1. Voorstel klanttarief tbv besluitvorming individuele gemeenten.docx
Tekst van het document
Advies klanttarief Omnibuzz Context In juli 2020 heeft het algemeen bestuur alle colleges een brief gestuurd met betrekking tot het klanttarief. Het voorstel aan het algemeen bestuur en de brief die aan de colleges gestuurd is, zijn als bijlagen toegevoegd. In deze documenten wordt aangekondigd dat een juridische werkgroep zich gaat buigen over de bevoegdheid om het klanttarief voor het Omnibuzz vervoer vast te stellen. Het algemeen bestuur heeft op 16 december ingestemd met het advies van deze werkgroep. Ook dit document is als bijlage bijgevoegd. De kern uit deze stukken is: Het bepalen van de hoogte van de bijdrage die een klant in het Omnibuzz vervoer betaalt en de index die daarop wordt toegepast, is geen bevoegdheid van het bestuur van Omnibuzz, maar een bevoegdheid van de gemeenteraad van elke individuele gemeente. Afhankelijk van de politieke lokale overweging kan elke individuele gemeente(raad) in theorie besluiten tot andere klanttarieven. Binnen een samenwerking lijkt uniformiteit in de klanttarieven desondanks een logisch uitgangspunt. De kwaliteit en beschikbaarheid van het vervoer zijn immers voor alle klanten gelijk, ongeacht de gemeente waarin deze woonachtig is. Ook wordt een lappendeken aan tarieven voorkomen. Dit zorgt voor gelijkheid en eenduidigheid in de communicatie.
Tijdens het proces bleek er veel draagvlak te zijn voor het uitgangspunt om tarieven en indexering gelijk te trekken met het Openbaar Vervoer (hierna OV). Omnibuzz kan geen gemeentelijk besluit afdwingen, maar de werkgroep adviseert Omnibuzz om alle deelnemende gemeenten de inhoudelijke onderbouwing aan te leveren die kan leiden tot een uniform tarief via besluitvorming in de individuele gemeenten. Het lokaal aanpassen van de tarieven en/of wijze van indexering hiervan heeft consequenties voor de gemeentelijke verordening. Dit wordt in het advies meegenomen. Het tarief kan effect hebben op de vervoersvraag. Beleidswijzigingen met (mogelijke) effecten moeten tijdig (3 tot 6 maanden van tevoren) met de vervoerders worden gecommuniceerd. In het voorstel wordt rekening gehouden met deze contractuele verplichting. Dit betekent dat de gemeenteraad uiterlijk 30 juni besloten moet hebben om de verordening aan te passen. Deze datum is een streefdatum waarmee alle risico op compensatie aan vervoerders kan worden uitgesloten. In praktijk zijn deze risico’s beperkt, dus besluitvorming op een later moment kan zeer waarschijnlijk zonder gevolgen, zeker als Omnibuzz dit in het periodieke overleg met vervoerders meeneemt. Als alternatief kunnen gemeenten ook een principeakkoord nemen, zodat vervoerders op basis daarvan worden geïnformeerd.
Met dit advies geven wij gevolg aan bovenstaande. Het advies bevat tekstvoorstellen die als input gebruikt kunnen worden voor het college- en raadsvoorstel.
