1. Kadernota 2022.docx
Tekst van het document
Kadernota 2022 4-6-2021
1
Voorwoord Voor u ligt de kadernota 2022 van de gemeente Stein. De kadernota markeert ook dit jaar weer het startpunt van het begrotingsproces. Het jaar 2020 was voor niemand een gemakkelijk jaar waarbij de wereld op slot zat. Dit jaar zien we langzaam tekenen van herstel, maar we blijven behoedzaam naar de toekomst. Onze gemeente is volop aan de slag om meer grip te krijgen op het sociaal domein en zodoende inzicht en grip te krijgen op de stijging van de lasten. Een tweede belangrijke ontwikkeling is de verwachting dat in 2022 besluitvorming zal plaatsvinden over de herverdeling van het gemeentefonds. Pas dan krijgen we zicht op de financiële effecten voor onze gemeente. Tot slot zien wij dit jaar een beperkte toename in de bijdrages aan de verbonden partijen. Als gemeente Stein blijven we staan voor het uitgangspunt duurzaam gezond financieel beleid. Alleen op deze manier kunnen we een toekomstbestendige en duurzaam gezonde meerjarenbegroting 2022-2025 presenteren. Ondanks dat het verleidelijk is om ambitieus invulling te geven aan beleidswensen zijn bij het opstellen van de kadernota 2022 onderstaande uitgangspunten genomen: 1. We gaan terughoudend om met nieuwe beleidsambities; 2. In de afweging dient ook te worden bezien of het wenselijk is om ombuigingen uit 2020 (inclusief sociaal domein) terug te draaien; 3.
Niet te anticiperen op een positief herverdeeleffect na de herijking van het gemeentefonds. Voor het scheppen van een juiste context is net als voorgaande jaren, de omgevingsanalyse als bijlage toegevoegd. Deze analyse schetst de omgevingscontext waarbinnen de gemeentelijke organisatie haar werk doet en biedt u inzicht in toekomstige ontwikkelingen. Met deze gegevens als achtergrond informatie wordt uw raad in staat gesteld om zowel beleidsmatige als financiële afwegingen mee te geven. Afgelopen periode hebben wij u zo goed als mogelijk betrokken bij de belangrijkste ontwikkelingen en zullen u blijven informeren en betrekken bij het proces naar de begroting 2022. Wetende dat het coalitieakkoord voor de gehele periode financieel is vertaald betekent dat ook dat wij geen nieuwe beleidswensen hebben geformuleerd. Dat houdt niet in dat we hier geen oog voor hebben, maar wel dat we meer dan eens zullen moeten afwegen in de huidige financiële context. Het college van burgemeester en wethouders.
2
1.
Beleidsmatige kaderstelling
Net als voorgaande jaren blijven we dezelfde systematiek hanteren om te beoordelen in welke mate wensen een optimale bijdrage leveren aan de doorontwikkeling van Stein. Ondanks dat voor komend jaar als uitgangpunt genomen is om terughoudend om te gaan met beleidsambities en de relatie te leggen met de ombuigingen van 2021 blijft het bij het maken van beleidskeuzes noodzakelijk om aansluiting te zoeken bij onderstaand afwegingskader. Het afwegingskader bestaat uit vier onderdelen die in de volgende paragrafen worden toegelicht.
1. Strategisch afwegingskader: Strategische Toekomstvisie
2. Beleidsmatig afwegingskader: Coalitieakkoord 3. Inhoudelijk afwegingskader: Focus 2019 en oud voor nieuw 4. Ambitiematrix
1.1.
Vastgestelde strategische toekomstvisie 2018-2022
De gemeente Stein heeft een strategische toekomstvisie opgesteld. Samen met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden werd een koers uitgestippeld voor de toekomst. Vorig jaar is deze toekomstvisie, wederom gezamenlijk, geactualiseerd. Op 13 juni 2018 heeft de raad deze behandeld en vastgesteld. Alleen op deze manier kunnen we de koers tijdig bijsturen als dat nodig is. De ontwikkelingen in de wereld om ons heen staan immers niet stil en is voortdurend in verandering. De strategische toekomstvisie geeft richting aan onze koers als gemeente voor de komende jaren. Wij positioneren ons als een eigenzinnige woongemeente waar het mogelijk is dorps te wonen in een verstedelijkt gebied met kwalitatief hoogwaardige voorzieningen en ruimte voor ondernemerschap en particulier initiatief. In de strategische toekomstvisie 2018-2022 zijn drie kernwaarden beschreven die hier invulling aan geven: 1. Sociale en vitale kernen 2. Een duurzame leefomgeving met unieke waarden 3. Een bereikbare en bedrijvige gemeente
1.2.
