CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Beleidsplan water en klimaatadaptatie WM 2022-2027.pdf

Beeldvormende bijeenkomst 7 juli 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling water en klimaatadaptatieplannen13.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsplan Water en Klimaatadaptatie 2022-2027 Westelijke Mijnstreek

1 (26)

Westelijke Mijnstreek Projectnummer: 371242 Referentienummer: SWNL0277859 Datum: 14-06-2021

Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie voor de periode 2022-2027

Verantwoording Titel

Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie

Subtitel

voor de periode 2022-2027

Projectnummer

371242

Referentienummer

SWNL0277859

Revisie

DO1

Datum

14-06-2021

Auteur

Renske ter Horst, Elwin Leusink

E-mailadres

renske.terhorst@sweco.nl

Gecontroleerd door

Karst Jan van Esch

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Elwin Leusink

Paraaf goedgekeurd

2 (26)

3 (26)

Inhoudsopgave 1

Beleidsplan water & klimaatadaptatie ................................................................. 5

1.1

Een nieuw beleidsplan voor de Westelijke Mijnstreek............................................. 5

1.2

Planstructuur: vier plannen ...................................................................................... 5

1.3

Zorgplichten die aangeven wat we moeten doen .................................................... 5

1.4

Waterketen, klimaatadaptatie en de Omgevingswet ............................................... 6

1.4.1

De waterketen .......................................................................................................................6

1.4.2

Klimaatadaptatie ...................................................................................................................7

1.4.3

De Omgevingswet .................................................................................................................8

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 8

2

Terugblik op de afgelopen jaren .......................................................................... 9

2.1

Wat hebben we gedaan? ......................................................................................... 9

2.2

Wat hebben we bereikt? .......................................................................................... 9

3

Gezamenlijke missie en visie voor de waterketen & klimaatadaptatie .......... 10

4

Nieuw: klimaatadaptatie en integraal werken ................................................... 13

4.1

Een klimaatbestendige Westelijke Mijnstreek ....................................................... 13

4.1.1

Wateroverlast ......................................................................................................................14

4.1.2

Hittestress ...........................................................................................................................15

4.1.3

Droogte ...............................................................................................................................16

4.1.4

Gevolgen van overstromingen ............................................................................................16

4.2

Integraal werken .................................................................................................... 16

5

Actualisatie van het beleid voor de waterketen ............................................... 19

5.1

Samenwerken voor een beter resultaat ................................................................ 19

5.2

Een goede drinkwatervoorziening ......................................................................... 19

5.3

Stedelijk afvalwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI .................................. 20

5.4

Hemelwater inzamelen en verwerken ................................................................... 21

5.5

Duurzaam omgaan met grondwater ...................................................................... 24

5.6

Afvalwater zuiveren ............................................................................................... 25

5.7

Oppervlaktewateren van goede kwaliteit en met een goede capaciteit ................ 26

4 (26)

1

Beleidsplan water & klimaatadaptatie

1.1 Een nieuw beleidsplan voor de Westelijke Mijnstreek In onze regio zijn de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein*, het waterschap Limburg (WL), het waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en de waterleidingmaatschappij Limburg (WML) samen verantwoordelijk voor de levering, inzameling, het transport en de zuivering van water. Binnen de Westelijke Mijnstreek werken we samen aan de invulling van deze verantwoordelijkheid. Door samen te werken willen we op een doelmatige manier goed omgaan met de waterketen. Dit beleidsplan water & klimaatadaptatie stellen we als Westelijke Mijnstreek op voor de gemeentelijke onderdelen van de waterketen. Hiermee zetten we de samenwerking van de afgelopen jaren voort en beheren we de waterketen op een structurele en doelbewuste manier. In dit plan benoemen we alle zaken die we belangrijk vinden en geven onze gedeelde strategie hiervoor aan. De ‘we’ in dit plan zijn de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein en ‘ons’ areaal bestaat uit alle gemeentelijke voorzieningen in de waterketen. Het waterschap, waterschapsbedrijf en WML hebben meegewerkt aan dit beleidsplan, zodat we gebruik konden maken van elkaars kennis en ideeën. * De gemeente Schinnen was voor de fusie tot de gemeente Beekdaelen deelnemer van de samenwerking in de Westelijke Mijnstreek. Of men als gemeente Beekdaelen deelnemer blijft is nog onzeker.

De gemeente Beekdaelen is niet betrokken geweest bij het opstellen van dit beleidsplan.

1.2 Planstructuur: vier plannen Het beleids- en uitvoeringskader voor de omgang met water in de Westelijke Mijnstreek bestaat uit vier plannen. Deze plannen vormen samen de verbrede gemeentelijke rioleringsplannen van de gemeenten. Hiernaast is de rioolheffingsverordening belangrijk.

Beleidsplan Beheerplan Projectplan Kostendekkingsplan Rioolheffings verordening

Reikwijdte Regionaal Regionaal Lokaal i.s.m. regio en zuiveringskring Lokaal i.s.m. regio Lokaal

Loopduur 6 jaar 6 jaar 3 jaar

Bevoegd gezag Gemeenteraad B&W B&W

6 jaar* 1 jaar

Gemeenteraad Gemeenteraad

* Het kostendekkingplan geeft een basis voor de lange termijn. Alle gemeenten rekenen jaarlijks de benodigde rioolheffing uit.

In het beleidsplan bespreken we de gezamenlijke visie, missie, ambities en strategieën. In het beheerplan vertalen we dit naar concrete uitgangspunten. In het projectenplan beschrijven we per gemeente voor de komende drie jaar wat we gaan doen . In het kostendekkingsplan berekenen we per gemeente voor de lange termijn wat de zorg voor de waterketen kost en vertalen we dit naar de rioolheffing die de inwoner betaalt. 1.3 Zorgplichten die aangeven wat we moeten doen Onze taken in de waterketen komen voort uit de zorgplichten die we vanuit de Wet milieubeheer, Waterwet en Drinkwaterwet hebben voor het leveren van drinkwater, inzamelen van stedelijk afvalwater, inzamelen en verwerken van hemelwater, inzamelen en verwerken van grondwater, zuivering van afvalwater en beheer van het watersysteem. Er is

5 (26)

vrijheid in de invulling van deze zorgplichten. Elke organisatie mag in een bepaalde mate eigen keuzes en afwegingen maken. Voor al deze zorgplichten bestaan er ontwikkelingen en mogelijkheden waar we op kunnen spelen. De afwegingen om dit wel of niet te doen benoemen we in dit beleidsplan. 1.4 Waterketen, klimaatadaptatie en de Omgevingswet Dit plan gaat over de waterketen en over klimaatadaptatie en is opgebouwd met de Omgevingswet in gedachte. Deze termen komen veel terug, daarom leggen we hier uit wat we ermee bedoelen. 1.4.1 De waterketen De waterketen bestaat uit de route die het water volgt van drinkwater tot lozing in het oppervlaktewater. Drinkwater (WML en gemeenten) De waterketen begint bij het produceren van drinkwater, dit gebeurt door WML. Zij is volgens de Drinkwaterwet verplicht tot het leveren van drinkwater in haar gebied. Het drinkwater wordt geleverd aan woningen en bedrijven. Alle overheden moeten volgens deze wet bijdragen aan een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorzieningen. Voor gemeenten zit hierbij vooral een rol in het het beschikbaar houden van drinkwaterbronnen en het leidingnet. In Limburg is drinkwater verbonden met grondwateren bodemkwaliteit, maar ook met de kwaliteit van het Maaswater. Het gebruik van de ondergrond, de inrichting én het gebruik van de leefomgeving hebben daar invloed op.

