CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijziging Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 - bijlage Wijzigingsvoorstel.pdf

Raadsvergadering 31 januari 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Wijziging Maatregelen verordening Participatiewet, IOAW, IOAZ, 2015 (voorstelnummer 2017/1); Dedden1.226 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingsvoorstel artikel 7 en 10a van de Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Steenwijkerland 2015. Artikel 7. Ingangsdatum en tijdvak van een maatregel 1. De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de maatregelwaardige gedraging wordt geconstateerd, doch niet eerder dan de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel het recht op bijstand bestaat. 2. Indien toepassing van het eerste lid niet (meer) mogelijk is, wordt de maatregel opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin het besluit tot het opleggen van een maatregel aan een belanghebbende is bekendgemaakt, of zoveel later als er die kalendermaand recht op bijstand bestaat. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm, tenzij de verordening anders bepaalt. 3. Een maatregel kan met terugwerkende kracht worden opgelegd over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden wanneer een maatregel zowel overeenkomstig het eerste als tweede lid niet (meer) mogelijk is, omdat de bijstand en/of uitkering is beëindigd of ingetrokken. Artikel 10a Medewerkingsplicht in het kader van de Wet taaleis 1.

Het college legt een maatregel op van 20% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden, indien belanghebbende niet of in onvoldoende mate zijn medewerking verleent als bedoeld in artikel 17 lid 2 Participatiewet, waardoor het college niet kan vaststellen of belanghebbende voldoet aan de Wet taaleis WWB (artikel 18b Participatiewet). 2. Onder het niet of onvoldoende medewerking verlenen als bedoeld in het eerste lid verstaat het college in ieder geval: a. het niet op een aangegeven plaats en tijd verschijnen in verband met een onderzoek in het kader van de Wet taaleis WWB en; b. het niet meewerken aan de uitvoering van de taaltoets in het kader van de Wet taaleis WWB. 3. De hoogte van de maatregel is 40% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit, waarbij een maatregel op grond van het eerste lid is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging. 4. De hoogte van de maatregel is 100% van de bijstandsnorm voor onbepaalde tijd, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit, waarbij een maatregel op grond van het derde lid is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging. Toelichting op artikel 7 Eerste lid In het kader van het lik op stuk beleid, wil de gemeente zo snel mogelijk een maatregel kunnen opleggen.

Dit betekent dat, zodra geconstateerd wordt dat een belanghebbende zijn verplichting verbonden aan zijn uitkering niet nakomt, hij diezelfde maand nog een maatregel krijgt opgelegd 1. De ingangsdatum is dan de eerste dag van die kalendermaand waarop dit geconstateerd wordt. Op de ingangsdatum zijn twee uitzonderingen aangebracht 1e uitzondering Vindt de gedraging op een latere datum plaats, dan is de ingangsdatum van de maatregel gelijk aan de datum waarop de gedraging plaatsvond. Dit kan het beste aan de hand van een voorbeeld verduidelijkt worden. 1 Uitgezonderd de schending van de inlichtingenplicht. Daarvoor kunnen boetes worden opgelegd. Stel een belanghebbende dient op 15 november gebruik te maken van een door het college aangebonden re-integratievoorziening. Zonder opgaaf van redenen verschijnt belanghebbende niet. Dezelfde dag ontvangt het college bericht dat belanghebbende zonder opgaaf van redenen niet is verschenen. Een maatregel opleggen met ingang van 1 november is in dergelijke situaties niet toegestaan. De maatregelwaardige gedraging vindt immers op 15 november plaats. De ingangsdatum van de maatregel is dan 15 november. 2e uitzondering Ontvangt belanghebbenden nog geen bijstand vanaf de eerste dag van de kalendermaand, dan kan hem niet eerder een maatregel opgelegd worden dan met ingang van de ingangsdatum van de uitkering. Een voorbeeld ter illustratie.

