1. Ontwerp-Omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
Sport, onderwijs, ondernemers, zorg, welzijn en overheid slaan hierbij de handen ineen om een gezonde omgeving voor jongeren te creëren, waarin gezond gewoon wordt. Ook in ons Mobiliteitsplan leggen wij een relatie tussen bewegen en vormen van mobiliteit (lopen en fietsen). Wij bevorderen een gezonde leefstijl door maatschappelijke voorzieningen goed bereikbaar te maken en het groen in de kernen met het buitengebied te verbinden voor wandelaars en fietsers. In hoofdstuk 6 Unieke omgevingskwaliteiten wordt uitgebreider ingegaan op de betekenis van het landschap, water, natuur en biodiversiteit op de leefkwaliteit in de gemeente.
5.4 Uitgangspunten thema een veilige, gezonde en groene leefomgeving Met betrekking tot het thema een gezonde en veilige leefomgeving hanteren we de volgende uitgangspunten:
17
RIVM, 27 november 2020. Corona-inclusieve Volksgezondheidstoekomstverkenning.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 44
•
Een veilige, gezonde en groene leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om de leefkwaliteit in de gemeente Stein als woongemeente te versterken.
•
Wij zetten in op het aan de voorkant verkleinen van veiligheidsrisico’s voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers, het voorkomen van incidenten en een goede voorbereiding voor wat betreft het bestrijden van rampen en crises, mochten deze zich voordoen.
•
De waterketen draagt bij aan een veilige, gezonde en groene leefomgeving.
•
We bieden passende bescherming voor de effecten van klimaatverandering: o de openbare en particuliere ruimte worden zo goed mogelijk klimaatbestendig ingericht o de kans op wateroverlast wordt beperkt o de gevolgen van overstromingen worden zoveel mogelijk beperkt o droogte en hittestress worden zoveel mogelijk voorkomen
•
Bij ruimtelijke ontwikkelingen met betrekking tot klimaatadaptatie houden wij zoveel mogelijk rekening met het voorkomen van gezondheidsrisico’s van omgevingsfactoren (pollen etc.) en infectieziekten vanuit de leefomgeving veroorzaakt door bijvoorbeeld ratten, teken en muggen.
•
Wat betreft milieu aspecten voldoen wij aan de daarvoor geldende wetten en normen. Wij houden hierbij rekening met de specifieke kenmerken van een gebied (woonkernen, bedrijventerreinen en buitengebied).
•
Tevens houden wij rekening met de volgende milieubeginselen: Het voorzorgsbeginsel Dit beginsel houdt in dat de overheid maatregelen kan nemen als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben. Het gaat om onzekere risico’s waarbij nog geen wetenschappelijke gegevens bekend zijn. Voorbeelden zijn elektromagnetische velden en de introductie van nieuwe stoffen. Het beginsel van preventief handelen Dit beginsel houdt in dat, wanneer maatregelen moeten worden genomen, die maatregelen in de eerste plaats gericht moeten zijn op het voorkomen van milieuverontreiniging en niet op het herstellen of ongedaan maken van de verontreiniging nadat deze zich heeft voorgedaan. Het beginsel van voorrang voor bronbeleid Dit beginsel houdt in dat milieubeschermende maatregelen zich richten op de bron van de verontreiniging in plaats van op de ontvanger van de verontreiniging. Het beginsel van de vervuiler betaalt Dit beginsel houdt in dat de vervuiler verantwoordelijk is voor de kosten die gemoeid zijn met het voorkomen van de door hem veroorzaakte verontreiniging.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 45
Hoofdstuk 6 6.1
Unieke omgevingskwaliteiten
Wat is onze ambitie?
Onze gemeente heeft unieke omgevingskwaliteiten. Inwoners waarderen deze omgevingskwaliteiten zoals de groene verbindingen, de beleving van Stein als gemeente aan het water (Grensmaas), de cultuurhistorische waarden van onze verschillende kernen en de kwaliteit van de openbare ruimte. De diverse woonkernen zijn verbonden door een gevoel van rust, ruimte en vrijheid, waardoor we een balans creëren in dorps wonen en bedrijvigheid en werken en ontspannen. Om ook in de toekomst een duurzame en groene woongemeente te blijven, zullen wij deze unieke omgevingskwaliteiten als een groene long samen met inwoners en ondernemers verder versterken. Op deze wijze brengen we meer balans aan in Stein als groene woongemeente en Stein als bereikbare en bedrijvige gemeente.
6.2
Wat is nodig?
Om ook in de toekomst een duurzame groene woongemeente te blijven, zullen wij deze unieke omgevingskwaliteiten die bestaan uit gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde samen met inwoners en ondernemers verder versterken. De belevingswaarde willen wij versterken door in te zetten op landelijke verstilling en het uitbouwen van authentieke waarden, waaronder cultuurhistorie en de ligging aan het water. Hierbij liggen verder opgaven met betrekking tot het versterken en uitbouwen van ons toeristisch profiel en een toekomstbestendige land- en tuinbouw. De waarde van onze openbare ruimte versterken wij door deze meer te benutten als plek voor ontmoeten, bewegen, sporten en recreëren. Hierbij dragen wij tevens bij aan sociale en vitale wijken en kernen (zie ook hoofdstuk 4) en aan een gezonde leefstijl bij aan vitale inwoners (zie hoofdstuk 5).
6.2.1 Landelijke verstilling Stein vormt het ‘Hart van de Maasvallei’. In dit hart van het grensoverschrijdende RivierPark Maasvallei, onderscheidt onze gemeente zich door een eigen unieke, stille belevingswereld binnen het druk bezochte Zuid-Limburg. Ook uit de gesprekken met inwoners en stakeholders is gebleken dat het landschap en de natuur in onze gemeente enorm worden gewaardeerd en belangrijk gevonden voor het verder versterken van de leefkwaliteit, maar ook voor de verbondenheid met en betrokkenheid van onze inwoners bij de identiteit van gebied. Daarnaast spelen het landschap en natuur een belangrijke rol bij de grote opgaven met betrekking tot klimaat en energietransitie (hoofdstuk 8), maar dragen ze ook bij aan de identiteit van onze gemeente en gezondere en vitalere inwoners. Tot slot zijn landschap en natuur ook steeds belangrijker in relatie tot het versterken van het toeristisch profiel van onze gemeente als ‘Hart van de Maasvallei’. In deze paragraaf wordt wat betreft landelijke verstilling ingegaan op de volgende onderdelen: verder versterken van ons landschap, natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem, natuur & biodiversiteit en bodem & ondergrond. Onze ambities met betrekking tot landelijke verstilling zijn grotendeels uitgewerkt in het groenbeleidsplan. Dit beleidsplan dateert uit 2016.
Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt bekeken of het groenbeleidsplan als programma op onderdelen moeten worden geactualiseerd.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 46
Verder versterken van ons landschap Wij willen de kwaliteiten van ons unieke landschap (Maasdal en het Middenterras met de plateaus van Graetheide en Schimmert) behouden en verder versterken. Hierbij willen wij tevens het contrast tussen de landschappelijke karakteristieken en de kunstmatige ingrepen als potentie om de identiteit van het groen in de gemeente te versterken. We stimuleren en faciliteren initiatieven gericht op onderhoud, herstel en aanleg van groene en cultuurhistorische landschapselementen, routestructuren voor extensieve recreatie (wandelen, fietsen) en het verankeren van de zorg voor het landschap in de lokale gemeenschap. Hierbij speelt ook de beleving van de kwaliteiten van ons unieke landschap een belangrijke rol. Wij profileren ons nadrukkelijk als ‘Hart van de Maasvallei’. Met het grensoverschrijdende Rivierpark Maasvallei als belangrijke troef (zie ook 6.2.3. versterken van ons toeristisch profiel). Samen met de Provincie geven wij uitvoering aan het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en werken we aan een duurzaam Nationaal Landschap Zuid-Limburg in de vorm van het versterken van het landschappelijk raamwerk in de omgeving van Catsop. Daarnaast werken we aan de buitengebieden Meers, Maasband, Urmond, Berg a/d Maas en Nattenhoven in samenhang met de Grensmaaswerken aan de groenblauwe mantel zoals opgenomen in de Omgevingsvisie van de Provincie Limburg.
