CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Voorlopig concept Ontwerp-Omgevingsvisie.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorlopig concept Ontwerp-Omgevingsvisie (versie april 2021)28.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ontwerp Omgevingsvisie Voorlopig concept versie april 2021

Voorlopig Concept Ontwerp Omgevingsvisie auteur Pascalle Janssen, Concerncontrol versie 2e concept ontwerp-Omgevingsvisie datum 21 april 2021

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 2

inhoudsopgave

inhoudsopgave ............................................................................................ 3 Inleiding ..................................................................................................... 6 Deel I ......................................................................................................... 7 Algemeen.................................................................................................... 7 Hoofdstuk 1 De Omgevingsvisie (wettelijk kader) ........................................ 8 1.1.

De Omgevingswet ........................................................................................................... 8

1.2.

De Omgevingsvisie als instrument .................................................................................... 8

1.3. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ..................................................................................... 8 1.3.1

NOVI-gebied Zuid-Limburg .............................................................................................. 9

1.4. Omgevingsvisie Provincie Limburg ....................................................................................... 10 Hoofdstuk 2 De Omgevingsvisie van de gemeente Stein ............................................................... 12 2.1. Proces totstandkoming Omgevingsvisie ................................................................................ 12 2.1.2. Uitgangspunten en ambities Omgevingsvisie ...................................................................... 12 2.1.3 Participatieproces ............................................................................................................ 13 2.1.4. Monitoring & evaluatie..................................................................................................... 15 2.2. Context Omgevingsvisie ..................................................................................................... 16 2.2.1. De relatie tussen de strategische toekomstvisie en de Omgevingsvisie .................................. 16 2.2.2 (Grensoverschrijdende) samenwerking en de Omgevingsvisie ............................................... 17 2.2.2 Programma’s en Omgevingsvisie ....................................................................................... 18 2.2.3 Het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie ..........................................................................

19 Leeswijzer deel 2 Omgevingsvisie .............................................................................................. 21 Hoofdstuk 3 Hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving ............................................ 22 Hoofdstuk 4

Sociale en vitale wijken en kernen ........................................................................ 23

4.1

Wat is onze ambitie? ..................................................................................................... 23

4.2

Wat is nodig? ............................................................................................................... 23

4.2.1

Afstemmen van de woonmilieus op de toekomstige (regionale) samenstelling van de bevolking 23

4.2.2

Samenleven: ontmoeten & verbinden faciliteren en stimuleren ........................................... 25

4.2.3

Actief eigenaarschap van inwoners en ondernemers verder stimuleren en faciliteren ............. 26

4.2.4

Trots en bewust van onze eigen(zinnige) identiteit en kwaliteit ........................................... 27

4.4 Uitgangspunten thema sociale en vitale wijken en kernen ....................................................... 28 Hoofdstuk 5 Een veilige en gezonde leefomgeving........................................................................ 30 5.1 Wat is onze ambitie? ........................................................................................................... 30 5.2 Wat is nodig? ..................................................................................................................... 30 5.2.1

Bevorderen van een veilige leefomgeving ........................................................................ 30

5.2.2

Water en een veilige en gezonde leefomgeving ................................................................. 33

5.2.3

Een klimaatbestendig Stein ............................................................................................ 35

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 3

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot een klimaatbestendig Stein? ...... 37 5.2.4

Bescherming milieu en volksgezondheid........................................................................ 38

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot bescherming van het milieu en volksgezondheid? ..................................................................................................................... 40 5.2.5

Bevorderen van een (positief) gezonde leefomgeving ........................................................ 41

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het bevorderen van een (positief) gezonde leefomgeving? ............................................................................................................ 42 5.4 Uitgangspunten thema een gezonde en veilige leefomgeving ................................................... 42 Hoofdstuk 6

Unieke omgevingskwaliteiten ............................................................................... 44

6.1

Wat is onze ambitie? ..................................................................................................... 44

6.2

Wat is nodig? ............................................................................................................... 44

6.2.1 Landelijke verstilling ........................................................................................................ 44 Verder versterken van ons landschap ......................................................................................... 45 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van ons landschap? ............................................................................................................................................. 45 Natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem ..................................................... 46 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem? .................................................................................................. 46 Natuur & biodiversiteit .............................................................................................................. 46 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot natuur & biodiversiteit? ............. 46 Bodem & ondergrond................................................................................................................ 47 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot bodem en ondergrond?..............

47 6.2.2 Beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden ........................................... 47 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden?............................................................................................... 48 6.2.3 Versterken en uitbouwen van ons toeristisch profiel ............................................................. 48 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken en uitbouwen van ons toeristisch profiel? .............................................................................................................. 49 6.2.4 Een toekomstbestendige land- en tuinbouw ........................................................................ 50 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot een toekomstbestendige land- en tuinbouw? ............................................................................................................................... 51 6.4 Uitgangspunten thema unieke omgevingskwaliteiten .............................................................. 51 Hoofdstuk 7 Een bereikbare en bedrijvige gemeente ....................................................................

53 7.1 Wat is onze ambitie? ........................................................................................................... 53 7.2 Wat is nodig? ..................................................................................................................... 53 7.2.1 Versterken lokale economie in de regio ............................................................................. 53 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van de lokale economie in de regio?............................................................................................................... 54 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van de lokale economie? .............................................................................................................................. 57 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen rond de transitie naar een duurzame economie? ...... 57

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 4

7.2.2 Optimale (digitale) bereikbaarheid ..................................................................................... 58 7.4 Uitgangspunten thema een bereikbare en bedrijvige gemeente ................................................ 62

Hoofdstuk 8

Energietransitie .................................................................. 63

8.1

Wat willen we bereiken? ................................................................................................ 63

8.2

Wat gaan we doen?....................................................................................................... 63

8.2.1 Sociale en vitale wijken en de energietransitie..................................................................... 63 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen? ......................................................................... 64 8.2.2 Een veilige en gezonde leefomgeving en de energietransitie.................................................. 64 8.2.3 Unieke omgevingskwaliteiten en de energietransitie ............................................................. 64 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen? ......................................................................... 64 8.2.4 Een bereikbare en bedrijvige gemeente en energietransitie ................................................... 65 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen? ......................................................................... 65 8.2.5 Regionale Energiestrategie (RES) Zuid-Limburg ................................................................... 65 8.2.6 Energiebesparing ............................................................................................................. 66 Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen? ......................................................................... 66 8.3

Uitgangspunten thema Energietransitie ........................................................................... 66

Deel ....................................................................................................................................... 67 Hoofdstuk 9

Integraal beleid fysieke leefomgeving.................................................................... 68

9. 1 Basisprincipes integraal beleid fysieke leefomgeving .............................................................. 68 9.2 Uitgangspunten integraal beleid fysieke leefomgeving ............................................................. 69 Overzicht bijlagen .................................................................................................................... 74