1
Advies Onderbouwing De huidige situatie bepaalt de formulering van het besluit. In de regio Zuid-Limburg is het tarief al op het niveau van het OV-tarief en in Noord en Midden-Limburg niet. De aanpassing van de index geldt voor alle gemeenten. Omschrijving
Prijs per zone
Regio Noord en Midden-Limburg
€ 0,71
Regio Zuid-Limburg (inclusief Echt-Susteren)
€ 0,83
Onderbouwing aanpassing klanttarief (NML) Doorgaans wordt gesteld dat de kosten voor een klant van Omnibuzz om zich te verplaatsen vergelijkbaar moeten zijn met de kosten van dezelfde verplaatsing met het OV. Doordat Omnibuzz een zone-systematiek hanteert en het OV in kilometers afrekent, is deze vergelijking niet 1-op-1 mogelijk, maar bij benadering geldt het volgende: Het kilometertarief (zonder korting) van Arriva Limburg is € 0,186 in de bus. Als stelregel hanteren wij doorgaans 1 zone = 4,5 km. Die regel leidt tot een zonetarief van € 0,837. Het hogere dienstverleningsniveau van het Omnibuzz vervoer ten opzichte van OV maakt het vervoer duurder dan OV. Anderzijds geldt dat klanten door hun beperking zijn aangewezen op Omnibuzz vervoer en hier niet ‘vrij’ voor (kunnen) kiezen. Gemeenten hebben bovendien de ambitie uitgesproken om het gebruik van openbaar vervoer onder klanten van Omnibuzz te stimuleren, waarbij de prijs van het vervoer voor de klant een factor in deze afweging kan zijn. Een Omnibuzz-tarief lager dan het OV-tarief past niet bij deze ambitie en maakt Omnibuzz financieel aantrekkelijk ten opzichte van OV, waarbij Omnibuzz ook nog een hoger dienstverleningsniveau biedt. Het klanttarief in het OV komt ongeveer overeen met een zonetarief van € 0,837. Het tarief in Zuid-Limburg (€ 0,83 per zone) is bij benadering gelijk aan dit tarief.
Het tarief in Noord- en Midden-Limburg ligt met € 0,71 per zone beduidend lager. Om Limburg breed tot een uniform tarief te komen wordt geadviseerd dat de gemeenten uit Noord- en Midden-Limburg aanhaken bij het tarief van Zuid-Limburg. Daarmee zou het tarief vanaf 2022 in heel Limburg vergelijkbaar zijn aan het OV-tarief. De stijging is voor Noord- en Midden-Limburg procentueel (17%) fors en daar komt de indexering nog bij. In de praktijk valt dit echter mee. Dezelfde verhoging is in Maastricht en Parkstad halverwege 2019 doorgevoerd. Dit is probleemloos verlopen. Bij gebruik van het maximale aantal zones op jaarbasis (590) gaat het voor klanten om een stijging van maximaal ongeveer € 70.- per jaar. Gemeenten kunnen er desondanks voor kiezen om de stijging naar het OV-tarief trapsgewijs door te voeren in bijv. twee jaar. Onderbouwing LTI (Zuid en NML) In het OV wordt de Landelijke Tariefindex (LTI) als index gebruikt. Door dezelfde index toe te passen als in het OV wordt de relatie met het OV-tarief structureel geborgd. Eventueel aanvullende onderbouwing m.b.t. uniform tarief (NML) Uniformiteit is een logisch uitgangspunt, omdat de kwaliteit en beschikbaarheid van het vervoer in heel Limburg gelijk is. Een gelijk tarief zorgt voor gelijkheid tussen gebruikers en eenduidigheid in de communicatie.
Een gezamenlijke aanpak leidt tevens tot efficiënte klantcommunicatie, omdat Omnibuzz dan centraal hierover kan communiceren.
2
Eventueel aanvullend: overwegingen cliëntenpanel (NML) Het cliëntenpanel van Omnibuzz is om advies gevraagd over het klanttarief. Het uitgangspunt om gelijk te schalen aan het OV-tarief is voor hen evident. Aangegeven wordt dat een lager tarief voor reizigers met een beperking positieve discriminatie is t.o.v. de reguliere OV-reiziger. Dat spreekt voor een gelijk tarief. Van de andere kant is het tarief niet precies te vergelijken door de systematiek van zones door Omnibuzz en kilometers in OV. Bovendien reizen veel mensen in het OV met een kortingspercentage, het referentietarief is het reguliere OV-tarief. Er zijn zorgen over met name de voorgestelde prijsverhoging voor Noord- en MiddenLimburg. Dit zou mensen kunnen afschrikken, zeker als deze nu door Corona al terughoudend zijn. Een tariefsverhoging in deze crisistijd kan veroorzaken dat klanten moeilijk de weg terugvinden naar het vervoer als de crisis voorbij is. Dit zou pleiten om de tariefsverhoging uit te stellen. Een trapsgewijze of verspreide verhoging kan ook een mogelijkheid zijn. Anderzijds wordt ingebracht dat zij ook jaren goedkoper gereisd hebben dan klanten in Zuid-Limburg, terwijl in alle gemeenten (kwalitatief) dezelfde dienstverlening wordt aangeboden. Het belangrijkste is om in de gaten te houden of individuele klanten om financiële redenen afhaken en niet meer willen/kunnen reizen.
