CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Beleidsplan water en klimaatadaptatie WM 2022-2027.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 22 juli 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling water en klimaatadaptatieplannen13.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De kosten van de zuivering worden bekostigd uit de zuiveringsheffing op grond van de Waterschapswet artikel 122d. De heffingsmaatstaf is de vervuilingswaarde van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd. Deze heffing geldt voor het hele waterschapsgebied en is niet gedifferentieerd per zuivering. De kosten van het drinkwater worden betaald per m3 afgenomen drinkwater. WML berekent jaarlijks wat hiervoor de juiste prijs is, waarbij ze de geldende regels en wetten volgen voor de toerekening van kosten. Het financiële beleid verschilt per organisatie. Politieke keuzes, vertaling naar kosten boekhoudsystemen en werkwijzen uitgaven kosten dekking kunnen verschillen verklaren. Het heeft echter als gevolg dat een goede financiële vergelijking moeilijk is. De afgelopen jare hebben we geprobeerd om de vergelijkbaarheid te vergroten, maar dit bleek lastig door de samenhang met de financiën van andere onderdelen binnen de organisatie. We zetten daarom de komende tijd niet meer in op het vergroten van de vergelijkbaarheid, wel proberen we om zicht te houden op de verschillen. Schaalgrootte van de samenwerking De afvalwaterketen houdt zicht niet aan organisatorische grenzen.

Dit komt op vele manieren terug: zo stroomt water letterlijk over gemeentegrenzen en waterschapsgrenzen, komen zuiveringskringen niet overeen met gemeentegrenzen of regiogrenzen en lozen inwoners van de ene gemeente soms hun afvalwater op het rioolstelsel van de buurgemeente. Bij elk vraagstuk moeten hierdoor andere partijen worden betrokken, elk vraagstuk kent zijn eigen schaalgrootte. De regionale samenwerking geeft de mogelijkheid om regionale vraagstukken gezamenlijk op te pakken. Wij merken dat er vooral op deze schaalgrootte veel vraagstukken spelen en vinden dat de regionale samenwerking hierdoor een grote meerwaarde kent. Bij vraagstukken die een andere schaalgrootte kennen horen logischerwijs andere partijen. We gaan de komende jaren daarom vaker wisselende coalities aan, als het vraagstuk daarom vraagt. De samenwerking Westelijke Mijnstreek is daarbij het startpunt, samen met anderen pakken we de vraagstukken op.

2. Stedelijk afvalwater inzamelen Terugblik Bij alle panden in de Westelijke Mijnstreek wordt stedelijk afvalwater ingezameld of via een IBA (Individuele Behandeling Afvalwater) gezuiverd. Het systeem voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater functioneert goed. Duurzaamheid De kijk op afvalwater is veranderd. Het wordt niet meer alleen gezien als afval, maar juist als grondstof Er wordt ervaring opgedaan met het terugwinnen van grondstoffen en energie uit afvalwater. Duurzaamheid is niet alleen een thema voor de RWZI’s, op meer plekken is het mogelijk om duurzame toepassingen op te nemen in de afvalwaterketen. Als samenwerkingsverband zien wij ook het potentieel van afvalwater. We beschouwen het daarom niet langer als afvalstof die we, met het oog op de volksgezondheid, snel uit onze directe leefomgeving moeten verwijderen. Vanwege de schaal zetten we in op duurzame toepassingen op de RWZI, hier wordt een groter deel van het afvalwater bereikt. Als samenwerkingsverband zullen we meewerken aan de ontwikkelingen op de RWZI, indien nodig voeren we aanpassingen uit in het rioolstelsel. Milieu en oppervlakte- en grondwaterkwaliteit Met het uitvoeren maatregelen in het kader van ‘de basisinspanning’ is veel werk verricht om de uitstoot van vervuilende stoffen uit de afvalwaterketen naar het watersysteem te verminderen.

