CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Participatiebeleid Omgevingswet 2021.docx

Beeldvormende bijeenkomst 10 november 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Participatiebeleid Omgevingswet en gecombineerde lijst voor verplichte participatie en bindend adviesrecht (vaststelling)15.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op het gebied van veiligheid rondom risicovolle bedrijven die onder het Besluit risico‘s zware ongevallen (Brzo) vallen, zoals de grote chemiebedrijven, is de RUD verantwoordelijk voor de uitvoering van vergunningverlening-, toezicht en handhavingstaken in heel Limburg. 6

Participatiebeleid Omgevingswet • 20

hebben persoonlijk op en bespreek met hen wat hun zorgen en belangen zijn. Ga na wat binnen de randvoorwaarden mogelijk is om tot consensus te komen. En organiseer daarnaast laagdrempelige infopunten waar inwoners informatie kunnen ophalen en hun eigen mening kunnen vormen. De initiatiefnemer kan objectiever een mening vormen door bijv. een representatieve enquête te organiseren zodat inwoners de mogelijkheid hebben gekregen om zelf te reageren i.p.v. een centrale bijeenkomst te organiseren die overruled wordt door enkele meningen. Bijlage 1.7 biedt diverse werkvormen per fase van een initiatief. En uiteraard houdt draagvlak creëren ergens op. Als een zorgvuldig proces is doorlopen en diverse pogingen zijn gedaan om in gesprek te gaan en alternatieven te onderzoeken, dan is dat het voornaamste. Zoals aangegeven in het Koersdocument: participatie betekent niet dat iedereen ‘voor’ is, maar wel dat je tijdig je mening hebt kunnen geven. Het is een aspect dat we meenemen bij de belangenafweging en bij de besluitvorming. Participatiemoe(d) Dit beleid gaat uit van een wensbeeld, afgeleid van de behoeften en ervaringen uit de praktijk en het toetsingskader dat de wet van ons vraagt. Participatie wordt door vele factoren beïnvloed (zie bijlage 1.6) en is soms weerbarstig in de praktijk.

Als verwachtingen tussen initiatiefnemers en participanten uit elkaar lopen, er weinig effectieve methoden worden gebruikt (bijv. avondbijeenkomsten terwijl de doelgroep overdag werkt), processen lang duren, resultaten uitblijven kan dit leiden tot participatiemoeheid of twijfel bij beide partijen. Om dit te voorkomen is het werken volgens bepaalde principes zoals beschreven in bijlage 1.6 van belang. Het gaat dan met name om: openheid, betrokkenheid, duidelijkheid, respect, gelijkwaardigheid, tijd en geld voor een aantrekkelijk proces. Het tijdig en structureel toepassen ervan vraagt moed van beide partijen, maar betaalt zich uit in meer kwaliteit.

Participatiebeleid Omgevingswet • 21

4.

Integraal en gebiedsgericht werken

Omgevingsvraagstukken worden complexer en vragen steeds vaker om nieuwe oplossingen. Denk aan de schaarse ruimte die er is voor gebiedsontwikkeling, de leegstand van (monumentale) gebouwen, bevolkingskrimp en vergrijzing, een woningvoorraad die aangepast moet worden aan de nieuwe normen, klimatologische uitdagingen en steeds meer online werken en winkelen. Deze zaken hebben allemaal gevolgen voor de fysieke leefomgeving in de gemeente Stein en vragen om afstemming tussen partijen die er een belang en rol in hebben. Daarbij zijn er in onze gemeente actieve inwoners die iets van hun woningomgeving willen maken. In diverse dorpen en wijken zijn afgelopen jaren dorps- en wijkvisies opgesteld. Eén van de doelen van de Omgevingswet is om allerlei onderwerpen, belangen en perspectieven in de leefomgeving meer bij elkaar te brengen en te werken aan samenhang en integraliteit. Omdat ingrepen vaak in een specifiek gebied plaatsvinden - een (woon)kern, bedrijventerrein, buitengebied, wijk, buurt of perceel-, is het logisch om die integraliteit gebiedsgericht te benaderen. Ook vanuit de DOPsgewijze aanpak is het uitgangspunt om de dorpen integraal (en dus niet sectoraal) te benaderen. In het Koersdocument is een van de uitgangspunten dan ook ‘we werken integraal en waar mogelijk gebiedsgericht’.

In dit hoofdstuk gaan we in op de vragen: waar staan we nu met integraal gebiedsgericht werken? Wat leren we van experiment Wijkactieprogramma Nieuwdorp? Waar willen we heen? Het hoofdstuk geeft inzicht in de gewenste ontwikkelrichting. In de Omgevingsvisie hebben we vijf algemene basisprincipes vastgelegd die het kader vormen als het gaat om integrale gebiedsgerichte samenwerking als middel om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te versterken (kader 9). Het verder vormgeven aan integraal gebiedsgericht werken geeft met name antwoord op basisprincipe 5. Kader 9 Basisprincipes werkwijze Omgevingsvisie Basisprincipe 1 De gemeente Stein is een eigenzinnige woongemeente in de Maasvallei waar het dorps wonen is in een verstedelijkt gebied met ruimte voor particulier initiatief en ondernemerschap. Basisprincipe 2 Bij ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen worden alle facetten van de leefkwaliteit (fysiek, sociaal, economisch, milieu, veiligheid en gezondheid) integraal meegewogen. Basisprincipe 3 De specifieke kenmerken en kwaliteiten van een gebied staan centraal waarbij onderscheid wordt gemaakt in: woonkernen, buitengebied en bedrijventerreinen. Ook binnen staan deze gebieden staan de identiteit en unieke kenmerken van een gebied centraal, waarbij kwaliteit en kleinschaligheid leidende principes zijn.

Basisprincipe 4 Om onze ambities vorm te geven werken we samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, mede-overheden en andere betrokkenen. Hierbij denken en handelen we niet in tegenstellingen, maar ieder draagt vanuit zijn eigen betrokkenheid, kennis en ervaring bij aan het versterken van de leefkwaliteit in onze gemeente. Basisprincipe 5 Afhankelijk van de opgave werken we samen op een passend schaalniveau. Dit kan op kern- of wijkniveau, gemeentelijk, (sub)regionaal, provinciaal of grensoverschrijdend zijn.

