1. Ontwerp-Omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
Hierbij wordt ook gericht gekeken naar de demografische samenstelling en leefstijlen van de bevolking en de daadwerkelijke woonbehoefte in een wijk of buurt. Een belangrijk aspect hierbij is de zorgcontinuïteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van passende zorg voor verschillende doelgroepen. Wij staan open voor alternatieve woonvormen, waaronder flexibele woonvormen, Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en woonvormen die een bijdrage leveren aan het behouden en verbeteren van de leefkwaliteit. Hierbij staat maatwerk en de vraag van (nieuwe) inwoners voorop. Hieronder vallen ook de opgaven ‘Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’ die wij met ingang van 2022 hebben, waarbij wij voor bijzondere doelgroepen woonruimte moeten creëren. Randvoorwaarde blijft echter dat deze ontwikkelingen bijdragen aan een evenwichtige ontwikkeling van de woningmarkt. Dit maken we mogelijk door zoveel mogelijk woningen te realiseren en/of aan te passen aan de in de toekomst gevraagde kwaliteit en behoefte en door de omvang van het woningaanbod aan te laten sluiten bij de toekomstige vraag. De gemeente Stein heeft een hoge ambitie met betrekking tot duurzaamheid. Eén van de grote uitdagingen in de energietransitie is het verduurzamen van koopwoningen. Daarnaast geldt vanuit de visie op levensloopbestendig wonen de noodzaak dat mensen langer thuis blijven wonen.
Dit betekent dat er aanpassingen aan en in de woning uitgevoerd moeten worden met als doel enerzijds het energieverbruik te minimaliseren en de energiebehoefte voor zover mogelijk duurzaam op te wekken en anderzijds langer thuis te kunnen blijven wonen.
6
Het betreft hier een eerste onderverdeling. Op lokaal niveau worden de woongebieden nog verder uitgewerkt met elk hun eigen kwaliteiten, bijzonderheden en toekomstige uitdagingen.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 26
Naar aanleiding van deze ambities is het project Dubbel Duurzaam ontstaan. Dit project bestaat uit diverse deelprojecten, zoals het aanbieden van (al dan niet gratis) energie- en zorgscans, pilot Dubbel Duurzaam in Urmond-Oost en Nieuwdorp én het Huis van de Toekomst, die tezamen het project Dubbel Duurzaam vormen. Alle deelprojecten hebben als doel om inwoners uit de gemeente Stein te informeren en enthousiasmeren aangaande levensloopbestendig wonen en het verduurzamen van woningen.
4.2.2
Samenleven: ontmoeten & verbinden faciliteren en stimuleren
Elkaar ontmoeten is essentieel voor het leggen van verbindingen tussen diverse (groepen van) inwoners, verenigingen en vrijwilligers. En zorgt voor het verder versterken van de gemeenschapszin in een gemeenschap die in de toekomst qua diversiteit meer zal veranderen. Vanuit ontmoetingsplekken ontstaan activiteiten, vriendschappen en betrokkenheid bij de buurt. Ontmoetingsplekken zijn afgestemd op de veranderende samenstelling van de bevolking. Waar mensen hun tijd doorbrengen heeft een belangrijk effect op de kwaliteit van leven. Aantrekkelijke plekken bieden gelegenheid te ontmoeten, ontspannen, bewegen en gezond te genieten. Wat aantrekkelijk is, is afhankelijk van de gebruikers en de verdere omgeving en vereist maatwerk. Door de plekken voldoende dichtbij en voor iedereen, ook kwetsbare mensen, gemakkelijk toegankelijk te maken, kunnen zij goed gebruikt worden. Aantrekkelijk (groen) ingerichte plekken dragen bij aan het verminderen van de kans op eenzaamheid en stress gerelateerde klachten en aan de fysieke fitheid, sociale cohesie en kwaliteit van leven. We dragen hier aan bij door multifunctionele ontmoetingsplaatsen binnen de kernen te faciliteren, zowel voor jong als oud en in samenwerking met lokale ondernemers en vrijwilligers. Naast de MFC’s zien we een behoefte aan ontmoetingsruimte op wijkniveau.
Er is een duidelijk onderscheid tussen MFC’s die worden beheerd door commerciële exploitanten en buurtcentra of huiskamers die door inwoners zelf worden beheerd en ontstaan zijn vanuit de DOPsgewijze aanpak. Tussen die twee is sprake van onderscheid in functies, bereik en beheer. Wij sturen erop om deze zo goed mogelijk samen te laten functioneren (complementair). Naar de toekomst toe is het noodzakelijk het accommodatiebeleid wat betreft de diversiteit aan ontmoetingsplekken nader uit te werken en een kader en structurele middelen te bieden (zie ook Accommodatiebeleid, 2019). Hoewel er een behoefte is aan meer ontmoetingsplekken op wijkniveau, zijn er ook nog accommodaties die niet optimaal worden gebruikt. Ook dit gaan we onderzoeken vanuit het uitgangspunt: kwaliteit gaat hierbij boven kwantiteit. Tevens sluiten de ontmoetingsplekken aan op de veranderende behoeften die direct samenhangen met de flexibele, 24-uurs maatschappij waarin we leven. Daarbij hebben we bijzondere aandacht voor de jonge generatie. Zij zijn belangrijk voor de toekomst en vervullen een belangrijke rol om te zorgen voor sociale en vitale kernen. Voldoende en kwalitatieve mogelijkheden op het gebied van leven, wonen, werken en ontspannen zijn belangrijke randvoorwaarden. Wij stimuleren het ontmoeten in de buitenruimte.
Hierbij leggen we tevens een verbinding met een gezonde leefstijl en zetten in op een beweegvriendelijke openbare ruimte die gezond gedrag stimuleert, zoals ook opgenomen in het Sport- en Beweegakkoord. Ook het behouden en versterken van de groenstructuren in wijken en kernen zien wij mede als een middel om ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte te stimuleren. (Buurtgerichte) verbindingen vormen de basis voor gemeenschapszin, het zorgen voor elkaar en geven Stein zo nog meer glans. Een Stein waar iedereen mee kan doen en waarbij wij samen werken aan een inclusieve samenleving.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 27
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot samenleven? In diverse wijken zijn afgelopen jaren buurtcentra en huiskamers ontstaan vanuit een lokale behoefte en actief eigenaarschap dat we vanuit de DOPaanpak stimuleren en ondersteunen. Hierin komen zowel inwoners als professionals bij elkaar bijv. tijdens de inloop van welzijnspartijen in buurtcentra. Vakinhoudelijk hebben we in 2019 de nota Accommodatiebeleid, die samen met inwoners is opgesteld, vastgesteld. In deze nota staan de functies en activiteiten centraal die in de toekomst een bijdrage leveren aan sociale en vitale wijken en kernen. Hierop is een duurzaam en toekomstbestendig aanbod van accommodaties afgestemd. Accommodaties zijn een middel om te bereiken dat inwoners prettig wonen, zich kunnen ontspannen en elkaar kunnen ontmoeten. In ons accommodatiebeleid hebben wij uitgangspunten vastgesteld en deze zijn vertaald in een ontwikkelopgaven per kern voor de korte en lange termijn waarbij een optimale balans tussen vraag en aanbod centraal staat. De uitgangspunten zijn tevens een toetsingskader voor alle beleids- en planvorming en initiatieven van inwoners waarbij voorzieningen en accommodaties betrokken zijn. De nota Accommodatiebeleid legt grotendeels de nadruk op ontmoeten en verbinden in fysieke gebouwen en voorzieningen in wijken en kernen.