Beleidsmatig afwegingskader coalitieakkoord 2018-2022
De partijen DOS, CDA, Steins Belang en de VVD hebben in 2018 een nieuwe coalitie in de gemeente Stein gesloten. Thema van het programma is ‘Kansrijk besturen’. De financiële vertaling van het coalitieakkoord is volledig, zowel financieel als beleidsmatig, verwerkt in de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020-2022.
3
1.3.
Inhoudelijk afwegingskader: focus voor 2021 en oud voor nieuw
Op basis van voortschrijdend inzicht, verschuiving in de prioritering of koersverandering kan de afweging gemaakt worden om andere keuzes te maken. De omgevingsanalyse en midterm review bieden hierbij handvaten om afwegingen vorm en inhoud te geven.
1.4.
Ambitiematrix (kerntaken)
De ambitiematrix is een hulpmiddel om de mate van prioriteit aan te geven in de uitvoering van een taak. De overgebleven wensen en ambities worden aan de hand van de matrix gescoord om een zekere vorm van prioriteit aan te geven. We onderscheiden hierbij de volgende categorieën aan taken: 1. Kerntaken Tot de kerntaken behoren alle taken die een bijdrage leveren aan de gemeentelijke ambitie zoals geformuleerd in de strategische toekomstvisie en de hiervan afgeleide beleidsplannen en -visies. Dit zijn kerntaken met een hoge prioriteit die essentieel zijn bij het verwezenlijken van onze ambitie. Daarnaast vallen binnen de kerntaken, alle taken die de gemeente moet uitvoeren. Dit zijn wettelijke taken die de gemeente Stein dient uit te voeren op grond van formele wet- en regelgeving. Denk hierbij o.a. aan de Gemeentewet, de Wegenwet, de Wmo, de Wet op het primair onderwijs en de Wet publieke gezondheid. Binnen de kerntaken wordt vervolgens onderscheid gemaakt in kerntaken met een hoge prioriteit en kerntaken die worden gehandhaafd op een minimumniveau omdat ze een lager ambitieniveau hebben of gewoonweg uitgevoerd moeten worden. 2. Geen kerntaken Taken die geen of nauwelijks een bijdrage leveren aan de gemeentelijke ambitie behoren niet tot de kerntaken. Deze taken kunnen worden verminderd of geschrapt.
KERNTAAK Prioriteit, sluit aan bij gemeentelijke ambitie Handhaven op minimaal vereist niveau
GEEN KERNTAAK Sluit niet of nauwelijks aan bij gemeentelijke ambitie
Het bovenstaande ambitiemodel is een hulpmiddel om de mate van prioriteit aan te geven in de uitvoering van een taak.
4
2.
Financiële positiebepaling gemeente Stein
Van belang is te realiseren dat de beoordeling van de financiële positie geen doel op zich is en moet altijd bezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de gemeente. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te kunnen maken voor de (middel)lange termijn.
2.1.
Uitgangspunten
De financiële positie van onze gemeente speelt een belangrijke rol om een adequate en integrale afweging te kunnen maken. Het voeren van een duurzaam gezond financieel huishoudboek is een voorwaarde voor het realiseren van onze ambities op de (middel)lange termijn waarbij op een doelmatige en doeltreffende manier wordt omgegaan met onze middelen. Schematisch ziet dit er als volgt uit:
Sluitende begroting
Kadernota / coalitie programma
Duurzaam gezonde financiële positie
Niveau algemene reserve
Structurele dekking
2.2.
Uitgangspunten bij het opstellen van de begroting
Voor de verdere uitwerking van de begroting dienen we een onderscheid te maken tussen de wettelijke regelgeving (verplichting o.a. vanuit het Besluit begroting en verantwoording (BBV)) en de lokale financiële ambities. Vanzelfsprekend zullen we aan de wettelijke verplichtingen moeten voldoen. Van de lokale financiële ambities kan, indien hier noodzaak voor is, worden afgeweken. Wet en regelgeving Sluitende begroting conform richtlijnen BBV; Geen opschuivend meerjarenperspectief; Structurele uitgaven worden structureel gedekt; Begrotingsrichtlijnen Provinciaal Toezicht.
