Zonnepark Willemsoord 1.pdf
Tekst van het document
Hierdoor wordt de diversiteit aan bloemen versterkt wat op korte termijn meer variatie en kansen biedt voor insecten en vlinders om zich te vestigen; nieuwe beplanting vormt ook na de ontmanteling van het zonneveld een blijvende landschappelijke structuur in het landschap en levert een bijdrage in de biodiversiteit van het gebied; zicht op het zonneveld wordt zoveel mogelijk voorkomen door het behouden van afstand tot de omliggende erven, de toepassing van beplantingselementen en het laag houden van de paneelhoogte. De Kwaliteitsimpuls bestaat uit de volgende maatschappelijke doelen: Er wordt aan de oostzijde van het zonnepark een voet-/fietspad aangelegd (wens vanuit bewoners Willemsoord). Hierdoor is het mogelijk om op diverse manieren een rondje Willemsoord te lopen. Het doel is om het pad aan de noordzijde te verbinden met het voet- en fietspadenstelsel in de provincie Friesland. Echter vanwege het ontbreken van toestemming van een van de grondeigenaren is de verbinding momenteel niet te realiseren. Duurzaam Willemsoord blijft samen met initiatiefnemer en grondeigenaren in gesprek om deze aansluiting alsnog te kunnen realiseren. De Helenahoeve zal langs deze route een rol gaan spelen als overdekt rust- en informatiepunt (panelen met informatie kolonielandschap en zonnepark); De initiatiefnemer van het zonnepark werkt samen met Duurzaam Willemsoord.
Duurzaam Willemsoord is een burgerinitiatief met als doel om Willemsoord duurzamer en energieneutraal te maken. Vanuit Duurzaam Willemsoord is een energiecoöperatie opgericht. De initiatiefnemer stelt een zonneveld van circa 2,18 ha om niet ter beschikking aan de energiecoöperatie. Met deze twee hectare wordt voorzien in groene elektriciteit voor circa 675 huishoudens (Willemsoord heeft 235 huishoudens). De opbrengst van de verkoop van groene elektriciteit door de coöperatie wordt vervolgens aangewend voor de realisatie van duurzame maatregelen in het dorp en omgeving. De kavel tussen het zonnepark en de Koningin Wilhelminalaan (circa 1,4 ha) krijgt een passende koloniale erfinvulling, en wordt om niet ter beschikking gesteld aan de inwoners van Willemoord. Op het perceel kunnen initiatieven zoals voedselbos, moestuin, kleinschalige akkers en spel een plek krijgen. De exacte invulling wordt bepaald door de bewoners van Willemsoord (er is een werkgroep opgericht die zich hier mee bezig gaat houden). Er wordt samenwerking gezocht met Wageningen University & Research of onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen om te participeren in lopend onderzoek naar de ecologische en bodemkundige gevolgen van zonneparken.
Aangezien op het zonnepark zowel een oostwest als een zuid-opstelling wordt gerealiseerd, is het zonnepark zeer geschikt om eventuele verschillen in gevolgen voor bodem, biodiversiteit en landbouw te monitoren. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Coalitieakkoord 2018-2022 Steenwijkerland kiest voor een duurzame ontwikkeling van de woon-, leef-, en werkomgeving van de huidige en toekomstige generaties. De gemeente zet in op een energieneutraal Steenwijkerland. Daarvoor is het nodig om lokaal meer duurzame energie op te wekken. De gemeente Steenwijkerland zorgt er graag voor dat er initiatieven van de grond komen die bijdragen aan het streven naar een energieneutraal Steenwijkerland, maar dan wel zonder de kwaliteit van de leefomgeving geweld aan te doen. Kwaliteit die van grote betekenis is voor het vestigingsklimaat (wonen en werken) en de toeristisch-recreatieve mogelijkheden binnen de ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 33 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord gemeente. En daarmee ook voor de werkgelegenheid en economie. In het programma Duurzaam is onder andere opgenomen dat particulieren en bedrijven in staat worden gesteld om lokaal meer energie op te wekken en grootschalige opwekking van energie mogelijk wordt gemaakt. Uitgangspunt daarbij is dat de lasten en lusten eerlijk worden verdeeld.