Europese regelgeving verplicht tot het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit van een groot aantal ‘waterlichamen’. Hier zijn reeds plannen voor gemaakt die deels al zijn uitgevoerd. Hierbij speelt een discussie over ‘nieuwe stoffen’. ‘Nieuwe stoffen’, zoals medicijnresten, hormoonverstorende stoffen en microverontreinigingen krijgen steeds meer aandacht. De schadelijke effecten zijn (nog) niet goed bekend, wel is er aanleiding om te geloven dat de schadelijke effecten groot zijn. Zuivering van nieuwe stoffen kan zowel aan de bron plaatsvinden (door gescheiden urineinzameling en lokale zuivering) als op het eind bij de RWZI. Er is (nog) geen regelgeving die dwingt tot het zuiveren van deze stoffen, de kosten voor aanpassingen zijn hoog. Daarnaast zorgen diffuse bronnen voor meer vervuiling. Bijvoorbeeld uitloging van zinken daken of zonnepanelen. Als samenwerkingsverband vinden wij dat een goede oppervlakte- en grondwaterkwaliteit in het voordeel is van zowel gemeenten, waterschap, WBL en WML. Het is daarom de taak om gezamenlijk te beoordelen welke maatregelen op welke locatie nodig zijn, hierbij houden we rekening met wettelijke vereisten. Om dit te bepalen zullen we gebruik maken van meetgegevens, die worden verwerkt, geanalyseerd en gebruikt om een oordeel te vormen over de benodigde maatregelen.

Hierbij is niet belangrijk wie verantwoordelijk is voor de maatregelen, maar wel welk effect op de oppervlaktewaterkwaliteit wordt bereikt met de maatregelen. Het gaat niet alleen om de hoeveelheid verontreiniging in het water dat we lozen, maar ook om de kracht van het ontvangende water. Een klein beetje verontreiniging kan in een zwak stromende beek grote gevolgen hebben, terwijl een grotere hoeveelheid verontreiniging in de Maas nauwelijks is terug te zien. Oppervlaktewaterkwaliteit is daarom voor ons lokaal maatwerk. Deze nieuwe zienswijze kan grote gevolgen hebben voor de nu afgesproken milieumaatregelen die worden uitgevoerd om de emissies vanuit het rioolstelsel te verminderen.

De ontwikkelingen op het gebied van ‘nieuwe stoffen’ zullen we voorlopig volgen, zonder concreet maatregelen te nemen. Vanwege de grote onzekerheid die er nog is rondom dit thema vinden wij het beter om voorlopig te volgen. Demografie Het aantal inwoners in de regio Westelijke Mijnstreek krimpt. Dit is voor de afvalwaterketen van groot belang. De huidige voorzieningen passen bij het huidig aantal inwoners. wanneer dit niet meer het geval is zullen er keuzes moeten worden gemaakt. De capaciteit van een RWZI wordt voor een groot deel bepaald op basis van het aangesloten verhard oppervlak. Wanneer het aantal inwoners daalt zullen minder panden nodig zijn. Bij sloop van deze panden, neemt het verhard oppervlak af en is er minder capaciteit nodig zijn op de RWZI. Gemeenten houden overzicht op deze ontwikkelingen. Om doelmatig te beheren en te investeren is daarom een goed samenspel nodig tussen gemeenten, waterschap en WBL, zodat investeringen worden gedaan die rekening houden met de omvang van de bevolking. Bij toekomstige aanpassingen van de afvalwaterketen (riolering en RWZI) moet de verwachte demografische ontwikkeling aandacht krijgen. Om desinvesteringen te voorkomen delen we de benodigde informatie openlijk met elkaar. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht in een studie uit 2019 nog steeds een krimp voor onze regio.

De verwachte krimp varieert per gemeente tussen de -3% tot -15% in de periode 2018-2050. Beheer van de afvalwaterketen Het grootste deel van de afvalwaterketen is afgestemd op het stedelijk afvalwater. We benoemen het beheer van de gehele afvalwaterketen daarom onder het kopje stedelijk afvalwater. In de praktijk maken we slechts beperkt onderscheid in het beheer tussen stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. De afvalwaterketen is de laatste jaren complexer geworden. Bijvoorbeeld grondwater en hemelwater zijn nadrukkelijker een rol gaan spelen. Het aantal afvoersystemen is uitgebreid, waardoor er naast de gemengde riolen o.a. ook droogweerafvoer (DWA)-riolen, hemelwaterafvoer (HWA)-riolen, wadi’s en watergangen liggen die belangrijk zijn voor het functioneren van het gehele systeem. Elke uitbreiding van het systeem vraagt om andere kennis, onder meer over de aanleg en het beheer van de nieuwe voorzieningen. Soms moet eerst geëxperimenteerd worden met beheermethodes, voordat de juiste methode voor de lokale situatie is ontdekt. Om als organisatie niet kwetsbaar te zijn dienen al deze vraagstukken en keuzes zoveel mogelijk te worden vastgelegd. Naast de nieuwe onderdelen van de afvalwaterketen zijn er veel oudere onderdelen. Deze hebben op twee manieren invloed op het beheer.

