Vollenhove, Stadsstrand_Bijlagen bij toelichting - Archeologisch onderzoek en Aanmeldnotitie.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Bijlage 4 Archeologisch onderzoek Bijlagen bij toelichting (ontwerp) 149 Vollenhove, Noordwal 3 (Gemeente Steenwijkerland, Ov.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Steekproefrapport 2017-01/09 Vollenhove, Noordwal 3 (Gemeente Steenwijkerland, Ov.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Steekproefrapport 2017-01/09
Vollenhove, Noordwal 3 (Gemeente Steenwijkerland, Ov.) Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Een onderzoek in opdracht van BügelHajema Adviseurs bv. Steekproefrapport 2017-01/09 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteur: drs. J.M.G. Bongers (fysisch geograaf / senior KNA-prospector) Autorisatie: dr. J. Jelsma (senior KNA-archeoloog) Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Steenwijkerland, mevrouw M. Nieuwenhuis d.d. 13 februari 2017 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.0 Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 7 februari 2017 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau, Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon 050 – 5779784 internet www.desteekproef.nl e-mail info@desteekproef.nl kvk 02067214
Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4: LS01)................................................................................ 1 1.2 Locatie en administratieve gegevens (KNA 4: LS01, LS02)...............................................2 2. Bureauonderzoek (KNA 4: LS06)........................................................................................ 3 2.1 Bronnen..................................................................................................................... 3 2.2 Fysische geografie (KNA 4: LS04)................................................................................. 3 2.3 Archeologie (KNA 4: LS04).......................................................................................... 5 2.4 Historische geografie (KNA 4: LS03)............................................................................. 6 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4: LS05)...........................................................9 3. Veldonderzoek (KNA 4: VS05).........................................................................................
11 3.1 Methoden en technieken (KNA 4: VS01)......................................................................11 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4: VS02, VS03)................................................................... 12 4. Conclusies en advies (KNA 4: VS07)................................................................................. 15 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Archeologische periodes Appendix: - Boorstaten - Laagbeschrijvingen boringen volgens Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode
Samenvatting In verband met de geplande realisatie van een zwemstrand, een strandpaviljoen, een bootverhuur, een historische scheepswerf, drie visvijvers en een parkeervoorziening is een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd bij de Noordwal 3 te Vollenhove, gemeente Steenwijkerland, provincie Overijssel. Voor de plannen is graafwerk nodig dat een bedreiging vormt voor eventueel aanwezige archeologische waarden in het gebied. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het inventariserend onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek, verkennende fase. Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Bij het veldonderzoek zijn vijftien boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen en om te zoeken naar archeologische indicatoren. Plangebied Noordwal 3 te Vollenhove ligt op de overgang van een heuvel naar de voormalige kustlijn van de Zuiderzee. Tijdens het neolithicum kwam de regio van Vollenhove geïsoleerd te liggen in een uitgestrekt veenmoeras. Binnen vierhonderd meter omtrek zijn geen archeologische waarden gemeld. Op iets grotere afstand ligt de historische kern van de middeleeuwse stad Vollenhove.
Uit de steentijd zijn in de omgeving enkele vondsten van bewerkt vuursteen en van hamerbijlen gedaan. Het deel ten zuiden van de weg De Voorst ligt drie meter hoger dan het grootste deel noordelijk van De Voorst. Tijdens de negentiende eeuw was dit hoge deel in gebruik als akker. Op het noordelijke deel stonden tijdens de jaren '30 van de twintigste eeuw een strandpaviljoen en een tennisbaan. Het deel ten zuiden van de weg De Voorst heeft een plaggendek. De bodem is er redelijk bewaard gebleven. Er zijn een vuursteenafslag en een waarschijnlijk middeleeuwse scherf aardewerk gevonden. De vondsten vormen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Van eventuele archeologische grondsporen kunnen de diepere delen bewaard gebleven zijn. Het advies voor het zuidelijke deel is om geen graafwerk te ondernemen dat dieper reikt dan vijftig centimeter. Als toch diepere ingrepen nodig zijn dan wordt geadviseerd om nader onderzoek te laten uitvoeren met behulp van proefsleuven. In het noordelijke deel is erosie opgetreden in de tijd van de Zuiderzee. De bodem uit de tijd van de steentijd en de middeleeuwen is volledig verdwenen. Dat betekent dat eventuele archeologische sporen uit die tijd ook verloren zijn gegaan. Voor het deel noordelijk van de weg De Voorst worden geen nader onderzoek of beperkingen geadviseerd.
Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Vollenhove, Noordwal 3: administratieve gegevens Provincie Overijssel Gemeente Steenwijkerland Plaats Vollenhove Toponiem Noordwal 3 Kaartblad 21B Centrumcoördinaat onderzoeksgebied 192,325 / 521,225 Kadastrale perceelnummers K588 (deels), K589, K1335 en K1386 Oppervlakte van het onderzoeksgebied bureauonderzoek: 3,6 hectare veldonderzoek: 2,6 hectare NAP-hoogte maaiveld noordelijke deel: +1 meter NAP zuidelijke deel: +3 meter NAP Huidig grondgebruik grasland Soort onderzoek bureauonderzoek & veldonderzoek (verkennende fase) Opdrachtgever BügelHajema Adviseurs bv Vaart NZ 50, Assen Uitvoerder De Steekproef, drs. J.M.G. Bongers Bevoegde overheid Gemeente Steenwijkerland mevr. Marijke Nieuwenhuis: 06-29325570 Steekproef projectcode 2017-01/09 Onderzoeksmeldingsnummer 4032255100 Datum veldwerk 2 februari 2017 Maximale diepte onderzoek 195 centimeter Beheer en plaats documentatie De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / DINO-loket (boorgegevens)
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4: LS01) In opdracht van BügelHajema Adviseurs bv is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Noordwal 3 te Vollenhove, gemeente Steenwijkerland, provincie Overijssel (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de geplande realisatie van een zwemstrand, een strandpaviljoen, een bootverhuur, een historische scheepswerf, drie visvijvers en een parkeervoorziening. Het strandpaviljoen is gepland oostelijk van de bestaande haven en de scheepswerf westelijk ervan. De visvijvers komen nog iets verder oostelijk van de haven. De parkeerplaats is gepland op het zuidelijke deel van het plangebied tussen de wegen Noordwal en De Voorst. De diepste ingrepen zullen nodig zijn voor de visvijvers. Precieze dieptes zijn op het moment van dit onderzoek nog niet bekend. Wel is duidelijk dat er graafwerk nodig is dat dieper gaat dan de bouwvoor. Dit graafwerk betekent een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase).