Daarom moet de openbare drinkwatervoorziening goed ingebed zijn in de ruimtelijke inrichting en gebiedsgebruik. Stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater (gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein) Bewoners en bedrijven gebruiken water, vervolgens ontdoen ze zich van dat water en ontstaat stedelijk afvalwater. Dit water verdwijnt via het doucheputje, de gootsteen of het toilet in de rioolstelsels van de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein. De gemeente heeft volgens de Wet milieubeheer de zorgplicht voor het inzamelen en transport van dit stedelijke afvalwater. Naast bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater, kan men zich ook ontdoen van hemelwater en grondwater. De gemeente heeft volgens de Waterwet een zorgplicht voor afvloeiend hemelwater en zorgt voor doelmatige maatregelen bij structurele problemen met grondwater. Het relatief schone hemelwater en grondwater wordt in veel gevallen meteen in de bodem of het oppervlaktewater gebracht. Het vuile afvalwater wordt via het rioolstelsel afgevoerd naar rioolgemalen. Vanuit de rioolgemalen wordt het afvalwater door WBL afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties.

6 (26)

Figuur 1 Stappen in de waterketen

Zuivering en oppervlaktewateren (Waterschap Limburg) Zoals opgenomen in de Waterwet zuivert het waterschap het afvalwater dat op de zuivering aankomt, WBL voert dit voor het waterschap uit. Het gezuiverde afvalwater (effluent) wordt uiteindelijk geloosd op oppervlaktewateren. Kaders en toezicht (Provincie Limburg) Rijkswaterstaat, het waterschap, de gemeenten en De provincie stelt de kaders voor het regionale andere partijen beheren de verschillende waterbeheer en voor grondwater (o.a. oppervlaktewateren in het gebied. Het beheer van doelstellingen Kaderrichtlijn Water, normen oppervlaktewateren bestaat onder meer uit het secundaire waterkeringen en NBW-normen). De beperken van overstromingen, wateroverlast en provincies hebben een (grond)wettelijke waterschaarste. Ook het beschermen en verantwoordelijkheid ten aanzien van de verbeteren van de chemische en ecologische waterschappen en voeren op basis hiervan kwaliteit van de watersystemen en het vervullen toezicht uit op de waterschappen. In het kader van de maatschappelijke functies toegekend aan van algemeen interbestuurlijk toezicht houden de de watersystemen zijn onderdeel van het beheer. provincies toezicht op de uitvoering van de taken door de gemeenten.

1.4.2 Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is het aanpassen aan het veranderende klimaat, waarmee we de schadelijke gevolgen van het veranderende klimaat zoveel mogelijk beperken. Het gaat over fysieke ingrepen als het inrichten van straten op meer waterberging, maar ook over het vergroten van bewustwording en het creëren van vluchtroutes. Hiermee raakt het bijna iedereen en moet in bijna elk maatschappelijk vraagstuk wel rekening worden gehouden met de gevolgen van klimaatverandering. Om het inzichtelijker te maken delen we het vaak op in de gevolgen van neerslag, hitte, droogte en overstromingen. Zo kunnen we beter zien wat de gevolgen zijn van klimaatverandering en hoe we ons hierop dienen aan te passen. Naast dat dit een maatschappelijk opgave is, is het via het landelijke Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie ook als taak bij de gemeenten weggelegd. In 2050 moeten alle gemeenten klimaatadaptief zijn, daarvoor moet: ▪ een klimaatstresstest worden gedaan; ▪ een risicodialoog worden gevoerd;

7 (26)

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

een uitvoeringsprogramma worden opgesteld; met de uitvoering van maatregelen worden gestart (bij voorkeur met meekoppelen); klimaatadaptatie worden geborgd in beleid en regelgeving; gekeken hoe bewoners en bedrijven worden gestimuleerd tot handelen op eigen terrein; de calamiteitenorganisatie voorbereid zijn op extremere weersomstandigheden.

Figuur 2 De 7 ambities die benoemd zijn in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie uit 2018

1.4.3 De Omgevingswet De Omgevingswet treedt volgens de huidige planning in 2022 in werking. De Omgevingswet integreert de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft twee doelen: 1. beschermen: het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; 2. benutten: de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. De planstructuur onder de Omgevingswet bestaat uit de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en Programma’s. Elke deelnemer van de Westelijke Mijnstreek moet deze plannen opstellen, elke partij volgt hierbij een eigen planning. Met het recente BRP+ klimaatstresstest, dit beleidsplan, het beheerplan en de projectenplannen en de kostendekkingplannen hebben we actuele gegevens en plannen. De bouwstenen voor de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma van de Omgevingswet liggen hiermee klaar. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 kijken we terug op de afgelopen periode. In hoofdstuk 3 geven we onze missie en visie voor de waterketen en klimaatadaptatie. In hoofdstuk 4 en 5 geven we hier verder invulling aan: het eerste hoofdstuk kent vooral het nieuwe beleid, het tweede hoofdstuk geeft aan welk beleid we voortzetten.

8 (26)

2

Terugblik op de afgelopen jaren

2.1

Wat hebben we gedaan?

Waterketen We overleggen regelmatig, delen ervaringen en bespreken waar we tegenaan lopen in ons werk met elkaar. Door de uitbreiding van de samenwerking met WML hebben we beter zicht op de belangen rondom drinkwater en nemen we dit mee in onze projecten. De afgelopen jaren zijn we als samenwerking in de Westelijke Mijnstreek onder andere bezig geweest met: • Gezamenlijk beheer van de vrijvervalriolen: reiniging, inspectie en relinen van vrijvervalriolen hebben we gezamenlijk op de markt gezet en is naar tevredenheid uitgevoerd; • Databeheer op orde: we hebben de databestanden van de gemeenten beoordeeld en bijgewerkt; • Een kader voor het aansluiten van hemelwater op riolering: we hebben gezamenlijk beschreven hoe we bij nieuwbouw omgaan met het hemelwater dat afstroomt van verharde oppervlakken; • Subsidieregeling afkoppelen: we hebben gezamenlijk een subsidieregeling voor het afkoppelen ingesteld; • Basisrioleringsplan + klimaatstresstest Westelijke Mijnstreek: we hebben een grote modelstudie gedaan naar het functioneren van de riolering en de gevolgen van klimaatverandering. In wisselende samenstelling hebben we ook vele andere zaken opgepakt. Zo hebben de gemeente Beek en het waterschap samengewerkt aan het bovengronds halen van de Keutelbeek. En werken WBL en de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein samen bij het gemalenbeheer.

Klimaatadaptatie We hebben de afgelopen periode in de Westelijke Mijnstreek de effecten van klimaatverandering ervaren. De zomers van 2018 en 2019 waren droog. In 2016, 2018, 2019 en 2020 zijn er hevige buien van 30 milimeter in één uur en meer gevallen. In de zomers van 2019 en 2020 was er sprake van een hittegolf. Om meer inzicht te krijgen hoe bestand we zijn tegen deze extreme weersomstandigheden hebben we de volgende onderzoeken uitgevoerd: • In kaart brengen verhard oppervlak: we hebben geïnventariseerd waar de verharde oppervlakken zijn; • Basisrioleringsplan + stresstest Westelijke Mijnstreek: we hebben met verschillende klimaatscenario’s bekeken en bepaald wat er nodig is om de overlast en schade te beperken. 2.2 Wat hebben we bereikt? Met de samenwerking hebben we veel nieuwe thema’s opgepakt, kennis gedeeld en soms ook capaciteit efficiënter in kunnen zetten. We hebben doelmatig gewerkt aan het beheer van de (afval)waterketen en de rioolheffing is in de meeste gemeenten lager dan was berekend. In bijlage 1 lichten we dit toe.

