Visie Jeugdzorg IJsselland.pdf
Tekst van het document
Regionale Visie Jeugdhulp IJsselland 2021-2025
Inhoud Voorwoord 3 1. Inleiding 8 2. In de regio IJsselland heeft elk kind een thuis 16 3. Regionale samenwerking IJsselland 22 4. Transformatie 28 5. Inkoop 33 6. Toegang tot jeugdhulp 40 7. In Control 45 Begrippenlijst 50 Colofon Regionale Visie Jeugdhulp IJsselland 2021-2025 juni 2021 Uitgave Jeugdhulp regio IJsselland Vormgeving en eindredactie gemeente Zwolle Illustraties Laura Peetoom
Voorwoord Alle kinderen in de regio IJsselland hebben een thuis. Thuis is een plek waar je mag zijn wie je bent, je gekend wordt en waar je mag blijven. Een plek waar kinderen gezond, veilig en kansrijk opgroeien. Soms is thuis (even) niet bij je ouders, maar een zo ‘thuis’ mogelijk georganiseerde plek. Een plek waar je zo gewoon als mogelijk naar school gaat en deelneemt aan vrijetijdsactiviteiten. Voor u ligt de Regionale Visie Jeugdhulp IJsselland 2021-2025. Hierboven las u de ambitie van onze regio: alle kinderen hebben een thuis. We beseffen ons dat we de lat hoog leggen. Tegelijkertijd maken we hiermee duidelijk dat we als samenwerkende gemeenten ergens voor staan en ervoor willen gaan. En dat we de komende jaren gaan gebruiken om onze ambitie waar te maken.
Dit doen we in een situatie waarin veel gemeenten te kampen hebben met financiële tekorten op jeugdhulp. Inmiddels weten we dat het Rijk voor 2021 613 miljoen euro beschikbaar stelt voor gemeenten om dringende problematiek in de jeugdhulp op te lossen. Daarnaast hebben gemeenten en het Rijk afgesproken samen aan de slag te gaan om de jeugdhulp structureel te verbeteren. Een duidelijk signaal vanuit het Rijk dat ze nu inzien dat een oplossing voor de tekorten niet alleen bij gemeenten kan worden gezocht. Tegelijkertijd gaan we onverminderd door met de transformatie. Want die is een wezenlijk onderdeel van het waarmaken van onze ambitie, én een proces van lange adem. Veranderen begint lokaal, bij voorkomen en samenwerken met partners in het lokale veld. Op regionaal niveau kunnen we leren van elkaars successen en elkaar helpen als we er even niet uitkomen. Dat is een grote meerwaarde van onze regionale samenwerking, naast de uitvoering van de wettelijke taken. Duidelijk is dat we de komende jaren een grote opgave hebben. Met onze partners zullen we op zoek moeten gaan naar de juiste balans tussen goede en betaalbare jeugdhulp. Dat is een spannende maar ook noodzakelijke uitdaging. Een goede samenwerking met onze partners is daarbij heel belangrijk. Uiteindelijk dragen we een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de jeugd in de
regio IJsselland. Scherpe gesprekken op alle niveaus zijn daar een onlosmakelijk onderdeel van. Het is dan ook goed om te zien hoe betrokken onze partners zijn. Dat blijkt onder andere uit hun inzet op verschillende momenten tijdens de totstandkoming van deze visie. Ook jongeren zijn hierbij betrokken geweest. We zijn geraakt door de openheid waarmee ze hun persoonlijke verhalen met ons hebben gedeeld. Zeer waardevol en extra motiverend om ervoor te zorgen dat alle kinderen in de regio IJsselland een thuis hebben! Hartelijke groet, Diana Hofsteenge – Jans Michiel van Willigen Secretaris bestuur RSJ IJsselland Voorzitter bestuur RSJ IJsselland
