Vollenhove, Stadsstrand_Bijlagen bij toelichting - Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Noordwal 3 te Vollenhove projectnummer 161939 VERANTWOORDING RAPPORT Type onderzoek : Verkennend bodemonderzoek Locatie onderzoek : Noordwal 3 te Vollenhove Projectnummer : 161939 Versie rapportage : 1 Auteur : Ing. M. van den Broek Controle en vrijgave : R.J.J. Jonker Paraaf vrijgave : Datum : 22 februari 2017 OPDRACHTGEVER Naam : Vakantiepark `t Akkertien Noordwal 3 8325 PP VOLLENHOVE Contactpersoon : dhr. D.J. Spans UITGEVOERD DOOR KANTOOR ZUIDWOLDE KANTOOR APPINGEDAM KANTOOR ALMERE Industrieweg 20 Opwierderweg 160 Transistorstraat 91‐34 7921 JP Zuidwolde 9902 RH Appingedam 1322 CL Almere Tel.: 0528‐373982 Tel.: 0596 633355 Tel.: 036 8200376 Fax.: 0528‐373907 Fax.: 0528‐373907 Fax.: 0528‐373907 info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Noordwal 3 te Vollenhove, in opdracht van Vakantiepark `t Akkertien. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: ‐ de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is ‐ de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken ‐ het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Pagina 3 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 5 1.1 ALGEMEEN ............................................................................................................................. 5 1.2 AANLEIDING EN DOELSTELLING ............................................................................................. 5 1.3 KWALITEITSBORGING ............................................................................................................. 5 1.3.1 Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 6 1.3.2 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................ 6 1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................... 6 1.4 LEESWIJZER ............................................................................................................................ 7 2 VOORONDERZOEK (NEN 5725 :2009) 8 2.1 ALGEMEEN ............................................................................................................................. 8 2.1.1 Basisinformatie ................................................................................................................. 8
2.1.2 Mate van verdachtheid en type onderzoek ..................................................................... 8 2.2 VOORONDERZOEK ................................................................................................................. 8 2.2.1 Samenvatting vooronderzoek .......................................................................................... 9 2.2.2 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek .......................................................... 9 2.2.3 Afwijkingen vooronderzoek ............................................................................................. 9 2.3 ONDERZOEKSHYPOTHESE .................................................................................................... 10 3 VELDWERKZAAMHEDEN 11 3.1 WERKZAAMHEDEN .............................................................................................................. 11 3.1.1 Uitvoering werkzaamheden ........................................................................................... 11 3.1.2 Uitvoering werkzaamheden grondwater ....................................................................... 11 3.2 BODEMOPBOUW ................................................................................................................. 12 3.3
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN .......................................................................................... 12 3.4 AFWIJKINGEN ....................................................................................................................... 13 3.4.1 Afwijkingen werkzaamheden ......................................................................................... 13 3.4.2 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................... 13 4 ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING 14 4.1 ANALYSEMONSTERS............................................................................................................. 14 4.1.1 Afwijkingen analysemonsters ........................................................................................ 14 4.2 TOETSING ANALYSERESULTATEN ......................................................................................... 15 4.3 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GROND ............................................................................ 16 4.4 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GRONDWATER................................................................. 18 5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 20 5.1 SAMENVATTING ................................................................................................................... 20 5.2 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
....................................................................................... 21 2001‐20 BIJLAGE 1.1 1.2 2 3.1 3.2 4 5 6 002 EN Region Situati Result Boorp Grond Analys Toetsi Analys Onze aantre willen bespa nale ligging ieschets ond taten vooron rofielen watermetin seresultaten ngswaarden semethoden rapportage is o ekkelijk te mak n wijzen op de m aren. Pag derzoeksloca nderzoek gen n n opgezet in kleu ken. Uiteraard k mogelijkheid o gina 4 van 21 N atie met boo ur, om het u bij kan het docum om het docume Noordwal 3 te V orpunten het lezen van ment ook op pap ent in zwart‐wit Verkenn Vollenhove (rap het digitale doc pier worden af t af te drukken nend bodemon pportnummer cument visuee fgedrukt, waar om kosten en nderzoek 161939) el bij we n toner te
Pagina 5 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 1 INLEIDING 1.1 ALGEMEEN In opdracht van Vakantiepark `t Akkertien is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Noordwal 3 te Vollenhove. 1.2 AANLEIDING EN DOELSTELLING Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bestemmingswijziging van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (stadstrand). 1.3 KWALITEITSBORGING Eco Reest streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren. Eco Reest BV is gecertificeerd volgens “NEN‐EN‐ISO 9001:2008”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen, gebouwen en managementondersteuning, met inbegrip van uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en ‐saneringen.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema, en de onderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en SIKB protocollen, zoals hierna beschreven.
