ontvangt met betrekking tot de geconstateerde bevindingen een brief. Indien sprake is van een lichte overtreding kan worden volstaan met een mondelinge waarschuwing en kan het sturen van een brief achterwege worden gelaten. Indien een overtreding wordt geconstateerd, beoordeelt de toezichthouder of sprake is van Hinder, Gevaar of Verwijtbaar handelen (HGV).

ja nee

Controle

Overtreding?

Geen overtreding

Lichte overtreding

Overtreding

Mondelinge waarschuwing

HGV?

Evt. hercontrole

Brief bevindingen/ aantekening dossier

Voor vervolg zie schema A

Voor vervolg zie schema B

Als geen sprake is van hinder, gevaar of verwijtbaar handelen worden de volgende stappen genomen: 4. Na de controle krijgt de overtreder een redelijke termijn om de overtreding te herstellen, waarbij deze termijn wordt afgestemd op de aard van de overtreding.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 27

5.

6.

Na afloop van de hersteltermijn vindt een 1e hercontrole plaats. De bevindingen van deze 1e hercontrole worden in een brief aan de overtreder vastgelegd. Wanneer uit de 1e hercontrole blijkt dat de overtreding voortduurt, wordt een vooraankondiging opgesteld. De vooraankondiging is een schriftelijke waarschuwing dat, wanneer de overtreding binnen een nieuwe termijn niet is hersteld, een bestuurlijke sanctie wordt opgelegd. Na afloop van de in de vooraankondiging genoemde termijn volgt een 2e hercontrole. De constateringen worden in een brief vastgelegd. Als blijkt dat de overtreding niet is opgeheven en/of hersteld, wordt een bestuurlijke sanctie opgelegd. Deze kan bestaan uit het opleggen van een dwangsom of het toepassen van bestuursdwang. De keuze die gemaakt wordt, is afhankelijk van de wijze waarop men verwacht dat de overtreder tot beëindiging van de overtreding en/of herstel van de situatie is te bewegen.

Met toepassing van de hiervoor geschetste procedure wordt op een passende wijze invulling gegeven aan het toezicht en de handhaving. In de praktijk blijkt dat veel overtredingen zijn opgelost c.q. worden beëindigd na het uitvaardigen van de vooraankondiging. Het toepassen van deze aanpak sluit ook aan bij de provinciale en landelijke handhavingstrategie. Als wél sprake is van Hinder, Gevaar of Verwijtbaar handelen worden de volgende stappen genomen: 7. Er volgt direct een vooraankondiging die een schriftelijke waarschuwing bevat. Wanneer de situatie het toelaat wordt een korte hersteltermijn geboden. Als sprake is van direct gevaar en/of risico, is direct optreden noodzakelijk. De sanctie wordt dan alsnog achteraf schriftelijk vastgelegd. Vormen van direct optreden zijn bijvoorbeeld: ontruiming, sluiting, het beletten van toegang, het stilleggen van werkzaamheden. 8. De voorkeur gaat er naar uit dat de overtreder zelf een einde maakt aan de overtreding. Door het opleggen van een dwangsom kan de actie door de overtreder worden afgedwongen.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 28

8.2.4

Uitwerking van de strategie per taakveld

De basisaanpak is beschreven in de vorige paragraaf. Voor de diverse taakvelden kan deze aanpak nader worden uitgewerkt. Bouwen/slopen/overige Wabo-activiteiten Veelal gaat het binnen dit taakveld om vergunningsplichtige activiteiten. Als geen vergunning is aangevraagd en verkregen, wordt direct handhavend opgetreden. Dit handhaven kan bestaan uit het stilleggen/stopzetten van de activiteiten/werkzaamheden. Het onderzoek tot legalisering met een vergunning is vervolgens het uitgangspunt. Als alsnog een vergunning is verleend (legalisatie), kunnen de activiteiten c.q. werkzaamheden worden hervat. Wanneer legalisatie niet mogelijk is, is bijsturing of het ongedaan maken van de overtreding wenselijk door middel van sancties. Herstel in de oude situatie is dan het uitgangspunt. Slecht naleefgedrag wordt nimmer ‘beloond’. Legalisatiemogelijkheden worden kritisch bezien. Reeds gerealiseerde bouwwerken worden dus niet soepeler getoetst omdat ze anders afgebroken moeten worden. Bij de activiteiten bouwen, verbouwen en slopen is toezicht mogelijk tijdens de werkzaamheden. Daarbij kunnen controles zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. De frequentie waarop toezicht wordt gehouden wordt afgestemd op de aard/complexiteit van het bouwwerk/de activiteit.

Hierbij dient te worden opmerkt dat door de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor Bouwen (Wkb), die naar verwachting medio 2022 in werking treedt, een wijziging in het bouwtoezicht gaat plaatsvinden.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 29

Het bouwproces wordt als het ware in tweeën opgeknipt: 1. De ruimtelijke component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid): deze loopt via de gemeente. 2. De bouwtechnische component: hiervoor wordt de papieren toets op het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De vergunninghouder wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw toetst op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Het bouw- en woningtoezicht, zoals gemeenten dat nu uitvoeren, wordt een taak van marktpartijen. Een verklaring van de kwaliteitsborger zal bij oplevering voorwaarde zijn voor ingebruikname. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en het college van B&W blijft het bevoegd gezag. De vergunninghouder legt inhoudelijk verantwoording af aan het bevoegd gezag. Dit doet hij door middel van een risicobeoordeling vóór de aanvang van de bouw. Ook dient er ten behoeve van de gemeente een zogenaamde ‘dossier bevoegd gezag’ bijgehouden te worden door de vergunninghouder en na afloop van het bouwtraject aan de gemeente te worden overhandigd.

