CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Voorlopig concept Ontwerp-Omgevingsvisie.pdf

Beeldvormende bijeenkomst 19 mei 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorlopig concept Ontwerp-Omgevingsvisie (versie april 2021)28.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hierbij leggen we tevens een verbinding met een gezonde leefstijl en zetten in op een beweegvriendelijke openbare ruimte die gezond gedrag stimuleert, zoals ook opgenomen in het Sport- en Beweegakkoord. Ook het behouden en versterken van de groenstructuren in wijken en kernen zien wij mede als een middel om ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte te stimuleren. (Buurtgerichte) verbindingen vormen de basis voor gemeenschapszin, het zorgen voor elkaar en geven Stein zo nog meer glans. Een Stein waar iedereen mee kan doen en waarbij wij samen werken aan een inclusieve samenleving.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 25

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot samenleven? In diverse wijken zijn afgelopen jaren buurtcentra en huiskamers ontstaan vanuit een lokale behoefte en actief eigenaarschap dat we vanuit de DOPaanpak stimuleren en ondersteunen. Hierin komen zowel inwoners als professionals bij elkaar bijv. tijdens de inloop van welzijnspartijen in buurtcentra. Vakinhoudelijk hebben we in 2019 de nota Accommodatiebeleid vastgesteld die samen met inwoners is opgesteld. In deze nota staan de functies en activiteiten centraal die in de toekomst een bijdrage leveren aan sociale en vitale wijken en kernen. Hierop is een duurzaam en toekomstbestendig aanbod van accommodaties afgestemd. Accommodaties zijn een middel om te bereiken dat inwoners prettig wonen, zich kunnen ontspannen en elkaar kunnen ontmoeten. In ons accommodatiebeleid hebben wij uitgangspunten vastgesteld en deze zijn vertaald in een ontwikkelopgaven per kern voor de korte en lange termijn waarbij een optimale balans tussen vraag en aanbod centraal staat. De uitgangspunten zijn tevens een toetsingskader voor alle beleids- en planvorming en initiatieven van inwoners waarbij voorzieningen en accommodaties betrokken zijn. De nota Accommodatiebeleid legt grotendeels de nadruk op ontmoeten en verbinden in fysieke gebouwen en voorzieningen in wijken en kernen.

In hoofdstuk 9 van deze Omgevingsvisie zal de opgave samenleven: ontmoeten en verbinden faciliteren en stimuleren breder getrokken worden naar de thema’s een gezonde en veilige leefomgeving en unieke omgevingskwaliteiten. Tevens hebben we in 2019 een Sociale Inclusie Agenda vastgesteld met als doel dat iedereen mee moet kunnen doen. Deze agenda zit vol ambities op de gebieden onderwijs, thuis, werk & inkomen, vrije tijd, vervoer, welzijn, gezondheid & ondersteuning en digitale toegankelijkheid. In Stein hebben we een Sociale Inclusie Panel die diverse doelgroepen vertegenwoordigen en ook zelf ervaringsdeskundigen zijn. Het Sociale Inclusie Panel heeft al wat successen bereikt. Zo is het knuppelpad ’t Brook deels toegankelijk gemaakt en worden zij ook betrokken bij gebiedsgerichte aanpakken. Toegankelijkheid wordt ook meegenomen in de opgave voor levensbestendig wonen en gaat ook een plek krijgen in het Toerismebeleid. Projecten binnen de openbare ruimte worden altijd volgens de CROW richtlijnen 6 gevolgd. Ook worden er structureel jaarlijks tenminste 10 stoepen verlaagd in het kader van groot onderhoud en is er aandacht voor logische routes voor slechtzienden.

4.2.3

Actief eigenaarschap van inwoners en ondernemers verder stimuleren en faciliteren

We doen steeds meer een beroep op actief eigenaarschap van inwoners en ondernemers. Van de andere kant komt ook de vraag van inwoners en ondernemers om hen meer ruimte en zeggenschap te geven over de leefkwaliteit in hun eigen omgeving. Dit is ook een belangrijke basis van de nieuwe Omgevingswet. Niet de gemeente maar de inwoners geven zelf aan wat zij nodig vinden om hun dorp te houden en te maken tot het dorp waar zij zich thuis voelen. Dit kunnen initiatieven zijn die betrekking hebben op het vergroenen van een wijk of buurt, ontmoeten of het oprichten van een energiecoöperatie. Hiervoor is het nodig dat we als gemeente duidelijk zijn over wat inwoners en ondernemers kunnen verwachten als de overheid een initiatief neemt, of wat de gemeente van hen verwacht als zij zelf een initiatief willen nemen. Wij stellen hiervoor het Participatiebeleid Omgevingswet op dat aangeeft hoe een zorgvuldig participatieproces doorlopen wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen en hoe de gemeente dit ondersteunt. 6

Kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 26

In de Uitgangspunten DOPsgewijze aanpak (2015) staat integrale dorpsontwikkeling centraal met een belangrijke rol voor inwoners die samen nadenken over ideeën voor hun dorp en hier uitvoer aan geven. Initiatieven variëren van buurtcentra tot speeltuinen, zwerfafvalacties, gebiedsvisies en dorpsschouwen. Betrokkenheid, gelijkwaardigheid en gezamenlijk partnerschap zijn belangrijke voorwaarden voor het slagen van initiatieven. Door de integrale benadering komt ruimte en maatschappij samen bij deze aanpak, die afwijkt van de reguliere sectorale werkwijze binnen de gemeente. De uitgangspunten van deze aanpak staan nog steeds overeind en vragen om verdere doorontwikkeling. Zoals verbreden van netwerken en het organiseren van integraal gebiedsgericht werken door de gemeente. Daarbij horen inzet - en financiële middelen - dorpsbudgetten en Eigen Kracht projectbudget - als stimulans. Dorpscontactpersonen van de gemeente opereren hierin als verbindende schakel tussen de inwoners en de gemeente en hebben een essentiële rol. Net zoals de bedrijfscontactfunctionaris die rol heeft voor ondernemers in onze gemeente. Verdere doorontwikkeling vraagt daarnaast ook ruimte en betrokkenheid van vakinhoudelijke disciplines zoals projectleiders en beleidsmakers.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot actief eigenaarschap? Samen met inwoners ontwikkelen we de huidige DOPsgewijze aanpak verder om het actief eigenaarschap verder te stimuleren. De gemeente heeft hier ook een belangrijke rol in. Het DOP is nu bijna negen jaar actief in diverse dorpen en wijken en heeft een basis gelegd voor actief burgerschap met tientallen inwoners die activiteiten en processen starten en honderden inwoners die deelnemen. De gemeente omarmt dit, maar loopt soms ook vast door het ontbreken van een duidelijke interne koers op dit vlak. Komende jaren is het van belang dat de interne werkwijze verder wordt aangepast. Hier ligt één van de sleutels voor het slagen van de transformatie. Daarbij is het van belang dat wij onze ambities vastleggen met betrekking tot gebiedsgericht werken en de rol van de gemeente en inwoners hierbij. Wij faciliteren en stimuleren (buurtgerichte) initiatieven van inwoners die zorgen voor structurele verbindingen binnen en tussen kernen. Dit doen we door inzet van dorpscontactpersonen, het buurtopbouwwerk, dorpsbudgetten en het eigen kracht budget. We onderzoeken hoe we het eigen kracht budget na 2021 structureel kunnen inzetten. We zetten verder in op de Asset Based Community Development (ABCD) methode die uitgaat van de inzet van kwaliteiten uit de buurt in de buurt.

Hiermee stimuleren we dat inwoners elkaar verder leren kennen en elkaar helpen als er iets is. Dit is zeker van belang gelet op de ouder wordende bevolking met een drukker en kleiner eigen netwerk. Het aantal inwoners dat afgelopen jaren zelf burenhulp heeft opgezet groeit en dat is een hoopvol vooruitzicht.

