Vollenhove, Stadsstrand_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Het voorkomen van waterspitsmuis in de oeverzone van het Vollenhoverkanaal kan niet worden uitgesloten. De voor deze soort geschikte verlande rietvegetatie blijft bij uitvoering van het plan behouden, zodat geen verblijfplaatsen verloren gaan. Als gevolg van het plan gaat geen essentieel onderdeel van het foerageergebied van waterspitsmuis verloren. Voor deze soort is geen ontheffing 28 Toelichting (vastgesteld) bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand nodig. Deze conclusie wordt gedeeld door de heer R. Reurink, ecoloog van de provincie Overijssel. De nieuwe ontwikkelingen vinden plaats landinwaarts van de huidige beschoeiing langs het Vollenhoverkanaal. Als gevolg van het plan vindt geen aantasting plaats van het (overigens zeer uitgestrekte) potentieel leefgebied van kwabaal in en om het plangebied. Als gevolg van de plannen verdwijnt hooguit een klein deel van het foerageergebied van enkele roofvogel- en uilensoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen. In de omgeving is en blijft voldoende alternatief foerageergebied voor deze soorten aanwezig waardoor geen negatieve effecten op de instandhouding van deze soorten zijn te verwachten. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd kunnen in gebruik zijnde nesten van vogels worden verstoord of vernietigd, dit is bij wet verboden.
Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. De hoop grond aan de zuidwestzijde van het plangebied dient buiten de overwinteringsperiode van rugstreeppad (oktober - maart) te worden verwijderd Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de vestiging van rugstreeppad tijdens de werkzaamheden. Indien rugstreeppad zich vestigt op een bouwplaats, kunnen de werkzaamheden worden stilgelegd. Vestiging kan voorkomen worden door het ontstaan van ondiepe plassen, die kunnen dienen als voortplantingshabitat van rugstreeppad, te vermijden. In het plangebied komen daarnaast een aantal algemene amfibieën- en zoogdiersoorten voor. Als gevolg van de ontwikkelingen/plannen kunnen verblijfplaatsen van deze soorten verstoord of vernietigd worden en kunnen dieren gedood worden. In het geval van ruimtelijke ontwikkelingen geldt in de provincie Overijssel voor deze algemene soorten een vrijstelling van artikel 3.10 lid 1 van de Wnb . Aan deze vrijstelling zijn geen aanvullende eisen gesteld.
In het kader van de voorgenomen activiteiten is daarom een ontheffingsaanvraag voor deze soorten niet nodig. Wel blijft de algemene zorgplicht van toepassing. 4.4.2 Gebiedsbescherming Voor het plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Het plangebied is geen onderdeel van en grenst niet aan een beschermd gebied in het kader van de Wnb. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied in het kader van de Wnb betreft het Natura 2000-gebied De Wieden, gelegen op een afstand van ruim 700 meter ten noordwesten van het plangebied. De Ecologische hoofdstructuur EHS (tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het nationale natuurbeleid.
De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale EHS is voor provincie Overijssel uitgewerkt in de Omgevingsvisie Overijssel en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Overijssel 2017. Vanuit de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel wordt specifiek ingezet op de bescherming van bestaande bos- en natuurgebieden en belangrijke weidevogel- en ganzenfoerageergebieden, die buiten de EHS vallen. Toelichting (vastgesteld) 29 bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand De oeverzone van het Vollenhoverkanaal ter hoogte van het plangebied is aangewezen als 'EHS – water'. Het plangebied is geen onderdeel van bos- en natuurgebied buiten de EHS, ganzenfoerageergebied of weidevogelbeheergebied. De meest nabij gelegen ganzenfoerageergebieden en weidevogelleefgebieden liggen op een afstand van respectievelijk circa 700 meter en 3,5 kilometer ten noordoosten van het plangebied. TOETSING Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de aard van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden te verwachten. Er vinden werkzaamheden plaats aan de oeverzone van het Vollenhoverkanaal, maar de ontwikkelingen vinden plaats buiten de begrenzing van de EHS. Zo blijft de verlande rietvegetatie langs het Vollenhoverkanaal behouden.
