CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Definitief (ontwerp) Meerjarenbeleidsplan VRZL 2024 tot en met 2027.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Meerjarenbeleidsplan 2024-2027 VRZL13.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan 2024 t/m 2027

INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF ............................................................................................................................................ 3 LEESWIJZER ................................................................................................................................................... 4 1

WAAR STAAN WE VOOR? ................................................................................................................ 6

2

RISICOPROFIEL EN SLAGKRACHT ................................................................................................. 9

3

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN .................................................................................................... 13

4

AMBITIES CRISISBEHEERSING & RAMPENBESTRIJDING ......................................................... 19

5

AMBITIES BRANDWEERZORG ....................................................................................................... 24

6

AMBITIES BEDRIJFSVOERING ...................................................................................................... 30

7

BIJLAGEN ......................................................................................................................................... 34

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 2 /34

Woord vooraf Voor u ligt het meerjarenbeleidsplan Samen Veilig voor de jaren 2024 t/m 2027. Veiligheidsregio ZuidLimburg beschouwt dit plan als meer dan voldoen aan een wettelijke verplichting. De meerwaarde zit vooral in het creëren van een gemeenschappelijke basis voor dialoog en afstemming met alle partners in de crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg. Dit om (toekomstige) risico’s in onze regio te inventariseren en doelgericht actie te ondernemen als die risico’s zich voordoen. Met dit plan willen we vooral impulsen geven aan de kwaliteit van ons werk en de samenwerking met onze partners en buurregio’s. Ook willen we slagvaardig inspelen op veranderingen in de veiligheidsomgeving en ruimte bieden om de organisatie vooruitstrevend en efficiënt te laten werken. Als basis hiervoor geven we inzicht in de risico’s en de effecten die deze kunnen hebben. We analyseren wat we als organisaties in de crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg aan potentieel en slagkracht kunnen inzetten. Het gaat hierbij om meer dan de veiligheidsregio. De samenwerking tussen alle partners in het veiligheidsdomein bepaalt de uiteindelijk kracht van onze inspanningen. Ook hebben we gekeken naar relevante trends en ontwikkelingen binnen ons werkveld. Het beeld dat hieruit is ontstaan hebben we vertaald naar concrete ambities voor de komende periode.

Een nieuwe beleidsplanperiode is een goed moment om terug te blikken. Wat is er de afgelopen periode gebeurd en welke invloed heeft dat op wie we zijn, waar we voor staan en wat we de komende periode willen bereiken vanuit onze maatschappelijke rol en positie. Die terugblik helpt mede bij het vinden van antwoorden op de vraag in welke richting we ons moeten ontwikkelen. De COVID-19 pandemie, de hoogwaterramp in 2021 en de stroom aan vluchtelingen en asielzoekers als gevolg van oorlog, conflict en geweld leveren ons daarbij een groot aantal ervaringen en inzichten op. In de afgelopen beleidsplanperiode hebben we intensief gesproken met ons bestuur over de toekomst van de brandweer in onze regio. Dit om wettelijke ontwikkelingen te doorgronden en het bestuur de mogelijkheid te geven om te onderzoeken welke vernieuwingen gewenst en haalbaar zijn. De uitkomsten van deze discussies zijn gebruikt bij de uitwerking van diverse deelproducten zoals de visie op incidentbestrijding, de visie op inrichting risicobeheersing, het brandweerrisicoprofiel en het brandweerdekkingsplan 2024 t/m 2027. Ook onze gemeenteraden zijn daarbij vroegtijdig betrokken door middel van webinars, fysieke raadsinformatiebijeenkomsten en het inrichten van een regionale klankbordgroep. De uitwerking van dit beleidsplan heeft ons eens te meer overtuigd van de kracht van onze missie en visie.

Als veiligheidsregio kennen we de (toekomstige) risico’s, zijn we daarop voorbereid en adviseren en informeren we onze partners en de burgers daarover. We staan dag en nacht paraat en leveren slagkracht indien nodig. We willen ertoe doen op het moment dat het erom spant. Annemarie Penn-te Strake

Léon Houben

Voorzitter Veiligheidsregio Zuid-Limburg

Directeur Veiligheidsregio / Commandant brandweer Zuid-Limburg

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 3 /34

LEESWIJZER We maken en houden Zuid-Limburg zo veilig mogelijk. Dat is onze missie. In dit meerjarenbeleidsplan presenteren we voor de komende vier jaar onze ambities om invulling te geven aan deze missie. Samen met het risicoprofiel, het crisisplan en de rampbestrijdingsplannen is dit plan het uitgangspunt voor een efficiënte en effectieve organisatie bij de voorbereiding en aanpak van (grootschalige) incidenten, rampen en crises. Voor de goede orde: het crisisplan en de rampbestrijdingsplannen volgen een afzonderlijke besluitvormingsprocedure. Ons meerjarenbeleidsplan bestaat uit drie delen. Deel 1 Het eerste deel (hoofdstuk 1) beschrijft onze organisatie. We gaan in op onze missie en visie, wie onze samenwerkingspartners zijn en hoe we ons hebben georganiseerd. Daarmee geven we een beeld van wat Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL) is en doet. Deel 2 Het tweede deel (hoofdstuk 2) gaat in op het risicoprofiel en vervolgens op wat we tegenover de risico’s kunnen zetten qua organisatorische slagkracht met medewerking van onze veiligheidspartners. Het risicoprofiel is wettelijk vereist en daarmee de harde basis voor het meerjarenbeleidsplan. Zuid-Limburg kent in dat opzicht een specifieke risicosetting waarop het brandweerzorg- en het risico- en crisisbeheersingsbeleid moet worden afgestemd.

Bij het merendeel van de risico’s kunnen we ons voorbereiden door middel van een generieke aanpak. Drie risico’s hebben prioriteit in de komende periode, mede als gevolg van trends en ontwikkelingen. Uit onze risicoanalyse blijkt dat 1) toenemende maatschappelijke onrust, 2) klimaatverandering en 3) energietransitie specifieke aandacht verdienen. In de slagkrachtanalyse kijken we in eerste aanleg naar wat VRZL zelfstandig aan personeel, materieel en andere voorzieningen heeft georganiseerd om vervolgens te analyseren wat alle andere veiligheidspartners vanuit hun eigen verantwoordelijkheid tot stand brengen. Daarbovenop kunnen we terugvallen op grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden. Deel 3 Het derde deel (hoofdstukken 3, 4, 5 en 6) omvat de strategische doelen van VRZL en onze ambities om die doelen te bereiken in de komende beleidsplanperiode. Dit deel begint met een uitwerking van trends en ontwikkelingen. Om tot een gerichte analyse te komen, hebben we die gespecificeerd naar de drie VRZLprogrammalijnen: Crisisbeheersing & Rampenbestrijding, Brandweerzorg en Bedrijfsvoering. Dan volgen per programmalijn onze concrete beleidsambities.

De rode draad hierbij is dat we de nadruk leggen op een duurzaam goed voorbereide crisisorganisatie, een toekomstbestendige brandweerzorg en een evenwichtige invulling van essentiële randvoorwaarden in de vorm van mens en organisatie en netwerkstructuren. Zes bijlagen met aanvullende informatie completeren het meerjarenbeleidsplan. Samenvatting beleidsambities Op basis van deze rode draad hebben we de volgende overkoepelende beleidsambities voor de komende jaren: • • • • •

Opzet van een flexibele, breed inzetbare crisisorganisatie, ook bij langdurige crises. Versteviging van de netwerkrol tussen VRZL en (vitale) partners. Doorontwikkeling van de informatiearchitectuur en -veiligheid. Transformatie van de werk- en denkwijze, van regelgericht naar risicogericht. Invoering van een strategische personeelsplanning.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 4 /34

•

• •

Doorontwikkeling van een professionele, vitale en wendbare brandweerorganisatie waarin de vrijwilligerspositie is verankerd en waarbij we rekening houden met de gevolgen van Europese regelgeving. Kwaliteitsbehoud van de brandweerzorg zoals die tot uiting komt in het regionale dekkingsplan (effecten van Uitruk op Maat en de geplande nieuwbouw van kazernes). Doorontwikkeling naar een integraal kwaliteitszorgsysteem.

