1. Afrondende procesnotitie.pdf
Tekst van het document
Aanvullen en zo nodig wijzigen van de bouwsteen aan de hand van de ontwikkelingen rond de gemeentelijke omgevingsvisie en ander relevant beleid dat in de nabije toekomst wordt aangepast. Verder invulling geven aan het omgevingsplandeel door de bouwsteen conform de geldende standaarden (STOP/TPOD) ‘DSO-proof’ te maken en daarbij ook ervaring op te doen met het annoteren van het plan, de werking van de recent verworven plansoftware en het opstellen van toepasbare regels. Samen met de buurgemeenten en RUD invulling geven aan de op te nemen milieuregels, waarbij het moment om daaraan invulling aan te gegeven mede afhankelijk is van lopende trajecten in de regio en de planning van buurgemeenten en RUD. De bouwsteen aanvullen met regels voor de bedrijventerreinen (met het plan voor Chemelot als basis) en in een later stadium de regels voor het buitengebied te verwerken. Gedurende het gehele proces blijven bezien of afstemming met inwoners, bestuurlijke partners en andere stakeholders wenselijk en doelmatig is.
Afrondende procesnotitie omgevingsplandeel Woonkernen • 26
6 Status bouwsteen Hoe zien wij de status van de bijgevoegde bouwsteen? Zoals hiervoor is aangegeven, is een bouwsteen voor de woonkernen ontwikkeld op basis van de door de Raad vastgestelde uitgangspunten. Enkele verbeterpunten en voorstellen zijn daarin meegenomen, maar het overgrote deel is beleidsneutraal overgenomen en met name aan de nieuwe systematiek aangepast. De bouwsteen is de afronding van een eerste verkennende fase op de weg naar een gebiedsdekkend omgevingsplan dat uiterlijk 2029 gereed moet zijn. De bouwsteen is een groeidocument c.q. basis van waaruit verdere keuzes kunnen worden gemaakt en richting kan worden gegeven door de Raad. Er worden nu dus geen onomkeerbare besluiten naar de toekomst toe genomen en dit wordt ook niet verwacht van de Raad. Dat zou ook te vroeg zijn in de transitie van bestemmingsplannen naar omgevingsplan waar tot 2029 de tijd voor is. Deze bouwsteen is geen wettelijke instrument en eindproduct op basis van de Omgevingswet maar een aanzet om te komen tot een omgevingsplan. Aan de Raad wordt gevraagd om in stemmen met de bouwsteen, zodat deze kan dienen als basis voor het toekomstige omgevingsplan. Dit laat onverlet dat toekomstige wetgeving, relevante beleidswijzigingen en specifieke keuzes van de Raad in dit raamwerk altijd nog kunnen worden aangevuld en verwerkt.
Pas als de Raad besluit om het omgevingsplan vast te stellen, is sprake van een geldend nieuw toetsingskader waarin de beleidskeuzes vastliggen en de regels burgers en bedrijven binden.
Afrondende procesnotitie omgevingsplandeel Woonkernen • 27
Bijlage 1 | De vastgestelde uitgangspunten uit de Nota van Uitgangspunten (maart 2020) 1. Het uitgangspunt voor de woonkernen is een beheersmatige regeling, afgestemd op de huidige situatie, waarbij verleende omgevingsvergunningen en verbeterpunten betrekking hebbende op de fysieke leefomgeving worden verwerkt. De geldende bestemmingsplannen, verordeningen (m.b.t. fysieke leefomgeving) en bruidsschat vormen hiervoor de basis. Het uiteindelijk omgevingsplan wordt op basis hiervan op termijn uitgebouwd. Het omgevingsplanplandeel Woonkernen moet derhalve gezien worden als een groeimodel dat stapje voor stapje aangevuld wordt. Het ambitieniveau neemt daarmee in de toekomst toe. Daar waar nu reeds rekening kan worden gehouden met in ontwikkeling zijnde visietrajecten zoals de Transformatie voor Wonen, zal dat gebeuren. Daar waar sprake is van parallelle ontwikkelingen of ontwikkelingen waarvan de gevolgen nu nog niet inzichtelijk zijn, wordt ervoor gekozen om voor die onderdelen een basisregeling te ontwerpen, die in een later stadium kan worden aangevuld. Mede vanwege het feit dat op provinciaal en rijksniveau nog een aantal regels wordt ontworpen, zal aanvulling noodzakelijk zijn. Het is dus van belang te beseffen dat na het gereedkomen van onderhavige bouwsteen het omgevingsplandeel Woonkernen niet volledig gereed is voor de komende 10 jaar.