DIRK Ik ben Dirk, ik ben 23 jaar en woon op kamers. Ik studeer politicologie. Al toen ik een baby was, werd duidelijk dat mijn moeder niet voor mij kon zorgen. Ik werd uit huis geplaatst en kwam bij mijn oma, die ervaring had als voogd. Op mijn 6e ging ik naar een pleeggezin, waar ik weer weg moest. Ik weet niet meer waarom. Toen woonde ik tijdelijk weer bij mijn oma, maar ik was niet het meest makkelijke kind. En ik was nog maar 7 en mijn oma al wat ouder. Ik kwam daarna nog in twee andere groepen terecht en ging op mijn 9e weer naar een pleeggezin. Ik moest daar eigenlijk op mijn 18e weg, maar kreeg vanwege mijn examens een verlenging. Op mijn 19e ben ik op kamers gegaan. De voogd kende het gezin en ook de groepsleiding kende het gezin waar ik zou komen. Ik ben goed door haar begeleid in de overgang naar het pleeggezin. Het contact met haar was ook heel ontspannen. Ook de mentor van de groep waar ik in zat, kende het gezin waar ik naartoe zou gaan. De voogd bleef investeren in onze relatie en ze bleef er lang. Ze kwam even langs, gingen ergens wat drinken en eten, wat wil je, hoe gaat het en dat soort dingen. Van de keukentafel weg, even de stad in ofzo. Ik had tot mijn 9e af en aan contact met mijn moeder. Soms wel en soms tijden niet. Het bracht erg veel onrust. Mijn moeder manipuleerde ook mijn beeld van mijn pleeggezin. Mijn oma was heel duidelijk over wat er gebeurde.
Toen heb ik aangegeven dat ik geen contact meer wilde met mijn moeder.
Ik ben goed begeleid en heb ook wel geluk gehad. Ik had een stevige oma, die heel eerlijk was over mijn moeder. Ze legde uit waarom dingen waren zoals ze waren en vertelde me ook dat het niet meer goed zou komen met mijn moeder en mij. Terwijl de voogd die ik toen had, zei dat ik wel terug naar huis zou kunnen als ik genoeg mijn best zou doen. Ik ben blij dat oma zo eerlijk is geweest. Dat gaf me duidelijkheid en perspectief. Ik had ook een goede band met mijn oom en tante. Ik kon daar niet wonen, omdat de relatie tussen mijn moeder en mijn tante complex was, ze durfden het risico niet aan. Wel hebben ze veel met mij ondernomen. Zo sleutelde ik met mijn oom aan auto’s en mocht ik mee naar beurzen. In het pleeggezin leerde ik omgaan met het gezinsleven. Er waren duidelijke afspraken. Ik moest wennen want ik kwam van een groep met meer leeftijdsgenoten naar een gezinssituatie. Dat was niet altijd makkelijk, ik was het niet gewend. Ik had gesprekjes over hoe het ging. Ik kreeg ook opdrachtjes, zoals niet ingaan op uitdagend gedrag van de ander. Verder kon ik nog steeds naar oma toe en ook zorgden ze ervoor dat veel andere bestaande dingen zoveel mogelijk zo bleven. Ik heb nog steeds goed contact met het pleeggezin. De relatie is eigenlijk nog beter geworden sinds ik op kamers ben.
1. Inleiding Kinderen moeten in een veilige en gezonde omgeving opgroeien en zich gezond kunnen ontwikkelen. De meeste kinderen groeien op in een gezin, gaan naar school, spelen in de wijk en bewegen voldoende. Dit is alleen niet voor ieder kind weggelegd. Voor sommige geldt dat ouders (nog) niet in staat zijn een veilige en gezonde omgeving te bieden. Voor die kinderen hebben wij¹, de elf IJssellandse gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle, ingezet op lokale voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een consultatiebureau en het welzijnswerk ter ondersteuning. Daarnaast is jeugdhulp beschikbaar voor gevallen waarin de lokale voorzieningen niet of onvoldoende helpen en/of kinderen in een onveilige situatie verkeren. 1. Daar waar in deze visie over ‘wij’ wordt gesproken, worden de elf IJssellandse gemeenten bedoeld: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle.