Een belanghebbende vraagt op 10 februari algemene bijstand aan en heeft ook vanaf die datum recht op bijstand. Hij doet een beroep op bijstand omdat hij door eigen toed oen werkloos is geraakt (verwijtbaar werkloos). Een maatregel opleggen met ingang van 1 februari is niet mogelijk. Vanaf die datum heeft belanghebbende immers nog geen recht op bijstand. De ingangsdatum van de maatregel zal dan op grond van het eerste lid gelijk zijn aan de ingangsdatum van de uitkering. Tweede lid Is toepassing van het eerste lid niet mogelijk, dan kan de maatregel worden opgelegd met ingang van de eerste van de maand waarin het maatregelbesluit kenbaar is gemaakt aan de belanghebbende. Ter illustratie staat hieronder een voorbeeld: Op 20 juli constateert het college dat belanghebbende over de afgelopen drie maanden onvoldoende solliciteerde. In juli legt het college echter niet meteen een maatregel op. De uitkering wordt vervolgens over deze maand uitbetaald, waardoor geen maatregel met ingang van 1 juli 2015 kan worden opgelegd. Indien de uitkering over de maand augustus nog niet is betaald, kan het college in augustus de maatregel opleggen met ingang van 1 augustus. Dit op grond van het tweede lid. Derde lid Het is niet altijd mogelijk om een lopende uitkering af te stemmen. In die gevallen kan de maatregel met terugwerkende kracht worden toegepast.

Het afstemmingsbesluit dat in dat geval wordt genomen, is een bijzondere vorm van herziening van de uitkering. Het besluit leidt namelijk tot te veel verstrekte uitkering. De uitkering die op grond van het afstemmingsbesluit te veel is verstrekt kan met toepassing van artikel 58, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet, respectievelijk artikel 25, tweede lid, van de IOAW en van de IOAZ, worden teruggevorderd. Afstemming met terugwerkende kracht is echter niet altijd mogelijk. Als alle uitkering over de betreffende periode is ingetrokken en teruggevorderd, resteert er niets meer om af t e stemmen. Toelichting op artikel 10a De wetgever voegt de beheersing van de Nederlandse taal als extra verplichting toe aan de voor bijstandsgerechtigden geldende verplichtingen (artikel 18b Participatiewet). De taaleis is in de Participatiewet opgenomen, omdat belanghebbenden die de Nederlandse taal voldoende beheersen sneller de arbeidsmarkt kunnen betreden. Bijstandsgerechtigden die daar niet aan (willen) voldoen, krijgen een maatregel. De hoogte daarvan is bij wet geregeld. Belanghebbenden voldoen aan de Wet taaleis Participatiewet wanneer zij kunnen aantonen dat zij:  acht jaar Nederlandstalig onderwijs hebben genoten,  een inburgeringsdiploma kunnen overleggen of,  ander document waaruit blijk dat ze de Nederlandse taal voldoende beheersen.

Aan belanghebbenden, die dat niet kunnen aantonen of die onvoldoende voortgang hebben geboekt bij het verwerven van de vaardigheden van de Nederlandse taal, kan het college pas een maatregel opleggen wanneer uit een taaltoets blijkt dat zij de Nederlandse taal on voldoende beheersen. Daarvoor is wel de medewerking van belanghebbende nodig. Artikel 10b van de verordening is specifiek voor die situaties bedoeld waarin belanghebbende geen medewerking verleent, waardoor het college niet kan vaststellen of belanghebbende aan de Wet taaleis Participatiewet voldoet. Om te voorkomen dat niet meewerkende belanghebbenden geen maatregel opgelegd kunnen krijgen, dient de Maatregelenverordening te worden aangepast. Daarbij is tevens van belang dat hoogte en duur van de maatregel overeenkomen met die van artikel 18b Participatiewet. Indien de hoogte en/of duur van de maatregel wegens het niet meewerken een lagere sanctie oplevert dan die in de Wet taaleis Participatiewet, loont het om niet mee te werken aan de Wet taaleis Participatiewet. Belanghebbenden bij wie middels de toets is vastgesteld, dat zij nie t voldoen aan de Wet taaleis Participatiewet, maar die wel bereid zijn om de vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven en daarmee ook beginnen, krijgen geen maatregel opgelegd (artikel 18 lid 6 onder a Participatiewet).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/9a038afa-6063-4a05-ad68-b184dcf98cfa?agendaItemId=39fa9908-ed70-4453-807f-fe069d79550b