In hoofdstuk 9 van deze Omgevingsvisie zal de opgave samenleven: ontmoeten en verbinden faciliteren en stimuleren breder getrokken worden naar de thema’s een gezonde en veilige leefomgeving en unieke omgevingskwaliteiten. Tevens hebben we in 2019 een Sociale Inclusie Agenda vastgesteld met als doel dat iedereen mee moet kunnen doen. Deze agenda zit vol ambities op de gebieden onderwijs, thuis, werk & inkomen, vrije tijd, vervoer, welzijn, gezondheid & ondersteuning en digitale toegankelijkheid. In Stein hebben we een Sociale Inclusie Panel dat diverse doelgroepen vertegenwoordigt en hier maken ook mensen deel van uit die zelf ervaringsdeskundigen zijn. Het Sociale Inclusie Panel heeft al wat successen bereikt. Zo is het knuppelpad ’t Brook deels toegankelijk gemaakt en worden zij ook betrokken bij gebiedsgerichte aanpakken. Toegankelijkheid wordt ook meegenomen in de opgave voor levensbestendig wonen en gaat ook een plek krijgen in het Toerismebeleid. Projecten binnen de openbare ruimte worden altijd volgens de CROW richtlijnen 7 gevolgd. Ook worden er structureel jaarlijks tenminste 10 stoepen verlaagd in het kader van groot onderhoud en is er aandacht voor logische routes voor slechtzienden.
4.2.3
Actief eigenaarschap van inwoners en ondernemers verder stimuleren en faciliteren
We doen steeds meer een beroep op actief eigenaarschap van inwoners en ondernemers. Van de andere kant komt ook de vraag van inwoners en ondernemers om hen meer ruimte en zeggenschap te geven over de leefkwaliteit in hun eigen omgeving. Dit is ook een belangrijke basis van de nieuwe Omgevingswet. Niet de gemeente maar de inwoners geven aan wat zij nodig vinden om hun dorp te houden en te maken tot het dorp waar zij zich thuis voelen. Dit kunnen initiatieven zijn die betrekking hebben op het vergroenen van een wijk of buurt, ontmoeten of het oprichten van een energiecoöperatie. Hiervoor is het nodig dat we als gemeente duidelijk zijn over wat inwoners en ondernemers kunnen verwachten als de overheid een initiatief neemt, of wat de gemeente van hen verwacht als zij zelf een initiatief willen nemen. Wij stellen hiervoor het Participatiebeleid Omgevingswet op dat aangeeft hoe een zorgvuldig participatieproces doorlopen wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen en hoe de gemeente dit ondersteunt. In de Uitgangspunten DOPsgewijze aanpak (2015) staat integrale dorpsontwikkeling centraal met een belangrijke rol voor inwoners die samen nadenken over ideeën voor hun dorp en hier uitvoer aan geven. 7
Kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 28
Initiatieven variëren van buurtcentra tot speeltuinen, zwerfafvalacties, gebiedsvisies en dorpsschouwen. Betrokkenheid, gelijkwaardigheid en gezamenlijk partnerschap zijn belangrijke voorwaarden voor het slagen van initiatieven. Door de integrale benadering komt ruimte en maatschappij samen bij deze aanpak, die afwijkt van de reguliere sectorale werkwijze binnen de gemeente. De uitgangspunten van deze aanpak staan nog steeds overeind en vragen om verdere doorontwikkeling. Zoals verbreden van netwerken en het organiseren van integraal gebiedsgericht werken door de gemeente. Daarbij horen inzet - en financiële middelen - dorpsbudgetten en Eigen Kracht projectbudget - als stimulans. Dorpscontactpersonen van de gemeente opereren hierin als verbindende schakel tussen de inwoners en de gemeente en hebben een essentiële rol, net zoals de bedrijfscontactfunctionaris die rol heeft voor ondernemers in onze gemeente. Verdere doorontwikkeling vraagt daarnaast ook ruimte en betrokkenheid van vakinhoudelijke disciplines zoals projectleiders en beleidsmakers.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot actief eigenaarschap? Samen met inwoners ontwikkelen we de huidige DOPsgewijze aanpak verder om het actief eigenaarschap verder te stimuleren. De gemeente heeft hier ook een belangrijke rol in. Het DOP is nu bijna negen jaar actief in diverse dorpen en wijken en heeft een basis gelegd voor actief burgerschap met tientallen inwoners die activiteiten en processen starten en honderden inwoners die deelnemen. De gemeente omarmt dit, maar loopt soms ook vast door het ontbreken van een duidelijke interne koers op dit vlak. Komende jaren is het van belang dat de interne werkwijze verder wordt aangepast. Hier ligt één van de sleutels voor het slagen van de transformatie. Daarbij is het van belang dat wij onze ambities vastleggen met betrekking tot gebiedsgericht werken en de rol van de gemeente en inwoners hierbij. Wij faciliteren en stimuleren (buurtgerichte) initiatieven van inwoners die zorgen voor structurele verbindingen binnen en tussen kernen. Dit doen we door inzet van dorpscontactpersonen, het buurtopbouwwerk, dorpsbudgetten en het eigen kracht budget. We onderzoeken hoe we het eigen kracht budget na 2021 structureel kunnen inzetten. We zetten verder in op de Asset Based Community Development (ABCD) methode die uitgaat van de inzet van kwaliteiten uit de buurt in de buurt.
Hiermee stimuleren we dat inwoners elkaar verder leren kennen en elkaar helpen als er iets is. Dit is zeker van belang gelet op de ouder wordende bevolking met een drukker en kleiner eigen netwerk. Het aantal inwoners dat afgelopen jaren zelf burenhulp heeft opgezet groeit en dat is een hoopvol vooruitzicht.
4.2.4
Trots en bewust van onze eigen(zinnige) identiteit en kwaliteit
Inwoners en ondernemers zijn onze belangrijke ambassadeurs. Trots en het bewust zijn van onze eigen(zinnige) identiteit en kwaliteiten is relevant voor Stein om als woongemeente gewaardeerd te worden. We moeten onze identiteit, kwaliteiten en de dingen die we goed doen nog meer onder de aandacht brengen. Dat kan op gemeenteniveau maar ook op wijk- en buurtniveau. Onze cultuurhistorische waarden kunnen als totempaal dienen voor het versterken van een gedeelde identiteit van een wijk of kern en kunnen het gevoel van gezamenlijke roots en sociale cohesie onder inwoners versterken. Deze sociale waarde van onze cultuurhistorie vinden wij belangrijk, ook in het kader van onze ambitie met betrekking tot samenleven: ontmoeten en verbinden. Het vertellen van het verhaal van de plek en de geschiedenis en dit laten zien, ervaren en beschermen is belangrijk bij het versterken en doorgeven van onze trots aan de jeugd, bezoekers en nieuwe inwoners. Het versterken van onze ruimtelijke cultuurhistorische waarden als onderdeel van de omgevingskwaliteiten wordt beschreven in hoofdstuk 6. Ook groen draagt bij aan de identiteit van een kern. In hoofdstuk 6 wordt ook de verbinding gelegd met het versterken van het toeristisch profiel van onze gemeente.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 29
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot trots en bewust van de eigen(zinnige) identiteit en kwaliteit? Een belangrijk uitgangspunt is dat bij het bepalen van de ruimtelijke kwaliteit de identiteit en kenmerken van een kern of wijk centraal staan. Zo zijn de cultuur-historische identiteit en het unieke natuurlijke landschap belangrijke pijlers binnen de Transformatievisie Wonen. In 2019 hebben wij de nota Erfgoedbeleid vastgesteld. Uitgangspunt in deze nota is een integraal ruimtelijk erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met het totaal van (ruimtelijke) cultuurhistorische waarden: een combinatie van archeologie, landschap, groen, gebouwde monumenten en historische bebouwingsstructuren. In de nota zijn drie speerpunten geformuleerd die een bijdrage leveren aan het trots en bewust zijn van onze (eigen)zinnige identiteit en kwaliteit. Het gaat dan om het (h)erkennen van erfgoed, het verbeteren van de kwaliteit van erfgoed en de beleving van erfgoed. Het speerpunt beleving van erfgoed willen we tevens inzetten om ontmoeten en verbinden tussen onze inwoners (jong en oud) en bezoekers te stimuleren.
