Wijziging Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ 2015 RAADSVOORSTEL.pdf
Tekst van het document
1 Voorstel aan de raad Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 13-12-2016 Nummer voorstel: 2017/1 Voor raadsvergadering d.d.: 31-01-2017 Agendapunt: 6 Aan de raad van de gemeente Steenwijkerland wordt voorgesteld te besluiten: Conceptbesluit: De wijziging Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Steenwijkerland 2015 vast te stellen. Samenvatting: Op 13 januari 2015 heeft uw raad als gevolg van de invoering van de Participatiewet de nieuwe Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 vastgesteld. Er is nu aanl eiding om deze verordening op twee onderdelen aan te passen. Het eerste onderdeel ( artikel 7) heeft betrekking op de ingangsdatum van de maatregel. Het tweede onderdeel ( artikel 10a) heeft betrekking op de Wet taaleis Participatiewet , die met ingang van 1 januari 2016 in werking is getreden. Dit artikel dient toegevoegd te worden aan deze verordening. Ingangsdatum maatregel Bij handhaving van de plicht tot arbeidsinschakeling is gebleken dat de ingangsdatum van de maatregel een belemmering vormt voor het lik op stuk beleid. In de huidige situatie is dat pas in de eerstvolgende maand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van een maatregel aan de belanghebbende is bekend gemaakt.
In de nieuwe situatie wordt dat met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de maatregelwaardige gedraging wordt geconstateerd. In het wijzigingsvoorstel, dat u als bijlage bij dit voorstel aantreft wordt het verschil met een voorbeeld toegelicht. Wet taaleis Participatiewet De wetgever heeft de beheersing van de Nederlandse taal als extra verplichting toegevoegd aan de voor bijstandsgerechtigden geldende verplichtingen. De taaleis is in de Participatiewet opgenomen, omdat belanghebbenden die de Nederlandse taal voldoende beheersen sneller de arbeidsmarkt kunnen betreden. Bijstandsgerechtigden die daar niet aan ( willen) voldoen krijgen een maatregel. De hoogte en duur daarvan is bij wet geregeld ( artikel 18b van de Participatiewet). Dit geldt echter niet voor mensen die niet willen meewerken aan een onderzoek in het kader van de Wet taaleis. Bijstandsgerechtigden zijn wettelijk verplicht hun medewerking te verlenen aan dit onderzoek. Wil de IGSD hen echter een maatregel kunnen opleggen, dan moet dit wel in de 2 Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ geregeld zijn. Reden waarom aan deze verordening een artikel wordt toegevoegd waarin dit wordt geregeld. Voor de hoogte en duur van de maatregel is aangesloten bij de maatregelen die gelden in het kader van de wet taaleis Participatiewet.
Ook dit artikel wordt in het bijgaande wijzigingsvoorstel verder toegelicht. Deze gewijzigde verordening is voor advies voorgelegd aan de Cliëntenraad WWB Steenwijkerland, die een positief advies heeft afgegeven. De Adviesraad Sociaal Domein Steenwijkerland heeft zich hieraan geconformeerd.. Bijlagen bij het voorstel Wijzigingsvoorstel Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Steenwijkerland 2015 ( wijzigingen zijn blauw gearceerd) en adviezen Cliëntenraad WWB Steenwijkerland en Adviesraad Sociaal Domein Steenwijkerland. Ondertekening De secretaris De waarnemend burgemeester S.S. Weistra J.H. Bats Betrokken partijen afdeling adviseur behandeld in raadscommissie MO Jan Knol, tel.: 0521-538654, email: jan.knol@steenwijkerland.nl x ja, nl. 17 januari 2017 nee 1 Raadsbesluit Steenwijk, 31-1-2017 Nummer: 2017/1 De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13-12-2017, nummer 2017/1; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening Wijziging Maatregelenverordening Participatiewet , IOAW en IOAZ Steenwijkerland 2015 Artikel I A. Artikel 7. Ingangsdatum en tijdvak van een maatregel 1. De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de maatregelwaardige gedraging wordt geconstateerd, doch niet eerder dan de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel het recht op bijstand bestaat. 2.
Indien toepassing van het eerste lid niet (meer) mogelijk is, wordt de maatregel opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin het besluit tot het opleggen van een maatregel aan een belanghebbende is bekendgemaakt, of zoveel later als er die kalendermaand recht op bijstand bestaat. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm, tenzij de verordening anders bepaalt. 3. Een maatregel kan met terugwerkende kracht worden opgelegd over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden wanneer een maatregel zowel overeenkomstig het eerste als tweede lid niet (meer) mogelijk is, omdat de bijstand en/of uitkering is beëindigd of ingetrokken. B. Artikel 10a Medewerkingsplicht in het kader van de Wet taaleis 1. Het college legt een maatregel op van 20% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden, indien belanghebbende niet of in onvoldoende mate zijn medewerking verleent als bedoeld in artikel 17 lid 2 Participatiewet, waardoor het college niet kan vaststellen of belanghebbende voldoet aan de Wet taaleis WWB (artikel 18b Participatiewet). 2. Onder het niet of onvoldoende medewerking verlenen als bedoeld in het eerste lid verstaat het college in ieder geval: a.
het niet op een aangegeven plaats en tijd verschijnen in verband met een onderzoek in het kader van de Wet taaleis WWB en; b. het niet meewerken aan de uitvoering van de taaltoets in het kader van de Wet taaleis WWB. 3. De hoogte van de maatregel is 40% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit, waarbij een maatregel op grond van het eerste lid is opgelegd, opnie uw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging. 4. De hoogte van de maatregel is 100% van de bijstandsnorm voor onbepaalde tijd, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit, waarbij 2 een maatregel op grond van het derde lid is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging. Artikel II Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter, A. ten Hoff J.H. Bats