De risicobeoordeling kan door het bevoegd gezag worden gebruikt om zijn handhavende taak van waarnemen, beoordelen en interveniëren vooraf inhoud en richting te geven. Voor zijn handhavende taak kan het bevoegd gezag, als hij daarvoor in specifieke gevallen aanleiding ziet op basis van deze risicoanalyse en het bijbehorende borgingsplan, tijdens de bouw informatiemomenten en stopmomenten aan de vergunninghouder opleggen. De exacte impact van de Wkb is op dit moment nog niet duidelijk. Het zelfde geldt voor de nog te maken keuzes in het omgevingsplan onder de Omgevingswet. Wanneer een aantal vergunningplichten worden omgezet tot meldingen, of helemaal worden losgelaten (mits wordt voldaan aan algemene regels), dienen deze achteraf te worden gecontroleerd. Het VTH-beleidsveld is de komende jaren dus nog in volle ontwikkeling en daarom moet periodiek worden geëvalueerd of bijstelling met betrekking tot toezicht- en handhavingstaken nodig is. Ruimtelijke ordening De handhavingstrategie bij dit taakveld ziet grotendeels op overtredingen van de regels van het bestemmingsplan ten aanzien van de gebruiks- en bouwmogelijkheden (bijvoorbeeld afwijkend gebruik of overschrijding bouwvlak). Wanneer overtredingen worden geconstateerd, is de algemene lijn dat wordt onderzocht of legalisatie achteraf tot de mogelijkheden behoort.

Wanneer wordt afgeweken van het geldende planologische kader (omgevingsplan), biedt de omgevingsvisie bij deze beoordeling houvast om de mogelijkheid tot legalisatie te bezien Als deze mogelijkheid er niet is, dient de overtreding te worden beëindigd. In de praktijk betekent dit dat de strijdigheid met het bestemmingsplan moet worden gestopt of het bouwwerk (gedeeltelijk) moet worden afgebroken. De instrumenten dwangsom en bestuursdwang worden hierbij ingezet. In de omgevingsvisie worden de groene leefomgeving en de aanwezige natuurwaarden in het buitengebied aangemerkt als bijzondere kernkwaliteit van onze gemeente. De nalevingsstrategie richt zich hier met name op strikte toepassing van regelgeving aan de toegekende waarden aan het buitengebied. Er wordt streng opgetreden tegen illegale activiteiten. Indien deze alsnog gelegaliseerd zouden kunnen worden, vindt er een rigide toetsing plaats door de welstandscommissie. Aan dit advies wordt bijzonder veel gewicht toegekend, ook als de activiteiten een maatschappelijk of ecologisch doel dienen (bijvoorbeeld verduurzaming). Plannen die alleen onder de strikte voorwaarde van landschappelijke inpassing worden vergund, verdienen eveneens aandacht bij controle op de naleving daarvan.

Milieu (niet-basistaken) In het Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zuid Limburg (UUH-ZL), welk naar verwachting medio 2022 zal worden vastgesteld, wordt de toezicht- en handhavingsstrategie van basistaken bij de RUD Zuid-Limburg (RUDZL) bepaald. De basistaken zijn de milieutaken van gemeenten met een bovenlokale

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 30

dimensie die op regionaal niveau uitgevoerd moeten worden, taken die zeer complex zijn en provinciale milieu- en bouwtaken. Onderhavige nota ziet niet op deze taken. Er zijn echter ook taken die de RUDZL namens de gemeente Stein uitvoert die geen basistaken betreffen, de zogenaamde plustaken, thuistaken en adviseringstaken. Ten aanzien van deze taken wordt het nieuwe UUH-ZL beleid mede van toepassing verklaard om op die wijze een zo uniform mogelijke werkwijze voor de RUDZL vast te stellen. Dit laat echter onverlet dat de gemeente Stein zijn eigen autonomie heeft voor wat betreft de taken VTH. Wij kunnen aanvullend op het UUH-ZL bestuurlijke prioriteiten door de RUDZL laten uitvoeren. De resultaten van de bestuurlijke prioriteiten worden opgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en de daaruit voortkomende jaaropdracht aan de RUDZL. De navolgende missie van het UUH-ZL sluit aan bij onze gemeente visie: “Wij werken samen met onze partners aan het beschermen en de totstandkoming van een veilige leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit”. In de oprichtingsfase van de RUDZL hebben wij gezamenlijk een visie geformuleerd omtrent de uit te voeren VTH-taken door deze dienst. Kwaliteit staat centraal en de RUDZL werkt continu aan het verbeteren van de dienstverlening, waarbij ze aansluiten bij de principes omtrent dienstverlening van de Omgevingswet.

Deze visie is eveneens als uitgangspunt gehanteerd voor het Zuid-Limburgse uniforme VTH-beleid: “Wij staan voor het bieden van een meerwaarde door bundeling van specialistische kennis, een goede kennis van de lokale situatie, een efficiënte bedrijfsvoering en continuïteit van dienstverlening”. Monumenten/erfgoed De nota Erfgoedbeleid Stein is op 21 maart 2019 vastgesteld door de raad. De gemeente heeft dit beleid vervolgens voor het gehele grondgebied planologisch verankerd middels de vaststelling van een overkoepelend, gemeentebreed bestemmingsplan voor de bescherming van het erfgoed (bestemmingsplan Erfgoed Stein d.d. 22 juli 2021). In het bestemmingsplan is het beschermde erfgoed opgenomen door middel van dubbelbestemmingen, waarbij aan elke dubbelbestemming regels zijn gekoppeld die gericht zijn op het planologisch waarborgen van de bescherming van het erfgoed. Zo gelden er in veel gevallen aanvullende regels voor het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van werkzaamheden, in aanvulling op de bouwregels binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarnaast gelden bij deze vergunningaanvragen ook de nodige onderzoeksverplichtingen, zoals een archeologische onderzoeksplicht of een onderzoek naar de bouwhistorische waarde van een gebouw.