5
Lokale financiële ambities Het financieel perspectief van deze kadernota is terug te zien in hoofdstuk 4. Hierin is te zien dat de gemeente Stein door de doorgevoerde ombuigingen in 2020 ook dit jaar voldoet aan de wet en regelgeving uit het BBV en de richtlijnen van de toezichthouder. Echter weten we ook dat er nog uitdagingen binnen het sociaal domein liggen, de herijking van het gemeentefonds effect zal hebben en er nog diverse beleidsmatige ontwikkelingen op de gemeenten afkomen daarom heeft het college bij het opstellen de volgende uitgangspunten geformuleerd: We gaan terughoudend om met nieuwe beleidsambities. In de afweging dient ook te worden bezien of het wenselijk is om ombuigingen uit 2020 (inclusief sociaal domein) terug te draaien Niet te anticiperen op een positief herverdeeleffect na de herijking van het gemeentefonds. Onderstaand de lokale financiële ambities: De ambities beleidsmatig en financieel uit het coalitieakkoord ‘kansrijk besturen’ zijn meerjarig vertaald; De besparing op de uitkeringen zoals is opgenomen in het coalitieakkoord is vertaald; Voor het weerstandsniveau wordt een minimum van 2 aangehouden; Tarieven worden indien noodzakelijk geïndexeerd met 1,5%. Dit indexcijfer is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het Centraal Planbureau. De financiële vertaling hiervan (o.a.
indexering tarieven van de lokale heffingen) zal plaatsvinden bij het opstellen van de begroting; Budgetten zijn indien mogelijk onderbouwd op basis van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens; Meerjarig is lucht uit de begroting gehaald; Er zal constant aandacht zijn voor het kritisch kijken naar budgetten en daar waar mogelijk of noodzakelijk worden getemporiseerd; Indien dekking niet voor handen is kan oud beleid worden heroverwogen zoals beschreven in het hoofdstuk ambitiematrix; Daar waar sprake is van onttrekkingen uit de reserves worden de richtlijnen uit het raadsbesluit Nota Reserves en Voorzieningen gehanteerd; Nieuw beleid is alleen mogelijk binnen de bestaande financiële kaders; Relatie tussen strategische toekomstvisie, coalitieakkoord en de kadernota. Daarnaast is duurzaam beleid onlosmakelijk gekoppeld met: De uitwerking van het taakveldenboek: doel hiervan is keuzes te maken wat voor een gemeente Stein wil zijn zoals vastgelegd in de geactualiseerde strategische toekomstvisie en welke taken hier bij horen.
6
3.
Aandachtspunten en beleidsontwikkelingen
3.1.
Aandachtpunten
Voor de meerjarenbegroting 2022-2025 zijn in ieder geval de volgende financiële aandachtpunten te onderkennen: 1. Grip op sociaal domein In 2020 en 2021 is onderzoek gedaan naar de oorzaken van de nog steeds stijgende zorgkosten. De uitkomsten hiervan zijn met uw raad gedeeld en via beheersmaatregelen vertaald in de meerjarenbegroting. De monitoring hiervan vindt plaats onder de noemer ‘grip op sociaal domein’ waarvan uw raad per kwartaal middels voortgangsrapportages wordt geïnformeerd. Daarnaast wordt een raadswerkgroep actief betrokken bij het proces. 2. Extra in middelen jeugdzorg Het kabinet heeft bekend gemaakt voor 2021 € 613 miljoen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdzorg. Die afspraak hebben het kabinet en de VNG gemaakt. Met dit geld komt er o.a. ruimte om de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz uit te breiden en wachttijden aan te pakken. Daarnaast is afgesproken dat gemeenten en Rijk aan de slag gaan met maatregelen om de uitvoering van de Jeugdwet structureel te verbeteren. Er zal zo spoedig mogelijk besluitvorming plaatsvinden op welke wijze deze middelen worden verwerkt in relatie met de beheersmaatregelen die in 2021 zijn doorgevoerd. 3. Herijking gemeentefonds Afgelopen jaren is er veelvuldig onderzoek gedaan naar een herijking van de verdeling van het gemeentefonds.
De minister van Binnenlandse Zaken meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat met die herijking wordt gestreefd naar een globale verdeling, die aansluit bij de verschillen in kosten van gemeenten en bij de verschillen in inkomsten die gemeenten zelf kunnen genereren. Begin 2021 is het verdeelvoorstel naar de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gestuurd. Op basis van hun advies en de vele vragen die vanuit gemeenten in het land zijn gekomen, wordt er op dit moment door BZK en externe bureaus aanvullend onderzoek gedaan naar het verdeelmodel. De verwachting is dat het aanvullend onderzoek medio 2021 is afgerond. De verwachte ingangsdatum van 1 januari 2023 wordt momenteel nog gehandhaafd. De eerste uitkomsten lijken erop te wijzen dat we een voordeelgemeente zijn, echter kunnen hieraan nog geen conclusies worden getrokken. Op basis van de verwachte ingangsdatum worden de definitieve financiële effecten volgens BZK pas inzichtelijk en definitief in de meicirculaire 2022. Tot slot is het van belang om te melden dat binnen het gemeentefonds wordt gewerkt met een groot aantal verdeelstaven. Dat zijn de onderdelen waarop de uiteindelijke uitkering wordt gebaseerd. Bij de berekening van de verdeelstaven wordt gerekend met ‘harde’ aantallen. Denk aan het aantal inwoners, aantal mensen in de bijstand, etc. Er wordt dus niet gewerkt met staffels / klassen voor inwonersaantallen.