4.2.4

Trots en bewust van onze eigen(zinnige) identiteit en kwaliteit

Inwoners en ondernemers zijn onze belangrijke ambassadeurs. Trots en het bewust zijn van onze eigen(zinnige) identiteit en kwaliteiten is relevant voor Stein om als woongemeente gewaardeerd te worden. We moeten onze identiteit, kwaliteiten en de dingen die we goed doen nog meer onder de aandacht brengen. Dat kan op gemeenteniveau maar ook op wijk- en buurtniveau. Onze cultuurhistorische waarden kunnen als totempaal dienen voor het versterken van een gedeelde identiteit van een wijk of kern en kan het gevoel van gezamenlijke roots en sociale cohesie onder inwoners versterken. Deze sociale waarde van onze cultuurhistorie vinden wij belangrijk ook in het kader van onze ambitie samenleven: ontmoeten en verbinden. Het vertellen van het verhaal van de plek en de geschiedenis en het laten zien en ervaren en beschermen zijn belangrijk bij het versterken en doorgeven van onze trots aan de jeugd, bezoekers en nieuwe inwoners. Het versterken van onze ruimtelijke cultuurhistorische waarden als onderdeel van de omgevingskwaliteiten wordt beschreven in hoofdstuk 7.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 27

Ook groen draagt bij aan de identiteit van een kern. In hoofdstuk 7 wordt ook de verbinding gelegd met het versterken van het toeristisch profiel van onze gemeente. Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot trots en bewust van de eigen(zinnige) identiteit en kwaliteit? Een belangrijk uitgangspunt is dat bij het bepalen van de ruimtelijke kwaliteit de identiteit en kenmerken van een kern of wijk centraal staan. Zo zijn de cultuur-historische identiteit en het unieke natuurlijke landschap belangrijke pijlers binnen de Transformatievisie Wonen. In 2019 hebben wij de nota Erfgoedbeleid vastgesteld. Uitgangspunt in deze nota is een integraal ruimtelijk erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met het totaal van (ruimtelijke) cultuurhistorische waarden: een combinatie van archeologie, landschap, groen, gebouwde monumenten en historische bebouwingsstructuren. In de nota zijn drie speerpunten geformuleerd die een bijdrage leveren aan het trots en bewust zijn van onze (eigen)zinnige identiteit en kwaliteit. Het gaat dan om het (h)erkennen van erfgoed, het verbeteren van de kwaliteit van erfgoed en de beleving van erfgoed. Het speerpunt beleving van erfgoed willen we tevens inzetten om ontmoeten en verbinden tussen onze inwoners (jong en oud) en bezoekers te stimuleren.

Denk dan bijvoorbeeld aan de herinrichting van historische dorpskernen en nieuwe manieren van (digitale) ontsluiting van erfgoed waarbij op locatie het verleden door jong en oud opnieuw beleefd wordt en het inrichten van wandel- en fietsroutes langs onze erfgoedparels. In hoofdstuk 7 over het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten wordt verder ingegaan op erfgoed. Er zal een gemeentelijke kerkenvisie worden opgesteld waarin vanuit diverse religieuze, cultuurhistorische, sociale, economische en ruimtelijke overwegingen aandacht is voor de toekomstbestendigheid van kerkgebouwen. In samenspraak met kerkeigenaren, parochianen, maatschappelijke organisaties, ondernemers, erfgoedorganisaties en andere betrokken partijen zal een strategische visie op de toekomst van kerkgebouwen formuleren en afspraken maken over de inzet van middelen voor duurzame toekomstbestendige kerkgebouwen.

4.4 Uitgangspunten thema sociale en vitale wijken en kernen Met betrekking tot het thema sociale en vitale wijken en kernen hanteren we de volgende uitgangspunten: •

We stellen de identiteit en unieke kenmerken van een wijk of kern centraal.

•

Onze ruimtelijke (economische) focus is primair gericht op een versterking van vitale stedelijke en landelijke centrumkernen.

•

In het kader van het versterken van de leefbaarheid dient er een balans te zijn tussen bedrijvigheid in onze woonkernen (o.a. detailhandel, horeca, aan huis gebonden bedrijvigheid) en een veilige en gezonde leefomgeving.

•

Binnen onze woonkernen maken we onderscheid in de volgende ruimtelijke subgebieden: Stedelijke en landelijke centrumkernen met concentratiegebieden: hier is ruimte voor bedrijvigheid waarbij functies worden gecentraliseerd, behouden en versterkt. Woongebieden met de focus op wonen en leefkwaliteit. In deze gebieden worden voor de leegomgeving belastende functies in beginsel beperkt

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 28

Aanloopgebieden (tussengebieden). •

Een veilige en gezonde leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om de leefkwaliteit in de gemeente Stein als woongemeente te versterken.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 29

Hoofdstuk 5 Een veilige en gezonde leefomgeving

5.1 Wat is onze ambitie? Wij willen een aantrekkelijke veilige en gezonde woongemeente zijn. Hierbij willen wij een veilige leefomgeving 7 bevorderen, de volksgezondheid beschermen, schade aan het milieu voorkomen en een (positief) gezonde leefstijl van onze inwoners stimuleren.

5.2 Wat is nodig? Een veilige en gezonde leefomgeving zien wij als één van de belangrijkste voorwaarden voor het versterken van de leefkwaliteit in Stein als woongemeente. Mensen moeten niet alleen prettig, maar voor al veilig en gezond kunnen wonen. Een veilige fysieke leefomgeving draagt bij aan de leefkwaliteit van onze inwoners, ondernemers en bedrijven. Het gaat dan om zowel omgevingsveiligheid als sociale veiligheid. Door de leefomgeving gezonder in te richten kan veel gezondheidswinst worden geboekt. Een gezonde inrichting van de leefomgeving beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden en bevordert de gezondheid. In een gezonde leefomgeving zijn gezonde keuzes te maken en is de negatieve invloed van milieuaspecten op gezondheid zo klein mogelijk. Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn het uitnodigen tot een gezonde leefstijl door o.a. het aanleggen en het onderhoud van goede wandelen fietspaden en kwalitatief openbaar groen, een goede milieukwaliteit, waterveiligheid en klimaatbestendigheid.

5.2.1

Bevorderen van een veilige leefomgeving

In deze paragraaf wordt onderscheid gemaakt in omgevingsveiligheid en sociale veiligheid. Beide begrippen worden in deze paragraaf nader toegelicht. Omgevingsveiligheid Bij omgevingsveiligheid gaat het om risico’s van het gebruik van transport en gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen, natuurbranden, overstromingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Het gaat zowel om de feitelijke risico’s met soms grote gevolgen als gepercipieerde risico’s 8. Gelet op de ligging van onze gemeente in de nabijheid van Chemelot, diverse snelwegen, spoorverbindingen, de haven en het Julianakanaal en de aanwezigheid van diverse buisleidingen waar sprake is van transport van gevaarlijke stoffen, is omgevingsveiligheid een belangrijk aandachtspunt in deze Omgevingsvisie. Als gemeente zetten wij in op het aan de voorkant verkleinen van veiligheidsrisico’s voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers, het voorkomen van incidenten en een goede voorbereiding van rampen en crises mochten deze zich voordoen. Om dit te realiseren sluiten wij aan bij de doelen van de

7 Onder veilige leefomgeving verstaan wij zowel omgevingsveiligheid als sociale veiligheid. Beide begrippen worden in dit hoofdstuk nader toegelicht. 8 Definitie RIVM.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 30

Veiligheidsregio Zuid-Limburg en de door de Veiligheidsregio gehanteerde kernwaarden en ontwerpprincipes voor een veilige fysieke leefomgeving 9. De Veiligheidsregio Zuid-Limburg stelt de volgende doelen ten aanzien van het behouden en benutten van een duurzaam veilige fysieke leefomgeving zijn: • Veilige bouwwerken en omgeving • Een zelfredzame en samenredzame samenleving • Beschermen van (zeer) kwetsbare groepen • Effectieve hulpverlening • Continuïteit van de samenleving (waaronder zorgcontinuïteit en vitale infrastructuur) Deze doelen zijn vertaald in de volgende kernwaarden en ontwerpprincipes voor veiligheid: 1. De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid. 2. Samen werken aan een veilige fysieke leefomgeving. 3. De leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid: • Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid; • Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; • Bouwwerken en omgeving bieden bescherming; • Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; • De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; • Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg. 4. Mensen zijn bekend met risico’s en weten hoe te handelen Wij willen een gezonde en veilige fysieke leefomgeving bieden aan onze inwoners en bezoekers.