Dit is nader toegelicht door een recente luchtfoto te vergelijken met het schetsontwerp. Het strand wordt namelijk meer landinwaarts van de huidige beschoeiing ten westen van het rietland aangelegd. Gezien de aard van het plan zijn negatieve effecten op de EHS ter plaatse dan ook niet aan de orde. Deze conclusie wordt onderschreven door mevrouw F. Smout, ecoloog van de provincie Overijssel. Vergelijking recente luchtfoto (maart 2017) met schetsontwerp. De verlande rietvegetatie is aangegeven met een groene cirkel Naar aanleiding van de plannen gaat geen ganzenfoerageergebied of weidevogelbeheergebied verloren die op grote afstand van het plangebied liggen. De plannen hebben zodoende geen negatieve effecten op het leefgebied van ganzen en weidevogels. 30 Toelichting (vastgesteld) bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand 4.4.3 Conclusie Op basis van de ecologische inventarisatie is een voldoende beeld ontstaan van de natuurwaarden in het plangebied. De hoop grond aan de zuidwestzijde van het plangebied dient buiten de overwinteringsperiode van rugstreeppad (oktober - maart) te worden verwijderd. Verder dient het ontstaan van ondiepe plassen, die kunnen dienen als voortplantingswater van rugstreeppad, tijdens de werkzaamheden te worden voorkomen. Daarnaast moet bij de planning van de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels.
Als gevolg van het plan zijn geen negatieve effecten op in het kader van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermde gebieden te verwachten. Een vergunning op grond van de Wnb voor gebieden is op voorhand niet nodig voor de beoogde activiteiten. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Omgevingsverordening Overijssel 2017. 4.5 Water Op grond van artikel 3.1.6 uit het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin moet worden ingegaan op de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Op particulier terrein is primair de eigenaar van het terrein verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater (wijziging in de Wet Waterhuishouding sinds 1 januari 2008). De watertoets heeft op 3 november 2017 plaatsgevonden door het invullen van de digitale watertoets, die het Waterschap Drents Overijsselse Delta daarvoor heeft opgesteld. De door het waterschap opgestelde uitgangspuntennotitie is in de navolgende toelichting verwerkt. Voor het plan geldt de normale procedure. 4.5.1 Waterhuishoudkundige situatie BESTAANDE WATERHUISHOUDING Het plan ligt in het stroomgebied Vollenhover en Zwartemeer. Rond het plangebied liggen secundaire watergangen (schouwsloten) van het waterschap.
Het peilgebied binnendijks heeft een maximumpeil van NAP – 0,9 m. Opgemerkt wordt dat dit peil de instelhoogte van het kunstwerk is en zodoende voor het laagste deel van het peilvak de drooglegging garandeert. Lokaal kunnen dus (grote) verschillen optreden. De hoogte van het maaiveld binnendijks ligt gemiddeld op ongeveer NAP 2,40 m, buitendijks ongeveer 0,40 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit zand en keileem. De maximale grondwaterstand ligt op 25 – 80 cm onder het maaiveld. Er kunnen, door de aanwezigheid van slecht doorlatende lagen, schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. VEILIGHEID Het plangebied is gelegen binnen dijkring 9, zoals opgenomen in bijlage I van de Waterwet. Dijkring 9 kent een veiligheid met een overschrijdingskans 1/1250 jaar. Bij een eventuele dijkdoorbraak zal de kern Vollenhove als een eiland omringt zijn met water met een overstromingsdiepte tot 2,0 meter. Het plangebied ligt binnen de beschermingszone van de primaire waterkering. Deze zone is 15 m gemeten vanaf de teen van de dijk. Daarnaast is er een buitenbeschermingszone van 85 m. In deze gehele zone geldt de keur van het waterschap. Bij alle voornemens in de zone dient de initiatiefnemer aan te tonen dat de stabiliteit, sterkte en functioneren van de primaire waterkering niet worden aangetast.
Toelichting (vastgesteld) 31 bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Om bepaalde activiteiten in deze verbodszones wel te mogen uitvoeren, dient op basis van de Waterwet een watervergunning aangevraagd te worden. Deze watervergunning bevat voorschriften waarmee rekening moet worden gehouden bij de werkzaamheden. (GROND)WATEROVERLAST Om wateroverlast en grondwateroverlast rond de bebouwing te voorkomen adviseert het waterschap om de bebouwing op voldoende hoogte aan te leggen. Het waterschap adviseert een aanleghoogte van ten minste 30 cm boven straatpeil. In gebieden met een slechte bodemgesteldheid (keileem, klei, veen) of met een te hoge grondwaterstand dicht onder het maaiveld kan grondwateroverlast optreden. Dit wordt voorkomen door de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen, (2) ophogen van het plangebied of (3) toepassen van drainage in openbaar gebied en particulier terrein. WATERKWALITEIT Het waterschap Drents Overijsselse Delta controleert de waterkwaliteit van zwemwater. De zwemplaatsen waarvan de waterkwaliteit wordt gecontroleerd, zijn door de provincie Overijssel aangewezen als officiële open zwemwater. Er wordt onder meer gelet op troebelheid, geur, kleur en zuurgraad van het water. Het plangebied is nog niet aangewezen als open zwemwater. Voor het predicaat ‘officieel zwemwater’ is de provincie Overijssel het bevoegd gezag.