Financiële paragraaf Dit beleidsplan kent geen financiële paragraaf. De eenvoudige reden daarvoor is dat het algemeen bestuur opdracht gegeven heeft om de komende jaren binnen de huidige financiële kaders te blijven opereren. Dat betekent concreet dat de huidige financiële kaders leidend zijn met de volgende aanvullingen: • •

•

•

De begroting wordt jaarlijks geïndexeerd conform de geldende afspraken daarover. Er is kostenverhoging mogelijk op basis van bestuurlijke besluitvorming (bijvoorbeeld in dossier huisvesting, zie ook hoofdstuk 6). Deze ontwikkelingen zullen aan het algemeen bestuur en aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Er is kostenverhoging mogelijk op basis van landelijke autonome ontwikkelingen. Ook deze ontwikkelingen zullen eerst aan ons algemeen bestuur en aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Er zal geen kostenverhoging plaatsvinden op basis van nieuw intern beleid.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 5 /34

1

WAAR STAAN WE VOOR?

Wij zijn Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL), één van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. VRZL is een hands-on hulpverleningsorganisatie en een netwerkorganisatie in één. In de periode 2010-2023 hebben we ons ontwikkeld van een groot aantal samenwerkende (lokale) brandweerorganisaties naar één veiligheidsregio. Dat doen we samen met 16 gemeenten, de Politie-eenheid Limburg, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), het Openbaar Ministerie (OM), provincie Limburg, Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN), Waterpartners Limburg (waterschap, zuiveringsschap, waterleidingmaatschappij), Defensie, de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) en Chemelot. Daarnaast hebben we een omvangrijk netwerk van partijen waarmee we samenwerken, zoals het Nederlandse Rode Kruis, Essent, Enexis, Tennet, Brightlands, ProRail, de overige zuidelijke veiligheidsregio’s (Zuid-6) en de verschillende hulpverleningsorganisaties in het euregionale grensgebied (EMRIC). Samengevat: we zijn experts op het gebied van crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg. Paraat zijn en slagkracht leveren We maken en houden Zuid-Limburg zo veilig mogelijk. Om deze missie uit te voeren moeten we de (toekomstige) risico’s in onze regio kennen en daarop voorbereid zijn. Paraat zijn en slagkracht leveren. Dat doen we samen met burgers, bedrijven en instellingen.

We kunnen onze missie en visie alleen waarmaken met een professionele, vitale en wendbare organisatie. En met vakbekwame, initiatiefrijke teamplayers die bovendien lef hebben. Brandweer en programma Crisisbeheersing & Rampenbestrijding Binnen VRZL werken de brandweer en het programma Crisisbeheersing & Rampenbestrijding nauw samen. Hoe organiseren we de brandweerzorg? Welke veiligheidsrisico’s zijn er op dit ogenblik en welke kunnen ontstaan in de nabije toekomst? Hoe maken we de kans op ongevallen en rampen zo klein mogelijk? En als er dan tóch een incident plaatsvindt: hoe treden we zo snel en vakkundig mogelijk op? Het antwoord op al deze vragen lees je in de volgende hoofdstukken. Wat is ons werkgebied? Het werkgebied van VRZL bestaat uit een compact verstedelijkt gebied van ongeveer 650 km2. Er is sprake van een economisch waardevolle clustering van onder meer chemie- en healthgerichte activiteiten. De bijzondere geografische ligging brengt kansen en specifieke opgaven met zich mee. Zuid-Limburg ligt uiterst excentrisch binnen Nederland (ruim 200 km grenslengte en op het smalste deel 6 km lang verbonden met de rest van Nederland). Het werkgebied telt circa 600.000 inwoners. Er zijn grote industrieën met specifieke veiligheidsrisico’s, zoals de chemische industrie en luchthaven Maastricht Aachen Airport.

Met name in de zomermaanden ontvangen we veel toeristen, die in de stedelijke en landelijke gebieden verblijven. Ook vinden in onze regio veel (grote) evenementen plaats, zoals de Amstel Gold Race, het WK en NK Wielrennen, Pinkpop, Oktoberfeesten, kerstmarkten, carnaval en de concerten van André Rieu.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 6 /34

1.1 Euregionale ligging en samenwerking (EMRIC) We onderscheiden ons van andere veiligheidsregio’s door onze centrale ligging in de Euregio Maas-Rijn. Dit is een gebied van circa 10.000 km² dat ongeveer 3,8 miljoen inwoners telt. Kenmerkend is dat er drie talen worden gesproken en dat iedere regio eigen culturen, gebruiken en werkwijzen heeft. Het is een hoogrisicogebied als het gaat om grootschalige ongelukken en rampen vanwege industriële activiteiten, vervoersintensiteiten en maatschappelijke massa-activiteiten. Duitse en Belgische buurregio’s VRZL is een van de vele partners in het Euregio Maas-Rijn Incident en Crisisbeheersing- oftewel EMRIC- samenwerkingsverband. We werken al tientallen jaren samen met Duitse en Belgische buurregio’s die binnen hun werkgebied verantwoordelijk zijn voor rampenbestrijding, crisisbeheersing, brandweerzorg, ambulancezorg en infectieziektenbestrijding. Dit heeft geleid tot een groot aantal succesvolle grensoverschrijdende inzetten van brandweer en spoedeisende medische hulpverlening. Ten tijde van rampen en crises hebben de EMRIC-partners intensief contact met elkaar. Informatiedeling Binnen EMRIC is ook sprake van informatiedeling over risico’s en gevaren, zowel in de zogenoemde koude als warme fase.

Die samenwerking is gebaseerd op en vastgelegd in publiekrechtelijke verdragen tussen België, Nederland en de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen én in verdragen tussen de EMRIC-partners. Programmabureau EMRIC ondersteunt de samenwerking.

1.2 Hoe zijn we georganiseerd? VRZL beschikt organisatorisch over drie programmalijnen: Crisisbeheersing & Rampenbestrijding, Brandweerzorg en Bedrijfsvoering. Per programmalijn werken meerdere teams onderling samen om de organisatiedoelstellingen te behalen. Omdat trends, ontwikkelingen en ambities langs die programmalijnen worden besproken, geven we die onderstaand kort weer.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 7 /34

1.3 Leiderschapsprogramma In 2022 is VRZL gestart met een leiderschapsprogramma. Alle leidinggevenden van directie tot en met het niveau van ploegchef nemen de komende jaren deel aan dit programma. Het helpt ons om onze organisatie nog professioneler, vitaler en wendbaarder te maken. Daarbij verwachten we van onze medewerkers dat ze lef en initiatief tonen en dat ze eendrachtig samenwerken binnen diezelfde organisatie.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 8 /34

2

RISICOPROFIEL EN SLAGKRACHT

Leven is risico’s nemen. Elke dag weer beïnvloeden onze keuzes onze eigen veiligheid en die van anderen, zowel in positieve als in negatieve zin. De zorg voor een veilige samenleving kan de overheid niet alleen dragen. Iedere burger moet hier naar beste vermogen aan bijdragen. Of het nu gaat om het voorkomen van onveilige situaties of handelen in geval van een daadwerkelijk incident. Het is de taak van de overheid en andere veiligheidspartners om risico’s en hoe dan te handelen zo goed mogelijk kenbaar te maken aan de maatschappij. Zoals aangegeven in het woord vooraf is het risicoprofiel de harde basis voor ons beleidsplan. Voordat we naar trends, ontwikkelingen en ambities kijken, geven we in dit hoofdstuk inzicht in ons provinciaal risicoprofiel dat we samen met Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) in 2023 hebben herzien.