9 (26)

3

Gezamenlijke missie en visie voor de waterketen & klimaatadaptatie

Onze gezamenlijk missie en visie geven aan wat we willen bereiken op de lange termijn. We werken uit hoe we hier willen komen. De maatregelen en onderzoeken die we uitvoeren dragen bij om de gezamenlijke missie en visie te bereiken. Onze werkzaamheden zijn altijd in lijn met onze missie en visie. Missie We voeren de zorg voor de waterketen zo uit dat de volksgezondheid wordt beschermd, een goede leefomgeving wordt bevorderd en schade aan het milieu wordt voorkomen. We houden de kosten hiervoor zo laag mogelijk en werken samen. Iedere partij in de waterketen – ook de inwoner – heeft een eigen verantwoordelijkheid in de goede zorg voor de waterketen. We hebben dus een gedeelde verantwoordelijkheid. De uitdagingen die klimaatverandering ons biedt pakken we op met alle betrokken personen en organisaties. Door hier samen aan te werken kunnen we een gebalanceerd pakket van klimaatadaptatie bieden: meer bescherming waar dat mogelijk is, betere noodmaatregelen waar dat nodig is. Visie Er komt een duurzame waterketen. We zetten afvalwater om in schone grondstoffen, energie en schoon water. Terugwinnen en sluiten van de keten staan centraal. Hemelwater verwerken we zoveel mogelijk zichtbaar en bovengronds. Deze zichtbare en bovengrondse maatregelen dragen bij aan meerdere klimaateffecten, zoals bestrijding van de wateroverlast, hittestress en droogte.

Ook geven ze koppelkansen met onder meer de belevingswaarde, kwaliteit van de leefomgeving en gezondheid. En zo is te zien dat het water schoon is en is er meer ruimte om hemelwater vast te houden en te bergen. Grondwater is een bron voor drinkwater en moet daarom schoon en toegankelijk blijven. Bij grondwateroverlast (teveel of te weinig grondwater) kiezen we bij voorkeur voor een niet-technische oplossing, om zo het natuurlijke systeem zo min mogelijk te beïnvloeden . Waar het nodig en haalbaar is helpen we door daden, of door advies te geven over de aanpak van grondwaterproblemen. Zodra de particuliere en openbare ruimte klimaatadaptief is ingericht, is langdurige neerslag, hevige neerslag, langdurige hitte en langdurige droogte geen groot probleem meer. Daarom werken we op zoveel mogelijk plekken toe naar een klimaatadaptieve inrichting. Soms kan het toch misgaan, bijvoorbeeld op de meest kwetsbare locaties en bij het meest extreme weer. Dan staan we er klaar voor om de schade zoveel mogelijk te beperken en snel te verhelpen.

In de Westelijke Mijnstreek geven we samen invulling aan de wettelijk vastgelegde zorgplichten voor het inrichten van de waterketen. Daarnaast is een aantal ontwikkelingen waar we de waterketen zo goed als mogelijk op moeten aanpassen. Klimaatverandering zorgt ervoor dat het vaker en harder gaat regenen, warmer wordt en perioden van droogte vaker voor zullen komen. De waterketen draagt bij aan een goede leefomgeving, samenwerking met andere disciplines is hierin belangrijk. Daarom verbreden we onze blik en zoeken we verbinding. Hieruit zien we negen belangrijke thema’s in de waterketen: • Samenwerken: het huidige beleid willen we - in grote lijnen – continueren;

10 (26)

• • • • • • • •

Drinkwater: de huidige werkwijzen willen we vastleggen in het beleid; Stedelijk afvalwater: het huidige beleid willen we - in grote lijnen – continueren; Hemelwater: het huidige beleid willen we - in grote lijnen – continueren; Grondwater: het huidige beleid willen we - in grote lijnen – continueren; Zuiveren van afvalwater: het huidige beleid willen we - in grote lijnen – continueren; Oppervlaktewateren: het huidige beleid willen we - in grote lijnen – continueren; Klimaatverandering: hier willen we nieuw beleid voor opzetten; Integraal werken: hier willen we nieuw beleid voor opzetten.

De nieuwe thema’s lichten we uit in hoofdstuk 4, dit zijn klimaatverandering en integraal werken. In hoofdstuk 5 gaan we in op de thema’s waarin we het huidige beleid vooral voortzetten.

11 (26)

12 (26)

4

Nieuw: klimaatadaptatie en integraal werken

4.1 Een klimaatbestendige Westelijke Mijnstreek Door het veranderende klimaat zal ons leven en onze leefomgeving veranderen. Hier gaan we ons op aanpassen. Ambitie Een klimaatbestendige leefomgeving in 2050. Om dit te bereiken veranderen we ons eigen handelen als overheden. Ook zetten we in op een goede samenwerking met bewoners en bedrijven, om de ambitie samen te bereiken. Strategie We handelen in al onze projecten klimaatadaptief. Dat wil zeggen dat we bij aanpassingen van bestaand gebied en nieuwbouw rekening houden met hevige neerslag, droogte, hitte en overstromingen. Ook bereiden we onszelf, onze bewoners en onze bedrijven voor op extremere weersomstandigheden. KNMI-klimaatscenario’s, weersomstandigheden en andere kennis bepalen onze inzet hierop. Elke zes jaar herijken we onze aanpak. Om klimaatadaptief te worden zetten we in op een gebiedsgerichte aanpak, waarbij we een breed pakket aan maatregelen kunnen inzetten. We voeren zelf werkzaamheden uit en verwachten dat bewoners en bedrijven dit ook doen. Elke zes jaar monitoren we de voortgang. De taken benoemd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voeren we uit. •

• •

• • •

•

Uitwerking strategie klimaatadaptatie We handelen als partijen binnen de Westelijke Mijnstreek klimaatadaptief en dit verwachten we ook van bewoners en bedrijven. We bereiken dit met klimaatadaptief herinrichten, stimuleringsregelingen voor groene daken, communicatie over ontstening van tuinen en andere initiatieven die we de komende jaren oppakken en uitwerken. We gebruiken de ruimte slim en multifunctioneel wanneer we deze aanpassen op het veranderende klimaat. We passen meer groen toe en minder verharding. Dit zorgt ervoor dat water kan worden vastgehouden en brengt verkoeling. Met de BRP+ studie hebben we inzicht gekregen in hoe de huidige situatie bestand is tegen extreme weersomstandigheden. We doen elke 6 jaar een klimaatstresstest, op deze manier monitoren we of we ons doel van een klimaatadaptieve inrichting bereiken. Extreme weersomstandigheden kunnen altijd voorkomen. We bereiden ons hierop voor met een goed functionerende calamiteitenorganisatie. Er is vaak ruimte nodig voor klimaatadaptieve maatregelen. Door sommige gronden te reserveren houden we die ruimte vrij. Bijvoorbeeld groenstroken, grasveldjes en braakliggende terreinen kunnen hiervoor worden gebruikt.

Gebiedsgericht bepalen we wat er nodig is en we zetten hiervoor een breed pakket aan maatregelen in: maatregelen op collectieve schaal (zoals afkoppelen van hemelwater), maatregelen op lokale schaal (zoals schotten voor deuren), communicatie met bewoners en bedrijven (zoals www.waterklaar.nl) en/of het stimuleren van klimaatadaptieve aanpassingen op privaat terrein (zoals subsidieregelingen). Alle partijen in de samenwerking werken aan het bereiken van de klimaatbestendige leefomgeving. De ervaringen en kennis die er wordt opgedaan delen we.

13 (26)

4.1.1 Wateroverlast De strategie voor een klimaatbestendige leefomgeving hebben we verder uitgewerkt om aan te geven hoe we omgaan met wateroverlast (hiermee bedoelen we de gevolgen van uitzonderlijk veel neerslag in een beperkte tijd).