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch- geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Het doel van het veldonderzoek is het vaststellen van de opbouw en gaafheid van de bodem. Ook is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, metalen voorwerpen, bouwmateriaal, bewerkt en verbrand bot, houtskool, etc. Figuur 1: Vollenhove, Noordwal 3: Uitsnede van de topografische kaart 1:25.000. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Topografische Dienst Kadaster, Emmen [2017]. 1
1.2 Locatie en administratieve gegevens (KNA 4: LS01, LS02) Het plangebied ligt zuidwestelijk van Vollenhove (zie Figuur 1). Het gebied vormt een uitbreiding van vakantiepark 't Akkertien dat zuidelijk van het plangebied ligt aan de Noordwal 3. Het gebied bestaat uit twee delen die van elkaar gescheiden worden door de weg De Voorst. Het noordelijke 3,1 hectare grote deel ligt relatief laag, het zuidelijke 0,5 hectare grote deel ligt drie meter hoger. De weg De Voorst loopt langs het plangebied boven aan een drie meter hoge helling. Noordwestelijk langs het plangebied loopt een dijk van circa driekwart meter hoogte. Daarachter ligt het Vollenhoverkanaal op de plek van de voormalige Zuiderzee. Tijdens het onderzoek was het plangebied in gebruik als grasland (zie Figuur 2). Volgens informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) lopen door het plangebied leidingen van gas, water, elektriciteit en dataverkeer (zie Figuur 9). Figuur 2: Vollenhove, Noordwal 3: foto van het plangebied genomen in noordelijke richting. Rechts loopt de weg De Voorst. Achter het water ligt de Noordoostpolder. 2
2. Bureauonderzoek (KNA 4: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2 Fysische geografie (KNA 4: LS04) Figuur 3: Vollenhove, Noordwal 3: Hoogtekaart gemaakt met het Actueel Hoogtebestand Nederland 1 uit 1996-1997. Het plangebied is rood omlijnd. Vollenhove ligt op een stuwwal aan de rand van de voormalige Zuiderzee. Het plangebied ligt op de overgang van een heuvel naar de voormalige kustlijn. Het maaiveld loopt af van circa +3,5 meter NAP in het zuiden naar +0,5 meter NAP in het noorden (zie Figuur 3). De sterkste daling ligt op de noordelijke rand van de weg De Voorst. Deze helling lijkt een voormalige klif te zijn die gevormd is door afslag door de Zuiderzee. Op een paleogeografische reconstructie van 3850 vC maakt de stuwwal van Vollenhove nog deel uit van een uitgestrekt pleistoceen dekzandlandschap.
Op een reconstructie van 2750 vC ligt de stuwwal als een eiland in een uitgestrekt veenmoeras (zie Figuur 4). Dit is nog steeds de situatie op reconstructies van 1500 vC, 500 vC (niet afgebeeld) en 100 nC (zie Figuur 4). Op de laatste heeft zich inmiddels iets westelijk van Vollenhove het Flevomeer ontwikkeld. Op een reconstructie van 1500 nC is het Flevomeer veranderd in de Zuiderzee. Het noordelijke deel van het plangebied was toen een kwelder die regelmatig overstroomd werd door de zee. 3
Figuur 4: Vollenhove, Noordwal 3: uitsnedes van vier paleogeografische kaarten van Nederland (Vos en De Vries 2013). Geel = dekzandlandschap, bruin = veen, lichtgroen = kwelder, donkergroen = bedijkt, lichtblauw = getijdengebied, donkerbouw = water. Het plangebied ligt bij de pijl. Op de geomorfologische kaart (niet afgebeeld) ligt het grootste deel van het plangebied in een aanwasvlakte (2M38). Alleen het deel zuidelijk van de weg De Voorst ligt op een hoge stuwwal (10B3). Op de bodemkaart is het noordelijke deel niet gekarteerd in verband met ligging in de bebouwde kom. Het zuidelijke deel heeft een laarpodzolgrond in lemig zand met ondiepe keileem (cHn23x). Het grondwater heeft daar een gemiddeld hoogste stand van 40-80 centimeter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste van meer dan 120 centimeter (grondwatertrap VI). 4
2.3 Archeologie (KNA 4: LS04) Binnen vierhonderd meter rondom het plangebied zijn geen archeologische waarden geregistreerd. Op iets grotere afstand ligt noordoostelijk van het gebied de historische kern van de middeleeuwse stad Vollenhove (AMK-terrein 13960, zie Figuur 5). Hierover vermeldt ARCHIS: 'Terrein met sporen van bewoning. Het betreft de stadskern van Vollenhove (stadsrechten 1354). Gelegen op keileemrestant, vlak aan zee en ontstaan als een nederzetting van vissers. De Utrechtse bisschoppen bouwden er omstreeks 1168 een versterking, het 'Olde Huys', gelegen op een rondeel, een schiereilandje in de oude haven. Door de aanleg van de nieuwe haven is deze verloren gegaan.' Aan de historische kern grenst de plek van het voormalige kasteel Toutenburg (2754). Dit is gebouwd in de periode 1524-1552. Het werd al ontmanteld in 1581 en de restanten werden afgebroken in 1790. Oostelijk van het plangebied zijn in de Noordoostpolder vondsten gedaan van bewerkt vuursteen die hoogstwaarschijnlijk uit de steentijd dateren (2859758100 en 3179042100). In de omgeving zijn ook vondsten gedaan van twee prehistorische bijlen (2759836100 en 3086135100). De bijlen dateren uit de periodes neolithicum laat A en uit de periode bronstijd vroeg-midden. Omdat hun precieze herkomst niet meer te achterhalen is, zijn ze administratief geplaatst op hele-kilometer-coördinaten.
Figuur 5: Vollenhove, Noordwal 3: Archeologische kaart van de omgeving van het plangebied. De groene stippen zijn locaties van archeologische vondsten, de paarse terreinen staan op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK), het plangebied is rood omlijnd. Alleen vondsten buiten de AMK-terreinen staan met nummer vermeld en zijn opgenomen in Tabel 2. Bron: ARCHIS 3. 5
Tabel 2: Vollenhove, Noordwal 3: Archeologische waarden rondom het plangebied. Voor de ligging zie Figuur 5. Voor dateringen zie Appendix. Zaaknummer RD-coördinaten Omschrijving Datering 2754 - kasteel Toutenburg nieuwe tijd vroeg 13960 - stadskern Vollenhove late middeleeuwen 2759788100 193,170 / 521,430 stenen fundering onbekend 2759836100 193,000 / 521,000 R/S-hamerbijl neolithicum laat A 2859758100 191,800 / 521,300 brok vuursteen mesolithicum - neolithicum 3086135100 193,000 / 521,000 stenen hamerbijl Arbeitsaxt vroege bronstijd - midden bronstijd 3101370100 192,790 / 521,730 scherven aardewerk late middeleeuwen B 3179042100 192,100 / 521,700 vuurstenen afslagschrabber en brok paleolithicum - ijzertijd 2.4 Historische geografie (KNA 4: LS03) Op de kadasterkaart van 1811-1832 staat het grote noordelijke deel van het plangebied als hooiland (zie Figuur 6). Het kleine zuidelijke deel lag op een akkercomplex. Op een kaart uit 1955 is dat landgebruik gelijk gebleven. Wel is dan de weg De Voorst er gekomen en is de Noordoostpolder gerealiseerd (1942). Op een kaart uit 1964 staat voor het eerst een boerderij aan de Noordwal 3. Na enige tijd kwam er een camping bij de boerderij. De familie Spans begon in 1994 met vakantiepark 't Akkertien. In 2005 gingen de laatste koeien weg van de boerderij.
Figuur 6: Vollenhove, Noordwal 3: uitsnede van een interpretatie van de kadastrale kaart 1811- 1832 door www.hisgis.nl. Legenda: geel=hooiland, wit=bouwland, groen=weiland. 6
Figuur 7: Vollenhove, Noordwal 3: uitsnedes van topografische kaarten uit 1955 en 1964. Het plangebied is rood omlijnd. In het zuidwesten van het noordelijke deel stond een woning op de plek van het voormalige strandpaviljoen. Bron: www.topotijdreis.nl. Langs de waterlijn heeft eeuwenlang een dam gestaan van houten palen ter bescherming van de kust. Toen begin jaren '20 van de twintigste eeuw het besluit genomen was tot aanleg van de Afsluitdijk, was duidelijk dat deze dam zijn functie zou verliezen en stopte men met het onderhoud eraan (bron: stichting-ijsselacademie.mijnstadmijndorp.nl). Door verval van de dam konden de golven van de Zuiderzee na enige tijd het achterliggende strand weer bereiken. Begin jaren '30 werd het strand ontdekt als badplaats. Daarop werd Paviljoen Zwemlust gebouwd dat op 24 mei 1933 openging. Het paviljoen stond op het zuidwestelijke uiteinde van het noordelijke deel van het plangebied (zie Figuur 8). Ook waren bij het strand een tennisbaan, een speeltuin en kleedhokjes voor badgasten aangelegd. De tennisbaan lag in het noordoosten van het huidige plangebied. In zee lag een dertig meter lange steiger om boten aan te leggen. Langs de vaargeul voor de kust stond een springtoren voor zwemmers. In 1937 werd begonnen met de aanleg van de ringdijk om de Noordoostpolder. In 1939 was de dijk bij Vollenhove klaar.