Dat betekent onder andere dat inwoners en ondernemers in de gemeente moeten kunnen meeprofiteren van de opbrengsten van energieopwekking en dat draagvlak en inpassing in de omgeving zwaar zal wegen. 3.3.2 Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen op land Op 21 mei 2019 is het beleidskader Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land vastgesteld. Dit beleidskader geeft invulling aan het gemeentelijk beleid voor zonne-energie, meer specifiek zonnepanelen op land, conform het Burgerbesluit ten aanzien van het onderwerp Energieneutraliteit (G1000 Burgerraad 7 april 2018). Het beleidskader geeft onder andere de ruimtelijke kaders aan en omvat een beschrijving van de lusten en lasten. Het totale energieverbruik in Steenwijkerland is 3500 TJ (komt overeen met circa 1070 ha zonnepanelen), waarbinnen het totale elektriciteitsverbruik 617 TJ is (overige is warmte en mobiliteit). Hiervan is het huishoudelijke elektriciteitsverbruik 196 TJ (60 ha zonnepanelen). Op dit moment wordt er op daken ongeveer voor 10 ha elektriciteit duurzaam opgewekt. Op land is echter nog geen elektriciteit duurzaam op te wekken omdat het beleidskader hiervoor ontbreekt. De kwantitatieve opgave zonnepanelen op land is voorlopig vastgesteld op maximaal 125 ha (406 TJ) zodat het mogelijk is om op relatief korte termijn een groot deel van elektriciteitsgebruik duurzaam op te wekken.
Bij uitvoering van het beleid wordt de. 'zonneladder' gehanteerd. Deze geeft de voorkeursvolgorde aan voor het opwekken van zonne-energie, te weten: Trede 1: in bestaand bebouwd gebied op daken dan wel in de groene omgeving op bestaande bouwvlakken; Trede 2: in bestaand bebouwd gebied op bedrijventerreinen en braakliggende gronden; Trede 3: aanvullend in de groene omgeving, niet zijnde natuur. Voorliggend initiatief valt onder trede 3. Het beleidskader bevat ook de kaart ‘Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land’ – die antwoord geeft op de vraag WAAR een initiatief mogelijk is – en de kaart ‘Landschapstypen’ – die van belang is voor de vraag HOE een initiatief uitgevoerd kan worden. Een ander belangrijk onderdeel van het beleidskader is de verplichte afdracht naar de omgeving. Een initiatiefnemer is verplicht per MWpiek (nominaal DC vermogen) € 1.000 per jaar (gedurende een periode van 15 jaar) af te dragen aan het omliggende gebied. Deze afdracht dient te worden ingezet met als doel zo breed mogelijk draagvlak te verkrijgen voor het plan. Een calculatie met een bijbehorend plan waaruit blijkt hoe deze middelen lokaal worden ingezet dient onderdeel te zijn van de vergunningaanvraag. De motivering van de afdracht is als Bijlage 5 toegevoegd. Het zonnepark in Willemsoord heeft een omvang van circa 19 ha, zodat voldaan wordt aan de kwantitatieve opgave.
Het projectgebied ligt in deelgebied 'Overig gebied' en het landschapstype 'Kolonielandschap Willemsoord'. In paragraaf 2.3 is aangegeven op elke wijze het project landschappelijk is ingepast. De kenmerken van het landschapstype 'Kolonielandschap Willemsoord' zijn hierbij betrokken. Conform het beleidskader worden de geschikte daken van de Helenahoeve ook benut voor de opwekking van zonne-energie. 34 ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord 3.3.3 Beheersverordening Buitengebied 2014 Op 9 december 2014 is een beheersverordening voor het buitengebied van de gemeente Steenwijkerland vastgesteld. In deze beheersverordening is het projectgebied bestemd voor: Agrarisch met waarden (artikel 6); Agrarisch - agrarisch bedrijf 1 (artikel 4); Waarde - Archeologie 2 (artikel 38); gebiedsaanduiding 'geluidzone -spoor' (artikel 44).
Het project is op de volgende onderdelen strijdig met de beheersverordening: artikel 4.1.1, de zonnepanelen met onderconstructie en bijbehorende bouwwerken zijn niet passend binnen de bestemmingsomschrijving; artikel 6.1.1, de zonnepanelen met onderconstructie en bijbehorende bouwwerken zijn niet passend binnen de bestemmingsomschrijving; artikel 6.2.1, de transformatorstations behorende bij de zonnepanelen vallen niet onder de uitzondering voor het plaatsen van gebouwen binnen deze bestemming; artikel 6.2.2, de onderconstructie van de zonnepanelen en de bijbehorende bouwwerken vallen niet onder de uitzondering voor het plaatsen van bouwwerken binnen deze bestemming. Voor het aanleggen van het voet-/fietspad en het aanbrengen van ondergrondse leidingen, de tafels met zonnepanelen en installaties zoals de transformatoren is op grond van artikel 6.6.1 onder a en c een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van en werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden vereist. Deze omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien de mogelijkheden voor herstel van de aanwezige natuurlijke en/of landschappelijke waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Met de aanleg van het zonnepark worden bestaande natuur- en landschapselementen in stand gehouden en versterkt door nieuwe aanplant.