Participatiebeleid Omgevingswet • 22

Interne en externe opgave Hoewel dit hoofdstuk met name gaat over de opgave voor de gemeentelijke organisatie, verwachten we ook van andere partijen dat ze zich inspannen om integraal te werken. Met name bij de grotere initiatieven is dat van belang omdat ze meerdere aspecten/partijen raken. Het is voor alle partijen relevant om tijdig af te spreken wie waarvoor verantwoordelijk is, hoe er wordt gecommuniceerd en geparticipeerd en welke informatie wordt gedeeld en verwerkt (zie ook kader 10, lessen uit WAP Nieuwdorp). Kader 10 Experiment WAP Nieuwdorp Het Wijkactieprogramma Nieuwdorp (hierna WAP) is een experiment binnen de Steinse implementatie van de Omgevingswet op het gebied van integraal gebiedsgericht samenwerken. Dat geldt voor zowel de gemeente als de overige stakeholders in de wijk (waaronder de inwoners). Het WAP is ontstaan doordat partijen tegelijkertijd opgaves zagen voor deze wijk. Vanuit een burgerinitiatief kwam de wens voor een structurele borging van het buurtcentrum dat zij vrijwillig beheren. Ook de woningcorporatie Zaam Wonen zag een opgave, namelijk het energetisch opwaarderen en levensloopbestendig maken van een deel van de sociale huurvoorraad in de wijk. De gemeente is direct belanghebbende aangezien het buurtcentrum gehuisvest is in voormalige school dat eigendom is van de gemeente en zij dit burgerinitiatief ondersteunt vanuit beleid.

Tevens is er de wens om te verduurzamen en de openbare ruimte nabij de huurwoningen op te knappen, het parkeerprobleem en de achterpaden aan te pakken. Binnen de samenwerking wordt samenhang tussen projecten gezocht en vindt gezamenlijke prioritering plaats van acties. Planningen vanuit de afzonderlijke partijen worden naar voren gehaald of juist getemporiseerd om kansen te creëren in de 4 projecten. Denk aan de centrumontwikkeling in Bruisend hart waar gekeken wordt naar een buurtcentrumfunctie in combinatie met zorgwoningen en levensloopbestendig wonen. Het gelijktijdig aanpakken van de openbare ruimte gezamenlijk met de opwaardering en verduurzaming van de sociale huurwoningen. En tijdens de straatgesprekken in het kader van het sociaal project 360 graden Nieuwdorp bespreken we naast mogelijkheden voor eigen inzet en sociale activiteiten, een project als Dubbel Duurzaam en overige wijkontwikkelingen met inwoners. Het bieden van continuïteit in de samenwerking is komende jaren van groot belang, daarvoor is er een samenwerkingsovereenkomst opgesteld voor het overkoepelende WAP en komen er projectovereenkomsten voor de projecten Aanpak Kwadrant Zaam Wonen en Bruisend Hart. Het WAP is een typisch experiment in die zin dat je voortdurend leert en samen het proces onderzoekt en ontdekt.

De ‘lessons learned’, zoals hieronder beschreven, gebruiken we voor het bredere kader voor integraal gebiedsgericht werken zoals beschreven in hoofdstuk 4. Wat leren we tot nu toe van experiment WAP Nieuwdorp? • Motivering gebied is belangrijk: waarom deze intensieve aanpak in deze wijk, hoe legitimeer je dat? • Afbakening gebied: hierdoor kun je specifieker werken aan opgaven met professionals en inwoners. • Ga niet te snel op inhoud, neem zorgvuldige processtappen om in contact te blijven t.b.v. draagvlak. Leg daarbij uit hoe het speelveld in elkaar zit, wie kan waarover gaan, welke ruimte is er? • Zorg vooraf dat randvoorwaarden zijn geregeld als: organisatiestructuur, afbakening rollen bestuurders en ambtelijk, duidelijke opdracht, mandaat, terugkoppeling achterban, centrale planning, communicatie en participatie, gegevensverwerking, procesbudget. Leg dit vast in een overeenkomst. • Inzicht geven in korte termijnresultaten en lange termijn strategie/beoogde doelen: wat levert de aanpak op na x jaar? Deze monitoren en evalueren. Het gezamenlijk doel blijven benadrukken. • Een heldere boodschap en ‘beeldmerk’: dit werkt positief in de communicatie met de wijk en betrokken partijen. Je werkt samen aan de aanpak op basis van deze boodschap. • Durven werken met diverse participatievormen voor diverse doelgroepen en leefstijlen.

Dit is wennen en vraagt een ander referentiekader, buiten het reguliere om denken en inleven in doelgroepen. Pas creatieve werkvormen toe en maak het leuk. Door corona, hebben we hierin nog wat in te halen.

Participatiebeleid Omgevingswet • 23

Waar staan we nu? Gebiedsgericht integraal werken fysiek domein We werken in de gemeente Stein met een integrale gebiedsgerichte aanpak in het fysieke domein. Hiervoor worden specifieke gebieden aangewezen waar meerdere zaken tegelijk worden aangepakt, denk aan straten, riolering en groen. Zo is dat in 2019 uitgevoerd in Urmond-Oost en in 2018 in Maasband. Hiervoor vindt in de basis afstemming plaats met o.a. de volgende stakeholders: inwoners, woningcorporatie, Het Groene Net, nutsbedrijven, inclusiepanel. Inwoners uit het betreffende gebied worden geïnformeerd over de aanpak en er wordt ruimte geboden om binnen budget wensen mee te geven. Deze informatie wordt meestal tijdens een inwonersavond of inloopmoment opgehaald. Het concept eindresultaat wordt gepresenteerd in de betreffende wijk en gedurende de uitvoer is de aannemer en de gemeentelijk projectleider het aanspreekpunt voor vragen. In Maasband ging de samenwerking met de buurt verder, in die zin dat inwoners vooraf samen met de projectleider hebben overlegd en hun ervaringen en wensen hebben ingebracht. Dit heeft o.a. geleid tot het verbreden van de scope van het project met het aanleggen van een grote centrale parkeervoorziening. Bij het hele ontwerpproces trokken de buurt en de gemeente hierin nauw samen op en is het ontwerp in gezamenlijkheid opgesteld.

Ook wordt de gebiedsgerichte aanpak met andere initiator opgezocht zoals woningcorporatie Zaam Wonen. Een voorbeeld hiervan is de Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) ontwikkeling Meerdel. Dit betreft een vraag gestuurde bouwontwikkeling waarbij de toekomstige bewoners een sterke inbreng hebben in hoe hun leefomgeving er uit komt te zien. Op het gebied van verkeer werden gebiedsgericht Verkeersarrangementen uitgevoerd - in 2017 in Elsloo, in 2018 in Stein en in 2019 in Urmond en berg aan de Maas. Hierbij kreeg participatie vorm via overleg met inwoners, DOP-stichtingen en werkgroepen. In de uitvoer van onderhoud openbare ruimte wordt gebiedsgericht in vaste wijkteams gewerkt. Net zoals projectleiders en de dorpscontactpersonen, participeert ook dit team in de dorpsschouwen waarin inwoners periodiek nagaan wat kan verbeteren in de openbare ruimte. Dorpsontwikkeling via DOPsgewijze aanpak Sinds 2012 werken we aan dorpsontwikkeling via de DOPsgewijze aanpak waarbij inwoners op een breder palet participeren namelijk: samen beslissen, meedenken en samen uitvoeren. Op veel fronten gebeurt dit in samenwerking met de dorpscontactpersonen en vakdisciplines van de gemeente. Dit heeft geleid tot vele burgerinitiatieven, dorpsoverleggen en stichtingen en nauwer contact tussen de gemeente en de hierbij betrokken inwoners.