Ondersteuning voor deze klanten via een gemeentelijke bijdragen/compensatie is wellicht noodzakelijk. Als klanten financieel gezien in de problemen komen, kan dit via de Wmo meegenomen worden in het armoedebeleid. Conclusies Voorgaand advies leidt tot de volgende conclusies: Alle gemeenten: toepassing van de LTI index op het klanttarief per 1-1-2022. Gemeenten NML: in lijn brengen van het klanttarief met het OV-tarief per 1-1-2022 (een verhoging van € 0,71 naar € 0,83 per zone) en de toepassing van de LTI index op het klanttarief per 1-1-2022. Alle gemeenten: uitgaande van de modelverordening Maatschappelijke Ondersteuning 2015, gewijzigd model juni 2019, zou een mogelijke verhoging in strijd kunnen zijn met de verordening. Het college- en raadsvoorstel dient daarom te worden geformuleerd als een wijziging van de verordening (of ingetrokken en een nieuwe vastgesteld) met inachtneming van hetgeen hieronder gecursiveerd is opgenomen. De tekst van de modelverordening m.b.t. bijdragen collectief vervoer is als basis genomen met de juiste invulling op basis van advies Omnibuzz (rood). Aangezien geen sprake is van afronding, is een zin uit de modelverordening doorgestreept: 4 . Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € [bedrag] [€ 0,83] per [kilometer OF rit] [zone]. 5 .
De in het eerste en vierde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van [jaar van vaststellen bedragen] [2021] en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkeling van [de consumentenprijsindex OF het wettelijk minimumloon]. [Landelijke Tarieven Index LTI)] De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,20. 6. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
3
College- en raadsvoorstel Mede afhankelijk van andere gelijktijdige wijzigingen van de verordening, luidt het college/raadsvoorstel: ‘De raad besluit onder gelijktijdige intrekking van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente xxxx, de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente xxxx 2022 vast te stellen.’ Ofwel: ‘De raad besluit de Wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning gemeente xxxx vast te stellen’ Financiële gevolgen Wijzigingen in het klanttarief hebben een positief effect op de inkomsten van de gemeente. Op de financiële (jaar-)stukken van Omnibuzz heeft dit geen invloed, omdat het tarief aan vervoerders gelijk blijft; alleen de bijdrage van klanten hieraan wijzigt. Een hoger klanttarief zou als neveneffect de vraag naar vervoer kunnen doen dalen, maar deze effecten zijn ongewis. Als de contractuele afspraken in acht worden genomen, zijn er geen risico’s voor de geldende prijsafspraken. Verder zijn er geen (bedrijfsvoerings-) kosten verbonden aan dit besluit. Tijdpad Bij beleidswijzigingen die een afwijking van het vervoersvolume kunnen veroorzaken, moeten vervoerders tijdig geïnformeerd worden. Aangezien een tariefsverhoging impact kan hebben op de vervoersvolumes, moeten vervoerders contractueel (minimaal) drie maanden voor de invoering geïnformeerd worden om claims op compensatie te voorkomen.