Kenmerken Regio IJsselland In onze regio wonen ruim 531.000 inwoners. Hiervan is 21% (iets meer dan 113.000 inwoners) jonger dan 18 jaar. Ongeveer 9,1% van de kinderen tot 18 jaar kreeg in 2019 jeugdhulp². Hiervan werd 0,5% verleend via een persoonsgebonden budget (PGB), de rest via zorg in natura (ZIN). In 2019 kregen 11.770 kinderen jeugdhulp zonder verblijf (8,1%) en 1.785 kinderen jeugdhulp met verblijf (1,2%). Ook kregen 1.410 kinderen te maken met jeugdbescherming (1,2%), 245 met jeugdreclassering (0,3%)³. Gemeenschappelijke Regeling In de regio IJsselland werken we als elf gemeenten samen, om ervoor te zorgen dat jeugdhulp beschikbaar is voor de kinderen in onze regio, en om de Jeugdwet uit te voeren. Hiertoe hebben wij de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (hierna: RSJ IJsselland) opgericht. Het RSJ IJsselland heeft als taken: diensten inkopen in het kader van de specialistische jeugdhulp, het contracten beheren, de (financiële) administratie, controleren en uitvoeren van regionaal inhoudelijke thema’s. Ook sluit het RSJ IJsselland aan bij landelijke overleggen zoals de J42 - het ambtelijk overleg van de 42 jeugdregio’s - en de BJ42 - het bestuurlijk overleg van de 42 jeugdregio’s. 2.
Het betreft hier het totaal van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering in 2019 zoals dat onder de verantwoordelijkheid van gemeenten wordt uitgevoerd in het kader van de Jeugdwet. 3. Bron: CBS Jeugdmonitor en CBS Statline 2019.
Norm voor Opdrachtgeverschap De Norm voor Opdrachtgeverschap4 schrijft dat iedere jeugdhulpregio een eigen regionale visie moet hebben. In 2014 heeft de regio dit beschreven in het Regionaal Transitie Arrangement. Deze is in 20165 opgevolgd door de visie ´Samenwerken aan transformatie 2017-2020’, die beschrijft op welke wijze we de transformatie in de jeugdhulp hebben opgepakt, ter versterking van de lokale transformatie. In 2020 zijn we gestart een nieuwe visie te ontwikkelen. Het proces dat heeft geleid tot de regionale visie, is opgebouwd volgens de eisen die de Norm voor Opdrachtgeverschap stelt. We hebben gesproken met alle betrokkenen: (vertegenwoordigers van) jeugdigen en ouders, jeugdhulpaanbieders, de elf IJssellandse gemeenten en andere betrokken organisaties, waaronder organisaties werkzaam binnen het netwerk van het gedwongen kader jeugdhulp. Samen hebben we nagedacht over onze stip op de horizon: hoe willen we dat de jeugdhulp er over vijf tot tien jaar uitziet? De uitkomsten van deze gesprekken zijn de basis van deze visie. Daarnaast hebben we gebruik gemaakt van ontwikkelingen op en in diverse plekken en organisaties, zowel lokaal, regionaal als landelijk. Zoals de ontwikkelingen binnen de projectgroepen ambulantisering en gedwongen kader jeugd en de 4.
Zie voor meer informatie over de Norm voor Opdrachtgeverschap: https://vng.nl/artikelen/waarom-een-norm- voor-opdrachtgeverschap. 5. Samenwerken aan transformatie 2017-2020. Lokale visie als onderlegger voor de samenwerking aan de transformatie van de jeugdhulp in de regio, oktober 2016.
doorontwikkeling inkoop. Maar ook de visies van diverse andere partijen, zoals de GGD en de zorgverzekeraars. Status Regionale Visie Jeugdhulp IJsselland Deze visie geeft richting aan de wijze waarop we in de regio IJsselland willen samenwerken op het gebied van jeugdhulp. Maar misschien nog wel belangrijker: ook wat we hiermee willen bereiken en dat wat de elf gemeenten in de regio bindt. De visie bepaalt daarin de agenda. Vanuit deze visie werken we de komende jaren verschillende thema’s uit, samen met onze samenwerkingspartners (inclusief ouders en jeugdigen). Denk hierbij onder meer aan bovenregionale samenwerking, aanpakken van wachtlijsten en beheersen van de kosten van jeugdhulp. De visie schrijft geen lokaal beleid voor de gemeenten, maar benoemt wel thema’s die het lokale beleid van de gemeenten raken. Het is aan onszelf, en daarmee ook een lokale verantwoordelijkheid hoe we deze visie en thema’s een plek geven binnen het beleid in onze gemeenten. Tegelijkertijd spreken we als elf samenwerkende gemeenten wel af dat we er alles aan willen doen om de visie waar te maken. Daar waar nodig en gewenst, kan de regionale samenwerking helpen het lokale beleid uit te voeren en te ontwikkelen. Sturing op uitvoeren en waarmaken van de visie Vanuit de visie werken we de komende jaren verschillende thema’s uit.