De nalevingsstrategie binnen dit taakveld richt zich met name op strikte toepassing van regelgeving die de toegekende waarden aan (bouw)werken beschermen. Er wordt streng opgetreden tegen illegale activiteiten. Indien deze alsnog gelegaliseerd zouden kunnen worden, vindt er een rigide toetsing plaats door de welstand- c.q. erfgoedcommissie. Aan dit advies wordt bijzonder veel gewicht toegekend, ook als de activiteiten een maatschappelijk of ecologisch doel dienen (bijvoorbeeld verduurzaming). Brandveilig gebruik Het toezicht op het brandveilig gebruik wordt uitgevoerd door de gemeente. In bepaalde gevallen kan een beroep worden gedaan op de expertise aanwezig bij de brandweer. De frequentie waarop toezicht wordt uitgeoefend wordt afgestemd op de risicoanalyse. De overtredingen op het gebied van brandveiligheid kunnen in 3 categorieën worden onderverdeeld: Kleine gebreken/laag risico: De eigenaar/beheerder wordt mondeling gewezen op de tekortkoming. In deze situaties wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de overtreder om de tekortkomingen te herstellen. Middelzware gebreken/matig risico: Deze tekortkomingen moeten hersteld worden. Hiervoor wordt aan de eigenaar/beheerder een termijn gesteld om de tekortkoming te herstellen. Na verloop van deze termijn vindt een hercontrole plaats. Ernstige gebreken/hoog risico:

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 31

Als gebruikers van een pand direct gevaar lopen, is sprake van een levensbedreigende situatie. In deze gevallen is onmiddellijk optreden vereist. In deze gevallen kan een bevel tot ontruiming/(tijdelijke) sluiting worden gegeven, tot het moment waarop weer voldaan wordt aan de gestelde eisen. Alcoholwet De Drank- en Horecawet is per 1 juli 2021 vervangen door de Alcoholwet. De nieuwe wet bevat ten opzichte van de Drank- en Horecawet een aantal nieuwe onderdelen die gemeenten bij verordening kunnen regelen (bijvoorbeeld het verhogen van de minimale vloeroppervlakte-eisen voor horeca en slijterijen, het mogelijk maken voor slijters om proeverijen te organiseren, het eisen van de aanwezigheid van iemand met een diploma sociale hygiëne op een vervoermiddel waar bedrijfsmatig alcohol wordt geschonken (zoals een bierfiets) en het aanwijzen van een alcoholoverlastgebied bij ernstige overlast of verstoring van de openbare orde). Vooralsnog brengt de Alcoholwet geen wijzigingen in de wijze waarop wij toezicht houden en handhavend optreden in de horeca. Een deel van de handhavingstaken is neergelegd bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Indien wij zaken signaleren die niet tot onze bevoegdheid behoren, zullen wij deze actief melden bij de NVWA.

In het kader van het recent vastgestelde ‘Preventie- en Handhavingsplan Jeugd en Alcohol” wordt meer prioriteit toegekend aan de controle op het verstrekken van alcohol aan jeugdigen. De nadruk ligt in dit beleid echter bij preventieprogramma’s. Handhavingsmaatregelen zijn aanvullend op deze preventiemaatregelen. De handhavingsstrategie heeft betrekking op toezicht bij horecagelegenheden en tijdens evenementen: • Horeca: Bij een eerste overtreding maakt de toezichthouder een rapport op en wordt de exploitant hierop direct aangesproken door de toezichthouder. Er volgt een constateringsbrief van de gemeente. Bij een tweede overtreding spreekt de toezichthouder de exploitant direct aan en zegt tevens een rapport aan. Aan de hand van dit rapport wordt tegen de exploitant of overtreder een bestuursrechtelijk handhavingstraject opgestart. Een bestuursrechtelijk handhavingstraject is bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van een last onder bestuursdwang. Op basis van de Alcoholwet kunnen boa’s ook strafrechtelijk optreden. In een aantal gevallen is een strafrechtelijk optreden een efficiënter instrument. Een constatering van het nuttigen of in bezit hebben van alcohol onder de 18 jaar kan leiden tot een Halt-verwijzing. Door de boa’s van gemeenten en politie vinden Halt verwijzingen plaats.

• Evenementen: Gemeenten streven naar evenementen die veilig en gezond verlopen zonder incidenten met alcohol, drugs, geweld of overlast. Risico’s door alcohol- en drugsgebruik moeten zoveel mogelijk worden beperkt door de inzet van maatregelen en interventies die vooraf, tijdens of na het evenement kunnen worden ingezet. Het toezicht op het evenemententerrein ligt primair bij de organisator. Deze kan zich laten bijstaan door gecertificeerde beveiligingsbedrijven die over een zogenaamde ND-vergunning beschikken en voldoen aan het keurmerk “Evenementenbeveiliging”. De boa’s (en in mindere mate de politie) zien erop toe dat de organisator de vergunningsvoorwaarden en de Alcoholwet naleeft. Het constateren door een boa van het nuttigen van alcohol onder de 18 jaar kan leiden tot een Halt-verwijzing. Bij evenementen geldt een veiligheidsplan. In het veiligheidsplan is de leidraad “Alcohol en drugs bij evenementen” van het Trimbos Instituut opgenomen. In deze leidraad staan maatregelen die ingezet kunnen worden om ervoor te zorgen dat: De Alcoholwet en de Opiumwet nageleefd en gehandhaafd worden; De gezondheid- en veiligheidsrisico’s door of als gevolg van (overmatig) alcohol- en drugsgebruik op evenementen voorkomen kunnen worden. APV en bijzondere wetten Het taakveld APV en bijzondere wetten bevat een grote hoeveelheid aan activiteiten.