Denk dan bijvoorbeeld aan de herinrichting van historische dorpskernen en nieuwe manieren van (digitale) ontsluiting van erfgoed waarbij op locatie het verleden door jong en oud opnieuw beleefd wordt en het inrichten van wandel- en fietsroutes langs onze erfgoedparels. In hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op erfgoed. Er wordt een gemeentelijke kerkenvisie opgesteld waarin vanuit diverse religieuze, cultuurhistorische, sociale, economische en ruimtelijke overwegingen aandacht is voor de toekomstbestendigheid van kerkgebouwen. In samenspraak met kerkeigenaren, parochianen, maatschappelijke organisaties, ondernemers, erfgoedorganisaties en andere betrokken partijen zal een strategische visie op de toekomst van kerkgebouwen formuleren en afspraken maken over de inzet van middelen voor duurzame toekomstbestendige kerkgebouwen.
4.4 Uitgangspunten thema sociale en vitale wijken en kernen Met betrekking tot het thema sociale en vitale wijken en kernen hanteren we de volgende uitgangspunten: •
We stellen de identiteit en unieke kenmerken van een wijk of kern centraal.
•
Onze ruimtelijke (economische) focus is primair gericht op een versterking van vitale stedelijke en landelijke centrumkernen.
•
In het kader van het versterken van de leefbaarheid dient er een balans te zijn tussen bedrijvigheid in onze woonkernen (o.a. detailhandel, horeca, aan huis gebonden bedrijvigheid) en een veilige, gezonde en groene leefomgeving.
•
Binnen onze woonkernen maken we onderscheid in de volgende ruimtelijke subgebieden: Stedelijke en landelijke centrumkernen met concentratiegebieden waar ruimte is voor bedrijvigheid waarbij functies worden gecentraliseerd, behouden en versterkt. Woongebieden met de focus op wonen en leefkwaliteit. In deze gebieden worden voor de leegomgeving belastende functies in beginsel beperkt. Aanloopgebieden (tussengebieden).
•
Een veilige, gezonde en groene leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om de leefkwaliteit in de gemeente Stein als woongemeente te versterken.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 30
Ontwerp-Omgevingsvisie • 31
Hoofdstuk 5 Een veilige, gezonde en groene leefomgeving
5.1 Wat is onze ambitie? Wij willen een aantrekkelijke veilige, gezonde en groene woongemeente zijn. Hierbij willen wij een veilige leefomgeving 8 bevorderen, de volksgezondheid beschermen, schade aan het milieu voorkomen, een (positief) gezonde leefstijl van onze inwoners stimuleren en een groene omgeving die bijdraagt aan de (positieve) gezondheid van inwoners versterken.
5.2 Wat is nodig? Een veilige, gezonde en groene leefomgeving zien wij als één van de belangrijkste voorwaarde voor het versterken van de leefkwaliteit in Stein als woongemeente. Mensen moeten niet alleen prettig, maar vooral veilig en gezond in een groene omgeving kunnen wonen. Een veilige fysieke leefomgeving draagt bij aan de leefkwaliteit van onze inwoners, ondernemers en bedrijven. Het gaat dan om zowel omgevingsveiligheid als sociale veiligheid. Ontwikkelingen zoals COVID-19, vergrijzing, eenzaamheid, klimaat, industriële activiteiten en achteruitgang van de biodiversiteit tonen het belang aan om steviger in te zetten op een gezonde en groene leefomgeving. Door de leefomgeving gezonder en groener in te richten kan veel gezondheidswinst worden geboekt. Een gezonde inrichting van de leefomgeving beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden en bevordert de gezondheid. In een gezonde leefomgeving zijn gezonde keuzes te maken en is de negatieve invloed van milieuaspecten op gezondheid zo klein mogelijk. Belangrijke elementen voor een gezonde en groene leefomgeving zijn het uitnodigen tot een gezonde leefstijl door o.a. het aanleggen en het onderhoud van goede wandel- en fietspaden en kwalitatief openbaar groen, een goede milieukwaliteit, waterveiligheid en klimaatbestendigheid en recreatieve plekken die voldoende natuurlijke schaduw bieden tot het mijden van UV-straling.
5.2.1
Bevorderen van een veilige leefomgeving
In deze paragraaf wordt onderscheid gemaakt in omgevingsveiligheid en sociale veiligheid. Beide begrippen worden nader toegelicht. Omgevingsveiligheid Bij omgevingsveiligheid gaat het om risico’s van het gebruik van transport en gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen, natuurbranden, overstromingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Het gaat zowel om de feitelijke risico’s met soms grote gevolgen als gepercipieerde risico’s 9. Gelet op de ligging van onze gemeente in de nabijheid van Chemelot, diverse snelwegen, spoorverbindingen, de haven en het Julianakanaal en de aanwezigheid van diverse buisleidingen waar sprake is van transport van gevaarlijke stoffen, is omgevingsveiligheid een belangrijk aandachtspunt in deze Omgevingsvisie. Als gemeente zetten wij in op het aan de voorkant verkleinen van veiligheidsrisico’s voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers, het voorkomen van incidenten en een goede voorbereiding van rampen en 8 Onder veilige leefomgeving verstaan wij zowel omgevingsveiligheid als sociale veiligheid. Beide begrippen worden in dit hoofdstuk nader toegelicht. 9 Definitie RIVM.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 32
crises, mochten deze zich voordoen. Om dit te realiseren sluiten wij aan bij de doelen van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en de door de Veiligheidsregio gehanteerde kernwaarden en ontwerpprincipes voor een veilige fysieke leefomgeving 10. De Veiligheidsregio Zuid-Limburg stelt de volgende doelen ten aanzien van het behouden en benutten van een duurzaam veilige fysieke leefomgeving: • Veilige bouwwerken en omgeving • Een zelfredzame en samenredzame samenleving • Beschermen van (zeer) kwetsbare groepen • Effectieve hulpverlening • Continuïteit van de samenleving (waaronder zorgcontinuïteit en vitale infrastructuur) Deze doelen zijn vertaald in de volgende kernwaarden en ontwerpprincipes voor veiligheid: 1. De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid. 2. Samen werken aan een veilige fysieke leefomgeving. 3. De leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid: • Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid; • Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; • Bouwwerken en omgeving bieden bescherming; • Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; • De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; • Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg. 4. Mensen zijn bekend met risico’s en weten hoe te handelen.
Wij willen een gezonde en veilige fysieke leefomgeving bieden aan onze inwoners en bezoekers. In samenwerking met de Veiligheidsregio Zuid-Limburg, de RUD ZL en overige partners zorgen wij voor een ruimtelijk ordeningsproces waarin in een vroegtijdig stadium, vanaf de eerste initiatieven, veiligheidsaspecten worden meegewogen. De keuzes die gemaakt worden voor inrichting en het gebruik van de ruimte en de bouwwerken daarin hebben immers invloed op de mate waarin mensen worden blootgesteld aan de effecten van ongevallen en rampen en het risico dat zij hierbij lopen. Hoewel absolute veiligheid nooit haalbaar is, vinden wij het belangrijk dat er een transparante afweging wordt gemaakt tussen veiligheid en andere maatschappelijke belangen. Voor zover mogelijk worden risicobronnen en -ontvangers zo veel mogelijk van elkaar gescheiden. In het proces vanaf de keuzes voor de inrichting van de ruimte tot en met de realisatie van bouwwerken en het gebruik hiervan zijn veiligheidsaspecten continu een thema. Hierbij is expliciet aandacht voor zowel het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s als het bestrijden van branden, rampen en crisis in de zin van de Wet veiligheidsregio’s (artikel 1, 14 en 15) en de zelfredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld.