Pagina 6 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 1.3.1 Onderzoeksstrategie In onderstaande tabel zijn de kwaliteitsnormen opgenomen voor de onderzoeksstrategieën. Tabel 1.1. Toegepaste normen Aspect onderzoek Toegepaste norm Strategie vooronderzoek NEN 5725:2009 Strategie verkennend (chemisch) onderzoek NEN 5740:2009 Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn weergegeven in respectievelijk § 2.2.3 en § 3.4. 1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I en M. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond‐ en grondwatermonsters” en protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”, waarbij de werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers. Het certificaatnummer is 659231, en de certificerende instelling is LRQA te Rotterdam. In onderstaande tabel zijn de kwaliteitsaspecten opgenomen voor de uitvoering van het veldwerk.
Tabel 1.2. Erkende veldwerkers Aspect onderzoek Toegepaste protocol Erkend veldmedewerker Uitvoering monsterneming grond SIKB protocol 2001 Dhr. W.B. Aasm an Dhr. J. Kemper Dhr. M. Polling Uitvoering monsterneming grondwater SIKB protocol 2002 Dhr. W.B. Aasman Dhr. M. Polling Eventuele afwijkingen op de protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.4. De bedrijf‐ en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem‐ondergrond/erkenningen/zoekmenu/ 1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en M. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eurofins Analytico B.V. is een NEN‐EN‐ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. Pagina 7 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn weergegeven in § 4.1.1.
1.4 LEESWIJZER In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven. Pagina 8 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 2 VOORONDERZOEK (NEN 5725 :2009) 2.1 ALGEMEEN Voor de uitvoering van het vooronderzoek wordt onderscheid gemaakt in de aard en diepgang van de te verzamelen informatie. Daarbij worden drie typen vooronderzoek onderscheiden: beperkt, standaard en uitgebreid vooronderzoek. Teneinde te bepalen welke type vooronderzoek van toepassing is voor onderhavige locatie, is eerst de basisinformatie verzameld, de aanleiding van het onderzoek (zie § 1.2) en is de mate van verdachtheid bepaald.
2.1.1 Basisinformatie Tabel 2.1 Basisinformatie Adres Noordwal 3 Plaats Vollenhove Oppervlakte onderzoekslocatie 48.786 m 2 Kadastrale aanduiding Gemeente Vollenhove, sectie K, nr(s). 588 (ged.), 589 t/m 599, 1336 en 1336 x‐ en y‐coördinaten x: 192.330, y: 521.308 Toekomstig gebruik Stadstrand, m et onder meer een zwemstrand met speel‐ en sportvoorzieningen, en strandpaviljoen, botenverhuur, historische scheepswerf, visvijvers en parkeervoorzieningen Huidig gebruik We iland, jachthaven Voormalig gebruik Agrarisch Verrichte handelingen met grond, verhardingsmateriaal en/of afval Geen Toepassingen van asbesthoudende materialen Geen Bodemonderzoeken Verkennend bode monderzoek Noordwal 3, Sigma, project 07‐ M3894, 18‐9‐2007. Aanleiding verbouw van 2 stallen. Op locatie is camping ’t Akkertien gevestigd. Zintuiglijk puinhoudend t.p.v. mp. 2 (0.4‐0.9 m‐mv). Geen verhoogde gehalten in grond, geen grondwaterspiegel waargenomen binnen 5.0 m‐mv. Dit betreft het agrarische bedrijfsperceel ten zuiden van het huidige onderzoeksterrein. 2.1.2 Mate van verdachtheid en type onderzoek Op grond van de basisinformatie en de activiteiten in het verleden en/of heden is de onderzoekslocatie vooralsnog aan te merken als een onverdachte locatie voor bodemverontreiniging. Op basis van het stroomschema (blz. 14) uit de NEN 5725:2009 is er een standaard vooronderzoek uitgevoerd.