Daardoor trok de badplaats steeds minder gasten. In 1940 werden er Duitse soldaten gestationeerd op het terrein. Het paviljoen werd gesloten en veranderde later in een woonhuis. De basaltblokken van de kustverdediging bij de helling langs de weg De Voorst werden afgevoerd. volgende pagina, Figuur 8: Vollenhove, Noordwal 3: drie foto's uit de jaren '30 van de twintigste eeuw. Op de bovenste foto Paviljoen Zwemlust, op de middelste foto het strand met op de achtergrond de tennisbanen, op de onderste foto de steiger en een baggerboot. Bronnen: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl en www.henkvanheerde.nl/vollenhove. 7
8
2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4: LS05) Op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Steenwijkerland valt het plangebied in drie legenda-eenheden: lage verwachting, bebouwde kom en hoge verwachting (zie Figuur 9). In de eerste gelden geen beperkingen met betrekking tot archeologie. Archeologisch onderzoek wordt daar niet gevraagd. Daarom is dat deel niet meegenomen bij het veldonderzoek (zie Hoofdstuk 3). Voor het gebied in de bebouwde kom geldt een onbekende archeologische verwachting. De beleidsregels daarvoor zijn gelijk aan die van gebieden met een hoge archeologische verwachting. Over gebieden met een hoge verwachting staat in de toelichting op de kaart: 'De op de kaart aangewezen gronden met een hoge archeologische verwachting zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Bouwwerken zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien daarvoor vrijstelling door Burgemeester en Wethouders is verleend.
Vrijstelling wordt verleend, indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.' Ook kan vrijstelling worden gekregen voor bouwplannen kleiner dan 250 m² in de bebouwde kom of 2500 m² daarbuiten of als uit onderzoek blijkt dat geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn (Sueur en Schrijvers 2006). Figuur 9: Vollenhove, Noordwal 3: uitsnedes van de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart van de gemeente Steenwijkerland. Het plangebied is rood omlijnd. De groene kleur staat voor een lage verwachting, grijs is bebouwde kom en oranje is hoge verwachting. De cirkel met 'V115' staat voor de voormalige nederzetting Westerkerken. De cirkel met '23' staat voor 'vermoedelijk de oorspronkelijke pastorie' zoals weergegeven op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560. Bron: Sueur en Schrijvers 2006. 9
Vollenhove ligt op een stuwwal. Tijdens het neolithicum kwam de stuwwal geïsoleerd te liggen in een uitgestrekt veenmoeras. Aan het eind van de middeleeuwen was de zee tot aan het plangebied gekomen. Het gedeelte noordelijk van De Voorst ligt ongeveer drie meter lager dan het gedeelte zuidelijk van deze weg. De steile overgang is waarschijnlijk gevormd door afslag door de Zuiderzee. Binnen vierhonderd meter rondom het plangebied zijn geen archeologische waarden geregistreerd. Archeologische waarden in een iets wijdere omgeving dateren uit de steentijd of uit de middeleeuwen/nieuwe tijd. Het hoge zuidelijke deel was tijdens de negentiende en twintigste eeuw in gebruik als akker. De omgeving van Vollenhove lijkt een geschikt vestigingsgebied te zijn geweest voor mensen tijdens de steentijd en de middeleeuwen. In de tussengelegen periode lijkt het plangebied geen geschikte vestigingsplaats te zijn geweest. In het lage noordelijke deel lijkt in de tijd van de Zuiderzee flinke afslag te zijn opgetreden. Dat betekent dat eventuele archeologische sporen uit zowel de steentijd als de middeleeuwen daar naar verwachting verloren zullen zijn gegaan. Bij de afslag zal de meeste grond zijn weggespoeld. Wel kunnen stenen en eventuele archeologische materialen zoals bewerkt vuursteen of scherven aardewerk zijn blijven liggen.
Aangezien ze in dat geval uit hun context zijn, is hun archeologische waarde beperkt. Daarnaast kunnen in het lage noordelijke deel constructies aanwezig zijn geassocieerd met scheepvaart zoals steigers of kustverdediging uit de nieuwe tijd. Het hoge zuidelijke deel is wel gespaard gebleven bij de erosie door de Zuiderzee. Daar kunnen dus eventuele archeologische resten uit de steentijd en de middeleeuwen nog aanwezig zijn. In de periode tot de twintigste eeuw heeft zich daar een plaggendek gevormd. Een plaggendek kan voor bescherming zorgen van archeologische sporen in de bodem tegen moderne bodemingrepen zoals ploegen. Van eventuele bewoning uit de steentijd en de middeleeuwen kunnen onder meer bewerkt vuursteen, scherven aardewerk en puin aanwezig zijn. Tabel 3:Vollenhove, Noordwal 3: specificatie archeologische verwachting. noordelijke lage deel zuidelijke hoge deel datering: nieuwe tijd steentijd en middeleeuwen complextype: scheepvaart en kustverdediging nederzetting omvang: onbekend onbekend diepteligging: binnen een meter onder een plaggendek gaafheid en conservering: onbekend geen organische conservering locatie: hele noordelijke deel hele zuidelijke deel uiterlijke kenmerken: hout bewerkt vuursteen, scherven aardewerk mogelijke verstoringen: aanleg haven, leidingen ploegen, leidingen 10
3. Veldonderzoek (KNA 4: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 2 februari 2017. Er zijn vijftien boringen gedaan (zie Figuur 10). De meeste boringen liggen op een grid met 35 meter tussen de raaien en 40 meter tussen de boringen. Boringen 1, 2, 3 en 13 wijken hier van af in verband met de aanwezigheid van leidingen. De locaties van de boringen zijn ingemeten met een GPS met een maximale onnauwkeurigheid van drie meter. De gemiddelde boordichtheid is zes boringen per hectare. De boringen zijn gestart met een edelmanboor van zeven centimeter diameter. Bij boringen 1, 2 en 3 is nageboord met een edelmanboor van twaalf centimeter diameter in verband met de redelijk bewaard gebleven bodem. Zodoende is meer monster verzameld en de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren vergroot. Het opgeboorde zand is bij deze boringen nat gezeefd op een zeef met mazen van vier millimeter. Bij boringen 4 tot en met 15 is vanaf ongeveer een meter diepte de boring verdiept met een guts van drie centimeter diameter. De diepte van de boringen varieert tussen 100 en 195 centimeter. Figuur 10: Vollenhove, Noordwal 3: boorpuntenkaart. De genummerde punten zijn de locaties van de vijftien boringen. De roze lijnen geven de ligging van leidingen weer. 11
De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De hoogtes zijn bepaald met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland 2 uit 2012. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix in de vorm van boorstaten en laagbeschrijvingen. Er is een veldkartering gedaan op het zuidelijke deel door de aanwezige molshopen te inspecteren op archeologische materialen zoals bewerkt vuursteen of scherven aardewerk. Verder was het niet mogelijk om aan het oppervlak te zoeken in verband met de dichte grasbegroeiing (zie Figuur 2). 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4: VS02, VS03) geologie en bodem Boringen 1, 2 en 3 zijn gedaan in het zuidelijke hoge deel van het plangebied. De ondergrond bestaat daar uit keileem. Hierop ligt een akkerlaag waarvan de diktes respectievelijk 75, 110 en 85 centimeter zijn. Deze grote dikte is het gevolg van jarenlange plaggenbemesting. De plaggen werden aangevoerd samen met mest uit potstallen. Dit mengsel werd over de akker verspreid voor de bodemvruchtbaarheid. De plaggenbemesting begon in Oost- en Midden-Nederland omstreeks het einde van de middeleeuwen dus omstreeks de 15e/16e eeuw (Spek 2004). Na de uitvinding van de kunstmest aan het eind van de 19e eeuw stopte de plaggenbemesting.