Het nieuwe fiets- en wandelpad vormt een ondergeschikte voorziening die niet leidt tot aantasting van bestaande landschapselementen aangezien deze in de nieuwe aanplantzones wordt aangelegd. Bovendien zal dit recreatief medegebruik geen verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. De aanleg van de zonnepark heeft geen effecten op water en waterhuishoudkundige voorzieningen. In het kader van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Er wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening omgevingsvergunning bouwen en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De gebiedsaanduiding 'geluidzone -spoor' is niet relevant voor het project. Het plaatsen van een inkoopstation nabij de Helenahoeve is niet in overeenstemming met de bestemmingsomschrijving van artikel 4. Het inkoopstation voldoet aan de regels ten aanzien van bouwen binnen het bouwvlak en ook aan de bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. Voor het plaatsen van zonnepanelen op de daken van de Helenahoeve is geen omgevingsvergunning vereist. 3.3.4 Bestemmingsplan Modificaties gastransportnet Zwolle- Heerenveen Op 13 december 2016 is het bestemmingsplan Modificaties transportnet Zwolle-Heerenveen vastgesteld.
In dit bestemmingsplan is het projectgebied bestemd voor: Agrarisch met waarden (artikel 4) Waarde Archeologie 2 (artikel 13) gebiedsaanduidingen ‘vrijwaringszone – weg 50-100 meter’ (artikel 18.5) en ‘geluidszone-spoor’ ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 35 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord (artikel 18.2). Het project is op de volgende onderdelen strijdig met de beheersverordening: artikel 4.1.1, de zonnepanelen met onderconstructie en bijbehorende bouwwerken zijn niet passend binnen de bestemmingsomschrijving; artikel 4.2.2, de onderconstructie van de zonnepanelen en de bijbehorende bouwwerken vallen niet onder de uitzondering voor het plaatsen van bouwwerken binnen deze bestemming. 36 ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord Hoofdstuk 4 Onderzoeken 4.1 Milieuzonering Wettelijk kader Milieuaspecten worden geregeld via de daartoe geëigende wetgeving, maar daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, dient met deze aspecten rekening te worden gehouden. Het gaat dan om de situering van milieugevoelige objecten ten opzichte van milieuhinderlijke elementen. De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Afweging Het projectgebied is in agrarisch gebruik.
Het project maakt geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk die een grotere bescherming dan ten opzichte van die functie noodzakelijk maken. Zonneparken zijn niet opgenomen in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Van zonnepanelen is geen milieuhinder te verwachten. Dat geldt wel voor de bijbehorende transformators en omvormers, die overdag (enig) geluid produceren. Het is gebruikelijk om aansluiting te zoeken bij de enigzins verglijkbare functie 'elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen tot 10 MVA’. Op het zonnepark staan verspreid 10-15 transformatoren met ieder een vermogen van 1,25 of 2,5 MVA. Een inkoopstation is wat betreft milieuaspecten vergelijkbaar met een transformator. Een transformator met een vermogen < 10 MVA heeft een richtafstand van 30 m ten opzichte van gevoelige functies. Geluid is hierbij de bepalende factor. Deze afstand hoort bij het omgevingstype rustige woonwijk. Voor het omgevingstype gemengd gebied geldt een kleinere richtafstand, in dit geval 10 m. In dit geval kan het plangebied worden beschouwd als gemengd gebied vanwege de agrarische bedrijvigheid en ligging nabij een drukke weg (A32). Hierdoor kent het gebied een hogere milieubelasting. Voor het aspect geluid wordt ook verwezen naar paragraaf 4.4.
Zoals blijkt uit de ontwerptekening (Bijlage 4), liggen alle omliggende woonpercelen, waaronder de Helenahoeve, op een afstand van meer dan 10 m van een transformator, omvormer of het inkoopstation. Het zonnepark leidt derhalve niet tot een milieu hygiënisch conflict op dit punt. 4.2 Veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas en vloeibare brandstof). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 37 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Afweging Het zonnepark is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); er zijn sporadisch personen aanwezig. Het zonnepark is geen inrichting als bedoeld in het Bevi. Uit de risicokaart (riscokaart.nl) blijkt dat in of nabij het projectgebied geen risicovolle inrichtingen, aanwezig zijn. Wel liggen aan de oostzijde van het zonnepark een transportroute voor gevaarlijke stoffen (A32) en een aardgastransportleiding. Het project houdt rekening met de belemmerde strook van deze buisleiding, in die zin dat er geen werkzaamheden worden uitgevoerd en/of bouwwerken worden opgericht in deze strook.