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 5

Inleiding Met deze Omgevingsvisie ligt er voor de gemeente Stein een strategische visie voor de fysieke leefomgeving voor de komende 20 jaar. De Omgevingsvisie is een uitwerking van de strategische toekomstvisie 2018-2022 en geeft verder richting aan de gemeente die Stein wil zijn op het gebied van de fysieke leefomgeving. De gemeentelijke Omgevingsvisie (GOVI) is geen optelsom van verschillende beleidsvisies, maar een samenhangende integrale visie op strategisch niveau waarin een koers wordt bepaald voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de gemeente Stein. De fysieke leefomgeving is breder dan alleen ruimtelijke aspecten. Ook ontwikkelingen op het gebied van o.a. cultureel erfgoed, economie, veiligheid en gezondheid, duurzaamheid, landschap, landbouw, milieu, natuur, water, verkeer, krijgen een plek in deze Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie werkt door in beleid, programma’s, plannen en projecten van de gemeente Stein. Deze Omgevingsvisie heeft een doorlooptijd tot en met 2040. Deze doorlooptijd maakt het noodzakelijk om tussentijds op veranderingen in de omgeving in te spelen door de Omgevingsvisie als een dynamisch instrument te zien dat ruimte geeft om tussentijds op (maatschappelijke) veranderingen in te kunnen spelen. Monitoring en evaluatie zijn dan ook essentieel in het beleidsproces van de Omgevingsvisie.

Dit proces stopt uiteraard niet na vaststelling van de visie, maar is een continue proces waaruit moet blijken of de strategische beleidsdoelen uit de visie worden behaald of dat bijgestuurd moet worden door bijvoorbeeld programma’s of plannen aan te passen.

Leeswijzer De Omgevingsvisie is uit drie delen opgebouwd. Deel 1 geeft een algemene beschrijving van de Omgevingsvisie als verplicht instrument in het kader van de Omgevingswet. Ook wordt ingegaan op de hoofdlijnen uit de Nationale en Provinciale Omgevingsvisie (NOVI en POVI). In hoofdstuk 2 het proces beschreven om te komen tot de Omgevingsvisie voor de gemeente Stein en wordt ingegaan op de monitoring en evaluatie en wordt de context van de GOVI beschreven. In deel 2 worden de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de gemeente Stein beschreven. Verder geeft deel 2 een beschrijving van de ambities en ontwikkelingen met betrekking tot de fysieke leefomgeving aan de hand van vijf thema’s die zijn afgeleid van de strategische toekomstvisie 2018-2022. Het gaat dan om: • Sociale en vitale wijken en kernen • Een veilige en gezonde leefomgeving • Unieke omgevingskwaliteiten • Een bereikbare en bedrijvige gemeente • Energietransitie In deel 3 worden basisprincipes geformuleerd die leidend zijn bij het voeren van integraal beleid in het kader van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden de eerder beschreven thematische uitgangspunten gebiedsgericht vertaald. Op deze wijze wordt een strategisch afwegingskader geformuleerd dat de basis vormt voor het maken van ruimtelijke keuzen zoals o.a. vastgelegd in het Omgevingsplan en de verdere uitwerking in programma’s.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 6

Deel I Algemeen

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 7

Hoofdstuk 1 De Omgevingsvisie (wettelijk kader) 1.1.

De Omgevingswet

De Omgevingswet zal op 1 januari 2022 in werking treden. De Omgevingswet bundelt wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water, maar ook veiligheid en gezondheid. De wet vormt hiermee de basis voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is breed. Onder de fysieke leefomgeving vallen in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: • een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden; • de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Bij het opstellen van de Omgevingswet staan vier verbeteringen centraal: • inzichtelijk omgevingsrecht • de leefomgeving staat • ruimte voor lokaal maatwerk • snellere besluitvorming

1.2.

De Omgevingsvisie als instrument

De Omgevingsvisie bevat de strategische en integrale langetermijnvisie op alle terreinen van de fysieke leefomgeving en is binnen de Omgevingswet een verplicht instrument voor Rijk, provincie en gemeenten. De Omgevingsvisie is alleen bindend voor de gemeenteraad. De Omgevingsvisie treedt in werking als deze door de gemeenteraad is vastgesteld en bekend gemaakt. De Omgevingsvisie moet in elk geval de volgende elementen bevatten: • Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er aanwezig en wat is de kwaliteit daarvan) • De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied (wat gebeurt er/gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied) en • De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid (wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt). De Omgevingsvisie vervangt de Ruimtelijke Structuurvisie en heeft een bredere reikwijdte dan deze Structuurvisie. Aan de Omgevingsvisie zijn door de wetgever geen extra vorm- en inhoudseisen verbonden.

1.3. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Er bestaat geen rangorde tussen de nationale, provinciale en de gemeentelijke Omgevingsvisies (NOVI, POVI en GOVI). De Omgevingsvisie van de gemeente Stein is alleen bindend voor de gemeenteraad. De Omgevingsvisies van andere bestuursorganen (Rijk, Provincie Limburg en de gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Meerssen) maken deel uit van de context van de door Stein op te stellen Omgevingsvisie. De fysieke leefomgeving houdt immers niet op bij de grens. Het is belangrijk dat de NOVI, POVI en de GOVI’s waar nodig en mogelijk op elkaar aansluiten. Ook omdat visies van hogere overheden soms een basis kunnen vormen voor daarop gebaseerde regels en verordeningen die wel bindend voor de

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 8

gemeente Stein kunnen zijn. Het uitgangspunt blijft echter dat de gemeente Stein binnen de hiervoor geschetste context een eigen visie ontwikkelt, voor het eigen grondgebied. In de NOVI heeft het Rijk vier prioriteiten vastgelegd. •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Uitgangspunt is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving. Bijvoorbeeld door voldoende groen en ruimte voor wateropslag in de gebouwde omgeving. Hiermee wordt tevens de leefomgevingskwaliteit verbeterd en het biedt kansen voor natuur. Om de doelstellingen voor volledige duurzame energie in 2050 te behalen, kiest het Rijk ervoor het grootste gedeelte van de energieproductie te realiseren door middel van windparken op de Noordzee. Daarnaast wordt de energie-infrastructuur geschikt gemaakt voor duurzame energiebronnen en wordt daarvoor ruimte gereserveerd.

•

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Dit vraagt om goede verbindingen via weg, spoor, lucht en digitale netwerken. Het Rijk zet tevens in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life, een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.

•

Sterke en gezonde steden en regio’s Deze prioriteit vraagt om optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil de Rijksoverheid de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten en spelen), ontspannen en samenkomen. De Rijksoverheid wil zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. In de ontwerp NOVI is expliciet opgenomen dat het Rijk ook in gebieden met bevolkingsdaling de vitaliteit en leefbaarheid versterkt.

•

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied In alle gevallen zet de Rijksoverheid in op de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

In Novi zijn tevens enkele afwegingsprincipes geformuleerd die een bijdrage moeten leveren bij het maken van scherpe keuzes en het afwegen van belangen. Het gaat om de volgende drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal • Afwentelen wordt voorkomen; de leefomgeving voorziet zoveel mogelijk in de mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van de toekomstige generatie.