Ten eerste moeten ze worden onderhouden, wat met de hoger wordende leeftijd steeds meer aandacht vraagt. Er zijn nieuwe technieken en systemen op de markt gekomen die andere vormen van onderhoud mogelijk maken. Dit vergroot de keuzemogelijkheden, wat het onderhoud complexer maakt. Ten tweede is het vervangen van belang. Veel woonwijken zijn in relatief korte tijd aangelegd, wat betekent dat de toen aangelegde riolen ook in relatief korte tijd zullen moeten worden vervangen. De opgave wordt groter dan de realisatie over de laatste jaren. In de voorbereiding en uitvoering zal dit de nodige aandacht gaan vragen.

Alle werkzaamheden – onderhoud en vervanging – moeten zoveel mogelijk integraal worden uitgevoerd. Integraal kan betekenen dat er afstemming plaatsvindt binnen de afvalwaterketen, maar betekent vooral dat er afstemming plaatsvindt met vakgebieden als groen, wegen en ruimtelijke ordening. Regelmatig worden rioleringswerkzaamheden uitgevoerd in samenhang met weg- en wijkvernieuwing. Bij verbouwing of vernieuwing van de RWZI wordt gekeken naar het functioneren van alle omliggende rioolstelsels om tot een goede afweging te komen. Integraal werken zorgt er vaak voor dat projecten – als geheel – goedkoper kunnen worden uitgevoerd, ook zijn er minder desinvesteringen omdat de projecten allesomvattend zijn. Nadelen van integraal werken zijn dat er meer overleg en afstemming nodig is, ook zorgt vertraging van één onderdeel van het project tot vertraging van het gehele project. Als samenwerkingsverband willen wij het beheer van de afvalwaterketen doelmatiger uitvoeren dan voorheen. Wij denken dat dit mogelijk is door meer te specialiseren, werkzaamheden samen uit te voeren en meer te differentiëren tussen gebieden in de onderhoudsaanpak. Specialiseren is nodig om de groeiende complexiteit aan te kunnen. Het gezamenlijk uitvoeren van werkzaamheden is nodig om de kwetsbaarheid te verminderen en beter gebruik te maken van elkaars kennis.

Het differentiëren in onderhoudsaanpak is nodig om per gebied aan te kunnen geven wat nodig is, in plaats van één onderhoudsaanpak die voor de gehele gemeente wordt toegepast.

3. Hemelwater inzamelen en verwerken Terugblik In de gehele Westelijke Mijnstreek liggen voorzieningen om hemelwater in te zamelen en te verwerken. Over het algemeen werken deze goed, we merken echter steeds vaker dat ze onvoldoende capaciteit hebben om de zwaardere buien te verwerken. Hierdoor is er de afgelopen jaren meerdere keren wateroverlast geweest. Voorkeursvolgorde De voorkeursvolgorde bij hemelwater 1. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of 2. de verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen/beperkt; 3. de verschillende afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden; 4. huishoudelijk afvalwater (of afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid hiermee overeenkomt, bijv. bedrijfsafvalwater) wordt afgevoerd naar de RWZI; ander afvalwater dan bedoeld bij 4: 5a. wordt opgeslagen en hergebruikt, zo nodig wordt het eerst gezuiverd; 5b. wordt opgeslagen en teruggebracht in de natuur, zo nodig wordt het eerst gezuiverd; 5c. wordt afgevoerd naar de RWZI.