Gasunie heeft aangegeven( Bijlage 6) in te stemmen met het project onder voorwaarde dat de voorzorgsmaatregelen zoals opgenomen in het document 'Uitgangspunten ter voorkoming van beïnvloeding van gasleidingen door nabijgelegen zonneparken (06/01/2020 versie 4)'Bijlage 7 in acht worden genomen door de initiatiefnemer. Initiatiefnemer zal deze voorzorgsmaatregelen treffen. Deze maatregelen zien voornamelijk op het voorkomen van negatieve effecten op de kathodische bescherming van gasleidingen. Aangezien als gevolg van het project het aantal personen binnen het invloedsgebied van de transportroute en buisleiding niet toeneemt, zijn er geen effecten op de externe veiligheidssituatie. Met betrekking tot externe veiligheid zijn dan ook geen belemmeringen aan de orde en kan aanvullend onderzoek achterwege blijven. 4.3 Elektromagnetische straling Wettelijk kader Waar sprake is van de productie van stroom is tevens sprake van elektromagnetische straling in een elektromagnetisch veld. Straling en elektromagnetische velden zijn overal om ons heen als gevolg van de straling die als gevolg van de grootste bron, de zon, de aarde bereikt en door de aarde deels wordt gereflecteerd. Rond elektrische leidingen zoals hoogspanningsverbindingen is sprake van Extreem Laag Frequente Elektromagnetische Velden (ELF-EMV).
Bij het versturen van draadloze informatie, zoals rond UMTS-masten en Wifi-verbindingen, is sprake van Radio Frequente Elektromagnetische Velden (RF-EMV). Sinds de introductie van de mobiele telefoon is aandacht geweest voor gezondheidseffecten van UMTS masten. Afweging Voor de bekabeling van het zonnepark, de omvormers en de transformatoren geldt dat sprake is van ELF-EMV. Langdurig contact met straling, bijvoorbeeld in de directe omgeving van transformatoren (binnen enkele meters), moet worden vermeden.In het geval van het zonnepark geldt dat binnen enkele meters van installatie geen personen verblijven. Op enkele meters afstand van de afstand van de installatie is geen sprake meer van waarneembare invloed. Er bestaat geen aanleiding voor nader onderzoek naar gezondheidseffecten. 4.4 Geluid Wettelijk kader Binnen het projectgebied wordt geen geluidsgevoelige bebouwing in de zin van de Wet geluidhinder opgericht. 38 ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord Het zonnepark vormt wel een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Het zonnepark is een type A-inrichting. De inrichting valt daarmee onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer.
Op grond van artikel 2.17 van dit besluit gelden de onderstaande geluideisen: Op de gevel van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAR, LT op de gevel niet hoger zijn dan: 50 dB(A) tussen 07:00 en 19:00 uur (dagperiode) 45 dB(A) tussen 19:00 en 23:00 uur (avondperiode) 40 dB (A) tussen 23:00 en 07:00 uur (nachtperiode) Afweging De omvormers en transformatoren kunnen geluid produceren; er moet worden voldaan aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. In het kader van deze aanvraag omgevingsvergunning is een melding Activiteitenbesluit gedaan. Vanuit het Activiteitenbesluit bestaat voor een type A inrichting geen noodzaak voor een akoestisch onderzoek. Het zonnepark zorgt ook niet voor een substantiële verkeersaantrekkende werking, waardoor omliggende woningen hinder zouden kunnen ondervinden. Voor het onderhouden van het park zijn hooguit enkele tientallen verkeersbewegingen per jaar nodig, wat een te verwaarlozen effect heeft op de gevelbelasting van woningen nabij het projectgebied. Wel kan tijdelijk hinder ontstaan in de aanleg- en opruimfase. Tijdens de aanlegfase zal een tijdelijke bouwweg worden gerealiseerd vanaf de Koningin Wilhelminalaan, ter hoogte van de spiltsing met de Kerkhoflaan.
4.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekende mate' (nibm) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; kantoorlocaties met een vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bijdragen. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3. Afweging Op grond van de nibm-tool is een project pas in betekenende mate bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 800 per dag (met 5% aandeel vrachtverkeer). Tijdens de aanleg zal er tijdelijk sprake zijn van een relatief grote toename van het aantal verkeersbewegingen. In beide perioden zal het aantal verkeersbewegingen zeer ruim onder het genoemde aantal van 800 per dag blijven.