Bij boringen 1 en 2 kon onderscheid gemaakt worden tussen de moderne akkerlaag/bouwvoor en een onderliggende plaggenlaag (zie Figuur 11). Bij boring 3 verschilden ze te weinig van kleur. De bodem is op het hoge zuidelijke deel redelijk bewaard gebleven. Figuur 11: Vollenhove, Noordwal 3: monster boring 1 in zeef. Er is grond van drie lagen zichtbaar. Linksonder ligt de bouwvoor, oftewel de moderne akkerlaag. Rechtsonder ligt een iets grijzere oudere akkerlaag, ook wel plaggenlaag genoemd. Rechtsboven ligt het lichtere keileem. Boringen 4 tot en met 15 zijn gedaan in het lage deel van het plangebied. Daar is een onderscheid te maken in twee typen ondergrond. In het meest noordelijke deel bij boringen 12-15 bestaat de ondergrond uit keileem. Bij boring 15 in de helling op een hoogte van +2,4 meter NAP ligt de keileem aan het maaiveld. Ter plaatse steekt de heuvel iets uit in 12
westelijke richting, hetgeen ook te zien is aan een kleine kronkel in de weg De Voorst (zie Figuur 9). Dat komt doordat de keileem erg stevig is waardoor de heuvel daar iets minder is afgeslagen door de Zuiderzee. Het tweede type ondergrond ligt bij boringen 4-11. Daar ligt matig fijn zand met enkele kleilagen of leemlagen. Het zand is afwisselend blauwgrijs en lichtbruingrijs. De aard en ouderdom van dit zand zijn onduidelijk. Vermoedelijk is het geen dekzand uit de laatste ijstijd. Op de ondergrond liggen lagen zand en klei. Deze zijn afgezet nadat hoogstwaarschijnlijk de top van de pleistocene afzettingen is geërodeerd door golfslag van de Zuiderzee. Nabij de helling zal de erosie circa drie meter zijn geweest aangezien dat het hoogteverschil is dat de helling overbrugt. Wat de mate van erosie verder westelijk geweest is, valt niet meer na te gaan. In elk geval is de bodem in het volledige lage deel verloren gegaan door de afslag. In het noordoostelijke deel ligt op de keileemondergrond grof zand met veel grind. Dit materiaal is een restant van de geërodeerde keileem. De fijnere fracties zijn weggespoeld door het water, de grovere zijn blijven liggen. In het zuidwestelijke deel ligt op de pleistocene ondergrond verspoeld zand en klei. Grind is daar veel minder aanwezig doordat hier geen keileem lag.
Op de onderste erosief afgezette laag volgt in een groot deel van het lage deel slappe zware klei. Opvallend is dat bij de meeste boringen hierop sprake is van een opwaartse vergroving van het sediment. De zware klei gaat namelijk over in zware klei met zandlagen en vervolgens in zand. In het noordoostelijke deel is dit zand opnieuw grof. De voor de hand liggende verklaring voor de opwaartse vergroving is dat er eeuwenlang een houten dam langs de kustlijn heeft gelopen die tijdens de jaren '20 en '30 van de twintigste eeuw in verval raakte (zie Paragraaf 2.4). De zware klei werd afgezet in de tijd dat de houten dam nog intact was en geen golven uit de Zuiderzee liet passeren. Daarachter was het water zo rustig dat zeer fijn sediment kon bezinken. Toen de dam in verval was konden golven in toenemende mate passeren waardoor de Zuiderzee zand kon transporteren tot achter de dam. Op het moment dat de dam volledig vergaan was, waren ruwe condities met golfslag de norm. Er ontstond een strand met omstandigheden waaronder klei niet meer kon bezinken. Mogelijk was er ook opnieuw kustafslag tijdens stormvloeden waardoor het strand opnieuw gevoed werd met zand en grind uit de keileem. De bovenlaag van het lage deel is heterogeen. De laag bestaat uit vergraven materiaal dat op de ene plek zandig is en op de andere kleiig. Waarschijnlijk is deze laag gevormd door egalisatie.
Deze zal na de Tweede Wereldoorlog zijn uitgevoerd om het voormalige recreatiegebied/strand als weiland te kunnen gaan gebruiken. Volgens de heer Spans sr. van Vakantiepark 't Akkertien is er toentertijd ook enig duinzand afgegraven. archeologie Op het hoge deel vormt het plaggendek een bescherming van eventueel aanwezige archeologische sporen tegen moderne bodemingrepen zoals ploegen. Van eventuele sporen zoals haardkuilen of paalgaten van boerderijen kunnen de diepere delen bewaard gebleven zijn in de bodem. De top van eventuele sporen zal liggen aan de basis van het plaggendek. Aangezien er tussen het plaggendek en de keileem niet of nauwelijks dekzand aanwezig is, zouden eventuele sporen dus in de keileem zitten. Het is de vraag of men tijdens de steentijd tot in deze stevige grondsoort gegraven zal hebben. Tijdens de middeleeuwen zal men hiervoor beter materieel gehad hebben. De zeefresiduen van boringen 1 en 2 hebben enkele vondsten opgeleverd (zie Tabel 4 en Figuur 11). Bij boring 2 is een vuursteenafslag gevonden. De steen heeft een slagbult met litteken en een negatief. Deze kenmerken zijn aanwijzingen dat de afslag door mensenhanden is gevormd. De afslag dateert hoogstwaarschijnlijk uit de steentijd. Tijdens de 13
bronstijd en ijzertijd werd ook wel vuursteen bewerkt, maar toen lijkt het gebied geen geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor de mens door de geïsoleerde ligging (zie Figuur 4). Eveneens bij boring 2 is een scherf van waarschijnlijk kogelpotaardewerk gevonden. Mogelijk is de scherf afkomstig van middeleeuwse bewoning ter plaatse. Een andere mogelijkheid is dat de scherf met huisafval en mest is aangevoerd en over de akkers is verspreid. Dit laatste geldt vrijwel zeker voor de overige vondsten van boring 2 en ook voor de vondsten van boring 1. De scherven roodbakkend aardewerk, witbakkend aardewerk en pijpfragmenten dateren namelijk van omstreeks de achttiende of negentiende eeuw toen het gebied in gebruik was als akker (zie Figuur 6). In het noordelijke deel is het niveau uit de steentijd en de middeleeuwen door afslag verloren gegaan. Dat betekent dat daar geen archeologische sporen uit die periodes meer aanwezig zullen zijn. Tabel 4: Vollenhove, Noordwal 3: vondsten afkomstig uit de zeefresiduen van boringen 1 en 2. De vuursteenafslag en de scherf van waarschijnlijk kogelpotaardewerk worden gedeponeerd bij Depot het Oversticht te Deventer. De overige vondsten worden niet bewaard of gedeponeerd, omdat ze relatief jong zijn en hoogstwaarschijnlijk van elders zijn aangevoerd.