Figuur 5-1 Voorkeursvolgorde hemelwater

Deze voorkeursvolgorde kan worden vertaald in de trits voorkomen – scheiden – zuiveren. Dit is een gangbare richtlijn om aan te houden bij het ontwerp van nieuwbouwplannen of aanpassingen aan het huidige rioolstelsel. Hierbij hoort ook de trits vasthouden – bergen – afvoeren, dit is gericht op de omgang met grote hoeveelheden regenwater. Verschillende systeemkeuzes en gebiedskenmerken in de regio Bij de uitwerking van beleid is het belangrijk om onderscheid te maken binnen het gebied van de Westelijke Mijnstreek. Systeemkeuzes uit het verleden beïnvloeden de mogelijkheden voor de toekomst, gebiedskenmerken geven kansen en belemmeringen. Hieronder staat per gemeente een aantal kenmerkende elementen aangegeven. Gemeente Beek De gemeente Beek kent een bijna absoluut stelsel, wat betekent dat er nauwelijks overstortingen vanuit het rioolstelsel op oppervlaktewateren kunnen plaatsvinden. Binnen de gemeente ligt zowel landelijk gebied als stedelijk gebied, bovendien liggen er verschillende bedrijventerreinen. Kenmerkend voor de gemeente Beek is dat er twee beken zijn die het riool instromen, waarna het beekwater wordt afgevoerd naar de RWZI. We zijn de afgelopen jaren bezig geweest om de Keutelbeek te ontkluizen. Hiervoor hebben we aanpassingen gedaan aan de gehele openbare ruimte. We hebben het eerste deel afgerond en werken aan de volgende delen.

Gemeente Sittard-Geleen De gemeente Sittard-Geleen kent - vergeleken met de andere gemeenten - veel stedelijk gebied. Een groot deel van de gemeente heeft een gemengd stelsel, er is een beperkt gescheiden stelsel aanwezig. Sittard-Geleen heeft de afgelopen periode veel gedaan aan analyse en aanpak van hemelwateroverlast. Op diverse locaties zijn maatregelen getroffen. Een ander kenmerk van Sittard-Geleen is dat er grootschalige herstructureringsprojecten voorkomen. Oude wijken worden grootschalige aangepakt, waarbij verschillende vakgebieden samenwerken om een wijk op te knappen. Gemeente Stein De gemeente Stein vormt een eigen zuiveringskring, doordat ze een RWZI hebben waar al het afvalwater van de gemeente naartoe gaat. Ze worden dus niet beïnvloed door buurgemeenten. Er zijn twee grote kernen en er zijn verschillende kleine kernen. Een groot deel van de gemeente heeft een gemengd stelsel, er is een beperkt gescheiden stelsel aanwezig. De overstorten lozen voornamelijk op de Maas, het Julianakanaal en enkele op de Ur en Hemelbeek. Binnen Stein hebben zijn er diverse grootschalige herstructureringsprojecten integraal uitgevoerd ( zogegenaamde GGA’s), waarbij veel aandacht is geschonken aan het afkoppelen van hemelwater. Om aan de milieueisen te voldoen heeft de gemeente Stein verschillende bergbezinkbassins gebouwd.

Bij de bouw van deze bergbezinkbassins is uitgegaan van het in de toekomst deels afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering. Om de bergbezinkbassins goed te laten functioneren moet door worden gegaan met afkoppelprojecten, verbetering van riolering, aanleg en vergroting van waterbuffers. Hemelwaterhinder en hemelwateroverlast Het voorkomen van hemelwaterhinder of -overlast in de Westelijke Mijnstreek is een belangrijk onderdeel van onze werkzaamheden. Dit is belangrijk in het kader van overlast door klimaatverandering, maar ook in het bepalen van de benodigde capaciteit van het rioolstelsel bij nieuwbouw en/of vervanging. Als er meer water op straat mag blijven staan is minder capaciteit in het rioolstelsel nodig. De laatste jaren werden rioolstelsels aangelegd met het idee dat er bij een theoretische ontwerpbui geen water op straat zou mogen staan. Vaak werd ‘bui 08’ hiervoor gebruikt, die staat voor een regenbui die gemiddeld eens in de 2 jaar voorkomt. Deze methode kent nadelen. Ten eerste is het een theoretische benadering en blijkt dat in de praktijk rioolstelsels anders functioneren dan gedacht. Ten tweede is het de vraag of ‘bui 08’ een goed voorbeeld is voor de belasting die een rioolstelsel kan krijgen. Deze bui is gebaseerd op neerslaggegevens uit de jaren ’50 en ’60, terwijl er in de praktijk bijna altijd een andere soort bui valt (heviger buien).