Deze thema’s krijgen een plek op een meerjaren agenda, waarop ook de thema’s staan vanuit landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen. Op basis hiervan bepaalt het bestuur
van het RSJ IJsselland ieder jaar een regio-agenda. Daarop staan de thema’s die in het komende jaar worden uitgewerkt. Over de bereikte resultaten wordt verantwoording afgelegd via de reguliere planning en control cyclus (kadernota, jaarplan, jaarverslag en jaarrekening) en de bestuurlijke overleggen van het RSJ IJsselland. Opbouw van dit visiedocument Allereerst werken we onze visie ‘elk kind een thuis’ uit (hoofdstuk 2). Vervolgens beschrijven we hoe we in de regio IJsselland samenwerken en welke ontwikkeling we daarin zien (hoofdstuk 3). Daarna beschrijven we wat onze ambitie betekent voor de inzet op transformatie (4), het inkoopmodel (5) en de Toegang (6). Tot slot beschrijven we hoe we als gemeenten controle hebben en houden (hoofdstuk 7). Tussen de hoofdstukken in staan verhalen van vier van de jongeren die we hebben gesproken over hun ervaringen met jeugdhulp. Zij waren erg open over wat zij hebben meegemaakt en hebben ons zeer waardevolle adviezen gegeven. Hun adviezen hebben we verwerkt in onze visie. Namen zijn veranderd om de privacy van de jongeren te beschermen. In de bijlage leggen we veel gebruikte begrippen uit.
BJÖRN Ik ben Björn, ik ben 30 jaar en ik woon samen met mijn vrouw en dochtertje. Ik werk als adviseur. Mijn ouders hadden al vroeg in de gaten dat ik een ander kind was dan mijn zussen. Ik bewoog veel, sliep weinig en was onrustig. Mijn ouders maakten zich zorgen. Ook op school waren er zorgen. Ik vroeg heel veel aandacht. Ik was ook heel vroeg wakker. Zoveel, dat mijn moeder haar baan moest opzeggen. Op de basisschool zat ik meer op de gang dan in de klas. Na wat onderzoeken kreeg ik de diagnoses ADHD en PDD-NOS. Mijn ouders hebben hulp gevraagd en werden thuis onder andere via video-hometraining begeleid. Maar het was voor mijn ouders thuis echt ‘too much’. En uiteindelijk hebben ze moeten besluiten om mij vrijwillig uit huis te plaatsen. Op mijn 7e kwam ik in een behandelgroep te wonen. Het was voor mijn ouders een heel moeilijk besluit om zo’n jongetje vol energie en vreugde uit een heel hecht gezin te halen. Ook voor mij was het heel moeilijk. Ik mocht de eerste zes weken ook niet naar huis, terwijl ik mijn ouders heel erg miste. Ik kreeg van mijn ouders vijf
beertjes, die symbool stonden voor ons gezin, dat op die manier altijd bij elkaar bleef. Dat heeft me wel geholpen. Omdat ik te oud werd voor de behandelgroep moest ik daar weg en ben ik overgeplaatst naar een pleeggezin. Dat was heel lastig. Het gezin was erg religieus, het geloof stond centraal. Ik was er drie jaar, toen mijn ouders vonden dat het genoeg was geweest. Ze haalden me, tegen beter weten van mijn pleegouders in, terug naar huis. Ze wilden dat ik een goede band zou opbouwen met mijn zussen. Ik was toen 13 en volop aan het puberen. Ik kwam met mezelf in de knoop, vroeg mezelf ook af of ik wel goed genoeg was. Mag ik er wel zijn? Ik wist niet welke kant ik op wou. We kregen thuis begeleiding. Omdat ik zoveel energie had, ben ik op een zwemclub gezet. Ik lag wel 5 keer per week in het bad. Ook was ik veel met muziek bezig. Ik werd erg opstandig, kreeg wel medicatie maar nam die niet op tijd en mijn ouders hadden weinig grip meer op mij. Op mijn 16e ben ik weer uit huis geplaatst. Dit keer in goed overleg met mij en mijn ouders. We hebben het positief ingestoken, niet meer als een grote uithuisplaatsing maar meer als ‘vervroegd op mezelf gaan wonen’. Ik kwam op een behandelgroep, waarbij ik hulp kreeg bij structureren, plannen en mijn zelfbeeld.