•

• •

•

•

• •

Uitwerking wateroverlast Om te bepalen waar we aan de slag gaan (en hoe we gebieden willen aanleggen) kijken we naar de gevolgen van wateroverlast: o Bij een beperkte bui willen we het water verwerken zonder dat er water op straat blijft staan. Steeds vaker richten we straten (en de leefomgeving) erop in dat het water er zonder problemen kan blijven staan, dan mag dat natuurlijk wel; o Bij een zware regenbui mag er water op straat (en in de leefomgeving) blijven staan. We zetten ons in om te voorkomen dat water uit de openbare ruimte afstroomt naar het laagste punt en dan in panden terechtkomen; o Bij een extreme bui willen we dat belangrijke verbindingen (bijvoorbeeld hoofdverkeeraders) beschikbaar blijven en belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld ziekenhuizen) toegankelijk blijven. Prioriteit geven we aan locaties waar overlast heeft plaatsgevonden, waar belangrijke gebouwen staan/ belangrijke functies zijn en waar gebiedsprocessen aanleiding geven om aan de slag te gaan. We kijken naar verschillende neerslaggebeurtenissen om te bepalen hoe we hemelwater verwerken. Bij het in kaart brengen van de huidige situatie kijken we naar de gevolgen van een bui T=25 (een zware bui) en T=100 (een extreme bui), zoals gebruikt door het waterschap Limburg (hiermee zorgen we voor een eenduidige werkwijze in de waterketen).

We streven ernaar om maatregelen op een T=25 bui te dimensioneren en indien doelmatig vergroten we dit tot een T=100 bui. Wateroverlast pakken we doelmatig aan, dit toetsen we door per maatregel te bepalen: o of de vermeden schade opweegt tegen de kosten van de maatregel; o of de maatregel aansluit bij het gebiedsproces, de verwachtingen vanuit het gebied en de bewoners/gebruikers van het gebied; o of het project past binnen het beschikbare budget. Uit de doelmatigheidstoetsing kan blijken dat panden kwetsbaar zijn en (deels) blijven door afstroming uit de openbare ruimte. Voor deze panden kijken we situationeel naar een oplossing. Als het mogelijk is om tegen beperkte kosten (niet meer dan de verwachte schade) meer waterberging te realiseren, dan doen we dat. Als dit niet mogelijk blijkt, dan kijken we naar lokale maatregelen om de kans op schade te verkleinen. Bij panden die kwetsbaar zijn voor wateroverlast door afstroming van het eigen perceel geven we uitleg over de aanpassingen die men kan doen om de kwetsbaarheid te verminderen. In onze incidentenplannen is beschreven wat we doen als er wateroverlast optreedt.

Bij het opstellen van de klimaatstresstesten hebben we gekeken naar de klimaateffecten wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Het veranderende klimaat heeft hier veel invloed op. Verharde oppervlakken, zoals daken, wegen en versteende tuinen, versterken de wateroverlast, hitte en droogte. Het verminderen van de mate van verharding is daarom een belangrijk onderdeel van de strategie om te komen tot klimaatbestendigheid: minder verharding en meer vergroening hebben een positief effect op de klimaatbestendigheid.

14 (26)

Tegelijkertijd weten we dat verhardingen functioneel zijn in stedelijk gebied en daarom niet altijd kunnen worden verwijderd of worden vergroend. Om toch het afstromend hemelwater aan te pakken is het afkoppelen van hemelwater gangbaar. Hierbij wordt hemelwater van verhardingen gescheiden gehouden van het stedelijk afvalwater en apart verwerkt. Bij voorkeur wordt het hemelwater dan via infiltratievoorzieningen verwerkt in de bodem, maar het kan ook tijdelijk worden opgeslagen om vervolgens vertraagd te worden afgevoerd om het stelsel minder te belasten tijdens een hevige regenbui. Tegenwoordig komen er steeds meer technieken en varianten op de markt, waarbij ook hitte en droogte worden aangepakt. Deze nieuwe technieken moeten nog worden verkend en verder geïmplementeerd worden in onze aanpak tot klimaatbestendigheid. Het gangbare afkoppelen van hemelwater hebben we als beleidsscenario doorgerekend. Als scenario hebben we gekeken wat er gebeurt als we 25% van alle verharding afkoppelen. Dit percentage komt onder andere van het waterschap, waar ze het als een ambitie zien om dit in 2050 te bereiken. Uit deze doorrekening blijkt dat er maar een beperkt effect is, zowel voor wateroverlast als voor droogte. Voor wateroverlast heeft het voor sommige gebieden wel een positief effect, maar als generieke maatregel voor de hele Westelijke Mijnstreek is het effect beperkt.

Ook voor droogte is het effect beperkt. In dit beleidsplan zijn we nog uitgegaan van uitvoering van het afkoppelen van 25% van de verharding. Dit doen we om gebiedsgericht uit te kunnen werken waar we het afkoppelen inzetten. Ook kunnen we het inzetten om anders om te gaan met hemelwater, of andere klimaatadaptieve maatregelen. Met de opgedane kennis en ervaring scherpen we de strategie in de volgende planperiode aan. 4.1.2 Hittestress De strategie voor een klimaatbestendige leefomgeving hebben we verder uitgewerkt om aan te geven hoe we omgaan met hittestress (hiermee bedoelen we de gevolgen van een periode met uitzonderlijk warm weer voor het functioneren van het lichaam en de natuur). •

•

•

•

Uitwerking hittestress Dat hitte gevolgen heeft voor ‘het normale leven’ accepteren we. We zetten in op bewustwording en indien nodig het aanpassen van het gedrag op de hete periode. We communiceren aan inwoners hoe ze om kunnen gaan met de hitte. Met tips en voorbeelden geven we aan hoe ze verkoeling kunnen zoeken. Voor de maatregelen die we treffen focussen we op risicogroepen (kwetsbare groepen) en risicogebieden (gebieden waar veel mensen buiten zijn op een warme dag). We richten ons op ouderen, kinderen, sportgebieden en winkelgebieden. Bij nieuwbouw willen we dat het meteen goed is. Er zijn veel maatregelen mogelijk en ze hebben vaak invloed op meerdere klimaateffecten. Zo kan het verwijderen van verharding en daarna vergroenen een positief effect hebben op wateroverlast, hittestress en droogte. We willen dit soort positieve maatregelen en kijken bijvoorbeeld naar: o extra bomen planten in de openbare ruimte. We zoeken uit wat geschikte locaties hiervoor zijn; o gevelgroen planten. We stimuleren de aanleg van gevelgroen; o verharding verwijderen. We onderzoeken of er overbodige verharding is die kan worden omgezet in groen; o minder verharding en lichtere kleuren materialen toepassen. In een hittestressplan werken we dit verder uit.

15 (26)

4.1.3 Droogte De strategie voor een klimaatbestendige leefomgeving hebben we verder uitgewerkt om aan te geven hoe we omgaan met droogte (hiermee bedoelen de we gevolgen van een periode met uitzonderlijk weinig neerslag en/of een hoge verdamping voor het functioneren van het milieu). • • •

Uitwerking droogte Door vaker water te infiltreren houden we water vast in de bodem. Dit doen we op de plekken waar de bodemsoort hiervoor geschikt is en waar het nuttig is om grondwaterstanden aan te vullen. Kwetsbaar groen geven we extra water tijdens warme periodes. Het te planten groen stemmen we af op de grondwaterstand en kans op droogte.

4.1.4 Gevolgen van overstromingen De strategie voor een klimaatbestendige leefomgeving hebben we verder uitgewerkt om aan te geven hoe we omgaan met de gevolgen van overstromingen (hiermee bedoelen we de gevolgen van het buiten de oevers treden van de Maas of het Julianakanaal). •

•

Uitwerking gevolgen van overstromingen Delen van de gemeenten Sittard-Geleen en Stein zijn kwetsbaar voor overstromingen van de Maas. Met de dijkversterkingen die nu worden uitgevoerd en die nog gepland staan is de kans op een overstroming klein. We werken mee aan de benodigde werkzaamheden. We zorgen ervoor dat als er een overstroming voorkomt, deze dan voor zo min mogelijk slachtoffers zorgt door: o ervoor te zorgen dat de calamiteitenorganisatie goed blijft functioneren; o bij werkzaamheden aan gebouwen en infrastructuur die een belangrijke rol vervullen in de Westelijke Mijnstreek analyseren we of extra aanpassingen nodig zijn om de gevolgen van een overstroming aan te kunnen.