2.1 100% VEILIG BESTAAT NIET Een 100% veilige maatschappij bestaat niet. Risico’s ontwikkelen zich continu. Vaak geleidelijk, soms snel. Dit zorgt ervoor dat we ons als organisatie continu moeten aanpassen aan die risico’s om daar vervolgens op in te spelen. Daarbij moet ook steeds een afweging worden gemaakt: wat is de invloed van een risico op bijvoorbeeld de leefbaarheid, de kosten en op de overige belangen?

2.2 PROVINCIAAL RISICOPROFIEL VRZL en VRLN werken samen op het gebied van risico-inventarisatie en risicoanalyse in Limburg. Er zijn uitgebreide expertsessies georganiseerd met interne en externe (vitale) partners. Dat heeft geleid tot een gezamenlijk provinciaal risicoprofiel. Het provinciaal risicoprofiel geeft inzicht in risicovolle activiteiten en incidenten die kunnen leiden tot een ramp, crisis of grote brand. Het gaat hierbij om gebeurtenissen met een bovengemeentelijke (regionale) impact. Dit document is het fundament onder het meerjarenbeleidsplan. Het geeft namelijk antwoord op twee belangrijke vragen: Wat bedreigt ons? En hoe erg is dat? Op basis van het risicoprofiel kunnen bestuurders prioriteiten stellen en richting geven aan beleid. Hulpdiensten kunnen hun processen verbeteren, medewerkers gerichter opleiden en hun communicatie verbeteren. We analyseren risico’s op verschillende (abstractie)niveaus om verschillende doelen te bereiken (NIPV, 2023). Naast het leveren van input voor strategisch beleid (niveau 1) of voor het maken van capaciteitsplanning (niveau 2) is er ook behoefte aan input om de inzet te kunnen bepalen (niveau 3).

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 9 /34

Zeven maatschappelijke thema’s en 45 incidenttypes In het provinciaal risicoprofiel zijn de risico’s gebundeld in zeven maatschappelijke thema’s en 45 incidenttypes. De risico’s zijn beoordeeld op de waarschijnlijkheid dat ze voorkomen en op hun impact. Naast deze mathematische benadering is ook nadrukkelijk rekening gehouden met de beleving van burgers.

Voor een nadere duiding wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het provinciaal risicoprofiel. Brandweerrisicoprofiel Als afgeleide van het provinciaal risicoprofiel heeft VRZL in kaart gebracht wat dit betekent voor de eigen brandweerorganisatie, waarbij het provinciaal risicoprofiel gespecificeerd is naar de kerntaken van de brandweer. Voor het brandweerrisicoprofiel zijn twee producten opgeleverd: •

•

Brandweerrisicoprofiel op Zuid-Limburg niveau. In dit (statisch) document is een link gelegd tussen het risicobeeld en de spreiding van kazernes, materieel en specialismen. Verder beschrijft het trends en ontwikkelingen en de (mogelijke) consequenties daarvan voor de brandweerorganisatie. Het dynamisch brandweerrisicoprofiel en de bijbehorende gesprekscyclus. Het dynamisch risicoprofiel zoomt in op lokaal niveau. Er wordt gebruik gemaakt van databronnen die realtime of periodiek geactualiseerd worden, welke worden weergegeven in een geoviewer en een dashboard. Aan de hand van het dynamisch brandweerrisicoprofiel (i.s.m. het brandweer dekkingsplan) gaat de brandweer cyclisch met de gemeente in gesprek over de belangrijkste lokale risico’s en wat nog meer gedaan kan worden om deze risico’s af te dekken. Er kan ook voor worden gekozen om een restrisico te accepteren en er transparant over te communiceren. Middels deze risicogerichte aanpak wordt ernaar gestreefd om met de beschikbare capaciteit een zo hoog mogelijke veiligheidswinst te behalen en de speerpunten te benoemen in het gemeentelijk integraal veiligheidsplan (IVP) en de daaraan gekoppelde jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 10 /34

2.3 RISICO’S MET PRIORITEIT Zonder de andere risico’s uit dit schema te verwaarlozen, richten we ons de komende jaren vooral op het beter beheersbaar maken van deze belangrijke risico’s: •

•

•

Toenemende maatschappelijke onrust. Onder andere de COVID-19 pandemie, oplopende energiekosten, inflatie, klimaatverandering en de stikstofcrisis leiden tot een maatschappelijke discussie, waarbij ongenoegen zich steeds vaker uit in maatschappelijke onrust. Klimaatverandering. Een sluimerende crisis die ons bedreigt op de lange termijn en die behalve politieke en maatschappelijke aandacht vraagt om een gerichte aanpak van de verantwoordelijke autoriteiten. Energietransitie. Nieuwe energiebronnen brengen nieuwe risico’s met zich mee. Dit vraagt om grote veerkracht en acceptatie van de samenleving, maar ook van hulpdiensten.

Voor de grootste risico’s in onze regio zijn specifieke bij wet verplichte rampenbestrijdingsplannen opgesteld. In een rampbestrijdingsplan (RBP) is beschreven hoe hulpdiensten samenwerken tijdens een specifiek incident. In onze regio zijn de volgende RBP’s van kracht: RBP Chemelot, RBP Maastricht Aachen Airport en RBP Hoogwater Limburg. Vanuit het project intensivering samenwerking VRZL – Chemelot worden verbeterpunten op het gebied van operationele samenwerking, informatievoorziening, organisatie en techniek opgepakt.

2.4 WAT ZETTEN WE DAAR AAN SLAGKRACHT TEGENOVER? Tegenover de risico’s zetten we de gebundelde slagkracht van onze eigen organisatie en onze crisispartners. De gezamenlijke hulpdiensten zijn bij crises en rampen georganiseerd conform de GRIPstructuur (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure) op basis van de Wet veiligheidsregio’s. VRZL kan terugvallen op circa 900 medewerkers, onder wie 535 brandweervrijwilligers en een beroepsmedewerkers-formatie van 371. We beschikken over materieel en medewerkers voor de basisbrandweerzorg en een reeks specialistische taken. We opereren vanuit 26 brandweerkazernes verdeeld over de regio en het Meld- en Coördinatiecentrum (MCC) in Maastricht. Hoe we dat doen lees je in het Dekkingsplan 2024 t/m 2027. Voor haar taken op het gebied van crisisbeheersing & rampenbestrijding heeft VRZL een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de 16 aangesloten gemeenten. In crisissituaties zijn er circa 120 gemeenteambtenaren beschikbaar om crisistaken in te vullen. Organisatorische afspraken Net als VRZL en de gemeenten hebben al onze veiligheidspartners hun eigen slagkracht georganiseerd. Dit geheel aan materiële en personele voorzieningen wordt gecompleteerd door organisatorische afspraken.