Voor deze gebieden willen wij de kernkwaliteiten beschermen en versterken. De kernkwaliteiten in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg zijn: het reliëf, het open-besloten karakter, het groene karakter en het cultuurhistorisch erfgoed. De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in de POVI. De uiteenlopende belangen die spelen in deze gebieden willen wij in samenhang verbinden en hierbij wordt gezocht naar maximale synergie. Om de unieke omgevingskwaliteiten te beschermen willen wij verrommeling van het landschap tegen gaan en willen wij voorkomen dat er te veel particuliere extensieve recreatie plaatsvindt. Er dient sprake te zijn van een balans tussen toerisme, recreatie en vrijetijdseconomie enerzijds en landelijke verstilling anderzijds. Om de leefkwaliteit in de kernen te versterken willen wij meer verbinding creëren tussen het Maasdal en de woonkernen, maar willen wij ook de groene en blauwe verbindingslijnen tussen de kernen versterken om zo het groene karakter van onze gemeente te benadrukken.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van ons landschap? Voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is een LEADER-programma opgesteld. Het Europese programma LEADER biedt ondersteuning en subsidies aan ondernemers, inwoners en organisaties die op een vernieuwende manier met projecten bijdragen aan duurzame landschapskwaliteit en sociaaleconomische ontwikkeling van het gebied. Kernbegrippen daarbij zijn ondernemerschap, lokale initiatieven, zelfsturing en burgerparticipatie. Projecten die in dit kader gerealiseerd zijn of in voorbereiding zijn, zijn Dorpswinkel Ut Bakkes Maasband, kennis- en informatiecentrum Maasvallei, kwaliteitsverbetering en maatschappelijke verbreding Kasteelpark Elsloo en reconstructie kloostertuin De Bath. Bufferzones beschermen de natuurgebieden tegen schadelijke invloeden van buitenaf. De gebieden van de groenblauwe mantel vervullen reeds in belangrijke mate ook een functie als bufferzone. In deze gebieden stimuleren we extensief grondgebruik, behoud en aanleg van landschapselementen en maatregelen die de biodiversiteit bevorderen (zie ook verduurzaming water en bodembeheer, propositie heuvelland).
Ontwerp-Omgevingsvisie • 47
Natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem In hoofdstuk 5 (Veilige, gezonde en groene leefomgeving) stond het thema water in relatie tot een veilige, gezonde en groene leefomgeving centraal. Water zorgt ook voor een goed leefgebied voor planten en dieren die er thuishoren en vervult een belangrijke rol bij het versterken van de landelijke verstilling en het uitbouwen van onze authentieke waarden door de ligging aan het water. Het realiseren van een gezond waterecosysteem levert een bijdrage aan onze unieke omgevingskwaliteiten. Wij willen hiermee: • onze ecologische structuur verbeteren: beekdalen die robuust en veerkrachtig zijn vormen de ruggengraat van natuurherstel in het landelijk gebied; in erosiegevoelig gebied is het wenselijk hiervoor ruimte te reserveren. • wateroverlast en verdroging tegengaan: door beekdalen robuust en veerkrachtig in te richten wordt een bijdrage geleverd aan minder wateroverlast en verdroging (zie ook 6.2.3 een klimaatbestendig Stein). • goede waterkwaliteit bevorderen: veilig gebruik door mensen en dieren.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem? In het beleidsplan Water en klimaatadaptatie zullen onze ambities met betrekking tot natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem nader worden uitgewerkt.
Natuur & biodiversiteit Natuur en groen maken een belangrijk onderdeel uit van Stein als woongemeente. Ook uit het onderzoek onder het bewonerspanel, de straatinterviews en tijdens de stakeholdersbijeenkomst kwam naar voren dat de natuur binnen onze gemeente belangrijk wordt gevonden. Natuur en biodiversiteit zijn belangrijke troeven in het kader van landelijke verstilling binnen een verstedelijkt gebied. Eén daarvan is het Natura 2000 gebied Bunder- en Elsloërbos, dat deels binnen ons grondgebied ligt. Het is één van de parels op het gebied van natuurgebieden in Limburg, met een unieke flora en fauna en met stringente bescherming vanuit Europees en landelijk natuurbeleid. Wij willen de natuur en biodiversiteit behouden en zoveel mogelijk versterken. En niet alleen in natuurgebieden, ook in wijken en kernen en tussen wijken en kernen. Maatregelen zijn o.a. berm- en akkerranden beheer en voorkomen van overlast van de eikenprocessierups. Meer natuur en groen in wijken en kernen draagt tevens bij aan klimaatadaptatie waaronder het verkleinen van hittestress en het afvoeren van overtollig regenwater (zie ook hoofdstuk 6). Wij denken hierbij ook aan vergroening van bedrijventerreinen. Natuur en biodiversiteit zijn ook gebaat bij een omschakeling van de gangbare, traditionele landbouw naar een vorm van natuurinclusieve/kringlooplandbouw (zie ook 6.2.4).
Door de unieke omgevingskwaliteiten meer naar de wijken en kernen te halen, kunnen inwoners de natuur in de eigen directe leefomgeving beleven en dit kan bijdragen aan een gezondere leefstijl (zie hoofdstuk 6). Ook zullen we inwoners, verenigingen, scholen, bedrijven blijven uitdagen om een bijdrage te leveren aan het beheer van natuur en landschap.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot natuur & biodiversiteit? Wij willen de groenfuncties in samenhang versterken (beeldbepalende, structurerende, recreatieve, economische, ecologische en fysische functie).
Ontwerp-Omgevingsvisie • 48
Planten van bomen in zowel stedelijk als landelijk gebied vinden we belangrijk. Daarvoor zoeken we naar mogelijkheden in combinatie met projecten, stimuleren we inwoners tot vergroenen van de woonomgeving en stimuleren we kleine landschapselementen aan te planten in het landelijke gebied. Daarnaast willen we onze inwoners nog meer betrekken bij (het beleven van) de natuur, ook in de eigen directe leefomgeving (bijvoorbeeld door dorpsommetjes), zodat we de unieke omgevingskwaliteiten meer naar de wijken en kernen halen. In het jaarprogramma met IKL zijn reeds activiteiten opgenomen met scholen, vrijwilligers en inwoners van Stein. Voorbeelden van activiteiten zijn het aanleggen van een schoolgaard, het organiseren van houthakdagen voor inwoners en het laten plaatsvinden van aanplantdagen van hoogstamboomgaarden.
Bodem & ondergrond Ook de bodem en de ondergrond maken deel uit van de fysieke ruimte en vervullen diverse (maatschappelijke) functies waardoor ook de ruimtelijke druk op met name de ondergrond kan toenemen. Denk hierbij aan kabels, leidingen en buizen noodzakelijk voor ondergronds transport. De verwachting is dat de komende jaren de druk op de ondergrond zal toenemen. Dit is o.a. een gevolg van de energietransitie, maar komt ook door het gebruik van buisleidingen als alternatief voor transport over bijvoorbeeld de weg. Wij blijven deze ontwikkelingen volgen. Voor andere aspecten van bodem en ondergrond wordt verwezen naar hoofdstuk 5 (onderdeel bodemkwaliteit). (6.2.2. beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden) en 7.2.2 (optimaliseren (digitale) bereikbaarheid).