4.2 Integraal werken Overheden staan voor vele transities en uitdagingen, zoals klimaatadaptatie, de energietransitie en de introductie van de circulaire economie. Ook is er op sommige plekken een woningtekort, terwijl op andere plekken krimp wordt verwacht. Om hier integraal aan te werken wordt met de invoering van de Omgevingswet een meer gebiedsgerichte aanpak uitgerold. Werkzaamheden kunnen hiermee beter integraal worden opgepakt. We verwachten dat we alleen door integraal te werken een toekomstbestendige leefomgeving kunnen creëren Ambitie Slim en doelmatig samenwerken aan een toekomstbestendige leefomgeving. Om dit te bereiken gaan we de aanpak van transities en uitdagingen meer samenbrengen en zorgen we ervoor dat werkzaamheden goed op andere plannen zijn afgestemd.

16 (26)

Strategie De raakvlakken en samenhang tussen transities en uitdagingen verkennen we. Vanuit onze eigen opgaven bekijken we waarmee we samen willen werken, om tot een beter resultaat te komen. Ook werken we integraal in de uitvoering van werkzaamheden. Door werkzaamheden af te stemmen en zoveel mogelijk gezamenlijk uit te voeren, komen we tot een integrale aanpak. Als het nodig is verschuiven we onze werkzaamheden naar een ander moment, om tot een integrale aanpak te komen. Bij het slim en doelmatig samenwerken hoort ook dat we zoeken naar innovaties en steeds meer gebruik maken van data en digitale technologie. Om integraal te werken kijken we naar de afstemming tussen opgaves en naar de samenwerking in de uitvoering van werkzaamheden. • •

• • •

•

Uitwerking Regionale opgaves brengen we met onze partners in beeld. We beoordelen of deze samenhang hebben met ‘onze’ opgaves die gaan over water en klimaatadaptatie. Als dat zo is, dan zoeken we afstemming in aanpak en gewenste maatregelen. We hebben vanuit water een duidelijke planning van onze werkzaamheden en leggen dit vast in onze projectenplannen. Voor de korte termijn, 6 jaar, zijn de concrete projecten die uitgevoerd gaan worden duidelijk. Voor de lange termijn hebben we strategisch in beeld welke werkzaamheden we in welk jaar verwachten. Dit delen we met onze interne collega’s van andere vakgebieden en met andere organisaties binnen de Westelijke Mijnstreek. Soms zal het nodig zijn om onze investeringen eerder uit te voeren om aan te sluiten bij de andere werkzaamheden in een gebied. Dit moet echter wel binnen een redelijke termijn, zodat het aansluit bij het doelmatige beheer dat we nastreven. De extra complexiteit kan zorgen voor hogere kosten, als er in een beperkte ruimte veel opgaves moeten worden ingevuld. Vanuit de waterketen dragen we bij voor het deel dat past bij onze taken. In het samenwerkingsverband hebben we onze data op orde gebracht, waarmee het mogelijk werd een integraal rekenmodel te ontwikkelen. Dit model willen we beheren en actueel houden. Daarnaast werken we een data- en meetstrategie verder uit.

Klimaatadaptatie is één van de leidende principes bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Met de uitkomsten van het BRP+ is er veel informatie beschikbaar over locaties waar knelpunten en kansen zijn. Dit zal worden gebruikt bij het opstellen van de Omgevingsvisies.

17 (26)

18 (26)

5

Actualisatie van het beleid voor de waterketen

5.1 Samenwerken voor een beter resultaat We werken samen om de doelmatigheid van de waterketen te vergroten. Samen zoeken we naar verbeteringen binnen de waterketen. Ambitie Door samen te werken geven we invulling aan de doelen uit het bestuursakkoord water. Dit betekent dat we de kwetsbaarheid in de waterketen verminderen, de kwaliteit verhogen en de kosten zo laag mogelijk houden. Als samenstel van verschillende organisaties zorgen we voor een doelmatiger functionerende waterketen. We nemen beslissingen die rekening houden met de gehele waterketen, ook als deze beslissingen niet direct gunstig zijn voor onze eigen organisatie. Zo besturen wij gezamenlijk de waterketen zo doelmatig mogelijk. Om dit te bereiken zetten we in op een zoveel mogelijk beschouwen van de waterketen in de Westelijke Mijnstreek als één areaal, waarbij het belang van de waterketen voorop staat en daarna wordt gekeken welke organisaties hieraan werken. Strategie Waar mogelijk en nuttig beschouwen we de waterketen in de Westelijke Mijnstreek als één areaal, als we hiermee schaalvoordelen en daarmee specialisatie en/of kostenbesparing kunnen bereiken. Door het openlijk uitwisselen van kennis en informatie is iedereen op de hoogte van wat er speelt. Hiervoor blijven we werken aan de kwaliteit, kwetsbaarheid en kosten.

Nieuwe vraagstukken pakken we gezamenlijk op om goed gebruik te kunnen maken van elkaars kennis en kunde. • • • • •

Uitwerking We werken voor regionale vraagstukken samen binnen de regio Westelijke Mijnstreek. Ook nieuwe ontwikkelingen en vraagstukken, zoals klimaatverandering en integraal werken, pakken we gezamenlijk op. We verbeteren de kwaliteit: deskundigheid is benodigd voor de uitvoering van de watertaken, door de gezamenlijke aanpak ontwikkelen we dit (verder) en waarborgen we het structureel. De kwetsbaarheid verminderen we. De (lokale) kennis borgen we breder door een gezamenlijke aanpak van de (afval)watertaken, zoals bij het gezamenlijk beheer en onderhoud van vrijvervalriolen. Kostentoename beperken we, door onze werkzaamheden doelmatig en tegen de laagst maatschappelijke kosten uit te voeren. Het vraagstuk bepaalt welke partijen moeten worden betrokken en op welke schaalgrootte het wordt bekeken. Het is mogelijk dat individuele deelnemers van de regio Westelijke Mijnstreek zich soms aansluiten bij andere partijen.

5.2 Een goede drinkwatervoorziening Alle inwoners moeten toegang hebben tot voldoende en veilig drinkwater. Als gemeenten werken we hieraan mee. Ambitie Iedereen toegang bieden tot voldoende en veilig drinkwater, zoals de wet van ons vraagt.

19 (26)

Om dit te bereiken zetten we ons in om drinkwaterbronnen beschikbaar te houden en iedereen toegang te geven tot het drinkwaternet. Strategie Als gemeenten werken we eraan mee dat drinkwaterbronnen van goede kwaliteit blijven en voldoende gevuld zijn. We stemmen werkzaamheden aan leidingnetten op elkaar af. Als het kan, dan infiltreren we hemelwater in de bodem om zo de grondwaterstanden aan te vullen. En we nemen voorzorgsmaatregelen in drinkwaterwingebieden om de grondwaterkwaliteit te beschermen. • • •

•

Uitwerking Alleen schoon water mag infiltreren in de bodem. Afhankelijk van de te verwachten vervuiling worden er meer zuiveringsstappen gebouwd voordat het water infiltreert. Zoveel mogelijk hemelwater infiltreren we in de bodem. Met de lössgronden die in een groot deel van de Westelijke Mijnstreek voorkomen is dit lastig, want water infiltreert niet goed. Rondom drinkwaterwingebieden nemen we extra maatregelen om vervuiling te voorkomen. Voor de maatregelen volgen we de provinciale regelgeving, letten extra op als we zelf werkzaamheden uitvoeren en waarschuwen anderen als zij werkzaamheden uitvoeren in dit gebied. Alleen aan de noordkant van de gemeente Sittard-Geleen ligt zo’n gebied (verschillende drinkwaterwinningen in de Roerdalslenk). Bij werkzaamheden aan leidingnetten zoeken we samenwerking. Waar mogelijk combineren we werkzaamheden als we hiermee kosten besparen en/of overlast verminderen.