Een daling van het aantal inwoners kan een gevolg hebben voor de hoogte van de uitkering, maar dat zal marginaal zijn. 4. Verbonden partijen Van onze verbonden partijen ontvangen wij op grond van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) kaderbrieven en ontwerpbegrotingen. In de afgelopen periode hebben wij u geïnformeerd over de ontvangen kaderbrieven en ontwerpbegrotingen voor 2022.
7
Zoals bekend heeft uw raad de mogelijkheid daarover een zienswijze in te dienen. In 2020 heeft het college de verbonden partijen waarvoor additionele middelen beschikbaar zijn gesteld middels een brief opgeroepen om komende jaren zoveel mogelijk tekorten binnen hun eigen begroting op te lossen. In 2021 is gestart met het project ‘grip op verbonden partijen’ waarbij met omliggende gemeenten in het middengebied en parkstad wordt samengewerkt om, indien daar aanleiding toe is, gezamenlijk een zienswijze in te dienen. 5. Gevolgen COVID-19 Het kabinet stelt voor 2021 extra middelen beschikbaar voor een maatschappelijk steunpakket gericht op sociaal en mentaal welzijn en leefstijl. Dit is nodig omdat het coronavirus en coronamaatregelen niet alleen een grote weerslag hebben op de zorg en de economie, maar ook op het mentaal welzijn en de fysieke gezondheid van Nederlanders. Het pakket richt zich specifiek op jongeren en kwetsbare groepen zoals mensen met een beperking of psychische problematiek en eenzame ouderen. Er is ook aandacht voor de mentale vitaliteit van werkend Nederland en door coronamaatregelen getroffen ondernemers. Voor het steunpakket wordt samengewerkt in een brede coalitie van rijksoverheid, gemeenten, landelijke en lokale organisaties, vrijwilligers en professionals.
Welke nasleep de corona pandemie heeft in komende jaren zal moeten blijken, ook in relatie tot zorgkosten, economische gevolgen ect. 6. Dienstenwet en de gevolgen voor de lokale overheid De Europese Commissie heeft geconstateerd dat het centraal loket in Nederland nog niet optimaal functioneert. Het gaat dan specifiek over de online beschikbaarheid van informatie en procedures. Het centraal loket is een belangrijk onderdeel van de Dienstenwet. De Dienstenwet is de Nederlandse invulling van de Europese Dienstenrichtlijn. Bij het centraal loket kunnen ondernemers terecht voor informatie over regels, afwikkelen van procedures (bijvoorbeeld vergunningen) en praktische bijstand. Het centraal loket in Nederland is het Ondernemersplein en het Engelstalige Business.gov.nl. Voor een goede werking van het loket is medewerking van en samenwerking tussen alle overheden (rijksoverheid, gemeenten, provincies en waterschappen) noodzakelijk. 7. De Omgevingswet bundelt wetten voor de leefomgeving Afgelopen jaren hebben wij u steeds geïnformeerd over de ontwikkelingen met betrekking tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur.
De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. De nieuwe wet zorgt voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd. Bijvoorbeeld door burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving. Voor de lokale overheden heeft dit grote impact. Afgelopen jaren is er al hard gewerkt aan de voorbereidingen voor een soepele overgang. De financiële consequenties worden steeds duidelijker. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. 8. Nieuwe Wet inburgering Het kabinet gaat het inburgeringsstelsel veranderen. Gemeenten krijgen een belangrijke rol bij de begeleiding van nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn. Niet iedere nieuwkomer is inburgeringsplichtig. Dit hangt onder andere af van de huidige nationaliteit. Het doel van de nieuwe wet is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. Er zitten belangrijke veranderingen in (o.a. nieuwkomers begeleiden bij hun inburgering) die hun weerslag hebben voor gemeenten.