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot bodem en ondergrond? Wij hebben aandacht voor het afstemmen van regels bij ondergrondse infrastructuur en zorgen voor voldoende ruimte in de ondergrond, ook met het oog op de opgaven in het kader van de energietransitie en Verleggingsregeling. Ook hebben wij oog voor de effecten van het in de toekomst toenemende transport door middel van buisleidingen en de effecten voor het gebruik van de ondergrond. Wij zijn ons bewust van de na-ijlende effecten van de steenkoolwinning in de Westelijke Mijnstreek.
6.2.2 Beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden Onze cultuurhistorische waarden (ook wel cultureel erfgoed) bestaan uit sporen uit het verleden en heden, die zichtbaar en tastbaar zijn in de leefomgeving. Onze gemeente heeft een rijk verleden, karakteristieke oude kernen en een bijzonder landschap. Het is één van de oudste bewoonde gebieden van Nederland. Er zijn veel bijzondere vondsten gedaan, zowel uit de tijd van de eerste bewoners, de Bandkeramiekers (ca. 5300 voor Chr,), als uit de Romeinse tijd. Het beschermen en beheren van cultureel erfgoed is één van de belangen van de Omgevingswet. De Omgevingswet definieert cultureel erfgoed als: ‘monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen’. Ander cultureel erfgoed zoals roerend erfgoed of immaterieel cultureel erfgoed is alleen onderdeel van de definitie als het deel uitmaakt van de fysieke leefomgeving, of als het daar anderszins relevant voor is. Een voorbeeld hiervan is het toedelen van een functie aan een locatie die samenhangt met een (lokaal) volksgebruik dat wordt aangemerkt als immaterieel erfgoed.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 49
Erfgoed vormt de basis voor ruimtelijke beleving, identiteit en diversiteit van de verschillende kernen. Deze identiteit maakt dat mensen zich thuis voelen in hun omgeving. Met het benutten en versterken van bestaande cultuurhistorische waarden willen we onze eigenheid en identiteit behouden en versterken (zie hoofdstuk 4). Het beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden als onderdeel van de unieke omgevingskwaliteiten maakt onderdeel uit van dit hoofdstuk. Wij willen dan ook onze cultuurhistorische waarden behouden, beschermen en verder versterken. Het gaat om de (h)erkenning van erfgoed, het verbeteren van de kwaliteit van erfgoed en de beleving van erfgoed. Hoe wij dat willen doen en welke rol wij als gemeente hierbij willen vervullen, hebben wij uitgewerkt in de Nota Erfgoedbeleid 2019. Ook willen we de beleving en toegankelijkheid van onze cultuurhistorische waarden verbeteren en zo ook het toeristisch profiel van onze gemeente versterken en verder uitbouwen (zie paragraaf 6.2.3) waarbij wij ook kijken naar de cultuurhistorische verbindingen met Belgisch Limburg. Een bijzonder onderdeel is de educatieve beleving van onze cultuurhistorische waarden voor onze kinderen en jongeren.
Het vertellen en beleven van het verhaal van de plek en de geschiedenis van de plek waar zij opgroeien, zijn belangrijk bij het versterken en doorgeven van onze trots en identiteit aan de jeugd (zie ook hoofdstuk 4).
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden?
In 2019 hebben wij de Nota Erfgoedbeleid vastgesteld. Uitgangspunt in deze nota is een integraal ruimtelijk erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met het totaal van (ruimtelijke) cultuurhistorische waarden: een combinatie van archeologie, landschap, groen, gebouwde monumenten en historische bebouwingsstructuren. Wat betreft de bescherming van erfgoed in o.a. onze wijken en kernen is in deze nota vooruit gelopen op de nieuwe Omgevingswet en in bijzonder het omgevingsplan. De bescherming van waardevol ruimtelijk erfgoed zal plaatsvinden in een facetbestemmingsplan en later één op één worden overgenomen in het omgevingsplan. De ambities en speerpunten uit de Nota Erfgoedbeleid hebben wij integraal overgenomen in de Omgevingsvisie.
6.2.3 Versterken en uitbouwen van ons toeristisch profiel Wij hebben een aantal toeristische trekpleisters binnen onze gemeente, waaronder Kasteelpark Elsloo, Steinerbos en het Rivierpark Maasvallei. Wij zijn al sinds enkele jaren bezig met het verder uitbouwen van de toeristische mogelijkheden door deze met elkaar te verbinden. Het gaat dan met name om verbindingen tussen water- en natuurrecreatie, cultuurhistorie, wandelen en fietsen met kleinschalige horeca. Hierbij zoeken wij tevens samenwerking met aangrenzende gemeenten (inclusief gemeenten gelegen in België) in de Maasvallei om deze verbindingen te realiseren. Naast het wandelen en fietsen met de daaraan verbonden infrastructuur kiezen wij voor een heldere toeristische profilering met een aantal speerpunten. Onder de noemer van Stein Stil Genieten willen wij ons de komende jaren gericht profileren als het Hart van de Maasvallei en dé Maasgemeente met een rijke cultuurhistorie met een focus op bijbehorende evenementen. De focus ligt op het extra aantrekken van dagjesmensen die gebruik maken van de lokale horeca, de musea en de plaatselijke middenstand, waardoor het voorzieningenniveau ook voor onze inwoners in stand blijft. Ook mensen die (primair) in onze gemeente overnachten willen wij kennis laten maken met al het moois dat onze gemeente en directe omgeving te bieden heeft.
Door de ontwikkeling van het Rivierenpark Maasvallei, het steeds drukker worden van het Heuvelland en het gezamenlijk verder ontwikkelen van het toerisme binnen de
Ontwerp-Omgevingsvisie • 50
regio Westelijke Mijnstreek, wordt vrijetijdseconomie een steeds belangrijkere factor binnen de economische pijler. Vrijetijdseconomie en recreatie zien wij als een belangrijke pijler voor de verdere ontwikkeling van onze lokale economie. Daarnaast leveren de sectoren toerisme en recreatie een belangrijke bijdrage aan de versterking van de economisch diversiteit binnen onze gemeente. Binnen ons toeristisch profiel leggen wij de nadruk op kleinschaligheid en kwaliteit om juist de balans te vinden tussen toerisme, recreatie en landelijke verstilling.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken en uitbouwen van ons toeristisch profiel? Onze ambitie met betrekking tot het versterken van het toeristisch profiel van onze gemeente krijgt steeds meer en concreet vorm door samen met ondernemers, Visit Zuid-Limburg en vrijwilligersorganisaties uitvoering te geven aan een aantal speerpunten. Deze speerpunten hebben wij vastgelegd in ons toeristisch uitvoeringsprogramma. Het gaat dan o.a. om het versterken van de cultuurhistorie, het ontsluiten van verborgen pareltjes in onze gemeente, het verbeteren van de toeristische infrastructuur en toeristische routing & signing en het creëren van natuurtransferiums. Daarnaast hebben wij in juni 2020 samen met de 15 andere gemeenten in Zuid-Limburg de visie vrijetijdseconomie Zuid-Limburg vastgesteld. Deze visie merkt Zuid-Limburg aan als toeristisch-recreatieve unieke bestemming door de nabijheid van zowel stedelijke als landschappelijke topkwaliteiten in een internationale context. De recreant en toerist in Zuid-Limburg heeft de voordelen van zowel de stad als het land steeds binnen handbereik. We staan echter samen aan de lat om ons voorzieningenniveau én de kwaliteit daarvan op peil te houden door (actief) te blijven investeren in de kwaliteitsverbetering, innovatie en duurzaamheid.