Een aantal van deze activiteiten is aan een vergunning/ontheffing gebonden (bijvoorbeeld evenementen). Andere activiteiten zijn alleen op bepaalde tijdstippen of in bepaalde gebieden verboden (bijvoorbeeld sluitingstijden horeca en hondenpoep). Hierdoor varieert de vorm van het toezicht van aangekondigde controles tot algemene

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 32

surveillance. Omdat het meestal gaat om kortdurende activiteiten wordt veelal direct handhavend opgetreden. Hierbij wordt uitgegaan van de eerder omschreven basisaanpak.

8.3

Gedoogstrategie

Het beleid ten aanzien van (bestuursrechtelijk) gedogen is landelijk vastgelegd in de notitie ‘Gedogen in Nederland” (Kamerstukken II 1996/97, 25 085, 1 en 2). Dit beleid is door de gemeente Stein overgenomen. Uitgangspunt van het beleid is dat er in principe niet wordt gedoogd, tenzij sprake is van één van de zeven genoemde uitzonderingssituaties: Overgangsperiode; Experiment; Vooruitlopend op een vergunning; Overweging van doelmatigheid; Overgangssituatie; Overmacht- of noodsituatie; Voortkomend uit onvermogen. Wanneer de gemeente gedoogt, wordt dit in een gedoogbeschikking vastgelegd. Hiertegen staat geen bezwaar en beroep open. Dit betekent niet dat betrokkenen geen toegang tot de bestuursrechter hebben. Zo kan iemand die wordt geconfronteerd met een gedoogbeslissing het gemeentebestuur vragen om handhaving. Tegen een besluit op zo’n handhavingsverzoek kan beroep worden ingediend bij de bestuursrechter. Bij een weigering om te gedogen of intrekking van een gedoogbeslissing kan een betrokkene het gemeentebestuur om een vergunning vragen. Hij kan ook een handhavingsbesluit afwachten en daartegen procederen bij de bestuursrechter. Opgemerkt wordt dat gedogen altijd een tijdelijk karakter heeft.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 33

9 Kwaliteitszorg en -borging 9.1

Plan-do-check-act

Gemeente Stein is een lerende organisatie. We streven naar een cultuur waarbij iedereen in staat is om zich continu aan te passen aan een veranderende omgeving. Dit gaat hand in hand met kwaliteitszorg. Daarbij doorlopen we een cyclisch (werk)proces op basis van de kwaliteitscirkel van Deming. De cirkel beschrijft vier activiteiten die op alle verbeteringen in organisaties van toepassing zijn. De vier activiteiten zorgen voor een betere kwaliteit. Het cyclische karakter garandeert dat de kwaliteitsverbetering continu onder de aandacht is. De vier activiteiten in de kwaliteitscirkel van Deming zijn: ➢ PLAN: Kijk naar huidige werkzaamheden en ontwerp een plan voor de verbetering van deze werkzaamheden. Stel voor deze verbetering doelstellingen vast. ➢ DO: Voer de geplande verbetering uit in een gecontroleerde proefopstelling. ➢ CHECK: Meet het resultaat van de verbetering en vergelijk deze met de oorspronkelijke situatie en toets deze aan de vastgestelde doelstellingen. ➢ ACT: Bijstellen aan de hand van de gevonden resultaten bij CHECK.

9.2

Programmatisch werken

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) is een aantal proces- en kwaliteitscriteria gesteld aan de uitvoering (lees: vergunningverlening), toezicht en handhaving. Een hele belangrijke hierin is het werken volgens de “Big 8” beleidscyclus (zie §2.4). Het werken volgens deze cyclus heet “programmatisch werken”.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 34

De Big 8 beleidscyclus is een dubbele regelkring met een strategische meerjarige beleidsmatige cirkel in de bovenste ring en een operationele, uitvoerende cirkel in de onderste ring. Deze benadering was reeds het uitgangspunt in de nota “Handhaven met Beleid”. Sinds 1 juli 2017 is de beleidscyclus ook van toepassing op de vergunningverlening. De gezamenlijke partners hebben op basis van de wettelijke plicht daartoe in Zuid-Limburg de Verordening kwaliteit VTH-taken vastgesteld (Raadsbesluit 26 oktober 2017). Onderhavig VTH-beleidsplan is één van de instrumenten waarmee aan de gemeentelijke invulling van de bepalingen uit die verordening wordt voldaan. In bovenstaand figuur is de beleidscyclus en de samenhang tussen het VTH-beleid met doelen en prioriteiten, het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en de evaluatie via onder meer monitoring en het gebruik ervan in jaarverslagen weergegeven. Belangrijke documenten in de BIG-8 zijn naast het Beleidsplan waarin op strategisch niveau de doelen en prioriteiten worden vastgelegd: • Het VTH-uitvoeringsprogramma • Het VTH-jaarverslag • De VTH-software voor registratie, informatie, planning en monitoringsgegevens • De risicoanalyse • Diverse protocollen en richtlijnen • De verordening kwaliteit VTH en de achterliggende kwaliteitscriteria 2.2

9.2.1

VTH-Beleidsplan

In het VTH-beleidsplan legt de gemeente doelen en prioriteiten vast, evenals de methodiek om te bepalen in hoeverre de doelen worden bereikt. Het beleid is gebaseerd op probleem- en risicoanalyse met betrekking tot de naleving en op een analyse van inzichten, werkwijzen en algemene beleidskaders ten aanzien van de vergunningverlening. Het beleid wordt minimaal vierjaarlijks geactualiseerd.