boring coördinaten betreft datering boring 1 192,268 / 521,088 twee scherven roodbakkend aardewerk 18e/19e eeuw één scherf witbakkend aardewerk 18e/19e eeuw boring 2 192,243 / 521,104 één vuursteenafslag steentijd één scherf waarschijnlijk kogelpotaardewerk middeleeuwen één fragment lei middeleeuwen - nieuwe tijd twee scherven roodbakkend aardewerk 18e/19e eeuw één scherf witbakkend aardewerk 18e/19e eeuw twee fragmenten kleipijp 18e/19e eeuw Figuur 12: Vollenhove, Noordwal 3: vondsten. Voor beschrijving zie Tabel 4. 14
4. Conclusies en advies (KNA 4: VS07) belangrijkste resultaten Plangebied Noordwal te Vollenhove ligt op de overgang van een heuvel naar de kustlijn van de voormalige Zuiderzee. Tijdens het neolithicum ontwikkelde zich rondom Vollenhove een uitgestrekt veenmoeras. Aan het eind van de middeleeuwen ontstond de Zuiderzee die tot aan het plangebied aan toe kwam. Binnen vierhonderd meter omtrek zijn geen archeologische waarden gemeld. Op iets grotere afstand ligt de historische kern van de middeleeuwse stad Vollenhove. Ook zijn in de omgeving vondsten gedaan van bewerkt vuursteen uit de steentijd. Het zuidelijke deel van het plangebied was tijdens de negentiende eeuw in gebruik als akker. Op het noordelijke deel stonden tijdens de jaren '30 van de twintigste eeuw een strandpaviljoen en een tennisbaan. Het zuidelijke deel van het plangebied heeft een plaggendek. De bodem is er redelijk bewaard gebleven. Er zijn vondsten gedaan van onder meer een vuursteenafslag uit de steentijd en van een waarschijnlijk middeleeuwse scherf aardewerk. In het noordelijke deel is de bodem uit de steentijd en de middeleeuwen door erosie verloren gegaan. archeologisch verwachtingsmodel De vondsten op het deel ten zuiden van De Voorst vormen een aanwijzing voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats uit zowel de steentijd als de middeleeuwen.
Geassocieerd met de vondsten kunnen archeologische grondsporen aanwezig zijn. Hiervan kunnen de diepere delen bewaard gebleven zijn. De archeologische verwachting voor het zuidelijke deel blijft daarom hoog. Het deel noordelijk van het plangebied heeft op de archeologische verwachtingskaart een onbekende archeologische verwachting. Echter aangezien het niveau uit de steentijd en de middeleeuwen daar geërodeerd is, zullen eventuele archeologische sporen uit die periodes ook verloren zijn gegaan. Op basis van het bureauonderzoek was de archeologische verwachting voor dat deel laag. Deze verwachting is bij het veldonderzoek bevestigd. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien op het deel zuidelijk van de weg De Voorst archeologische sporen aanwezig kunnen zijn, adviseren wij daar geen bodemingrepen te ondernemen die dieper reiken dan vijftig centimeter beneden maaiveld. Als toch dieper graafwerk nodig is, dan adviseren wij dat deel te onderzoeken met behulp van proefsleuven. Zodoende kan nader worden bepaald of sprake is van een archeologische vindplaats en wat de aard, ouderdom, omvang en kwaliteit ervan is. Een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe bevoegd bureau volgens een vooraf door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
Voor het deel noordelijk van De Voorst adviseren wij geen beperkingen of nader onderzoek. Wel geldt dat als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, deze conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11 direct dienen te worden gemeld. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Steenwijkerland, mevrouw M. Nieuwenhuis: 06-29325570. 15
Gebruikte bronnen AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.test.zoeken.cultureelerfgoed.nl http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Blad 21 West. Steenwijk. Stichting voor Bodemkartering. Wageningen, 1985. Bosch, J.H.A. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode. Archeologie Leidraad 3., 7 maart 2005. Centraal Archeologisch Archief (CAA) en Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) [ARCHIS]. Geomorfologische Kaart van Nederland. Schaal 1:50.000. via www.ARCHIS.nl www.henkvanheerde.nl/vollenhove Kadata via www.kadaster.nl. Topografische Kaart 1:25.000 van Topografische Dienst Kadaster, Emmen 2014. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 3.3. www.SIKB.nl. Centraal College van Deskundigen Archeologie, 9 december 2013. Spek, T. Het Drentse Esdorpenlandschap. Een Historisch Geografische Studie. Uitgeverij Matrijs. Utrecht, 2004. https://stichting-ijsselacademie.mijnstadmijndorp.nl/verhalen/paviljoen-zwemlust-vollenhove-badplaats-van-het oosten. Martin van der Linde Sueur, C en R. Schrijvers. Archeologiche verwachtingen- en beleidskaart voor het grondgebied van Steenwijkerland. Een aanzet tot het ontwikkelen van ruimtelijk archeologiebeleid. Vestigia, projectnummer 1573- 9406. Amersfoort, 12 september 2006.
www.topotijdreis.nl Vos, P. & S. de Vries. Paleogeografische Kaarten van Nederland, tweede generatie (versie 2.0). Deltares, Utrecht 2013. Op 11 april 2014 gedownload van www.archeologieinnederland.nl.