2.2 VOORONDERZOEK Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over de volgende vijf aspecten: het voormalige, huidige en toekomstig bodemgebruik, de bodemopbouw en geohydrologie, en de (financieel‐)juridische situatie. Het vooronderzoek heeft zich gericht op het perceel Noordwal 3 te Vollenhove en de aangrenzende percelen tot 25 meter afstand. Pagina 9 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) De resultaten van het vooronderzoek zijn beschreven in bijlage 2. Een samenvatting van het vooronderzoek, evenals een overzicht van overige relevante informatie is in § 2.2.1 weergegeven. 2.2.1 Samenvatting vooronderzoek Om meer inzicht te verkrijgen in de historie van het terrein zijn diverse bronnen geraadpleegd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn onderstaand beschreven. Voormalig bodemgebruik Uit de historische kaarten (Topotijdreis.nl) blijkt het volgende. Het oostelijk deel van de onderzoeks‐ locatie is tot dusver op de kaart aangegeven als agrarisch gebied. Het westelijk deel van de locatie is tot dusver aangegeven als buitendijks (moeras) gebied. Tussen 1963 en 2005 is ter plaatse van het buitendijkse deel van de locatie zeer beperkte bebouwing op de kaart zichtbaar, nabij de huidige insteekhaven.
In 1982 is een Hinderwetvergunning afgegeven voor een melkveebedrijf met mestopslag en opslag van gasolie in een bovengrondse tank op de locatie Noordwal 3 (ten zuiden van het huidige onderzoeksterrein). In 1992 is een revisievergunning verleend. In 1998 is een nieuwe vergunning verleend voor het agrarisch bedrijf met camping op de locatie Noordwal 3. Op de kaart van 2015 is direct ten zuiden van het huidige onderzoeksterrein Vakantiepark ’t Akkertien aangegeven. Huidig bodemgebruik (incl. locatie inspectie) In de huidige situatie is het onderzoeksterrein in gebruik als grasland, ten noorden van het erf van het agrarisch bedrijf met camping. Ter plaatse is geen sprake van bebouwing en/of verharding. De openbare weg (de Voorst) maakt geen deel uit van het onderzoeksterrein. Tijdens de terreininspectie is het maaiveld onderworpen aan een visuele inspectie met betrekking tot asbest verdacht materiaal. Dergelijk materiaal is visueel niet waargenomen. Toekomstig bodemgebruik De opdrachtgever is voornemens de locatie te ontwikkelen ten behoeve van gebruik als stadstrand.
2.2.2 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. 2.2.3 Afwijkingen vooronderzoek Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2009 naar voren gekomen. Pagina 10 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 2.3 ONDERZOEKSHYPOTHESE Uit het vooronderzoek volgt de hypothese voor het verkennend bodemonderzoek. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie aan te merken als onverdacht voor bodemverontreiniging(en). Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzo ek vooralsnog opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5 . 2 . H e t o n d e r z o e k s t e r r e i n i s beschouwd als een grootschalige onverdachte locatie. Op grond van het vooronderzoek en de locatieinspectie is geen vermoeden ontstaan met betrekking tot het voorkomen van asbesthoudend materiaal in de bodem en is de locatie aangemerkt als onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging met asbest.
Derhalve heeft geen onderzoek naar het voorkomen van asbest op basis van de NEN 5707:2015 plaatsgevonden. Wel is er tijdens het boorwerk extra aandacht besteed aan het beoordelen van het materiaal op de aanwezigheid van asbest(verdacht materiaal). Pagina 11 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 3 VELDWERKZAAMHEDEN 3.1 WERKZAAMHEDEN De veldwerkzaamheden zijn hierna beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie. 3.1.1 Uitvoering werkzaamheden De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 27 januari (plaatsing diepe boringen en peilbuizen) en 3 februari 2017 en het grondwater is bemonsterd op 3 februari 2017. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 9 boringen tot circa 2.0 m‐mv (nrs. 1 t/m 9 en 14) en 21 boringen tot 0.5 m‐mv (nrs. 10 t/m 13 en 15 t/m 31). De boringen nrs. 1 t/m 6, verspreid over het onderzoeksterrein, zijn vervolgens dieper doorgezet en afgewerkt met peilbuizen ten behoeve van het grondwateronderzoek; ‐ Peilbuis 1; filterstelling 3.5‐ 4.5 m‐mv, grondwaterstand 3.0 m‐mv; ‐ Peilbuis 2; filterstelling 2.75‐3.75 m‐mv, grondwaterstand 2. 25 m‐mv; ‐ Peilbuis 3; filterstelling 2.3‐ 3.3 m‐mv, grondwaterstand 1.8 m‐mv; ‐ Peilbuizen 4, 5 en 6; filterstelling 1.8‐2.8 m‐mv, grondwater stand 1.3 m‐mv.
Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten. 3.1.2 Uitvoering werkzaamheden grondwater Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU‐waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Het geleidingsvermogen bleek voldoende constant om over te gaan tot bemonstering.
Het grondwater is echter beschouwd als troebel. Daarnaast zijn bij de grondwatermonstername, als gevolg van de slechtlopendheid van de peilbuizen nrs. 1, 2 en 4 (geringe wateropbrengst) beluchte monsters verkregen. Als gevolg hiervan kunnen (hogere) gehalten aan vluchtige parameters in het grondwater aanwezig zijn, dan in de resultaten tot uiting komt. Bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of de troebelheid en/of de beluchting van invloed zijn geweest op het resultaat. Pagina 12 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is naar aanleiding van de geringe wateropbrengst overwogen om nieuwe peilbuizen te plaatsen. Op grond van de opbouw van de ondergrond (leem) is echter geconcludeerd dat dit niet zou resulteren in verbetering van de wateropbrengst, waarna hiervan is afgezien. 3.2 BODEMOPBOUW De bodem van de locatie is als volgt samen te vatten: Tabel 3.1 Bodemopbouw Diepte (m‐mv) Omschrijving 0.0 ‐ 1.0 Matig fijn zand, zwak humeus, plaatselijk licht grindig 1.0 ‐ 2.5 Leem, plaatselijk bovenin klei of veen 2.5 ‐ 4.5 Matig fijn zand 4.5 Diepst verkende bodemlaag Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op dieptes tussen 0.88 en 3.15 m‐mv.
3.3 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden. Tabel 3.2 Zintuiglijke waarnemingen Meetpunt Diepte (m‐mv) Einddiepte boring (m‐mv) Zintuiglijke waarneming 5 0.0‐0.5 2.8 Kolengruis 1 10 0.0‐0.5 0.5 Sporen baksteen 11 0.0‐0.5 0.5 Sporen baksteen 12 0.0‐0.5 0.5 Sporen baksteen 13 0.0‐0.5 0.5 Sporen baksteen 1 = zwakke waarneming Bij de waarnemingen in tabel 3.2 wordt het volgende opgemerkt. Ter plaatse zijn bij een aantal boorpunten sporen baksteen(puin) in de bodem waargenomen. Dit betreft homogeen materiaal, zonder (verdere) bijmengingen, dat kan worden beschouwd als onverdacht t.a.v. asbest in de zin van de NEN 5707. Gelet op de brief van de Inspectie Leefomgeving en Transport van 26 januari 2017, kan de locatie derhalve worden beoordeeld als niet‐ asbestverdacht. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.