5.3 Stedelijk afvalwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI Stedelijk afvalwater zamelen we in en transporteren we naar de rioolwaterzuiveringen. Ambitie Stedelijk afvalwater zamelen we in om de volksgezondheid te beschermen. Dit doen we adequaat en efficiënt, zodat het tegen zo laag mogelijke kosten gebeurt en naar onze wensen functioneert. Om dit te bereiken zetten we in op goed beheer van het areaal, door alles als één areaal beschouwen en te redeneren wat er nodig is om dit goed te laten functioneren. Strategie Het beheer van het rioolstelsel in de regio pakken we samen aan vanuit de gedachte van één gezamenlijk areaal. Werkzaamheden voeren we zoveel mogelijk gezamenlijk uit. De kennis en ervaringen in de regio gebruiken we om lokale keuzes goed te onderbouwen.

20 (26)

Onderhoud voeren we zoveel mogelijk gezamenlijk uit, waarbij we wel kijken wat er per gebeid nodig is. We proberen om zoveel mogelijk voordeel uit het afvalwater te halen: grondstoffen, energie en herbruikbaar water. En we proberen om de invloed van riooloverstortingen op het oppervlaktewater te beperken. • •

• •

• •

• •

Uitwerking Stedelijk afvalwater zien we als potentiële bron van nuttige grondstoffen, energie en herbruikbaar water. Periodiek wegen we regionaal af hoe we hier invulling aan geven. Binnen de samenwerking in de Westelijke Mijnstreek volgen wij de ontwikkelingen op het gebied van nieuwe schadelijke stoffen in afvalwater. Indien een kans zich voordoet om beter om te gaan met deze stoffen, zullen wij het gezamenlijk oppakken. Om de benodigde capaciteit van de afvalwaterketen te kunnen bepalen informeren we elkaar actief over demografische ontwikkelingen. Dit doen in periodieke overleggen tussen de gemeenten en het waterschap. De kwaliteit van het oppervlaktewater zien we als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Bij het toetsen van lozingen staat de draagkracht van het ontvangende water centraal, we leveren samen maatwerk per overstort. Bij het beoordelen van de emissie uit de afvalwaterketen houden we ook rekening met andere bronnen van vervuiling. We houden toezicht en handhaven als het nodig is voor een veilige en gezonde leefomgeving. Samen met de RUD Zuid-Limburg stellen we een strategie vast voor de waterketen. Relinen van vrijvervalriolen is een volwaardig alternatief voor vervangen. We kijken per locatie of we vervangen of relinen.

Hierbij houden we rekening met andere werkzaamheden die worden uitgevoerd: als er gelijktijdig meerdere werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, dan kiezen we voor het vervangen van de vrijvervalriolen. We differentiëren in de onderhoudsaanpak. Dit betekent dat we goed kijken naar het onderhoud dat op een bepaalde locatie nodig is en niet meer overal dezelfde onderhoudsaanpak toepassen. We stimuleren circulariteit in de waterketen. Wanneer mogelijk maken we gebruik van hergebruikte en herbruikbare materialen en zorgen we dat onze afvalstoffen hergebruikt

5.4 Hemelwater inzamelen en verwerken De zorgplicht voor hemelwater verplicht gemeenten om het hemelwater van perceeleigenaren in te zamelen als de perceeleigenaren dat niet zelf kunnen verwerken. Het overtollige hemelwater moet vervolgens samen met het hemelwater van de openbare ruimte doelmatig worden ingezameld en verwerkt. Ons ambitie hierbij staat hieronder. Ambitie Op een zoveel mogelijk doelmatige en duurzame wijze omgaan met en verwerken van hemelwater. Om dit te bereiken zetten we ons in om hemelwater zoveel mogelijk bovengronds te houden, schoon te houden en af te voeren naar geschikte plekken. Dit doen we samen met bewoners en bedrijven.

21 (26)

Strategie Hemelwater verwerken we bij voorkeur bovengronds, wel gaat het nu nog vaak het riool in. Het hemelwater houden we zo schoon mogelijk. Bewoners en bedrijven verwerken het hemelwater zelf, als dit voor hen mogelijk is om zelf te doen. Het goed verwerken van hemelwater is een belangrijke opgave, die zichtbaar is in de leefomgeving. We hebben daarom uitgangspunten opgesteld die aangeven hoe we dit in de praktijk willen brengen. Het afkoppelen van hemelwater is hierin een belangrijk aandachtspunt. Dit doen we om hemelwater zoveel mogelijk daar te houden waar het valt (wat wateroverlast voorkomt en droogte tegengaat) en om het schonere hemelwater niet te mengen met het huishoudelijke afvalwater. Afkoppelen is echter op veel plekken niet goed mogelijk, doordat er ruimte voor nodig is in de ondergrond en bovengrond en die ruimte vaak niet of slecht beschikbaar is. Ook gaat het niet goed samen met het relinen van vrijvervalriolen, want bij het relinen zijn geen graafwerkzaamheden nodig. En afkoppelen kan bijdragen aan diffuse vervuiling van de bodem en het grondwater, als hemelwater wordt afgekoppeld dat afstroomt van vervuilde oppervlakken. Hier houden we rekening mee bij de selectie van afkoppelgebieden. Vanwege het integraal werken voeren we afkoppelprojecten altijd samen uit met andere projecten in de openbare ruimte, daarom nemen we hier lang de tijd voor.

Waar we afkoppelen bepalen we door per gebied te bepalen of afkoppelen een meerwaarde heeft op 1) het voorkomen van wateroverlast, 2) het tegengaan van riooloverstortingen, 3) het tegengaan van droogte en 4) het functioneren van het transportstelsel en de RWZI. Uit de BRP+ studie blijkt dat een generiek afkoppelbeleid niet tot significante reductie van problemen leidt, maar wel tot een forse stijging van maatschappelijke kosten. De komende periode onderzoeken we hoe dit een plek krijgt in nieuw beleid. Nieuwe verharde oppervlakken sluiten we niet aan op het gemengde riool. Uitwerking (1/2)

• We hanteren de trits vasthouden – bergen – afvoeren. Dit betekent dat we eerst proberen om hemelwater tijdelijk vast te houden op de plek waar het is gevallen, vervolgens proberen we het hemelwater te bergen op een plek waar het geen overlast geeft en daarna proberen we het hemelwater zo af te voeren dat het geen problemen geeft. We hanteren ook de trits schoonhouden – scheiden – zuiveren. Dit betekent dat we ten eerste proberen om schoon hemelwater niet vervuild te laten worden, ten tweede proberen we om het schone hemelwater gescheiden af te voeren en ten derde proberen we om het water dat vervuilt is geraakt te zuiveren. • We kijken bovengronds naar manieren om hemelwater op te vangen en af te voeren, bijvoorbeeld door het inpassen van waterpartijen in de openbare ruimte. Als aanvullende mogelijkheid gebruiken we het maaiveld om hemelwater af te voeren en/of tijdelijk te bergen op de piekmomenten van hevige buien. Hiervoor zijn soms aanpassingen aan groen en wegen nodig. • Alle riolen, watergangen en andere onderdelen van de waterketen moeten voldoende capaciteit krijgen. In sommige gebieden zal dit makkelijker zijn dan in andere, bijvoorbeeld doordat er veel water uit het omliggen gebied naartoe afstroomt. Met de risicodialogen gaan we kijken wat er in elk gebied mogelijk is.

• We willen dat bewoners en bedrijven hemelwater in principe zelf verwerken op eigen perceel, zoals ook in de Waterwet staat aangegeven. Pas als ze dit niet kunnen mogen ze het afvoeren naar een gemeentelijke voorziening. Bij bestaande bouw starten we daarom een campagne die bewoners informeert en stimuleert om verharding om te zetten in groen. Bij nieuwbouw leggen we als verplichting op dat de capaciteitseisen op eigen terrein moeten worden ingevuld.