In samenwerking met de Veiligheidsregio Zuid-Limburg, de RUD ZL en overige partners zorgen wij voor een ruimtelijk ordeningsproces waarin in een vroegtijdig stadium, vanaf de eerste initiatieven, veiligheidsaspecten worden meegewogen. De keuzes die gemaakt worden voor inrichting en het gebruik van de ruimte en de bouwwerken daarin hebben immers invloed op de mate waarin mensen worden blootgesteld aan de effecten van ongevallen en rampen en het risico dat zij hierbij lopen. Hoewel absolute veiligheid nooit haalbaar is, vinden wij het belangrijk dat er een transparante afweging wordt gemaakt tussen veiligheid en andere maatschappelijke belangen. Voor zover mogelijk worden risicobronnen en –ontvangers zo veel mogelijk van elkaar gescheiden. In het proces vanaf de keuzes voor de inrichting van de ruimte tot en met de realisatie van bouwwerken en het gebruik hiervan zijn veiligheidsaspecten continu een thema. Hierbij is expliciet aandacht voor zowel het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s als het bestrijden van branden, rampen en crisis in de zin van de Wet veiligheidsregio’s (artikel 1, 14 en 15) en de zelfredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld.

Onder meer de volgende fysieke veiligheidsthema’s worden beschouwd natuurbranden, hoogwater, externe veiligheid (of gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen), uitval vitale infrastructuur (elektriciteit, telecommunicatie en ICT), evenementen, bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Voor onze gemeente zijn de volgende risico’s van belang (bron: regionaal risicoprofiel): • Natuurlijke omgeving: overstroming rivier/dijkdoorbraak, extreem weer en natuurbranden • Gebouwde omgeving: grote brand met verminderd zelfredzame • Technologische omgeving: ongeval met gevaarlijke stoffen (OGS) • Vitale infra: uitval van electra/ gas • Verkeer en vervoer: slechte bereikbaarheid voor hulpdiensten en verkeersongeval • Gezondheid: besmettingsgevaar vanuit buitenland en overdraagbare dierziekte • Sociaal maatschappelijk: extreem geweld en maatschappelijke onrust.

9

Aanpak bouwstenen omgevingsveiligheid voor de gemeentelijke omgevingsvisie. Pilotprogramma ‘Omgevingsveiligheid in de omgevingsvisie’. Actualisatie 2018.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 31

Met opmerkingen [PJ4]: Actuele doelen en kernwaarden en ontwerpprincipes van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg aangepast n.a.v. reactie Brandweer Zuid-Limburg

Wij stellen ons tot doel deze risico’s in samenwerking met de veiligheidsregio en overige partners te beperken voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is’.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot omgevingsveiligheid? In december 2019 hebben wij de Veiligheidsvisie Chemelot en omgeving vastgesteld. In deze gezamenlijke visie hebben wij samen met Chemelot, de gemeenten Beek en Sittard-Geleen en de Provincie Limburg de ambitie afgesproken om een veilige leefomgeving op en rondom de site Chemelot te creëren. Concreet betekent dit het beschermen van de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit tegen een ongewoon ongeval op de site Chemelot. Van deze ambitie zijn de volgende hoofddoelstellingen afgeleid: • het (verder) reduceren van bestaande risico’s binnen en buiten de inrichting; • het verantwoord combineren van risicovolle activiteiten; • het eventueel treffen van (aanvullende) maatregelen in de omgeving van de risicovolle activiteit; • het continue verbeteren van de beheersbaarheid van de risico’s. In dit kader wordt ook het vaststellen van risicogebieden en aandachtsgebieden op basis van de nieuwe Omgevingswet opgepakt. Dit samen met het instellen van een technische veiligheidscommissie. Wij participeren hier in en zijn ons ervan bewust dat we hier aandacht voor moeten hebben. Daarbij blijft het voor ons van belang dat er een balans moet zijn tussen ruimtelijke ontwikkelingen binnen de site en ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving (zie ook hoofdstuk 9).

Sociale veiligheid In deze Omgevingsvisie bedoelen we met sociale veiligheid de feitelijke overlast, criminaliteit en veiligheidsbeleving. Het gaat in tegenstelling tot omgevingsveiligheid niet om bedreigingen van nietmenselijk karakter, maar om veiligheid met betrekking tot menselijke (inter)acties 10. Sociale veiligheid heeft ook een relatie met gezondheid en welbevinden van onze inwoners. Als een wijk of kern veilig aanvoelt, gaan mensen sneller naar buiten, bewegen meer en er zijn meer mogelijkheden om elkaar te ontmoeten wat ook weer een bijdrage levert aan de sociale controle. Bij sociale veiligheid in relatie tot gezondheid en welbevinden kan ook gedacht worden aan het verkleinen van risico’s van ouderen en licht dementerenden die zelfstandig wonen met kans of verwaarlozing van de omgeving. Voor wat betreft sociale veiligheid hebben wij de volgende prioriteiten benoemd: • samen met inwoners en ondernemers zorgen we dat wijken en buurten schoon, heel en veilig zijn; • de fysieke leefomgeving wordt zo ingericht (o.a.

openbare verlichting) dat deze een bijdrage levert aan het verbeteren van de objectieve veiligheid waaronder preventie van High Impact Crimes en het verbeteren van het veiligheidsgevoel van inwoners, ondernemers en bezoekers • het inzetten van (bestuursrechtelijke) instrumenten met betrekking tot de openbare orde die een bijdrage leveren aan veilig wonen en leven • samen met inwoners en ondernemers optimaliseren van de verkeersveiligheid en terugdringen van verkeersoverlast in wijken en kernen.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot sociale veiligheid? Samen met de gemeenten Beek en Sittard-Geleen stellen wij samen met de politie en andere veiligheidspartners om de vier jaar een Kadernota Integrale Veiligheid vast die vervolgens wordt uitgewerkt in (flexibele) Uitvoeringsplannen. Een veilig en prettige woon-, werk- en leefomgeving is een 10

Definitie Sociaal Cultureel Planbureau (2008).

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 32

belangrijk speerpunt. Het gaat daarbij niet alleen om het terugdringen van de objectieve onveiligheid: het feitelijkniveau van criminaliteit en overlast, onder meer gebaseerd op de politiecijfers, maar ook het verbeteren van de subjectieve veiligheid, het veiligheidsgevoel. De uitgangspunten van sociale veiligheid zoals deze in de Omgevingsvisie zijn geformuleerd, sluiten aan bij de Kadernota Integrale Veiligheid 2019-2022. Wij zijn gestart met (mobiel) cameratoezicht met als doel het vergroten leefbaarheid en sociale veiligheid. Wij zien cameratoezicht als een uiterst middel ter bestrijding van overlast in de openbare ruimte. Daarnaast worden in het kader van sociale veiligheid bestuursrechtelijke instrumenten ingezet (Damocles en Victoria beleid) en wordt bepalingen uit de APV gehandhaafd die een bijdrage leveren aan de sociale veiligheid in onze gemeente. Voor wat betreft veiligheid bij zelfstandig wonende ouderen wordt met o.a. wijkverpleging, woningcorporaties, welzijnswerk en burenhulp ingezet op ketensamenwerking om zo vroegtijdig te signaleren en problemen te voorkomen.