Het project leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit met 3% en kan als 'niet in betekenende mate' worden beschouwd. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het project. ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 39 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord 4.6 Water Wettelijk kader Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. Deze waterparagraaf doet verslag van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie, dat wil zeggen voor het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Het projectgebied valt binnen het beheergebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Afweging Ten behoeve van het zonnepark wordt geen gesloten verharding aangelegd, afgezien van bouwwerken met technische installaties (inkoopstation en transformatoren). Het regenwater stroomt van de panelen naar de grond, waar het onbelemmerd kan infiltreren. De panelen en de constructie wordt uitgevoerd van niet-uitloogbare materialen.
De onderhoudsstroken zijn onverhard of bestaande uit een waterdoorlatende halfverharding.. Het aan te leggen voet-/fietspad zal worden uitgevoerd in een halfverharding dat waterdoorlatend is. Het zonnepark wordt niet gerealiseerd in, op of nabij een waterstaatswerk. Voorts worden geen oppervlaktewaterlichamen gegraven of gedmept. De Keur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta is niet van toepassing. Derhalve is er ook geen vergunning- of meldingsplicht. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl). Het waterschap heeft aangegeven dat de korte procedure van de watertoets moet worden doorlopen. De reactie van het waterschap is opgenomen als Bijlage 8. Het waterschap heeft geen bezwaar tegen de aanvraag omgevingsvergunning. 4.7 Archeologie en cultuurhistorie 4.7.1 Archeologie Wettelijk kader Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met archeologische vindplaatsen en zichtbare monumenten moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij de planvorming te betrekken.
Afweging Op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente Steenwijkerland geldt voor het projectgebied een hoge verwachting ten aanzien van het voorkomen van archeologische waarden. Daarnaast is er sprake van twee aandachtzones. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in de beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014. De omvang van de bodemingrepen bedraagt circa 30 ha en is groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Om die reden is in juli 2018 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport 40 ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord is als Bijlage 9 opgenomen. In het navolgende is de conclusie weergegeven. In het projectgebied zijn geen relevante intacte archeologische lagen waargenomen: de podzolgronden bleken, waarschijnlijk als gevolg van het ploegen ten behoeve van de aardappelteelt, verstoord. De archeologische verwachting is binnen het projectgebied dan ook laag. Er zijn ook geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op (grotere) archeologische nederzettingen.
Ongeacht de diepte van de ingrepen in het gebied is de verwachting dat er geen intacte archeologische waarden worden verstoord. Archeologisch vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. De gemeente neemt het advies van het archeologisch adviesbureau over. Het projectgebied wordt, op archeologische gronden, vrijgegeven. Mocht er tijdens werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt volgens de Erfgoedwet art. 5.10, een meldingsplicht bij het bevoegd gezag. Dit kan bij de gemeente Steenwijkerland. 4.7.2 Cultuurhistorie Wettelijk kader Cultuurhistorie gaat over de geschiedenis van de gebouwde omgeving, de landschappen, tradities en de verhalen die erbij horen. Sinds 1 januari 2012 is de gemeente wettelijk verplicht om cultuurhistorische belangen mee te wegen in ruimtelijke vraagstukken. Afweging Zoals reeds omschreven in hoofdstuk 2 maakt de kern Willemsoord onderdeel uit van de Koloniën van Weldadigheid. Deze kolonie is in 1821-1823 opgericht als een vrije kolonie met een eigen structuur. Deze structuur is nog deels zichtbaar in het huidige landschap. Centraal in het projectgebied staat Helenahoeve (bouwjaar 1900, Ronde Blesse 7). Deze boederij heeft een architectonische kwaliteit, maar is niet aangewezen als beeldbepalend pand of monument. Er zijn aldus geen monumentale panden binnen het projectgebied gelegen.
Ook beïnvloeding van beschermde gezichten is vanwege de grote afstand tussen de zonnepark en bebouwing niet aan de orde. Er is wel sprake van cultuurhistorische waarden voor het landschap (zie paragraaf 2.1) waar het projectgebied onderdeel van uitmaakt. Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 is voor het project een landschappelijke onderbouwing met inrichtingsplan opgesteld. Dit inrichtingsplan gaat uit het behouden bestaande beplantingsstructuren in verband met hun cultuurhistorische waarde en het herstellen van de landschapsstructuur. 4.8 Flora en fauna Wettelijk kader Om de uitvoerbaarheid van het project te toetsen, is in januari 2018 een globaal ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Het onderzoeksrapport is als Bijlage 10 opgenomen. Eind 2019 heeft de provincie Overijssel de beleidsregels Natuur gewijzigd. Hierin is de provinciale vrijstellingslijst voor beschermde soorten aangepast. Ook heeft de provincie Overijssel een aangepaste lijst met jaarrond beschermde vogelsoorten vastgesteld. Derhalve is het ecologisch onderzoek geactualiseerd in de vorm van een oplegnotitie. Deze is als Bijlage 11 opgenomen. In het navolgende is de conclusie weergegeven. De oplegnotitie bevestigd deze conclusie.