Ten derde geeft de frequentie van eens in de 2 jaar geen zekerheid in de praktijk, want het kan voorkomen dat de theoretische bui die eens in de 2 jaar valt in 1 jaar drie keer boven dezelfde wijk valt. De werkwijze met een theoretische regenbui geeft dus onvoldoende duidelijkheid. We gebruiken voortaan daarom een nieuwe strategie, waarbij we kijken naar theorie en praktijk en vanuit klimaatadaptatie kijken naar de extreme gevallen.

We berekenen theoretisch de overlast aan de hand van een ontwerpbui. Hierbij maken we minimaal gebruik van ‘bui 09’, omdat we bij een lagere norm de kans op wateroverlast te groot achten. De uitkomsten van de theoretische berekening gebruiken we als aandachtspunten bij het uitvoeren van werkzaamheden, het is op zichzelf geen reden om aanpassingen te doen aan het rioolstelsel. We bepalen overlast in de praktijk aan de hand van meldingen, speciaal gebruik makend van foto’s en video’s. Hemelwaterhinder accepteren we. Dit betekent dat we het niet erg vinden als er water op straat staat, zolang het geen economische schade geeft (dit bepalen we aan de hand van toegekende schadeclaims), geen veiligheids- en gezondheidsrisico’s geeft (dit bepalen we aan de hand van ziektegevallen die te relateren zijn aan het water op straat) en een beperkte tijdsduur heeft (maximaal 2 uur). Zodra er geen sprake meer is van hinder, maar het een ernstiger vorm heeft aangenomen; spreken we van overlast. Hemelwateroverlast zullen we actief aanpakken. De extreme buien pakken we aan vanuit klimaatadaptatie. Hiervoor richten we ons op de bovengrond, omdat de riolen eigenlijk altijd een te lage capaciteit hebben om de extreme buien te verwerken. De maatregelen die we nemen zijn gericht op het voorkomen of wegnemen van hemelwateroverlast.

Voor het ontwerp van de maatregelen maken we weer gebruik van een theoretische regenbui: elk rioolstelsel dat nu wordt aangelegd of vervangen moet een theoretische bui 09 kunnen verwerken. Afstroming buitengebied Afstroming uit het buitengebied van hemelwater draagt op een aantal locaties in de westelijke Mijnstreek bij aan de wateroverlast. Het waterschap heeft een sterke rol in het buitengebied en dient overstromingen te voorkomen. De gemeente heeft binnen de bebouwde kom een sterke rol en dient daar hemelwater op een doelmatige manier in te zamelen en af te voeren. Wanneer op een locatie een grote hoeveelheid hemelwater van een helling stroomt naar de bebouwde kom is er een gedeeld belang. Als samenwerkingsverband spreken we af dat de aanpak van wateroverlast door afstroming uit het buitengebied een gezamenlijk belang kent. Hierbij werken we op basis van maatwerk en redelijkheid. We kijken naar de hoeveelheden water, de vorm van overlast en de mate van overlast, ook bepalen we de hoeveelheden water die binnen en buiten de bebouwde kom vallen. Op basis van deze afweging bepalen we welke maatregel doelmatig is en welke bijdrage iedere partij hier aan levert. Het huidige beleid van het waterschap is nog gebaseerd op normen. Afkoppelen Hemelwater is relatief schoon water en hoeft daarom vaak niet naar de RWZI te worden afgevoerd.

Rondom afkoppelen bestaan veel keuzemogelijkheden, de belangrijkste drie zijn de hoeveelheid verhard oppervlak dat wordt afgekoppeld, op welke plekken er wordt afgekoppeld en de manier waarop het afkoppelen wordt uitgevoerd. Hoeveelheid af te koppelen verhard oppervlak De hoeveelheid oppervlak die in elke gemeente wordt afgekoppeld is afhankelijk van de situatie. Vanwege de hoge kosten van afkoppelen van verhard oppervlak doen we het alleen als er een goede reden voor is. De vier redenen die wij hiervoor hebben zijn: 1) het voorkomen van wateroverlast, 2) het verminderen van emissies op oppervlaktewateren en 3) tegengaan van droogte en 4) het beter laten functioneren van het transportstelsel of RWZI.