Idealiter is er sprake van tweerichtingsverkeer waarbij inwoners hun ‘dorpsagenda’ en behoeftes kenbaar maken en uitvoeren en waarbij de gemeente de DOP-werkgroepen opzoekt om ideeën en plannen voor te leggen en zo informatie ophaalt en werkt aan het creëren van draagvlak. In sommige gevallen gebeurt dit ook, soms niet. We hebben ervaren dat twee richtingsverkeer meer structuur en aandacht vraagt dan dat de aanpak nu krijgt. Uiteraard betreft een DOP-werkgroep of -overleg een klein deel van een wijk of dorp en is het altijd van belang om daarnaast nog de mening op te zoeken van andere inwoners. In 2015 heeft de Raad de uitgangspunten DOPsgewijze aanpak vastgesteld en deze is in 2017 geëvalueerd. Een van de aanbevelingen uit de evaluatie ‘DOP gaat Door’ was om de DOPaanpak en het gebiedsgericht werken meer in te bedden in de gemeentelijke organisatie: van

Participatiebeleid Omgevingswet • 24

bestuur tot management en uitvoerende teams. Deze inbedding krijgt een nieuwe dynamiek en urgentie door de komst van de Omgevingswet.

Waar willen we naartoe? Het doorontwikkelen van integraal gebiedsgericht werken voor de hele gemeente vraagt om het vastleggen van ambities over de werkwijze op bestuurlijk niveau die worden doorvertaald naar de ambtelijke organisatie. In het Concernplan 2019-2022 is dit als project opgenomen. Momenteel wordt er een projectplan Implementatie Gebiedsgericht werken opgesteld waarbij de focus ligt op meer structuur brengen in de gebiedsgerichte werkwijze. Hierbij zetten we in op het integraal benaderen van gebieden, met betrokken partijen, aansluitend bij wat er al is zoals hierboven beschreven. Waarbij informatie, initiatieven en opgaves per gebied in beeld worden gebracht en er kan worden gewerkt op basis van een gezamenlijke agenda. Naast de sectorale werkwijze, vraagt dit een andere benadering waarin de organisatie zal moeten worden gefaciliteerd om bovenstaande doelen te kunnen bereiken. Na besluitvorming over het projectplan, zal er in 2022 worden gestart met de projectfase om deze werkwijze te implementeren met als doel, bij positieve evaluatie, dit als structurele aanpak te continueren.

Participatiebeleid Omgevingswet • 25

5.

Meten en middelen

In dit hoofdstuk beschrijven we wat ervoor nodig is om dit beleid uit te voeren en de effecten van maatregelen te meten. Het gaat dan om de onderdelen genoemd in hoofdstukken 2-4, zoals: de communicatie over en opvolging van het stappenplan, de ondersteuning van initiatiefnemers, effecten van de intaketafel en omgevingstafel, toetsing van participatie aan de hand van de tool participatielogboek en de stakeholder- en impactanalyse en het monitoren van het gebiedsgericht werken aan de hand van de werkwijze beschreven in hoofdstuk 4. 1. Communicatie en opvolging stappenplan (hoofdstuk 2) a. We zorgen voor een webpagina met informatie over de Omgevingswet en de vertaling naar de Steinse situatie, waaronder het participatiebeleid en het stappenplan incl. de toolbox. b. Hiervoor zetten we het stappenplan en de toolbox om naar een publieksvriendelijke versie. We maken van de tools bewerkbare pdf’s die je kunt downloaden en invullen. We meten hoe vaak mensen het stappenplan en de tools downloaden. De webpagina wordt getoetst door het inclusiepanel tijdens de reguliere websitecheck. c. We zetten (social) media, video, storytelling, in om dit beleid bekend te maken. d. Intern zorgen we voor een checklist voor de teams die te maken krijgen met dit beleid en initiatiefnemers.

We zorgen ervoor dat de eerstelijns medewerkers, vergunningverleners, projectleiders en beleidsmedewerkers weet hebben van het beleid, dit inzetten en naleven. We gaan na hoe we ‘participatie’ een plek kunnen geven in formats zoals projectplan en het collegevoorstel zodat aan de voorkant randvoorwaarden georganiseerd worden. e. We zorgen ervoor dat het advies over het participatie een vast agendapunt is per casus bij de intaketafel. We meten welk participatieadvies wordt gegeven en hoe dat is opgevolgd. 2. Stimuleren en toetsen participatie (hoofdstuk 3) a. We zorgen voor één contactpersoon binnen de organisatie die overzicht houdt over het verloop van een initiatief. Dit organiseren we tijdens de intaketafel. De contactpersoon is dichtbij en betrokken, iemand die info samenbrengt (bijv. van andere publieke instanties) en samen met de initiatiefnemer tot analyse komt en keuzes afweegt. Wel blijft de initiatiefnemer verantwoordelijk en eigenaar van het proces. b. We meten jaarlijks aan de hand van een intaketafel casusoverzicht: i. Of er sprake is van het gebruik van de intaketafel en toepassing van het advies; ii. Of er sprake is van één contactpersoon; iii. Of er sprake is van het toepassen van het participatielogboek; iv. Of de stakeholders- en impactanalyse zijn toegepast (bij cat. 2, uitgebreid); v.

Bij de gevallen waar (nog) geen aandacht is voor participatie, in hoeverre het gaat om niet weten of niet willen en wat de vervolgstappen en resultaten waren; vi. Of de categorieën verplichte participatie afdoende werken en tot het beoogde resultaat leiden (zorgvuldig participatieproces doorlopen). 3. Integraal en gebiedsgericht werken (hoofdstuk 4) a. In hoeverre de gebiedsgerichte werkwijze het beoogd effect heeft: i. gebiedskennis / -data, activiteiten en netwerken meer bij elkaar brengen, ii. structuur brengen in de basis en daarbij maatwerk per gebied toepassen, iii. in gezamenlijkheid per gebied aan opgaves werken. b. Voortgang monitoren van processtappen om bovenstaande doelen te bereiken.