9.2.2

VTH-Uitvoeringsprogramma

Jaarlijks wordt er in het VTH-uitvoeringsprogramma beschreven welke activiteiten worden uitgevoerd om de doelen en prioriteiten te realiseren en worden de benodigde inzet en resultaten beschreven. De beperkte capaciteit wordt daarbij zo efficiënt en effectief mogelijk ingezet. Gedurende het jaar vindt monitoring plaats van de uitvoering van het programma en het bereiken van de doelen. De gemeente beseft hierbij dat 100% naleving een utopie is, maar streeft ernaar de risico’s zo laag mogelijk te houden.

9.2.3

VTH-Jaarverslag

In het VTH-jaarverslag evalueert en rapporteert de gemeente de voortgang en kwaliteit van de uitvoering van de voorgenomen activiteiten en het bereiken van de doelen en prioriteiten. Er wordt onder andere gerapporteerd over risico’s en naleefgedrag. Daarnaast wordt gerapporteerd over de aantallen van de verschillende resultaten (bijvoorbeeld aantal verleende vergunningen, uitgevoerde controles, aantal overtredingen en overtreding soorten, uitvoering van handhaving, klachten en meldingen en afhandeling daarvan). De komende jaren streeft de gemeente ernaar steeds meer te evalueren en rapporteren op basis van “outcome“ (maatschappelijk resultaat) naast de “output” (kwantitatieve prestatie in aantallen beschikkingen, controles etc.).

9.2.4

Koppeling BIG-8 met de begrotingscyclus

De beleidscyclus van de BIG-8 is binnen de gemeente gekoppeld aan de reguliere begrotingscyclus en instrumenten die worden gehanteerd in het kader van de Planning & Control cyclus. Deze leveren input voor de bestuursrapportages, de kadernota/begroting en de jaarrekening.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 35

9.2.5 Monitoring Voor een goede werking van de BIG-8 is het van belang te kunnen beschikken over adequate informatie. Monitoring en registratie spelen hierin een cruciale rol en goed werkende informatiesystemen spelen hierin een sleutelrol. Medio 2022 zal de gemeentelijke organisatie gebruik gaan maken van een regionale, gemeenschappelijke VTH-applicatie, namelijk Squit 20/20 (zie ook § 3.1.4), ter vervaging van de huidige applicatie Squit XO. Hierin worden resultaten en voortgang bewaakt. Denk hierbij aan de registratie van ontvangen klachten, geconstateerde overtredingen, uitgevoerde controles en opgelegde bestuurlijke sancties. Dit is tevens de tool waarmee monitoring van het onderhavige beleid kan plaatsvinden ten aanzien van cijfermatige data (zoals aantallen vergunningen, toezicht momenten en handhavingsacties). De sturing op basis van deze onbewerkte feiten en ruwe data noemen we datagedreven werken. Deze informatie zegt echter nog weinig over de effecten van het beleid. Deze kunnen we niet uit de direct beschikbare data halen. Het strategisch doel van het VTH-beleid en dus het gewenste effect, is het versterken, behouden en beschermen van de integrale kwaliteit van onze leef-, woon- en werkomgeving. Maatschappelijke effecten benoemen is één, maar ze meetbaar maken is niet eenvoudig.

Er is een grote samenhang met andere beleidsvelden, zoals fysieke ruimte, openbare orde en veiligheid en jeugd. En voor het realiseren van doelen zijn we sterk afhankelijk van anderen. We hebben bewoners, bedrijven, belangengroepen, vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke instellingen en mede-overheden nodig. Daarnaast is de samenleving maar zeer beperkt ‘maakbaar’. We kunt partijen en partners aansturen op een bijdrage aan maatschappelijke effecten, maar we kunnen ze er redelijkerwijs maar beperkt op afrekenen. Tenslotte is de beleving van het effect zeer subjectief. Niet iedereen heeft dezelfde visie over zijn/haar leef-, woon- en werkomgeving. De belangen van inwoners kunnen bijvoorbeeld recht tegenover de belangen van ondernemers staan. De persoonlijke zienswijze van een individu heeft invloed op de beleving van een maatschappelijk effect. Om die reden zijn er in het onderhavig beleid geen indicatoren benoemd om de effecten van het beleid meetbaar te maken. Effectmeting zal plaatsvinden door middel van belevingsonderzoek, zoals dit bij de totstandkoming van het beleid ook heeft plaatsgevonden (zie §2.2 en 2.3). We zullen persoonlijk waarnemingen onderzoeken, waarbij inwoners en professionals een belangrijke rol krijgen. Hierover wordt verantwoording afgelegd aan het college, de gemeenteraad en burgers.

Monitoring en evaluatie van het beleid vindt jaarlijks plaats in het jaarverslag VTH. Het jaarverslag wordt door het college vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd. Tevens kan op basis hiervan input worden geleverd aan bijvoorbeeld bestuursrapportages.

