CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-en-wordt-tabel Financieringsstatuut - Treasurystatuut.pdf

Politieke Markt 3 maart 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland 20203.500 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vergelijking nieuw treasurystatuut (2020) met het financieringsstatuut uit 2011 ‘WAS’ (Huidig financieringsstatuut uit 2011) ‘WORDT’ (treasurystatuut 2020) Toelichting Artikel 1 Begrippenkader Artikel 1 Begrippenkader Er is een beperkt aantal nieuwe begrippen geïntroduceerd, zoals ‘drempelbedrag’ in relatie tot de Regeling schatkistbankieren die in 2013 is ingevoerd. Ook is een aantal termen komen te vervallen zoals ‘intern’ liquiditeitsrisico, omdat dit een relatie heeft met een liquiditeitenplanning die de gemeente Steenwijkerland in de praktijk niet hanteert (zie verderop bij het voormalig artikel 7). Artikel 2 Treasury van de gemeente Steenwijkerland dient tot: 1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; 2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; 3. Het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen; 4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Artikel 2 Doelstellingen financieringsfunctie 1. Het verkrijgen en behouden van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2.

Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; 3. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s; 4. Het beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een optimaal rendement op de uitzettingen; Er is één bepaling toegevoegd aan dit artikel namelijk lid 1: Het verkrijgen en behouden van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2 5. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Garanties aan derde partijen worden slechts verstrekt uit hoofde van de “publieke taak”. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van treasury, indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen van dit financieringsstatuut; 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s.

Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Garanties en leningen aan derde partijen worden slechts verstrekt uit hoofde van de “publieke taak”. 2. De gemeente kan middelen uitzetten, indien deze uitzettingen conform de Wet fido een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door de richtlijnen van dit treasurystatuut; 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. In alle gevallen is een collegebesluit noodzakelijk. Dit artikel is nauwelijks gewijzigd. Alleen de Wet fido is aangehaald ter verduidelijking. Artikel 4 Renterisicobeheer 1. Conform de Wet fido wordt de kasgeldlimiet niet overschreden; 2. Conform de Wet fido wordt de renterisiconorm niet overschreden; 3. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; Artikel 4 Renterisicobeheer 1. Conform de Wet fido wordt de kasgeldlimiet niet overschreden.

Indien de gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, stelt het daarvan de toezichthouder op de hoogte, en legt het de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring voor aan de toezichthouder; 2. Conform de Wet fido wordt de renterisiconorm niet overschreden; In plaats van ‘liquiditeitenplanning’ wordt nu gesproken over ‘liquiditeitsprognose’. Voor onderbouwing zie de toelichting onder het voormalig artikel 7. Lid 6 is komen te vervallen, omdat uitzettingen in de praktijk nauwelijks voorkomen. 3 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de gemiddelde rentevisie van minimaal twee vooraanstaande financiële ondernemingen; 6. Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. 3. Om te voorkomen dat de kasgeldlimiet, zoals beschreven onder lid 1, aan het eind van een derde kwartaal wordt overschreden, zal een nieuwe langlopende lening worden afgesloten. Daarbij wordt rekening gehouden met de korte termijn liquiditeitsprognose op basis van nog te realiseren investeringen die door de raad zijn vastgesteld; 4.

De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de meest actuele ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van de renteprognose van onze huisbankier. Rapportage vindt jaarlijks plaats in de paragraaf financiering in de programmabegroting. Artikel 5 Koersrisicobeheer 1. De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen uit hoofde van treasury door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning. 2. Tevens worden de koersrisico’s beperkt door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s, obligaties en garantieproducten. Artikel 5 Koersrisicobeheer De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen door uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, schatkistbankieren, daggeld, deposito’s, obligaties en garantieproducten. De verwijzing naar de liquiditeitenplanning is komen te vervallen (zie toelichting bij artikel 7). Artikel 6 Kredietrisicobeheer 1. De gemeente beperkt de kredietrisico’s op uitzettingen, door haar gelden te beleggen in financiële ondernemingen of te participeren in Artikel 6 Kredietrisicobeheer 1.