Participatiebeleid Omgevingswet • 26

Terugkoppeling en reflectie Bovenstaande meetinformatie geeft een objectief beeld of dit beleid het beoogde effect behaalt. In het kader van de implementatie Omgevingswet zullen we de bevindingen terugkoppelen aan college en raad middels kwartaalrapportages. Bovenstaande indicatoren kunnen, in het perspectief van de Omgevingswet, nog worden uitgebreid met bijv. een check of de aangepaste werkprocessen voor vergunningen in de praktijk ervoor zorgen dat de reguliere afhandelingstermijn daadwerkelijk wordt ingekort. De raadsreflectie die in april 2021 heeft plaatsgevonden wordt periodiek georganiseerd op basis van de gemeten informatie en de evaluatiegegevens en zal ingaan op o.a. de uitwerking van het participatiebeleid, de Omgevingsvisie en de totstandkoming van het Omgevingsplan. Evaluatie zal in ieder geval plaatsvinden een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Raad bepaalt de kaders, uitvoer en bijstelling door college Uitkomsten uit monitoring, evaluatie, bespreking en juridische uitspraken kunnen leiden tot bijstelling van dit beleid. Bij vaststelling van het participatiebeleid is het de bevoegdheid van het College om na inwerkingtreding van de Omgevingswet het beleid op ondergeschikte delen aan te passen n.a.v. nieuwe gewijzigde inzichten.

Participatiebeleid Omgevingswet • 27

Bijlage 1.

Toolbox stimuleren participatie

1.1

Checklist participatieproces ..............................................................................................29

1.2

Formulier Stakeholdersanalyse .........................................................................................30

1.3

Formulier Impactanalyse..................................................................................................32

1.4

Intakeformulier...............................................................................................................33

1.5

Formulier Participatielogboek............................................................................................35

1.6

Tips participatieaanpak ....................................................................................................36

1.7

Participatie werkvormen ..................................................................................................40

1.8

Participatieniveaus (participatieladder)...............................................................................41

Participatiebeleid Omgevingswet • 28

1.1 Checklist participatieproces Hoe bepaal je in welke categorie jouw initiatief valt en welke participatie nodig is? Hiervoor heeft de gemeente een korte checklist opgesteld. Deze vind je op www.gemeentestein.nl/.... Hier vind je ook meer informatie over de te volgen stappen in het stappenplan (hoofdstuk 2).

CHECKLIST PARTICIPATIEPROCES Onderdeel van Toolbox Participatiebeleid Gemeente Stein, 2021 Vraag 1. Geef aan wat je wil gaan doen. Maak een keuze uit onderstaande categorieën.

2.

Heeft dit gevolgen voor anderen, zoals buren of eigenaren van naastgelegen grond?

Antwoord Ik wil: a. Werkzaamheden in of om een woning b. Werkzaamheden in of om een bedrijfsgebouw c. Gebieds- of projectontwikkeling d. Evenement organiseren [Bij alle antwoorden door naar vraag 2] Vul in: Ja of Nee [Indien ‘Ja’ dan door naar vraag 3. Indien ‘Nee’ dan toelichting over categorie 1] Uitkomst na antwoordkeuze ‘Nee’ (categorie 1, beknopt proces): ”Jouw initiatief betreft een kleine ingreep waar jouw buren of eigenaren van naastgelegen grond geen of beperkte gevolgen van ondervinden. We adviseren je hen te informeren en het gesprek aan te gaan. Ga naar www.gemeentestein.nl voor meer informatie en tips. Mocht je vragen hebben aan de gemeente, neem dan contact op met 046-435 93 93. Je wordt dan doorverbonden met de juiste contactpersoon.”

3.

Heeft dit, naast je directe buren, ook gevolgen voor andere omwonenden en/of andere belanghebbende partijen?

Ja of Nee [Indien ‘Nee’ dan toelichting over categorie 1 Beknopt proces en vervolgstappen. Indien ‘Ja’ dan advies over categorie 2 Uitgebreid proces en vervolgstappen.] Uitkomst na antwoord ‘Nee’ (categorie 1, beknopt proces): “Jouw initiatief heeft gevolgen voor buren en/of eigenaren van naastgelegen grond. Ga tijdig met hen hierover in gesprek. Bespreek wat je wil gaan doen, hoeveel tijd werkzaamheden in beslag nemen en wat ze er vermoedelijk van merken. Win vooraf informatie in bij de gemeente via de intaketafel. Ga naar www.gemeentestein.nl voor meer informatie en tips. Mocht je vragen hebben aan de gemeente, neem dan contact op met 046-435 93 93. Je wordt dan doorverbonden met de juiste contactpersoon.” Uitkomst na antwoord ‘Ja’ (categorie 2, uitgebreid proces): “Jouw initiatief heeft gevolgen voor buren, andere omwonenden, en/of belanghebbenden partijen. Daarom wordt er nu meer van jou verwacht. Breng partijen en gevolgen in beeld en ga tijdig met hen in gesprek over je initiatief. Win vooraf informatie in bij de gemeente via de intaketafel. Ga naar www.gemeentestein.nl voor meer informatie en tips. Mocht je vragen hebben aan de gemeente, neem dan contact op met 046-435 93 93. Je wordt dan doorverbonden met de juiste contactpersoon.”

Participatiebeleid Omgevingswet • 29

1.2 Formulier Stakeholdersanalyse Door onderstaande tabel in te vullen krijg je overzicht van mogelijke spelers en hoe je kunt handelen om hen tijdig bij je initiatief te betrekken. De eerste regel is als voorbeeld ingevuld. Onder de tabel is een toelichting opgenomen over rollen van stakeholders.

STAKEHOLDERSANALYSE Onderdeel van Toolbox Participatiebeleid Gemeente Stein, 2021 Naam initiatiefnemer: Aannemer x (voorbeeld) Naam initiatief: Wegreconstructie x (voorbeeld) Datum: 21 juni 2021 (voorbeeld) Categorie Rol (belanghebbende, stakeholder belangrijke speler, beïnvloeder, toeschouwer) Voorbeeld: Voorbeeld: Belanghebbenden Buren in straat van de werkzaamheden

Wanneer informeren / laten participeren

Welke wijze / inzet middelen

Voorbeeld: Tijdens voorbereiding informeren, tijdens uitvoering informeren en contact houden

Voorbeeld: Inloopavond tijdens voorbereiding, i.c.m. brief en bouwapp / digitale nieuwsbrief

Participatiebeleid Omgevingswet • 30

Stakeholders kun je op een bepaalde manieren indelen:

Laag

---- BETROKKENHEID

----

Hoog

Eerste cirkel: er is een groep direct betrokken of getroffenen, mensen die direct gevolgen ondervinden van jouw initiatief. Denk aan omwonenden wiens straat wordt opgebroken door wegwerkzaamheden. Tweede cirkel: voelt zich betrokken maar ondervindt niet direct gevolgen van jouw initiatief. Denk aan wijkbewoners die niet aan de betreffende straat wonen maar soms wel deze weg gebruiken. Derde cirkel: is geïnteresseerd en raadpleegt de informatie wanneer ze deze nodig hebben. Ook kun je, naast betrokkenheid nagaan wat de invloed is van partijen. Denk aan eigenaren van grond/gebouwen, mogelijke financiers, samenwerkingspartners. Vanuit de mate van betrokkenheid of invloed kun je nagaan hoe je mensen informeert en het gesprek aangaat.