Lijst van Figuren en Tabellen Figuren 1 Topografische kaart 1:25.000 2 Foto plangebied 3 Hoogtekaart AHN1 4 Paleogeografische kaarten 5 Archeologische kaart 6 Kadasterkaart 1811-1832 7 Topografische kaarten 1955 en 1964 8 Historische ansichtkaarten 9 Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingenkaart 10 Boorpuntenkaart 11 Boormonster boring 1 12 Vondsten Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Archeologische waarden rondom het plangebied 3 Specificatie archeologische verwachting 4 Vondsten
Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: tot 300.000 BP paleolithicum midden: 300.000 - 35.000 BP paleolithicum laat: 35.000 BP - 8.800 vC paleolithicum laat A: 35.000 - 18.000 BP paleolithicum laat B: 18.000 BP - 8.800 vC mesolithicum: mesolithicum vroeg: 8.800 - 7.100 vC mesolithicum midden: 7.100 - 6.450 vC mesolithicum laat: 6.450 - 4.900 vC neolithicum: neolithicum vroeg: 5.300 - 4.200 vC neolithicum vroeg A: 5.300 - 4.900 vC neolithicum vroeg B: 4.900 - 4.200 vC neolithicum midden: 4.200 - 2.850 vC neolithicum midden A: 4.200 - 3.400 vC neolithicum midden B: 3.400 - 2.850 vC neolithicum laat: 2.850 - 2.000 vC neolithicum laat A: 2.850 - 2.450 vC neolithicum laat B: 2.450 - 2.000 vC bronstijd: bronstijd vroeg: 2.000 - 1.800 vC bronstijd midden: 1.800 - 1.100 vC bronstijd midden A: 1.800 - 1.500 vC bronstijd midden B: 1.500 - 1.100 vC bronstijd laat: 1.100 - 800 vC ijzertijd: ijzertijd vroeg: 800 - 500 vC ijzertijd midden: 500 - 250 vC ijzertijd laat: 250 - 12 vC romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: 12 vC - 70 nC romeinse tijd vroeg A: 12 vC - 25 nC romeinse tijd vroeg B: 25 - 70 nC romeinse tijd midden: 70 - 270 nC romeinse tijd midden A: 70 - 150 nC romeinse tijd midden B: 150 - 270 nC romeinse tijd laat: 270 - 450 nC romeinse tijd laat A: 270 - 350 nC romeinse tijd laat B: 350 - 450 nC middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: 450 - 1.050 nC middeleeuwen vroeg
A: 450 - 525 nC middeleeuwen vroeg B: 525 - 725 nC middeleeuwen vroeg C: 725 - 900 nC middeleeuwen vroeg D: 900 - 1.050 nC middeleeuwen laat: 1.050 - 1.500 nC middeleeuwen laat A: 1.050 - 1.250 nC middeleeuwen laat B: 1.250 - 1.500 nC nieuwe tijd: nieuwe tijd A: 1.500 - 1.650 nC nieuwe tijd B: 1.650 - 1.850 nC nieuwe tijd C: 1.850 – heden
Appendix Vollenhove, Noordwal 3: Boorstaten (cm) 350 300 250 200 150 100 50 0 -50 -100 (cm) 350 300 250 200 150 100 50 0 -50 -100 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 Appendix Vollenhove, Noordwal 3: Laagbeschrijvingen 1 / 4 01 X-coordinaat (m) : 192268 Y-coordinaat (m) : 521088 Maaiveld (cm) : 359 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 40 zand kleiig, matig grindig, 10yr4/2, bouwvoor 40 - 75 zand kleiig, matig grindig, 2,5y4/2, Opm.: Plaggenlaag 75 - 100 leem sterk zandig, zwak grindig, 5y5/2, keileem 02 X-coordinaat (m) : 192243 Y-coordinaat (m) : 521104 Maaiveld (cm) : 331 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 75 zand kleiig, matig grindig, 10yr4/2, bouwvoor 75 - 110 zand kleiig, sterk grindig, 2,5y4/2, Opm.: Plaggenlaag 110 - 115 leem sterk zandig, zwak grindig, 5y5/2, keileem 03 X-coordinaat (m) : 192286 Y-coordinaat (m) : 521124 Maaiveld (cm) : 315 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 85 zand kleiig, zwak grindig, 10yr4/2, bouwvoor, Opm.: Geen onderscheid zichtbaar tussen bouwvoor en plaggenlaag 85 - 115 zand sterk siltig, matig grindig, mix, weinig roestvlekken, Opm.: Verweerd keileem 115 - 125 leem sterk zandig, zwak grindig, 5y5/2, keileem 04 X-coordinaat (m) : 192266 Y-coordinaat (m) : 521220 Maaiveld (cm) : 90 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 80 zand kleiig, mix, vergraven, Opm.: Keileembrokken 80 - 100 klei zwak zandig, zwak grindig, 5y4/1,
Schelpen: spoor schelpmateriaal, homogeen, basis scherp 100 - 125 zand zwak siltig, 5y4/1, Opm.: Strandzand 125 - 150 klei matig siltig, 5y5/2, zandlagen 150 - 170 klei zwak siltig, 2,5y4/2, matig slap, Opm.: Concentratie grind op 170 cm 170 - 180 zand sterk siltig, 5gy5/1, C-horizont 05 X-coordinaat (m) : 192300 Y-coordinaat (m) : 521200 Maaiveld (cm) : 79 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 65 zand kleiig, 10yr3/2, vergraven 65 - 100 klei matig siltig, 2,5y4/1, zandlagen, Opm.: Bovenin homogeen 100 - 185 zand sterk siltig, zwak grindig, 2,5y6/4, C-horizont Appendix Vollenhove, Noordwal 3: Laagbeschrijvingen 2 / 4 06 X-coordinaat (m) : 192300 Y-coordinaat (m) : 521240 Maaiveld (cm) : 85 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 75 zand kleiig, mix, vergraven 75 - 85 zand zwak siltig, 2,5y5/2, Zand: matig grof, Opm.: Strandzand 85 - 130 klei matig siltig, 5y5/1, zandlagen, basis scherp, Opm.: Dikke zandlagen 130 - 150 klei matig siltig, 5y4/2, matig slap, Opm.: Concentratie grind aan de basis 150 - 160 zand sterk siltig, 5gy5/1, basis scherp, C-horizont, Opm.: Goed gesorteerd 160 - 185 zand matig siltig, 2,5ygy6/1, C-horizont 185 - 195 zand sterk siltig, 5gy5/1 07 X-coordinaat (m) : 192300 Y-coordinaat (m) : 521280 Maaiveld (cm) : 52 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 75 klei matig siltig, zwak grindig, mix, vergraven 75 - 95 zand zwak siltig, matig grindig, mix, Zand:
zeer grof, Opm.: Keileembrokken,Strandzand 95 - 117 klei zwak siltig, 5y3/1, slap, Opm.: Veenbrok bovenin,Spoorvulling 117 - 130 zand matig siltig, 2,5y6/1, C-horizont 130 - 150 zand monster niet gezien 08 X-coordinaat (m) : 192335 Y-coordinaat (m) : 521300 Maaiveld (cm) : 41 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 25 klei matig siltig, mix, vergraven 25 - 50 zand zwak siltig, matig grindig, 2,5y5/3, Zand: zeer grof, basis scherp 50 - 75 klei matig siltig, 7,5y4/1, slap, basis scherp 75 - 90 zand zwak siltig, 5y5/1, Schelpen: spoor schelpmateriaal 90 - 130 zand matig siltig, 2,5gy6/1, C-horizont, Opm.: Enkele kleilagen 09 X-coordinaat (m) : 192335 Y-coordinaat (m) : 521260 Maaiveld (cm) : 60 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 25 klei matig siltig, 10yr4/2, opgebrachte grond 25 - 50 zand zwak siltig, 10yr5/3, Zand: zeer grof, Opm.: Strandzand 50 - 65 klei matig siltig, 2,5y6/2, zandlagen 65 - 85 klei matig siltig, 10y4/1, matig slap, homogeen 85 - 150 zand zwak siltig, 2,5gy6/1, C-horizont 10 X-coordinaat (m) : 192335 Y-coordinaat (m) : 521220 Maaiveld (cm) : 159 Appendix Vollenhove, Noordwal 3: Laagbeschrijvingen 3 / 4 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 35 zand zwak siltig, 10yr3/2, bouwvoor 35 - 55 zand zwak siltig, 10yr4/2, Opm.: Lijkt op een plaggenlaag 55 - 70 zand matig siltig, 10yr7/4, Zand: matig fijn, C-horizont 70 - 80 zand zwak siltig, 10yr7/3, Zand: matig
grof 80 - 100 zand zwak siltig, 10yr7/3, Zand: zeer grof, Opm.: Boring gestuit,Strandzand 11 X-coordinaat (m) : 192370 Y-coordinaat (m) : 521280 Maaiveld (cm) : 103 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 40 klei sterk zandig, 10yr3/2, bouwvoor 40 - 45 zand kleiig, 2,5y4/2 45 - 52 zand zwak siltig, 2,5y5/3 52 - 80 zand zwak siltig, matig grindig, zzg, Opm.: Afgeronde brokken baksteen,Boring gestuit 12 X-coordinaat (m) : 192370 Y-coordinaat (m) : 521320 Maaiveld (cm) : 44 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 25 zand kleiig, 10yr3/2, bouwvoor 25 - 40 zand kleiig, mix, Schelpen: weinig schelpmateriaal 40 - 55 klei matig siltig, 2,5y6/2, zandlagen 55 - 65 klei matig siltig, 2,5y5/2, homogeen 65 - 70 zand zwak siltig, sterk grindig, 10yr5/3, Zand: matig grof 70 - 110 leem sterk zandig, 10yr6/6, keileem 110 - 150 leem sterk zandig, 7,5y5/1, keileem 13 X-coordinaat (m) : 192383 Y-coordinaat (m) : 521395 Maaiveld (cm) : 44 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 25 klei matig siltig, mix, vergraven 25 - 45 zand zwak siltig, mix, Zand: matig fijn, Opm.: Strandzand 45 - 60 zand zwak siltig, 10yr5/3, Zand: zeer grof 60 - 75 klei matig siltig, 10yr4/1, slap 75 - 100 zand zwak siltig, 2,5y5/3, Zand: matig fijn 100 - 115 klei matig siltig, N4/0 115 - 150 leem sterk zandig, 2,5y5/3, keileem 14 X-coordinaat (m) : 192405 Y-coordinaat (m) : 521340 Maaiveld (cm) : 44 Diepte (cm) Grondsoort