9.3

Borgen kwaliteit

Uit de kwaliteitsverordening volgt dat Stein zorg draagt voor een goede kwaliteitsborging van vergunningverlening, toezicht en handhaving, gericht op het beheersen van risico’s voor de samenleving. De inwoners van de gemeente moeten gerust kunnen leven in de wetenschap dat de gemeente de belangrijkste risico’s goed onder controle heeft. Om dit vertrouwen waar te kunnen maken is het belangrijk dat de gemeentelijke organisatie de kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving kan garanderen. Niet alleen de inwoners van de gemeente en de gemeentelijke organisatie zelf vinden dit belangrijk. Ook externe instanties zoals de provincie, als toezichthouder op de gemeente, en diverse rijksinspecties eisen een vorm van kwaliteitsbewaking waarmee de beheersing van de risico’s kan worden geborgd. Het beleidsplan geeft daarvoor een beschrijving van hoe de gemeente zelf zorgt dat ze dit voorgenomen beleid kan uitvoeren en hoe ze daar verantwoording over aflegt (zie programmatische werken). Ofwel hoe de gemeente haar eigen uitvoeringskwaliteit denkt te borgen. Er is sprake van een goede kwaliteitsborging wanneer de onderstaande drie centrale punten wat betreft het VTH-domein goed en structureel zijn afgedekt:

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 36

•

•

•

Beloven wat je gaat doen: De nadruk ligt hierbij op het helder krijgen van de wederzijdse verwachtingen. Dit kunnen de verwachtingen van klanten zijn, maar in het geval van het VTH-domein moeten dit vooral de verwachtingen van het bestuur zijn, omdat juist zij verantwoordelijkheid dragen voor de risico’s. Doen wat je belooft: De nadruk ligt hier bij de VTH-organisatie om aan de verwachtingen c.q. de gemaakte afspraken te voldoen in termen van toe te passen toets-niveaus, aantallen controles en uitvoering van het gedoog- en sanctiebeleid. Zo mogelijk wordt meer gedaan dan is afgesproken. Men overtreft dan de verwachtingen en levert dan kwaliteit plus. Kunnen laten zien wat je belooft en in hoeverre je beloftes bent nagekomen: Dit onderdeel, dat in de meeste kwaliteitsdefinities voorkomt, veronderstelt dat de organisatie afspraken vastlegt en ook de uitvoering conform de afspraken transparant weet te maken. Een belangrijke voorwaarde voor het kunnen geven van vertrouwen is te zorgen dat de gemeente zo veel mogelijk weet over de aard en omvang van de risico's in de fysieke leefomgeving die een potentiële bedreiging vormen. Alleen dan kunnen op de meest adequate wijze de beschikbare mensen en middelen worden ingezet om deze risico's te beheersen.

Het steeds beter leren kennen van de risico's die beheerst moeten worden en het effect van de VTH-interventies daarop neemt daarom een centrale plaats in de systematiek van kwaliteitsborging in. Dit gebeurt niet alleen vanuit VTH-beleidsplan, VTH-uitvoeringsprogramma en VTH-jaarverslag, maar ook door een adequate informatie-uitwisseling met ketenpartners en andere toezichthouders, het borgen van een adequate registratie in VTH-systemen, het regelmatig uitvoeren van risicoanalyses en het zo nodig tussentijds bijstellen.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 37

10

Organisatie

Het gros van de VTH-taken is in de Steinse gemeentelijke organisatie ondergebracht bij team VTH, (afdeling Dienstverlening) en secundair bij team Ruimte (afdeling MRO). VTH is verder opgedeeld in de clusters Vergunningen (Wabo), APV/Bijzondere wetten, Toezicht en Handhaving. Medewerkers kunnen meerdere clusters vertegenwoordigen. Het cluster Openbare Orde en Veiligheid (OOV) maakt formeel ook deel uit van team VTH, maar de werkzaamheden binnen dit cluster vallen niet direct onder de reikwijdte van dit beleid.

10.1 VTH kwaliteitscriteria 2.2 Als overheid zijn we verantwoordelijk voor een goede taakinvulling. Belangrijk hierbij zijn afspraken over wat een goede taakinvulling is. In de Packagedeal die de VNG, het IPO en het Rijk in juni 2009 hebben gesloten, is afgesproken dat er kwaliteitscriteria worden ontwikkeld en vastgesteld waaraan vergunningverlening, toezicht en handhaving in het omgevingsrecht moeten voldoen. Vanuit de uitdaging om te komen tot één set met criteria die het fundament vormt voor een adequate uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving is de set aan kwaliteitscriteria 2.0 tot stand gekomen (3 december 2009). De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-taken) door gemeenten en provincies in het omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces, inhoud en kritieke massa (opleiding/ervaring/kennis van medewerkers). Een grote en brede groep praktijkdeskundigen uit gemeenten, provincies, landelijke en regionale diensten leverden hieraan een bijdrage. De set kwaliteitscriteria is diverse malen geactualiseerd en inmiddels vervangen door de set 2.2. Deze vormen de nieuwe basis voor de uitvoering van onze VTH-taken en gelden als kader voor de uitvoering van onderhavig VTH-beleid.