5.2.2

Water en een veilige en gezonde leefomgeving

Water is overal om ons heen. Water heeft verschillende functies, naast grondstof is het een onderdeel van onze infrastructuur, ons landschap en onze leefomgeving. Dit maakt dat water invloed heeft op een veilige en gezonde leefomgeving in Stein. Stein is omgeven door de Maas, Julianakanaal en beken zoals de Hemelbeek, Hussebeek, Slakbeek, Ur en Kingbeek. Daarnaast hebben we een uitgebreid stelsel om onze inwoners te voorzien van water en ervoor te zorgen dat vervuild water wordt afgevoerd. De zichtbare, bovengrondse wateren en minder zichtbare ondergrondse stromen zijn onderdeel van watersysteem en waterketen. De waterketen bestaat uit de onderdelen die het water volgt van drinkwater tot lozing in het oppervlaktewater (het watersysteem). We beginnen de waterketen bij het produceren van drinkwater, dit gebeurt door de Waterleiding Maatschappij Limburg (WML). WML transporteert dat water naar de gebruikers. Het water wordt door ons voor verschillende doeleinden gebruikt. Als gemeente hebben we de zorgplicht voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (art. 2 Drinkwaterwet, art. 2.1 Omgevingswet en art. 7 en 11 Kaderrichtlijn Water). Deze zorgplicht geldt m.b.t. de bescherming van de drinkwaterbronnen, maar ook van de infrastructuur. De drinkwatervoorziening dient immers een groot maatschappelijk belang.

En met de toenemende druk op de ruimte, staan de bronnen en de infra steeds meer onder druk. Bescherming wordt dus steeds belangrijker. Vervolgens ontdoen we ons van water en ontstaat huishoudelijk of bedrijfsafvalwater. Met het rioolstelsel zamelen we het huishoudelijke afvalwater in. Het relatief schone hemelwater wordt in veel gevallen meteen in de bodem of het oppervlaktewater gebracht, overtollig grondwater lozen we als het kan direct in oppervlaktewater. Een deel van het grond- en hemelwater wordt samen met het huishoudelijk afvalwater via het rioolstelsel afgevoerd naar de zuivering van het waterschap Limburg. Het gezuiverde water wordt uiteindelijk geloosd op de oppervlaktewateren. Om ervoor te zorgen dat de waterketen bijdraagt aan een gezonde en veilige leefomgeving streven we de volgende doelen na:

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 33

Met opmerkingen [PJ5]: Toegevoegd n.a.v. reactie WML

1. 2. 3. 4.

We beschermen de volksgezondheid We voorkomen schade aan het milieu We werken aan een duurzame waterketen We zorgen voor schoon en voldoende water

In dit hoofdstuk ligt de focus op water en een veilige en gezonde leefomgeving 11. In hoofdstuk 6 wordt nader ingezoomd op een gezond waterecosysteem. In de paragraaf 5.2.3 wordt nader ingegaan op water in relatie tot klimaatadaptatie. 1. Beschermen van de volksgezondheid We voeren het vervuilde water af uit de leefomgeving en beschermen zo de volksgezondheid. We proberen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen en als dit niet kan dan scheiden en/of zuiveren we het. 2. Voorkomen schade aan het milieu We voorkomen schade aan het milieu door ervoor te zorgen dat ons stelsel voldoende water kan afvoeren. Daardoor wordt zo weinig mogelijk vuil water direct, bijvoorbeeld via overstorten, in het milieu geloosd. Te veel hemelwater in de riolering zorgt voor extra overstortingen. Hiervoor hanteren we de trits vasthouden – bergen – afvoeren. Dit betekent dat we ten eerste proberen om hemelwater tijdelijk vast te houden op de plek waar het is gevallen, ten tweede proberen we het hemelwater te bergen op een plek waar het geen overlast geeft en ten derde proberen we het hemelwater zo af te voeren dat het geen problemen geeft. We hanteren ook de trits schoonhouden – scheiden – zuiveren.

Dit betekent dat we ten eerste proberen om schoon hemelwater niet vervuild te laten worden, ten tweede proberen we om het schone hemelwater gescheiden van huishoudelijk afvalwater af te voeren en ten derde proberen we om het water dat vervuild is geraakt te zuiveren. Alle riolen, watergangen en andere onderdelen van de waterketen moeten voldoende capaciteit hebben of krijgen. In sommige gebieden zal dit makkelijker zijn dan in andere, bijvoorbeeld doordat er veel water uit het omliggende gebied naartoe afstroomt. Met de risicodialogen gaan we kijken wat er in elk gebied mogelijk is. 3. Duurzame waterketen We zien stedelijk afvalwater als potentiële bron van nuttige grondstoffen, energie, warmte en herbruikbaar water. Daarom stimuleren we stimuleren circulariteit in de waterketen. Wanneer mogelijk maken we gebruik van hergebruikte en herbruikbare materialen en zorgen we dat het afvalwater gebruikt kan worden als grondstof. 4. Schoon en voldoende water Samen met medeoverheden zorgen we voor een schoon grond- en oppervlaktewater. We streven ernaar dat onze wateren voldoen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), zodat we ook in de toekomst schoon drink- en zwemwater tot onze beschikking hebben.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot water en een veilige en gezonde leefomgeving? Momenteel wordt gewerkt aan een beleidsplan water en klimaatadaptatie waarin de ambities voor o.a. water en een veilige en gezonde leefomgeving verder worden uitgewerkt.

11 Hierbij hebben wij gebruikgemaakt van de Bouwstenen voor water en klimaat (Water in Limburg. Waterpanel Noord).

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 34

5.2.3

Een klimaatbestendig Stein

De verandering van het klimaat heeft grote impact op de fysieke leefomgeving en kan gezondheidsproblemen veroorzaken. klimaatverandering zorgt ervoor dat het vaker en heviger gaat regenen, dat piekafvoeren van de rivieren veranderen, dat het langere aaneengesloten perioden droog is en dat het warmer wordt. We passen ons aan deze veranderende omstandigheden aan, dit noemen we klimaatadaptatie. Voor wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid hebben we in beeld wat we willen bereiken en schetsen we wat we normaal vinden, wat we accepteren en welke grote gevolgen we willen voorkomen. In Stein heeft dit gevolgen voor de leefomgeving in het stedelijk en landelijke gebied. We beschrijven de effecten voor wateroverlast, waterveiligheid, droogte en hitte. Wateroverlast Hevige neerslag in een korte periode zorgt ervoor dat de waterketen en de fysieke leefomgeving een grote hoeveelheid water moet verwerken. Wanneer de bui heviger is dan het watersysteem en de omgeving aan kan, dan kan er wateroverlast en zelfs schade ontstaan. Waterveiligheid Door klimaatverandering moet er in bepaalde perioden meer water worden afgevoerd. Dit leidt tot hogere piekafvoeren in de Maas en de beken, waardoor de kans op overstromingen vergroot. Bij een overstroming bestaat de kans op slachtoffers en tijdelijk een beperkte toegang en gebruik van het overstroomde gebied.

De Deltabeslissing Waterveiligheid beschrijft afspraken en normen om Nederland te beschermen tegen overstromingen.Deze zijn bepalend voor de hoogte en veiligheid van de dijken langs de Maas. De veiligheidsnorm voor primaire waterkeringen is vastgelegd in de artikel 2.2 van de Waterwet. Het Waterschap voert de aanleg, beheer en onderhoud uit van deze dijken. De dijkversterking valt onder het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) van het Rijk. Droogte Lange aaneengesloten perioden van droogte zorgen ervoor dat de grondwaterstand daalt. Een lagere grondwaterstand heeft effect op groen, natuur en landbouw. Het kan ervoor zorgen dat de vegetatie verdroogd, de biodiversiteit kleiner wordt. Het heeft ook effect op de bebouwde omgeving. Door droogte en lagere grondwaterstanden kunnen verzakkingen optreden, vooral in gebieden met een klei ondergrond kunnen problemen optreden. Daarnaast kunnen door droogte problemen ontstaan met de drinkwatervoorziening. Hitte Aanhoudende (extreme) hitte kan gezondheidsproblemen geven. Die kunnen variëren van milde klachten tot zelfs levensbedreigende aandoeningen. Naast hittestress bestaan er andere gezondheidsrisico’s zoals de combinatie van hitte met luchtvervuiling (vorming van hoge ozongehaltes bij zomersmog) en verergering van bestaande chronische aandoeningen.