1.3.1

NOVI-gebied Zuid-Limburg

In de ontwerp-NOVI aangegeven dat gebieden tot NOVI-gebied aangewezen kunnen worden. Het gaat dan om gebieden in Nederland met omvangrijke opgaven waarvoor extra aandacht nodig is bij het doorontwikkelen van een geïntegreerde, gebiedsgerichte werkwijze. Eén van die aangewezen gebieden is Zuid-Limburg. In november 2020 is in opdracht van het Bestuurlijk Kernoverleg (BKO) het plan van aanpak NOVI-gebied Zuid-Limburg opgesteld. Dit plan van aanpak is een groeidocument en wordt samen met Rijk, Provincie Limburg, gemeenten, Waterschap en triple-helix

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 9

partners verder uitgewerkt. In het plan van aanpak staan drie hoofdopgaven centraal de het Rijk en de regio samen gaan oppakken en waarbij als bijzonder aspect steeds het benutten van grensoverschrijdende kansen centraal staat: 1. Naar een grensoverschrijdende innovatieve en circulaire economie; 2. Sterke en gezonde steden in Zuid-Limburg; 3. Versterken uniek Nationaal Landschap als groene long voor Zuid-Limburg. Deze opgaven worden in het plan van aanpak nader uitgewerkt in ambities, een samenwerkingsvoorstel en een uitvoeringsprogramma 1.0. Vanzelfsprekend wordt daarbij voortgebouwd op de vele mooie initiatieven en samenwerkingen die al lopen in Zuid-Limburg, met het rijk en met de buurlanden.

1.4. Omgevingsvisie Provincie Limburg In de (ontwerp) Omgevingsvisie van de Provincie Limburg staan drie uitdagingen voor de Limburgse fysieke leefomgeving centraal: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving 2. Toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie 3. Klimaatadaptatie en energietransitie Deze uitdagingen worden thematisch uitgewerkt. Daarnaast maakt de Regiovisie Zuid-Limburg integraal onderdeel uit van de POVI. In de Regiovisie Zuid-Limburg worden de volgende uitdagingen en opgaven geformuleerd: 1. • • • • •

2. • •

• 3. • • • •

Opgaven landelijk gebied: Kwaliteiten buitengebied uitbouwen, versterken van het landschap en de natuur Het landelijk gebied ontwikkelt zich door groots in kleinschaligheid waarbij ruimte wordt geboden aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Verder wordt gekozen voor het verder versterken van het hoogwaardig landschappelijk raamwerk en de landbouw als belangrijkste beheerder van het landelijk gebied. De vrijetijdseconomie in Zuid-Limburg groeit in kwaliteit en wordt verbonden aan het bewaken en verhogen van de kwaliteit van het Zuid-Limburgse landschap waarbij duurzaamheid belangrijk is. Bij de selectieve nieuwbouw van woningen richt de Provincie zich op specifieke doelgroepen en segmenten met evidente behoeften waarin de bestaande woningvoorraad onvoldoende voorziet. De focus is vooral gericht op transformatie binnen bestaand bebouwd gebied en vastgoed. Opgaven duurzame mobiliteit: Versterken multimodale bereikbaarheid economische centra, selectieve bereikbaarheid van het buitengebied. De belangrijkste opgaven zijn een samenhangend stedelijk netwerk, goederenvervoer en distributie waarbij vooral de ontwikkeling van knooppunt 046 aandacht behoeft waar het gaat om goederenvervoer via spoor/Basisnet/Chemelot. Verbeteren van internationale verbindingen.

Opgaven regionale centra en grote werklocaties: versterken ruimtelijke kwaliteit en multimodale bereikbaarheid: Versterken van de agglomeratiekracht Transformeren en versterken binnensteden Brightlands Campussen als groeimotoren Combinatie steden, landschap en toeristische (dag)attracties als unieke en aantrekkelijke toeristisch-recreatieve regio

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 10

Met opmerkingen [PJ1]: April 2021 definitieve vaststelling PS

•

4. • • • •

• •

Chemelot speelt een sleutelrol in de circulaire samenleving in Zuid-Limburg en wil zich ontwikkelen tot European Circular Hub.

Opgaven stedelijk en suburbaan gebied: levendige steden en groene suburbane gebieden Wonen en leefomgeving: in de Westelijke Mijnstreek kan door transformatie en verdunning een kwaliteitsslag worden gemaakt gericht op het welzijn van de bewoners. Stedelijke transformatie in relatie tot het wegwerken van sociale en gezondheidsachterstanden. De doorontwikkeling van gebieden waaronder Chemelot, VDL Nedcar, Aviation Valley moet leiden tot een kwalitatieve versterking van de ruimtelijke-economische structuur in Zuid-Limburg. Uitgangspunten voor de ruimtelijk economische ontwikkeling in Zuid-Limburg zijn: o Het versterken van de hoofdstructuur voor winkels, kantoren en bedrijventerreinen en invulling geven aan de transformatieopgaven. Daarmee wordt de leefbaarheid en het vestigingsklimaat van de regio verbeterd. o Het daar waar sprake is van een overschot verdunnen van de bestaande vastgoedvoorraad in de segmenten winkels, kantoren en bedrijventerreinen, o Het stap voor stap terugdringen van ongewenste planvoorraad buiten de hoofdstructuur in winkels en kantoren tot er op sub-regionaal niveau sprake is van frictieleegstand. o Het faciliteren van kwalitatieve toevoegingen die passen binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg.

o Het door middel van herbestemming bijdragen aan verbetering van het gebruik en de functionaliteit van bestaande locaties. Vrijetijdseconomie in het stedelijk gebied is complementair aan de vrijetijdseconomie in de binnentuin. De randen van het stedelijk gebied zijn in 2050 ontwikkeld tot dynamische stad-landzones en van belang om het samenspel tussen stad en landelijk gebied in te vullen.

Samenwerking met Provincie Limburg De Provincie Limburg wil de samenwerking met de gemeenten continueren die vanaf 2015 is gegroeid voor wat betreft wonen, ruimtelijke economie en vrijetijdseconomie. Voor Zuid-Limburg zijn bestuursafspraken vastgelegd. De essentie van deze werkwijze is dat gemeenten in regionaal verband per thema kaders uit de POVI concretiseren tot (inter)gemeentelijke programma’s (voorheen structuurvisies of visies) waarvan de essenties onderdeel uitmaken van de gemeentelijke omgevingsvisie. Ook in de voorliggende Omgevingsvisie van de gemeente Stein wordt op deze manier de verbinding gelegd met de POVI en regionale (structuur)visies (in de toekomst (intergemeentelijke programma’s onder de Omgevingswet).

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 11

Hoofdstuk 2 De Omgevingsvisie van de gemeente Stein In dit hoofdstuk wordt het voorbereidingsproces van de gemeentelijke Omgevingsvisie (GOVI) beschreven. Tevens wordt de context van de Omgevingsvisie geschetst.