Die zijn vastgelegd in bijvoorbeeld het crisisplan, rampbestrijdingsplannen en multidisciplinaire informatiekaarten, multidisciplinaire opleidingen, trainingen en oefenprogramma en verder in tal van instructies en regelingen. Samen vormen die afspraken de slagkracht die we tegenover de risico’s zetten. Politie-eenheid Limburg Het werkgebied van de politie eenheid Limburg is onderverdeeld in 3 districten, te weten District Noord en Midden-Limburg, District Zuidwest Limburg en District Parkstad-Limburg. Deze districten zijn weer onderverdeeld in robuuste basisteams. District Zuidwest Limburg heeft 3 robuuste basisteams, te weten Westelijke Mijnstreek, Heuvelland en Maastricht. Ook district Parkstad-Limburg heeft 3 robuuste basisteams, te weten Kerkrade, Heerlen en Brunssum/Landgraaf.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 11 /34

Ambulancezorg Limburg Ambulancezorg Limburg verleent medische zorg binnen de hele provincie Limburg. In onze regio gebeurt dit vanuit 5 ambulanceposten met circa 85 medewerkers. EMRIC en EMRIC+ Voor de grensoverschrijdende samenwerking bij rampen en grote ongevallen hebben de verantwoordelijke ministeries in Nederland, Duitsland en België bilaterale overeenkomsten gesloten. In de projecten EMRIC en EMRIC+ is deze samenwerking doorontwikkeld naar complete EMRIC-samenwerkingsconcepten. Daarin staan de operationele grootschalige samenwerkingsmodellen beschreven voor brandweerzorg en voor technische en specialistische hulpverlening. Eumed-plan Om een optimale hulpverlening te garanderen zijn er verder afspraken gemaakt over de te leveren medische hulpverlening. Ook is het zogenoemde Eumed-plan opgesteld voor de spreiding van gewonden naar de ziekenhuizen in Euregio Maas-Rijn. Beide plannen samen vormen het multidisciplinaire euregionale bijstandsplan. Samenwerkende ziekenhuizen Daarnaast hebben de samenwerkende ziekenhuizen een convenant getekend waarin is vastgelegd hoe ze hun samenwerking voortzetten en zo nodig verbreden. Dit om een kwalitatief hoogstaande verzorging te garanderen voor slachtoffers van een grootschalig incident in de deelnemende regio’s van Euregio MaasRijn.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 12 /34

3

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

Trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze omgeving en daarmee op het werk van VRZL. Om inzicht te krijgen in die trends en ontwikkelingen zijn relevante publicaties geraadpleegd1. Veranderingen vragen om extra inspanning en versterking als het gaat om crisisbeheersing en rampenbestrijding. De commissie-Muller (2019) zegt hierover dat een verbeterslag noodzakelijk is in de samenwerking tussen regio’s, crisispartners en Rijk bij de aanpak van interregionale en (inter)nationale crises. Met veel omringend buitenland zijn dit belangrijke aandachtspunten voor VRZL. De strategische vraagstukken die op basis van de in de voetnoot genoemde stukken zijn geformuleerd, zijn landelijk gebundeld in de volgende vijf thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.

Maatschappelijke opgave en breedte van de taakopvatting van de veiligheidsregio. Samenwerking, professioneel gezag en positie in de keten, netwerken en ecosystemen. Veerkracht, weerbaarheid, wendbaarheid, stimuleren en organiseren (intern en extern). Kennis, innovatie, (data gedreven) technologie vanuit balans systeem- en leefwereld. Goed werkgeverschap, leiderschap, duurzaam en inclusief.

In de beleidsplanperiode die voor ons ligt, vragen deze thema’s continu aandacht en krijgen ze vorm in een dialoog met ons algemeen bestuur. Wat zijn op basis van de geraadpleegde stukken de relevante trends en ontwikkelingen voor VRZL en de specifieke programma’s?

3.1 CRISISBEHEERSING & RAMPENBESTRIJDING Verdere professionalisering crisisbeheersing en uitbreiding capaciteit Langdurige crises kosten veel capaciteit qua mensen en middelen. Die capaciteit wijkt af van de reguliere Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure of GRIP-procedure voor flitsrampen. In lijn met de contourennota Crisisbeheersing en Brandweerzorg zetten we de extra Brede Doeluitkering Rampenbestrijding- of BDuR-gelden van het ministerie onder andere in voor de verdere professionalisering van crisisbeheersing als vak. Dat doen we door te werken aan de voorbereiding op langdurige crises en de (langdurig) bemensing en ondersteuning van crisisteams. Versterking netwerkrol veiligheidsregio’s Nieuwe risico’s brengen nieuwe partners en nieuwe netwerken met zich mee. De netwerkrol van de veiligheidsregio in het thematisch bij elkaar brengen van interne, externe en vitale partners staat hierin centraal (NIPV, 2022). De contourennota erkent hier het belang van het faseren, vormgeven en wettelijk verankeren van netwerksamenwerking in de koude, lauwe en warme fase. Het is daarbij van belang dat organisaties en (sleutel)functionarissen in crisisorganisaties ‘elkaar kennen’ en ‘gekend worden’. Hiervoor dienen veiligheidsregio’s een netwerkmanagementstrategie te bepalen (Ministerie Justitie en Veiligheid, 2022).

De commissie evaluatie Wet veiligheidsregio’s ondersteunt het belang van netwerksamenwerking (voor alle fasen van de crisisbeheersingscyclus).

1Dit betreft onder andere de Toekomstverkenning Brandweer 2022-2030 (NIPV, 2022) en de Toekomstverkenning Crisisbeheersing

(NIPV, 2022) op basis van de Future Searches, Drie Grote Werken (NIPV, 2023), de contourennota Crisisbeheersing en Brandweerzorg (Ministerie Justitie en Veiligheid, 2022), het Nationaal handboek Crisisbeheersing (NCTV, 2022), de evaluatie Wet veiligheidsregio’s (Wvr) (Evaluatiecomissie Wet veiligheidsregio's, 2020) en de Rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) 2023 (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2022), evaluaties en ervaringen naar aanleiding van de COVID-19 pandemie, hoogwaterramp Limburg en de vluchtelingen- en asielzoekerscrisis.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 13 /34

Intensivering verbinding Rijk en regio De voorbereiding op een bovenregionale en landelijke crisis vraagt om samenwerking en betrokkenheid van veel partijen. Daarom moet er sprake zijn van een eenheid tussen Rijk en regio’s. Daarvoor zijn investeringen nodig voor de ontwikkeling en het beheer van informatiesystemen en een coördinatie-, actieen informatiepunt voor Rijk, regio’s en partners: het KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk). De afspraken over de aansluiting van de veiligheidsregio’s op de nationale crisisstructuur zijn afgestemd met het Veiligheidsberaad. Versterking informatiepositie en technologie Actuele en betrouwbare informatie rondom incidenten en crises draagt bij aan een betere beeldvorming over het verloop daarvan. Die informatie ondersteunt ook crisisfunctionarissen bij de uitvoering van hun taken. De afhankelijkheid van technologie zorgt daarbij voor meer risico’s in de vorm van mogelijke storingen en cybercrises. Een trend is dat veiligheidsregio’s steeds meer aan continue monitoring doen, zoals in veiligheidsinformatiecentra. Een van de uitdagingen is om kansrijke experimenten en werkwijzen breder toepasbaar te maken zoals gebeurt met de virtuele assistent (NIPV, 2022), een project in de pilotfase waaraan VRZL deelneemt.

Deze applicatie ondersteunt om sneller een goede informatiepositie op te bouwen tijdens een incident door allerlei beschikbare informatiebronnen te combineren. Ook hebben we in de afgelopen beleidsplanperiode samen met Veiligheidsregio Limburg-Noord en Zuid-6 een Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) ingericht met subsidie van de provincie Limburg. In de komende beleidsplanperiode bouwen we dat knooppunt verder uit.

3.2 GHOR (GENEESKUNDIGE HULPVERLENINGSORGANISATIE IN DE REGIO) Binnen het domein Crisisbeheersing & Rampenbestrijding kennen we ook de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio of GHOR. De GHOR vertegenwoordigt onder leiding van de directeur Publieke Gezondheid de geneeskundige keten tijdens rampen en crises. Hiertoe worden risico’s en relevante ontwikkelingen in beeld gebracht en ketenpartners en overheid geadviseerd over de best mogelijke voorbereiding. Uitgangspunt is het gezamenlijk optreden als één geneeskundige keten op het moment dat het echt nodig is. Daarom zijn regie op de gezamenlijke voorbereiding, onderhoud en verbetering van een sterk netwerk en een volwassen onderlinge informatievoorziening dagelijkse aandachtspunten voor de GHOR. De directeur Publieke Gezondheid stuurt de GHOR aan Deze directeur staat met één voet in het stelsel van de Wet publieke gezondheid, waarin ook de crisistaken van de GGD zijn vastgelegd. De andere voet staat in het stelsel van crisisbeheersing onder de Wet veiligheidsregio’s. Het GGD-bestuur benoemt de directeur in afstemming met het bestuur van een veiligheidsregio. De GHOR Zuid-Limburg is ondergebracht bij de GGD Zuid-Limburg en valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van VRZL.