We hebben daarom de ambitie gesteld dat Zuid-Limburg in 2030 een toekomstbestendige bestemming is waar: • toerisme blijft bijdragen aan duurzame economische structuurversterking van de regio; • kwalitatieve groei boven kwantitatieve groei gaat; • landschappelijke en stedelijke kwaliteiten elkaar versterken; • de vrijetijdseconomie helpt om natuur en landschap te ontwikkelen; • inwoners en gasten heel Zuid-Limburg kunnen beleven. De strategie voor de realisatie van de ambitie is opgebouwd uit vijf pijlers. De vijf pijlers bestaan uit: 1. Kwaliteit De focus ligt op groei in kwaliteit. Dit betekent: • Wederkerigheid creëren tussen het landschap en de vrijetijdssector: het landschap heeft baat bij een sterke sector, de sector heeft baat bij een mooi landschap. • Het behouden en verbeteren van de Zuid-Limburgse kernkwaliteiten: combinatie van stedelijke en landschappelijke kwaliteiten, met de landschap als belangrijkste drager voor de vrijetijdseconomie. • Benutten van de potentie die onder andere Maastricht biedt voor het zakelijk toerisme. • Verbeteren van de kwaliteit van de verblijfsaccommodaties en dagrecreatieve voorzieningen en zorgen voor een betere match tussen vraag en aanbod. • Goed meewegen van het belang van de vrijetijdseconomie in belangrijke keuzes in andere domeinen. 2.
Verleiden We willen inwoners en gasten laten zien dat Zuid-Limburg over de gehele breedte veel moois te bieden heeft. We verleiden recreanten en gasten om onontdekte parels te ontdekken, langer te blijven en vaker
Ontwerp-Omgevingsvisie • 51
terug te komen. Daarmee willen we geheel Zuid-Limburg laten profiteren van de positieve effecten van de vrijetijdseconomie en daarmee een te hoge recreatieve druk op toplocaties voorkomen. 3. Beleving van Zuid-Limburgse Grote Verhalen We willen inzetten op het ontwikkelen, ontsluiten en promoten van de belangrijkste Zuid-Limburgse verhalen. Hiermee komen de toeristisch-recreatieve kernkwaliteiten van Zuid-Limburg beter naar voren, worden alle deelbestemmingen betrokken, komen lokaal erfgoed en lokale cultuur beter tot hun recht en wordt het voor ondernemers gemakkelijker om gezamenlijk hun producten gericht te vermarkten. 4. Duurzame vernieuwing Om nieuwe doelgroepen aan te (blijven) trekken en economisch vitaal te blijven, is continue vernieuwing van het toeristisch-recreatief product noodzakelijk. Dit betekent vestiging van nieuwe en ontwikkeling van bestaande attracties en bezienswaardigheden. Herontwikkeling en transformatie van verblijfsaccommodaties en ontwikkeling van verblijfsrecreatie vindt plaats wanneer dat bijdraagt aan een betere balans tussen vraag en aanbod. 5. Ondernemerschap en innovatie Het betreft het stimuleren van innovatie binnen de sector en cross-overs erbuiten, thema- en doelgroepgericht werken en het verbinden van streekidentiteit aan ondernemers(chap).
De toeristische visie van de gemeente Stein en toeristische ontwikkelingen sluiten nauw aan bij de doelstellingen van de Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg.
6.2.4 Een toekomstbestendige land- en tuinbouw Zoals in hoofdstuk 4 is beschreven kent onze gemeente in vergelijking met andere kleinere gemeenten in Zuid-Limburg een beperkt aantal agrarische bedrijven. Slechts 39% van de totale oppervlakte van de gemeente is in gebruik is als agrarische cultuurgrond. Daar staat wel tegenover dat de agrarische sector een groot deel van de cultuurgrond in gebruik heeft en beheert als agrarische cultuurgrond (zie voor een gedetailleerde beschrijving hoofdstuk 4). Dit is de reden om in de Omgevingsvisie aandacht te besteden aan een toekomstbestendige land- en tuinbouw binnen onze gemeente. Wij willen samen met agrariërs en belangenorganisaties een duurzame en vitale land- en tuinbouw ontwikkelen waarbij circulariteit en natuur-inclusiviteit belangrijke speerpunten zijn. Belangrijk hierbij is het behoud van een kleinschalig boerenlandschap waarbij wij de verbinding willen leggen met de landelijke verstilling door te zorgen voor meer verwevenheid met de natuur door bijvoorbeeld het aanleggen van akkerranden, brede bermen en houtwallen als belangrijke linten voor het landelijk gebied. De nadruk ligt op kleinschaligheid en nadruk op de natuur. Onder voorwaarden bieden wij ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor duurzaam concurrerende en innovatieve bedrijven op bestaande locaties (door uitbreiding van bedrijven op bestaande locaties).
Indien verdere ontwikkeling op de huidige locatie niet mogelijk is en geen vrijkomende andere agrarische bedrijfslocatie benut kan worden, dan wordt ruimte geboden voor een nieuwe bedrijfslocatie na een goede ruimtelijke afweging. Nieuwe ontwikkelingen (inclusief vrijkomend agrarisch vastgoed) worden beoordeeld aan de hand van de specifieke kenmerken van het gebied, waarbij kleinschaligheid en kwaliteit voorop staan. Bij medewerking is landschappelijke inpassing als basisprestatie verplicht. Kortom, ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten. Wij willen ruimte bieden voor verbrede vormen van land- en tuinbouw, zoals aan het buitengebied gebonden vormen van kleinschalige en kwalitatieve recreatie en toerisme, maar ook aan bedrijven die in willen zetten op duurzaamheid. We streven naar diversiteit in het landschap, met daarin ruimte voor verschillende typen land- en tuinbouwbedrijven. Van agroforestry tot natuurinclusieve en multifunctionele landbouw waarin de landbouwer een rol speelt in het leveren van streekproducten (ook in relatie tot gezonde voeding) en korte afzetlijnen. Daarnaast zien we een belangrijke rol van de
Ontwerp-Omgevingsvisie • 52
landschapsbeheerder in het ondernemerschap bij de huidige en toekomstige ondernemers in de land- en tuinbouw. Wij hechten veel waarde aan een goede dialoog met de agrarische sector en tussen de sector en directe omgeving.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot een toekomstbestendige land- en tuinbouw? De Provincie Limburg, het Waterschap Limburg, de LLTB, de WML en zeven Limburgse gemeenten, waaronder de gemeente Stein, werken samen aan de uitvoeringsovereenkomst ‘Propositie Heuvelland’. Deze overeenkomst heeft tot doel samen te gaan werken aan verduurzaming van water- en bodembeheer door agrariërs in het Heuvelland. Het werkgebied ligt rond de Beneden-Geul en het gebied ten oosten van het Bunder- en Elslooërbos. De hoofdopgaven van de verduurzaming van water- en bodembeheer in het heuvelland Zuid Limburg zijn: • Bereiken van goede milieu- en watercondities voor de (zeer soortenrijke) N2000-gebieden; • Bescherming en herstel van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit in het Heuvelland, waaronder de grondwaterbeschermingsgebieden in Zuid-Limburg; • Verminderen van de wateroverlastproblemen in de dorpen in de beekdalen; • Verdere verduurzaming van de landbouw naar toekomstbestendige en natuurinclusieve vormen van grondgebruik met een positieve bijdrage aan de effecten op water- en bodemkwaliteit, met een positief effect op CO2 en met ruimte voor andere – nieuwe - verdienmodellen voor de landbouw met minder milieubelasting. Het Limburgs aanvalsplan Stikstof gaat specifiek in op de aanpak van de stikstofproblematiek.
In de provinciale Omgevingsvisie en de omgevingsverordening zullen de opgaven in samenhang beschreven worden. Gemeenten (RUD) hebben de plicht om hun vergunningen en meldingen systematisch te registreren, actualiseren en daar waar nodig handhavend op te treden In het Uitvoeringsprogramma Middengebied is als een van de opgaven opgenomen het onderzoeken van de vitaliteit van (agrarische) bedrijven en het bepalen van de overstijgende ontwikkelmogelijkheden met oog voor individuele belangen en het totaalbelang. Daarbij moet rekening worden gehouden met onder andere meer investeringskracht, financieringsvraagstukken, het belang van een locatie voor het landschap, kleinschaligheid en de relatie met toerisme, energietransitie en klimaatopgaven. Ook binnen onze gemeente is gestart met een dergelijke vitaliteitsscan van agrarische bedrijven.