Zoals op pagina 5 is weergegeven, is een omgevingsplan een dynamische regeling die continu in ontwikkeling is en wordt herzien. 2. Regels in het omgevingsplan moeten duidelijk en helder zijn voor degene tot wie de regel zich richt. Dat vraagt met name voor de zogenoemde topactiviteiten in woonkernen om duidelijke en gesloten normen, die geschikt zijn voor een vertaling naar toepasbare regels, ook vanuit het oogpunt van een goede dienstverlening. De regels moeten werkbaar en praktisch zijn voor enerzijds de burger en anderzijds voor vergunningverlening. Hoe concreter de regel hoe minder interpretatieruimte er is. Juist voor veelvoorkomende activiteiten, waarbij het gaat om regels die om weinig tot geen gebiedsgerichte afwegingen vragen, passen heldere regels. Dat geeft voor burgers helderheid over de te verwachten medewerking vanuit de gemeente. Zeker wanneer een dergelijke regeling ook wordt vertaald naar toepasbare regels in de vorm van beslisbomen. Waar dat gewenst is vanuit ambitie of beleid kan altijd worden overwogen tóch te kiezen voor een meer kwalitatieve manier van regelen met doelvoorschriften. 3. Deregulering is geen doel op zich. Regels uit de vigerende bestemmingsplannen en huidige verordeningen worden daarom in beginsel beleidsneutraal overgenomen. Wel kijken we kritisch naar de wijze waarop het doel van onze huidige regels kan worden bereikt.
De gemeente zet in op extra deregulering over alle beleidsvelden. Regels moeten eenvoudiger worden en overbodige regels dienen te worden geschrapt. Doorlooptijden en procedures moeten sneller en waar mogelijk eenvoudiger. De nieuwe Omgevingswet en in het bijzonder het omgevingsplan biedt hiervoor de nodige kansen en mogelijkheden. Alleen regelen wat echt nodig is op een goede, duidelijke en eenduidige
Afrondende procesnotitie omgevingsplandeel Woonkernen • 28
wijze. Het streven is te komen tot een vereenvoudiging van de regels met als resultaat nuttige en bruikbare regels. Dit kan betekenen dat voor een onderwerp (bijvoorbeeld erfgoed) de regels ‘strenger’ worden en voor een ander onderwerp de regels juist ‘soepeler’ worden (bijvoorbeeld welstand). Het kan ook betekenen dat regels op een andere wijze worden ingericht of anders worden geformuleerd, bijvoorbeeld door gebruik te maken van zorgplichten. Daarbij waken we er wel voor dat regels voldoende helder en duidelijk blijven, waardoor ze ook voldoende basis vormen voor toezicht op naleving en zo nodig handhaving van die regels. 4. De gemeente Stein is ambitieus. Het is de wens om op relatief korte termijn te beschikken over een ‘echt’ omgevingsplan. We hoeven echter niet het wiel opnieuw uit te vinden en sluiten daarom waar mogelijk aan bij modellen vanuit de VNG (Casco, staalkaarten). Er moet een goede balans zijn tussen de ambities van de gemeente en de ‘snelheid’ waarmee de gemeente wil beschikken over een volwaardig omgevingsplan. Het Casco is de basis waarop onder andere de staalkaarten en ander ondersteunend materiaal vanuit de VNG wordt gebaseerd. Om optimaal gebruik te maken van deze handreikingen en tools is het daarom goed het Casco als basis te gebruiken, maar waar nodig wordt het een en ander toegesneden (maatwerk) worden op de gemeente Stein.
Er is sprake van een groeimodel. Het proces en de samenwerking tussen disciplines om te komen tot goede regels is daarbij van essentieel belang. 5. Algemene regels hebben waar mogelijk de voorkeur boven meldings- dan wel vergunningplichten. Gebiedsgericht onderscheid is daarbij wenselijk. Het is wenselijk om, waar mogelijk, rechtstreeks werkende regels op te nemen voor activiteiten (algemene regels). Het betreffen die situaties, waarin de regels generiek toepasbaar zijn. Per activiteit en gebied zal de gewenste mate van sturing worden bekeken. Kunnen zaken worden losgelaten in vertrouwen door algemene regels te stellen en daarbij achteraf toezicht te houden op naleving conform het actuele handhavingsbeleid? Is het gewenst dat voorafgaand aan het starten van een activiteit een melding wordt gedaan (signaalfunctie)? Of is een afweging per concreet initiatief nodig, aan de hand van een vergunningaanvraag? Daarbij wordt ook kritisch gekeken naar de huidige verplichten in bijvoorbeeld de APV. Worden bepaalde vergunningen (vrijwel) altijd verleend, dan kan op dat punt wellicht een lastenverlichting voor gemeente én burger worden bereikt door te volstaan met algemene regels. 6. Voor wat betreft de milieuaspecten wordt aangesloten bij de landelijke standaardnormen. Hiervan afwijken alleen als daartoe noodzaak is of dat het meerwaarde heeft.