Omschrijving 0 - 10 klei matig siltig, 10yr3/2, bouwvoor Appendix Vollenhove, Noordwal 3: Laagbeschrijvingen 4 / 4 10 - 70 zand zwak siltig, 10yr5/3, Zand: zeer grof Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 70 - 160 leem sterk zandig, 10yr6/6, keileem 15 X-coordinaat (m) : 192405 Y-coordinaat (m) : 521300 Maaiveld (cm) : 238 Diepte (cm) Grondsoort Omschrijving 0 - 30 leem sterk zandig, 10yr3/2, bouwvoor 30 - 150 leem sterk zandig, 10yr6/6, C-horizont, keileem bestemmingsplan Vollenhove, Stadsstrand Bijlage 5 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlagen bij toelichting (ontwerp) 179 Memo Opdrachtgever: Camping 't Akkertien projectnummer: 245.41.50.00.00 Aan: gemeente Steenwijkerland Van: BugelHajema Adviseurs Onderwerp: Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Vollenhoven, Stadsstrand Datum: 12-07-2018 1. I n l e i d i n g 1 . 1 A a n l e i d i n g De initiatiefnemer, eigenaar van de naastgelegen camping 't Akkertien, heeft een plan ingediend bij de gemeente Steenwijkerland voor de ontwikkeling va n het 'Strand Vollenhove'. De activiteit die mogelijk wordt gemaakt, valt onder onderdeel D 10 van de bijlage bij het Besluit milieueffec t- rapportage.
Onderdeel D 10 betreft: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van skihellingen, kabe l- spoorwegen en bijbehor ende voorzieningen, jachthavens, vakantiedorpen en ho telcomplexen in buitenstedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, permanente kampeer en caravanterreinen en themaparken’. Het bestemmingsplan voorziet onder andere in de realisatie van een zwemstrand, een strandpavil- joen met horeca en visvijvers. De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toe- passing (250.000 bezoekers of meer per jaar, oppervlakte van 25 ha of meer, 100 ligplaatsen of meer, een oppervlakte van 10 ha of meer in gevoelig gebied). Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Uit de vormvrije m.e.r. -beoordeling zal blijken of niet alsnog een m.e.r. -procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen. In het navolgende is de vormvrije m.e.r.-beoordeling behandeld. Het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) is gewijzigd. De wijzi ging is het gevolg van de implementatie van Richtlijn 2014/52/EU die ziet op het wijzigen van Richtlijn 2011/92/EU. Dit is de richtlijn die ziet op projecten (kolom 4). De wijzigingsrichtlijn is voor het overgrote deel geïmplementeerd in de Wet milieubehee r. Het gewijzigde Besluit m.e.r.
is (op één onderdeel na) in werking getreden op 7 juli 2017, maar geldt vanaf 16 mei 2017 voor alle lopende vergunning - aanvragen en bestemmingsplannen waarover nog geen besluit is genomen. Eén van de belangrijkste gevolgen van de wijziging van het Besluit m.e.r. is dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldingsnotitie. Dit is ge - regeld in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. De voorliggende aanmeldingsnotitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie omtrent de noodzaak tot een m.e.r. -procedure. Aan de hand van datum 12-07-2018 projectnummer 245.41.50.00.00 2 deze informatie kan het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor de voorgenomen activiteit een MER dient te worden opgesteld. plangebied huidige situatie 1 . 2 I n i t i a t i e f n e m e r e n b e v o e g d g e z a g Meneer Dick Spans is initiatiefnemer van het planvoornemen. Het bestemmingsplan biedt een juridische-planologische regeling voor het plan. Het bevoegd gezag voor het bestemmingsplan is de gemeente Steenwijkerland. 1 . 3 P l a n o l o g i s c h e i n p a s s i n g De vigerende planologisch-juridische regeling voor het plangebied is neergelegd in de beheersver- ordening ' Buitengebied Steenwijkerland '. Deze beheersverordening is op 9 december 2014 vastge- steld door de gemeenteraad van de gemeente Steenwijkerland.
De betrokken percelen hebben in de geldende beheersverordening de besluitvlakken ‘Waterstaat – Waterkering’, ‘Agrarisch met waarde’ en ‘Water’. Tevens heeft een gedeelte van het plangeb ied de aanduiding ‘Waarde - Ar-
datum 12-07-2018 projectnummer 245.41.50.00.00 3 cheologie 2’. Het realiseren van een stadsstrand en andere recreatieve voorzieningen in het pla n- gebied is in strijd met de huidige bestemmingen in de beheersverordening. 1 . 4 P r o c e d u r el e a s p e c t e n Voor de m.e.r.-beoordelingsprocedure gelden de volgende stappen: 1. Het bevoegd gezag moet beoordelen of voor de activiteit een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. Hierop moet binnen zes weken nadat de initiatiefnemer alle informatie heeft verstrekt, worden beslist door het bevoegd gezag. 2. Van deze beslissing wordt binnen dezelfde termijn mededeling gedaan bij de aanvrager. De beslissing die wordt genomen, moet worden gebaseerd op de informatie die is verstrekt in de aanmeldnotitie. 3. Daarnaast houdt het bevoegd gez ag bij de beslissing rekening met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn en andere beoordelingen van gevolgen voor het milieu. Dit moet ook terugkomen in de motivering van de beslissing (zie artikel 7.17 derde en vierde lid Wm). 4. Het beoordelingsbesluit dient als bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit – het bestem- mingsplan – te worden opgenomen. 5. Tenslotte wordt het beoordelingsbesluit door de initiatiefnemer toegevoegd aan de aanvraag om omgevingsvergunning.
Een m.e.r.-beoordelingsbesluit wordt aangemerkt als een ‘beslissing inzake de procedure ter voo r- bereiding van een besluit’. Dit betekent dat op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet b e- stuursrecht tegen een m.e.r.-beoordelingsbesluit geen bezwaar- of beroep mogelijk is, tenzij deze beslissing de belanghebbende, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in zijn belang treft. Omwonenden worden daarbij volgens de jurisprudentie niet als "rechtstreeks belanghebbe n- den" aangemerkt. Voor alle niet rechtstreeks belanghebben den geldt dat bezwaren over het m.e.r. - beoordelingsbesluit pas kunnen worden ingebracht bij de inspraak over het uiteindelijk te nemen besluit, hier dus de vaststelling van het bestemmingsplan. Daarna voorzien de procedure ingevolge de Wet Milieubeheer (Wm) en artikel 8.1 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) nog in de m o- gelijkheid van beroep bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 1.5 Inhoudsvereisten aanmeldingsnotitie Doel van een aanmeldingsnotitie ten behoeve van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is om op o b- jectieve wijze informatie over mogelijk relevante milieugevolgen van de voorgenomen activiteit te verzamelen. Met deze informatie kan het bevoegd gezag een oordeel geven over de noodzaak van het doorlopen van een m.e.r.-procedure.