6.4 Uitgangspunten thema unieke omgevingskwaliteiten In het belang van het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten in relatie tot de leefkwaliteit kiezen we om (toekomstige) ruimtelijke opgaven binnen dit thema in samenhang te bekijken en aan te pakken via een integrale gebiedsgerichte benadering waarbij de identiteit en kwaliteit van het gebied centraal staat. Hierbij betrekken we inwoners en (maatschappelijke) partners. De unieke leefkwaliteiten willen wij verder versterken om zo een gezonde en groene leefomgeving voor onze inwoners te realiseren. Binnen het thema unieke omgevingskwaliteiten hanteren we kwaliteit en kleinschaligheid als basisprincipes om de leefkwaliteit in onze gemeente verder te versterken. Er dient bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake te zijn van een balans tussen toerisme, recreatie en vrijetijdseconomie enerzijds en landelijke verstilling anderzijds. Dit geldt ook voor het toekomstbestendig maken van de land- en
Ontwerp-Omgevingsvisie • 53
tuinbouw. Nieuwe ontwikkelingen (inclusief vrijkomend agrarisch vastgoed) worden beoordeeld aan de hand van de specifieke kenmerken van het gebied, waarbij kleinschaligheid en kwaliteit voorop staan. Waarbij bij medewerking landschappelijke inpassing als basisprestatie verplicht is. Kortom, ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 54
Hoofdstuk 7 Een bereikbare en bedrijvige gemeente
7.1 Wat is onze ambitie? Door de goede geografische ligging in de Euregio aan diverse snelwegen, de aanwezigheid van een haven, de nabijheid van de Chemelot Industrial Park, de Brightlands Chemelot Campus en Maastricht Aachen Airport en zeker niet te vergeten een sterk MKB, heeft Stein een gunstig economisch klimaat. Om dit klimaat verder te versterken is het van belang om juist die kansen te benutten die aansluiten bij de economische identiteit van onze gemeente en de economische diversiteit bevorderen. De coronacrisis heeft recentelijk aangetoond hoe belangrijk economische diversiteit is. Dit kunnen we niet alleen. Hiervoor is (Eu)regionale samenwerking noodzakelijk.
7.2 Wat is nodig? Om ons gunstig economisch klimaat verder te versterken dienen een aantal opgaven gerealiseerd te worden die bijdragen aan de economische aantrekkelijkheid van Stein als woongemeente. Hierbij benutten wij de kansen die zich voordoen wat betreft een innovatieve en circulaire economie op ZuidLimburgse schaal en de daarbij horende grensoverschrijdende kansen. Deze opgaven hebben een impact op de fysieke leefomgeving en dienen bij te dragen aan het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving.
7.2.1 Versterken lokale economie in de regio Regionale economie Zoals beschreven in bijlage 1 kent onze gemeente vier bedrijventerreinen, nl. Businesspark Stein, Haven en Paalweg, Kerensheide en Schutterstraat. Wij willen onze bedrijventerreinen verder versterken en verduurzamen. Hierbij sluiten wij aan bij de kerndoelen zoals opgenomen in de vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg: • • • • • •
• •
binnen onze gemeente worden geen bedrijventerreinen ontwikkeld; logistiek en productie op goed ontsloten (trimodale) locaties; we blijven inzetten op kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad; functiemenging of -wijziging kan alleen op stedelijke bedrijventerreinen; de ruimte op bedrijventerreinen dient zorgvuldig en duurzaam gebruikt te worden. Daarbij past structureel beheer via parkmanagement; functiemenging op bedrijventerreinen kan bijdragen aan de kwaliteit van die terreinen en aan een optimaal ruimtegebruik. Dat geldt zeker op campussen waar een menging van functies bijdraagt aan een uitnodigende werkomgeving. Op grote logistieke en productielocaties is functiemenging niet voor de hand liggend. De bedrijventerreinen met een overwegend lokale functie bieden soms meer mogelijkheden; terughoudendheid met functies die bij voorkeur in het stedelijk gebied of centrum thuis horen is op zijn plaats; voor vestiging van zelfstandige kantoren en detailhandel op bedrijventerreinen is geen plaats. Deze functies horen bij uitstek thuis in steden, kernen of specifieke winkelgebieden. Kantoorruimte als onderdeel van productiebedrijven is wel mogelijk (mits ondergeschikt). Er moet ook ruimte zijn voor ondergeschikte verkoop van goederen die zich bij uitstek leent voor vestiging op dit soort terreinen.
Denk aan grove bouwmaterialen en ondergeschikte productiegerelateerde detailhandel. Het aantal branches is gelimiteerd en sluit aan bij lokaal beleid;
Ontwerp-Omgevingsvisie • 55
•
de milieugebruiksruimte (geluidzones, risicocontouren, geurcirkels) van bedrijven en bedrijventerreinen wordt beheerd met het oog op een duurzame inpassing van bedrijven in hun omgeving.
In de gebiedsvisie Chemelot (zie hieronder) is als ambitie opgenomen bedrijventerreinen waar nodig aan te passen aan een duurzame en circulaire toekomst. Deze ambitie sluit aan bij het verder versterken en revitaliseren van onze bedrijventerreinen. De omgeving en Chemelot Hoewel het Chemelot Industrial Park en de Chemelot Brightlands Campus geen deel uitmaken van het grondgebied van onze gemeente (met uitzondering van de afvalzuiveringsinstallatie (IAZI) en een deel van de Haven Stein) heeft Chemelot vanuit verschillende invalshoeken (economisch, milieu, veiligheid, duurzaamheid en mobiliteit) impact op de fysieke leefomgeving in onze gemeente. In het Masterplan 2030 van Chemelot staat de ambitie centraal ‘om samen ruimte te maken voor de meest veilige, meest duurzame en meest competitieve chemie- en materialensite in Europa’. Deze visie onderschrijven en ondersteunen wij. Deze ontwikkelingen dragen bij aan een economisch vestigingsklimaat in de regio en bieden kansen voor (nieuwe) opleidingen en werkgelegenheid waar wij als woongemeente van kunnen profiteren. Hoewel wij het belang van de economische ontwikkelingen begrijpen en ook onderschrijven, hechten wij er grote waarde aan dat deze ontwikkelingen in balans zijn en blijven met de omgevingskwaliteit.
Verder streven wij naar een afname van overlast en hinder, bijvoorbeeld op het gebied van geluid, trillingen en veiligheidsrisico’s (zie ook hoofdstuk 5). Daarnaast vinden wij het van belang dat de omgeving niet “op slot” gezet wordt en ruimtelijke ontwikkelingen, mits aanvaardbaar, de ruimte krijgen in het belang van de omgevingskwaliteit. Uiteraard hebben wij oog voor de veiligheidsaspecten. In het Masterplan wordt aangegeven dat de geluidsruimte in de Haven Stein beperkt is. Onder de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid om die geluidsruimte te verbreden. Zoals al in hoofdstuk 6 aangegeven, wordt onder regie van de Provincie Limburg een integrale visie voor de Haven Stein opgesteld, in relatie tot het Blueportsnetwerk en Knooppunt 046. Daarbij dient enerzijds aandacht te zijn voor de economisch belangen van de bedrijven en de veranderende kijk op duurzame transportbewegingen maar anderzijds ook voor de leefkwaliteit in de omgeving van de haven en de verbindingsroute tussen de haven en Chemelot. Chemelot wil de mogelijkheden onderzoeken voor een multimodale corridor tussen de site en de haven van Stein. Dit om de hinder van logistiek tussen de haven en de site te beperken en de leefkwaliteit voor de omgeving te verbeteren. De ontwikkeling van een multimodale corridor op het aangegeven tracé zal een grote impact hebben op Urmond.