De standaardnormen als opgenomen in de Omgevingswet en aanverwante regelingen komen grotendeels overeen met de huidige normen en bieden een algemeen aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze normen bieden een goede basis tussen het belang van een goed woon- en leefklimaat en ruimte voor bijvoorbeeld bedrijvigheid. Het (eventueel) afwijken van deze standaardnormen moet een doel dienen, een meerwaarde hebben. 7. Het omgevingsplandeel Woonkernen moet aansluiten en afgestemd worden op het momenteel in voorbereiding zijnde omgevingsplan ‘Chemelot’. Momenteel wordt parallel aan het omgevingsplandeel Woonkernen het omgevingsplan voor Chemelot voorbereid. De ontwikkeling c.q. uitwerking van dit plan wordt nauwlettend gevolgd. Eventuele beperkingen
Afrondende procesnotitie omgevingsplandeel Woonkernen • 29
dan wel consequenties die voortkomen uit keuzes die de raad maakt rondom dat omgevingsplan maakt, worden waar nodig door vertaald in de bouwsteen omgevingsplandeel Woonkernen. 8. Bij de functietoedeling aan locaties wordt uitgegaan van differentiatie in mogelijkheden voor verschillende gebieden voor zover het beleid of de dynamiek van die gebieden hierom vragen. De bestaande situatie en aanwezige ruimtelijk en functionele structuur is uitgangspunt bij de toedeling van functies. Er wordt daarbij onder meer gekeken naar de dynamiek in en draagkracht van een gebied bij de beoordeling welke activiteiten in welk gebied passend zijn. Daarbij vindt waar nodig differentiatie plaats aan de hand van de (kern)kwaliteiten van het gebied of specifieke situaties c.q. locaties. Daarbij wordt ook aansluiting gezocht bij vastgesteld beleid zoals bijvoorbeeld de regionale Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg, het in voorbereiding zijnde erfgoedbeleid of de Transformatievisie Wonen. De te onderscheiden gebieden kunnen daarbij per thema worden uitgewerkt. Zo geldt voor het toestaan van nieuwe retailinitiatieven een onderscheid in kernwinkelgebieden, balansgebieden en overige gebieden, terwijl het reguleren van de ruimtelijke kwaliteit of omgevingsveiligheid om andere gebiedsindelingen vragen. 9.
Voor de inrichting van het participatietraject rondom het omgevingsplan en in dat plan op te nemen vergunningplichten wordt aangesloten bij het gemeentelijk koersdocument ‘Participatie & Omgevingswet en de uitwerking daarvan. Participatie is verplicht bij vaststelling van het omgevingsplan. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op basis van het omgevingsplan (omgevingsplanactiviteit) is het geen verplichting, maar een indieningsvereiste (aangeven of het is toegepast en zo ja, een beschrijving van het resultaat). De gemeenteraad kan toepassing van participatie in bepaalde gevallen wel verplichten. Bij dergelijke keuzes in het omgevingsplan wordt het gemeentelijk koersdocument gevolgd. Per situatie moet worden bezien of hieraan invulling wordt gegeven en hoe. Het doel van participatie is dat de relevante belangen in beeld komen, zodat een goede belangenafweging kan worden gemaakt. Het hoeft niet te leiden tot overeenstemming cq draagvlak maar wel tot (meer) begrip voor elkaars standpunten. 10. Het omgevingsplandeel Woonkernen moet aansluiten en afgestemd worden op de momenteel in voorbereiding zijnde omgevingsvisie. De momenteel in voorbereiding zijnde Omgevingsvisie voor de gemeente Stein vormt een belangrijke, zo niet de belangrijkste beleidsmatige basis voor de uitwerking van de omgevingsplandeel en de daarin op te nemen regels.
De regels dienen daarom aan te sluiten bij de daarin verwoorden ambities en opgaven en het realiseren daarvan te ondersteunen. Daarbij staan de drie hoofdthema’s uit de oorspronkelijke Strategische Toekomstvisie van de gemeente Stein en twee verbindingsthema’s die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving centraal. o sociale en vitale wijken en kernen; o het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten; o een bereikbare en bedrijvige gemeente; o de energietransitie; o een gezonde en veilige leefomgeving.
Afrondende procesnotitie omgevingsplandeel Woonkernen • 30