2.1. Proces totstandkoming Omgevingsvisie Op 30 oktober 2019 heeft de raad de uitgangspuntennotitie ‘Op weg naar een Omgevingsvisie voor Stein’ vastgesteld. Behalve uitgangspunten, zijn in deze notitie ook ambities en keuzes vastgelegd, voordat inhoudelijk met de totstandkoming van de Omgevingsvisie is gestart. In paragraaf 2.1.2 wordt nader ingegaan op de uitgangspunten en ambities die centraal staat binnen de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is geen optelsom van verschillende beleidsvisies, maar zoals al eerder aangegeven een samenhangende integrale visie op strategisch niveau voor de lange termijn. De raad heeft in de afgelopen jaren verschillende sectorale visies en beleidsplannen vastgesteld die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Met het opstellen van de Omgevingsvisie heeft zich de kans voorgedaan om een actualisatie- en integratieslag te slaan in de gemeentelijke visievorming. De eerste fase om te komen tot een Omgevingsvisie bestond dan ook uit een beleidsanalyse van gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid en lopende beleidsprocessen. Ook heeft een stakeholdersanalyse plaatsgevonden, met als doel een brede mix van stakeholders te betrekken.

Daarnaast is tijdens deze fase de input van inwoners (raadpleging digitaal gemeenschapspanel TIP Stein en straatinterviews) met betrekking tot de (kwaliteit van de) fysieke leefomgeving beschreven in een eerste bouwsteennotitie. Deze bouwsteennotitie vormde uiteindelijk de basis voor de interactieve sessie met ongeveer 50 stakeholders in februari 2020 1. Tijdens deze sessie is samen met stakeholders kennis gedeeld, zijn onderling verbindingen gelegd en zijn de contouren van de Omgevingsvisie verder verkend en ingekleurd. De input van de stakeholders is verwerkt in bouwsteennotitie II Contouren Omgevingsvisie Stein. Deze bouwsteennotitie is op 14 mei 2020 door de raad vastgesteld. Op 15 oktober 2020 heeft, om tegemoet te komen aan de wens van de raad om extra betrokken te worden bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie, een raadsbijeenkomst plaatsgevonden waarbij een open discussie is gevoerd over enkele belangrijke thema`s, uitgangspunten en keuzes. Tijdens deze bijeenkomst is ook de relatie tot de keuzes in de Omgevingsvisie en de vertaling daarvan in de planregels inzichtelijk gemaakt voor de raad aan de hand van concrete voorbeelden, waarbij inhoudelijk de verschillende standpunten zijn uitgewisseld. De opmerkingen van de raad zijn meegenomen in deze eerste concept (ontwerp) Omgevingsvisie.

De uitgangspuntennotitie en bouwsteennotities I en II vormen de basis voor het voorliggende 1e concept ontwerp Omgevingsvisie. Stakeholders is gevraagd om te reageren op het 1e concept van de ontwerp Omgevingsvisie voordat het concept ontwerp ter besluitvorming is voorgelegd aan de raad.

2.1.2. Uitgangspunten en ambities Omgevingsvisie Zoals eerder vermeld heeft de raad op 30 oktober 2019 de uitgangspuntennotitie ‘Op weg naar een Omgevingsvisie voor Stein’ vastgesteld. In deze uitgangspuntennotitie zijn een aantal uitgangspunten vastgelegd. De raad heeft de volgende uitgangspunten vastgesteld die bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie een leidende rol hebben gespeeld: 1 In een aparte sessie op 3 maart 2020 is met de Steinse Jongerenadviesraad (SJAR) de inhoudelijke agenda besproken. De input van de SJAR is ook in deze bouwsteennotitie verwerkt.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 12

• • • • • •

de Ruimtelijke Structuurvisie 2015-2025 wordt geactualiseerd en Omgevingswetproof gemaakt de strategische toekomstvisie 2018-2022 is leidend voor de op te stellen Omgevingsvisie als gebiedsindeling wordt dezelfde indeling als in de Ruimtelijke Structuurvisie gehanteerd, te weten woonkernen, bedrijventerreinen en buitengebied maatschappelijke opgaven staan centraal; vraagstukken binnen de fysieke leefomgeving worden in samenhang bekeken deregulering: alleen daar waar noodzakelijk worden gedetailleerde regelgeving vastgesteld de Omgevingsvisie heeft een doorlooptijd tot en met 2040

Daarnaast zijn door de raad de volgende ambities uitgesproken: • Stein blijft de eigenzinnige woongemeente in de Zuid-Limburgse Maasvallei, waar het mogelijk is dorps te wonen in een verstedelijkt gebied met kwalitatief hoogwaardige voorzieningen en ruimte voor ondernemerschap en particulier initiatief (zie ook paragraaf 2.2 context Omgevingsvisie); • mogelijkheden van participatie en co-creatie worden zo optimaal mogelijk benut (zie ook paragraaf 2.1.3 participatieproces) • ook in de Omgevingsvisie is actief eigenaarschap van inwoners en ondernemers een belangrijke kernwaarde waarbij ook trots en bewust van onze eigen(zinnige) identiteit en kwaliteiten een plek krijgen.

2.1.3 Participatieproces In de Omgevingsvisie moet zijn vastgelegd hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden zijn betrokken bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie. Deze motiveringsplicht is geregeld in afdeling 10.7 van het Omgevingsbesluit. De gemeente mag zelf weten hoe daar invulling aan wordt gegeven. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie voor Stein zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd in het participatieproces: In het participatieproces wordt onderscheid gemaakt tussen inwoners en stakeholders: • stakeholders zijn partijen die direct belang hebben bij de GOVI, maar ook actieve groepen van inwoners die een belang hebben bij de totstandkoming van de GOVI (denk bijvoorbeeld aan de DOP’s of een stichting die zich bezighoudt met het beschermen van erfgoed). Inwoners zijn mensen die in Stein wonen en misschien wat verder van de GOVI staan, maar doorgaans wel weten wat zij belangrijk vinden voor de omgeving waarin zij leven; •

er is naar een maximale mix van betrokkenen tijdens het participatieproces gestreefd. Om tot een strategische, integrale visie op de fysieke leefomgeving voor de gemeente Stein te komen is het van belang dat de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving vanuit verschillende invalshoeken kunnen worden belicht. Het doel is om te komen tot een gedeelde visie waarin overeenkomsten centraal staan.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ingezette middelen in het participatieproces in de voorbereiding van de Omgevingsvisie.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 13

Middel Digitaal inwonerspanel Straatinterviews Werkconferentie

Wie Inwoners (156 personen) Inwoners (70 personen) Stakeholders (50 personen)

Overleg

Buurgemeenten (Meerssen, Sittard-Geleen, Beek en Maasmechelen 2) Iedereen kan zienswijzen inbrengen