8
9. Zorg en veiligheid Er zijn hulpbehoevenden die te maken hebben met een opeenstapeling van persoonlijke problemen: psychische klachten, verstandelijk beperkt, verslaafd e.d. Deze mensen zijn vaak het slachtoffer van misbruik en criminaliteit, of veroorzaken zelf overlast en veiligheidsproblemen. Als we het veiligheidsdomein en het zorgdomein beter met elkaar verbinden, kunnen we criminaliteit en overlast vroegtijdig signaleren en integraal aanpakken; de vaak meervoudige problematiek van bepaalde kwetsbare groepen. Denk aan risicojeugd, licht verstandelijk beperkten, ex-gedetineerden en personen met verward gedrag. Dat vraagt om een brede integrale levensloopbenadering en maatwerk. Daarmee voorkomen we daderschap en slachtofferschap, en uiteindelijk criminaliteit en overlast. 10. Inkoop Wmo begeleiding en beschermd wonen Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van 'maatwerkvoorziening begeleiding' en 'Beschermd wonen'. Vanwege landelijke ontwikkelingen worden beide taken opnieuw vormgegeven. Maatwerkvoorziening begeleiding Voor de maatwerkvoorziening begeleiding betekent dit dat de huidige arrangementensystematiek zal wijziging nar een P (prijs) x Q (hoeveelheid) systematiek.
Als basis voor de indicatiestelling wordt voor de gemeenten van de Westelijke Mijnstreek een objectief, onafhankelijk en door de stakeholders gedragen normenkader ingezet. Dit normenkader is, net zoals bij Huishoudelijke ondersteuning, ontwikkeld door onderzoeksbureau HHM. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om middels de AmvB een reële kostprijs te hanteren. Dit alles leidt tot nieuwe overeenkomsten welke per 1 januari 2022 zullen ingaan. Beschermd wonen Gemeenten zijn sinds de invoering van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Tot op heden is de gemeente Maastricht (als centrumgemeente) gemandateerd voor de uitvoering van onze gemeentelijke taak. De centrumgemeenten in Nederland ontvangen hiervoor het bijbehorende budget. Vanwege de landelijke doordecentralisatie van Beschermd Wonen wordt zowel het budget als de uitvoering van deze taak overgeheveld naar alle gemeenten afzonderlijk. Voor de regio Westelijke Mijnstreek betekent dit een ontvlechting met centrumgemeente Maastricht per 1 januari 2022. Om een vloeiende doorgaande lijn te creëren en zorgcontinuïteit zoveel mogelijk te borgen, wordt Beschermd Wonen meegenomen in het inkooptraject. Hierdoor wordt het makkelijker voor cliënten om op- en af te schalen in de ondersteuning die zij nodig hebben. 11.
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer In 2022 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Momenteel vindt er een aantal pilots bij gemeenten, provincies en waterschappen plaats. Daarin wordt veel geleerd over wat nodig is voor implementatie van deze wet. Met die ervaringen wordt de handreiking aangepast. Alle bestuursorganen moeten nagaan of er maatregelen nodig zijn om aan de verplichtingen van de wet te voldoen. Vervolgens moeten zij beginnen met het voorbereiden en implementeren van deze maatregelen. 12. De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen De nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) moet zorgen voor een betere bouwkwaliteit tegen lagere kosten. Een belangrijke en ingrijpende wijziging is dat bouwers meer verantwoordelijkheid krijgen. Ook verschuift de technische kwaliteitsborging van gemeenten naar private partijen. Deze private kwaliteitsborging bouw zal ten dele worden uitgevoerd door private kwaliteitsborgers. De complete plantoetsing (algemene bouwkunde, brandveiligheid, constructieve veiligheid, bouwfysisch en installaties) en het toezicht op de bouwplaats zal door deze kwaliteitsborgers worden gedaan.
9
De ruimtelijke toets (onder andere bestemmingsplan, milieu, welstand en Ruimtelijke Ordening) blijft gewoon door gemeenten uitgevoerd worden. Ook gaan gemeenten controleren of de kwaliteitsborgers die zijn aangesteld wel (juist) gecertificeerd zijn om de private kwaliteitsborging bouw te mogen doen. Naar verwachting treedt er voor gemeenten dus een verschuiving op van preventief toezicht naar meer repressief toezicht. De Wkb gaat naar verwachting vanaf 1 januari 2022 stapsgewijs in. De veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2024 alleen voor eenvoudige bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf 2025 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor kunnen bouwbedrijven en gemeenten stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw.
10
3.2.