Nader onderzoek door Chemelot zal moeten aantonen of deze ontwikkeling mogelijk en wenselijk is. Op basis van nader onderzoek zal ook aandacht besteed moeten worden aan het bedrijfsbelang in relatie tot de belangen van de omgeving, aan de impact op de leefkwaliteit van de omgeving en aan welke maatregelen nodig zijn om te zorgen dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor de leefkwaliteit. De ambitie uit de gebiedsvisie Chemelot en omgeving is dat de leefkwaliteit (o.a. impact verkeersveiligheid, geluid en trillingen) verbetert ten opzichte van de huidige situatie. Chemelot zet daarbij uitgebreid in op de dialoog met de omgeving. Het initiatief daarvoor ligt bij Chemelot. Op basis van eventueel nog nader uit te voeren onderzoeken door Chemelot zal het college een standpunt innemen over de wenselijkheid van deze ontwikkeling. Voor een eventuele aanpassing en uitbreiding van de IAZI zoals opgenomen in het Masterplan van Chemelot is de ambitie van DSM/Sitech om op de lange termijn te komen tot een volledig circulair waterbeheer voor de site.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 56
Met opmerkingen [PJ1]: DSM geeft in reactiebrief d.d. 19 juli 2021 aan dit anders te verwoorden. De beoogde transitie van de Chemelot site betekent volgens DSM dat enige ontwikkelruimte op het gebied van milieu nodig is om de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2050 daadwerkelijk te kunnen realiseren. Dit doet DSM in overleg met de omgeving en heeft daarbij aandacht voor de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Het tekstvoorstel van DSM is niet overgenomen. In de visie staat ‘streven naar’, indien meer ontwikkelruimte nodig mocht zijn, bv. in relatie tot duurzaamheidsdoelen dan kan t.z.t. een afweging plaatsvinden. Met opmerkingen [PJ2]: DSM geeft in de reactiebrief aan dat met de aanleg van de mulitmodale corridor wordt getracht juist de hinder in de wijdere omgeving te verminderen. Het onderzoek naar hoe dit vorm zou moeten krijgen is nog maar net opgestart, maar van grote impact op Urmond mag volgens DSM uiteraard geen sprake zijn. DSM verzoekt om ‘grote impact op Urmond’ te verwijderen uit de tekst. Daarnaast wordt verzocht om ook alvast aan te geven dat door een niet-openbare multimodale corridor de verkeersveiligheid in de omgeving wordt vergroot, doordat grote aantallen logistieke bewegingen niet meer over de openbare weg worden afgehandeld.
Daarnaast zal volgens DSM door de multimodale corridor ook de duurzaamheid van deze logistiek verbeterd worden: door een modal shift naar binnenvaart en door op een niet-openbare verbinding andere typen (duurzamere) modaliteiten in te zetten. Tekstvoorstel van DSM is niet overgenomen. Ons standpunt v.w.b. de mutimodale corridor blijft overeind. Sluit ook aan op de Gebiedsvisie Chemelot e.o. De (positieve) punten die door DSM worden opgesomd sorteren al voor op de uitkomsten van het onderzoek. Wij willen de resultaten van het onderzoek afwachten.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van de lokale economie in de regio? In samenspraak met Chemelot, DSM, de Provincie, de gemeenten Sittard-Geleen en Beek en de omgeving zijn er momenteel diverse deelprojecten opgestart rondom Chemelot. Het gaat dan om het opstellen van de gebiedsvisie voor Chemelot, de Veiligheidsvisie en het omgevingsplandeel voor Chemelot. Wij zullen per deelproject kort de ontwikkelingen aangeven. Gebiedsvisie Chemelot In 2019 is besloten dat Chemelot samen met de gemeenten Sittard-Geleen en Stein, de Provincie Limburg en bewonersorganisaties een strategische gebiedsvisie opstelt voor de omgeving van Chemelot. Doel van deze gebiedsvisie is om de transformatie van Chemelot naar een circulaire kennisindustrie in chemie en materialen in balans met de omgeving te laten plaatsvinden. De strategische gebiedsvisie verbeeldt de toekomstvisie voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving rondom Chemelot. Het betreft een strategische verkenning die weergeeft hoe de ambities van alle partijen in het gebied een plek krijgen. Deze integrale gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot moet richting geven aan lopende en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom Chemelot op korte en lange termijn, met bijzondere aandacht voor de samenhang met de omgeving en de toekomstige inrichting van gebieden.
Belangrijke ingrediënten voor de visie zijn een veilige en leefbare (woon)omgeving, een waardevol landschap, Chemelot als economische motor, goede bereikbaarheid, duurzame ontwikkeling en aandacht voor de cultuurhistorie en identiteit van het gebied. De gebiedsvisie sluit aan op de voorliggende Omgevingsvisie en zal een verder vertaling krijgen in o.a. het omgevingsplan. Veiligheidsvisie Naar aanleiding van de aanbevelingen in het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de provincie samen met de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en de RUD Zuid-Limburg, en in nauwe betrokkenheid met de GGD Zuid-Limburg en de Inspectie SZW, de ‘Veiligheidsvisie Chemelot e.o.’ opgesteld. Deze visie is in 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. De Provincie Limburg is bevoegd gezag en houdt vanuit die rol toezicht op de veiligheid op en rond de site. Uit de Veiligheidsvisie vloeien een aantal maatregelen voort: • het aanwijzen van aandachtsgebieden i.v.m. de diverse risicoscenario’s (zullen vertaling moeten krijgen in omgevingsplandeel); • het uitwerken van een integraal communicatieplan; • het inrichten van een externe onafhankelijke Technische Veiligheidscommissie (TVC) die een bovenwettelijk veiligheidskader incl.
planologische zonering binnen en buiten Chemelot gaat opstellen, vast te leggen in een convenant; • het versterken van de rol van Chemelot Site Permit B.V. (CSP) om als houder van de koepelvergunning op te treden bij overtredingen; • het voortzetten van het extra toezicht in het kader van Brzo en de Wabo. De uitkomsten van deze acties en maatregelen worden mede gebruikt bij het bij het opstellen van het omgevingsplandeel voor Chemelot. Omgevingsplandeel Chemelot De colleges van de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek en de Provincie Limburg hebben besloten om in overleg met Chemelot (DSM als grondeigenaar en CSP BV) een omgevingsplandeel voor Chemelot op te stellen. Om te voorkomen dat er voor de site verschillende regimes gaan gelden, is verder besloten om qua omgevingsaspecten één regeling voor Chemelot en het invloedsgebied te maken.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 57
Vertrekpunt voor het omgevingsplandeel vormen in beginsel de vigerende bestemmingsplannen en relevante verordeningen, de verleende vergunningen en bestuurlijk vastgestelde afspraken. Hierbij gaat het om een ‘horizontale transitie’: van de huidige ruimtelijke ordeningssystematiek naar de systematiek die voortvloeit uit de nieuwe Omgevingswet. Toekomstige ontwikkelingen vallen buiten de scope van dit project. Het streven is om een eenduidige regeling te maken op basis van de anno 2021 geldende situatie, vertaald onder de nieuwe wet- en regelgeving van de Omgevingswet. De gemeenten SittardGeleen, Beek en Stein nemen hierbij de regie door een gezamenlijke omgevingsplanregeling op te stellen in goed overleg en in nauwe samenspraak met de Provincie Limburg en Chemelot.
Versterken van de lokale economie Wij sluiten aan bij de vastgestelde kerndoelen winkels uit de Structuurvisie Ruimtelijke Economie ZuidLimburg. Het gaat om de volgende kerndoelen: •
•
• • •
•
•
• •
er is ruimte voor nieuwe winkelgebieden of uitbreidingen van bestaande winkelgebieden met regionale impact als deze aantoonbaar toegevoegde waarde bieden aan de regio, leiden tot versterking van de structuur en de vitaliteit van de binnensteden niet aantasten. Volgens de principes van het dynamisch voorraadbeheer moet de ontwikkeling ervan gepaard gaan met het verdwijnen van bestaande voorraad elders in de regio; er blijft ruimte voor verantwoorde doorontwikkeling van bestaande winkelgebieden elders in het bebouwd gebied, zolang deze passen in de winkelhiërarchie en geen ongewenste neveneffecten hebben op andere concentratiegebieden, zoals binnensteden. Volgens de principes van het dynamisch voorraadbeheer moet de ontwikkeling ervan gepaard gaan met het verdwijnen van bestaande voorraad elders in de regio.