Belanghebbende Goed op de hoogte houden, verwachtingen peilen en hierop inspelen (informeren, meedenken) Bijv. omwonenden, belangengroepen (natuur, cultuur, doelgroepen), etc.

Belangrijke speler Grondig en tijdig informeren. Bij co-productie afspraken over participatie en rolverdeling (informeren, adviseren, co-produceren, meebeslissen) Bijv. gemeente, woningcorporatie, burgerinitiatief

Toeschouwer Op de hoogte houden waar nodig (informeren) Bijv. inwoners algemeen

Beïnvloeder Zoveel mogelijk informeren en waar mogelijk laten participeren (informeren, adviseren, meebeslissen) Bijv. Landelijke (overheids)diensten, provincie, regio

Laag

----

INVLOED

----

Hoog

Participatiebeleid Omgevingswet • 31

1.3 Formulier Impactanalyse Welke gevolgen heeft je initiatief voor de omgeving? Het is van belang om daar goed over na te denken, onderstaand formulier kan je daarbij helpen. Door na te gaan wat de risico’s en beheersmaatregelen zijn en wat nodig is om deze maatregelen te nemen, ben je beter voorbereid voordat je volgende stappen gaat zetten.

IMPACTANALYSE Onderdeel van Toolbox Participatiebeleid Gemeente Stein, 2021 Naam initiatiefnemer: Aannemer x (voorbeeld) Naam initiatief: Wegreconstructie x (voorbeeld) Datum: 21 juni 2021 (voorbeeld) Onderdeel Voorbeeld: Schaal / omvang ingreep

Gevolg / korte omschrijving ingreep Voorbeeld: Dorpsstraat wordt geheel vernieuwd waardoor deze 9 maanden slecht bereikbaar is

Risico (hoog, matig laag) Voorbeeld: Overlast en klachten omgeving, matig

Beheersmaatregel (incl. wie) Voorbeeld: Omleidingen, goede communicatie en informatie voorziening, aannemer

Ingreep is structureel (bv. bedrijf vestigen) of eenmalig (bv. evenement) Locatie (bv. naast woningen, in buitengebied, nabij bedrijven) Eigendom (wie is eigenaar) Gebruikers (wie zijn gebruikers) Veiligheid (welke risico’s zijn er bv. industrie, verkeer) Milieuschade (bv. bodemverontreiniging) Geluidshinder

Verkeer en parkeren (verkeersstromen, werkverkeer of bezoekers) Bereikbaarheid (ontsluiting via wegen) Planning (periode werkzaamheden)

Participatiebeleid Omgevingswet • 32

1.4 Intakeformulier Vul onderstaand online intakeformulier in op de website van de gemeente. De gemeente bespreekt jouw initiatief dan tijdens de intaketafel (zie kader 4 voor meer informatie). Onderstaand formulier is online in te vullen op: www.gemeentestein.nl/ … en toont enkel de vragen die op jouw initiatief van toepassing zijn.

INTAKEFORMULIER Online beschikbaar op: www.gemeentestein.nl/... Afgeleid van VNG, 2020 Onderdeel van Toolbox Participatiebeleid Gemeente Stein, 2021

Gegevens bevoegd gezag gemeente Stein Referentienummer: Datum indiening: Uw gegevens Burgerservicenummer (BSN): [dit wordt enkel gebruikt tbv persoonsherkenning en daarna geanonimiseerd] Achternaam: Tussenvoegsel: Voorletter(s): Correspondentieadres Postcode: Straatnaam / postbus: (Huis)nummer: Huisnummer toevoeging Plaatsnaam: Land: Contactgegevens Telefoonnummer: Mobiel nummer: E-mailadres: Gegevens gemachtigde Is er sprake van een gemachtigde? [ja/nee] Burgerservicenummer (BSN): [dit wordt enkel gebruikt tbv persoonsherkenning en daarna geanonimiseerd] Achternaam: Tussenvoegsel: Voorletter(s): E-mailadres: Gegevens locatie activiteiten / werkzaamheden Postcode: Straatnaam: (Huis)nummer: Huisnummer toevoeging Plaatsnaam:

Participatiebeleid Omgevingswet • 33

Geldt de aanvraag voor meerdere adressen of percelen? [ja/nee] Eigendomssituatie van het perceel [Je bent eigenaar / Je bent toekomstig eigenaar / Je bent erfpachter / Je bent huurder / Je bent toekomstig huurder / Anders, namelijk] Uw initiatief Korte omschrijving initiatief: Welke activiteiten zijn van toepassing? [Bouwen / Afwijken Omgevingsplan - wijzigen gebruik / kappen / slopen / aanleggen - veranderen weg / milieu / monument / anders namelijk:]: Wat is de gewenste oppervlakte (m2): Materiaalgebruik: Gevolgen omgeving: Bijlagen Tekening bestaande toestand op schaal 1:100 Tekening nieuwe toestand op schaal 1:100 Foto’s locatie Foto’s materiaalgebruik Nawoord en ondertekening Hierbij verklaar ik dat ik de aanvraag naar waarheid heb ingevuld. Datum: Naam aanvrager:

Participatiebeleid Omgevingswet • 34

1.5 Formulier Participatielogboek Onderstaand formulier gebruik je voor het vastleggen van bevindingen en de afspraken die je met stakeholders maakt gedurende het proces. Het is van belang om vast te leggen wie je op welk moment hebt gesproken en wat de resultaten uit gesprekken zijn. Deze informatie is onder andere nodig om een goede afweging te kunnen maken bij toetsing en besluitvorming. Indien er sprake is van reacties bij betrokken stakeholders worden contactgegevens opgevraagd om aanvullende informatie op te kunnen vragen t.b.v. de afweging. De grondslag voor verwerking persoonsgegevens is het verwerkingsregister AVG en het Participatiebeleid

PARTICIPATIELOGBOEK Onderdeel van Toolbox Participatiebeleid Gemeente Stein, 2021

Naam initiatiefnemer: Aannemer x (voorbeeld) Naam initiatief: Wegreconstructie x (voorbeeld) Datum: 21 juni 2021 (voorbeeld) Datum

Type en aantal stakeholder(s)

Soort gesprek

Afspraken

Voorbeeld: 1 januari 2021

Voorbeeld: 15 omwonenden in straat van de werkzaamheden

Voorbeeld: Open inloop Kaartmateriaal toegelicht. Vragen werkzaamheden beantwoord

Voorbeeld: Toegezegd hen wekelijks te informeren via de Bouwapp en hierover een huis aan huisbrief te verspreiden

Vervolgacties en contactgegevens (NAW, mail, tel) Voorbeeld: Brief opstellen en verspreiden Bouwapp actueel houden