Naast ruimtelijke en technische eisen waar de voorziening aan moet voldoen, wordt ná gereedkomen van het strand en zwemwater vier jaar lang gemonitord (en bemonsterd) op de kwaliteit van het zwemwater. Pas wanneer de kwaliteit na die periode goed is wordt het officieel zwemwater en vindt vermelding plaats. Rondom de visvijvers worden dijkjes (NAP 1,40 m) aangelegd om de visvijvers te scheiden van het Vollenhoverkanaal. Hiermee wordt voorkomen dat kweekvis in contact komt met natuurlijke soorten. Er worden geen materialen gebruikt die een verontreiniging van het oppervlaktewater met zich meebrengen. Metalen, zoals lood, koper of zink worden niet gebruikt. Gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt tegengegaan. Regenwater mag worden geloosd op oppervlaktewater in het stedelijke gebied. Minder schoon regenwater wordt via een zuiverende passage/voorziening geloosd op het oppervlaktewater. RIOLERING Er wordt in het plan rekening gehouden met gescheiden waterstromen. Het regenwater wordt niet afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie, maar binnen het plangebied verwerkt. Bij het gescheiden afvoeren van regenwater wordt rekening gehouden met de drempelhoogte in relatie tot de fluctuatie van het ontvangende water. Alleen schone oppervlaktes mogen worden gescheiden van de afvalwaterstroom.
Er wordt een zuiverende passage/voorziening aangebracht voordat vervuild hemelwater (zoals afstromend van een parkeerterrein) wordt geloosd op het oppervlaktewater. De capaciteit van het huidige rioolstelsel vormt een aandachtspunt. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. 32 Toelichting (vastgesteld) bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand 4.5.2 Invloed van het planvoornemen De kapitaalintensieve functies in het plan lopen een verhoogd risico op overstromingsgevaar als gevolg van inundatie van het maaiveld vanuit het oppervlaktewater. Nieuwe bebouwing wordt ten minste aangelegd op NAP + 1,0 m. Dit bouwpeil is bepaald op basis van het peil van het Vollenhoverkanaal bij sluiting van de Kadoelersluis. Door de toename van het verharde oppervlak wordt het regenwater versneld afgevoerd. Er mag echter niet meer dan 1,2 L/s/ha uit het stedelijke gebied worden afgevoerd. Het watersysteem dient te worden vertraagd door het vasthouden (infiltreren) of bergen van water binnen het plangebied. Het watersysteem wordt ontworpen rekening houdend met een hoeveelheid neerslag op basis van de regenduurlijn (Buishand en Velds) t = 1/10 jaar; inclusief 10% toename in verband met klimaatverandering (middenscenario WB21). Het waterpeil mag in de ontwerpsituatie maximaal 30 cm fluctueren.
Het ontworpen watersysteem wordt getoetst aan de extreme situatie met een hoeveelheid neerslag op basis van de regenduurlijn (Buishand en Velds) t = 1/100 jaar; inclusief 10% toename in verband met klimaatverandering (middenscenario WB21). Voor middelgrote plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet als wateroppervlak ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende regenwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 2200 m2 gerealiseerd. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van circa 220 m2 moet worden aangelegd. Hieraan wordt ruimschoots voldaan door de aanleg van de water in de vorm van visvijvers. Deze hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 3.500 m2. De parkeervoorziening (circa 1.500 m2) wordt uitgevoerd in een half verharding opdat het hemelwater ter plaatse kan infiltreren. Bovenstaande uitgangspunten worden in acht genomen bij de uitwerking van onderhavig bestemmingsplan zodat er geen gevolgen zijn voor de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied. 4.6 Bodem De bodemkwaliteit in het plangebied is onderzocht (Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Noordwal 3 te Vollenhove, EcoReest, 22 februari 2017). Het onderzoeksrapport is als Bijlage 3 opgenomen. De resultaten van het onderzoek zijn hieronder weergegeven.
Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond-en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve formeel verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de toekomstige bestemming van het terrein als stadsstrand, concludeert EcoReest dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de toekomstige bestemming van het terrein. Toelichting (vastgesteld) 33 bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand 4.7 Verkeer en geluid Het plan 'Strand Vollenhove' omvat de aanleg van een zwemstrand met speel- en sportvoorzieningen, de bouw van een strandpaviljoen met horeca, botenverhuur en de aanleg van visvijvers en een parkeervoorziening. Daarnaast krijgt de historische botterwerf een plek bij het al aanwezige haventje. Aan de hand van de Crow-publicaties 305 (verkeersgeneratie leisure) en 317 - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) is berekend wat de benodigde parkeerbehoefte van het plan is en hoeveel verkeer het plan genereert.
De uitkomsten zijn verwoord in het verkeerskundig onderzoek ontsluiting Stadsstrand Vollenhove (Bijlage 4). Onderstaand worden de conclusies weergegeven. Parkeren en verkeersgeneratie In onderstaande tabel is de absolute parkeerbehoefte weergegeven. Functie Parkeerbehoefte per functie Verkeersgeneratie per functie zwemwater/speellocaties 30 60 paviljoen 23 135 bootverhuur 18 108 visvijvers 13 77 botterwerf 4 8 maximale parkeerbehoefte/ verkeersgeneratie 88 388 Niet iedere functie wordt volledig gebruikt tijdens de ochtend, middag en avondperiode. In onderstaande tabel is een inschatting gemaakt van de aanwezigheidspercentages per dagdeel. Functie Ochtend Middag Avond zwemwater/speellocaties 80 100 30 paviljoen 50 80 100 bootverhuur 80 100 30 visvijvers 100 70 100 botterwerf 80 100 0 Toepassing van bovenstaande benuttingspercentages zijn de in onderstaande tabel genoemde aantallen parkeerplaatsen per dagdeel opgenomen. 34 Toelichting (vastgesteld) bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Functie Ochtend Middag Avond zwemwater/speellocaties 24 30 9 paviljoen 12 18 23 bootverhuur 14 18 5 visvijvers 13 9 13 botterwerf 3 4 0 parkeerbehoefte o.b.v. benuttingspercentages 66 80 50 Veel bezoekers zullen gebruik maken van meerdere functies. Zo zullen de roeiers na het roeien mogelijk gebruik maken van het paviljoen.
Hetzelfde geldt voor de gebruikers van het strand en de speelvoorzieningen. De verwachting is dat dit in mindere mate geldt voor de vissers en de bezoekers van de botterwerf. Ingeschat is dat het bezoek aan het paviljoen in de ochtend en middag volledig bestaat uit bezoekers van de bootverhuur en zwemwater/speellocaties. Dit houdt in dat de parkeerbehoefte in de ochtend en middag respectievelijk ongeveer 54 en 62 parkeerplaatsen bedraagt. Het aantal ritten vermindert hier door met 60 tot 328 ritten per dag. Functie Ochtend Middag Avond zwemwater/speellocaties 24 30 9 paviljoen 0 0 23 bootverhuur 14 18 5 visvijvers 13 9 13 botterwerf 3 4 0 parkeerbehoefte o.b.v. benuttingspercentages en dubbelgebruik 54 62 50 In bovenstaande tabel is de parkeerbehoefte van de voorgenomen functies van het stadsstrand opgenomen. Voorgesteld wordt 62 parkeerplaatsen aan te leggen. Het plan voorziet hierin. Ontsluiting De ontsluitingsroute van het plangebied langs de Wendeler Bentweg en Noordwal kent op mooie dagen een toename van ongeveer 328 mvt/etmaal. Daarmee wordt de capaciteit van deze wegen benaderd als het gaat om beschadiging van de berm. Het betreft echter een beperkt aantal dagen per jaar. Voorgesteld wordt om de kwaliteit van de bermen van deze wegen na realisatie van het stadsstrand te monitoren.