Risicogroepen vormen met name ouderen (75plussers), een grote (toenemende) groep inwoners in onze gemeente. Verder lopen mensen met een chronische aandoening en medicijngebruik een verhoogd gezondheidsrisico, evenals eenzamen, (zeer) jonge kinderen, mensen met overgewicht en deelnemers aan (sport)evenementen en intensieve buitenactiviteiten.

Passende bescherming voor de effecten van klimaatverandering Om ervoor te zorgen dat Stein klimaat bestendig wordt streven naar het bieden van een passende bescherming voor de effecten van klimaatverandering. De klimaatbestendigheid van een gebied is in grote mate afhankelijk van de ruimtelijke kenmerken. De ondergrond in Stein bestaat uit een combinatie van löss en klei. Er is afwisselend hellend en vlak terrein. In de kernen is veel oppervlak verhard.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 35

Met opmerkingen [PJ6]: Toevoeging n.a.v. reactie Waterschap

We willen de openbare en particuliere ruimte zo goed mogelijk klimaatbestendig inrichten. Een klimaatbestendige inrichting heeft zo min mogelijk verharding en veel groene ruimte. De ruimte wordt zoveel mogelijk multifunctioneel gebruikt, bijvoorbeeld een groenstrook als waterberging, en een gevel met groen. Daarnaast willen we dat onze inwoners weten wat ze kunnen doen op het moment dat er toch grote gevolgen plaatsvinden door extreme weersomstandigheden. Groene ruimte kan ook een positieve bijdrage leveren aan de omgevingsveiligheid (zie ook 5.2.1): • groenstroken die afstand creëren tussen risicobronnen en risico-ontvangers; • waterpartijen die ingezet worden als secundair bluswater. Verschillende gebieden hebben verschillende kenmerken. We streven naar een gelijk beschermingsniveau in de hele gemeente. Wanneer dit door lokale omstandigheden op een bepaalde plek niet mogelijk is, kijken we hoe we op een andere manier invulling kunnen geven aan klimaatbestendigheid. Wateroverlast We beperken de kans op wateroverlast. Dit doen we gezamenlijk met medeoverheden. Om te bepalen waar we aan de slag gaan gebruiken we de volgende ambitie: Grote gevolgen voorkomen Slachtoffers (gewonden en/of doden), uitval van vitale infrastructuur, ontoegankelijkheid van grotere gebieden. Accepteren Schade door water in panden bij bestaande bouw.

Normaal Water op straat, in openbaar groen, in tuinen, op parkeerplaatsen.

De bekenstructuur is belangrijk in het afvoeren van water. We vinden het daarom belangrijk dat deze structuur blijft bestaan en er rondom de beken ruimte is om water af te voeren. We proberen afstroming uit landelijk gebied tegen te gaan. Samen met de landbouw, gaan we als gemeenten en waterschap zoeken naar mogelijkheden om water vast te houden op akkers, water op te vangen rondom het stedelijk gebied, water beter te transporteren door het stedelijk gebied en overlastgevoelige panden beter te beschermen. In de kernen werken we aan klimaatbestendigheid door bewoners en bedrijven hemelwater in principe zelf te laten verwerken op eigen perceel, zoals ook in de Waterwet staat aangegeven. Pas als ze dit niet kunnen, mogen ze het afvoeren naar een gemeentelijke voorziening. Bij bestaande bouw starten we daarom een campagne die bewoners informeert en stimuleert om verharding om te zetten in groen. Is een gebied erg gevoelig voor wateroverlast en zien we weinig kansen om een gebied beter te beschermen tegen wateroverlast, dan informeren we de bewoners en bedrijven in dat gebied over de mogelijkheden die zij hebben om water in panden tegen te gaan. Bij nieuwbouw sluiten we aan op de vereisten in de Keur van het Waterschap Limburg. Hierin staat dat bij vergunningplichtige lozingen op een oppervlaktewater een dynamische berging van minimaal 80mm/2 uur moet worden aangelegd.

Dit betekent dat: • grote ontwikkelingen die onder de Keur vallen moeten voldoen aan de 80mm/2 uur die in de Keur staat genoemd. • kleine ontwikkelingen en aanpassingen aan de openbare ruimte moeten streven om aan de 80mm/2 uur te voldoen. In bestaand bebouwd gebied is dit vaak lastig, daarom hanteren we hiervoor een ondergrens van 35mm/uur en het streven om een zo groot mogelijk deel van de 80mm/2 uur op een doelmatige manier te bereiken. Waterveiligheid In Stein willen we de gevolgen van overstromingen zoveel mogelijk beperken. Om te bepalen waar we aan de slag gaan gebruiken we de volgende ambitie: Grote gevolgen voorkomen Slachtoffers (gewonden en/of doden), ontwrichting Accepteren bij overstroming Schade, tijdelijke beperking gebruik van gebied Normaal Risico bestaat op overstroming

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 36

Met opmerkingen [PJ7]: Toegevoegd n.a.v. reactie Brandweer ZL

We beschermen onze inwoners tegen hoog water door het aanleggen van goede dijken en vitale infrastructuur en objecten, zoals het energienetwerk en stroomhuisjes, te beschermen. Daarnaast zorgen we ervoor dat we een goede calamiteiten organisatie hebben en dat er vluchtroutes zijn op het moment dat het nodig is. Droogte In de Stein willen we droogte zoveel mogelijk voorkomen. Om te bepalen waar we aan de slag gaan gebruiken we de volgende ambitie: Grote gevolgen voorkomen Teruggang biodiversiteit, grootschalig uitvallen bomen, problemen drinkwatervoorziening Accepteren bij grote droogte Uitval van bomen, verzakkingen Normaal Dor gras, verdroogde planten, bruine bladeren In de aanpak tegen droogte sluiten wij aan bij de voorkeursvolgorde voor zoetwater en droogte die het Rijk heeft opgesteld naar aanleiding van de droge zomers van 2018 en 2019. Voor Stein geldt: • beter vasthouden van water om overlast te voorkomen en beschikbaarheid zeker te stellen; • om wateroverlast te voorkomen zijn de vervolgstappen (1) bergen en (2) afvoeren van water en • om watertekort te voorkomen is de vervolgstap het slimmer verdelen over de watervragende functies in een gebied • bij een natuurlijk fenomeen is nooit alle schade te voorkomen, dus als de inzet toch nog onvoldoende is, dan accepteren we verdroging van vegetatie, uitval van bomen en verzakkingen.