Beleidsontwikkelingen
1. Regionale samenwerking In Zuid-Limburg zijn het afgelopen jaar stappen gezet om de regionale samenwerking verder te versterken. Het gaat hierbij o.a. om ontwikkelingen in het kader van het NOVI-gebied ZuidLimburg met Rijk, Provincie en gemeenten en de samenwerking in het kader van het Middengebied. De financiële vertaling van deze versterkte samenwerking zal plaatsvinden bij de begroting. In 2019 hebben alle negen colleges van de Middengebied-gemeenten het strategisch Actieplan Middengebied ‘Van groen hart naar groene long’ vastgesteld. Dit plan gaat in op de beleidsuitdagingen voor de gemeenten in het groene hart van Zuid- Limburg en is opgesteld in aanvulling op het strategisch Actieplan ‘Randstad Zuid-Limburg, dat de opgaven omschrijft voor het stedelijk gebied in Zuid-Limburg. Het strategisch Actieplan is vervolgens uitgewerkt in Uitvoeringsprogramma Middengebied. In 2020 hebben de colleges van de Middengebied gemeenten de samenwerking principes en tijdelijke governance vastgesteld als randvoorwaarden voor de samenwerking en is per programmalijn een project opgesteld en uitgewerkt en hebben de deelnemende gemeenten aangegeven aan welk project zij deelnemen en vindt een verdere uitrol van de projecten in 2021 plaats. In Zuid-Limburg zijn het afgelopen jaar stappen gezet om de regionale samenwerking nog verder te versterken. Het gaat hierbij o.a.
om ontwikkelingen in het kader van het NOVI-gebied Zuid-Limburg met Rijk, Provincie en gemeenten en de samenwerking in het kader van het Middengebied, waarbij met name de actielijn De Groene Long aansluit op het gedachtegoed van de Middengebied-gemeenten. De gereserveerde middelen zullen ingezet worden voor proceskosten en (een deel van de) uitvoeringskosten. Daarnaast verzoeken gemeenten ook provincie, rijk en andere fondsen voor medefinanciering. 2. Leidraad toezicht grote ondernemingen Gemeente Stein heeft een convenant met de Belastingdienst inzake horizontaal toezicht. In februari 2021 heeft de Belastingdienst de leidraad toezicht grote ondernemingen uitgebracht. Hierin wordt beschreven op welke wijze de Belastingdienst de komende jaren toezicht gaat houden en aan welke voorwaarden moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een nieuw convenant horizontaal toezicht. Gemeenten vallen bij de Belastingdienst in de categorie groot/publiek, waardoor het toezichtkader uit deze leidraad op hen van toepassing is. De wijze van toezicht en de bijbehorende toetsingskaders worden behoorlijk aangescherpt. Dat gaat impact hebben op onze organisatie. In de komende maanden wordt in kaart gebracht welke stappen onze organisatie nog moet zetten om aan de nieuwe toezicht- en toetsingskaders te voldoen. 3.
Klimaatadaptatie Klimaatbestendigheid raakt aan de kerntaken van gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening en waterbeheer, maar zoekt ook nadrukkelijk naar slimme oplossingen op het gebied van volksgezondheid (bijvoorbeeld een hitteplan), communicatie en burgerparticipatie en calamiteitenbeheersing. Een belangrijk aspect is hoe je als gemeente omgaat met steeds hevigere hoosbuien, of langdurige regenval. Het vele werk dat gemeenten op dit gebied al doen wordt niet overal (h)erkend als klimaatadaptatie. Zo is in de gemeentelijke rioleringsplannen het beleid vastgelegd voor omgaan met hemelwater en grondwater. De waterplannen van rijk en provincies geven het landelijke en regionale (strategische) waterbeleid weer.
11
4. Overdracht woonwagenlocaties De afgelopen drie jaar is achterstallig onderhoud uitgevoerd aan de sanitaire units bij de woonwagenlocaties. Omdat het gros van de woonwagenlocaties nog niet is overgedragen blijft de gemeente verantwoordelijk voor het uit te voeren onderhoud aan de sanitaire units. In het kader van het overdrachtsproces is het noodzakelijk om de onderhoudskwaliteit van de nog over te dragen units op peil te brengen en te houden. Hiervoor zullen in de begroting 2022 nog nader te specificeren middelen worden opgenomen. 5. Saneringskredieten Saneringskredieten is een voorziening binnen de schuldhulpverlening waarmee we de schulden van een inwoner in één keer aflossen bij de schuldeisers en de inwoner enkel nog hoeft af te betalen op het krediet bij de gemeente. Dit geeft rust voor de inwoner waardoor de kans dat de inwoner ook gebruik gaat maken van andere voorzieningen afneemt. Vanuit financieel perspectief wordt landelijk gewerkt aan een waarborgfonds waarbij 97% van de uitstaande kredieten zal worden terugbetaald. Op dit moment wordt gewerkt aan het Uitvoeringsplan Schuldhulpverlening waarin de vervolgstappen zullen worden toegelicht. 6. Integraal Huisvestingsplan Op 8 oktober 2020 heeft de gemeenteraad het conceptprocesvoorstel voor het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan vastgesteld.