Formele inspraakprocedure

Wat raadplegen raadplegen Informeren, kennis delen, raadplegen en adviseren informeren, kennis delen

raadplegen

Wat is uit het participatieproces naar voren gekomen? In totaal zijn aan de hand van de inzet van het digitaal panel en de straatinterviews 226 inwoners en bezoekers van de gemeente Stein bereikt. Gevraagd is naar de omgevingskwaliteiten die inwoners belangrijk vinden. Het mag duidelijk zijn dat hier niet sprake is van een representatief onderzoek. Dit neemt niet weg dat de resultaten een richting geven aan thema’s die mensen belangrijk vinden ten aanzien van de kwaliteit van hun leefomgeving. Daarbij heeft bewust spreiding over alle kernen plaatsgevonden en zijn verschillende leeftijdsgroepen bevraagd. Voor inwoners zijn met name het dorps wonen in een verstedelijkt gebied, de kwalitatief hoogwaardige voorzieningen en de natuur (Maasvallei) belangrijke thema’s die men ook richting toekomst wil behouden en versterken. Het thema energietransitie komt in de interviews en online raadpleging niet als urgent thema naar voren. Belangrijke thema’s vanuit de geraadpleegde en geïnterviewde inwoners zijn (in willekeurige volgorde) verkeer (inclusief parkeren), onderhoud en inrichting van de openbare ruimte en openbare orde en veiligheid. Naar aanleiding van het participatietraject tijdens de inventarisatiefase is het onderwerp afval toegevoegd aan de (voorlopige) inhoudelijke agenda voor de GOVI.

Tijdens de werkconferentie zijn de stakeholder geïnformeerd over het proces om te komen tot een Omgevingsvisie en is de eerste bouwsteennotitie met de voorlopige thema’s van de Omgevingsvisie gezamenlijk uitgediept. De input van de stakeholders is uitgebreid opgenomen in bouwsteennotitie II die op 14 mei 2020 door de raad is vastgesteld en door de raad als discussiestuk is gebruikt om verder richting en inhoud te geven aan de ontwerp-Omgevingsvisie. In algemene zin kan worden gesteld dat de gemeente Stein als woongemeente wordt gewaardeerd, waarbij een veilige en gezonde leefomgeving als basis wordt gezien. Ook zijn de unieke omgevingskwaliteiten belangrijk (groen, landschap, cultuurhistorie, water). Het gaat om het verder versterken van het dorpse karakter, maar ook de unieke omgevingskwaliteiten meer laten zien aan de buitenwereld waarbij de nadruk ligt op kleinschaligheid en kwaliteit. Daarnaast dient er een balans te zijn tussen enerzijds een bereikbare en bedrijvige gemeente en energietransitie en de unieke omgevingskwaliteiten. Vanuit de stakeholders werd aangegeven om niet uit te gaan van tegenstellingen, maar te kijken welke kenmerken elkaar juist kunnen versterken. Participatie van inwoners en stakeholders stopt niet na vaststelling van de Omgevingsvisie. Dit proces gaat door ook bij de uitvoering, monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie.

In verband met de Covid-19-maatregelen heeft geen overleg met de gemeente Maasmechelen plaats kunnen vinden. Dit zal op een later moment plaatsvinden.

2

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 14

2.1.4. Monitoring & evaluatie De Omgevingsvisie is een strategische visie op de fysieke leefomgeving die voor de lange termijn wordt vastgesteld. De Omgevingsvisie van de gemeente Stein heeft een doorlooptijd tot en met 2040. De Omgevingswet schrijft niet voor binnen welke termijn de Omgevingsvisie geactualiseerd dient te worden. Dit biedt de mogelijkheid om de Omgevingsvisie tussentijds op basis van monitoring en evaluatie of andere ontwikkelingen continu up to date te hebben. Zoals al in de inleiding is aangegeven heeft de Omgevingsvisie een dynamisch karakter. Dit geeft ruimte en flexibiliteit om tussentijds op (maatschappelijke) veranderingen te kunnen inspelen. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat tussentijds monitoring (wat zien we in onze omgeving gebeuren?) en evaluatie (wat betekent dit voor onze ambities en opgaven?) plaatsvindt. Monitoring en evaluatie zijn essentiële onderdelen in de beleidscyclus van de Omgevingsvisie. Hieruit moet blijken of de strategische beleidsdoelen worden behaald of bijgestuurd moet worden door bijvoorbeeld plannen of programma’s aan te passen. In onderstaande figuur wordt de beleidscyclus in het kader van de Omgevingswet weergegeven. De Omgevingsvisie maakt deel uit van beleidsontwikkeling. De ambities uit de Omgevingsvisie werken door in het Omgevingsplan, programma’s en vergunningverlening.

Deze instrumenten zijn kunnen belangrijke monitoringsinformatie verschaffen.

Figuur 1 Beleidscyclus Omgevingswet (bron: www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl)

Evaluatie van de gemeentelijke Omgevingsvisie vindt om de twee jaar plaats. Bij de evaluatie zullen uiteraard stakeholders en inwoners worden betrokken. De evaluatie stemmen we zoveel mogelijk af met monitoring en evaluatie van andere beleidsvisies. Deze vormen immers de input voor de evaluatie van de Omgevingsvisie, omdat beide instrumenten op elkaar afgestemd moeten blijven. De ambities zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie zullen we monitoren aan de hand van de Global Goals (zie bijlage 2). Hiervoor wordt de onderlegger van de VNG gebruikt. Jaarlijks zal de voortgang worden gerapporteerd. Gelet op de verbinding tussen de strategische toekomstvisie en de Omgevingsvisie vormen de uitkomsten van de monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie tevens belangrijke input die gebruikt wordt om te

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 15

bepalen of we als gemeente Stein nog op de goede strategische koers liggen. Externe ontwikkelingen spelen een uitdrukkelijke rol bij de monitoring en evaluatie. Het voorbereidingsproces (beleidsanalyse, raadpleging inwoners en de werkconferentie met de stakeholders) van de Omgevingsvisie is al een eerste monitoringsmoment van de strategische toekomstvisie geweest. We kunnen hieruit concluderen dat we voor wat betreft de strategische toekomstvisie nog goed op koers liggen. De thema’s, kernwaarden en strategische doelstellingen zijn nog actueel en vormen de basis voor deze Omgevingsvisie.

2.2. Context Omgevingsvisie In deze paragraaf wordt de context van de Omgevingsvisie geschetst. Wat is de relatie met de strategische toekomstvisie? Wat willen we bereiken met de Omgevingsvisie? Wat is de relatie tussen Omgevingsvisie, programma’s, Omgevingsplan en andere beleidsontwikkelingen?