Hitte In Stein willen we hittestress zoveel mogelijk voorkomen. Om te bepalen waar we aan de slag gaan gebruiken we de volgende ambitie: Grote gevolgen voorkomen Slachtoffers (gewonden en/of doden) Accepteren bij hete periode Vermindering arbeidsproductiviteit, vermindering mogelijkheden gebruik leefomgeving (bijv. hete sportvelden) Normaal Warmere plekken in stedelijk gebied We streven om in 2050 een klimaatadaptieve inrichting en beheer van onze gemeente te realiseren met als gezondheidsambitie minder dan 14 warme nachten in 2050. Klimaatadaptatie vraagt om belangrijk ruimtelijke keuzes en een robuuste inrichting zowel boven als onder de grond met oog voor de kwaliteit van de leefomgeving. In hoofdstuk 7 zullen wij nader ingaan op de relatie tussen klimaatadaptatie en landschap.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot een klimaatbestendig Stein? Zoals eerder aangegeven worden de ambiites met betrekking tot een klimaatbestendig Stein nader uitgewerkt in een beleidsplan water en klimaatadaptatie. Nu al proberen we hittestress, verdroging en wateroverlast te beperken door inwoners bewust te maken van het belang van een groene en dus klimaatadaptieve omgeving. Door o.a. de klimaatbomen actie worden inwoners door het aanbieden van bomen tegen gereduceerd tarief gestimuleerd bomen aan te planten in tuinen waardoor ook elke individuele burger kan bijdragen aan een klimaatadaptieve omgeving. In een nog op te stellen bomenbeheerplan gaan we naar de toekomst toe de te nemen maatregelen t.b.v. behoud van het bomenbestand in beeld brengen daarbij rekening houdende met het veranderende klimaat.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 37

In reconstructieplannen zoeken en verwerken we de mogelijkheden van wateropvang in de groenstructuren zoals de waterberging parkeerplaats zwembad Steinerbos die naast de functie wateropvang een ecologische functie heeft.

5.2.4

Bescherming milieu en volksgezondheid

Industriële bedrijven, maar ook het verkeer kan de leefkwaliteit belemmeren door de uitstoot van geur, geluid, stoffen en hierdoor overlast, veiligheidsrisico’s en gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Voor onze gemeente een belangrijk aspect gelet op de ligging nabij Chemelot, luchthaven en diverse wegspoor- en waterwegen. Dit heeft tevens als consequentie dat een aantal milieuaspecten (bv. verkeerslawaai van snelwegen, luchtkwaliteit) buiten onze invloedsfeer liggen en wij daarop onze ambitie afstemmen. Relevante milieuthema’s maken dan ook onderdeel uit van de Omgevingsvisie. In een gezonde leefomgeving zijn de negatieve gevolgen van milieuaspecten zo klein mogelijk. Door het opnemen van milieuaspecten in de Omgevingsvisie is het tevens mogelijk om de noodzakelijke milieubescherming verder te vertalen in gerichte regels in het Omgevingsplan, binnen de beschikbare kaders van de lokale afwegingsruimte die door de Omgevingswet wordt geboden. De Omgevingsvisie bepaalt de richting en keuzen op welke wijze wij het milieu willen beschermen. De Omgevingsvisie vormt de eerste aanzet van die concrete normen en (uiteindelijk) ten aanzien van de handhaafbaarheid daarvan. In navolging van de Rijksoverheid zetten wij in op het voorkomen van milieu- en natuurschade. Pas als het niet of onvoldoende lukt, wordt ingezet op compensatie van milieuschade en natuur.

Wij onderscheiden de volgende milieuthema’s: Algemeen 1. Bodem 2. Geluid 3. Luchtkwaliteit 4. Geur 5. Licht 1. Bodem Artikel 1.2 van de Omgevingswet benoemt de bodem als onderdeel van de fysieke leefomgeving. Wanneer we een doorkijk maken naar de toekomst zijn er enkele belangrijke pijlers die ook als bodembeheer in de Omgevingswet zijn verankerd. • Zorgplicht: het voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen • Het beheren van oude bodemverontreinigingen • Kaderstelling: het functiegericht toekennen van deelgebieden of zones. We streven naar een milieu hygiënische bodemkwaliteit conform de gebruiksfunctie. De aanwezigheid van een bodemverontreiniging betekent niet altijd dat de mensen die gebruik maken van de verontreinigde bodem ook gezondheidsrisico’s lopen. Dit komt omdat de blootstelling van de gebruikers aan de in de bodem voorkomende stoffen over het algemeen heel laag is. Omdat de blootstelling afhankelijk is van het gebruik van de bodem, is naast de aard en mate van de verontreiniging, het gebruik bepalend voor de eventuele gezondheidsrisico’s. Wij volgen voor wat betreft bodem het landelijk wettelijk kader, aangezien wij voor wat betreft het aspect bodem in onze gemeente geen beperkende factor zal zijn in het kader van de leefkwaliteit binnen onze gemeente.

PM Aanvullen met uitgangspunten bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota via RUD ZL (nog niet definitief beschikbaar)

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 38

Met opmerkingen [PJ8]: Aangescherpt n.a.v. reactie GGD ZL

2. Geluid Geluidoverlast kan nadelige effecten hebben voor de volksgezondheid. Geluid heeft betrekking op geluidbelasting als gevolg van bedrijfsactiviteiten (industrielawaai) en verkeer (o.a. weg- en railverkeerslawaai). Industrielawaai Door het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten wordt, door zowel kleine als grote inrichtingen, geluid geproduceerd. Dit kan lokaal door bijvoorbeeld koelingen bij winkels, verkeer van of naar een winkel of (een terras bij) een horeca inrichting. Op grotere schaal is dat ook mogelijk door grotere inrichtingen. Kleinere inrichtingen vallen meestal onder de meldingsplicht en dienen te voldoen aan algemene regels. Bij eventuele overlast kan handhavend worden opgetreden. Voor groter inrichtingen en industrieterreinen gelden andere regels. De Haven Stein is een gezoneerd industrieterrein. Dit wil zeggen een bedrijventerrein waar zware industrie wordt toegestaan. Grote lawaaimakers zijn uitsluitend op industrieterreinen toegestaan dat die activiteit planologisch toelaat en waarvoor zogenaamde geluidproductieplafonds zijn vastgesteld. Het gaat om activiteiten die een aanzienlijke mate van geluid kunnen veroorzaken. In het Masterplan Chemelot 2030 wordt aangegeven dat de geluidsruimte in de Haven Stein beperkt is, gelet op de toekomst wanneer meer vervoer over water gaat plaatsvinden.

Onder de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid om te zoeken naar geluidsruimte. Wij kunnen daar als bevoegd gezag voor kiezen. Onder regie van de Provincie Limburg wordt een integrale visie voor de Haven Stein opgesteld waarbij diverse ontwikkelingen met betrekking tot de Haven Stein worden meegenomen. Hierbij wordt tevens de relatie tot het Blueportsnetwerk en Knooppunt 046 betrokken. Hierbij dient enerzijds aandacht te zijn voor de economisch belangen van de bedrijven en de veranderende kijk op duurzame transportbewegingen maar anderzijds ook aandacht te zijn voor de leefkwaliteit in de omgeving van de haven en de verbindingsroute tussen de haven en Chemelot. Verkeerslawaai Gelet op de ligging van de gemeente Stein aan diverse snelwegen zien wij wegverkeerslawaai als een vaststaand gegeven. Het percentage van de mensen dat is blootgesteld aan geluidbelasting van meer dan 50dB per etmaal ligt in onze gemeente gemiddeld op 57,7% 12 (RIVM, 2016). Er zijn geen woningen in onze gemeente waar de geluidbelasting ten gevolge van verkeer hoger is dan de maximale ontheffingswaarde van 65 dB(A) 13. Bij eventuele uitbreidingen zullen wij met het wegverkeerslawaai van deze wegen rekening houden zodat er sprake is van een zo optimaal mogelijke leefkwaliteit.