Daarmee was er formeel groen licht om ook in de gemeente Stein met een IHP-traject van start te gaan. De focus was in eerste instantie gericht op de selectie van het externe bureau dat dit proces diende te gaan begeleiden. Met de RIB van 16 maart 2021 bent u geïnformeerd over het resultaat van de aanbestedingsprocedure, met tevens bijgevoegd het Plan van aanpak en de planning. Dit Plan van aanpak is voor het externe bureau het spoorboekje om te komen tot een IHP voor de gemeente Stein. De planning voorziet erin dat eind juli 2021 het concept IHP gereed is. Vervolgens hebben de raadsfracties ruim de tijd dit document met de eigen achterban te bespreken. Ook het college zal zich in die periode hierover gaan buigen, wat uiteindelijk zal resulteren in een voorstel aan de raad te bespreken in oktober 2021. Voor zover aan de orde zal dit voorstel worden voorzien van een begrotingswijziging in verband met het verwerken van de hiermee gemoeide financiële consequenties. 7. Doorontwikkeling organisatie In het coalitieakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor de doorontwikkeling van de organisatie. Zoals aangegeven zijn de uitkomsten van het uitgevoerde medewerker tevredenheidsonderzoek gebruikt om middels een benchmark onderzoek te doen naar de ambtelijke formatie en kosten.
Tevens zal net als in 2021 ingezet worden op een adequate HR cyclus, personele doorstroming, stevige investeringen in opleidingen en cultuurtrajecten. Op deze manier is en wordt maximaal geïnvesteerd in de ambtelijke organisatie. Daarnaast is de organisatie op dit moment bezig met de implementatie van HR21. Dit is een functiewaarderingssysteem van de VNG en daarmee een gemeenschappelijke meetlat voor functiebeschrijvingen en -waarderingen. In 2021 zal het strategisch personeelsbeleid ter besluitvorming worden voorgelegd. Hierin is opgenomen dat er in 2022 een visie op de organisatie zal komen. Tot slot zullen zoals elk jaar de loonkostenontwikkeling en de formatieontwikkeling worden vertaald. 8. Inzet en professionalisering Boa's Binnen onze gemeente wordt boa-capaciteit ingehuurd bij een externe partij. Daarvoor is door uw raad een budget beschikbaar gesteld. Op dit moment komen er steeds meer taken en opsporingsbevoegdheden terecht bij de Boa's. De komende periode zal worden onderzocht op welke wijze deze verschuiving eventueel gevolgen heeft voor de inzet en professionalisering binnen onze gemeente.
12
9. Regiocoördinator Wonen Westelijke Mijnstreek Op dit moment worden vanuit de Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling (DUB) middelen ingezet voor de Regiocoördinator Wonen Westelijke Mijnstreek. In de septembercirculaire 2019 is in het gemeentefonds de uitwerking van de verlenging tot en met 2021 van de decentralisatie-uitkering Bevolkingsdaling gepresenteerd. Deze uitkering wordt sinds 2015 verleend ten behoeve van krimpgebieden. In de decembercirculaire is vervolgens gemeld dat over de verdere voortzetting wordt besloten naar aanleiding van twee evaluaties. Of de DUB middelen in 2022 nog beschikbaar blijven is nog onzeker. 10. Ondersteuning dorpsinitiatieven Tijdens de begrotingsvergadering op 12 november 2020 is de DOS-motie ‘Structurele ondersteuning dorpsinitiatieven’ aangenomen. In aanloop naar de begroting 2022 zal een voorstel worden gedaan op welke wijze we hier invulling aan gaan geven in relatie met de eigenkracht regeling zoals deze er nu is. Na vier jaar zal in ieder geval worden geëvalueerd. 11. Gebiedsgerichte aanpak Vanaf 2024 kan de gebiedsgerichte aanpak (wijkactieplan Nieuwdorp) worden uitgevoerd. Dit betekent dat infrastructurele werkzaamheden samen worden opgepakt . Dit loopt dan samen met de planning van Zaam Wonen inzake de aanpak woningbezit.
Dit brengt met zich mee dat in 2023 er begonnen kan worden met de noodzakelijke grondverwervingen en transacties. Dit is nodig voor het breder openbaar profiel met meer groen en parkeren. Het is daarom wenselijk om in 2022 al te beginnen met de voorbereiding (ontwerp, bestek, etc.). In komende periode zal inzichtelijk worden gemaakt welke middelen hiervoor komende jaren nodig zijn. 12. Blik op verwerving jeugdhulp per 2023 en transformatie jeugd Sinds 2015 fungeert de gemeente Maastricht als centrumgemeente voor de jeugdregio ZuidLimburg. De verwerving van jeugdhulp gebeurt op dit moment grotendeels via bestuurlijk aanbesteden (‘open house’). De afgelopen jaren heeft dit geleid tot een zorglandschap in ZuidLimburg met zo’n 300 aanbieders. Daarnaast hebben gemeenten zoals bekend te maken met toenemende kosten voor jeugdhulp. Per 1-1-2023 lopen in Zuid-Limburg de meeste contracten met zorgaanbieders af. Dit is dan ook een natuurlijk moment om op basis van regionale doelstellingen te bepalen hoe we vanaf 2023 samenwerken en regionaal jeugdhulp verwerven. Daartoe is een transformatieplan opgesteld, ter voorbereiding op de periode vanaf 2023 inclusief de nieuwe verwervingssystematiek.