Deze termijn start niet eerder dan dat Omnibuzz van deze gemeente(n) een besluit tot tariefsverhoging heeft ontvangen. De impact kan moeilijk worden vastgesteld, zeker in deze tijd van sterke externe ontwikkelingen. Om discussie over eventuele compensatie te voorkomen, geven wij de voorkeur aan een termijn van zes maanden voor invoering van de wijziging. Dit leidt tot een volgend tijdpad: Actie
Wie
Deadline
Raadsbesluit wijziging verordening inclusief klanttarief en index met ingang van 1-1-2022
Gemeenteraad
Uiterlijk 30 juni 2021
Omnibuzz informeren over besluit
Gemeente
Uiterlijk 29 juni 2021
Informeren vervoerders
Omnibuzz
Uiterlijk 30 juni 2021
Informeren klanten
Gemeente/ Omnibuzz Omnibuzz
Uiterlijke 30 november 2021 Uiterlijk 31 december 2021
Doorvoeren tarieven 2022 in systemen
4
Bijlage 1a : brief aan colleges betreffende klanttarief (juli 2020) Geacht college van B&W, Op 1 juli jl. heeft het Algemeen Bestuur van Omnibuzz kennisgenomen van bijgevoegd advies. Middels deze brief geeft het bestuur invulling aan de beslispunten 2 en 3 uit dit advies: 2) De deelnemende gemeenten per brief te adviseren voorliggend advies op te volgen en de afdoening hiervan in handen te geven van het DB; 3) Via bovengenoemde brief deelnemende gemeenten op te roepen een juridische werkgroep in te richten om tot een uniforme juridische werkwijze te komen m.b.t. het aanpassen van klanttarieven en de index hierop. Advies Het doel van bijgevoegd voorstel is om via gezamenlijke standpunten tot overeenstemming te komen over de toekomstige klanttarieven. De kern van het advies is om de tarieven die klanten in Omnibuzz betalen in lijn te brengen met het OV-tarief in Limburg. Vanuit de ambitie om het gebruik van OV onder klanten van Omnibuzz te stimuleren, wordt voorgesteld dat het Omnibuzz-tarief bij benadering (minimaal) gelijk moet zijn aan het OV-tarief. Een klanttarief onder het niveau van het OV-tarief zou immers een tegengesteld effect kunnen hebben en maakt het OV als alternatief vervoer minder aantrekkelijk. Het OV-tarief komt overeen met een zonetarief van € 0,83. Het tarief in Zuid-Limburg (€ 0,82 per zone) is hierop gebaseerd.
Het tarief in Noord- en Midden Limburg ligt met € 0,70 per zone beduidend lager. Het advies luidt dat de gemeenten uit Noord- en Midden-Limburg aanhaken bij het tarief van Zuid-Limburg. Daarmee komt het tarief in heel Limburg op een vergelijkbaar niveau als het OV-tarief. Het tweede aspect van het advies is om dezelfde index toe te passen als in het OV; de Landelijke Tarieven Index (LTI), zodat de relatie met het OV-tarief voor de langere termijn wordt geborgd. Geadviseerd wordt deze index op de klanttarieven van Omnibuzz van toepassing te laten zijn in plaats van de huidige NEA index . Bovenstaande adviezen dragen bij aan een overzichtelijke en duidelijke situatie voor klanten, doordat de verschillen in tarieven in Limburg hiermee worden opgeheven. Financieel Het gelijktrekken van het klanttarief betekent een stijging van het klanttarief in Noord- en Midden Limburg en derhalve meer inkomsten voor deze gemeenten. Voor een indicatie van de opbrengsten en kanttekeningen erbij verwijzen we naar de bijlage. Op basis van de historie wordt het effect van de LTI in plaats van de NEA index gering geacht, al zijn toekomstige indexen uiteraard nog niet bekend. De financiële effecten voor de gemeenten in Zuid-Limburg zijn naar alle waarschijnlijkheid gering.
Besluitvormingsproces Juridisch bestaat er onduidelijkheid over wiens bevoegdheid het is om de hoogte van het klanttarief en de wijze van indexeren te bepalen. Op basis van een door Omnibuzz opgevraagd juridisch advies zou dit besluit door het Algemeen Bestuur van Omnibuzz genomen kunnen worden.