Buiten de concentratie- en balansgebieden willen we in principe geen nieuwe winkels, met uitzondering van zeer kleinschalige winkels; winkels horen niet op bedrijventerreinen thuis, behalve als het gaat om verkoop van goederen die zich bij uitstek leent voor vestiging op een bedrijventerrein, zoals grove bouwmaterialen; naar de toekomst toe worden winkelgebieden in Zuid-Limburg compacter en streven we naar clustering van winkels; voor grotere initiatieven binnen bestaande winkelgebieden, winkels of uitbreidingen zal steeds bekeken moeten worden of deze passen binnen deze structuurvisie en de subregionale visies voor winkels en lokaal beleid. Er vindt daarover afstemming plaats in het juiste bestuurlijke gremium; aan de afweging ligt een onafhankelijke ruimtelijk-economische effectenstudie ten grondslag, waarvoor de initiatiefnemer zorg draagt. Bij de afweging speelt ook de Ladder voor duurzame verstedelijking een rol; voor nieuwe supermarkten en uitbreidingen van supermarkten binnen de hoofdstructuur die daarmee in totaal groter worden dan 1.200 m² wvo dient altijd op Zuid-Limburgs schaalniveau bestuurlijke instemming gezocht te worden.
Voor nieuwe initiatieven en uitbreidingen van supermarkten tot in totaal maximaal 1.200 m² wvo volstaat afstemming op subregionaal niveau; het uitgangspunt dat supermarkten binnen de hoofdwinkelstructuur op passende niveaus van de winkelhiërarchie gevestigd moeten worden, is leidend; winkels in de centra van kleinschalige kernen, zonder concentratiegebieden en balansgebieden worden vrijgesteld van salderen wanneer de oppervlakte in wvo kleiner is dan 100 m². Vestiging van een kleine winkel tot dit oppervlak heeft geen neveneffecten op de winkelstructuur als geheel en draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van deze kernen.
Onze ruimtelijke economische focus ligt op het versterken van vitale centra. In de vastgestelde Transformatievisie Wonen zien wij Stein en Elsloo als stedelijke kernen met historische centra en met commerciële en maatschappelijke voorzieningen en Urmond als landelijke kern met de aanwezigheid van de voornaamste dagelijkse voorzieningen (zie ook hoofdstuk 4).
Ontwerp-Omgevingsvisie • 58
Vrijetijdseconomie, recreatie en toerisme zien we als belangrijke sectoren die een bijdrage leveren aan de economische diversiteit en versterking van de lokale economie binnen onze gemeente (zie hoofdstuk 6). We blijven aan huis gebonden bedrijvigheid faciliteren. Voorwaarde is wel dat er sprake is van een balans tussen bedrijvigheid en de leefkwaliteit in woonkernen. Bedrijvigheid aan huis moet geen negatieve gevolgen hebben op de leefkwaliteit in de wijk of buurt. Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van de lokale economie? In 2017 is het economisch beleidsplan 2017-2020 vastgesteld. Een belangrijk doel is het ontwikkelen van een eigen identiteit als ondernemend Stein voor en door ondernemers. Om onze lokale economie verder te versterken (en te herstellen na de coronacrisis) stimuleren en faciliteren wij de samenwerking tussen gemeente en ondernemers, ondernemers onderling en ondernemers en onderwijs. Hiervoor is aandacht in het nieuwe economische beleidsplan. In samenwerking met andere gemeenten in de Westelijke Mijnstreek heeft een onderzoek plaatsgevonden naar bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Het doel is om de behoefte in kaart te brengen wat betreft bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de Westelijke Mijnstreek in de periode 20212030.
Daarnaast is een proces gestart om te komen tot een nieuw detailhandelbeleid voor de Westelijke Mijnstreek. Het consumentengedrag verandert en de impact van het coronavirus brengt verschillende trends en ontwikkelingen in een stroomversnelling. Daarom is een heldere visie en een actueel detailhandelsbeleid essentieel.
Transitie naar een duurzame economie Wij willen de lokale economie versterken door de transitie naar een duurzame economie te stimuleren (reductie van CO2 in 2050 met 95%), waarbij hergebruik van grondstoffen (mede in relatie tot afvalbeheer 18) kansen biedt. Hierbij hebben wij tevens oog voor een goede balans met de kwaliteit van de leefomgeving. In onze Energievisie hebben wij opgenomen bedrijven te stimuleren deel te nemen aan de energietransitie (zie hoofdstuk 8). Wij benutten de kansen die zich voordoen op het vlak van een innovatieve en circulaire economie in de regio Zuid-Limburg. Het NOVI-gebied Zuid-Limburg speelt hierbij een aanjagende rol. Hierbij leggen wij tevens verbindingen met andere ambities in deze Omgevingsvisie, zoals op het gebied van natuurinclusief en circulair bouwen, multimodale bereikbaarheid (knooppunt 046) en het samen met agrariërs en belangenorganisatie ontwikkelen van een duurzame en vitale landbouw. Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen rond de transitie naar een duurzame economie? Het Regionaal Beleidskader van afval tot grondstof 2021-2025 draagt bij aan de ambitie om in 2050 een circulaire economie te realiseren. Het beleid beoogt een bijdrage te leveren aan verduurzaming van de economie door materialen in de kringloop te houden.
De bijdrage van de gemeente bestaat uit optimalisatie van de inzameling van grondstoffen bij huishoudens en bevordering van bewustwording en verantwoord gedrag bij de inwoners. Het sluiten van de economische materialenkringloop levert een bijdrage aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.
18
Afvalbeheer is toegevoegd naar aanleiding van de straatinterviews.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 59
Om de hoeveelheid restafval te reduceren en een betere kwaliteit grondstoffen te verkrijgen wordt de focus met het nieuwe grondstoffenplan verbreed naar service op milieu en restafval. Samen met de andere Limburgse gemeenten (Afvalsamenwerking Limburg) willen wij in de toekomst het huishoudelijk afval in Limburg verwerken en er grondstoffen voor nieuwe producten van maken. De voorbereidingen voor deze circulaire afvalverwerking zijn reeds gestart. Eén van de hoofdopgaven van het NOVI-gebied Zuid-Limburg is een innovatieve, grensoverschrijdende en circulaire economie. Hierbij is het doel het realiseren van een brede welvaart door o.a. grensbelemmeringen weg te nemen, de kenniseconomie te versterken en de innovatieve chemie en kennisinstellingen als groeiversnellers voor de transformatie naar een duurzame economische en maatschappelijk welvarende toekomst te benutten. Wij onderschrijven deze ontwikkelingen en willen hier een actieve rol in vervullen, mede in relatie tot de ontwikkelingen in het kader van knooppunt 046 (zie ook 7.2.2 optimale (digitale) bereikbaarheid).
7.2.2 Optimale (digitale) bereikbaarheid Wij willen onze (digitale) bereikbaarheid optimaliseren. Een goede (digitale) bereikbaarheid draagt niet alleen bij aan het versterken van ons economisch klimaat, maar zorgt ook voor het versterken van Stein als woongemeente met sociale en vitale wijken en kernen.