Pagina 13 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 3.4 AFWIJKINGEN 3.4.1 Afwijkingen werkzaamheden Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen. 3.4.2 Afwijkingen strategie(ën) Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009 naar voren gekomen. Pagina 14 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 4 ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING 4.1 ANALYSEMONSTERS De volgende monsters zijn geanalyseerd: Tabel 4.1 Analysemonsters Grondmonster Diepte (m‐mv) Motivatie Analyse Mp. 15 t/m 21 0.0‐0.5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 22 t/m 25, 27 0.0‐0.5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 26, 28 t/m 31 0.0‐0.5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 5 0.0‐0.5 Bovengrond, licht kolengruis houdend Standaardpakket bodem Mp. 10 t/m 13 0.0‐0.5 Bovengrond, sporen baksteen Standaardpakket bodem Mp. 3: 0.5‐1.0, 1.0‐1.5, 1.5‐2.0: Mp 5;: 0.5‐1.0, Mp. 6: 0.5‐1.0, Mp. 7: 1.0‐1.5, 1.5‐2.0 0.5‐2.0 Ondergrond Standaardpakket bodem Mp. 1, 2, 4 0.5‐2.0 Ondergrond Standaardpakket bodem Mp. 14, 0.5‐1.0, 1.5‐2.0 0.5‐2.0 Ondergrond Standaardpakket bodem Grondwatermonster Filterstelling (m‐mv) Motivatie Analyse Pb. 1 3.5‐4.5 Grondwater
Standaardpakket grondwater Pb. 2 2.75‐3.75 Grondwater Standaardpakket grondwater Pb. 3 2.3‐3.3 Grondwater Standaardpakket grondwater Pb. 4 1.8‐2.8 Grondwater Standaardpakket grondwater Pb. 5 1.8‐2.8 Grondwater Standaardpakket grondwater Pb. 6 1.8‐2.8 Grondwater Standaardpakket grondwater Analysemonsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond‐, waterbodem‐ en grondwateronderzoek). Het analysepakket “standaardpakke t b o d e m ” b e s t a a t u i t d e p a r a m at e r s d r o g e s t o f , l u t u m e n o r g a n i s c h e s t o f , z w a r e m e t a l e n ( b a r i u m , c a d m i u m , k w i k , k o b a l t , koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polyc hloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10‐C40). Het analysepakket “standaardpakke t w a t e r ” b e s t a a t u i t d e p a r a m at e r s z w a r e m e t a l e n ( b a r i u m , c a d m i u m , k w i k , k o b a l t , k o p e r , m o l y b d e e n , n i k k e l , l o o d e n z i n k ) , vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale o l i e G C ( C 1 0 ‐ C 4 0 ) .
D e z u u r g r a a d ( p H ) e n g e l e i d b a a r h e i d ( E G V ) z ijn in het veld bepaald bij monsterneming. 4.1.1 Afwijkingen analysemonsters Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters. Pagina 15 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 4.2 TOETSING ANALYSERESULTATEN De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets‐ en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond‐ of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %.
De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof‐ en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa‐toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets‐uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.
De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in navolgend overzicht: Tabel 4.2 Weergave concentratieniveaus en toetsuitslag Concentratieniveau Betekenis Weergave ≤ AW‐waarde of S‐waarde (of < detectiegrens) Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten ‐ > AW‐waarde of S‐waarde Lichte verhoging gemeten * > I‐waarde Sterke verhoging gemeten *** Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7) (v) AW‐waarde of S‐waarde is lager dan de niet verhoogde rapportagegrens (‐) Pagina 16 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 4.3 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GROND Tabel 4.3 Analyseresultaten grond en toetsing Meetpunten Eenheid 15 t/m 21 G SSD 22 t/m 25, 27 GSSD 26, 28 t/ m 31 GSSD Diepte (m‐mv) Waarneming 0.0‐0.5 Geen 0.0‐0.5 Geen 0.0‐0.5 Geen Organische stof 3.20 3 3.20 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) 7.90 9.10 5.80 Metalen Barium (Ba) mg/kg ds 29 64.68 34 69.80 35 91.95 Cadmium (Cd) mg/kg ds <0.20 0.2103 ‐ 0.31 0.4620 ‐ 0.23 0.3556 ‐ Kobalt (Co) mg/kg ds 3.8 8.120 ‐ 5.6 11.08 ‐ 4.6 11.42 ‐ Koper (Cu) mg/kg ds 14 23.27 ‐ 12 19.41 ‐ 9.3 16.41 ‐ Kwik (Hg) mg/kg ds 0.093 0.1209 ‐ 0.085 0.1088 ‐ 0.082 0.1100 ‐ Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 1.050 ‐ <1.5 1.050 ‐ <1.5 1.050 ‐