Het gaat onder meer om de volgende fysieke veiligheidsthema’s: natuurbranden, hoogwater, externe veiligheid (of gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen), uitval vitale infrastructuur (elektriciteit, telecommunicatie en ICT), evenementen, bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Voor onze gemeente zijn de volgende risico’s van belang (bron: regionaal risicoprofiel): • Natuurlijke omgeving: overstroming rivier/dijkdoorbraak, extreem weer en natuurbranden • Gebouwde omgeving: grote brand met verminderd zelfredzame • Technologische omgeving: ongeval met gevaarlijke stoffen (OGS) • Vitale infra: uitval van elektra/ gas • Verkeer en vervoer: slechte bereikbaarheid voor hulpdiensten en verkeersongeval • Gezondheid: besmettingsgevaar vanuit buitenland en overdraagbare dierziekte • Sociaal maatschappelijk: extreem geweld en maatschappelijke onrust 10
Aanpak bouwstenen omgevingsveiligheid voor de gemeentelijke omgevingsvisie. Pilotprogramma ‘Omgevingsveiligheid in de omgevingsvisie’. Actualisatie 2018.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 33
Wij stellen ons tot doel deze risico’s in samenwerking met de veiligheidsregio en overige partners te beperken voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot omgevingsveiligheid? In december 2019 hebben wij de Veiligheidsvisie Chemelot en omgeving vastgesteld. In deze visie hebben wij samen met Chemelot, de gemeenten Beek en Sittard-Geleen en de Provincie Limburg de ambitie afgesproken om een veilige leefomgeving op en rondom de site Chemelot te creëren. Concreet betekent dit het beschermen van de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit tegen een ongewoon ongeval op de site Chemelot. Van deze ambitie zijn de volgende hoofddoelstellingen afgeleid: • het (verder) reduceren van bestaande risico’s binnen en buiten de inrichting; • het verantwoord combineren van risicovolle activiteiten; • het eventueel treffen van (aanvullende) maatregelen in de omgeving van de risicovolle activiteit; • het continu verbeteren van de beheersbaarheid van de risico’s. In dit kader wordt ook het vaststellen van risicogebieden en aandachtsgebieden op basis van de nieuwe Omgevingswet opgepakt. Dit gebeurt samen met het instellen van een technische veiligheidscommissie. Wij participeren hier in en zijn ons ervan bewust dat we hier aandacht voor moeten hebben. Daarbij blijft het voor ons van belang dat er een balans moet zijn tussen ruimtelijke ontwikkelingen binnen de site en ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving (zie ook hoofdstuk 7).
Sociale veiligheid In deze Omgevingsvisie bedoelen we met sociale veiligheid de feitelijke overlast, criminaliteit en veiligheidsbeleving. Het gaat in tegenstelling tot omgevingsveiligheid niet om bedreigingen van nietmenselijk karakter, maar om veiligheid met betrekking tot menselijke (inter)acties 11. Sociale veiligheid heeft ook een relatie met gezondheid en welbevinden van onze inwoners. Als een wijk of kern veilig aanvoelt, gaan mensen sneller naar buiten, bewegen meer en er zijn meer mogelijkheden om elkaar te ontmoeten wat ook weer een bijdrage levert aan de sociale controle. Bij sociale veiligheid in relatie tot gezondheid en welbevinden kan ook gedacht worden aan het verkleinen van risico’s van ouderen en licht dementerenden die zelfstandig wonen met kans of verwaarlozing van de omgeving. Wat betreft sociale veiligheid hebben wij de volgende prioriteiten benoemd: • samen met inwoners en ondernemers zorgen we dat wijken en buurten schoon, heel en veilig zijn; • de fysieke leefomgeving wordt zo ingericht (o.a.
openbare verlichting) dat deze een bijdrage levert aan het verbeteren van de objectieve veiligheid waaronder preventie van High Impact Crimes en het verbeteren van het veiligheidsgevoel van inwoners, ondernemers en bezoekers; • het inzetten van (bestuursrechtelijke) instrumenten met betrekking tot de openbare orde die een bijdrage leveren aan veilig wonen en leven; • samen met inwoners en ondernemers optimaliseren van de verkeersveiligheid en terugdringen van verkeersoverlast in wijken en kernen. Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot sociale veiligheid? Samen met de gemeenten Beek en Sittard-Geleen stellen wij in samenwerking met de politie en andere veiligheidspartners om de vier jaar een Kadernota Integrale Veiligheid vast die vervolgens wordt uitgewerkt in (flexibele) Uitvoeringsplannen. Een veilig en prettige woon-, werk- en leefomgeving is een belangrijk speerpunt. Het gaat daarbij niet alleen om het terugdringen van de objectieve onveiligheid: 11
Definitie Sociaal Cultureel Planbureau (2008).
Ontwerp-Omgevingsvisie • 34
het feitelijkniveau van criminaliteit en overlast, onder meer gebaseerd op de politiecijfers, maar ook om het verbeteren van de subjectieve veiligheid, het veiligheidsgevoel. De uitgangspunten van sociale veiligheid zoals deze in de Omgevingsvisie zijn geformuleerd, sluiten aan bij de Kadernota Integrale Veiligheid 2019-2022. Wij zijn gestart met (mobiel) cameratoezicht met als doel het vergroten van de leefbaarheid en sociale veiligheid. Wij zien cameratoezicht als een uiterst middel ter bestrijding van overlast in de openbare ruimte. Daarnaast worden in het kader van sociale veiligheid bestuursrechtelijke instrumenten ingezet (Damocles en Victoria beleid) en worden bepalingen uit de APV gehandhaafd die een bijdrage leveren aan de sociale veiligheid in onze gemeente. at betreft veiligheid bij zelfstandig wonende ouderen wordt met o.a. wijkverpleging, woningcorporaties, welzijnswerk en buren hulp ingezet om door middel van ketensamenwerking vroegtijdig te signaleren en problemen te voorkomen.
5.2.2
Water en een veilige, gezonde en groene leefomgeving
Water is overal om ons heen. Water heeft verschillende functies. Naast grondstof is het een onderdeel van onze infrastructuur, ons landschap en onze leefomgeving. Dit maakt dat water invloed heeft op een veilige en gezonde leefomgeving in Stein. Stein is omgeven door de Maas, het Julianakanaal en beken zoals de Hemelbeek, Hussebeek, Slakbeek, Ur en Kingbeek. Daarnaast hebben we een uitgebreid stelsel om onze inwoners te voorzien van water en ervoor te zorgen dat vervuild water wordt afgevoerd. De zichtbare, bovengrondse wateren en minder zichtbare ondergrondse stromen zijn onderdeel van watersysteem en waterketen. De waterketen bestaat uit de onderdelen die het water volgt van drinkwater tot lozing in het oppervlaktewater (het watersysteem). We beginnen de waterketen bij het produceren van drinkwater, dit gebeurt door de Waterleiding Maatschappij Limburg (WML). WML transporteert dat water naar de gebruikers. Het water wordt door ons voor verschillende doeleinden gebruikt. Als gemeente hebben we de zorgplicht te zorgen voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (art. 2 Drinkwaterwet, art. 2.1 Omgevingswet en art. 7 en 11 Kaderrichtlijn Water). Deze zorgplicht geldt m.b.t. de bescherming van de drinkwaterbronnen, maar ook van de infrastructuur. De drinkwatervoorziening dient immers een groot maatschappelijk belang.
Met de toenemende druk op de ruimte, staan de bronnen en de infrastructuur steeds meer onder druk. Bescherming wordt dus steeds belangrijker. Vervolgens ontdoen we ons van water en ontstaat huishoudelijk of bedrijfsafvalwater. Met het rioolstelsel zamelen we het huishoudelijke afvalwater in. Het relatief schone hemelwater wordt in veel gevallen meteen in de bodem of het oppervlaktewater gebracht. Overtollig grondwater lozen we als het kan direct in oppervlaktewater. Een deel van het grond- en hemelwater wordt samen met het huishoudelijk afvalwater via het rioolstelsel afgevoerd naar de zuivering van het waterschap Limburg. Het gezuiverde water wordt uiteindelijk geloosd op de oppervlaktewateren. Om ervoor te zorgen dat de waterketen bijdraagt aan een gezonde en veilige leefomgeving streven we de volgende doelen na: 1. We beschermen de volksgezondheid
Ontwerp-Omgevingsvisie • 35
2. We voorkomen schade aan het milieu 3. We werken aan een duurzame waterketen 4. We zorgen voor schoon en voldoende water In dit hoofdstuk ligt de focus op water en een veilige en gezonde leefomgeving 12. In hoofdstuk 6 wordt nader ingezoomd op een gezond waterecosysteem. In paragraaf 5.2.3 wordt nader ingegaan op water in relatie tot klimaatadaptatie. 1. Beschermen van de volksgezondheid We voeren het vervuilde water af uit de leefomgeving en beschermen zo de volksgezondheid. We proberen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen en als dit niet kan dan scheiden en/of zuiveren we het. 2. Voorkomen schade aan het milieu We voorkomen schade aan het milieu door ervoor te zorgen dat ons stelsel voldoende water kan afvoeren. Daardoor wordt zo weinig mogelijk vuil water direct, bijvoorbeeld via overstorten, in het milieu geloosd. Te veel hemelwater in de riolering zorgt voor extra overstortingen. Hiervoor hanteren we de trits vasthouden – bergen – afvoeren. Dit betekent dat we ten eerste proberen om hemelwater tijdelijk vast te houden op de plek waar het is gevallen, ten tweede proberen we het hemelwater te bergen op een plek waar het geen overlast geeft en ten derde proberen we het hemelwater zo af te voeren dat het geen problemen geeft. We hanteren ook de trits schoonhouden – scheiden – zuiveren.