In paragraaf 2.2 wordt nader ingegaan op de mogelijke effecten van zonneparken op natuur, landbouw en landschap. ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 41 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord Afweging 4.8.1 Soortenbescherming Het projectgebied biedt een potentieel habitat voor een aantal beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte en uitgebreide veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en eenmalig veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele algemeen beschermde soorten met een landelijke vrijstelling en voor enkele soorten zonder deze vrijstelling. Het projectgebied is (onderdeel) van het leefgebied vormt voor enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, steenmarter, das, vleermuizen en broedvogels. Dit betreft echter geen essentieel onderdeel en is ook na de ontwikkeling nog steeds voorhanden als leefgebied. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn echter niet te verwachten door het ongeschikte aanwezige biotoop, zoals voor boommarter en waterspitsmuis. Negatieve effecten op deze soorten worden niet verwacht. Dit is echter niet van toepassing op broedende vogels. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In onderhavige situatie zullen werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Er worden binnen het projectgebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk. 4.8.2 Gebiedsbescherming In de directe omgeving van het projectgebied liggen geen Natura 2000-gebieden. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het projectgebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Het projectgebied en omgeving maken geen onderdeel uit van de NNN. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht. 4.8.3 Stikstof De uitspraak (zaaknummer 201600614/3) van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 heeft tot gevolg dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten worden gebruikt.
Onder het PAS gold voor ontwikkelingen onder de grenswaarde van 1 mol/ha/jaar (dan wel 0,05 mol/ha/jaar) een vrijstelling van de Wnb-vergunningplicht. De mogelijke bedrage van het project (in zowel de aanleg-, gebruiks- als opruimfase) aan stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden is berekend met het programma AERIUS Calculator. Het rapport van deze berekening Bijlage 12 is als opgenomen. De berekening geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn die hoger zijn aan 0,00 mol/ha/jaar. Dit houdt in dat er geen sprake is van een negatieve effecten op verzuringsgevoelige Natura 2000-gebieden. 42 ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord 4.8.4 Conclusie Vanuit de eisen van het natuurbeleid NNN en vanuit de Wet natuurbescherming, onderdelen houtopstanden, gebiedsbescherming en soortenbescherming is het plan uitvoerbaar. In het projectgebied zijn geen beschermde natuurwaarden aangetroffen. Verwacht wordt dat de met voorgenomen ontwikkeling juist geschikter biotoop ontstaat voor grondgebonden zoogdieren, landbiotoop voor amfibieën en foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen. Het huidige agrarische gebruik (aardappelteelt) wordt namelijk beëindigd en er wordt circa 8 ha aan nieuwe beplanting toegevoegd. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het plan derhalve uitvoerbaar.
4.9 Bodem Wettelijk kader Bodemvervuiling kan een rol spelen bij de totstandkoming van nieuwe ontwikkelingen. De tijd dat elke vervuiling moest worden aangepakt, ligt achter ons. Belangrijkste criterium hierbij is of de vervuiling zodanig is dat er sprake is van risico's voor gezondheid of milieu. Op dit moment is er sprake van een omslag van saneren naar beheren en behoeven alleen de zogeheten 'ernstige vervuilingen' in meer of mindere mate aangepakt te worden. De maatregelen worden daarbij afgestemd op de functie. Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Over PFAS en het Tijdelijk Handelingskader PFAS betreft een grote groep stoffen waarvan een aantal stoffen op de lijst met (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) staat.
Door de specifieke eigenschappen die PFAS hebben, worden ze al decennialang gebruikt in industriële processen en veel alledaagse producten Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat deze stoffen biologisch slecht tot niet afbreekbaar zijn en zich kunnen verplaatsen. Ze zijn schadelijk voor de gezondheid van mensen en dieren en ze komen door onder andere lozingen en verplaatsingen via de lucht inmiddels wijdverspreid in het milieu voor. Sinds juli 2019 gelden tijdelijke regels voor de hoeveelheden PFAS in de grond, het Tijdelijk Handelingskader. Binnen dit Handelingskader werd ook heel Nederland als verdacht aangemerkt op de aanwezigheid van PFAS. Omgevingsdienst IJsselland heeft voor een aantal gemeenten in de regio IJsselland, waaronder Steenwijkerland, een regionale achtergrondwaarde voor de stoffengroep PFAS vastgesteld. Door de norm aan te passen, kan het grondverzet in de regio worden hervat. Omgevingsdienst IJsselland liet in opdracht van de gemeenten onderzoek uitvoeren om te bepalen hoe het met PFAS in de regio IJsselland in de bodem is gesteld. Per gemeente is de grond binnen de bebouwde kom met woon- en industriefunctie en de grond in het buitengebied, onderzocht. Het onderzoek richtte zich vooral op de stoffen PFOS en PFOA uit de PFAS-stoffengroep.