5
Juristen van de gemeente Roermond zijn echter van mening dat deze bevoegdheid bij de individuele gemeenten ligt en er dus ook lokaal over besloten moet worden. De klanttarieven en indexering zijn bovendien verankerd in de gemeentelijke verordening. Gezien de complexiteit en het gebrek aan juridische eenduidigheid, wordt geadviseerd om dit vraagstuk in een Limburg brede juridische werkgroep op te pakken, zodat e.e.a. uniform wordt uitgewerkt. Aangezien een tariefsverhoging impact kan hebben op de vervoersvolumes, moeten vervoerders contractueel drie tot zes maanden voor de invoering geïnformeerd worden, afhankelijk van de impact op het volume. Hiermee dienen gemeenten rekening te houden in hun besluitvormingstraject. Dit zal worden meegenomen door de juridische werkgroep Naar aanleiding van de ambtelijke en bestuurlijke behandeling van bijgevoegd advies zijn reeds juristen uit deelnemende gemeenten aangedragen voor deze werkgroep. Met deze aanmeldingen als basis is inmiddels gestart met het vormen van de juridische werkgroep, waarbij de regio’s Noord, Midden en Zuid- Limburg vertegenwoordigd zijn. De verwachting is dat de werkgroep vlak na de vakantieperiode aan de slag gaat. Voor verdere inhoudelijke informatie verwijzen we naar het advies in de bijlage. Namens het Dagelijks Bestuur van Omnibuzz,
Mr. G.M.F. Vreuls Burhenne Directeur
M.
Smitsmans
Voorzitter
6
-
Bijlage 1b: bijlage bij brief juli – Advies
Voorstel klanttarief Omnibuzz Het AB wordt voorgesteld: 1. Kennis te nemen van voorliggend advies; 2. De deelnemende gemeenten per brief te adviseren voorliggend advies op te volgen; 3. Via bovengenoemde brief deelnemende gemeenten op te roepen capaciteit te leveren om onder regie van Omnibuzz een juridische werkgroep in te richten, om tot een uniforme juridische werkwijze te komen m.b.t. het aanpassen van klanttarieven en de indexering hiervan; 4. De afdoening van beslispunten 2 en 3 in handen te stellen van het DB.
Inleiding De commissie van advies heeft op 10 maart 2020 uitgesproken dat het goed zou zijn als Omnibuzz een voorstel voor alle Omnibuzz gemeenten uitwerkt met betrekking tot de klanttarieven. De belangrijkste reden hiervoor is het voorkomen van een lappendeken van verschillende tarieven in heel Limburg. Het doel van dit voorstel is om via gezamenlijke standpunten tot overeenstemming te komen over de toekomstige klanttarieven. Advies In lijn brengen van het klanttarief in heel Limburg met het OV-tarief Gemeenten hebben de ambitie uitgesproken om het gebruik van openbaar vervoer (hierna: OV) onder klanten van Omnibuzz te stimuleren, waar bij de prijs van het vervoer voor de klant een factor in deze afweging kan zijn. Dit leidt tot de conclusie dat het Omnibuzz-tarief bij benadering gelijk moet zijn aan het OV-tarief. Het klanttarief in het OV komt ongeveer overeen met een zonetarief van € 0,8325. Het tarief in Zuid-Limburg (€ 0,82 per zone) is hierop gebaseerd. Het tarief in Noord- en Midden-Limburg ligt met € 0,70 per zone beduidend lager. Om Limburg breed tot een uniform tarief te komen wordt geadviseerd dat de gemeenten uit Noord- en Midden-Limburg aanhaken bij het tarief van Zuid-Limburg. Daarmee zou het tarief vanaf 2021 in heel Limburg vergelijkbaar zijn aan het OV-tarief.