Participatiebeleid Omgevingswet • 35

1.6 Tips participatieaanpak Investeer in een goede participatie-aanpak We willen elkaars kennis, kunde en creativiteit maximaal benutten en daarom is participatie zo belangrijk. Door zorgvuldig na te denken over het participatieproces en open betekenisvolle gesprekken te voeren, komen verschillende mensen en inzichten bij elkaar. Elke situatie vraagt om een eigen, goed doordacht ontwerp voor participatie. Het werken met de 4 hulpvragen in de juiste volgorde - 1. Waarom, 2. Wanneer, 3. Wie, 4. Hoe/Op welke manier - blijkt in de praktijk te helpen om te komen tot een goed ontwerp voor een participatieaanpak. Vervolgens zijn voor de invulling van participatie 5 criteria bepalend: 1. Transparantie, 2. Kwaliteit, 3. Gelijkheid, 4. Inclusiviteit en 5. Passendheid. Onderstaande checklist gebruik je om je participatieaanpak vorm te geven en na te gaan of je genoemde criteria een plek hebt gegeven tot nu toe, en/of en wat nodig is om dit nog te doen. Ontwerp participatie-aanpak o Wat wil de initiatiefnemer realiseren? o Waarom dit initiatief en participatie? (wat is het doel) o Wanneer kan participatie plaatsvinden? (in welke fases/periode) o Wie zijn mogelijke deelnemers (belanghebbenden/betrokkenen, zie stakeholdersanalyse)? o Hoe kunnen we participatie vormgeven? (zie voor werkvormen de tabel hieronder) •

Transparantie: o Zorg voor een werkwijze en informatie die te volgen is voor betrokken partijen op proces en inhoud. Denk aan B1-niveau taalgebruik, fysieke en online middelen o Betrek belanghebbenden zo vroeg mogelijk, daardoor ontstaat er meer vertrouwen in het gezamenlijk proces en de resultaten o Zorg dat de belangen helder op tafel komen en vraag door o Maak vanaf het begin duidelijk wat onderhandelbaar is en wat niet o Wees helder over de invloed die belanghebbenden kunnen uitoefenen o Zorg voor informatiesymmetrie: informatie is voor deelnemers gelijk beschikbaar o Nodig onafhankelijke experts uit om informatie toe te lichten o Wees niet bang voor conflicten; beter uitspreken en elkaar horen dan lastige kwesties en frustraties die onbesproken blijven o Geef duidelijk aan wat er met de input van de deelnemers gebeurt en hoe deze in besluitvorming wordt meegenomen. Koppel terug en laat daarbij zien wat is gedaan met de geleverde inbreng en welke rol deze heeft gespeeld in de besluitvorming

•

Kwaliteit o Reserveer budget voor een participatietraject o Reserveer voldoende tijd voor participatie en de verwerking van de resultaten o Vanuit organisaties: bied ruimte voor participatie en moedig het aan o Zorg voor een gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel o Combineer voordelen op korte termijn met een strategie voor de lange termijn o Participatie vraagt om constante terugkoppeling (zie ook transparantie), reflectie, bijsturing en evaluatie. Er is pas echt sprake van kwaliteit als alle participanten het participatieproces als goed ervaren

Participatiebeleid Omgevingswet • 36

•

Gelijkwaardigheid o Ontwerp gezamenlijk het proces en de voorwaarden voor participatie. Maak afspraken over regels en normen o Zorg voor een balans in de machtsverhouding tussen deelnemers o Voorkom dominantie van een klein aantal deelnemers. Organiseer werkvormen waarin iedereen kan worden gehoord. 1 op 1 gesprek kan dominantie verminderen o Zorg voor balans tussen waarde voor deelnemers en waarde voor de gemeenschap

•

Inclusiviteit en toegankelijkheid: o Kies op basis van de stakeholdersanalyse welke deelnemers in ieder geval moeten worden uitgenodigd en pas deze evt. aan gedurende het traject o Erken diversiteit en geef gelijke kansen aan inwoners om deel te kunnen nemen Jongeren en mensen met een migratieachtergrond of mensen met een beperking zijn vaak lastiger te bereiken. Toch kun je deze groepen bereiken door in te zetten op een bezoek aan plekken waar bepaalde groepen komen zoals de basisschool, het buurthuis of de sportclub. Werk via contactpersonen zoals het welzijnswerk o Verdiep je in de leefwereld van (beoogde) deelnemers: houd rekening in de participatieaanpak met sociale en culturele normen en maak weloverwogen keuzes t.a.v. locatie, datum, tijd, kinderopvang, vervoer, toegang en taal (zie figuur) o Maak het onderwerp van participatie zichtbaar, opvallend en begrijpelijk

Bron: Betrokkenheid in 8 profielen - betrokkenheidsmodel van Citisens, 2020

Citisens ontwikkelde een model om integraal te kijken naar verschillende ‘betrokkenheidsprofielen’. Het Citisensmodel geeft inzicht in de diversiteit van voorkeuren rondom betrokkenheid bij de leefomgeving en de mate waarin mensen vertrouwen hebben in de

Participatiebeleid Omgevingswet • 37

overheid, met name de gemeente. Hieronder is per profiel een korte typering gegeven en welk inwonersaandeel landelijk tot een bepaald profiel behoort.

Een korte typering per profiel: • • • •

• •

•

•

Kritische Vernieuwers (7%) “Wij denken vooruit” Geïnformeerd, mondiaal betrokken en kritisch. Stadse Nomaden (11%) “Loopt prima zo” Zelfredzaam, zorgeloos, betrokken als ze er zin in hebben. Geïnformeerde gezinsdrukte (15%) “Druk met het gezin” De wil om mee te doen is er, maar de prioriteit ligt nu anders. Gevestigde beïnvloeders (19%) “Ik ken de wegen” In contact met bestuurders en sleutelfiguren om op te komen voor het eigen en algemeen belang. Zelfbewuste aanpakkers (16%) “Wij doen het zelf” Niet uitgaan van instanties die alles doen, maar zelf in actie komen. Zorgzame senioren (6%) “Wat ik nog kan, doe ik” Welwillend, plichtsgetrouw, maar gericht op eigen, kleine leefwereld. Soms beperkt om mee te doen. Honkvaste buurtbewoners (16%) “Het is wat het is” Geen gevoel van invloed in bredere context. Wél betrokken in vrijwilligerswerk. Eigengereide digitalen (9%) “Wij krijgen geen invloed” Voelen zich niet vertegenwoordigd of zelfs genegeerd. Vooral gericht op eigen (online) kring.