Nikkel (Ni) mg/kg ds 6.2 12.12 ‐ 12 21.99 ‐ 10.0 22.15 ‐ Lood (Pb) mg/kg ds 32 44.52 ‐ 27 36.96 ‐ 17 24.49 ‐ Zink (Zn) mg/kg ds 40 71.34 ‐ 85 145.5 * 56 108.6 ‐ Minerale olie Minerale olie totaal (C10‐C40) mg/kg ds <35 76.56 ‐ <35 81.67 ‐ <35 76.56 ‐ Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) mg/ kg ds 0.0049 0.0153 ‐ 0.0049 0.0163 ‐ 0.0049 0.0153 ‐ Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds 7.1 7.125 * 1.1 1.068 ‐ 0.35 0.3500 ‐ Tabel 4.4 Analyseresultaten grond en toetsing Meetpunten Eenheid 5 GSSD 10 t/m 13 GSSD Diepte (m‐mv) Waarneming 0.0‐0.5 Kg 1 0.0‐0.5 Sporen baksteen Organische stof 1.70 1.90 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) 2.80 4.30 Metalen Barium (Ba) mg/kg ds <20 49.32 22 66.21 Cadmium (Cd) mg/kg ds 0.23 0.3911 ‐ <0.20 0.2328 ‐ Kobalt (Co) mg/kg ds <3.0 6.789 ‐ <3.0 5.899 ‐ Koper (Cu) mg/kg ds 6.7 13.49 ‐ 11 21.09 ‐ Kwik (Hg) mg/kg ds <0.050 0.0496 ‐ 0.079 0.1094 ‐ Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 1.050 ‐ <1.5 1.050 ‐ Nikkel (Ni) mg/kg ds 4.7 12.85 ‐ <4.0 6.853 ‐ Lood (Pb) mg/kg ds 16 24.82 ‐ 31 46.80 ‐ Zink (Zn) mg/kg ds 49 111.7 ‐ 26 55.24 ‐ Minerale olie Minerale olie totaal (C10‐C40) mg/kg ds <35 122.5 ‐ <35 122.5 ‐ Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) mg/ kg ds 0.0049 0.0245 ‐ 0.0049
0.0245 ‐ Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds 0.47 0.4670 ‐ 0.52 0.5220 ‐ Pagina 17 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) Tabel 4.3 Analyseresultaten grond en toetsing Meetpunten Eenheid 3, 5, 6, 7 GSSD 1, 2, 4 GSSD 14 GSSD Diepte (m‐mv) Waarneming 0.5‐2.0 Geen 0.5‐2.0 Geen 0.5‐2.0 Geen Organische stof 0.700 1 0.700 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) 6.10 10.3 8.5 Metalen Barium (Ba) mg/kg ds <20 35.87 <20 26.63 <20 29.93 Cadmium (Cd) mg/kg ds <0.20 0.2267 ‐ <0.20 0.2138 ‐ <0.20 0.2191 ‐ Kobalt (Co) mg/kg ds <3.0 5.097 ‐ 4.6 8.477 ‐ 3.7 7.603 ‐ Koper (Cu) mg/kg ds <5.0 6.344 ‐ 7.2 11.58 ‐ 6.4 10.82 ‐ Kwik (Hg) mg/kg ds <0.050 0.0471 ‐ <0.050 0.0443 ‐ <0.050 0.0455 ‐ Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 1.050 ‐ <1.5 1.050 ‐ <1.5 1.050 ‐ Nikkel (Ni) mg/kg ds 5.6 12.17 ‐ 9.6 16.55 ‐ 6.2 11.73 ‐ Lood (Pb) mg/kg ds <10 10.24 ‐ <10 9.551 ‐ <10 9.835 ‐ Zink (Zn) mg/kg ds <20 27.49 ‐ 24 40.05 ‐ 22 39.24 ‐ Minerale olie Minerale olie totaal (C10‐C40) mg/kg ds <35 122.5 ‐ <35 122.5 ‐ < 35 122.5 ‐ Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) mg/ kg ds 0.0049 0.0245 ‐ 0.0054 0.0270 * 0.0049 0.0245 ‐ Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds 0.35 0.3500 ‐ 0.41 0.4080 ‐ 0 .35 0.3500 ‐ Uit de tabellen 4.3, 4.4 en 4.5 blijkt het volgende. In het mengmonster van de bovengrond aan de zuidwestzijde van het onderzoeksterrein (mp 15 t/m 21) overschrijdt het gehalte aan PAK de achtergrondwaarde. In het mengmonster van de bovengrond aan de westzijde van het onderzoeksterrein (mp 22 t/m 25 en 27) overschrijdt het gehalte aan zink de achtergrondwaarde. In het mengmonster van de lemige (delen van de) ondergrond aan de west‐ en zuidwestzijden van het onderzoeksterrein (mp. 1, 2, 4) overschrijdt het gehalte aan PCB de achtergrondwaarde. Verder zijn er in de geanalyseerde mengmonsters van de boven‐ en ondergrond, met inbegrip van de licht kolengruis houdende bovengrond ven mp. 14 en de sporen baksteen houdende bovengrond van mp 10 t/m 13 geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen.