2.2.1. De relatie tussen de strategische toekomstvisie en de Omgevingsvisie In de strategische toekomstvisie heeft de gemeente Stein in 2018 de ambities voor de komende jaren vastgelegd. Zoals al eerder door de raad als uitgangspunt is vastgesteld, vormt de strategische toekomstvisie de basis voor deze Omgevingsvisie 3. De vraag wat voor gemeente we willen zijn, is in die zin dan ook al beantwoord. De gemeente Stein is:

‘Een eigenzinnige woongemeente in de Zuid-Limburgse Maasvallei, waar het mogelijk is dorps te wonen in een verstedelijkt gebied met kwalitatief hoogwaardige voorzieningen en ruimte voor ondernemerschap en particulier initiatief’. De Omgevingsvisie geeft nadere invulling aan de strategische toekomstvisie 2018-2022, waarbij Stein als woongemeente centraal staat. De vijf thema’s die de kern vormen van de Omgevingsvisie zijn afgeleid van de strategische toekomstvisie. Deze vijf thema’s die in de Omgevingsvisie centraal staan, zijn: Thema 1 Sociale en vitale wijken en kernen Thema 2 Een gezonde en veilige leefomgeving Thema 3 Versterken van de unieke omgevingskwaliteiten Thema 4 Een bereikbare en bedrijvige gemeente Thema 5 Energietransitie Ook in de Omgevingsvisie wordt in navolging van de strategische toekomstvisie de gemeente Stein als ‘eigenzinnige woongemeente in de Zuid-Limburgse Maasvallei’ centraal gesteld. Dit betekent voor de Omgevingsvisie concreet dat het hart van de visie wordt gevormd door het thema ‘Sociale en vitale wijken en kernen’. Onze sociale en vitale wijken en kernen vormen immers het kloppend hart van Stein als woongemeente.

3 Zoals hiervoor vermeld, was een van uitgangspunten bij het opstellen van de Omgevingsvisie dat de strategische toekomstvisie leidend is.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 16

De vijf afzonderlijke thema’s geven ieder vanuit een bepaalde invalshoek invulling aan het begrip leefkwaliteit. Leefkwaliteit is een breed begrip en omvat zowel fysieke, sociale, culturele, economische en milieukenmerken en veiligheid en gezondheid. Binnen elk van de vijf thema’s komen weliswaar de fysieke kenmerken van de leefomgeving terug, maar ligt het accent telkens op een of meerdere kenmerken. Zoals eerder aangegeven gaat het in de Omgevingsvisie er nu juist om, een integrale strategische visie te schetsen met als doel de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te versterken. Om deze integraliteit te borgen, gebruiken we het begrip ‘leefkwaliteit’ als kapstok om de vijf thema’s onderling met elkaar te verbinden. Dit betekent wel dat spanningsvelden tussen de vijf thema’s bloot komen te liggen. Hiervoor is het maken van keuzen noodzakelijk. De Memorie van Toelichting op de Omgevingswet erkent deze spanning 4. In bijlage 2 beschrijven wij een aantal principes en uitgangspunten waardoor we een strategisch afwegingskader bieden om met deze spanningsvelden om te gaan. In onderstaande figuur wordt het voorgaande schematisch weergegeven.

Leefkwaliteit: fysiek, sociaal, cultureel, economisch, milieu, veiligheid en gezondheid.

Figuur 1 de vijf centrale thema’s met leefkwaliteit als verbindende factor.

2.2.2 (Grensoverschrijdende) samenwerking en de Omgevingsvisie De ambities en opgaven die in deze Omgevingsvisie zijn opgenomen om te komen tot het versterken van de leefkwaliteit zijn complex. Als gemeente kunnen we deze niet alleen oppakken en is samenwerking

4 “De cultuur van «groei dankzij uitputting» brengt cumulatieve of sluimerende gevolgen met zich mee, ook al zijn de lokale gevolgen soms acceptabel. Nationaal en internationaal groeit het besef dat deze cultuur moet transformeren naar een cultuur van groei waarbij niet méér waarde wordt onttrokken dan er wordt gecreëerd. De vitaliteit van het natuurlijk kapitaal van onze aarde moet behouden blijven en tegelijkertijd moet onze economie worden bevorderd.”

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 17

met overheden en stakeholders noodzakelijk. In de strategische toekomstvisie hebben wij al opgenomen dat wij de komende jaren de samenwerking (inclusief grensoverschrijdend) in de regio verder willen versterken. Van oudsher vindt er op diverse beleidsvelden samenwerking plaats met buurgemeenten op het niveau van de Westelijke Mijnstreek. Ook zijn wij als gemeente actief betrokken bij het versterken van de samenwerking in Zuid-Limburg. Denk hierbij o.a. aan de samenwerking in het Middengebied. Ook willen wij als gemeente een actieve rol spelen bij de verdere uitwerking van het plan van aanpak NOVIgebied Zuid-Limburg (zie ook 1.3.1). Voor de Omgevingsvisie betekent de samenwerking concreet dat we samenwerken met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, mede-overheden en andere betrokkenen. Hierbij denken en handelen we niet in tegenstellingen, maar ieder draagt vanuit zijn eigen betrokkenheid, kennis en ervaring bij aan het versterken van de leefkwaliteit in onze gemeente. Afhankelijk van de opgave werken we samen op een passend schaalniveau. Dit kan op kern- of wijkniveau, gemeentelijk, (sub)regionaal, provinciaal of grensoverschrijdend zijn. Met name willen wij de komende jaren inzetten op meer (structurele) samenwerking over de grens om zo meer en beter de grensoverschrijdende kansen te kunnen benutten.

2.2.2 Programma’s en Omgevingsvisie De Omgevingswet maakt het mogelijk een programma op te stellen om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. In het programma kan de gemeente beleidsmaatregelen formuleren die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Een programma kan dus een nadere uitwerking zijn van de beleidskeuzen zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie. Volgens de Omgevingswet is er sprake van een programma als het gaat om: • een uitwerking van het uit te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming, of het behoud van de fysieke leefomgeving; • maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Een programma is zelfbindend. Dit betekent dat het alleen het bestuur zelf bindt. Een programma kan wel inwoners en bedrijven stimuleren om die dingen te doen die helpen om de doelstellingen te halen. Ook is het mogelijk dat meerdere overheden een programma opstellen om samen doelstellingen te bereiken. Het programma geldt dan voor alle overheden. De gemeente Stein heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om in ieder geval een programma Mobiliteit op te stellen.

In de toekomst kunnen hier programma’s aan toegevoegd worden die nodig zijn om de strategische beleidskeuzen uit de Omgevingsvisie in beleid uit te werken ter realisering van de nagestreefde doelen uit de Omgevingsvisie. We zullen in de komende periode bekijken welke programma’s nog nodig en wenselijk zijn. Hierbij betrekken we tevens (inter)gemeentelijke programma’s voor bepaalde thema’s die in regionaal verband worden opgesteld. Overigens is er geen verplichte juridische koppeling tussen de Omgevingsvisie en een programma. Dit wil zeggen dat de Omgevingsvisie niet aangepast hoeft te worden als een programma wijzigt. Ook kan een onderwerp in de Omgevingsvisie aan de orde komen voordat er een programma wordt opgesteld. Een programma wordt vastgesteld door het College van B&W en is zelfbindend. Dit betekent niet dat een programma vrijblijvend is. Wanneer uit monitoring blijkt de nagestreefde doelen niet worden gehaald, moeten er aanvullende maatregelen worden getroffen. Van belang is om aan te geven dat een programma alleen kan worden opgesteld over onderwerpen die ook binnen de invloedssfeer van de gemeente Stein liggen. Het reguleren van geluid langs de snelweg valt daar bijvoorbeeld buiten omdat rijkswegen geen gemeentelijke bevoegdheid zijn.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 18

2.2.3 Het Omgevingsplan en de Omgevingsvisie Het Omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Alle bestemmingsplannen en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving worden geïntegreerd in het Omgevingsplan. Er is één Omgevingsplan. Het Omgevingsplan voor de gemeente Stein bestaat uit drie onderdelen: woonkernen, bedrijventerreinen en buitengebied. Het Omgevingsplan geeft een nadere invulling aan de strategische beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie en maakt de vertaling van de strategische doelen op de lange termijn naar regels. Onderstaande figuur geeft de context van de Omgevingsvisie weer.