Verschillende groepen zijn letterlijk te lokaliseren doordat het model een koppeling legt met postcodes. Door de samenstelling van de bevolking in een kleurenkaart weer te geven, is in één oogopslag te zien hoe en waar de profielen in een gemeente zijn vertegenwoordigd. Bron: www.overheidincontact.nl, 2020; Citisens, 2020

Participatiebeleid Omgevingswet • 38

Inclusie-tip: Gemeente Stein heeft n.a.v. het VN verdrag inzake rechten van personen met een handicap een sociale inclusie agenda opgesteld en een actief Inclusiepanel. Dit kan worden geraadpleegd voor advies. Zie voor meer informatie: https://www.gemeentestein.nl/sociaal-inclusie-panel •

Passendheid o Bouw flexibiliteit in het traject in. Houd ruimte voor leren en improviseren o Ontwerp een proces met verschillende werkvormen dat goed aansluit op de verschillende belevingswerelden van deelnemers (zie werkvormentabel) o Zet online middelen in, dit kan kosten van grootschalige processen verlagen en kan participatie meer eigentijds en speels maken. Bovendien verlaagt het in sommige gevallen de drempel om mee te doen (denk aan drukke gezinnen of mensen met een lichamelijke beperking). Om de democratische legitimiteit te ondervangen bereiken we wel voldoende mensen? - kun je vooraf bepalen wat de ondergrens is hoeveel mensen je zou moeten bereiken om bijv. representatief te zijn o Overvraag deelnemers niet en voorkom participatie-moeheid. Zoek afstemming met al lopende trajecten in de eigen organisatie of vanuit andere organisaties

Bron: Aan de slag met de Omgevingswet, 2020 Uit: Denkwijze(r) voor goede participatie (criteria participatie-aanpak)

Bepalende factoren bij burgerparticipatie Burgerparticipatie kan worden gedefinieerd als de actieve en vrijwillige betrokkenheid van burgers die zoeken naar invloed op collectieve besluitvorming en beleid. Onderzoekers uit verschillende disciplines, voornamelijk psychologen, sociologen en politicologen, hebben geprobeerd om burgerparticipatie te classificeren. Wat maakt dat inwoners wel of niet participeren? Het Verwey-Jonker Instituut heeft enkele bepalende psychosociale, sociodemografische en socioeconomische factoren op een rij gezet: Psychosociale factoren: - actief vs passief gedrag, - individueel vs collectief, - analoog vs digitaal, - flexibel/reflectief vs star, - beleidsvoorkeuren / stille motivaties (voor of tegen). Sociodemografische en socio-economische factoren: - opleidingsniveau, - leeftijd/generatie, - etniciteit, - gender, - type gemeente (dorpen met nauwere sociale verbanden vs heterogene stadswijken met losser contact), - buurtkenmerken (context bepaalt deels gedrag, creëert gezamenlijke leefstijl). Aan de hand van sociodemografische en socio-economische factoren kunnen indelingen gemaakt worden van groepen burgers. Door te kijken naar economisch, cultureel, sociaal en persoonskapitaal, kan naar voren komen dat participatie samenhangt met verschillende inkomens- en netwerkgroepen. Verschillende soorten kapitaal bepalen mogelijkheden en kansen in het leven.

Elk van de kapitaalvormen heeft haar eigen waarde en functie in de samenleving en samen bepalen ze iemands positie op de maatschappelijke ladder. Je verdiepen in de gebieden en inwoners waar participatie plaats moet vinden bijv. o.b.v. leefstijlen / voorkeur is wenselijk als je een optimaal participatieresultaat wil bereiken. Bron: Verwey-Jonker Instituut, 2020 Uit: Een goed begin; Een verkenning naar segmentatiemodellen gericht op voorkeuren in burgerschap en participatie

Participatiebeleid Omgevingswet • 39

1.7 Participatie werkvormen Onderstaande tabel geeft een overzicht aan mogelijke participatiemethoden en werkvormen per fase van je initiatief en de participatieruimte (zie bijlage 1.7) die er is. Als je ideeën wilt ophalen en daarbij wilt samenwerken met partijen (meedoen/co-produceren) vraagt dat een andere werkvorm met meer interactiemogelijkheden dan dat je enkel een mening wil weten (meedenken/raadplegen). We hebben rekening gehouden met wat we al aan overlegstructuren / methodes hebben en toepassen in de gemeente zoals de adviesraden (sociaal domein, jeugd), panels (inclusie, sport en bewegen, TipStein), DOP-overleg, ABCD en dorpsschouwen. Meer informatie over werkvormen? Zie www.participatiewijzer.nl Ruimte > Fase initiatief V

Meeweten (informeren)

Ideeën/ analysefase

Website Maandblad/Flyer Social media

Planfase

Website Maandblad/Flyer Social media Inloopmoment Bewonersbrief Bouwapp

Besluitvorming

Website Maandblad/Flyer Social media Informatie bijeenkomst Website Maandblad/Flyer Social media Bewonersbrief Bouwapp Inloop in wijk Video Infostand bij evenementen Website Maandblad Social media Bewonersbrief

Uitvoering

Evaluatie

Meedenken (raadplegen/ adviseren) Brainstorm Mindmap Ontwerpwedstrijd Kidsconsulting Jeugddebat Ideeënbus Straatinterviews Enquête Internetpanel Dorpsschouw DOP-overleg World-/praatcafé Klantreis Werkbezoek Atelier/intekenen op plattegrond 1 op 1 overleg Klankbordgroep DOP/dorpsoverleg Panel Adviesraad Bestuursoverleg Stuurgroep DOP-overleg

Meedoen (coproduceren)

Meebeslissen

Snelkookpan (in een korte tijd tot uitvoeringsplan/ acties komen) Werkgroep Wie kan wat in de wijk? (ABCD, Asset Based Community Development)

Ideeën scoren Burgerjury (willekeurige inwoners) Wijk/dorpsbudget Burgerbegroting Veiling

Experts vragen Atelier (oplossing voor concrete vraagstukken ontwerpen) DOP-overleg Werkgroep Wie kan wat in de wijk? (ABCD) Stuurgroep Convenant Overeenkomst

Scenariomethode Variantenstudie Raadswerkgroep Wijk/Dorpsbudget Burgerjury

Inloop in wijk Brievenbus Bouwapp Klankbordgroep DOP-overleg

Stuurgroep Buurtonderzoek Wie kan wat? Crowdfunding Wie kan wat in de wijk? (ABCD)

Interviews/enquête Werkgroep Klankbordgroep DOP-overleg

Buurtonderzoek Werkgroep DOP-overleg Bestuurdersoverleg Stuurgroep

Kiezen uit varianten of scenario’s Stuurgroep Burgerjury Stuurgroep Bestuursoverleg DOP-overleg

Stuurgroep Bestuursoverleg DOP-overleg

Participatiebeleid Omgevingswet • 40

1.8 Participatieniveaus (participatieladder) Vorm van participatie 1. Informeren Gemeente bepaalt zelf en informeert betrokkenen.

Rol College/ Bestuursstijl Open autoritair Voert beleid uit en verschaft hierover informatie aan inwoners / doelgroep. Consultatief Raadplegen van deelnemers: hoort reacties op plan en houdt rekening hiermee in het vervolgproces.