De gemeente beperkt de kredietrisico’s op uitzettingen, door haar gelden aan te houden bij financiële Lid 1 is gewijzigd, omdat de ratings de afgelopen jaren veelal zijn gedaald waardoor maar een beperkt aantal financiële instellingen aan de oorspronkelijke voorwaarden voldeed. 4 beleggingsproducten van financiële ondernemingen met tenminste een A-rating voor looptijden tot 3 maanden en een AA- rating bij looptijden > 3 maanden. 2. Ratings dienen afgegeven te zijn door twee toegestane ratingbureaus. De toegestane ratingbureaus zijn Standard & Poors, Moody’s en Fitch IBCA; 3. Financiële ondernemingen dienen in landen met minimaal een AA rating gevestigd te zijn en onder Nederlands of anderszins EER toezicht te vallen; 4. De gemeente mag gelden tijdelijk uitzetten bij (Nederlandse) overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%; 5. Als de rating van een van de hierboven genoemde financiële ondernemingen tijdens de looptijd van een uitzetting daalt tot onder het hierboven genoemde ratingniveau zal worden beoordeeld of de belegging wordt beëindigd; 6. Bij het verstrekken van garanties uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. instellingen of te participeren in beleggingsproducten van financiële instellingen met tenminste een A-rating; 2.

Ratings dienen afgegeven te zijn door twee toegestane ratingbureaus. De toegestane ratingbureaus zijn Standard & Poors, Moody’s en Fitch IBCA; 3. Financiële instellingen dienen in landen met minimaal een AA rating gevestigd te zijn en onder Nederlands of anderszins EER1 toezicht te vallen; 4. De gemeente mag met inachtneming van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden gelden tijdelijk uitzetten bij (Nederlandse) overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%; 5. Als de rating van een van de hierboven genoemde financiële instellingen tijdens de looptijd van een uitzetting daalt tot onder het hierboven genoemde ratingniveau zal worden beoordeeld of de overeenkomst wordt beëindigd; 6. Bij het verstrekken van garanties uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. Artikel 7 Intern liquiditeitsrisicobeheer De interne liquiditeitsrisico’s worden beperkt door treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4 jaar. De gemeente Steenwijkerland kent geen liquiditeitenplanning, terwijl dat wel staat vermeld in het huidig financieringsstatuut. In de rapportages vanuit Interne Controle is dat geconstateerd: Er is geen liquiditeitenplanning.

Wel wordt achteraf per half jaar een treasuryrapportage 1 Europese Economische Ruimte (EER). 5 opgesteld door de medewerker controlling. Deze wordt met de portefeuillehouder Financiën besproken. Reden is dat we niet beschikken over een actueel meerjarig investeringsprogramma met daarvan afgeleid een meerjarige liquiditeitenplanning. Er zijn geen acties in gang gezet om op middellange termijn te komen tot een dergelijk meerjarig investeringsprogramma. Voorstel is daarom om een dergelijke bepaling niet langer op te nemen in het treasurystatuut. Artikel 8 Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro. Artikel 7 Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro Artikel is ongewijzigd gebleven. Alleen het artikelnummer is gewijzigd. Artikel 9 Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Het toegestane instrument bij het aantrekken van financieringen is de onderhandse lening; 3. Alvorens een financiering wordt aangetrokken, wordt bij minimaal 3 financiële ondernemingen een offerte gevraagd.

Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd. Artikel 8 Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende voorwaarden: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Het toegestane instrument bij het aantrekken van financieringen is de onderhandse lening; 3. Alvorens een financiering wordt aangetrokken, wordt bij minimaal 3 financiële ondernemingen een offerte gevraagd. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd. In plaats van ‘uitgangspunten’ wordt nu gesproken over ‘voorwaarden’. Dat dekt de lading beter. Artikel is verder ongewijzigd gebleven. 6 Artikel 10 Langlopende uitzettingen Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 6 genoemde voorwaarden; 2. Alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan, wordt bij minimaal 3 ondernemingen een offerte gevraagd. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd. Artikel 9 Richtlijnen uitzetten geldleningen 1. Geen arbitrage: Het is niet toegestaan om gelden op te nemen en deze weer uit te zetten met als doel het genereren van inkomsten. 2.