In de bovengrond is in 80% van de gevallen de gemeten waarde van beide stoffen lager dan of gelijk aan 0,7 microgram per kilogram (Voor PFOS adviseert het RIVM een tijdelijke achtergrondwaarde van 0,9 microgram per kilogram grond. Voor PFOA 0,8 microgram per kilogram grond). Uit het onderzoek blijkt dat de waarden in de ondergrond (vanaf 0,5 meter onder de grond en dieper) lager zijn dan in de bovengrond (0 tot 0,5 meter diepte). Er is geen verschil in de waarden tussen landelijk en bebouwd gebied. Ook de stof GenX is onderzocht. In geen van de geanalyseerde monsters is GenX ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 43 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord aangetroffen. Afweging Raadpleging van het provinciale bodeminformatiesysteem wijst uit dat ter plaatse van het projectgebied geen (potentiële) bodemverontreinigingslocaties aanwezig zijn. Er wordt niet langdurig verbleven in het projectgebied en er vindt geen aan- en afvoer plaats van grond. De aanleg van het zonnepark vormt geen bodembedreigende activiteit. Doordat er geen hergebruik plaatsvindt van grond of bagger is geen nader onderzoek naar PFAS noodzakelijk. De kwaliteit van de bodem staat de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg.
4.10 Vormvrije mer-beoordeling Wettelijk kader Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) en het doorlopen van de bijbehorende m.e.r.-procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen van het milieu. Dit is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Er zijn drie onafhankelijke sporen die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: 1. Uit toetsing aan de hand van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) blijkt dat het plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, Besluit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor ruimtelijke plannen en besluiten dient te worden getoetst aan de activiteiten en drempelwaarden van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. In het geval de activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar die onder de drempelwaarden vallen, dan is een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' nodig. Bij de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' dient te worden getoetst of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten.
De toetsing dient te worden gedaan aan de hand van de criteria uit Bijlage III bij de Europese richtlijn m.e.r. (kenmerk project, plaats project en kenmerk potentieel effect). Zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten, dan is niet alsnog een (plan)m.e.r. (-beoordeling) op grond van het Besluit m.e.r. noodzakelijk. 2. In het geval van een (bestemmings)plan: indien een 'passende beoordeling' op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor dit plan verplicht is vanwege de in het plan opgenomen activiteiten. Een passende beoordeling is verplicht indien significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. 3. Wanneer Provinciale Staten in de Provinciale Milieuverordening activiteiten hebben aangewezen, aanvullend op de activiteiten in het Besluit m.e.r., die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. Afweging Realisatie van projecten met zonne-energie worden niet in het Besluit milieu-effectrapportage genoemd. Volgend uit jurisprudentie (uitspraak Raad van State d.d. 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770), kan een zonnepark niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling (categorie D11.2) en/of industriële installaties voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water (categorie D22.1) worden beschouwd. Voorts dient beoordeeld te worden of het project onder categorie D9 valt.
Categorie D 9 betreft: een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan. In voorgenoemde uitspraak heeft de Raad van State tevens geoordeeld dat van een 44 ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord landinrichtingsproject als bedoeld in categorie D9, alleen sprake kan zijn indien het grootschalige ontwikkeling in het buitengebied (oppervlakte meer dan 125 ha) betreft. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat onder landinrichting projecten vallen zoals: het gebruik van niet in cultuur gebrachte gronden of semi-natuurlijke gebieden voor intensieve landbouw; de omzetting van landbouw naar waterberging. Hieruit volgt dat een zonnepak geen landinrichtingsproject is. Voorliggend project omvat ook de aanleg van circa 8 ha aan nieuwe beplantingsstructuren en bloemrijk grasland. Echter dit heeft onvoldoende substantieel karakter om aangemerkt te kunnen worden als een landinrichtingsproject. Gelet op de kenmerken van het project, en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Eén en ander blijkt uit dit hoofdstuk waarbij uitgebreid is ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten. Het uitvoeren van een mer-beoordeling en/of het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) zijn derhalve niet aan de orde.