Mobiliteit Mobiliteit zien wij als een belangrijk middel om een optimale bereikbaarheid voor onze inwoners, werknemers en bezoekers en tussen kernen te realiseren. Een optimale bereikbaarheid is een belangrijke voorwaarde om onze ambitie om ons economisch klimaat verder te versterken te realiseren. En niet alleen dat, mobiliteit loopt als een rode draad door alle vijf de thema’s uit deze Omgevingsvisie en is een belangrijke drager om de leefkwaliteit in Stein als woongemeente verder te versterken. Onze ambitie met betrekking tot mobiliteit ziet er per thema als volgt uit: Ambitie mobiliteit & sociale en vitale wijken en kernen: • het faciliteren en stimuleren van ontmoeten en verbinden door het toepassen van het STOMP 19 ontwerpprincipe in de kernen; • het borgen van de bereikbaarheid tussen kernen onderling door de afhankelijkheid van de eigen auto te verkleinen.
Ambitie mobiliteit en een veilige en gezonde leefomgeving: • continu aandacht voor een veilige leefomgeving door het aanpakken van de verkeersveiligheid middels een risico gestuurde aanpak (Strategisch Plan Verkeersveiligheid); • het beschermen van de volksgezondheid en het milieu door te voldoen aan de wettelijke normen voor geluid- en luchtkwaliteit voor verkeer; • het bevorderen van een (positief) gezonde leefstijl door: (maatschappelijke) voorzieningen goed bereikbaar te maken voor wandelaars en fietsers (dagelijkse activiteiten); het groen in de kernen en het buitengebied te verbinden voor wandelaars en fietsers (ontspannen). Ambitie mobiliteit en unieke omgevingskwaliteiten: • het versterken van de toeristische infrastructuur door het realiseren van een grensoverschrijdend kwalitatief recreatief fiets- en wandelnetwerk; 19
Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar en collectief vervoer, Mobility as a service en de Privéauto.
Ontwerp-Omgevingsvisie • 60
•
het faciliteren van de land- en tuinbouw door het aanwijzen van een landbouwroutenetwerk.
Ambities mobiliteit en een bereikbare en bedrijvige gemeente: • het ondersteunen van de economische clusters door het optimaliseren van de multimodale bereikbaarheid. Ambities mobiliteit en energietransitie: • het verminderen van de CO2-uitstoot door het vergroten van het aandeel duurzame vervoerwijzen (modal shift) en het verduurzamen van de automobiliteit. Deze ambities zijn nader uitgewerkt in het Mobiliteitsplan.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot mobiliteit? Onze ambities met betrekking tot mobiliteit zijn uitgewerkt in het Mobiliteitsplan. Hierbij hebben wij ook aansluiting gezocht bij de Mobiliteitsvisie Zuid-Limburg. In deze visie staan de volgende ambities centraal: • mobiliteit draagt bij aan het doorontwikkelen van de agglomeratiekracht van Zuid-Limburg waarbij steden als Eindhoven, Luik en Aken onderdeel worden van het ‘Daily Urban System’ en de bereikbaarheid binnen de agglomeratie toeneemt; • mobiliteit draagt bij aan het verbeteren van gezondheid, leefbaarheid en veiligheid in onze steden, het Heuvelland en binnen de dorpen door meer ‘actieve mobiliteitsvormen’ die minder ruimte innemen en veiliger zijn voor (kwetsbare) verkeersdeelnemers; • mobiliteit draagt bij aan verduurzaming en CO2-reductie en • mobiliteit draagt bij aan een inclusievere samenleving en verbeterde collectieve bereikbaarheid, waarmee de bewegingsvrijheid van mensen, hun kansen op werk, het gebruik van voorzieningen en het leggen van sociale contacten toenemen. Daarnaast wordt samen met de gemeenten Sittard-Geleen en Beek onder leiding van de Provincie Limburg momenteel gewerkt aan een Gebiedsverkenning Mobiliteitsopgave Westelijke Mijnstreek waarbij ook de ambities van Chemelot met betrekking tot mobiliteit worden meegenomen.
Logistiek Wat betreft logistiek ligt onze gemeente aan één van de multimodale hotspots Sittard-Geleen/Stein-Beek (knooppunt 046) van Limburg. Hier komen meerdere vervoersmodaliteiten samen (spoor, weg, water, lucht) en is overslag mogelijk. De logistieke sector is een voorname sector die een bijdrage kan leveren aan een de versterking van het lokale en regionale economische klimaat. Samen met de Provincie, Rijkswaterstaat en buurgemeenten willen wij bijdragen aan de verdere logistieke ontwikkeling van knooppunt 046. Een belangrijke ontwikkeling hierbij is het mede oplossen van mobiliteitsknelpunten door zoveel mogelijk goederenvervoer over het spoor en water (met het Julianakanaal als belangrijk onderdeel van de Maasroute) te vervoeren. De Haven Stein speelt hierbij een belangrijke rol. Daarom zijn wij voorstander van het opstellen van een integrale visie voor de ontwikkelingen in de Haven Stein in relatie tot het Blueportsnetwerk en Knooppunt 046, waarbij enerzijds aandacht is voor de economisch belangen van de bedrijven en de veranderende kijk op duurzame transportbewegingen maar anderzijds ook voor de leefkwaliteit in de omgeving van de haven en de verbindingsroute tussen de haven en Chemelot. De ambitie van Chemelot is gericht op het versterken van de multimodale transportinfrastructuur. Veiliger en duurzaam transport staat hierbij centraal. Het gaat dan o.a.
om buisleidingen tracés tussen en via de Haven Stein en Chemelot. Wij onderschrijven deze ontwikkeling maar hierbij dient tevens
Ontwerp-Omgevingsvisie • 61
aandacht te zien voor de omgeving en het beperken van de risico’s vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen als ook over de weg en het water (zie ook hoofdstuk 5). Enerzijds omdat een toename van het vrachtverkeer wordt verwacht, anderzijds omdat dit een doorontwikkeling van de haven Stein vereist. Wij zijn ons bewust dat de huidige dynamiek in de economie (door digitalisering, robotisering, energietransitie en next economy) en maatschappij (individualisme, veranderende vraag naar arbeidsskills) vraagt om een gezamenlijke visie en inzet van publieke en private stakeholders op de juiste investeringen voor de optimalisatie van het Knooppunt 046 en het belang van een toename van intermodaal vervoer. Echter, maatregelen die moeten worden getroffen om de optimalisatie vorm te geven (zoals de aanleg van een multimodale corridor, de aanleg van buisleidingen of uitbreidingen van de laadkade) dienen eerst grondig te worden onderzocht, op draagvlak te worden getoetst en in dialoog met de omgeving tot stand te komen. Op deze wijze willen wij zorgen voor een balans tussen enerzijds de leefkwaliteit in Stein als groene woongemeente en anderzijds het stimuleren van de bedrijvigheid binnen onze gemeente.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot logistiek? Binnen het Meerjarenprogramma voor Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) wordt samengewerkt aan de versterking van de Nederlandse logistieke positie via het programma Goederenvervoercorridors. De ambitie is een vlot, betrouwbaar, robuust, veilig en duurzaam transportsysteem dat bijdraagt aan duurzame economische groei, waarover de gebruikers tevreden zijn. Dit moet onder andere bereikt worden door het oplossen van knelpunten rond congestie en logistieke betrouwbaarheid, het versterken van innovatie en de concurrentiekracht en het verminderen van de negatieve externe effecten (klimaat en milieu) van vervoer. Het programma is georganiseerd rond vijf thema’s: bovengemiddelde knooppunten, doorstroming, service voor gebruikers, duurzaamheid en innovatie. Het wordt in drie fasen uitgevoerd, waarbij zeventien acties en projecten gerealiseerd moeten worden. Eén van deze acties gaat over de optimalisatie van de logistieke knooppunten op de corridors die van bovengemiddeld belang zijn voor het functioneren. Een van deze knooppunten betreft het knooppunt 046 (Sittard-Geleen/Stein). Voor het Knooppunt 046 is een handelingsperspectief opgesteld en zijn concrete acties benoemd die in het kader van het MIRT worden opgepakt.