Uit het BRP+ Westelijke Mijnstreek is het beeld gekomen dat een generiek afkoppelbeleid wellicht niet doelmatig is. Er zijn (grote) verschillen in het effect. We doen daarom onderzoek naar de doelmatigheid van het afkoppelen. Hierbij verwachten we dat een gebiedsgerichte aanpak doelmatiger is. Op welke locaties afkoppelen Sommige locaties zijn meer geschikt voor afkoppelen dan andere. Een groot aantal factoren heeft hier invloed op, zoals de bodemgesteldheid, nabijgelegen oppervlaktewater, hellingshoek, wensen van omwonenden, de kosten en de omliggende panden. Het is niet mogelijk om hier algemene regels voor te geven, per project moet een afweging worden gemaakt. Manier van afkoppelen Afkoppelen kan zowel bovengronds als ondergronds worden gedaan. In de openbare ruimte kunnen de wegen en parkeerdekken worden afgekoppeld die weinig vervuild zijn. Voor particulier terrein kan een focus liggen op de voorkanten van panden, of de voor- en achterkant worden meegenomen. Het hemelwater kan worden afgevoerd, of het kan ter plekke worden geïnfiltreerd in de bodem. Kortom, er zijn veel keuzemogelijkheden. Als samenwerkingsverband kiezen we ervoor om hemelwater zichtbaar en herkenbaar af te koppelen, zodat voor iedereen duidelijk is dat het hemelwater naar een oppervlaktewater gaat of in de bodem wordt geloosd.

Een makkelijke manier om dit zichtbaar en herkenbaar te doen is door het hemelwater bovengronds af te koppelen en af te voeren. Waar mogelijk en doelmatig koppelen we in de openbare ruimte de wegen en parkeerdekken af, die weinig intensief worden gebruikt en daardoor een kleine kans hebben op vervuiling. Voor het particulier terrein focussen we op de voorkanten van panden, omdat dit tegen relatief lage kosten kan worden afgekoppeld. De keuze tussen afvoeren van hemelwater of infiltreren is afhankelijk van de mogelijkheden ter plekke. Om het latere beheer te vergemakkelijken proberen we om binnen een bepaald gebied zoveel mogelijk dezelfde methode toe te passen. Renovatie en reconstructie openbare ruimte: gebiedsgewijs werken De komende jaren zullen renovaties en reconstructies van de openbare ruimte steeds vaker voorkomen. Veel woningen zijn in de periode na de tweede wereldoorlog aangelegd en na verloop van tijd zijn deze aan verbetering toe. Hele woonwijken zullen in dezelfde periode moeten worden opgeknapt, wat een kans is om de hele openbare ruimte aan te pakken. Vanuit de afvalwaterketen zijn er vele wensen aan een gebied. Dit gaat bijvoorbeeld om de verwerking van afvalwater, het bergen van hemelwater en het voorkomen van grondwateroverlast. Vooral hemelwater kan goed worden aangepakt tijdens de renovatie en reconstructie van de openbare ruimte.

Als samenwerkingsverband kiezen we er daarom voor om gebiedsgewijs aan te geven wat er vanuit de afvalwaterketen wenselijk is bij plannen voor renovatie of reconstructie van een gebied. We werken mee aan deze projecten, vanuit het idee dat we door samen te werken met andere vakgebieden een optimaal resultaat kunnen bereiken. De particulier Ongeveer de helft van het verhard oppervlak in de bebouwde kom is particulier bezit. Er is een trend zichtbaar dat particulier grondgebied wordt verhard, wat ervoor zorgt dat meer hemelwater via de riolering moet worden afgevoerd. Tot nu toe worden

hemelwatermaatregelen vooral genomen op gemeentelijk grondgebied. Er worden in beperkte mate verplichtingen opgelegd aan particulieren. Als samenwerkingsverband zijn wij van mening dat particulieren een bijdrage moeten leveren aan het bergen en afvoeren van hemelwater. Nieuwbouw Bij nieuwbouw gelden de regels uit het bouwbesluit en Waterwet. In het bouwbesluit staat dat hemelwater gescheiden van het overig afvalwater moet worden aangeleverd. Hiernaast staat in de Waterwet dat perceeleigenaren een eigen verantwoordelijkheid hebben bij het opvangen en verwerken van hemelwater en grondwater. Alleen als particulieren niet de mogelijkheid hebben om het hemel- en grondwater zelf te verwerken zal de gemeente een voorziening aanbieden om het water op te lozen. Als samenwerkingsverband gaan wij er vanuit dat het bij nieuwbouw mogelijk is om zelf hemel- en grondwatermaatregelen te treffen. Indien de perceeleigenaar kan onderbouwen dat dit niet het geval is, dan zorgen wij voor een mogelijkheid om het water af te voeren. We houden toezicht op de werkzaamheden bij nieuwbouw en registreren de manier waarop zij het water verwerken. Bestaande situatie Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein. Deze particulieren en bedrijven zullen een belangrijkere rol gaan spelen in de opvang en verwerking van hemelwater.

