CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Verordening Afvalstoffenheffing 2022.docx

Beeldvormende bijeenkomst 20 oktober 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Belasting- en legesverordeningen 20221.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN

AFVALSTOFFENHEFFING STEIN 2022 Gezien het voorstel inzake Belasting- en legesverordeningen 2022 (Gem. blad Afd. A ……., zaaknummer 0971181498); gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit:

Vast te stellen de volgende verordening

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING STEIN 2022

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: -

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in

kalenderweek: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende met een maandag en

de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. eindigend met een zondag;

kalenderhalfjaar: een tijdvak van zes kalendermaanden beginnende op 1 januari of 1 juli;

container en/of emmer: een ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval door of

vanwege de gemeente per perceel of per groep van percelen ter beschikking gesteld of geplaatst inzamelmiddel.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1.

Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel

2.

De afvalstoffenheffing, als bedoeld in deze verordening, en de daarbij behorende tarieventabel,

15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).

wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten

aanzien waarvan, krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1.

Voorwerp van de belasting is een perceel.

2.

Als perceel wordt aangemerkt: a)

de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering

b)

de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c)

d)

e)

onroerende zaken;

een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c

bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

i

Artikel 4 Belastingplicht 1.

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Belastingtijdvak 1.

Met betrekking tot de belasting die per belastingjaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan

2.

Met betrekking tot de belasting die per kilogram én per lediging/inworp wordt geheven is het

3.

Het eerste belastingtijdvak gaat in op de datum van ingang van de heffing.

het kalenderjaar.

belastingtijdvak gelijk aan een kalenderhalfjaar.

Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze

2.

Voor de berekening van de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.2.1.1 en 1.2.2.1,

verordening behorende tarieventabel.

van de tarieventabel, wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto.

3.

Het gewicht van het per kalenderweek ingezamelde huishoudelijk afval wordt per perceel

vastgesteld als het verschil van het gewicht van de ter lediging aangeboden container voor en na lediging.

4.

Indien tijdens een inzamelbeurt door een calamiteit of technische storing aan de wegende

inzamelauto, de herkennings-, wegings- of registratieapparatuur of van de middelen waarmee de registratiegegevens van de geledigde containers worden opgeslagen, van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische weging, herkenning, registratie of

gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de berekening van de belasting bij alle betrokken

percelen, waar zich deze storing heeft voorgedaan, voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per perceel vastgesteld. Het forfaitair gewicht wordt vastgesteld overeenkomstig het gestelde in de leden 5 en 6. 5.

Het forfaitair gewicht als bedoeld in lid 4 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande

belastingtijdvak bij het betrokken perceel vastgestelde gewicht van de afvalstoffen, gedeeld door het aantal inzamelbeurten gedurende het voorafgaand belastingtijdvak.

6.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, of indien om andere

redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 5 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht vastgesteld op 6,5 kilogram.

7.

Voor de berekening van de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.2.3, van de

tarieventabel, wordt uitgegaan van het aantal ledigingen dat wordt vastgesteld door middel van de registratieapparatuur op de inzamelauto.

8.

Voor de berekening van de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.2.1.2, 1.2.1.3, 1.2.2.2 en 1.2.2.3, van de tarieventabel, wordt uitgegaan van het aantal ledigingen dat wordt vastgesteld door middel van de registratieapparatuur op de verzamelcontainer.

Artikel 7 Wijze van heffing 1.

De belasting als bedoeld in de hoofdstukken 1.1 en 1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij

2.

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.3 en 1.4 van de tarieventabel wordt geheven door middel van

wege van aanslag.

een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag

wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.

De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van

2.

De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel, is verschuldigd na afloop van het

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting, als bedoeld in

het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. belastingtijdvak.

hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat, voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

5.

Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente

6.

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.3. en 1.4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang

verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

7.

Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.

8.

Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 9 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden

betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand

volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2.

In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet

verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische

incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke

termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso,

mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).

4.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan alleen voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1, onderdeel 1.1.1, van de tarieventabel gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend

Artikel 11 Forfaitaire heffing Indien de gemeente buiten haar aansprakelijkheid –om wat voor reden dan ook – niet kan beschikken over

de informatie die nu de basis vormt voor de gemeentelijke heffing, is de gemeente gerechtigd middels een forfaitaire heffing, conform artikel 5, leden 4,5 en 6, toch de kosten bij de aanbieder van het huishoudelijk afval in rekening te brengen indien de dienstverlening toch heeft plaatsgevonden.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

De "Verordening afvalstoffenheffing Stein 2021", vastgesteld bij raadsbesluit van 12 november

2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

4.

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing Stein 2022".

Aldus besloten in de openbare vergadering van 4 november 2021

De Raad voornoemd,

de Griffier,

de Voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=7eccffa4-75cf-44f5-8f63-33935fff6e96