Doel van de GHOR De GHOR is bij uitstek een netwerkorganisatie waarin verbinding met ketenpartners van acute en niet-acute zorg centraal staat. Knelpunten en belangen die tijdens een ramp of crisis spelen in de geneeskundige keten worden via de GHOR onderdeel van de multidisciplinaire besluitvorming op operationeel, tactisch en strategisch niveau. Het doel van de GHOR is om de gezondheidszorg onder regie van het openbaar bestuur naadloos op te schalen van dagelijkse naar grootschalige hulpverlening. En dat de betrokken organisaties daarbij als samenhangende zorgketen optreden. Zo ontvangen slachtoffers van rampen en crises optimale zorg.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 14 /34

Aantal hoofdontwikkelingen De ontwikkelingen binnen de geneeskundige keten zijn van invloed op het werk van de GHOR Zuid-Limburg. 1. Taakdifferentiatie binnen de ambulancezorg Naast gepland en ongepland vervoer van patiënten richt de ambulancezorg zich steeds meer op andere soorten zorgverlening. Zo ontvangen patiënten met hulp van andere zorgpartners vaker thuis zorg waar voorheen vervoer centraal stond. Een ander voorbeeld is taakdifferentiatie, waarbij een rol is ontstaan voor een verpleegkundig specialist die over extra expertise beschikt. Sneller in verbinding staan met specialisten in het ziekenhuis om al in de ambulance medische verrichtingen te laten plaatsvinden om het hulpverleningsproces te bespoedigen is nog een voorbeeld. 2.

Specialisatie en centralisatie van ziekenhuiszorg, minder locaties waar adequate traumazorg verleend kan worden Om de zorg betaalbaar te houden, hebben zorgorganisaties de opdracht gekregen om te kijken hoe de zorg toegankelijk en betaalbaar ingericht kan worden. Dit kan tot gevolg hebben dat bepaalde specialistische zorg in een regio verdwijnt of wordt afgeschaald. Dit kan weer gevolgen hebben voor de opgeschaalde zorg tijdens een ramp of crisis. Daarnaast ziet de GHOR Zuid-Limburg ontwikkelingen op het gebied van: zorgcoördinatie: één loket voor aanvragen (spoed)zorg, transitie in de zorg, zorg dicht bij huis en druk op de zorg door vergrijzing en structurele en periodieke personeelstekorten. 3. Toename medische adviesvragen Door toegenomen evenementen en de invoering van de Omgevingswet neemt de hoeveelheid medische adviesvragen toe. 4. Intensivering samenwerking netwerkpartners Door verschillende ontwikkelingen, zoals o.a. personeelstekorten en toenemende zorgkosten, wordt het steeds belangrijker dat zorgorganisaties met elkaar samenwerken. De COVID crisis heeft ons doen inzien dat door samenwerking in de keten er beter en sneller met elkaar kan worden afgestemd en de zorg efficiënter kan worden ingericht. Ook de GHOR Zuid-Limburg intensiveert haar samenwerking met bijvoorbeeld het Netwerk Acute Zorg Limburg.

3.3 BRANDWEERZORG Risicogerichtheid versus regelgerichtheid: implementatie Omgevingswet Het dynamische karakter van de samenleving maakt dat het palet aan risico’s steeds opnieuw geïnventariseerd en geanalyseerd moet worden om er proactief op in te kunnen spelen. De toename van risico’s vereist een focus op de risico’s die ertoe doen en leiden tot de meeste veiligheidswinst. Dit dwingt ook om risico’s vanuit een breder perspectief te bekijken, over de verschillende vakgebieden heen. Nieuwe risico’s lopen veelal voor op de regelgeving. Denk hierbij bijv. aan ontwikkelingen in het kader van de energietransitie en andere nieuwe technologieën. Ook de herziening van het omgevingsrecht brengt veranderingen met zich mee. De Omgevingswet kent een nieuw instrumentarium, waaronder de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Een nieuw instrumentarium vraagt om nieuwe afwegingen en beleidskeuzes. Van belang is dat risicobeheersing zorg draagt voor een adequate borging van het thema fysieke veiligheid in het gemeentelijk instrumentarium. Bovenstaande ontwikkelingen vragen om een omslag van regelgericht naar risicogericht werken, waarbij de rol van risicobeheersing verandert van toetser aan wettelijke regels naar (brand)veiligheidsadviseur. De rol van risicobeheersing varieert daarbij van ondersteunen, informeren, bevorderen van gewenst gedrag, regisseren tot dwingend sturen.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 15 /34

Risicogericht werken is de focus leggen op risico’s die ertoe doen en deze risico’s op een adequate wijze beïnvloeden. Dat vergt niet alleen het toepassen van regels, maar vooral het scherp in beeld brengen en afwegen van risico’s, het zoeken naar (creatieve) maatregelen die de veiligheid bevorderen en het motiveren en beïnvloeden van gedrag van burgers, bedrijven en overheden. Met als doel dat het bevoegd gezag een bewuste afweging maakt van de risico’s die samenhangen met beoogde activiteiten in de fysieke leefomgeving, waarbij oog is voor de gevolgen van keuzes en mogelijke maatregelen om de risico’s te verkleinen. Met het besef dat meer regels niet per definitie tot meer veiligheid leiden en dat een aanvullende risicogerichte benaderingswijze de beste manier is om in onze complexer wordende samenleving die extra veiligheidswinst wel te boeken, is de transitie nog niet gemaakt. De wijze waarop de implementatie van de fundamentele stelselwijziging in het omgevingsrecht met onder andere de nieuwe Omgevingswet succesvol kan worden doorgezet is bepalend voor de mate waarin de veiligheidswinst geëffectueerd kan worden. Slagkracht brandweer en behoud vrijwilligheid Met de professionaliseringsslag die VRZL sinds 2010 heeft ingezet is de landelijke trend gevolgd.

Tegelijkertijd blijkt uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) dat Nederland niet goed is voorbereid op rampen en crisis van de toekomst. Hierdoor ontstaat er druk om zowel op bovenregionale als op landelijke schaal, voldoende slagkracht te garanderen. Wat de invloed gaat zijn voor VRZL om landelijke slagkracht te genereren, is nog niet geheel duidelijk. Wel is duidelijk dat de professionalisering de komende beleidsperiode doorzet. Meer concreet betekent dit dat vakinhoudelijke eisen blijven toenemen. En wat betekent dat als het gaat om het behoud van vrijwilligheid? Uit onderzoek naar “Vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland” (Brandweeracademie, 2019) blijkt dat een bezinning gewenst is over welk type leiderschap er nodig is en welke andere vaardigheden, organisatiewijzigingen en cultuurverandering bij de brandweer nodig zijn om een gezond vrijwilligersmanagement te bewerkstelligen, nu en in de toekomst. Het gaat om een management en leiderschap die ruimte geven, maar ook grenzen stellen waarbinnen die ruimte valt en op zoek gaan naar een vorm van uniformiteit waarbinnen diversiteit mogelijk is. Het verdient aanbeveling om een (landelijk) vervolgonderzoek met name op dit thema te richten en een opleiding te ontwikkelen die specifiek gericht is op modern vrijwilligersmanagement.