Dit betekent dat we ten eerste proberen om schoon hemelwater niet vervuild te laten worden, ten tweede proberen we om het schone hemelwater gescheiden van huishoudelijk afvalwater af te voeren en ten derde proberen we om het water dat vervuild is geraakt te zuiveren. Alle riolen, watergangen en andere onderdelen van de waterketen moeten voldoende capaciteit hebben of krijgen. In sommige gebieden zal dit makkelijker zijn dan in andere, bijvoorbeeld doordat er veel water uit het omliggende gebied naartoe afstroomt. Met de risicodialogen gaan we kijken wat er in elk gebied mogelijk is. 3. Duurzame waterketen We zien stedelijk afvalwater als potentiële bron van nuttige grondstoffen, energie, warmte en herbruikbaar water. Daarom stimuleren we stimuleren circulariteit in de waterketen. Wanneer mogelijk maken we gebruik van hergebruikte en herbruikbare materialen en zorgen we dat het afvalwater gebruikt kan worden als grondstof. 4. Schoon en voldoende water Samen met medeoverheden zorgen we voor een schoon grond- en oppervlaktewater. We streven ernaar dat onze wateren voldoen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), zodat we ook in de toekomst schoon drink- en zwemwater tot onze beschikking hebben.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot water en een veilige, gezonde en groene leefomgeving? Momenteel wordt gewerkt aan een beleidsplan water en klimaatadaptatie waarin de ambities voor o.a. water en een veilige en gezonde leefomgeving verder worden uitgewerkt.
12 Hierbij hebben wij gebruikgemaakt van de Bouwstenen voor water en klimaat (Water in Limburg. Waterpanel Noord).
Ontwerp-Omgevingsvisie • 36
5.2.3
Een klimaatbestendig Stein
De verandering van het klimaat heeft grote impact op de fysieke leefomgeving en kan gezondheidsproblemen veroorzaken. Klimaatverandering zorgt ervoor dat het vaker en heviger gaat regenen, dat piekafvoeren van de rivieren veranderen, dat het langere aaneengesloten perioden droog is en dat het warmer wordt. We passen ons aan deze veranderende omstandigheden aan, dit noemen we klimaatadaptatie. Voor wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid hebben we in beeld wat we willen bereiken en schetsen we wat we normaal vinden, wat we accepteren en welke grote gevolgen we willen voorkomen. In Stein heeft dit gevolgen voor de leefomgeving in het stedelijk en landelijke gebied. We beschrijven de effecten voor wateroverlast, waterveiligheid, droogte en hitte. Wateroverlast Hevige neerslag in een korte periode ervoor zorgen dat de waterketen en de fysieke leefomgeving een grote hoeveelheid water moeten verwerken. Wanneer de bui heviger is dan het watersysteem en de omgeving aan kunnen, dan kan er wateroverlast en zelfs schade ontstaan. Waterveiligheid Door klimaatverandering moet er in bepaalde perioden meer water worden afgevoerd. Dit leidt tot hogere piekafvoeren in de Maas en de beken, wat de kans op overstromingen vergroot. Bij een overstroming bestaat de kans op slachtoffers en tijdelijk een beperkte toegang tot en gebruik van het overstroomde gebied.
De Deltabeslissing Waterveiligheid beschrijft afspraken en normen om Nederland te beschermen tegen overstromingen. Deze zijn bepalend voor de hoogte en veiligheid van de dijken langs de Maas. De veiligheidsnorm voor primaire waterkeringen is vastgelegd in artikel 2.2 van de Waterwet. Het Waterschap voert de aanleg, beheer en onderhoud uit van deze dijken. De dijkversterking valt onder het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) van het Rijk. Droogte Lange aaneengesloten perioden van droogte zorgen ervoor dat de grondwaterstand daalt. Een lagere grondwaterstand heeft effect op groen, natuur en landbouw. Het kan ervoor zorgen dat de vegetatie verdroogt, de biodiversiteit kleiner wordt. Het heeft ook effect op de bebouwde omgeving. Door droogte en lagere grondwaterstanden kunnen verzakkingen optreden en vooral in gebieden met een klei ondergrond kunnen problemen optreden. Daarnaast kunnen door droogte problemen ontstaan met de drinkwatervoorziening. Hitte Aanhoudende (extreme) hitte kan gezondheidsproblemen geven. Die kunnen variëren van milde klachten tot zelfs levensbedreigende aandoeningen. Naast hittestress bestaan er andere gezondheidsrisico’s zoals de combinatie van hitte met luchtvervuiling (vorming van hoge ozongehaltes bij zomersmog) en verergering van bestaande chronische aandoeningen.
Risicogroepen vormen met name ouderen (75plussers), een grote (toenemende) groep inwoners in onze gemeente. Verder lopen mensen met een chronische aandoening en medicijngebruik een verhoogd gezondheidsrisico, evenals eenzamen, (zeer) jonge kinderen, mensen met overgewicht en deelnemers aan (sport)evenementen en intensieve buitenactiviteiten.
Passende bescherming voor de effecten van klimaatverandering Om ervoor te zorgen dat Stein klimaat bestendig wordt, streven we naar het bieden van een passende bescherming voor de effecten van klimaatverandering. De klimaatbestendigheid van een gebied is in grote mate afhankelijk van de ruimtelijke kenmerken. De ondergrond in Stein bestaat uit een combinatie van löss en klei. Er is afwisselend hellend en vlak terrein. In de kernen is veel oppervlak verhard.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 37
We willen de openbare en particuliere ruimte zo goed mogelijk klimaatbestendig inrichten. Een klimaatbestendige inrichting heeft zo min mogelijk verharding en veel groene ruimte. De ruimte wordt zoveel mogelijk multifunctioneel gebruikt: een groenstrook wordt bijvoorbeeld gebruikt als waterberging en een gevel wordt bedekt met groen. Daarnaast willen we dat onze inwoners weten wat ze kunnen doen op het moment dat er toch grote gevolgen plaatsvinden door extreme weersomstandigheden. Groene ruimte kan ook een positieve bijdrage leveren aan de omgevingsveiligheid (zie ook 5.2.1): • groenstroken die afstand creëren tussen risicobronnen en risico-ontvangers; • waterpartijen die ingezet worden als secundair bluswater. Verschillende gebieden hebben verschillende kenmerken. We streven naar een gelijk beschermingsniveau in de hele gemeente. Wanneer dit door lokale omstandigheden op een bepaalde plek niet mogelijk is, kijken we hoe we op een andere manier invulling kunnen geven aan klimaatbestendigheid. Wateroverlast We beperken de kans op wateroverlast. Dit doen we gezamenlijk met medeoverheden.