De begeleiding keek samen met mij naar wat ik nodig had en we werkten toe naar zelfstandigheid, ik mocht een eigen leven opbouwen. Ik ben daar tot mijn 19e gebleven. Ik vond het vooral heel moeilijk om mij aan te passen aan de regels en structuur van de groep. Die is heel onnatuurlijk. Ik was gewend om in een gezin te leven. Nu moest ik me steeds verantwoorden. Ik kon ook niet op de zwemclub
blijven waar ik zat, mijn leven speelde zich helemaal ‘binnen’ af, ik raakt echt vervreemd van de maatschappij. Ik voelde me ook heel somber in die tijd. Ik had het gevoel alsof ik op planeet jeugdhulp leefde en niet op planeet aarde. Het waren twee compleet verschillende werelden. Uiteindelijk ben ik er goed uitgekomen, dankzij gesprekken met begeleiders en mijn ouders dat ik niet mijn diagnose ben. Ook school en stage hebben me heel erg geholpen. Daar mocht ik me ontwikkelen, kreeg ik verantwoordelijkheden, complimenten. Ook na mijn opleiding had ik een hele fijne werkplek, waar ik mezelf heb opgewerkt. Uiteindelijk ben ik via begeleid intern wonen en een RIBW verhuisd naar een eigen, zelfstandige woning met mijn vrouw.
2. In de regio IJsselland heeft elk kind een thuis “Een jeugdige groeit het mooist op zijn eigen wortels”. Alle kinderen in de regio IJsselland hebben een thuis. Thuis is een plek waar je mag zijn wie je bent, je gekend wordt en waar je mag blijven. Thuis is bij voorkeur een ‘gewone gezinssituatie’. Ouders zijn hiervoor verantwoordelijk. Ouders houden te allen tijde de regie en blijven als eerste verantwoordelijk voor het opvoeden en opgroeien van hun kinderen. We nemen deze taak niet over. Daar waar het ouders niet lukt het kind in een veilige en gezonde gezinssituatie te laten opgroeien, kunnen zij aankloppen bij de lokale zorg van de gemeente.
Ouders en jeugdigen zijn eigenaar van hun eigen geluk en gezondheid. Dit betekent dat we mét en niet óver hen praten. Dat we goed luisteren en aansluiten bij de doelen die ze hebben. We gaan ervan uit dat ieder mens gezond wil zijn en mee wil doen. Wanneer noodzakelijk durven we moeilijke keuzes te maken en leggen deze uit. De veiligheid van de jeugdigen is daarbij het minimum: wanneer de veiligheid van een jeugdige in gevaar komt, grijpt een professional in. Is het nodig om hulp in te zetten vanwege opgroei- of opvoedproblemen of psychische problemen? En zijn de lokale voorzieningen niet voldoende? Dan organiseren we dit als gemeenten samen, en met onze partners in en rondom het gezin. Daarbij kijken we niet alleen vanuit de jeugdhulp, maar met een brede blik vanuit het gehele sociaal domein (armoede, gezondheid, leefstijl, overgang 18-/18+ etc.). We verwachten dat de betrokken partijen goed samenwerken. De hulp versterkt het gezin én zijn netwerk, zodat het zelf weer verder kan. Uiteindelijk moet de hulp het kind helpen zich in de toekomst zelf te kunnen redden. Normaliseren Normaliseren is het gewone leven versterken. Dit betekent dat we –wanneer nodig – tijdelijk ondersteunen in de natuurlijke omgeving van het kind. Daar waar het gewone leven zich afspeelt: op school, in het gezin, in de buurt of bij de sportverenigingen.