Pagina 18 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 4.4 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GRONDWATER Tabel 4.6 Analyseresultaten grondwater en toetsing Analyse Eenheid 1 GSSD 2 GSSD 3 GSSD Diepte (m‐mv) 3.5‐4.5 2.75‐3.75 2.3‐3.3 M e t a l e n Barium (Ba) µg/L 120 120 * 35 35 ‐ 180 180 * Cadmium (Cd) µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Kobalt (Co) µg/L <2.0 1.400 ‐ 12 12 ‐ <2.0 1.400 ‐ Koper (Cu) µg/L 5.4 5.400 ‐ 4.0 4 ‐ 3.3 3.300 ‐ Kwik (Hg) µg/L <0.050 0.03500 ‐ <0.050 0.03500 ‐ <0.050 0.03500 ‐ Molybdeen (Mo) µg/L <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ Nikkel (Ni) µg/L 4.3 4.300 ‐ 6.5 6.5 ‐ 4.8 4.800 ‐ Lood (Pb) µg/L <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ Zink (Zn) µg/L 47 47 ‐ 17 17 ‐ 52 52 ‐ Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Tolueen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Ethylbenzeen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Xylenen (som) factor 0,7 µg/L 0.21 0.2100 * 0.21 0.2100 * 0.21 0 .2100 * BTEX (som) µg/L <0.90 0.6300 <0.90 0.6300 <0.90 0.6300 Naftaleen µg/L <0.020 0.01400 * <0.020 0.01400 * <0.020 0.01400 * Styreen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L <0.20 0.1400 * <0.20 0.1400 * <0.20 0.1400 * Trichloormethaan µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Tetrachloormethaan µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.0 7000 * Trichlooretheen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Tetrachlooretheen µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.07 000 * 1,1‐Dichloorethaan µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.14 00 ‐ 1,2‐Dichloorethaan µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.14 00 ‐ 1,1,1‐Trichloorethaan µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * 1,1,2‐Trichloorethaan µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * CKW (som) µg/L <1.6 1.120 <1.6 1.120 <1.6 1.120 Tribroommethaan µg/L <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 Vinylchloride µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * 1,1‐Dichlooretheen µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.0 7000 * 1,2‐Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 0.14 0.1400 * 0.14 0.1 400 * 0.14 0.1400 * Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L 0.42 0.4200 ‐ 0.42 0.4200 ‐ 0.42 0.4200 ‐ Minerale olie Minerale olie totaal (C10‐C40) µg/L <50 35 ‐ <50 35 ‐ <50 35 ‐ Uit tabel 4.6 blijkt het volgende.
In het grondwater uit de peilbuizen 1 en 3 overschrijden de gehalten aan barium de streefwaarde. Deze gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Verder zijn er in de grondwatermonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Pagina 19 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) Tabel 4.7 Analyseresultaten grondwater en toetsing Analyse Eenheid 4 GSSD 5 GSSD 6 GSSD Diepte (m‐mv) 1.8‐2.8 1.8‐2.8 1.8‐2.8 M e t a l e n Barium (Ba) µg/L 120 120 * 230 230 * 170 170 * Cadmium (Cd) µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Kobalt (Co) µg/L 2.8 2.800 ‐ 4.4 4.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ Koper (Cu) µg/L <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ 9.0 9 ‐ Kwik (Hg) µg/L <0.050 0.03500 ‐ <0.050 0.03500 ‐ <0.050 0.03500 ‐ Molybdeen (Mo) µg/L <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ Nikkel (Ni) µg/L 4.0 4 ‐ 4.1 4.100 ‐ 7.0 7 ‐ Lood (Pb) µg/L <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ <2.0 1.400 ‐ Zink (Zn) µg/L <10 7 ‐ 21 21 ‐ 24 24 ‐ Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Tolueen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Ethylbenzeen µg/L <0.20
0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Xylenen (som) factor 0,7 µg/L 0.21 0.2100 * 0.21 0.2100 * 0.21 0 .2100 * BTEX (som) µg/L <0.90 0.6300 <0.90 0.6300 <0.90 0.6300 Naftaleen µg/L <0.020 0.01400 * <0.020 0.01400 * <0.020 0.01400 * Styreen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L <0.20 0.1400 * <0.20 0.1400 * <0.20 0.1400 * Trichloormethaan µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Tetrachloormethaan µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.0 7000 * Trichlooretheen µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ Tetrachlooretheen µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.07 000 * 1,1‐Dichloorethaan µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.14 00 ‐ 1,2‐Dichloorethaan µg/L <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.1400 ‐ <0.20 0.14 00 ‐ 1,1,1‐Trichloorethaan µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * 1,1,2‐Trichloorethaan µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * CKW (som) µg/L <1.6 1.120 <1.6 1.120 <1.6 1.120 Tribroommethaan µg/L <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 Vinylchloride µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * 1,1‐Dichlooretheen µg/L <0.10 0.07000 * <0.10 0.07000 * <0.10 0.0 7000 *