Om te bepalen waar we aan de slag gaan gebruiken we de volgende ambitie: Grote gevolgen voorkomen Slachtoffers (gewonden en/of doden), uitval van vitale infrastructuur, ontoegankelijkheid van grotere gebieden Accepteren Schade door water in panden bij bestaande bouw Normaal Water op straat, in openbaar groen, in tuinen, op parkeerplaatsen
De bekenstructuur is belangrijk in het afvoeren van water. We vinden het daarom belangrijk dat deze structuur blijft bestaan en er rondom de beken ruimte is om water af te voeren. We proberen afstroming uit landelijk gebied tegen te gaan. Samen met de landbouw gaan we als gemeenten en waterschap zoeken naar mogelijkheden om water vast te houden op akkers, water op te vangen rondom het stedelijk gebied, water beter te transporteren door het stedelijk gebied en overlastgevoelige panden beter te beschermen. In de kernen werken we aan klimaatbestendigheid door bewoners en bedrijven hemelwater in principe zelf te laten verwerken op eigen perceel, zoals ook in de Waterwet staat aangegeven. Pas als ze dit niet kunnen, mogen ze het afvoeren naar een gemeentelijke voorziening. Bij bestaande bouw starten we daarom een campagne die bewoners informeert en stimuleert om verharding om te zetten in groen. Is een gebied erg gevoelig voor wateroverlast en zien we weinig kansen om een gebied beter te beschermen tegen wateroverlast, dan informeren we de bewoners en bedrijven in dat gebied over de mogelijkheden die zij hebben om water in panden tegen te gaan. Bij nieuwbouw sluiten we aan op de vereisten in de Keur van het Waterschap Limburg. Hierin staat dat bij vergunningplichtige lozingen op een oppervlaktewater een dynamische berging van minimaal 80mm/2 uur moet worden aangelegd.
Dit betekent dat: • grote ontwikkelingen die onder de Keur vallen moeten voldoen aan de 80mm/2 uur die in de Keur staat genoemd. • we bij kleine ontwikkelingen en aanpassingen aan de openbare ruimte moeten streven om aan de 80mm/2 uur te voldoen. In bestaand bebouwd gebied is dit vaak lastig, daarom hanteren we hiervoor een ondergrens van 35mm/uur en het streven om een zo groot mogelijk deel van de 80mm/2 uur op een doelmatige manier te bereiken. Waterveiligheid In Stein willen we de gevolgen van overstromingen zoveel mogelijk beperken. Om te bepalen waar we aan de slag gaan gebruiken we de volgende ambitie: Grote gevolgen voorkomen Slachtoffers (gewonden en/of doden), ontwrichting Accepteren bij overstroming Schade, tijdelijke beperking gebruik van gebied Normaal Risico bestaat op overstroming
Ontwerp-Omgevingsvisie • 38
We beschermen onze inwoners tegen hoog water door het aanleggen van goede dijken en vitale infrastructuur en objecten, zoals het energienetwerk en stroomhuisjes, te beschermen. Daarnaast zorgen we ervoor dat we een goede calamiteiten organisatie hebben en dat er vluchtroutes zijn op het moment dat het nodig is. Droogte In Stein willen we droogte zoveel mogelijk voorkomen. Om te bepalen waar we aan de slag gaan gebruiken we de volgende ambitie: Grote gevolgen voorkomen Teruggang biodiversiteit, grootschalig uitvallen bomen, problemen drinkwatervoorziening Accepteren bij grote droogte Uitval van bomen, verzakkingen Normaal Dor gras, verdroogde planten, bruine bladeren In de aanpak tegen droogte sluiten wij aan bij de voorkeursvolgorde voor zoetwater en droogte die het Rijk heeft opgesteld naar aanleiding van de droge zomers van 2018 en 2019. Voor Stein geldt: • beter vasthouden van water om overlast te voorkomen en beschikbaarheid zeker te stellen; • om wateroverlast te voorkomen zijn de vervolgstappen (1) bergen en (2) afvoeren van water • om watertekort te voorkomen is de vervolgstap het slimmer verdelen over de watervragende functies in een gebied • bij een natuurlijk fenomeen is nooit alle schade te voorkomen, dus als de inzet toch nog onvoldoende is, dan accepteren we verdroging van vegetatie, uitval van bomen en verzakkingen.
Hitte In Stein willen we hittestress zoveel mogelijk voorkomen. Om te bepalen waar we aan de slag gaan gebruiken we de volgende ambitie: Grote gevolgen voorkomen Slachtoffers (gewonden en/of doden) Accepteren bij hete periode Vermindering arbeidsproductiviteit, vermindering mogelijkheden gebruik leefomgeving (bijv. hete sportvelden) Normaal Warmere plekken in stedelijk gebied We streven om in 2050 een klimaatadaptieve inrichting en beheer van onze gemeente te realiseren met als gezondheidsambitie minder dan 14 warme nachten in 2050. Klimaatadaptatie vraagt om belangrijke ruimtelijke keuzes en een robuuste inrichting, zowel boven als onder de grond, met oog voor de kwaliteit van de leefomgeving. In hoofdstuk 6 zullen wij nader ingaan op de relatie tussen klimaatadaptatie en landschap.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot een klimaatbestendig Stein? Zoals eerder aangegeven worden de ambities met betrekking tot een klimaatbestendig Stein nader uitgewerkt in een beleidsplan water en klimaatadaptatie. Nu al proberen we hittestress, verdroging en wateroverlast te beperken door inwoners bewust te maken van het belang van een groene en dus klimaatadaptieve omgeving. Door o.a. de klimaatbomen actie worden inwoners door het aanbieden van bomen tegen gereduceerd tarief gestimuleerd bomen aan te planten in tuinen, waardoor ook elke individuele burger kan bijdragen aan een klimaatadaptieve omgeving. In een nog op te stellen bomenbeheerplan gaan we naar de toekomst toe de te nemen maatregelen t.b.v. behoud van het bomenbestand in beeld brengen, waarbij we rekening houden met het veranderende klimaat.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 39
In reconstructieplannen zoeken en verwerken we de mogelijkheden van wateropvang in de groenstructuren, zoals de waterberging parkeerplaats zwembad Steinerbos, die naast de functie wateropvang een ecologische functie heeft.
5.2.4
Bescherming milieu en volksgezondheid
Industriële bedrijven, maar ook het verkeer kunnen de leefkwaliteit belemmeren door de uitstoot van geur, geluid en stoffen en hierdoor overlast, veiligheidsrisico’s en gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Dit is voor onze gemeente een belangrijk aspect gelet op de ligging nabij Chemelot, luchthaven en diverse weg- spoor- en waterwegen. Dit heeft tevens als consequentie dat een aantal milieuaspecten (bv. verkeerslawaai van snelwegen, luchtkwaliteit) buiten onze invloedsfeer liggen en wij daarop onze ambitie afstemmen. Dit betekent ook dat periodiek overleg noodzakelijk is met andere partijen, waaronder Rijkswaterstaat, Chemelot en buurgemeenten, om elkaar blijvend te informeren over milieuaspecten die buiten de invloedsfeer van onze eigen gemeente liggen. Relevante milieuthema’s maken dan ook onderdeel uit van de Omgevingsvisie. In een gezonde leefomgeving zijn de negatieve gevolgen van milieuaspecten zo klein mogelijk. Door het opnemen van milieuaspecten in de Omgevingsvisie is het tevens mogelijk om de noodzakelijke milieubescherming verder te vertalen in gerichte regels in het omgevingsplan, binnen de beschikbare kaders van de lokale afwegingsruimte die door de Omgevingswet wordt geboden. De Omgevingsvisie bepaalt de richting en keuzen op welke wijze wij het milieu willen beschermen.