4.11 Kabels en leidingen Bij de voorbereiding van het project is een Klic-melding uitgevoerd vanwege de aanwezigheid van diverse kabels en leidingen in en nabij het projectgebied. Ten westen van het zonnepark ligt een aardgastransportleiding van Gasunie. In paragraaf 4.2 Veiligheid wordt nader ingegaan op de onderlinge effecten van zonnepark en gasleiding. Ter plaatse van het meest westelijke zonneveld ligt een waterleiding van Vitens. Deze leiding wordt vervangen en is ten allen tijde bereikbaar voor onderhoud. Er heeft afstemming plaatsgevonden met de leidingbeheerders Vitens en Gasunie. In hun reacties Bijlage 6 en Bijlage 13 hebben zij aangegeven te kunnen instemmen met voorliggend project. Om de omvormers, transformatoren en inkoopstation met elkaar te verbinden wordt binnen het zonnepark bekabeling aangelegd. Deze bekabeling voldoet aan NEN-normering en heeft geen negatieve invloed op de omgeving en bodem. Daarnaast wordt voor het zonnepark een middenspanningsleiding aangelegd. Het zonnepark wordt aangesloten op het netwerk van Liander. Dit geschiedt vanaf de noordkant van het zonnepark, grenzend aan Weststellingwerf en via gronden liggend buiten de gemeente Steenwijjkerland. De middenspanningsleiding kruist de weg Ronde Blesse. Deze weg is eigendom van de stichting Het Heideveld. De stichting kan instemmen met de ondergrondse kruising.
De definitieve ligging van deze leiding is nog onder voorbehoud van detail engineering. Voor de kruisingen van de middenspanningsleiding met de bestaande ondergrondse infrastructuur zal bij de eigenaren om toestemming worden gevraagd. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het project. 4.12 Lichthinder Een specifieke vorm van mogelijke hinder door zonnevelden is die van lichtschittering. Lichtschittering op de panelen kan hinder veroorzaken voor automobilisten, omwonenden, maar ook het vliegverkeer. De reflecties (voor zover aanwezig) hangen af van de locatie (stand en hoogte spiegelend vlak) en de stand van de zon. Hinder wordt zo veel mogelijk voorkomen door de eigenschap van zonnepanelen om zonlicht te absorberen, de stand van de panelen en het landschappelijk inpassen van het ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 45 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord zonnepark. De huidige generatie zonnepanelen zijn voorts voorzien van een anti-reflectie coating of folie. De zonnepanelen in het projectgebied worden gerealiseerd in een hellingshoek van 10 graden. Hinder door reflectie is bij de gekozen opstelling daarom niet te verwachten. Rijkswaterstaat bevestigd deze conclusie in haar brief (Bijlage 14). Ook wordt geen hinder verwacht op (toekomstige) naderingsroutes voor Lelystad Airport.
46 ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord Hoofdstuk 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Initiatiefnemer heeft vanaf het begin contact gezocht met Duurzaam Willemsoord en Dorpsbelang Willemsoord. Deze partijen hebben diverse overleggen gevoerd, zowel in de vorm van individuele keukentafelgesprekken met omwonenden (Koningin Wilhelminalaan en Ronde Blesse) als ook in centraal georganiseerd overleg. Een verslag van dit participatieproces is als Bijlage 15 toegevoegd. Via de procedure van de omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan (uitgebreide procedure) kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen. Vooroverleg Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. De landschappelijke inrichting en de ontwerptekening zijn in nauw overleg met de provincie Overijssel tot stand gekomen. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft aangegeven dat er geen waterschapsbelang is. Gasunie, Vitens en Rijkswaterstaat hebben ieder aangegeven in te stemmen met het project. Daarmee heeft het vooroverleg in voldoende mate plaatsgevonden.
Zienswijzen Daarna wordt de ontwerpomgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep. De genoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan. Bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning is het college van Burgemeester en wethouders. De gemeenteraad heeft echter een toetsende rol en dient voorafgaand aan de besluitvorming een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven. ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 47 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Wanneer er sprake is van een bouwplan als bepaald in artikel 6.12 Wro en 6.2.1 Bro moet hiervoor in beginsel een exploitatieplan worden vastgesteld. Hiervan kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De realisatie van een zonnepark is geen bouwplan als bepaald in de genoemde artikelen.
Daarnaast wordt er een overeenkomst gesloten tussen gemeente en ontwikkelende partij, waarin het kostenverhaal, waaronder planschade, is geregeld. De vaststelling van een exploitatieplan is bij dit projectvoornemen niet nodig. Voor de totstandkoming van het zonnepark wordt een subsidie op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE+) aangevraagd. Deze subsidie is in de exploitatie noodzakelijk voor de bedrijfseconomische haalbaarheid. 48 ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing (ontwerp) 49 omgevingsvergunning zonnepark Willemsoord Bijlage 1 technische tekening 50 bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing (ontwerp )