1,2‐Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 0.14 0.1400 * 0.14 0.1 400 * 0.14 0.1400 * Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L 0.42 0.4200 ‐ 0.42 0.4200 ‐ 0.42 0.4200 ‐ Minerale olie Minerale olie totaal (C10‐C40) µg/L <50 35 ‐ <50 35 ‐ <50 35 ‐ Uit tabel 4.7 blijkt het volgende. In het grondwater uit de peilbuizen 4, 5 en 6 overschrijden de gehalten aan barium de streefwaarde. Deze gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Verder zijn er in de grondwatermonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Bij de resultaten van het grondwater in de tabellen 4.6 en 4.7 merken wij het volgende op. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de beluchting en/of de troebelheid van de analysemonsters. De gestandaardiseerde gehalten aan diverse organische verbindingen liggen boven de streefwaarden. Dit is echter een gevolg van de rekencorrectie in relatie tot de gerapporteerde detectiegrenzen, en duidt niet op de aanwezigheid van verhoogde gehalten aan organische verbindingen in het betreffende grondwatermonster.
Pagina 20 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 5.1 SAMENVATTING In opdracht van Vakantiepark `t Akkertien is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Noordwal 3 te Vollenhove. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bestemmingswijziging van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (stadstrand). Vooronderzoek Het onderzoeksterrein is tot dusver in gebruik geweest als (deels buitendijks gelegen) agrarisch gebied. De locatie Noordwal 3 (ten zuiden van het huidige onderzoeksterrein) is tot dusver in gebruik geweest als melkveebedrijf met mestopslag en opslag van gasolie in een bovengrondse tank. Vanaf circa 1998 is ter plaatse tevens sprake van een camping. In de huidige situatie is het onderzoeksterrein in gebruik als grasland, ten noorden van het erf van het agrarisch bedrijf met camping. Ter plaatse is geen sprake van bebouwing en/of verharding. De openbare weg (de Voorst) maakt geen deel uit van het onderzoeksterrein.
De opdrachtgever is voornemens de locatie te ontwikkelen ten behoeve van gebruik als stadstrand. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit zand en leem tot circa 4.5 m‐mv. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op dieptes tussen 0.88 en 3.15 m‐mv. Tijdens het veldwerk zijn, behoudens plaatselijk sporen baksteen en een lichte bijmenging met kolengruis, geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de bovengrond van mp 15 t/m 21 overschrijdt het gehalte aan PAK de achtergrondwaarde. In de bovengrond van mp 22 t/m 25 en 27 overschrijdt het gehalte aan zink de achtergrondwaarde. In de ondergrond van mp. 1, 2 en 4 overschrijdt het gehalte aan PCB de achtergrondwaarde. Verder zijn er in de geanalyseerde mengmonsters van de boven‐ en ondergrond geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Grondwater: In het grondwater uit de peilbuizen 1 en 3 t/m 6 overschrijden de gehalten aan barium de streefwaarde.
Pagina 21 van 21 2001‐2002 Verkennend bodemonderzoek Noordwal 3 te Vollenhove (rapportnummer 161939) 5.2 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de boven‐ en ondergrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond‐ en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve formeel verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de toekomstige bestemming van het terrein als stadstrand, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de toekomstige bestemming van het terrein. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV Ing. M. van den Broek BIJLAGE 1 Behoort bij rapport: Noordwal 3 Vollenhove 161939 Bijlage 1.1 Regionale ligging onderzoekslocatie