Rol raad

3. Adviseren Gemeente bepaalt agenda en neemt adviezen serieus. Gemeente kan gemotiveerd afwijken.

Participatief Het bestuur stelt de agenda samen. Geeft veel ruimte voor inbreng en discussie.

Kaderstellend controle proces Raad gaat in gesprek met inwoners. Raad kan afwijken van gekozen route.

4. Coproduceren Gemeente en betrokkenen komen agenda overeen waarna gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht evt. samen uitvoeren.

Delegerend Ziet inwoner als partner en laat het resultaat zwaar wegen in de besluitvorming. Bij afwijking aandacht voor motivatie.

5. Meebeslissen Gemeenschap beslist zelf binnen kaders gemeente. Resultaten zijn bindend, gemeente neemt deze over.

Samenwerkend Samenwerken obv gelijkwaardigheid met andere partijen. Ruimte voor zeggenschap, verschillende ideeën en proces.

6. Zelf organiseren Samenleving stelt zelf de agenda op en voert acties uit.

Faciliterend College is bij opzet en uitvoer niet direct betrokken. Kan faciliteren en kaders bieden (tijd, geld, spullen).

Kaderstellend, controle proces Raad laat inbreng inwoners zwaar meewegen. Kan zelf ook initiatief nemen. Verschuiving naar verbinder en volks vertegenwoordiger. Kaderstellend Raad stelt kaders vast en controleert resultaat en democratisch proces. Raad kan zelf ook initiatief nemen. Verbinden, vertegenwoordigen. Verbinder, volksvertegenwoordiger In die rol oog voor resultaat en democratisch proces.

2. Raadplegen Gemeente bepaalt agenda en vraagt betrokkenen om reactie. Gemeente is niet gebonden aan uitkomst.

Kaderstellend controle inhoud Ziet toe op besluit (totstandkoming en uitvoer) en informatie hierover. Kaderstellend controle proces Verschuiving van controle op inhoud, budget naar meer aandacht voor zorgvuldig proces.

Rol inwoners / stakeholders Toehoorder Levert geen bijdrage aan het proces.

Geconsulteerde Reageert in een bepaald stadium op een voorstel / plan. Klankbord, gesprekspartner. Inbreng van mening of kennis. Adviseur Kan problemen aandragen en oplossingen formuleren.

Samenwerkingspartner Werkt mee aan plannen en aan oplossingen; werkt op basis van gelijkwaardigheid.

Meebeslisser Krijgt bevoegdheid om binnen kaders zelf beslissingen te nemen.

Initiatiefnemer Ontwikkelt eigen plannen; voert zelf plannen uit.

Rol ambtelijke organisatie Initiatiefnemer, en uitvoerder Bekend maken van vastgesteld beleid en de uitvoer ervan. Initiatiefnemer, gesprekspartner en uitvoerder Houdt rekening met mening. Vereist open houding, luisteren, in gesprek gaan. Initiatiefnemer, gesprekspartner en uitvoerder Is in staat de discussie te leiden, samenvattingen te maken en terug te koppelen. Procesbegeleider Begeleidt het proces waarbij meerdere partijen betrokken zijn en een rol hebben, bij afwijking van voorstel heldere motivatie geven. Betrokken coach Helder over kaders betrokken en coachen op proces daarbij durven loslaten. Goede bestuurlijke afstemming organiseren. Ondersteuner Initiatief komt van inwoners. Kan expertise en enthousiasme inbrengen.

Participatiebeleid Omgevingswet • 41

Bijlage 2.

Verplicht participatie en bindend advies

De Raad stelt een lijst van gevallen vast waarin participatie verplicht is. Wij kiezen ervoor om deze lijst van gevallen parallel toe te passen aan de gevallen waarin wij ook verzwaard adviesrecht gaan vragen aan de Raad. Het gaat bij deze gevallen om uitzonderlijke initiatieven die niet rechtstreeks binnen het omgevingsplan passen, waarbij bijvoorbeeld sprake is van forse ruimtelijke ingrepen in het landschap, zoals in het kwetsbare buitengebied en waartegen naar verwachting verschillende partijen bedenkingen zullen hebben. Binnen de bebouwde kom, gaat het om gevallen waarvan is ingeschat dat de impact op de leefomgeving groot kan zijn. Activiteit

Verplicht participatie

Bindend advies

1. Buitenplanse omgevingsplanacitiviteit voor de nieuwbouw van één of meerdere woningen buiten de bebouwde kom

ja

ja

2. Buitenplanse omgevingsplanacitiviteit voor de nieuwbouw van meer dan 5 woningen binnen de bebouwde kom

ja

nee

3. Buitenplanse omgevingsplanacitiviteit voor de de nieuwbouw van meer dan 12 woningen binnen de bebouwde kom

ja

ja

4. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit van enige omvang met impact in een Natura 2000 gebied

ja

ja

5. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de nieuwvestiging van horeca, of buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de uitbreiding van horeca groter dan 30% van het bestaande bedrijfsvloeroppervlak en de nieuwvestiging van hotels of uitbreiding van meer dan 30% van de bestaande overnachtingscapaciteit

ja

ja

6. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zendmasten en installaties voor het opwekken van duurzame energie buiten een bedrijfsbestemming.

ja

ja

ja

ja

ja

ja

7. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zonneweides van meer dan 100 m2, buiten een bedrijfsbestemming en niet aangebracht op een dak 8. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de nieuwvestiging, of buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de uitbreiding van meer dan 40% van het bestaande bedrijfsvloeroppervlak of van de bestaande bouwmassa, van een bedrijf buiten de aangewezen bedrijventerreinen van categorie 3.2 of hoger

Participatiebeleid Omgevingswet • 42

Activiteit

Verplicht participatie

Bindend advies

9. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de nieuwvestiging, of buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de uitbreiding van meer dan 40% van het bestaande bedrijfsvloeroppervlak of van de bestaande bouwmassa, van een bedrijf op hiertoe aangewezen bedrijventerreinen van categorie 4 of hoger

ja

ja

ja

ja

10. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de functiewijziging c.q. herontwikkeling in bestaande gebouwen van meer dan 2.000 m2, waarbij sprake is van (te verwachten) aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving

Uitgangspunt: de Raad stelt de kaders vast via beleid, denk aan de omgevingsvisie, accommodatiebeleid, woonbeleid etc. Dit beleid wordt vertaald in het omgevingsplan. Vanuit de verhouding tussen Raad en College wordt het noodzakelijk geacht dat wanneer wordt afgeweken van vastgestelde kaders door de Raad voor een specifiek geval met impact: - de Raad vooraf een bindend advies geeft; - de uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is zodat er is meer tijd is voor een zorgvuldig vergunningentraject en - de initiatiefnemer op voorhand verplicht participatie toepast.

Participatiebeleid Omgevingswet • 43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=03889516-1c33-442c-b127-c1cef04042cd