Wijiziging Legesverordening en Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimte 2026 - RAADSVOORSTEL
Tekst van het document
Politieke Markt - 6 oktober 2026 - 1/3 Politieke Markt Vergadering van 6 oktober 2026 Bedrijfsvoering - Interne dienstverlening en belastingen Wijziging Legesverordening 2026 en Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026 Overlegd met Team Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Portefeuillehouder Tilko Gernaat Samenvatting In verband met een aantal wetswijzigingen wordt voorgesteld de voor 2026 vastgestelde Legesverordening en Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten te wijzigen. Beschrijving Inleiding De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft wijzigingen doorgevoerd in de Model Legesverordening en de Modelverordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten. Voorgesteld wordt deze wijzigingen over te nemen en de gemeentelijke verordeningen aan te passen. Gewenst resultaat Actuele verordeningen en naleving van wetgeving. Argumenten 1.1 De voorgestelde wijzigingen in de Legesverordening worden hieronder toegelicht. Hierbij wordt de artikelnummering van het wijzigingsbesluit gebruikt. Artikel I In dit nieuwe artikel is een tariefbepaling opgenomen die betrekking heeft op een overbrengingsvergunning voor het vervoeren van explosieven voor civiel gebruik, zoals los kruit en munitie. De overbrengingsvergunning is geregeld in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet explosieven voor civiel gebruik.
Het is verboden explosieven over te brengen indien de desbetreffende overbrenging in Nederland eindigt zonder dat aan de verkrijger van deze explosieven daartoe vergunning is verleend. De verkrijger van de over te brengen explosieven moet de vergunning aanvragen bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de overbrenging eindigt. Het tarief is wettelijk vastgesteld op € 121,00. Artikel II In de huidige definitie van het begrip "bouwkosten" wordt verwezen naar een NEN-norm. De Hoge Raad heeft echter bepaald dat een belastingschuldige de hoogte van het verschuldigde bedrag uit de verordening moet kunnen afleiden. Als dit bedrag afhankelijk is van de bouwkosten, moet het de Politieke Markt - 6 oktober 2026 - 2/3 belastingschuldige ook duidelijk zijn hoe deze bouwkosten worden bepaald. Als bij het begrip bouwkosten verwezen wordt naar een NEN-norm, moet ook die norm kenbaar zijn voor de belastingschuldige. Voor die norm gelden dan dezelfde bekendmakingsregels als voor de verordening zelf. Dit levert echter problemen op, omdat het om een niet-publiekrechtelijke norm gaat, die niet zomaar verspreid kan worden. Daarom wordt voorgesteld een omschrijving van het begrip bouwkosten te hanteren die niet naar een NEN-norm verwijst en wel aan de eisen voldoet die de Hoge Raad over de kenbaarheid heeft gesteld.
Artikel III Aan het bestaande artikel 2.35 worden twee nieuwe tariefbepalingen opgenomen. Ten eerste voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor ingebruikname van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.16a in samenhang met artikel 2.21a van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het college kan dit maatwerkvoorschrift desgevraagd stellen in het kader van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, in situaties waarin sprake is van kleine, niet herstelbare afwijkingen van de bouwtechnische voorschriften. Hiermee kan ingebruikname worden toegestaan, ook zonder de verklaring van de kwaliteitsborger, mits de strijdigheid niet afdoet aan het doel van de overtreden voorschriften. De tweede nieuwe tariefbepaling betreft een maatwerkvoorschrift dat kan worden gesteld op grond van artikel 5.3a van het Bbl. Dit heeft betrekking op het verbouwen en het verplaatsen van een bestaand bouwwerk of de wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 5.1 van het Bbl. Voorgesteld wordt voor beide maatwerkvoorschriften hetzelfde tarief te hanteren als voor de maatwerkvoorschriften die al in de Legesverordening opgenomen zijn.
2.1 Voor de heffing van de onroerende-zaakbelastingen worden objecten in aanbouw, op grond van artikel 17, vierde lid, van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), niet op de marktwaarde gewaardeerd, maar op de vervangingswaarde. In de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten is een vergelijkbare bepaling opgenomen voor roerende ruimten in aanbouw. Per 1 juli 2026 is artikel 17, vierde lid, van de Wet WOZ gewijzigd (Stb. 2026, 94). De voorgestelde wijziging van de verordening brengt de regeling in de verordening weer in overeenstemming met de bepaling in de Wet WOZ. Alle roerende ruimten in aanbouw die nog niet geschikt zijn voor gebruik overeenkomstig de bestemming worden op de vervangingswaarde gewaardeerd. Dit geldt zowel bij omgevingsvergunningsplichtige als bij meldingsplichtige bouwactiviteiten. Kanttekeningen en risico’s Er zijn geen kanttekeningen bij dit voorstel. Duurzaamheid en social return N.v.t. Financiële toelichting De voorgestelde wijzigingen hebben geen gevolgen voor het in de begroting opgenomen bedrag. Communicatie en participatie De wijziging van de verordeningen wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Uitvoering en planning De wijzigingen treden de eerste dag na bekendmaking in werking. Is het besluit openbaar? Ja Besluit Politieke Markt - 6 oktober 2026 - 3/3 Het college legt het volgende voor aan de gemeenteraad: 1.
De Legesverordening Steenwijkerland 2026 te wijzigen. 2. De Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Steenwijkerland 2026 te wijzigen.