Een tijdelijk overschot van middelen wordt uitgezet, rekening houdend met de geldende wettelijke vereisten. De hoofdsom van de uitzetting dient intact te blijven. 3. In geval van uitzettingen voor een periode tot één jaar worden deze in beginsel aangehouden bij het agentschap van het Ministerie van Financiën conform de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden met uitzondering van: a. Overtollige middelen beneden het drempelbedrag. Deze middelen worden in rekening courant aangehouden bij de huisbankier; b. Middelen die worden aangehouden bij derden vanuit de publieke taak; c. Leningen aan andere decentrale overheden niet zijnde de toezichthoudende provincie. 4. In geval van uitzettingen voor een periode langer dan één jaar kunnen deze uitsluitend worden gedaan bij: a. Financiële instellingen die voldoen aan de in artikel 6 gestelde voorwaarden; b. Het agentschap van het ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Dit geldt voor de overtollige middelen boven het wettelijk voorgeschreven drempelbedrag; c. Een decentrale overheid niet zijnde de toezichthoudende provincie. 5. Het verstrekken van een geldlening aan derden is slechts toegestaan vanuit de publieke taak. Om Aanleiding om dit artikel te wijzigen is de invoering van de Wet Markt en Overheid in 2012 en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden in 2013.

In het artikel is scherp aangegeven dat het verstrekken van geldleningen aan derden alleen kan uit hoofde van de publieke taak en dat concurrentievervalsing met marktpartijen die dergelijke leningen aanbieden, moet worden voorkomen. In de praktijk handelen we daar al naar. Zo heeft de raad op 2 april 2019 besloten om het verstrekken van duurzaamheidsleningen aan maatschappelijke organisaties en instellingen in de gemeente Steenwijkerland vast te stellen als een activiteit die plaatsvindt in het algemeen belang. 7 concurrentievervalsing met bedrijven te voorkomen, dient de gemeente zich te houden aan gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid. Per geval is een expliciet besluit hiertoe nodig door het college van B&W, waarbij gemotiveerd wordt welk publiek belang wordt gediend en waarbij besloten wordt over de te verwerven zekerheden. In alle gevallen zal het college een dergelijke besluit vooraf aan de raad voorleggen om diens wensen en/of bedenkingen te vernemen. Daarnaast is het mogelijk om bij financiering aan derden deze te verstrekken in het kader van een door de raad van de gemeente Steenwijkerland vast te stellen regeling. 6. Conform een raadsbesluit van 23 februari 2002 worden geen nieuwe leningen meer aangetrokken ten behoeve van de financiering van woningbouwcorporaties. Artikel 11 Relatiebeheer Beoogd wordt het realiseren van gunstige c.q.

marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor geldt het volgende: 1. Financiële ondernemingen (kredietondernemingen, beleggingsondernemingen, effectenondernemingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer; 2. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen. Bij het opstellen van het treasurystatuut is geconstateerd dat dit artikel geen meerwaarde heeft ten opzichte van hetgeen is vastgelegd in de andere artikelen en de verwijzingen naar o.a. de Wet fido. 8 Artikel 12 Geldstromenbeheer Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 2. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. Artikel 10 Geldstromenbeheer Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsprognose af te stemmen; 2.

Er wordt op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 3. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. In het treasurystatuut wordt gesproken over ‘liquiditeitsprognose’ in plaats van ‘liquiditeitenplanning’. Het betreft een korte termijn prognose (een grove schatting) van de inkomende en uitgaande geldstromen. Artikel 13 Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. Gestreefd wordt naar concentratie van de overtollige liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant; 4. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening- courant, daggeld, spaarrekeningen, deposito’s en obligatiefondsen; 5.

Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan; Artikel 11 Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. Overtollige liquiditeiten tot het drempelbedrag voor schatkistbankieren worden in rekening courant aangehouden bij de huisbankier. Liquide middelen boven het drempelbedrag worden automatisch gestort in het kader van schatkistbankieren; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet/intradaglimiet op rekening courant; 4. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn – naast schatkistbankieren - rekening-courant en deposito’s; Op 15 december 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Lid 1 van dit artikel is hierop aangepast. 9 6.

Alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar, maar langer dan een maand, wordt bij minimaal 2 ondernemingen een offerte gevraagd. 5. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts voor financiële instellingen toegestaan die voldoen aan het vermelde in artikel 6; 6. Voor middelen die worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar kan met één offerte worden volstaan. Artikel 14 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle In het kader van treasury gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd2; 2. Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; 3. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a) Iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen- principe); b) De uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c) De uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 4.

Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar Artikel 12 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle In het kader van treasury gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; 2. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. Voor iedere transactie geldt het vier-ogen-principe zoals vastgelegd in artikel 14; b. De uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c. De uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 3. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; Artikel is nagenoeg ongewijzigd gebleven. De verwijzing naar ‘delegatie en mandaat’ is achterwege gelaten, omdat kan worden volstaan met een juiste vastlegging in voorliggend statuut. 2 De schriftelijke vastlegging van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt geregeld in artikel 15 respectievelijk artikel 16.

10 de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 5. De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de functionaris die belast is met de interne controle. 4. De transacties worden afgesloten door de coördinator begroting en geregistreerd door de medewerker controlling. Artikel 15 In dit artikel zijn de verantwoordelijkheden m.b.t. de treasury van de gemeente vastgelegd. Artikel 13 In dit artikel zijn de verantwoordelijkheden m.b.t. de treasury van de gemeente vastgelegd. De verantwoordelijkheden zijn niet veranderd. De belangrijkste wijzigingen zitten vooral in de functiebenamingen als gevolg van de organisatieontwikkelingen: - De verantwoordelijkheden die eerder waren belegd bij het hoofd van de afdeling Ondersteuning komen nu veelal te liggen bij de teamleider Organisatieadvies; - ‘Medewerker treasury’ wordt nu ‘medewerker controlling’ genoemd. Is in de praktijk dezelfde persoon; - Datzelfde geldt voor de eenheidcontrollers die in het huidig statuut nog worden aangeduid als afdelingscontrollers. Artikel 16 In dit artikel zijn de bevoegdheden m.b.t. de treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering. Artikel 14 In dit artikel zijn de bevoegdheden m.b.t.

de treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering. Ook in dit artikel zijn de functiebenamingen in lijn gebracht met de nieuwe organisatiestructuur. Belangrijkste wijziging is dat de liquiditeitenplanning is komen te vervallen (zie eerdere opmerkingen daarover). 11 Artikel 17 In dit artikel is m.b.t. de treasuryactiviteiten beschreven welke informatie tenminste moet worden verstrekt door de betreffende functionarissen. Artikel 15 In dit artikel is m.b.t. de treasuryactiviteiten beschreven welke informatie tenminste moet worden verstrekt door de betreffende functionarissen. Liquiditeitenplanning is komen te vervallen. Verder is de naamgeving van de functionarissen in lijn gebracht met de benamingen die worden gehanteerd in de nieuwe organisatiestructuur. Artikel 16 Hardheidsclausule 1. In gevallen waarin dit treasurystatuut niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan de raad voorstellen een of meerdere artikelen van dit statuut buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken, voor zover toepassing, gelet op het belang van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. In dergelijke gevallen beslist de raad. Deze hardheidsclausule is nieuw en bedoeld voor uitzonderlijke gevallen die het toepassen van deze clausule dringend noodzakelijk maken.

Het moet dus gaan om uitzonderingen. De hardheidsclausule is uitdrukkelijk niet bedoeld als algemene alternatieve toestemmingsbevoegdheid. Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit statuut treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Per gelijke datum wordt ingetrokken het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland 2006”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april 2006 en gewijzigd op 17 februari 2009. 3. Dit statuut kan worden aangehaald als “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland 2011”. Artikel 17 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit statuut treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Per gelijke datum wordt ingetrokken het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland 2011”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 21 juni 2011. 3. Dit statuut kan worden aangehaald als “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland 2020”. Strekking van dit artikel is gelijk gebleven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2f27c29c-d5d6-4768-ad9e-d780474adef5?agendaItemId=8ec87517-2fc7-4fad-acf7-755f61c7ca73