Hoe we dit precies gaan doen, werken we verder uit met betrokken partijen. Want dit kunnen we als gemeenten niet alleen. Hier hebben we de jeugdhulpaanbieders, onderwijs, (sport)verenigingen maar ook ouders en jeugdigen bij nodig.
We zien namelijk dat onze gezinnen soms te snel om professionele hulp vragen. Als maatschappij zullen we weer moeten leren en accepteren dat het leven niet altijd gaat zoals we graag willen, zonder daar meteen professionele hulp voor te vragen. Tegenslagen, ongeluk en teleurstellingen horen bij het leven. We weten dat en leren hier mee om te gaan. Daar staat tegenover dat de gezinnen die duidelijk hulp en ondersteuning nodig hebben, dit ook krijgen. Daarvoor gebruiken we als eerste de lokale voorzieningen in iedere gemeente. Waar nodig verwijzen we naar specialistische (jeugd)hulp. Voor alle vormen van hulp en ondersteuning geldt dat het tijdelijk en zo licht mogelijk is, zo veel mogelijk in de eigen omgeving van het kind. Normaliseren betekent ook stoppen met hulpverlening zodra het gezin of de jeugdige weer zelf verder kan. Leren en Ontwikkelen We maken beleid waarin samen leren en ontwikkelen centraal staat. We hebben vertrouwen in alle betrokken partijen, en leren op verschillende plekken met en van elkaar. Natuurlijk horen daarbij ook ouders en kinderen. Samen zorgen we ervoor dat alle kinderen in de regio IJsselland zich in een veilige thuisomgeving kunnen ontwikkelen en opgroeien. Leiderschap en lef Het doel om alle jeugdigen een thuis te laten hebben, vraagt om leiderschap en lef op alle niveaus.
Om keuzes van bestuurders, ambtenaren en professionals, die soms niet voor de hand liggen en het belang van de eigen organisatie overstijgen. Maar die er
wél voor zorgen dat jeugdigen thuis opgroeien. We handelen in het belang van het kind. Het vraagt om lef om te kiezen voor vernieuwing, niet vast te houden aan het bekende. Het vraagt er ook om dat we onze keuzes goed uitleggen aan de jeugdige, het gezin en de samenleving. Zo helpen en ondersteunen we elkaar. Waar gaan we aan werken? We willen voor alle jeugdigen in de regio IJsselland een thuis. Dat stelt voorwaarden aan de organisatie van de jeugdhulp op zowel (boven)regionaal als lokaal niveau. Hieronder laten we zien aan welke voorwaarden we de komende jaren in ieder geval gaan werken¹. Daar waar deze voorwaarden het lokale beleid van de gemeenten raakt, is het aan de gemeente dit een plek binnen het eigen beleid te geven. Voorwaarden en uitgangspunten organisatie van jeugdhulp 1. Een sterk lokaal voorveld. We willen voorkomen dat problemen binnen gezinnen uit de hand lopen en inzet van jeugdhulp nodig is. Een belangrijke randvoorwaarde hiervoor is dat iedere gemeente lokaal werkt aan een sterk voorveld. Een voorveld dat in staat is problemen te voorkomen en vroegtijdig te herkennen, en gezinnen te versterken, zodat zij (samen met hun netwerk) weten om te gaan met de tegenslagen in het leven. 2. Wachtlijsten. We gaan als regio werken aan een visie op de wachtlijsten bij jeugdhulpaanbieders. Een belangrijk onderdeel hiervan zal zijn wie (regio, 1.
De opsomming van de voorwaarden en uitgangspunten is een vertrekpunt en kan veranderen door lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen.