22 (26)

•

•

•

• • •

• • •

Uitwerking (2/2) Bij nieuwbouw wordt hemel- en grondwater door de particulier op eigen terrein verwerkt of gebufferd. Alleen als aantoonbaar is gemaakt dat het niet mogelijk is deze verwerking tot stand te brengen mag van dit uitgangspunt afgeweken worden. Door toezicht te houden en te registreren houden we zicht op wat er gebeurt. Alle riolen, watergangen en andere onderdelen van de waterketen moeten voldoende capaciteit krijgen. Voorlopig hanteren we hiervoor: o Bestaande rioolstelsel zijn vaak gedimensioneerd op bui 08 (20 mm in 1 uur). In de basis geldt dat elk nieuw rioolstelsel wordt aangelegd en getoetst op bui 09 (29 mm in 1 uur) uit de Kennisbank Stedelijk Water. Bij nieuwbouw en rioolvervanging leggen we het rioolstelsel hierop aan; o Bij nieuwbouw sluiten we aan op de vereisten in de Keur van het waterschap Limburg. Hierin staat dat bij vergunningsplichtige lozingen op een oppervlaktewater een dynamische berging van minimaal 80mm/2 uur moet worden aangelegd. Dit betekent dat: ▪ grote ontwikkelingen die onder de Keur vallen moeten voldoen aan de 80mm/2 uur die in de Keur staan genoemd; ▪ kleine ontwikkelingen en aanpassingen aan de openbare ruimte moeten streven om aan de 80mm/2 uur te voldoen.

In bestaand bebouwd gebied is dit vaak lastig, daarom hanteren we hiervoor een ondergrens van 35mm/uur en het streven om een zo groot mogelijk deel van de 80mm/2 uur op een doelmatige manier te bereiken. Hierbij moeten de voorzieningen binnen 24 uur leeg zijn. We proberen afstroming uit landelijk gebied tegen te gaan. Samen met de landbouw, gaan we als gemeenten en waterschap zoeken naar mogelijkheden om water vast te houden op akkers, water op te vangen rondom het stedelijk gebied, water beter te transporteren door het stedelijk gebied en overlastgevoelige panden beter te beschermen. Binnen ‘water in balans’ worden hierover afspraken gemaakt met alle betrokken partijen. Als Westelijke Mijnstreek doen we hieraan mee. Als wij vanuit doelmatigheid geen kansen zien om een gebied beter te beschermen tegen wateroverlast, dan informeren we de bewoners en bedrijven in dat gebied over de mogelijkheden die zij hebben om water in panden tegen te gaan. We gaan hemelwater op goed gekozen locaties ontvlechten van het gemengde rioolstelsel in combinatie met ingrepen in de openbare ruimte. We koppelen op een zichtbare en herkenbare manier af en focussen op de voorkant van panden. We proberen om binnen een gebied zoveel mogelijk dezelfde manier van afkoppelen toe te passen. We willen voorkomen dat door afkoppelen de bodem en het grondwater vervuilt.

Daarom dragen we bij aan onderzoek naar diffuse vervuilingsbronnen en koppelen we alleen af waar dit niet tot negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de bodem en het grondwater leidt. We vergroten de huidige rioolbuizen indien geen andere oplossing mogelijk is. We werken bij renovatie en reconstructie van de openbare ruimte mee met andere vakgebieden aan het opstellen van een integraal plan voor het gehele gebied. We stimuleren afkoppelen op particulier grondgebied door communicatie, voorlichting en mogelijk met een afkoppelsubsidie. We onderzoeken mogelijke vormen van dwang om bij bestaande bebouwing hemelwater beter te kunnen verwerken. Mogelijk wordt op termijn een verplichtende vorm gekozen, als we per gebied kunnen aangeven waarom het belangrijk is dat men het eigen hemelwater verwerkt en dit een doelmatiger oplossing is dan het collectief verwerken van hemelwater. Tot we zo ver zijn houden we het stimuleren in stand.

23 (26)

5.5 Duurzaam omgaan met grondwater De zorgplicht voor grondwater verplicht gemeenten om maatregelen te treffen in het openbaar gebied, als grondwaterstanden ervoor zorgen dat er ’structureel nadelige gevolgen’ zijn om de grond te gebruiken op de manier die ervoor bestemd is, de maatregelen ’doelmatig’ zijn en dit niet tot de taak van de perceeleigenaar, provincie of andere partij behoort. Ambitie Op een zoveel mogelijk doelmatige en duurzame manier omgaan met grondwater. We streven naar voldoende grondwater om droogte tegen te gaan en drinkwatervoorraden te hebben. De hoeveelheid grondwater mag geen problemen geven. Ook moet de kwaliteit van het grondwater goed zijn. Om dit te bereiken proberen we schoon hemelwater vaker te infiltreren in de bodem. Ook zetten we in op het beperken van grondwateroverlast, door er op voorhand goed rekening mee te houden. Strategie Hemelwater infiltreren we in de bodem, als het schoon is en de locatie geschikt is om het water te infitlreren. We beperken de kans op grondwateroverlast bij nieuwbouw door toetsing op de risico’s in het bestemmingsplanproces. En we vervullen de regisseursrol op locaties waar nu al problemen worden ervaren. Hierbij geven we op basis van de wetgeving nadrukkelijk een rol aan de perceeleigenaar. Binnen de zorgplicht is ruimte om als gemeente te definiëren wat structurele grondwateroverlast en doelmatige maatregelen zijn.

Bij structurele grondwateroverlast heeft de gemeente een regierol te verrichten. Indien geen andere partij maatregelen hoeft te treffen om de grondwaterproblemen te verhelpen, dan dient de gemeente dit te doen zolang dit op een doelmatige manier mogelijk is. Wij geven als Westelijke Mijnstreek zelf aan wat wij zien als structurele grondwateroverlast en doelmatige maatregelen. Onze definitie van structurele grondwateroverlast Overlast die gedurende een aaneengesloten periode langer dan drie maanden per jaar optreedt en die tot economische schade en/of schade aan de volksgezondheid leidt. In de prioritering van onderzoek en maatregelen kijken we ook naar het oppervlak dat overlast ondervindt. De overlast wordt veroorzaakt door het grondwaterpeil en is onafhankelijk van extreme neerslag en hoge waterstanden in de Maas en in de beken. Grondwateroverlast in gebruiksruimtes valt niet onder de gemeentelijke regietaak. Vanuit het bouwbesluit heeft de eigenaar de verplichting om deze ruimtes zelf waterdicht te maken. Onze definitie van doelmatige maatregelen Doelmatige maatregelen zijn aanpassingen van de bestaande situatie die qua kosten en overlast voor de omgeving in verhouding staan tot de baten van degenen die structurele overlast ervaren en andere belangen (bijvoorbeeld verdroging, ecologische doelstellingen etc.).

De perceeleigenaar heeft altijd een eigen verantwoordelijkheid in het nemen van maatregelen, daarom wordt altijd eerst beoordeeld of deze niet in staat is om maatregelen te treffen. Vanuit deze verantwoordelijkheid vindt de gemeente het redelijk als degenen die baat hebben meewerken aan het bereiken van het gewenste resultaat (bijvoorbeeld door op eigen terrein aanpassingen te doen). Het kan ook voorkomen dat de gemeente enkel voorziet in een mogelijkheid om overtollig grondwater af te voeren.

24 (26)

• •

•

•

•

Uitwerking Waar mogelijk infiltreren we hemelwater in de bodem. Het water moet hiervoor wel schoon zijn, de locatie moet geschikt zijn om water te infiltreren en het moet doelmatig kunnen worden uitgevoerd. We nemen bij meldingen van grondwateroverlast altijd de regierol op ons: we registreren de melding en helpen om tot een oplossing te komen. Dit betekent nog niet dat wij maatregelen treffen om grondwateroverlast te voorkomen of te beperken. We houden – in lijn met de wet – rekening met de uitzonderingssituaties, waarbij de gemeente niet direct een rol speelt. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als er grondwateroverlast is in een gebruiksruimte van een pand, want vanuit het bouwbesluit heeft de eigenaar van het pand de plicht om alle gebruiksruimtes waterdicht te maken. We kijken ook naar andere partijen die invloed hebben op de grondwaterstanden en -kwaliteit. Zo kan grondwateroverlast worden veroorzaakt door hoge standen in het oppervlaktewater, bijvoorbeeld in de Maas of in beken. Dit is een zaak voor de beheerder van het oppervlaktewater en de gemeente dient slechts te verwijzen naar juiste instantie. Ook de provincie heeft een rol, omdat zij de kaders stelt voor het bet beheer van de kwaliteit en capaciteit van het grondwater. We beschermen waar mogelijk en doelmatig de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater.