De stijging is voor Noord- en Midden-Limburg behoorlijk, zeker procentueel (17%) en daar komt de indexering nog bij. Dezelfde verhoging is in Maastricht en Parkstad halverwege 2019 doorgevoerd. Waarschijnlijk door de duidelijke communicatie en doordat de stijging in absolute cijfers voor veel klanten te overzien is, is dit relatief rustig verlopen. Bij gebruik van het maximale aantal zones op jaarbasis (590) gaat het voor klanten om een stijging van ongeveer € 70.- per jaar. Gemeenten kunnen er desondanks voor kiezen om de stijging naar het OV tarief trapsgewijs door te voeren in bijv. twee jaar. Per 2021 indexeren van het klanttarief volgens de Landelijke Tarieven Index (LTI) in plaats van de NEA Door dezelfde index toe te passen als in het OV houden we het uitgangspunt van uniforme tarieven, die in lijn zijn met het OV, structureel in stand. In het OV wordt de Landelijke Tariefindex (LTI) als index gebruikt. Geadviseerd wordt deze index vanaf 2021 op de klanttarieven van Omnibuzz van toepassing te laten zijn i.p.v de NEA index. De relatie met de ontwikkeling van de vervoerskosten (die uitgaan van de NEA index) voor gemeenten vervalt daarmee. Toelichting
7
Financieel Het gelijktrekken van het klanttarief betekent een stijging van het klanttarief in Noord- en Midden Limburg en derhalve meer inkomsten voor deze gemeenten. Een indicatie van deze extra inkomsten is als volgt: Gemeente
zones 2019
Beesel Bergen Gennep Horst aan de Maas Leudal Maasgouw Nederweert Peel en Maas Roerdalen Roermond Venlo Venray Weert TOTAAL
32,816 26,054 65,181 97,094 91,368 87,447 37,151 95,568 49,714 162,009 292,181 87,616 93,771 1,217,970
extra inkomsten (zones * 11 cent)* € 3,609.76 € 2,865.94 € 7,169.91 € 10,680.34 € 10,050.48 € 9,619.17 € 4,086.61 € 10,512.48 € 5,468.54 € 17,820.99 € 32,139.91 € 9,637.76 € 10,314.81 € 133,976.70
* De stijging voor de klant bedraagt 0,12 per zone inclusief BTW. De inkomsten voor de gemeenten zijn exclusief BTW, omgerekend betekent dat 0,11 extra inkomsten per zone voor de gemeenten.
Hierbij geldt de opmerking dat de volumes van 2019 door de effecten van de Corona crisis niet perse als richtinggevend kunnen worden gezien voor 2021 of de daaropvolgende jaren. Op basis van de historie wordt het effect van de LTI in plaats van de NEA gering geacht, al zijn de toekomstige indexen nog niet bekend. Uit onderstaande tabel blijkt dat de NEA in 2020 een grote afwijking vertoont, de voorgaande jaren waren beide indexen vergelijkbaar. Jaar
LTI
NEA
2020
2,23%
6,7%
2019
2,84%
2,2%
2018
1,13%
2,0%
2017
0,38%
0,3%
Juridisch Juridisch bestaat er onduidelijkheid over wiens bevoegdheid het is om de hoogte van het klanttarief en de wijze van indexeren te bepalen. In een door Omnibuzz opgevraagd juridisch advies wordt het volgende gesteld: In strikt juridische zin behoort het vaststellen van de (jaarlijkse) verhoging van de eigen bijdrage van de reiziger in het collectief vraagafhankelijk vervoer tot de bevoegdheid van de individuele gemeenten, tenzij door de gemeenten een mandaat is verstrekt om het vaststellen van de verhoging van de eigen bijdrage te mandateren aan Omnibuzz. Voor zover bekend,
8
zijn er door de gemeenten geen mandaten afgegeven die daarop zien. (...) De GR Omnibuzz is voor de gemeenten wel de uitvoerder van het collectief vraagafhankelijk vervoer en zal vanuit financiële overwegingen als ook voor de communicatie naar de (potentiële) reizigers moeten weten met welke eigen bijdrage de reizigers rekening moeten houden voor de komende periode. De GR Omnibuzz mag dan ook verwachten dat een lid van het algemeen bestuur (met een mandaat van zijn college) besluiten kan nemen over de eigen bijdrage in het algemeen bestuur. Uit de stukken die vooraf aan de leden van het algemeen bestuur worden toegezonden is (voorgestelde) verhoging van de eigen bijdrage opgenomen. Dit betekent dat de vertegenwoordiger vanuit het college en in de hoedanigheid als lid van het algemeen bestuur van de GR Omnibuzz zijn gemeente verbindt aan het besluit dat het algemeen bestuur neemt over de vaststelling van de eigen bijdrage voor de komende periode. (…) Er is geen sprake van een oneigenlijk besluit op basis van de praktijk en de wijze waarop gemeenten en Omnibuzz al jaren met elkaar samenwerken. O.b.v. dit advies zou een besluit betreffende klanttarieven door het AB van Omnibuzz genomen kunnen worden. Juristen van de gemeente Roermond zijn echter van mening dat deze bevoegdheid bij de individuele gemeenten ligt en er dus ook lokaal over besloten moet worden.