Aangezien ongeveer de helft van het stedelijk gebied bestaat uit particulier eigendom is het logisch dat ook zij een inspanning moeten verrichten. Drie stappen zijn daarin in te onderscheiden: 1. voorlichting naar inwoners en bedrijven over het belang van het nemen van maatregelen op eigen terrein in combinatie met concrete voorbeelden. 2. stimuleren dat bewoners en bedrijven ook actief maatregelen nemen op eigen terrein daar waar de gemeente ook gaat afkoppelen 3. regelen door middel van een verordening dat in meest overlast gevoelige gebieden bewoners en bedrijven verantwoordelijk nemen en ook zelf maatregelen treffen. Welke rol perceeleigenaren krijgen, is afhankelijk van de noodzaak tot maatregelen en vullen we de komende jaren gebiedsgericht in. In de verschillende gemeenten zijn verschillende methodes uitgeprobeerd om de particulier hemelwatermaatregelen te laten nemen. Tot nu toe hebben ze beperkt effect gehad. Wij gaan daarom onderzoeken of regels nodig zijn om meer particulier grondgebied af te koppelen, bijvoorbeeld in de vorm van een hemelwaterverordening. In zo’n verordening worden gebieden aangewezen waar specifieke verwachtingen voor gelden. Om dit correct en volledig te verwoorden zal vooronderzoek worden uitgevoerd. Tot het moment dat duidelijk is hoe we particulieren meer betrekken proberen we verschillende methoden uit en delen de informatie.

4. Grondwater geeft geen problemen Terugblik We ontvangen bijna geen meldingen over grondwaterproblemen, zowel over teveel als te weinig grondwater. Als er meldingen binnenkomen doen we onderzoek naar de oorzaak van de problemen en ontdekken dan vaak dat het met recente bouwwerkzaamheden te maken heeft. Wel hebben we gemerkt dat droogte een grote invloed kan hebben op het aanwezige groen. En geeft WML aan dat ze steeds vaker verontreinigingen terugzien in metingen van de grondwaterkwaliteit. Beschikbare informatie over grondwater In alle gemeenten is de afgelopen jaren onderzoek uitgevoerd naar grondwater. Sommige gemeenten hebben hiervoor gebruik gemaakt van een grondwatermeetnet, dat in sommige gevallen nog steeds actief is. Ook wordt gebruik gemaakt van meldingen. In de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein zijn het aantal meldingen van grondwateroverlast beperkt. Om een goede invulling te geven aan onze grondwaterzorgplicht maken we zoveel mogelijk gebruik van de aanwezige informatiebronnen. Waar nodig voeren we extra onderzoek uit. Hierbij kunnen we gebruik maken van grondwatermeetnetten van andere partijen. Regierol van de gemeente Een groot aantal personen en partijen is actief in het beheer van grondwater.

Zo zijn perceeleigenaren in principe verantwoordelijk voor het grondwater op eigen perceel, zijn waterschappen betrokken bij grondwateronttrekkingen en beheer van oppervlaktewateren en speelt de provincie ook een rol bij grondwateronttrekkingen. De gemeente heeft hierbij een regierol en dient maatregelen te treffen als redelijkerwijs van de andere personen en partijen niet kan worden verwacht dat zij actie ondernemen. De regierol vullen wij in door actief te reageren op meldingen. Dit betekent dat we snel langsgaan om de situatie ter plekke te beoordelen en een inschatting te maken van de mogelijke oorzaken. Als de inschatting is dat wij als gemeente (mogelijk) aan zet zijn, dan voeren wij onderzoek uit en nemen indien nodig maatregelen. Als de inschatting is dat een andere partij aan zet is, dan brengen we de juiste personen met elkaar in contact. Samen met andere overheden als het waterschap en de provincie, natuurorganisaties de landbouw en WML zijn gemeenten ook partner in het grondwaterbeheer. Het handelen van al deze partijen heeft invloed op het grondwatersysteem en samen kunnen zij eraan bijdragen dat grondwaterkwaliteit en -capaciteit op orde is. De provincie heeft hierin een belangrijke kaderstellende rol, omdat zij hiervoor aangewezen is vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW).