Omdat, zo blijkt uit onderzoek, ook andere vrijwilligersorganisaties worstelen met dit probleem heeft dit een bredere scope dan alleen de brandweer. Voertuigbezetting en Uitruk op Maat Het is te verwachten dat incidentbestrijding binnen de veiligheidsregio’s in de periode 2024 t/m 2027 zodanig is ingericht dat wordt voldaan aan de landelijke richtlijn Uitruk op Maat. Concreet houdt dit in dat de brandweer bij incidentbestrijding niet met minder dan vier personen mag uitrukken. Het gaat hier om de zogenoemde TS-Flex met een chauffeur, bevelvoerder en twee manschappen. Dit wijkt af van de huidige werkwijze die bestuurlijk is goedgekeurd in 2012 en waarbij met minimaal drie personen mag worden uitgerukt zonder bevelvoerder als de SI-2 mee wordt gealarmeerd. Bij de landelijke richtlijn is het vooral van belang welke ondersteuning (vrijwillige) kazernes ontvangen binnen de bestaande financiële kaders om de draai te maken naar Uitruk op Maat. Europese regelgeving deeltijdwerk / ‘bouwsteen verplichtend karakter’ De Europese regelgeving voor deeltijdwerk heeft naar verwachting grote gevolgen voor de inzet van de brandweervrijwilliger in Nederland. In de komende periode moet onderscheid worden gemaakt tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, omdat beide groepen anders worden beloond.

Een andere beloning is alleen toegestaan als beide groepen daadwerkelijk andere verplichtingen hebben. Concreet mogen vrijeinstroomvrijwilligers bijvoorbeeld niet verplicht worden tot kazernering. In vakjargon wordt dit de ‘bouwsteen verplichtend karakter’ genoemd. Het daadwerkelijke effect voor zowel de beroeps- als vrijwillige kazernes is pas helder als bekend is welke juridische kaders gelden en of er politieke bereidheid is om de Arbeidstijdenwet en financiële kaders aan te passen.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 16 /34

Tweede loopbaanbeleid Sinds 2006 is functioneel leeftijdsontslag voor brandweermensen afgeschaft. Vanaf 1-1-2006 mag men de bezwarende brandweerfunctie niet langer dan 20 jaar vervullen. Het is een gezamenlijke inspanning van werkgever en werknemer een tweede loopbaan te verwezenlijken die de werknemer na maximaal 20 jaar kan gaan vervullen binnen of buiten de veiligheidsregio. De veiligheidsregio’s staan drie jaar voor de datum waarop de eerste medewerkers aan hun tweede loopbaan beginnen. Het brandweervak is in de loop van de jaren veranderd, waardoor nieuw onderzoek nodig is over onder andere bezwarendheid. In opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s is door de Universiteit Maastricht een vierjarig onderzoek gestart. Het doel van het onderzoek is meer inzicht te verkrijgen in de elementen van het zware werk in de huidige situatie, de samenhang tussen (combinaties van) deze elementen en parameters van duurzame inzetbaarheid alsook de daadwerkelijke oorzaak-gevolg relatie tussen bevorderende en belemmerende factoren van duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie doorheen de tijd. Dit maakt het onderzoekstraject langdurig van aard (4 jaar) maar is essentieel om te komen tot gerichte preventieve en interventiemogelijkheden om duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie onder het brandweerkorps te faciliteren.

Veranderende rol en positie meldkamer In de periode 2024-2027 dient de Meldkamer Visie geïmplementeerd te zijn. Dit vraagt een andere en met

het veld afgestemde positie in het netwerk van informatievoorziening en informatie gestuurd optreden. Ook wordt de overgang gemaakt naar een Nationaal Meldkamer Systeem (NMS). Dit kan effecten hebben op de wijze van alarmering (de zogenaamde Kazerne Volgorde Tabellen) en daarmee wellicht op de mate van inzet van kazernes. Daarom vindt ook een verkenning plaats om kazernes te ondersteunen bij deze ontwikkeling. Verder wordt de landelijke meldkamersamenwerking steeds belangrijker. Landelijk ontwikkeling is dat meldkamers elkaar ondersteunen bij drukte, crisis en rampen. Landelijke standaardisatie is dan ook onvermijdelijk. Deze standaardisatie kan knelpunten opleveren binnen de bedrijfsvoering, maar deze knelpunten zijn nog niet inzichtelijk. Innovatie en flexibilisering Innovatie en flexibilisering krijgen extra aandacht in de komende beleidsplanperiode omdat VRZL mogelijk minder medewerkers ter beschikking heeft in de nabije toekomst vanwege de krappe arbeidsmarkt, de afnemende interesse in vakopleidingen en de vergrijzing. Strategisch personeelsbeleid is een belangrijke voorwaarde om een aantrekkelijke werkgever te blijven.

Voorzienbare innovaties in de komende beleidsplanperiode zijn onder andere de invoering van een nieuw communicatiesysteem voor de hulpdiensten (het nieuwe C2000/NOOVA), de verkenning van mogelijkheden tot automatisch plotten, het monitoren van paraatheid en het dynamisch alarmeren van eenheden. Ook verkennen we of en hoe de doorontwikkeling van het droneteam binnen onze veiligheidsregio verder vorm krijgt en in welke mate blusrobots ondersteunend kunnen zijn, onder meer bij optredens in ondergrondse bouwwerken zoals tunnels en ondergrondse parkeergarages. Daarnaast onderzoeken we welke invloed autonoom openbaar vervoer heeft op termijn. Brandweeronderwijs Het is al vaak gezegd: de brandweer is een kennis- en ervaringsorganisatie. De nieuwe brandweerdoctrine vraagt om daarop aangepaste opleidingen en bijscholingen. De lengte van de opleidingen (niet de hoeveelheid leerstof), de wisselende instructiekwaliteit, de inzet van in- en externe instructeurs en de kleinschaligheid van de regionale opleidingsinstituten in het land maken aanpassing van het vakbekwaamheidssysteem dringend noodzakelijk. Daarbij leidt ook nieuw en afgerond wetenschappelijk onderzoek door NIPV naar factoren die bepalend zijn voor een succesvolle brandweerinzet op straat tot verbeteringen binnen dat systeem.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 17 /34

Versnelling brandweeropleidingen De landelijke opdracht voor de komende periode luidt: verbeter en vereenvoudig het brandweeronderwijsstelsel en richt een daarop geïnspireerd stelsel van crisisonderwijs in. Een onderdeel hiervan is een versnelling van de brandweeropleidingen. Deze versnelling zorgt naar verwachting voor een verhoogde motivatie en beschikbaarheid van vrijwilligers. Daarnaast ontwikkelen we partnerships met ROC’s en vormen we een onderwijskundige basis met reguliere leerlijnen. Zo bereiken we dat brandweerdiploma’s ook MBO-erkend worden en benutten we het potentieel van ROC’s om een MBO-niveau 3 brandweeropleiding tot stand te brengen als opmaat naar nieuwe vrijwilligers en beroepsbrandweermensen.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 18 /34

4

AMBITIES CRISISBEHEERSING & RAMPENBESTRIJDING

In dit hoofdstuk vertalen we de trends en ontwikkelingen zoals beschreven in hoofdstuk 3 naar de concrete ambities voor het programma Crisisbeheersing & Rampenbestrijding, inclusief GHOR en EMRIC.