Figuur 3 Context Omgevingsvisie gemeente Stein

Met inwerkingtreding van de gemeentelijke Omgevingsvisie komt de Ruimtelijke structuurvisie (2015) te vervallen.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 19

Deel II Omgevingsvisie

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 20

Leeswijzer deel 2 Omgevingsvisie In deel 2 van de Omgevingsvisie staan de eerder benoemde vijf thema’s centraal. Deel II start met een samenvatting van de beschrijving van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving in onze gemeente. Een uitgebreide beschrijving is opgenomen in bijlage 1. In de hoofdstukken 4 tot en met 8 wordt per thema aangegeven: • Wat onze ambitie is (afgeleid van onze strategische toekomstvisie) • Wat nodig is om deze ambitie te bereiken (opgaven) • Per opgave wordt aangegeven wat er al gebeurt en wat de ontwikkelingen zijn. • Uitgangspunten Voor de eenduidigheid is gekozen om eerst de focus te leggen op de vijf afzonderlijke thema’s. Zoals reeds eerder aangegeven kunnen de thema’s niet los van elkaar worden gezien. De kern van de Omgevingsvisie bestaat uit het integraal te voeren beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Hiervoor gebruiken we zoals eerder aangegeven het begrip leefkwaliteit als kapstok. In hoofdstuk 9 volgt een integrale benadering van de vijf thema’s waarbij algemene basisprincipes worden beschreven en de eerder geformuleerde uitgangspunten per thema gebiedsgericht worden vertaald. Op deze manier kan een (gebiedsgerichte) ruimtelijke afweging plaatsvinden waarbij de verschillende aspecten van de leefkwaliteit in onderlinge samenhang worden bekeken.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 21

Hoofdstuk 3 Hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Een uitgebreide beschrijving is opgenomen in bijlage 1. PM nog uitwerken n.a.v. bijlage beschrijving huidige kwaliteit fysieke leefomgeving + toevoegen kaartmateriaal

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 22

Hoofdstuk 4

4.1

Sociale en vitale wijken en kernen

Wat is onze ambitie?

De gemeente Stein bestaat uit een aantal wijken en kernen met elk hun eigen identiteit en kwaliteiten. Kenmerkend voor deze wijken en kernen is de dorpse saamhorigheid en gemeenschapszin. We willen deze eigenheid behouden en verder versterken. Stein blijft ook in de toekomst een woongemeente waar het dorps wonen is in een verstedelijkt gebied met hoogwaardige voorzieningen met ruimte voor ondernemerschap en particulier initiatief.

4.2

Wat is nodig?

4.2.1 Afstemmen van de woonmilieus op de toekomstige (regionale) samenstelling van de bevolking Bevolkingsdaling en de verandering van de samenstelling van onze bevolking en de daarmee samenhangende woonbehoeften stellen hoge eisen aan de woningvoorraad en de leefkwaliteit. Vergrijzing, huishoudensverdunning en de daarmee samenhangende mismatch tussen woonbehoefte en aanwezige woningtypologieën zorgen voor een enorme uitdaging aan de ene kant. Ook de bevolkingsdaling zorgt voor een kwantitatieve uitdaging op de woningmarkt. We willen de leefkwaliteit binnen de verschillende woonmilieus behouden en verbeteren door een op maat gerichte aanpak. Het gaat om processen die lange tijd zullen duren waardoor een consistent woonbeleid op de lange termijn noodzakelijk is. Sloop, transformatie en nieuwbouw van de woningvoorraad pakken we daarom in samenhang aan waarbij telkens vier pijlers van een woonmilieu centraal staan. Het gaat dan om: • de rijke cultuur-historische identiteit • uniek natuurlijk landschap • voorzieningenstructuur onder druk • kwetsbare woningvoorraad Het behouden van basisvoorzieningen zal de komende jaren een grote uitdaging gaan worden waardoor het maken van duidelijke keuzen noodzakelijk wordt.

We bekijken hoe onze ambitie met betrekking tot het versterken van ons toeristisch profiel een positief effect kan hebben op een versterking van de leefbaarheid (zie ook hoofdstuk 7). Het afstemmen van de woonmilieus op de toekomstige (regionale) samenstelling van de bevolking verbinden we met de opgaven die voortvloeien uit de energietransitie (zie hoofdstuk 9). Hierbij zetten wij in op duurzame en levensloopbestendige wijken, met oog voor de unieke kenmerken van een wijk of kern en het versterken van vitale stedelijke en landelijke centrumkernen. (Extra) aanbod van zwaardere (intramurale) zorg wordt in beginsel zo veel mogelijk geconcentreerd in de directe nabijheid van bestaande woon-zorg zones. In de toekomst willen we onze wijken en kernen zo inrichten om de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast goed op te kunnen vangen (zie ook hoofdstuk 6 een veilige en gezonde leefomgeving). Een van de middelen is o.a. om onze wijken en kernen te vergroenen. Dit draagt tevens bij aan de leefkwaliteit door de aanwezigheid van groen in straten en pleinen. (zie ook hoofdstuk 7 unieke omgevingskwaliteiten). Daarnaast willen wij in de toekomst tevens inzetten op natuurinclusief en circulair bouwen.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 23

Met opmerkingen [PJ2]: Toegevoegd n.a.v. opmerking NMF Limburg en manifest natuurinclusief bouwen.