De Omgevingsvisie vormt de eerste aanzet van die concrete normen en (uiteindelijk) ten aanzien van de handhaafbaarheid daarvan. In navolging van de Rijksoverheid zetten wij in op het voorkomen van milieu- en natuurschade. Pas als het niet of onvoldoende lukt, wordt ingezet op compensatie van milieuschade en natuur. Wij onderscheiden de volgende milieuthema’s: Algemeen 1. Bodem 2. Geluid 3. Luchtkwaliteit 4. Geur 5. Licht 1. Bodem De Omgevingswet richt zich op het duurzaam en efficiënt gebruik van de bodem en de ondergrond. Artikel 1.2 van de Omgevingswet benoemt de bodem als onderdeel van de fysieke leefomgeving. Wanneer we een doorkijk maken naar de toekomst zijn er enkele belangrijke pijlers die ook als bodembeheer in de Omgevingswet zijn verankerd: • Zorgplicht: het voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen • Het beheren van oude bodemverontreinigingen • Kaderstelling: het functiegericht toekennen van deelgebieden of zones. We streven naar een milieu hygiënische bodemkwaliteit conform de gebruiksfunctie. De bodemkwaliteit wordt zoveel mogelijk integraal beoordeeld. De aanwezigheid van een bodemverontreiniging betekent niet altijd dat de mensen die gebruik maken van de verontreinigde bodem ook gezondheidsrisico’s lopen. Dit komt omdat de blootstelling van de gebruikers aan de in de bodem voorkomende stoffen over het algemeen heel laag is.
Omdat de blootstelling afhankelijk is van het gebruik van de bodem, is naast de aard en mate van de verontreiniging, het gebruik bepalend voor de eventuele gezondheidsrisico’s.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 40
Wij volgen wat betreft bodem het landelijk wettelijk kader, aangezien wij wat betreft het aspect bodem in onze gemeente geen beperkende factor zal zijn in het kader van de leefkwaliteit binnen onze gemeente.
2. Geluid Geluidoverlast kan nadelige effecten hebben voor de volksgezondheid. Geluid heeft betrekking op geluidbelasting als gevolg van bedrijfsactiviteiten (industrielawaai) en verkeer (o.a. weg- en railverkeerslawaai). Industrielawaai Door het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten wordt, door zowel kleine als grote inrichtingen, geluid geproduceerd. Dit kan lokaal door bijvoorbeeld koelingen bij winkels, verkeer van of naar een winkel of (een terras bij) een horeca inrichting. Op grotere schaal is dat ook mogelijk door grotere inrichtingen. Kleinere inrichtingen vallen meestal onder de meldingsplicht en dienen te voldoen aan algemene regels. Bij eventuele overlast kan handhavend worden opgetreden. Voor grotere inrichtingen en industrieterreinen gelden andere regels. De Haven Stein is een gezoneerd industrieterrein. Dit wil zeggen een bedrijventerrein waar zware industrie wordt toegestaan. Grote lawaaimakers zijn uitsluitend op industrieterreinen toegestaan die die activiteit planologisch toelaten en waarvoor zogenaamde geluidproductieplafonds zijn vastgesteld. Het gaat om activiteiten die een aanzienlijke mate van geluid kunnen veroorzaken. In het Masterplan Chemelot 2030 wordt aangegeven dat de geluidsruimte in de Haven Stein beperkt is, gelet op wanneer in de toekomst meer vervoer over water gaat plaatsvinden.
Onder de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid om te zoeken naar geluidsruimte. Wij kunnen daar als bevoegd gezag voor kiezen. Onder regie van de Provincie Limburg wordt een integrale visie voor de Haven Stein opgesteld waarbij diverse ontwikkelingen met betrekking tot de Haven Stein worden meegenomen. Hierbij wordt tevens de relatie tot het Blueportsnetwerk en Knooppunt 046 betrokken. Hierbij dient enerzijds aandacht te zijn voor de economisch belangen van de bedrijven en de veranderende kijk op duurzame transportbewegingen maar anderzijds ook voor de leefkwaliteit in de omgeving van de haven en de verbindingsroute tussen de haven en Chemelot. Verkeerslawaai Gelet op de ligging van de gemeente Stein aan diverse snelwegen zien wij wegverkeerslawaai als een vaststaand gegeven. Het percentage van de mensen dat is blootgesteld aan geluidbelasting van meer dan 50dB per etmaal ligt in onze gemeente gemiddeld op 57,7% 13 (RIVM, 2016). Er zijn geen woningen in onze gemeente waar de geluidbelasting ten gevolge van verkeer hoger is dan de maximale ontheffingswaarde van 65 dB(A) 14. Bij eventuele uitbreidingen van woningen zullen wij met het wegverkeerslawaai van deze wegen rekening houden zodat er sprake is van een zo optimaal mogelijke leefkwaliteit.
Concreet betekent dit, dat bij nieuwbouw en hoge geluidbelastingen hiermee rekening wordt gehouden in het ontwerp van plannen (geluidafscherming door de woningen zelf) en de indeling van woningen (geluidgevoelige ruimten en buitenruimten) aan de geluidluwe zijde. Railverkeer In onze gemeente is een aantal woningen gelegen met een hoge geluidbelasting ten gevolge van railverkeer. In het kader van de sanering van te hoog belaste woningen door het Rijk is een saneringsplan opgesteld. Dit betreft met name woningen gelegen in Elsloo. Door het plaatsen van Het gemiddeld percentage voor heel Nederland bedroeg 53% (RIVM, 2016). Uit een inventarisatie door een samenwerking van inwoners (DOP’s), GGD Zuid-Limburg, RUD Zuid-Limburg en de gemeente is gebleken dat ook door cumulatie van verschillende geluidsoorten er geen woningen zijn met een geluidbelasting hoger dan 65 dB(A). 13 14
Ontwerp-Omgevingsvisie • 41
zogenaamde raildempers worde de geluidbelasting teruggebracht en waar het geluidniveau binnen te hoog blijft, worden de woningen aanvullend akoestisch geïsoleerd. Voor railverkeerslawaai gelden voor nieuwbouw op geluidbelaste locaties dezelfde condities als bij wegverkeer. Het aspect geluid (industrie en verkeer) nemen wij integraal mee in de beleidskeuzes die wij met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving maken. Wij zoeken hierbij naar een balans tussen de mate van geluidsoverlast en de leefkwaliteit en maken hierbij onderscheid in woonkernen, buitengebied en bedrijventerreinen. Gelet op het feit dat wij een woongemeente willen zijn, willen wij de geluidbelasting door industrie en wegverkeer in en in de directe nabijheid van onze woonkernen handhaven. Dit geldt nog sterker voor onze buitengebieden waar landelijke verstilling één van onze troeven is (zie hoofdstuk 7 versterken van de unieke omgevingskwaliteiten). Ook wat betreft geluid volgen wij grotendeels het wettelijk kader. In gebieden waar wij iets extra’s willen doen regelen wij dit in het omgevingsplan. 3. Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit is belangrijk voor de volksgezondheid en de leefkwaliteit. Stoffen die een negatief effect op de luchtkwaliteit kunnen hebben zijn afkomstig van tal van milieubelastende activiteiten. Het gaat dan om productieactiviteiten en verkeersbewegingen.
We willen een slechte luchtkwaliteit zo veel mogelijk voorkomen, omdat deze in het bijzonder bij bepaalde groepen mensen (kinderen, ouderen en mensen met een zwakke gezondheid) leiden tot aantastingen van de luchtwegen en/of hart- en vaatstelsel. De luchtkwaliteit in onze gemeente voldoet aan de wettelijke normen. 15 Ook in de toekomst willen wij blijven voldoen aan de wettelijke normen ten aanzien van luchtkwaliteit. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de luchtkwaliteit in onze gemeente grotendeels afhankelijk is van invloeden van buitenaf (o.a. buitenland, Chemelot en snelwegen). 4. Geur Geur kan ontstaan als gevolg van uiteenlopende milieubelastende activiteiten en daarmee hinder veroorzaken of nadelige effecten op de gezondheid hebben. Deze milieubelastende activiteiten kunnen plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf, maar ook in het kader van de uitoefening van een hobby zoals het op kleine schaal houden van landbouwhuisdieren. Op basis van de beschrijving van het milieuaspect geur in de beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in onze gemeente (bijlage 1), streven wij ernaar de huidige minimale geurbelasting te handhaven. 5. Licht Straatverlichting, sportveldverlichting en lichtreclames zijn belangrijke bronnen van licht. Te veel en verkeerd ontworpen of gerichte verlichting veroorzaakt lichtvervuiling.