Een m.e.r.-beoordeling betekent dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belan g- rijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij....' datum 12-07-2018 projectnummer 245.41.50.00.00 4 De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: de kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van o n- gevallen); de plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); de kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waa r- schijnlijkheid van het effect). 2 . K e n m e r k e n v a n h e t p r o j e c t Conform bijlage III van de EU -richtlijn dienen de volgende aspecten in overweging te worden ge- nomen: Criteria Beschrijving van de mogelijke effecten Doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk? Kenmerken van het project Omvang van het project Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 49.000 m2 en is gelegen tussen het Vo l- lenhoverkanaal en het vakantiepark ‘t Akke r- tien. Binnen het plangebied wordt maximaal 675 m 2 aan bebouwing mogelijk gemaakt en circa 4.450 m 2 aan parkeerplaatsen toeg e- voegd.
Hiernaast wordt er ruimte gemaakt voor een sta dsstrand, de historische botte r- werf en een aantal visvijvers. In de bebo u- wing is het onder andere mogelijk om boten te verhuren of een horecabedrijf te starten. De functie van het plangebied wordt voor het grootste gedeelte recreatie. nee Cumulatie met andere projecten In de omgeving van het plangebied zijn geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten. nee Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de gebouwde o m- geving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, nee datum 12-07-2018 projectnummer 245.41.50.00.00 5 zodanig dat daarvoor een MER dient te wo r- den uitgevoerd. De bebouwing wordt immers ge realiseerd met steenachtige materialen , staal en hout; grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. Productie van afvalstoffen Afvalstoffen komen vrij en/of ontstaan als gevolg van normaal gebruik van de horecage- legenheid. De afval die hierdoor vrijk omt wordt op de gebruikelijke wijze ingezameld en verwerkt. nee Verontreiniging en hinder Verontreiniging en hinder kunnen vrijkomen en/of ontstaan als gevolg van de bedrijfsvo e- ring van bedrijven.
Zowel bestaande als nieuwe bedrijven moeten voldoen aan de vigerende milieuwet- en regelgeving en best beschikbare technieken. Door nieuwe bedrijven kunnen de emissies van bijvoorbeeld geluid en (fijn)stof als g e- volg van extra bedrijvigheid en verkeer to e- nemen. Het bestemmingsplan kent een i n- terne milieuzonering gebaseerd op de han d- reiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Hierbij zijn bedrijven en activiteiten uit lichtere milieu -categorieën op kortere afstand tot woningen toegestaan dan bedri j- ven en activiteiten uit zwaardere categori e- en. Binnen de gehanteerde richtafstanden kunnen verstoringen optreden, daarbuiten zijn de effecten beperkt en kan hinder en gevaar voor de omgeving worden voorkomen. Het plangebied betreft een recreatief gebied met een horecapaviljoen, een werf, boo t- verhuur en een strand. De hoogst toelaatbare geluidsbelasting van deze activiteiten b e- draagt op basis van de VNG 50 meter. De dichtstbij gelegen woning bedraagt 80 m e- ter. Hierdoor treedt er door de ontwikkeling geen hinder op. nee datum 12-07-2018 projectnummer 245.41.50.00.00 6 Risico van ongevallen Binnen en nabij het plangebied zijn geen risicovolle transportroutes en/of buisleidi n- gen gelegen waarvan het plaatsgebonden risicocontour of invloedsgebied is gelegen over het plangebied.
Buiten het plangebied is bij de camping ’t Akkertien een risicovolle inrichting aanwezig. Echter ligt het plangebied niet binnen deze plaatsgebonden risicocontour en treden er geen risico’s van ongevallen op. nee 3. P l a a t s v a n h e t p r o j e c t Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu i n de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: Criteria Beschrijving van de mogelijke effecten Doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk? Plaats van het project Het bestaande grondg e- bruik Het grootste gedeelte van plangebied is nu bestemd en in gebruik als agrarisch grasland. Binnen het plangebied is tevens een kleine haven, een sportveld en een hertenkamp aanwezig. Aan de westzijde van het plang e- bied bevindt zich een bedrijf en aan de zui d- zijde bevindt zich het vakantiepark ‘t Akke r- tien. Tussen het dorp Vollenhove en de on t- wikkeling is aan de oostzijde agrarische grond gelegen. Het plangebied kenmerkt zich door veel groen zonder dat er sprake is van opgaande beplanting. De oever van het Vo llenhoverka- naal is beschoeid. nee Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het reg e- neratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied De oeverzone van het Vollenhoverkanaal is ter hoogte van het plangebied aangewezen als NNN gebied.
Het plangeb ied is geen o n- derdeel van bos - en natuurgebied buiten de NNN, ganzenfoerageergebied of weidevoge l- beheergebied. De werkzaamheden aan de o everzone van het Vollenhoverkanaal vinden plaats buiten nee datum 12-07-2018 projectnummer 245.41.50.00.00 7 de begrenzing van het NNN. Zo blijft de ve r- lande rietvegetatie langs het Vollenhoverk a- naal behouden. Deze conclusie wordt onde r- schreven door mevrouw F. Smout, ecoloog van de provincie Overijssel. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000 -gebied en de aard van het plan z ijn geen negatieve effe c- ten op beschermde Natura 2000 -gebieden te verwachten. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Naar aanleiding van de ruimtelijke ontwikk e- ling is een ecologische inventarisatie uitg e- voerd. Hieruit blijkt dat indien wordt v ol- daan aan een aantal voorwaarden, er geen natuurwaarden in en rond het plangebied negatief worden beïnvloed. Deze voorwaarden omvatten: het verwijderen van een hoop grond aan de westzijde van het plangebied niet binnen de overwinteringsperi o- de van de rugstreeppad wordt uitge- voerd; het voorkomen van ondiepe plassen tijdens de werkzaamheden; bij de planning van de werkzaamh e- den dient rekening te worden g e- houden met het broedseizoen van vogels. nee datum 12-07-2018 projectnummer 245.41.50.00.00 8 4.
K e n m e r k e n v a n h e t p o t e n t i ë l e e f f e c t Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: Criteria Beschrijving van de mogelijke effecten Doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk? Kenmerken van het potentiele effect Het bereik van het effect De activiteiten die door het bestemming s- plan mogelijk worden gemaakt voorzien in een maximale effectbereik van 50 meter. nee Het grensoverschrijdende karakter van het effect Aangezien er binnen de bovengenoemde z o- ne geen gevoelige objecten aanwezig zijn heeft het bereik van het initiatief geen nade- lige effecten. nee De waarschijnlijkheid van het effect Naar alle waarschijnlijkheid kan worden g e- steld dat de ruimtelijke ontwikkeling effe c- ten met zich meebrengt zoals bovenstaand genoemd. Echter aangezien er geen gevoel i- ge objecten aanwezig zijn binnen deze zone zullen zich geen negatieve effecten voor de omringende gronden plaatsvinden. nee 5. C o n c l u s i e De ruimtelijke ontwikkeling is in vergelijking met de drempelwaarde van een vakantiedorp van een relatief zeer geringe omvang. Wanneer er geen ‘ belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het mil i- eu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r. - procedure te doorlopen.
Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure zinvol maken. Om bovenstaande reden is het doorlopen van een m.e.r. - procedure niet noodzakelijk.