Middels het transformatieplan willen we regionaal met een kleiner aantal aanbieders investeren in duurzaam partnerschap, waardoor we meer grip krijgen op de samenwerking met jeugdhulpaanbieders en de inzet van budgetten. Tegelijkertijd wordt er gezocht naar verwervingsstrategieën en bekostigingsmodellen (inspannings- taak-, of resultaatgericht) die aansluiten bij onze inhoudelijke doelen. Het transformatieplan sluit aan op landelijke ontwikkelingen die gericht zijn op het formaliseren en versterken van de regionale samenwerking, zoals de Norm voor Opdrachtgeverschap en de voorgenomen wijziging van de Jeugdwet. Om recht te doen aan de opgave is tijdelijke (2021 en 2022) extra formatie nodig. Deze extra formatie om te werken aan de transformatie 2023 kost in totaal 2,3 miljoen euro in een periode van twee jaar. Hiervoor is de komende twee jaar een hogere bijdrage van de regiogemeenten vereist. Voor Stein betekent dit een bijdrage van in totaal ca. € 95.000.
13
Op grond van de ontwikkelde inkoopstrategie jeugdhulp nemen na uitvoering van het transformatieplan de totale kosten voor jeugdhulp vanaf 1 januari 2023 naar verwachting af, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de geboden zorg. Uit ervaringen van andere jeugdregio’s blijkt dat het mogelijk is om de totale kosten van de jeugdhulp met vijf procent te verlagen. Zonder de beoogde transformatie zullen de kosten blijven stijgen. 13. Evaluatie initiatieven Bij het opstellen van de begroting 2021 zijn, als gevolg van de ombuigingen een aantal initiatieven zoals bijvoorbeeld het jongerenlintje niet structureel verwerkt in de begroting 2021. Hiervan is afgesproken dat deze in 2021 geëvalueerd zouden worden. Op dit moment vindt de evaluatie plaats van het jongerenlintje. De uitkomsten hiervan zullen worden uiterlijk meegenomen bij het opstellen van de begroting 2022.
14
4.
Meerjaren financieel beeld
Wij hebben een nieuw meerjarenperspectief samengesteld. De basis hiervoor is de bestaande meerjarenraming zoals deze is opgenomen in de bestuursrapportage 2021. Daar is de jaarschijf 2025 aan toegevoegd. Ontwikkelingen die effect hebben op dit meerjarenperspectief zijn de ontwikkelingen binnen het sociaal domein, de aanpassing van verbonden partijen, en de ontwikkelingen met betrekking tot de herijking van het gemeentefonds. Het jaar 2025 laat een positieve effect zien van de meicirculaire. Hierbij dient een kanttekening te worden geplaatst dat negatieve effecten in dat jaar zoals bijvoorbeeld loon en prijsstijgingen pas bij de begroting 2022 in kaart worden gebracht en zullen leiden tot een bijstelling van het exploitatieresultaat. De samenvatting van ons nieuwe meerjarenperspectief is als volgt: Omschrijving Primaire begroting 2021 Mutaties raadsbesluiten Slotwijziging 2020 Vaststelling Grex Meerdel Financiële bijdrage Steinerbos Bestuursrapportage 2021 (incl. meicirculaire): - Overige mutaties - September 2020 en december 2020 circulaires en aanvullende brief maart 2021 - Meicirculaire 2021 Exploitatie saldo voor ontwikkelingen Ontwikkelingen verbonden partijen - GGD - Omnibuzz - Bijdrage RUD - Bijdrage Veiligheidsregio - Bsgw Begroot exploitatie saldo
2022 245
2023 341
2024 619
2025 579
57 -1 0 -363 -117 -185
42 1 0 -536 -137 -217
24 0 0 -657 -174 -195
24 0 0 -88 -174 -195
-62 -63
-182 -152
-288 -13
281 533
-86 19 10 1 -12 -131
-96 24 11 6 -12 -219
-107 28 12 9 -12 -83
-107 28 12 9 -13 462
Tabel: financieel perspectief
15