Het AB is hiertoe volgens hen, op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, niet bevoegd. Dit geldt naar verwachting ook voor het bepalen van de wijze van indexeren van het klanttarief. Er moet tevens worden nagedacht over de juridische kwalificatie van de bijdrage aan het collectief vraagafhankelijk vervoer door de klanten en de eventuele gevolgen daarvan voor het gemeentelijk (Wmo-)beleid. . Geadviseerd wordt daarom om dit vraagstuk in een Limburg brede juridische werkgroep op te pakken, zodat e.e.a. uniform wordt uitgewerkt. Aangezien een tariefsverhoging impact kan hebben op de vervoersvolumes, moeten vervoerders contractueel drie tot zes maanden voor de invoering geïnformeerd worden, afhankelijk van de impact op het volume. Hiermee dienen gemeenten rekening te houden in hun besluitvormingstraject. Communicatieaanpak Afhankelijk van besluitvorming kan Omnibuzz gedurende 2020 de klanten via de reguliere communicatie informeren over de klanttarieven in 2021. Aanvullend is het denkbaar dat de gemeenten (m.n. uit NML) klanten uitgebreider over dit onderwerp willen informeren, waarbij de kosten voor rekening van deze gemeenten zijn.
9
Bijlage 2 – Voorstel algemeen bestuur 16 december 2020 Voorstel aan algemeen bestuur Omnibuzz Datum Agendapunt Onderwerp
: 16 december 2020 : 4b : Advies juridische werkgroep besluitvorming klanttarief
Voorstel Het bestuur wordt voorgesteld: 1. Het advies van de juridische werkgroep klanttarief ter kennisgeving aan te nemen. 2. In te stemmen met het aanreiken van een advies tot uniformering van de tarieven aan de contactambtenaren van alle deelnemende gemeenten die op basis hiervan het klanttarief aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor kunnen leggen. Samenvatting Op 1 juli 2020 heeft het algemeen bestuur van Omnibuzz ingestemd met ‘Agendapunt 3g - Advies met betrekking tot klanttarief’, bestaande uit de volgende beslispunten: 1. Kennis te nemen van voorliggend advies; 2. De deelnemende gemeenten per brief te adviseren voorliggend advies op te volgen en de afdoening hiervan in handen te geven van het DB; 3. Via bovengenoemde brief deelnemende gemeenten op te roepen een juridische werkgroep in te richten om tot een uniforme juridische werkwijze te komen m.b.t. het aanpassen van klanttarieven en de index hierop. Deze notitie is de uitwerking van lid 3. Naar aanleiding van de oproep is een werkgroep gevormd, bestaande uit 5 ambtenaren. Door de samenstelling van juristen en (contact-) ambtenaren met een beleidsmatige of bestuurskundige achtergrond is naast de juridische toetsing ook aandacht voor de beleidsmatige kaders. Door deelname van de gemeenten Beekdaelen, Meerssen, Roermond en Venlo is ook de vertegenwoordiging van de verschillende regio’s geborgd.