Toelichting (vastgesteld) 35 bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Mogelijke ontsluitingsroutes De voorkeursroute naar het stadsstrand loopt via de parallelweg van de Oppen Swolle, de Wendeler Rentweg en de Noordwal. Deze route is echter aanzienlijk langer dan de route door de stad. Voor onbekenden is dit probleem op te lossen door een goede/betere bewegwijzering aan te brengen. Bekenden zijn echter op de hoogte van de route door de stad. Het valt bijna niet te voorkomen dat zij van deze route gebruik maken. Het aanbrengen van een knip voor autoverkeer in de Noordwal tussen de aansluiting met de camping en De Rede zal tot bezwaar leiden van (een deel van) de bewoners van de Wendeler Bentweg en Noordwal. Akoestische beoordeling Binnen de richtafstanden zoals aangegeven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering, editie 2009, bevinden zich geen woningen van derden. Daarnaast worden in het plangebied geen geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. Akoestisch onderzoek naar de geluidsuitstraling van het plan is daarom niet aan de orde. 4.8 Luchtkwaliteit Nederland heeft de regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben.
NSL/NIBM 36 Toelichting (vastgesteld) bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. NIBM-TOOL Zoals in de vorige paragraaf is toegelicht, heeft het plan een extra ritproductie tot gevolg van in totaal 328 ritten per etmaal.
Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met InfoMil de nibm-tool mei 2013 ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) niet overschrijdt. Het project moet derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Een nader onderzoek naar luchtkwaliteit kan daarmee achterwege blijven. Het planvoornemen is op dit punt uitvoerbaar. 4.9 Externe veiligheid ALGEMEEN De gemeente heeft haar beleid ten aanzien van externe veiligheid opgenomen in het Externe Veiligheidsbeleid Gemeente Steenwijkerland 2015-2018. Het doel van het formuleren van externe veiligheidsbeleid is te komen tot beheersbare externe veiligheidssituatie. Het externe veiligheidsbeleid biedt een toetsingskader dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico's er in de gemeente Steenwijkerland zijn en hoe met deze en toekomstige risico's dient te worden omgegaan.
Toelichting (vastgesteld) 37 bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand INRICHTINGEN Op 13 februari 2009 is het gewijzigde Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Dit besluit geeft voorwaarden voor nieuwe en bestaande situaties ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van inrichtingen waarin bepaalde gevaarlijke stoffen worden gebruikt, opgeslagen of geproduceerd. Om te onderzoeken of in de nabijheid van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn is de risicokaart geraadpleegd. In de directe nabijheid van het plangebied is één inrichting aanwezig die als risicovol aangemerkt moet worden. Het gaat om camping 't Akkertien vanwege de opslag van 5.000 liter propaan in een bovengrondse opslagtank. De camping valt niet onder het Bevi maar heeft, vanwege de opslag van propaan, wel contouren voor externe veiligheid. De contour voor het plaatsgebonden risico is 10 meter. Het plangebied ligt op circa 90 meter van de installatie. Hierdoor zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de activiteiten in het plangebied. Andere risicovolle inrichtingen liggen op een afstand van meer dan 1.000 meter waardoor geen risico ontstaat. VERVOER Het thema vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden onderverdeeld in wegen, spoor en water. De Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn op 1 april 2015 in werking getreden.
In deze wetgeving is het landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen verankerd. Binnen bepaalde grenzen wordt het vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). De risicoplafonds die hieruit voortvloeien moeten in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. In de nabijheid van het plangebied zijn geen wegen, spoor of water aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hierdoor treden er geen belemmeringen op voor het plangebied. BUISLEIDINGEN Buisleidingen komen niet voor in of nabij het plangebied en er hoeft dus geen rekening te worden gehouden met de daarbij behorende belemmeringzones. Wel is op een afstand van ruim 700 meter ten noorden van het plangebied een buisleiding gelegen. Gezien de grote afstand tot het plangebied en het feit dat er geen risicocontouren bekend zijn is verder onderzoek naar het plaatsgebonden of groepsrisico niet noodzakelijk.
4.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) en het doorlopen van de bijbehorende m.e.r.-procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen van het milieu. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Vanaf die datum geldt een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.- beoordeling aan de orde is moet: a. Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; b. Het bevoegd gezag (= in dit geval de gemeenteraad) binnen 6 weken een 38 Toelichting (vastgesteld) bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen (termijn van orde); c. De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningsaanvraag voegen (artikel 7.28 Wet milieubeheer). De wijziging geldt voor alle aanvragen die na 16 mei 2017 zijn ingediend omdat er vanaf die datum een directe werking van de Europese regelgeving geldt. Ook alle lopende aanvragen waarover nog geen besluit is genomen vallen onder de nieuwe regels. Initiatiefnemer heeft de aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling d.d. 12 juli 2018 ingediend.