Bedrijvigheid kan enerzijds zorgen voor een beter vestigingsklimaat in een wijk of kern, maar kan ook een prettige en gezonde woonomgeving belemmeren. Bedrijven kunnen overlast, veiligheidsrisico’s en gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. In hoofdstuk 6 beschrijven wij onze ambities met betrekking tot een veilige en gezonde leefomgeving. Dat betekent niet dat bedrijvigheid en wonen niet samen kunnen gaan. Een goede menging van functies kan gedurende de hele dag voor een prettige woonomgeving zorgen. Dienstverlenende en MKB-bedrijven zoals bijvoorbeeld detailhandel en horeca kunnen de levendigheid en leefbaarheid van een buurt juist vergroten en zorgen voor werkgelegenheid. Dit geldt ook voor aan huis gebonden bedrijvigheid wat wij willen blijven faciliteren. Hierbij is het wel van belang dat er een goede balans is tussen enerzijds bedrijvigheid en anderzijds een veilige en gezonde leefomgeving.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot afstemmen van de woonmilieus op de toekomstige (regionale) samenstelling van de bevolking? Er vindt een transformatie van de woningvoorraad plaats zowel kwalitatief als kwantitatief. Hierbij werken wij samen met de gemeenten Beek en Sittard-Geleen. De basis hiervoor ligt in de Transformatievisie Wonen Westelijke Mijnstreek. Deze Transformatievisie is een ruimtelijke visie en een programma waarbij oog is voor de specificiteit van elke plek. Hierbij liggen de uitdagingen op het niveau van de individuele woning, woningtype, woonkern en ruimere netwerk waarmee een woonkern is verbonden. We onderscheiden binnen onze gemeente de volgende woonmilieus met elk hun unieke kwaliteiten 5: • Dorpslinten met historische en landschappelijke kwaliteit: Berg aan de Maas, Catsop, Kleine Meers, Veldschuur, Maasband, Meers • Landelijke kern met aanwezigheid voornaamste dagelijkse voorzieningen: Urmond • Stedelijke kern met historische centra met commerciële en maatschappelijke voorzieningen: Elsloo en Stein Elk woonmilieu kent verschillende strategieën om op basis van de vier pijlers de leefkwaliteit te behouden en te verbeteren. Deze strategieën zijn in de Transformatievisie beschrevenen worden gericht per woonmilieu ingezet waarbij wordt aangesloten bij de eigen identiteit en kwaliteiten van de betreffende woonkern.

Hierbij wordt ook gericht gekeken naar de demografische samenstelling en leefstijlen van de bevolking en de daadwerkelijke woonbehoefte in een wijk of buurt. Een belangrijk aspect hierbij is de zorgcontinuïteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van passende zorg voor verschillende doelgroepen. Wij staan open voor alternatieve woonvormen, waaronder flexibele woonvormen, Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en woonvormen die een bijdrage leveren aan het behouden en verbeteren van de leefkwaliteit. Hierbij staat maatwerk en de vraag van (nieuwe) inwoners voorop. Hierbij vallen ook de opgaven ‘Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’ die wij met ingang van 2022 hebben waarbij wij voor bijzondere doelgroepen woonruimte moeten creëren. Randvoorwaarde blijft echter dat deze ontwikkelingen bijdragen aan een evenwichtige ontwikkeling van de woningmarkt. Dit door aan de ene kant zoveel mogelijk woningen te realiseren en/of aan te passen aan de in de toekomst gevraagde kwaliteit en behoefte en aan de andere kant door de omvang van het woningaanbod aan te laten sluiten bij de toekomstige vraag en de leefkwaliteit. De gemeente Stein heeft een hoge ambitie met betrekking tot duurzaamheid. Eén van de grote uitdagingen in de energietransitie is het verduurzamen van koopwoningen.

Daarnaast geldt vanuit de visie op levensloopbestendig wonen de noodzaak dat mensen langer thuis blijven wonen. Dit betekent dat er aanpassingen aan en in de woning uitgevoerd moeten worden met als doel enerzijds het

5

Het betreft hier een eerste onderverdeling. Op lokaal niveau worden de woongebieden nog verder uitgewerkt met elk hun eigen kwaliteiten, bijzonderheden en toekomstige uitdagingen.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 24

Met opmerkingen [PJ3]: Toegevoegd n.a.v. opmerking GHOR.

energieverbruik te minimaliseren en de energiebehoefte voor zover mogelijk duurzaam op te wekken en anderzijds langer thuis te kunnen blijven wonen. Naar aanleiding van deze ambities is het project Dubbel Duurzaam ontstaan. Dit project bestaat uit diverse deelprojecten, zoals het aanbieden van (al dan niet gratis) energie- en zorgscans, pilot Dubbel Duurzaam in Urmond-Oost en Nieuwdorp én het Huis van de Toekomst, die tezamen het project Dubbel Duurzaam vormen. Alle deelprojecten hebben als doel om inwoners uit de gemeente Stein te informeren en enthousiasmeren aangaande levensloopbestendig wonen en het verduurzamen van woningen.

4.2.2

Samenleven: ontmoeten & verbinden faciliteren en stimuleren

Elkaar ontmoeten is essentieel voor het leggen van verbindingen tussen diverse (groepen van) inwoners, verenigingen en vrijwilligers. En zorgt voor het verder versterken van de gemeenschapszin in een gemeenschap die in de toekomst qua diversiteit meer zal veranderen. Vanuit ontmoetingsplekken ontstaan activiteiten, vriendschappen en betrokkenheid bij de buurt. Ontmoetingsplekken zijn afgestemd op de veranderende samenstelling van de bevolking. Waar mensen hun tijd doorbrengen heeft een belangrijk effect op de kwaliteit van leven. Aantrekkelijke plekken bieden gelegenheid te ontmoeten, ontspannen, bewegen en gezond te genieten. Wat aantrekkelijk is, is afhankelijk van de gebruikers en de verdere omgeving en vereist maatwerk. Door de plekken voldoende dichtbij en voor iedereen, ook kwetsbare mensen, gemakkelijk toegankelijk te maken, kunnen zij goed gebruikt worden. Aantrekkelijk ingerichte plekken dragen bij aan het verminderen van de kans op eenzaamheid en stressgerelateerde klachten en dragen bij aan de fysieke fitheid, sociale cohesie en kwaliteit van leven. We dragen hier aan bij door multifunctionele ontmoetingsplaatsen binnen de kernen te faciliteren, zowel voor jong als oud en in samenwerking met lokale ondernemers en vrijwilligers. Naast de MFC’s zien we een behoefte aan ontmoetingsruimte op wijkniveau.

Er is een duidelijk onderscheid tussen MFC’s die worden beheerd door commerciële exploitanten en buurtcentra of huiskamers die door inwoners zelf worden beheerd en ontstaan zijn vanuit de DOPsgewijze aanpak. Tussen die twee is sprake van onderscheid in functies, bereik en beheer. Wij sturen erop om deze zo goed mogelijk samen te laten functioneren (complementair). Naar de toekomst toe is het noodzakelijk het accommodatiebeleid voor wat betreft de diversiteit aan ontmoetingsplekken nader uit te werken en een kader en structurele middelen te bieden (zie ook Accommodatiebeleid, 2019). Hoewel er een behoefte is aan meer ontmoetingsplekken op wijkniveau, zijn er ook nog accommodaties die niet optimaal worden gebruikt. Ook dit gaan we onderzoeken vanuit het uitgangspunt: kwaliteit gaat hierbij boven kwantiteit. Tevens sluiten de ontmoetingsplekken aan op de veranderende behoeften die direct samenhangen met de flexibele, 24-uurs maatschappij waarin we leven. Daarbij hebben we bijzondere aandacht voor de jonge generatie. Zij zijn belangrijk voor de toekomst en vervullen een belangrijke rol om te zorgen voor sociale en vitale kernen. Voldoende en kwalitatieve mogelijkheden op het gebied van leven, wonen, werken en ontspannen zijn belangrijke randvoorwaarden. Wij stimuleren het ontmoeten de buitenruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=d19b42b3-c056-4966-9bdb-7962051e15ad