De werkgroep heeft op 10 en 29 september vergaderd en komt unaniem tot de volgende conclusies: Het aangehaalde advies van een juridisch adviesbureau, waarin onder andere wordt gesteld dat Omnibuzz mag verwachten dat een lid van het algemeen bestuur (met een mandaat van zijn college) besluiten kan nemen over de eigen bijdrage in het algemeen bestuur, blijkt onvolledig en strookt niet met de gangbare interpretatie met betrekking tot bevoegdheden van de gemeenteraad. Het bepalen van de hoogte van de bijdrage die een klant in het Omnibuzz vervoer betaalt is een bevoegdheid van de gemeenteraad van elke individuele gemeente. Feitelijk geldt dit ook voor de index die op deze tarieven wordt toegepast, omdat de index de hoogte van het tarief medebepaalt. Dit betekent dat het algemeen noch dagelijks bestuur van Omnibuzz besluiten kan nemen met betrekking tot de klanttarieven. Dit wordt bevestigd door het vastleggen van het klanttarief en de index in de gemeentelijke verordening, waarover de gemeenteraad besluit. Afhankelijk van de politieke lokale overweging blijft onderscheid in klanttarieven binnen Omnibuzz altijd een mogelijkheid. Dit houdt in dat elke individuele gemeente(raad) in theorie kan besluiten tot andere klanttarieven voor de klanten uit die gemeente.
Ondanks dat de juridische werkgroep het niet als haar taak ziet om beleidsmatig advies te geven over dit onderwerp, wilt de werkgroep wel graag een aantal overwegingen meegeven: Het uitgangspunt van uniformiteit, onder andere uitgesproken door de commissie van advies, en het voorkomen van een lappendeken aan tarieven blijft een logisch uitgangspunt. Dit blijkt ook uit de historie, binnen de regionale samenwerkingen (NML, Parkstad en Maastricht, Omnibuzz oud) werd door alle gemeenten steeds hetzelfde klanttarief toegepast.
10
Inhoudelijk lijkt er veel draagvlak voor het oorspronkelijke voorstel om tarieven en indexering gelijk te schalen met Openbaar Vervoer. Vanuit een adviserende rol kan Omnibuzz een situatie nastreven met uniforme tarieven op basis van gedeelde uitgangspunten. De werkgroep zou graag zien dat Omnibuzz aan alle deelnemende gemeenten de inhoudelijke onderbouwing aanlevert die kan leiden tot een uniform tarief via besluitvorming in de individuele gemeenten. Onderdeel van deze onderbouwing maken uit: o Inhoudelijk advies – hoogte tarief en gebruik specifieke index; o Voordelen uniformiteit tarief voor bedrijfsvoering, klantbeleving etc. o Doorlooptijden, zodat contractuele verplichtingen met vervoerders in acht worden genomen. o Concept tekst voor de correcte verankering van het voorstel in de gemeentelijke verordening. o Eventueel concept raadsvoorstel dat gemeenten kunnen gebruiken als onderbouwing voor hun eigen raadsvoorstel. o Deze documenten zullen t.z.t. door dezelfde juridische werkgroep getoetst worden.
Tot slot Gevolg van dit advies is dat een aanpassing van de tarieven en de index voor 1 januari 2021 niet haalbaar is. Zonder specifiek tegenbericht van de gemeenten zullen de klanttarieven in alle gemeenten per 1-1-2021 geïndexeerd worden met de NEA-index. Omnibuzz richt zich voor het advies op begin 2021, na de vergadering van het algemeen bestuur op 16 december 2020. Hierdoor hebben gemeenten voldoende tijd om het advies desgewenst op de volgen en de verordening met ingang van 1 januari 2022 aan te passen en in lijn te brengen met het advies. Financiën Wijzigingen in het klanttarief hebben een direct financieel gevolg voor de inkomsten van de gemeente, op de financiële (jaar-)stukken van Omnibuzz heeft dit geen invloed. Communicatie Omnibuzz richt de communicatie op de contactambtenaren die worden gefaciliteerd om het raadsvoorstel met betrekking tot het klanttarief inhoud te geven en in de eigen gemeente in route te brengen. Juridisch Dit voorstel is tot stand gekomen door een juridische werkgroep en dus juridisch getoetst. Kanttekeningen Het beoogde resultaat van uniforme tarieven is afhankelijk van de gemeentelijke besluitvorming in de aangesloten gemeenten afzonderlijk en niet op basis van een bestuurlijke meerderheid.
Voorstel aan algemeen bestuur Omnibuzz: Opsteller Telefoon E-mail Datum Afdeling
: Twan Zimmermann : 06 - 29510072 : t.zimmermann@omnibuzz.nl : 12 november 2020 : Staf
11