Hierdoor kunnen ecologische problemen, lichthinder en gezondheidsproblemen ontstaan. In onze gemeente zijn geen concrete situaties bekend waarbij de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat vanwege lichtvervuiling. Wij stellen geen extra eisen wat betreft licht.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot bescherming van het milieu en volksgezondheid? Voor een overzicht van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving met betrekking tot de verschillende milieu aspecten wordt verwezen naar bijlage 1.
15
Ook metingen van inwoners (DOP’s), GGD Zuid-Limburg, RUD Zuid-Limburg en de gemeente bevestigen dat de concentraties fijnstof voldoen aan de wettelijke normen.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 42
5.2.5
Bevorderen van een (positief) gezonde en groene leefomgeving
Een gezonde en groene inrichting van de leefomgeving beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden en bevordert de gezondheid. Een gezonde en groene leefomgeving is een leefomgeving die bewoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn, en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Belangrijke elementen voor een gezonde en groene leefomgeving zijn: uitnodigen tot bewegen (wandelen, fietsen, spelen), elkaar ontmoeten, ontspannen, een goede milieukwaliteit (lucht, geluid), klimaatbestendigheid (zoals meer groen voor tegengaan hitte- en wateroverlast), voldoende natuurlijke schaduwrijke plekken om UV-straling te mijden en een goede toegang tot voorzieningen. Een gezonde en groene leefomgeving is een veilige leefomgeving, draagt bij aan duurzaamheid en vergroot de maatschappelijke en economische waarde van een gemeente of een gebied en draagt zo bij aan de brede welvaart. De inrichting van de omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. In een veilige, gezonde en groene leefomgeving zijn inwoners zelfredzaam tijdens een ramp of crisis, is er aandacht voor minder-zelfredzamen, is de zorgcontinuïteit geborgd, is zorg toegankelijk en bereikbaar en levert zorg een positieve bijdrage aan de daling van de ziektelast. 70% van onze inwoners ervaart de eigen gezondheid als goed (GGD Zuid-Limburg, 2018 16).
Uit diverse onderzoeken is echter gebleken dat inwoners van Zuid-Limburg een gezondheidsachterstand hebben ten opzichte van de rest van Nederland. Hierbij valt ook een minder gezonde leefstijl op. Zo bevordert bewegen ook de mentale gezondheid en verhoogt in het algemeen de kwaliteit van leven. Uit cijfers van de GGD Zuid-Limburg blijkt dat in de gemeente Stein 60,4% van de inwoners in de leeftijd 19-64 jaar voldoet aan de beweegnorm. In Zuid-Limburg voldoet 56,8% in deze categorie aan de beweegnorm. In de categorie 65+ is dit in Stein 73%. Bij 51% van de inwoners in de leeftijd tussen de 19 en de 64 jaar is sprake van (ernstig) overgewicht. Bij mensen van 65 en ouders ligt het percentage met (ernstig) overgewicht op 63%. Het aantal jongeren dat voldoet aan de beweegnorm ligt in ZuidLimburg op 18% (Provinciale Jeugdmonitor GGD, 2019). Gelet op bovenstaande cijfers zien wij voor sport en bewegen een essentiële, preventieve rol om onze inwoners vitaler te maken. Wij willen sport en bewegen meer integreren in het dagelijks leven van onze inwoners. Dit kan op school, werk, thuis, bij een vereniging of sportschool, maar vooral ook buiten. Buiten bewegen draagt bij aan een algehele positieve gezondheid. Ook onze unieke omgevingskwaliteiten dragen bij aan een (positief) gezonde leefomgeving (zie hoofdstuk 6).
Een gezonde en groene leefomgeving voor onze inwoners heeft niet alleen een positieve invloed op de leefstijl, maar ook een positieve invloed op de leefkwaliteit in wijken en de sociale contacten die dit met zich meebrengt dragen bij aan een algehele positieve gezondheid. Een gezonde en groene leefomgeving maakt het makkelijker om gezonde keuzes te maken. Een groep van inwoners die nu nog niet uit zichzelf beweegt kan met een gezonde en uitnodigende buitenruimte gestimuleerd worden om in beweging te komen, te sporten en andere mensen te ontmoeten. Dit laatste is extra aantrekkelijk voor doelgroepen die nu nog niet of nauwelijks bewegen. Denk hierbij aan mensen met een drukke of onregelmatige agenda (onafhankelijk van tijd of locatie) of mensen met een kleine beurs (gratis toegang). Wij zorgen voor een beweegvriendelijke openbare ruimte die gezond gedrag van onze inwoners stimuleert en jong en oud uitnodigt om te bewegen en te sporten. Hierbij leggen we uitdrukkelijk verbindingen met onze unieke omgevingskwaliteiten (natuur en landschap, recreatieve fiets- en wandelroutes) en meer groen in en tussen onze wijken en kernen. Kortom, een positief gezonde leefomgeving die niet alleen bewegen, gezondheid en vitaliteit in de meest brede zin stimuleert, maar ook een bijdrage levert aan ontspannen en elkaar ontmoeten (zie ook 4.2.2. samenleven door ontmoeten en verbinden).
Behalve de openbare ruimte zo in te richten dat een actieve leefstijl wordt gestimuleerd, vinden wij het ook van belang dat gezonde voeding een makkelijke en logische keuze wordt, zodat problemen rond overgewicht worden tegengegaan. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om zaken als een gezond voedingsaanbod op en rond scholen, sportterreinen en andere gemeentelijke voorzieningen.
16
Gezondheidsatlas GGD Zuid-Limburg (2018)
Ontwerp-Omgevingsvisie • 43
Wij vinden het belangrijk dat kinderen opgroeien in een rookvrije omgeving. Meeroken door kinderen heeft een nadelige invloed op de ontwikkeling van de longen en geeft een verhoogde kans op luchtweginfecties, hoesten en het ontwikkelen van astma. De fysieke en sociale omgeving spelen een rol in tabakspreventie door te beschermen tegen meeroken en tegelijkertijd uit te dragen dat de norm ‘niet roken’ is. Genoemde maatregelen beperken ook de blootstelling van volwassen meerokers en ontmoedigen bovendien het roken. Het rapport van het RIVM 17 over de impact van Covid-19 op het lokaal gezondheidsbeleid bevestigt onze ambities met betrekking tot het bevorderen van een (positief) gezonde leefomgeving. Door de coronacrisis zijn rokers gemiddeld meer gaan roken en stijgt het aantal mensen met overgewicht. Ook is er sprake van meer druk op een gezonde leefomgeving. Vanwege het virus en de maatregelen maken groepen mensen vaker gebruik van de openbare ruimte in de buurt.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het bevorderen van een (positief) gezonde en groene leefomgeving? Zoals bekend kent Zuid-Limburg een hardnekkige gezondheidsachterstand ten opzichte van de rest van Nederland. Met het Programma Trendbreuk willen we samen met de andere 15 Zuid-Limburgse gemeenten deze achterstand inlopen. Hierbij ligt de nadruk op de jeugd veilig, gezond en kansrijk op te laten groeien. In het Gezond sport- en beweegakkoord Stein hebben wij samen met sport- en beweegaanbieders, onderwijs, zorg en welzijn en maatschappelijke organisaties onze visie en concrete doelen geformuleerd. Eén van de speerpunten is een gezonde ruimte waar onze ambities zoals geformuleerd in deze Omgevingsvisie grotendeels zijn uitgewerkt in concrete doelen en acties. Voor ouderen en jongeren worden in onze gemeente specifieke programma’s aangeboden omdat deze doelgroepen het minst vaak voldoen aan de landelijke beweegrichtlijnen. Voor ouderen zijn er fitheidstesten, beweegadviezen, een beweegmarkt en Meer Bewegen voor Ouderen. Binnen HealthyLIFE worden personen met overgewicht via coaching op het gebied van beweging, voeding en gedrag begeleid naar een gezonde leefstijl. Om ook de jeugd aan een gezonde leefstijl te helpen heeft men zich in 2020 voor drie jaar gecommitteerd aan de JOGG-aanpak (Jongeren op Gezond Gewicht).