Concreet betekent dit, dat bij nieuwbouw en hoge geluidbelastingen hiermee rekening wordt gehouden in het ontwerp van plannen (geluidafscherming door de woningen zelf) en de indeling van woningen (geluidgevoelige ruimten en buitenruimten) aan de geluidluwe zijde. Railverkeer In onze gemeente is een aantal woningen gelegen met een hoge geluidbelasting ten gevolge van railverkeer. In het kader van de sanering van te hoog belaste woningen door het Rijk is een saneringsplan opgesteld. Dit betreft met name woningen gelegen in Elsloo. Door het plaatsen van zogenaamde raildempers worde de geluidbelasting teruggebracht en waar het geluidniveau binnen te

Het gemiddeld percentage voor heel Nederland bedroeg 53% (RIVM, 2016). Uit een inventarisatie door een samenwerking van inwoners (DOP’s), GGD Zuid-Limburg, RUD Zuid-Limburg en de gemeente is gebleken dat ook door cumulatie van verschillende geluidsoorten er geen woningen zijn met een geluidbelasting hoger dan 65 dB(A). 12 13

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 39

Met opmerkingen [PJ9]: Verbreden is veranderd in zoeken. N.a.v vraag Chemelot wat verbreden betekent (verruimen, vergroten)

hoog blijft, worden de woningen aanvullend akoestisch geïsoleerd. Voor railverkeerslawaai gelden voor nieuwbouw op geluidbelaste locaties dezelfde condities als bij wegverkeer. Het aspect geluid (industrie en verkeer) nemen wij integraal mee in de beleidskeuzes die wij met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving maken. Wij zoeken hierbij naar een balans tussen de mate van geluidsoverlast en de leefkwaliteit en maken hierbij onderscheid in woonkernen, buitengebied en bedrijventerreinen. Gelet op het feit dat wij een woongemeente willen zijn, willen wij de geluidbelasting door industrie en wegverkeer in en in de directe nabijheid van onze woonkernen handhaven. Dit geldt nog sterker voor onze buitengebieden waar landelijke verstilling één van onze troeven is (zie hoofdstuk 7 versterken van de unieke omgevingskwaliteiten). Ook wat betreft geluid volgen wij grotendeels het wettelijk kader. In gebieden waar wij iets extra’s willen doen regelen wij dit in het Omgevingsplan. 3. Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit is belangrijk voor de volksgezondheid en de leefkwaliteit. Stoffen die een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit kunnen hebben zijn afkomstig van tal van milieubelastende activiteiten. Het gaat dan om productieactiviteiten en verkeersbewegingen.

We willen een slechte luchtkwaliteit zo veel mogelijk voorkomen, omdat deze in het bijzonder bij bepaalde groepen mensen (kinderen, ouderen en mensen met een zwakke gezondheid) leiden tot aantastingen van de luchtwegen en/of hart- en vaatstelsel. De luchtkwaliteit in onze gemeente voldoet aan de wettelijke normen. 14 Ook in de toekomst willen wij blijven voldoen aan de wettelijke normen ten aanzien van luchtkwaliteit. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de luchtkwaliteit in onze gemeente grotendeels afhankelijk is van invloeden van buitenaf (O.a. buitenland, Chemelot en snelwegen). 4. Geur Geur kan ontstaan als gevolg van uiteenlopende milieubelastende activiteiten en daarmee hinder veroorzaken of nadelige effecten op de gezondheid hebben. Deze milieubelastende activiteiten kunnen plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf, maar ook in het kader van de uitoefening van een hobby zoals het op kleine schaal houden van landbouwhuisdieren. Op basis van de beschrijving van het milieuaspect geur in de beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit va de fysieke leefomgeving in onze gemeente (bijlage 1) en de conclusie dat in onze gemeente geen concrete situaties bekend zijn waarbij de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat vanwege geuroverlast, streven wij ernaar de huidige minimale geurbelasting te handhaven. 5.

Licht Straatverlichting, sportveldverlichting en lichtreclames zijn belangrijke bronnen voor licht. Teveel en verkeerd ontworpen of gerichte verlichting veroorzaakt lichtvervuiling. Hierdoor kunnen ecologische problemen, lichthinder en gezondheidsproblemen ontstaan. In onze gemeente zijn geen concrete situaties bekend waarbij de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat vanwege lichtvervuiling. Wij stellen geen extra eisen voor wat betreft licht.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot bescherming van het milieu en volksgezondheid? Voor een overzicht van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving met betrekking tot de verschillende milieu aspecten wordt verwezen naar bijlage 1. 14

Ook uit metingen van inwoners (DOP’s), GGD Zuid-Limburg, RUD Zuid-Limburg en de gemeente bevestigen dat de concentraties fijnstof voldoen aan de wettelijke normen.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 40

5.2.5

Bevorderen van een (positief) gezonde leefomgeving

Een gezonde inrichting van de leefomgeving beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden en bevordert de gezondheid. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die bewoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn, en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn: uitnodigen tot bewegen (wandelen, fietsen, spelen), elkaar ontmoeten, ontspannen, een goede milieukwaliteit (lucht, geluid), klimaatbestendigheid (zoals meer groen voor tegengaan hitte- en wateroverlast) en een goede toegang tot voorzieningen. Een gezonde leefomgeving is een veilige leefomgeving, draagt bij aan duurzaamheid en vergroot de maatschappelijke en economische waarde van een gemeente of een gebied. De inrichting van de omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. In een veilige- en gezonde leefomgeving zijn onze inwoners zelfredzaam tijdens een ramp of crisis, is er aandacht voor minder-zelfredzamen, is de zorgcontinuïteit geborgd en is zorg toegankelijk en bereikbaar 70% van onze inwoners ervaart de eigen gezondheid als goed (GGD Zuid-Limburg, 2018 15). Uit diverse onderzoeken is echter gebleken dat inwoners van Zuid-Limburg een gezondheidsachterstand hebben ten opzichte van de rest van Nederland. Hierbij valt ook een minder gezonde leefstijl op.

Zo bevordert bewegen ook de mentale gezondheid en verhoogt in het algemeen de kwaliteit van leven. Uit cijfers van de GGD Zuid-Limburg blijkt dat in de gemeente Stein 60,4% van de inwoners in de leeftijd 19-64 jaar voldoet aan de beweegnorm. In Zuid-Limburg voldoet 56,8% in deze categorie aan de beweegnorm. In de categorie 65+ is dit in Stein 73%. Bij 51% van de inwoners in de leeftijd tussen de 19 en de 64 jaar is sprake van (ernstig) overgewicht. Bij mensen van 65 en ouders ligt het percentage met (ernstig) overgewicht op 63%. Het aantal jongeren dat voldoet aan de beweegnorm ligt in ZuidLimburg op 18% (Provinciale Jeugdmonitor GGD, 2019). Gelet op bovenstaande cijfers zien wij voor sport en bewegen een essentiële, preventieve rol om onze inwoners vitaler te maken. Wij willen sport en bewegen meer integreren in het dagelijks leven van onze inwoners. Dit kan op school, werk, thuis, bij een vereniging of sportschool, maar vooral ook buiten. Buiten bewegen draagt bij aan een algehele positieve gezondheid. Ook onze unieke omgevingskwaliteiten dragen bij aan een (positief) gezonde leefomgeving (zie hoofdstuk 6). Een gezonde leefomgeving voor onze inwoners heeft niet alleen een positieve invloed op de leefstijl, maar ook een positieve invloed op de leefkwaliteit in wijken en de sociale contacten die dit met zich meebrengt dragen bij aan een algehele positieve gezondheid.

Een gezonde leefomgeving maakt het makkelijker om gezonde keuzes te maken. Een groep van inwoners die nu nog niet uit zichzelf beweegt kan met een gezonde en uitnodigende buitenruimte gestimuleerd worden om in beweging te komen, te sporten en andere mensen te ontmoeten. Dit laatste is extra aantrekkelijk voor doelgroepen die nu nog niet of nauwelijks bewegen. Den hierbij aan mensen met een drukke of onregelmatige agenda (onafhankelijk van tijd of locatie) of mensen met een kleine beurs (gratis toegang). Wij zorgen voor een beweegvriendelijke openbare ruimte die gezond gedrag van onze inwoners stimuleert en jong en oud uitnodigt om te bewegen en te sporten. Hierbij leggen we uitdrukkelijk verbindingen met onze unieke omgevingskwaliteiten (natuur en landschap, recreatieve fiets- en wandelroutes) en meer groen in en tussen onze wijken en kernen. Kortom een positief gezonde leefomgeving die niet alleen bewegen, gezondheid en vitaliteit in de meest brede zin stimuleert, maar ook een bijdrage levert aan ontspannen en elkaar ontmoeten (zie ook 4.2.2. samenleven door ontmoeten en verbinden) . Behalve de openbare ruimte zo in te richten dat een actieve leefstijl wordt gestimuleerd, vinden wij het ook van belang dat gezonde voeding een makkelijke en logische keuze wordt, zodat problemen rond overgewicht worden tegengegaan.