De activiteit die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, valt onder onderdeel D 10 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Onderdeel D 10 betreft: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van skihellingen, kabel-spoorwegen en bijbehorende voorzieningen, jachthavens, vakantiedorpen en hotelcomplexen in buitenstedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, permanente kampeer en caravanterreinen en themaparken'. Het bestemmingsplan voorziet onder andere in de realisatie van een zwemstrand, een strandpaviljoen met horeca en visvijvers. De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toepassing (250.000 bezoekers of meer per jaar, oppervlakte van 25 ha of meer, 100 ligplaatsen of meer, een oppervlakte van 10 ha of meer in gevoelig gebied) worden niet overschreden, waardoor sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure zinvol maken. De aanmeldingsnotitie is als Bijlage 5 opgenomen. Toelichting (vastgesteld) 39 bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de vormgeving van de verbeelding en de regels. 5.1 Algemeen De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan.
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: a. een verbeelding van het bestemmingsplangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; b. de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Ook zijn de regels van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) toegepast. Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat bestemmingsplannen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd. Vanaf 1 januari 2010 wordt het bestemmingsplan ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge verbeelding van het bestemmingsplan op papier. Als de digitale en analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. 5.2 Bestemmingsregels Voor wat betreft de regels is zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van de Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland. Het bestemmingsplan kent in totaal zes bestemmingen. De aan het stadsstrand verbonden functies worden mogelijk gemaakt in de bestemmingen 'Recreatie', 'Maatschappelijk - Botterwerf', Verkeer - Parkeren' en 'Water'.
Functies zoals horeca en de visvijvers zijn middels aanduidingen nader begrensd. Voor de gebouwen (strandpaviljoen en botterwerf) is een maatvoering opgenomen in de bouwregels, te weten een maximale oppervlakte en maximale bouwhoogte. De huidige dierenweide behoudt de vigerende bestemming 'Agrarisch met waarden'. Het oprichten van gebouwen is ter plaatse niet toegestaan. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de waterkering. 5.3 Algemene regels De inleidende regels (begrippen en wijze van meten) sluiten aan bij de eisen van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit geldt ook voor de opzet van het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik en de anti-dubbeltelregel. Verder zijn er algemene bouwregels en de regels met betrekking tot ondergronds bouwen opgenomen. Onder de algemene regels zijn de algemene gebruiksregels en de algemene afwijkingsregels opgenomen. In het plan zijn tevens de overgangsregels en de slotregel opgenomen.
40 Toelichting (vastgesteld) bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Toelichting (vastgesteld) 41 bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid EIGENDOMSVERHOUDING Het plangebied is kadastraal bekend als: K588 (deels), K589, K1335 en K1386. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Voorliggend bestemmingsplan regelt de aanleg van een zwemstrand, de bouw van een strandpaviljoen met horeca, botenverhuur en de aanleg van visvijvers en het in gebruik nemen van deze recreatieve voorzieningen. De kosten voor het opstellen en realiseren van dit plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft de middelen om het plan gefaseerd uit te voeren. Het voorliggende plan betreft een particulier initiatief waaraan in beginsel geen kosten voor de gemeente zijn verbonden, afgezien van kosten van het ambtelijk apparaat voor de begeleiding en toetsing van aanvragen. Deze laatste kosten worden door middel van leges gedekt. De enige kosten die verder uit dit plan kunnen voortvloeien, zijn aanvragen voor een tegemoetkoming in schade. Deze zijn op voorhand niet uit te sluiten. De gemeente heeft daarom met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten, zoals bedoeld in artikel 6.4a Wro. Daarmee kan worden voorkomen dat de gemeenschap de kosten moet betalen die worden gemaakt in het belang van de aanvrager.
42 Toelichting (vastgesteld) bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig de inspraakverordening van 7 maart 2018 tot en 17 april 2018 ter inzage gelegen voor inspraak. Op 20 maart 2018 is een inloopbijeenkomst gehouden waar belangstellenden kennis konden nemen van de voorgenomen plannen en informatie kon worden ingewonnen. Naar aanleiding van de ter inzagelegging zijn er geen inspraakreacties ingediend. 7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van heeft van 26 september 2018 tot en met 6 november 2018 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze ingediend. Als onderdeel van het raadsbesluit is een afzonderlijke nota zienswijzen vastgesteld. Mede naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan op een aantal punten aangepast. Deze zijn verwoord in de Nota van Wijziging die eveneens onderdeel uitmaakt van het raadsbesluit. Toelichting (vastgesteld) 43