Hiervoor brengen we de risico’s in beeld en beoordelen wat passende maatregelen zijn.

5.6 Afvalwater zuiveren Met het zuiveren van afvalwater wordt het milieu beschermd en worden de gevolgen beperkt van het afvalwater voor de leefomgeving. Er zijn 3 rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) waar ons afvalwater heengaat, de RWZI’s Hoensbroek (in Heerlen), Stein (in Stein) en Susteren (in Echt-Susteren). Ook wordt er afvalwater gezuiverd in individuele behandelingen voor afvalwater (IBA’s). Er zijn 51 IBA’s in de Westelijke Mijnstreek en deze liggen in de gemeenten Sittard-Geleen en Stein. Ambitie Als gemeenten hebben we er belang bij dat het afvalwater wordt gezuiverd, zodat de lozing van het afvalwater minimale gevolgen heeft voor het milieu en de leefomgeving. Voor de werking van de IBA’s werken we zelf aan een goede zuivering, voor de werking van de RWZI dragen we hieraan bij. Om dit te bereiken zetten we in op het voldoende zuiveren van afvalwater. Strategie We overleggen met het waterschapsbedrijf over de hoeveelheid en kwaliteit van het aangeleverde afvalwater, met als doel de RWZI goed te laten functioneren. IBA’s worden goed onderhouden om een goed zuiveringsrendement te bereiken. Met een goede afstemming over de toevoer van afvalwater dragen we bij aan goed functionerende RWZI’s. Ook werken we samen met het waterschap om lozingen op het riool te controleren.

25 (26)

• •

•

Uitwerking Als Westelijke Mijnstreek kijken we naar vervuilingsbronnen van het water en bepalen we waar het beste maatregelen kunnen worden getroffen. De RWZI’s en IBA’s nemen we mee in de beschouwing. Gemeenten en waterschap maken plannen voor de toevoer van afvalwater naar de RWZI’s. Hierbij houden we rekening met de kwantiteit en kwaliteit van het afvalwater. Bij het bepalen van de kwantiteit houden we rekening met het huidige stelsel, nieuwbouwplannen en prognoses voor de bevolkingsgroep en -krimp in de regio. Bij het bepalen van de kwaliteit houden we rekening met afkoppelprojecten, zodat er uiteindelijk een meer geconcentreerde stroom afvalwater aankomt op de RWZI’s. Het toezicht op lozingen op het riool organiseren we gezamenlijk, omdat dit water uiteindelijk aankomt bij de RWZI en daar kan zorgen voor een slechter zuiveringsproces.

5.7 Oppervlaktewateren van goede kwaliteit en met een goede capaciteit Door de Westelijke Mijnstreek lopen belangrijke beken als de Geleenbeek, Vloedgraaf, Rode Beek, Keutelbeek, Ur en Kakkert, de rivier de Maas, het Julianakanaal en vele kleinere beken, vijvers en sloten. Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat, gemeenten en particulieren beheren deze oppervlaktewateren. Ambitie Als gemeenten hebben we belang bij oppervlaktewateren met voldoende capaciteit en een goede waterkwaliteit. Waar mogelijk en nodig dragen we eraan bij om dit te bereiken. Om dit te bereiken hebben we een strategie geformuleerd. Hiermee geven we aandacht aan de capaciteit en waterkwaliteit van de oppervlaktewateren. Strategie Met de partners in de Westelijke Mijnstreek beoordelen we of oppervlaktewateren voldoen aan onze vereisten en verwachtingen. Vervuiling van de wateren proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. Afstroming van vervuilde oppervlakken proberen we tegen te gaan. En we kijken samen met het waterschap naar de capaciteit en kwaliteit van oppervlaktewateren. •

• •

Uitwerking Als partners binnen de Westelijke Mijnstreek bepalen we welke capaciteit er nodig is in de oppervlaktewateren. Het Provinciaal Waterplan en het waterschapsbeleid geven hier een basis voor, vervolgens kijken we per oppervlaktewater wat er nodig is. We voorkomen de oppervlakkige afstroming van vervuiling naar de oppervlaktewateren. Op een doelmatige manier voorkomen we de vervuiling van oppervlaktewateren door riooloverstortingen. Per locatie bepalen we op basis van de vuiluitworp en de ecologische gevolgen van de vuiluitworp welke aanpassingen er nodig zijn.

26 (26)

27 (26)

Bijlage 1

Naslagwerk strategievorming

Bij het opstellen van de strategie zijn we uitgegaan van het aflopende beleidsplan en hebben we met behulp van verschillende workshops opgehaald welke ontwikkelingen en wijzigingen er zijn.

1. Het belang van samenwerken Terugblik samenwerken Er is tevredenheid over de samenwerking in de waterketen: grote projecten zijn uitgevoerd, nuttige informatie is gedeeld en op persoonsniveau weet iedereen elkaar te vinden. Doelmatigheid waterketen De doelmatigheid van de waterketen blijft belangrijk. Voorheen gebeurde dit vanuit de doelstelling tot kosten besparing in het Bestuursakkoord Water uit 2011, maar het bestuursakkoord gaf een doorkijk tot 2020 en is daarmee niet langer relevant. We vinden het echter belangrijk om doelmatigheid altijd mee te nemen in onze besluiten, omdat we alle uitgaven goed willen onderbouwen en zeker willen zijn dat er geen doelmatiger alternatief is. Wel merken we dat er steeds meer opgaven bij zijn gekomen, zoals klimaatadaptatie en een grotere betrokkenheid van de bewoners en bedrijven. Hierdoor stijgen uiteraard de uitgaven. Een vast besparingspercentage kunnen we hiermee niet toezeggen. Aan de andere kant zorgen innovaties en nieuwe technieken ervoor dat een deel van onze werkzaamheden goedkoper wordt. Relinen in plaats van vervangen is hier een voorbeeld van. Ook kan het gezamenlijk oppakken van werkzaamheden kosten besparen, omdat bijvoorbeeld de weg maar één keer open hoeft. Verbeteren kwaliteit De laatste jaren is de kwaliteit van de waterketen verbeterd door samen te werken.

Wij waarborgen de deskundigheid benodigd voor de uitvoering van de watertaken door sectoraal in de regio de gezamenlijke aanpak (verder) te ontwikkelen en deze structureel te borgen. Alle betrokken personen zitten regelmatig bij elkaar en bespreken dan de relevante zaken. We waarborgen ook de integraliteit van de leefomgeving door samen te werken met andere vakgebieden, dit gebeurt binnen de eigen organisaties. Zo borgen we een goede kwaliteit van de leefomgeving. Kwetsbaarheid verminderen De kwetsbaarheid is de laatste jaren beperkt verminderd. Het aantal personen dat werkzaam is aan de watertaken is gelijk gebleven, wel is er meer samenwerking en daardoor kunnen we vaker op elkaar terugvallen. Echter, dit is vooral een efficiënte herschikking van werkzaamheden en niet een toevoeging van capaciteit. De kwetsbaarheid blijft daarom belangrijk en binnen de samenwerking blijven we proberen om de kwetsbaarheid te verminderen. Samenwerking op het gebied van financiën De gemeentelijke watertaken bekostigen we, op basis van de Gemeentewet (art. 228a) vanuit de rioolheffing. De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing De enige wettelijke begrenzing is dat het gaat om het verhalen van kosten specifiek voor de drie genoemde watertaken, met een maximum van 100% van de kosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=d15b4fb2-38fd-4813-9ed1-3e7a262ac9bc