10.2 Functiescheiding Kritieke massa heeft geen betrekking op algemene (sociale) vaardigheden en competenties. Hiermee worden vaardigheden en competenties bedoeld die niet direct te koppelen zijn aan de wettelijke afbakening maar waaraan medewerkers van overheidsorganen veelal moeten voldoen, zoals het kunnen opstellen van besluiten en project- en procesmanagement. De deskundigheidsgebieden waarvoor de kritieke massa geldt zijn geen functieprofielen. Zij ordenen de activiteiten die uitgevoerd moeten worden en geven vervolgens per activiteit aan welke kritieke massa nodig is. In de praktijk kan één medewerker over meerdere deskundigheden beschikken. Ook kan de deskundigheid worden uitbesteed. Wel geldt voor de generalistische deskundigheidsgebieden een principiële functiescheiding op persoonsniveau tussen vergunningverlening enerzijds en toezicht en handhaving anderzijds. Deze scheiding op persoonsniveau geldt ook tussen vergunningverlening of toezicht en handhaving enerzijds en het bevoegd gezag in de rol van initiatiefnemer of ontwikkelaar anderzijds. Bij toezicht en handhaving voor bouwwerken geldt nog een extra eis. De scheiding op dossier- of objectniveau geldt ook tussen de bouwfase en de gebruiksfase voor de toezichthouders.

De toezichthouder die tijdens de bouw toezicht heeft gehouden kan niet dezelfde zijn die in de gebruiksfase het toezicht op ditzelfde object of dossier uitvoert.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 38

10.3 Overlegstructuur •

•

•

•

Zowel voor APV/bijzondere wetten, vergunningen, toezicht en handhaving geldt dat binnen elk cluster separaat wekelijks overleg plaatsvindt. Hierin wordt de werkvoorraad beoordeeld en verdeeld en wordt de voortgang van de werkzaamheden bewaakt. Ook kunnen knelpunten, adviezen en ontwikkelingen besproken worden of andere zaken die de dagdagelijkse werkzaamheden aangaan. Op de intaketafel (zie §3.1.2) vindt wekelijk integraal overleg plaats over concrete initiatieven. Dit kunnen bijvoorbeeld nieuw op te richten (bouw)werken betreffen in relatie tot vergunningen, maar ook legalisatieonderzoek in het kader van toezicht en handhaving. De deelnemers zijn afkomstig uit verschillende onderdelen van de organisatie, afhankelijk van de aard van het initiatief. Indien het plan de beleidskaders van ketenpartners raakt, kunnen ketenpartners betrokken zijn en kan worden opgeschaald naar een omgevingstafel VTH werkt nauw samen met politie, brandweer, RUDZL en OOV. Er worden korte lijnen gehanteerd, zodat ketenpartners elkaar snel kunnen vinden indien dat nodig is. Periodiek vindt er tevens overleg plaats met deze partners separaat en waar nodig in gezamenlijkheid. Door de deelname aan de RUDZL wordt niet alleen structureel overleg gevoerd over de uitvoering van de VTH taken inhoudelijk, maar is ook regelmatig overleg over de begroting, planning en verantwoording.

Dit gebeurt via de accountmanager.

10.4 Aanwijzing toezichthouder De toezichthouders zijn voor de uitoefening van hun taken op het gebied van de Wabo en APV daartoe aangewezen door het college van burgemeester en wethouders. Het is van belang dat de inhoudelijke taken per functie concreet worden vastgelegd. Door het nauwkeurig vast leggen van taken en bevoegdheden kunnen er bij de uitvoering geen misverstanden ontstaan. Er zijn daarnaast, op het moment van schrijven van onderhavig beleid, elf Buitengewoon Opsporingsambtenaren benoemd door het college van burgemeester en wethouders, respectievelijk de burgmeester, voor de uitoefening van taken binnen domein 1 (openbare ruimte). Deze elf boa’s zijn in dienst van een particuliere partner (Sinvest). Deze boa’s kunnen, binnen het door de raad beschikbaar gestelde budget, worden ingezet. Voor de goede orde wordt hierbij opgemerkt dat de elf boa’s nimmer gelijktijdig kunnen worden ingezet, maar dat er sprake is van roulatie binnen een door Sinvest opgesteld rooster.

10.5 Bereikbaarheid In sommige gevallen is snel handelen en optreden van belang. Omdat alleen door het melden nog geen oplossing kan worden gevonden van het probleem zal ook iemand aanwezig moeten zijn om acute problemen op te lossen. Bij het neerleggen van de taken op het gebied van milieu bij de RUDZL is daar ook de bereikbaarheidsregeling en een beschikbaarheidsregeling neergelegd, zodat waar nodig adequaat kan worden gehandeld. Ten aanzien van gemeentelijke taken is bij medewerkers sprake van zacht piket. Door de verdeling van taken over verschillende functies is de kwetsbaarheid ten aanzien van de bereikbaarheid relatief laag. Gelet op de gevaarzetting bij acute problemen ten aanzien van de constructie van (bouw)werken, hebben wij een contract met een extern constructeursbureau, waarin de bereikbaarheid binnen 60 minuten is geregeld, 365 dagen per jaar, 24/7.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 39

10.6 Middelen De kosten van vergunningverlening, toezicht en handhaving bestaan uit personele kosten, adviseurs kosten en inhuurkosten (personeel van derden). De formatie bedraagt per 01-01-2022 voor: vergunningverlening WABO: 2,7 fte vergunningverlening APV/bijzondere Wetten: 1,8 fte toezicht & handhaving: 1,8 fte juridische handhaving: 1,6 fte Voor de inzet van de boa’s is in de begroting het volgende opgenomen: • • •

toezicht APV/openbare orde en veiligheid € 33.800 toezicht (zwerf)afval € 57.000 toezicht verkeer € 54.000

In deze nota is de beschikbare capaciteit volgens de begroting 2022 opgenomen. In 2022 e.v. kan op basis van praktijkervaringen een bijstelling plaatsvinden in zowel taken als de inzet van capaciteit. Daarbij wordt de beschikbare capaciteit ingezet op de handhavingsdoelen die in deze nota en het uitvoeringsprogramma (wordt vastgesteld door college) zijn opgenomen. Het zwaartepunt van de taken ligt bij de onderwerpen die prioriteit hebben. Mocht blijken dat tijdens de uitvoering wijzigingen in de inzet van menskracht nodig is, dan kan bijstelling plaats vinden.