4.1 Crisisbeheersing & Rampenbestrijding Wat willen we in de komende beleidsplanperiode bereiken? Informatiemanagement (IM) Dag en nacht weten wat er speelt in onze (eu)regio is allesbepalend voor de uitvoering van onze taken. Dit houdt in dat we met onze partners zo veel mogelijk informatie verzamelen en dat we die duiden, zowel in tijden van een crisis als in de voorbereiding daarop. We willen de lat nog hoger leggen door te blijven innoveren en investeren op dit gebied. Informatiemanagement wordt steeds meer gezien als een primair proces dat van groot strategisch belang is voor onze veiligheidsregio. Het is onder de noemer informatiegestuurd werken de motor voor verandering en verbetering van de denk- en werkwijze binnen onze organisatie. Het eerdergenoemde Veiligheids Informatie Knooppunt of VIK dat we samen met Veiligheidsregio Limburg-Noord hebben opgezet, vormt daarbij een belangrijke basis. Operationele informatievoorziening (OIV) Operationele Informatievoorziening richt zich op alles wat we doen om te voorzien in de informatiebehoefte van de primaire processen, waaronder risicobeheersing en incidentbestrijding. Dit betekent dat alle onderdelen van de informatievoorziening – mensen, middelen, data, hard- en software – in dienst staan van een zo veilig en efficiënt mogelijk verloop van de werkzaamheden van onze mensen in die primaire processen.

We ontwikkelen die processen verder door. Dat doen we door nog nauwer samen te werken met partners en programma’s om beschikbare informatie te verzamelen en te delen via bijvoorbeeld LiveOp. De ontwikkelingen binnen IM en OIV zijn daarmee ook heel belangrijk voor de programmalijn brandweer, dit ter ondersteuning van de operationele eenheden. Multidisciplinaire Operationele Voorbereiding (MOV) MOV bestaat voor het merendeel uit crisisplanvorming. In de beleidsplanperiode die voor ons ligt, vindt een intensivering plaats rond de eerdergenoemde geprioriteerde thema’s: toenemende maatschappelijke onrust, de effecten van klimaatverandering en energietransitie. Ook is sprake van een update van de reguliere planvorming op basis van het risicoprofiel en in lijn met de wettelijke kaders. MOV neemt actief deel in meerdere netwerken om tijdig nieuwe risico’s te signaleren en hierop in te kunnen spelen. Gezien de hoeveelheid benodigde planvorming blijft het een uitdaging om die beheersbaar te houden voor crisisfunctionarissen. De (door)ontwikkeling van functiegerichte smartphoneapplicaties, webinars, vlogs en inloopsessies helpt daarbij. Multidisciplinair Opleiden Trainen en Oefenen (MOTO) In lijn met de contourennota (h)erkent VRZL dat crisisbeheersing in toenemende mate een geprofessionaliseerde taak is.

Er is een stevig fundament van kennis, kunde en ervaring noodzakelijk, ook in relatie tot het voorgaande punt. De commissie adviseert dan ook om in de nieuwe wetgeving vast te leggen dat het stelsel van crisisbeheersing voorziet in kennisontwikkeling en het gezamenlijk opstellen van kwaliteitsnormen. Deze kwaliteitsnormen en de invoering daarvan hebben impact op MOTO. We maken al gedeeltelijk gebruik van kwalificatie- en competentieprofielen. Daarnaast besteden we behalve de reguliere thematische oefencyclus extra aandacht aan geprioriteerde thema’s in de komende beleidsplanperiode.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 19 /34

Kwaliteitszorg en lerend vermogen VRZL staat landelijk al bekend als een voorbeeld van best practice bij de evaluatie van GRIP-incidenten. We leiden een groot aantal evaluatiepunten meetbaar terug naar de verschillende processen en afdelingen in de organisatie, zodat ons lerend vermogen toeneemt. De contourennota vermeldt dat de veiligheidsregio’s er tot nu toe niet in zijn geslaagd om een uniform kwaliteitszorgsysteem te ontwikkelen. Dit is een volgende stap binnen onze kwaliteitszorg. Dit zijn op dat gebied onze ambities voor de komende beleidsplanperiode: • • • • •

Doorontwikkeling GRIP-evaluatiesystematiek, mede door nog intensiever samen te werken met partners (zoals nu al is gerealiseerd voor Chemelot). Kennisregie: ontwikkeling en ondersteuning van het proces om ook externe evaluaties en rapporten intern door te voeren. Intensiever volgen, participeren in en opvolgen van landelijke ontwikkelingen op kwaliteitsgebied zoals de totstandkoming van een landelijk, uniform kwaliteitszorgsysteem. Invoering van procesgericht werken. Uitbreiding van de aanpak en ondersteuning bij evaluaties van niet-incidenten, zoals een beleids- of procesevaluatie (bijvoorbeeld evaluatie Operationeel Kernoverleg).

Bevolkingszorg De contourennota doet een aantal aanbevelingen rond de inbedding van bevolkingszorg in de veiligheidsregio’s. VRZL heeft al een groot aantal van deze aanbevelingen doorgevoerd. Concreet gaat het hierbij om: • • •

• •

De inrichting van uniforme bevolkingszorgfuncties, zodat er duidelijkheid is over de basisorganisatie van bevolkingszorg en de bovenregionale samenwerking aan kracht wint. Een voldoende niveau van vakbekwaamheid in de kernfuncties bevolkingszorg volgens vastgestelde kwaliteitseisen en kwalificatiedossiers. Verantwoording ten opzichte van het algemeen bestuur. Onderdeel hiervan is de monitoring van het gerealiseerde kwaliteitsniveau van bevolkingszorg en de invulling van landelijke kwaliteitscriteria die de branche vaststelt en beheert. De landelijke kwaliteitsnormen zelf worden niet in de wet opgenomen. De jaarlijkse rapportage van de coördinerend gemeentesecretaris geeft daar invulling aan. De bevordering van de samenwerking tussen alle organisaties die bevolkingszorgtaken uitvoeren en organisaties die aansluiten op bevolkingszorg. Een wettelijk verankering van de regierol voor besturen van veiligheidsregio’s, bevolkingszorg en risico- en crisiscommunicatie.

De verdere implementatie van deze aanbevelingen vindt plaats in de komende beleidsplanperiode. Burgerparticipatie Burgers en maatschappelijke groepen beschikken vaak over ervaring, gebiedskennis en expertise die relevant is voor de werkzaamheden van VRZL. Daarom hebben we beleid ontwikkeld om samen met de Zuid-Limburgse gemeenten te komen tot een even waardevolle als gewenste burgerparticipatie. In de komende beleidsplanperiode luidt de invoering van de opgeleverde beleidsstukken per gemeente op dit gebeid een nieuwe fase in. VRZL loopt in dit opzicht landelijk voorop. Verder is het van belang dat een doorontwikkeling plaatsvindt van de crisisorganisaties binnen de gemeenten zelf. In die context is al sprake van best practice gemeenten in de regio. VRZL is niet verantwoordelijk voor de gemeentelijke crisisorganisaties. Wel verlenen we advies en delen we best practices tijdens netwerkoverleggen.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 20 /34

Coördinatie bij (langdurige) crises / KCR2 Zoals beschreven in hoofdstuk 3 hebben veiligheidsregio’s te maken met een stapeling van (langdurige) crises. Het Rijk kijkt meer en meer naar veiligheidsregio’s om die crises te coördineren. De capaciteit die nodig is voor langdurig crisismanagement maakt geen deel uit van de reguliere GRIP-structuur omdat deze zich richt op flitsrampen. In de komende beleidsplanperiode zoeken we naar oplossingen hiervoor en voeren we die waar mogelijk in. Dit voornemen dient verankerd te worden in het regionaal crisisplan en de werkwijze verbinding Rijk en regio is daardoor van invloed op alle C&R-processen. De ontwikkelingen met betrekking tot de inrichting van het zogenaamde KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk) zullen dan ook op de voet worden gevolgd. Netwerkrol veiligheidsregio’s Het belang van de doorontwikkeling van de netwerkrol van veiligheidsregio’s is al toegelicht bij ontwikkelingen rond het C&R-domein. VRZL wil in de komende beleidsplanperiode nadrukkelijker deelnemen in relevante netwerken, met name netwerken die zich richten op geprioriteerde risico’s. Ook willen we een nadrukkelijkere rol op ons nemen in het bij elkaar brengen en faciliteren van thematische netwerken. Hierin ontstaat een doorontwikkeling tussen VRZL en (vitale) partners op grond van de verschillende C&R-processen.