Vormen van overlast Grondwateroverlast is grotendeels een subjectief begrip: wat voor de één overlast is, kan voor een ander geen probleem zijn. Vanuit onze zorgplicht moeten we echter wel een kader stellen, we moeten de definitie geven die wij hanteren. Hierbij gaat het ons ook om invulling te geven aan het begrip structureel. Onze definitie van structurele grondwateroverlast Overlast die gedurende een aaneengesloten periode langer dan drie maanden per jaar optreedt en die tot economische schade en/of schade aan de volksgezondheid leidt. In de prioritering van onderzoek en maatregelen kijken we ook naar het oppervlak dat overlast

ondervindt. De overlast wordt veroorzaakt door het grondwaterpeil en is onafhankelijk van extreme neerslag en hoge waterstanden in de Maas en in de beken. Grondwateroverlast in gebruiksruimtes valt niet onder de gemeentelijke regietaak. Vanuit het bouwbesluit heeft de eigenaar de verplichting om deze ruimtes zelf waterdicht te maken. Doelmatige maatregelen De grondwaterzorgplicht geeft ons de vrijheid om enkel doelmatige maatregelen te nemen. Het is vrij aan de gemeenten om in te vullen wat onder doelmatige maatregelen wordt verstaan. Om een kader te geven hebben we gezamenlijk een definitie opgesteld. Onze definitie van doelmatige maatregelen Doelmatige maatregelen zijn aanpassingen van de bestaande situatie die qua kosten en overlast voor de omgeving in verhouding staan tot de baten van degenen die structurele overlast ervaren en andere belangen (bijvoorbeeld verdroging, ecologische doelstellingen etc.). De perceeleigenaar heeft altijd een eigen verantwoordelijkheid in het nemen van maatregelen, daarom wordt altijd eerst beoordeeld of deze niet in staat is om maatregelen te treffen. Vanuit deze verantwoordelijkheid vindt de gemeente het redelijk als degenen die baat hebben bij de maatregelen in ieder geval een deel van de kosten op zich nemen. Grondwater in nieuwbouwsituaties We geven grondwater bij nieuwbouwprojecten extra aandacht.

In samenwerking met medewerkers van ruimtelijke ordening stellen we een eisenpakket op om toekomstige grondwateroverlast te voorkomen. Bij de (her)inrichting van het gebied en het (opnieuw) bouwrijp maken moet de natuurlijke afwatering via de bodem en het oppervlaktewater zodanig zijn dat geen aanvullende voorzieningen voor grondwater nodig zijn en zodanig dat er geen problemen gaan ontstaan.

5. Hoe worden we klimaatbestendig? Het Rijk heeft het Delta Plan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld. In dit plan zijn zeven ambities benoemd om tot een klimaatadaptieve leefomgeving in 2050 te komen.

We geven invulling aan deze ambities: Ambitie Kwetsbaarheden in beeld

Risicodialoog voeren en strategie opstellen Uitvoeringsagenda opstellen

Meekoppelkansen benutten

Reguleren en borgen

Stimuleren en faciliteren Handelen bij calamiteiten

Invulling In 2019-2021 hebben we stresstesten uitgevoerd in ons BRP+ traject. Hiermee hebben we inzicht verkregen in de gevolgen van extreme neerslag, hitte, droogte en overstromingen. Dit proces loopt gelijktijdig met het opstellen van dit beleidsplan. Waar mogelijk nemen we de uitkomsten van de risicodialogen mee. Uit de stresstesten en de risicodialoog komen knelpunten naar voren die we gaan aanpakken hier gaan we de komende tijd maatregelen nemen. Deze nemen we op in het plan. Waar mogelijk stemmen we de maatregelen die we uitvoeren om de regio klimaatbestendig te maken af met de werkzaamheden in de leefomgeving. We borgen de uitganspunten ten aanzien van klimaatadaptatie in dit plan. Daarnaast borgen we de projecten die al bekend zijn in het projectenplan en nemen we de kosten op in het kostendekkingsplan. We stimuleren particulieren om zelf maatregelen te nemen op eigen terrein. We hebben calamiteitenplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=c08d85c8-d12b-4b04-b869-5ccd5d1cffb4