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 40

Bijlage 1: Risicoanalyse vergunningen H = hoog risico → hoge prioriteit G = gemiddeld risico → gemiddelde prioriteit L = laag risico → lage prioriteit

→ complete- of inhoudelijke toets → inhoudelijke- of visuele toets → Sneltoets + steekproef intensiever

Vergunningsplichtige activiteit Bouwen * Woningen, appartementen * Aan-/ uitbouw, dakkapel, gevelwijziging * bijgebouw (schuurtjes e.d.) * Erfscheidingen * Bedrijfsgebouw * Onderwijs / bijeenkomst * Logies * Gezondheid * Kantoor * Kamerverhuur * Mantelzorg * Monument /erfgoed * Tijdelijke bouwwerk Slopen * met asbest * zonder asbest Ruimtelijke ordening * Afwijken bestemmingsplan binnenplans * Afwijken bestemmingplan buitenplans * Tijdelijk afwijken bestemmingsplan * Aanleggen Brandveilig gebruik APV / bijzondere wetten * plaatsen van een voorwerp op/aan de weg * In-/uitrit * kappen * Evenement A * Evenement B * Evenement C * Standplaats * Horeca * Kansspel

Risico G L L L G H G G L H G H L H G G H L L H L L G L G H L G L

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 41

Bijlage 2: Risicoanalyse toezicht & handhaving H = hoog risico GH = gemiddeld-hoog risico GL = gemiddeld-laag risico L= laag risico

→ hoge prioriteit → gemiddeld hoge prioriteit → gemiddeld lage prioriteit → lage prioriteit

→ actieve en thematische handhaving → actieve en thematische handhaving → thematische handhaving → passieve handhaving (piepsysteem)

Taakveld Bouwen/ slopen/ overige Wabo activeiten

Risico

Illegale Wabo activiteiten

H H

Slopen, met asbest Publiekstoegankelijke infrastructurele bouwwerken (brug, viaduct) Bedrijfsmatige en publieke gebouwen (hoge gebruiksintensiteit) Monumenten / erfgoed

GH

Vergunningvrije bouwwerken

GH GH GH GL GL L L L L L

Bouwwerken geen gebouw zijnde (vlaggenmast, speeltoestel e.d.) Overige bouwwerken en activiteiten

L L

Nieuwbouw woningen Slopen, zonder asbest Aan-/ uitbouw Bijgebouwen Staat van open erven en terreinen Erfscheidingen Bijgebouwen

Ruimtelijke ordening Strijdig gebruik gronden Strijdig gebruik gebouwen

GH GH

Monumenten / erfgoed Monumentaal erfgoed (zeer waardevol) Beeldbepalend erfgoed (waardevol) Beeld- of ruimtelijk ondersteunend erfgoed (vrij waardevol)

H GH GH

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 42

Brandveilig gebruik Gezondheidszorgfunctie (ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis) Logiesfunctie < 10 personen (pension, bed & breakfast, hotel) Onderwijsfunctie < 12 jaar (basisonderwijs) en buitengewoon onderwijs Onderwijsfunctie > 12 jaar (voortgezet en hoger onderwijs) Bijeenkomstfunctie voor kinderen onder 4 jaar (peuterspeelzaal, kinderopvang) Bijeenkomstfunctie > 50 personen (discotheek, café, sportkantines) Logiesfunctie > 10 personen (pension, hotel, kampeerboerderij, opvangcentrum) Woonfunctie voor zorg > 10 personen (aanleunwoningen, begeleid wonen) Gezondheidszorgfunctie (dagbesteding, zorgboerderij, sociale werkplaats) Bijeenkomstfunctie > 50 personen (musea, bibliotheek, theater, kerk) Sportfunctie > 50 personen (sporthal, zwembad, fitness, manege) Kantorenfunctie > 50 personen Woonfunctie met inpandige gangen (portiekflats, aanleunwoningen) Industriefunctie > 50 personen

H H H H H GH GH GH GH GL GL GL

Kampeerterrein

GL GL GL L

Bouwwerken gebouwd conform beheersbaarheid bij brand

L

Winkelfunctie > 50 personen

Alcoholwet Evenementen Horeca Sportkantines Wijk- en dorpshuizen Supermarkten Slijterijen Tankstations

H H GH GL L L L

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 43

APV / bijzondere wetten Jeugdoverlast Sluitingstijden horeca Evenement C Overlast vuurwerk Parkeren winkelgebieden Betogingen Evenement B Afvaldumping Grote voertuigen in woonwijken Standplaatsen Parkeren overige gebieden Hondenoverlast Zwerfafval Stoken Kappen Gebruik openbaar groen Caravans binnen de bebouwde kom Voorwerpen op, aan of boven de weg Terrassen In-/ uitritten Kansspelautomaten Openingstijden winkeltijdenwet

H H H H H H GH GH GH GH GH GL GL L L L L L L L L L

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 44

VTH Beleidsplan 2022-2026 • 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=63962fd6-20b8-4e3c-9bc1-d50a594b64aa