De ervaring leert namelijk dat mensen die elkaar in de koude fase goed leren kennen inhoudelijk en persoonlijk beter samenwerken als zich incidenten voordoen in de warme fase. BDuR / extra uitvoeringsmiddelen Het Rijk stelt vanuit de BDuR-uitkering extra middelen beschikbaar om de uitgangspunten van de contourennota uit te voeren. Dit om de veiligheidsregio’s en datzelfde Rijk te ondersteunen bij de totstandkoming van de landelijke doelstellingen. Onderdeel hiervan is extra uitvoeringscapaciteit voor de versterking van de governance en inzicht in slagkracht en paraatheid. Ook deze ontwikkeling geeft richting aan interregionale en landelijke planvorming. De extra uitvoeringscapaciteit valt onder de verantwoordelijkheid van de minister. In samenwerking met de departementen stuurt deze het landelijke planvormingsproces aan voor de veiligheidsregio’s en hun crisispartners. Risico- en crisiscommunicatie Risico- en crisiscommunicatie is al geruime tijd een erkende bouwsteen van het VRZL-beleid. Vanwege maatschappelijke veranderingen is niet alleen het belang maar ook de complexiteit daarvan toegenomen. In hoofdlijnen onderscheiden we risicocommunicatie (voorlichting en communicatie over risico’s waaraan mensen kunnen blootstaan voordat zich een ramp, crisis of incident voordoet) en crisiscommunicatie (de communicatie tijdens een ramp, crisis of incident).

Binnen VRZL maakt risico- en crisiscommunicatie deel uit van het programma C&R als eigenstandig proces. Deze communicatie heeft tijdens langdurige crises een hogere slagkracht nodig. Om dat doel te bereiken maken we gebruik van extra beschikbaar gestelde BDuR-middelen. Een ander speerpunt op dit specifieke communicatiegebied voor de komende beleidsplanperiode is een verkleining van de piketpoules bij GRIPopschaling. We nemen op dit ogenblik en in de komende beleidsplanperiode deel aan twee projecten: Samen veilig rondom Chemelot2 en het LINKS-traject3.

2

In 2022 is het startsein gegeven voor de meerjarige campagne Samen Veilig Rondom Chemelot. Onder deze benaming laten Chemelot, VRZL, gemeente Beek, gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, provincie Limburg, brandweer, GGD Zuid Limburg en politie de komende jaren zien wat de risico’s zijn van wonen in de omgeving van een chemisch industrieterrein. En wat Chemelot, overheden en hulpdiensten doen om die risico’s te beperken. Ook is er uitgebreide aandacht voor wat omwonenden zelf kunnen doen bij incidenten. De veiligheidsbeleving van omwonenden verschilt van die van de bovengenoemde partijen. Daarom wordt de communicatie-inhoud in lijn gebracht met de communicatiebehoeften van specifiek omwonenden. 3

Het LINKS-traject maakt deel uit van een Europees subsidieprogramma voor onderzoek en ontwikkeling. Daardoor kunnen Europese instellingen en overheidsorganisaties van elkaar leren en samen oplossingen zoeken voor vergelijkbare problemen. VRZL en Chemelot participeren in dit traject.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 21 /34

Tevens zal in de komende beleidsperiode het onderzoek van het NIPV betreffende de toekomstige mogelijkheden van het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) voor onze regio nader geduid worden. VRZL heeft met Chemelot in het verzorgingsgebied namelijk een significant risico-object. Dit samen met de unieke geografische ligging is het zaak eerst te achterhalen of de conclusie uit het NIPV rapport, dat NL-Alert een goede vervanging biedt voor het WAS, ook voldoende opgaat voor onze regio. Vooralsnog is het bestuur huiverig. De snelheid van het informeren van de bevolking door middel van sirenes is met name bij toxische scenario’s (nog) niet te evenaren door NL Alert. Tegelijkertijd is het van belang om, anticiperend op een eventuele uitfasering, een spoor in te zetten om alternatieven voor het WAS in de VRZL te onderzoeken. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd uiterlijk eind 2023 een besluit te nemen over het uitfaseren van het WAS systeem. Wij zullen er in ieder geval bij het ministerie op aandringen om in geval van uitfasering een van de laatste regio’s te zijn waar het sirenenetwerk ontmanteld wordt.

4.2. Ambities GHOR Zuid-Limburg In hoofdstuk 3.2. kwam de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio of GHOR in algemene zin al ter sprake. De GHOR Zuid-Limburg heeft de komende jaren de volgende ambities: •

•

•

•

• •

Dag en nacht garant staan voor gemotiveerde en vakbekwame (piket)medewerkers. De GHORorganisatie groeit mee met ontwikkelingen en behoeften. Flexibele opschaling en veranderende rollen maken vast deel uit van de crisisorganisatie. Voldoen aan wettelijke verplichtingen en opdrachten en inspelen op maatschappelijke verwachtingen. Aandachtsgebieden zijn onder meer de Omgevingswet en evenementenadvisering, ontwikkelingen in de visie op de zorgcontinuïteit vanwege de toename van risico’s en de vertaling van het Integraal Zorgakkoord (IZA) naar concrete planvorming en acties in de regio. Vormgeven van een bovenregionaal netwerk om langdurige en bovenregionale crises gestructureerd aan te pakken. De COVID-19 crisis liet zien dat incidenten over regiogrenzen heen kunnen gaan. Samenwerking op grotere schaal dan de eigen regio is nodig om grootschalige incidenten het hoofd te kunnen bieden. Daarom wil de GHOR Zuid-Limburg samenwerken met buurregio’s en buurlanden. We stemmen crisisstructuren en protocollen zoveel mogelijk op elkaar af. Landelijk werken we mee aan een grotere uniformering van producten en thema’s en aan overkoepelende systemen en organisaties om de afstemming en snelheid te bevorderen. De bijzondere ligging maakt dat we voor Zuid-Limburg ook nadrukkelijk kijken naar mogelijkheden die buurlanden ons kunnen bieden. Dat doen we met name binnen EMRIC.

We verbinden zorg en veiligheid door het vormen van een informatieknooppunt. Informatiemanagement krijgt een steeds grotere rol. Daarom richten we ons steeds meer op informatiegestuurd werken. We zijn de spin in het web in de samenwerking met keten- en multipartners en met partners binnen de gebieden zorg, veiligheid en openbaar bestuur. We ontwikkelen en updaten zorgrisicoprofielen in afstemming met zorginstellingen. Een zorgrisicoprofiel is een op zichzelf staand product en complementair aan het regionale risicoprofiel. In het regionale zorgrisicoprofiel staan de crisistypen vermeld die de meeste impact hebben op de zorgketen. Ook bevat het – regionaal en bovenregionaal – bestuurlijke en operationele afspraken voor de respons als de regio met deze crisistypen te maken krijgt. Het richt zich verder op het functioneren van de hele zorgketen binnen het systeem van crisisbeheersing en rampenbestrijding. En het ondersteunt het bestuur van VRZL en de geneeskundige zorgpartners tijdens de besluitvorming om disbalansen in vraag en aanbod van zorg bij crisisbeheersing en rampenbestrijding op te lossen of te accepteren.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Samen Veilig Meerjarenbeleidsplan

2024 t/m 2027

pagina 22 /34

4.3 Ambities EMRIC In de hoofdstukken 1.1 en 2.4 stelden we het Euregio Maas-Rijn Incident en Crisisbeheersing- of EMRICsamenwerkingsverband al voor. In de EMRIC-beleidsperiode 2024 t/m 2029 zijn de onderstaande ambities vastgesteld om de samenwerking te versterken: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=4afa4c6e-df42-48e0-81c3-5eb88c11f919