Het gaat daarbij bijvoorbeeld om zaken als een gezond voedingsaanbod op en rond scholen, sportterreinen en andere gemeentelijke voorzieningen.

15

Gezondheidsatlas GGD Zuid-Limburg (2018)

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 41

Met opmerkingen [PJ10]: Toegevoegd n.a.v. reactie GGD ZL Met opmerkingen [PJ11]: Cijfers aangepast n.a.v. reactie GGD ZL

Wij vinden het belangrijk dat kinderen opgroeien in een rookvrije omgeving. Meeroken door kinderen heeft een nadelige invloed op de ontwikkeling van de longen en geeft een verhoogde kans op luchtweginfecties, op hoesten en het ontwikkelen van astma. De fysieke en sociale omgeving spelen een rol in tabakspreventie door te beschermen tegen meeroken en tegelijkertijd uit te dragen dat de norm ‘niet roken’ is. Genoemde maatregelen beperken ook de blootstelling van volwassen meerokers en ontmoedigen bovendien het roken. Het rapport van het RIVM 16 over de impact van Covid-19 op het lokaal gezondheidsbeleid bevestigt onze ambities met betrekking tot het bevorderen van een (positief) gezonde leefomgeving. Door de coronacrisis zijn rokers gemiddeld meer gaan roken en stijgt het aantal mensen met overgewicht. Ook is er sprake van meer druk op een gezonde leefomgeving. Vanwege het virus en de maatregelen maken groepen mensen vaker gebruik van de openbare ruimte in de buurt.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het bevorderen van een (positief) gezonde leefomgeving?

Zoals bekend kent Zuid-Limburg een hardnekkige gezondheidsachterstand ten opzichte van de rest van Nederland. Met het Programma Trendbreuk willen we samen met de andere 15 Zuid-Limburgse gemeenten deze achterstand inlopen. Hierbij ligt de nadruk op de jeugd om veilig, gezond en kansrijk op te groeien. In het Gezond sport- en beweegakkoord Stein hebben wij samen met sport- en beweegaanbieders, onderwijs, zorg en welzijn en maatschappelijke organisaties onze visie en concrete doelen geformuleerd. Eén van de speerpunten is een gezonde ruimte waar onze ambities zoals geformuleerd in deze Omgevingsvisie grotendeels zijn uitgewerkt in concrete doelen en acties. Voor ouderen en jongeren worden in onze gemeente specifieke programma’s aangeboden omdat deze doelgroepen het minst vaak voldoen aan de landelijke beweegrichtlijnen. Voor ouderen zijn er fitheidstesten, beweegadviezen, een beweegmarkt en Meer Bewegen voor Ouderen. Binnen HealthyLIFE worden personen met overgewicht via coaching op het gebied van beweging, voeding en gedrag begeleid naar een gezonde leefstijl. Om ook de jeugd aan een gezonde leefstijl te helpen heeft men zich in 2020 voor drie jaar gecommitteerd aan de JOGG-aanpak (Jongeren op Gezond Gewicht). Sport, onderwijs, ondernemers, zorg, welzijn en overheid slaan hierbij de handen ineen om een gezonde omgeving voor jongeren te creëren, waarin gezond gewoon wordt.

Ook in ons Mobiliteitsplan leggen wij een relatie tussen bewegen en vormen van mobiliteit (lopen en fietsen). Wij bevorderen een gezonde leefstijl door maatschappelijke voorzieningen goed bereikbaar te maken en het groen in de kernen met het buitengebied te verbinden voor wandelaars en fietsers.

5.4 Uitgangspunten thema een gezonde en veilige leefomgeving Met betrekking tot het thema een gezonde en veilige leefomgeving hanteren we de volgende uitgangspunten: •

16

Een veilige en gezonde leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om de leefkwaliteit in de gemeente Stein als woongemeente te versterken.

RIVM, 27 november 2020. Corona-inclusieve Volksgezondheidstoekomstverkenning.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 42

•

Wij zetten in op het aan de voorkant verkleinen van veiligheidsrisico’s voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers, het voorkomen incidenten en een goede voorbereiding van rampen en crises mochten deze zich voordoen.

•

De waterketen draagt bij aan een gezonde en veilige leefomgeving.

•

We bieden passende bescherming voor de effecten van klimaatverandering: o de openbare en particuliere ruimte worden zo goed mogelijk klimaatbestendig ingericht o de kans op wateroverlast wordt beperkt o de gevolgen van overstromingen worden zoveel mogelijk beperkt o droogte en hittestress worden zoveel mogelijk voorkomen

•

Voor wat betreft milieu aspecten voldoen wij aan de daarvoor geldende wetten en normen. Wij houden hierbij rekening met de specifieke kenmerken van een gebied (woonkernen, bedrijventerreinen en buitengebied).

•

Tevens houden wij rekening met de volgende milieubeginselen: Het voorzorgsbeginsel Dit beginsel houdt in dat de overheid maatregelen kan nemen als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben. Het gaat om onzekere risico’s waarbij nog geen wetenschappelijke gegevens bekend zijn. Voorbeelden zijn elektromagnetische velden en de introductie van nieuwe stoffen. Het beginsel van preventief handelen Dit beginsel houdt in dat, wanneer maatregelen moeten worden genomen, die maatregelen in de eerste plaats gericht moeten zijn op het voorkomen van milieuverontreiniging en niet op het herstellen of ongedaan maken van de verontreiniging nadat deze zich heeft voorgedaan. Het beginsel van voorrang voor bronbeleid Dit beginsel houdt in dat milieubeschermende maatregelen richten zich op de bron van de verontreiniging in plaats van op de ontvanger van de verontreiniging. Het beginsel van de vervuiler betaalt Dit beginsel houdt in dat de vervuiler verantwoordelijk is voor de kosten die gemoeid zijn met het voorkomen van de door hem veroorzaakte verontreiniging.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 43

Hoofdstuk 6 6.1

Unieke omgevingskwaliteiten

Wat is onze ambitie?

Onze gemeente heeft unieke omgevingskwaliteiten. Enerzijds vanwege de gunstige geografische ligging en anderzijds door de aanwezigheid van hoogwaardige voorzieningen. Onze inwoners waarderen deze omgevingskwaliteiten zoals de groene verbindingen, de beleving van Stein als gemeente aan het water (Grensmaas), de cultuurhistorische waarden van onze verschillende kernen en de kwaliteit van de openbare ruimte. De diverse woonkernen zijn verbonden door een gevoel van rust, ruimte en vrijheid, waardoor we een balans creëren in werken en ontspannen. Om ook in de toekomst een duurzame woongemeente te blijven, zullen wij deze unieke omgevingskwaliteiten samen met inwoners en ondernemers verder versterken.

6.2

Wat is nodig?

Om ook in de toekomst een duurzame woongemeente te blijven, zullen wij deze unieke omgevingskwaliteiten die bestaan uit gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde samen met inwoners en ondernemers verder versterken. De belevingswaarde willen wij versterken door in te zetten op landelijke verstilling en het uitbouwen van authentieke waarden, waaronder cultuurhistorie en de ligging aan het water. Hierbij liggen verder opgaven met betrekking tot het versterken en uitbouwen van ons toeristisch profiel en een toekomstbestendige land- en tuinbouw. De waarde van onze openbare ruimte versterken wij door deze meer te benutten als plek voor ontmoeten, sporten en recreëren. Hierbij dragen wij tevens bij aan sociale en vitale wijken en kernen (zie ook hoofdstuk 5) en draagt een gezonde leefstijl bij aan vitale inwoners (zie hoofdstuk 6).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=87ae4a33-ac94-4968-9bee-53c116d76872