gemeente, jeugdhulpaanbieder) welke rol hierin heeft, en hoe deze moet worden ingevuld. 3. De rol van ouders en jeugdigen. Ouders willen van nature zelf voor hun kinderen zorgen. We sluiten aan op deze wens en nemen deze zorg niet over. Uiteraard letten we hierbij op de veiligheid van het kind. 4. Bevorderen van gedachtengoed Positieve Gezondheid en de werkwijze van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag. Uitgangspunt is dat ieder mens graag gezond wil zijn en mee wil doen. Mensen raken geactiveerd, komen in beweging en ontwikkelen zich als ze zingeving en richting ervaren. De professional in alle domeinen sluit aan op de waarden en behoeften van mensen, activeert en versterkt de acties van mensen. Eventuele zorg of ondersteuning sluit vervolgens aan op die waarden en acties van mensen en is daardoor effectiever. Om dit gedachtengoed te bevorderen zetten we onder andere in op een scholing van Toegangsmedewerkers, zorgprofessionals etc. met als doel medewerkers handvatten te geven voor het toepassen van de werkwijze van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag. 5. Vertrouwen. We werken vanuit vertrouwen: in de jeugdige en het gezin, in professionals, en in alle betrokken partijen. 6. Gezinsgericht werken. We zetten in op gezinsgericht werken, en richten ons systeem zo in dat dit mogelijk is.
Dit betekent onder andere een geschikte manier van financieren, en goed samenwerken met andere Toegangen of loketten in de gemeente, onderwijs en jeugdhulpaanbieders. 7. Onderzoeken, leren en ontwikkelen. We zorgen ervoor dat onderzoeken, leren en ontwikkelen op alle niveaus centraal staat. Daarin staat doen voorop. We onderzoeken goed, en leren en ontwikkelen aan de hand van cijfers, en door met
elkaar te spreken over wat wel en niet werkt tegen welke kosten. 8. Bovenregionale samenwerking. We onderzoeken in welke taken uit de Jeugdwet we bovenregionaal willen samenwerken. Waar nodig maken we afspraken met naastliggende of andere regio’s. Daarmee sluiten we precies aan bij de landelijke ontwikkelingen. En bij de thema’s waarin al bovenregionaal wordt samengewerkt, zoals JeugdzorgPlus en het Expertisenetwerk. 9. ‘In Control’ zijn. Om gemeenten lokaal te helpen ‘in Control’ te zijn, blijven we op regionaal niveau steeds onze Regionale IJsellandse Monitor (hierna: RIJM) verbeteren. Daarnaast richten we een planning & control cyclus in die inzicht geeft in de ontwikkeling van de kosten en de resultaten die er worden bereikt met het uitvoeren van de visie.
3. Regionale samenwerking IJsselland Gemeenschappelijke Regeling De samenwerking tussen onze elf IJssellandse gemeenten is geregeld in de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Service Team Jeugd IJsselland (RSJ IJsselland). De regeling geldt sinds 2018. Het heeft als doel de colleges van de elf gemeenten te helpen hun taken in het kader van de Jeugdwet uit te voeren. In het bijzonder richt het RSJ IJsselland zich op de inkoop van diensten in het kader van de specialistische jeugdhulp, het contractbeheer, de (financiële) administratie en het bewaken en uitvoeren van regionaal inhoudelijke thema’s. Ontwikkelen naar een lerende regio Onze samenwerking tussen de elf gemeenten is zich aan het ontwikkelen. Van gezamenlijk organiseren en uitvoeren van de taken van de Jeugdwet, naar meer en meer van elkaar willen leren op het gebied van beleid en uitvoering. Deze ontwikkeling zal in de komende jaren worden doorgezet om onze visie waar te maken: alle kinderen in de regio IJsselland hebben een thuis. Lopen we daarbij als gemeenten tegen dezelfde uitdagingen aan? Dan is de regio een platform waarop deze problemen worden besproken, en we van elkaars oplossingen leren of zelfs samen oplossingen ontwikkelen. Bovenregionale samenwerking We werken bovenregionaal samen als daar reden toe is. Zo doet de regio IJsselland dat
op dit moment naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen. Het Expertisenetwerk Overijssel en JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) wordt bovenregionaal ingericht. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij deze bestaande samenwerkingsverbanden. Daarnaast gaan we als regio IJsselland zelf onderzoeken op welke thema’s we willen samenwerken, en met wie. Zo ontwikkelen we een eigen visie op bovenregionaal samenwerken, en houden we ook de landelijke ontwikkelingen hierin goed in de gaten. Ook blijven we goed in contact met het ministerie van VWS over onder andere het thema bovenregionale samenwerking. De regio IJsselland werkt met de regio Twente en zeven Gelderse regio’s samen aan de transformatie van JeugdzorgPlus. Reden hiervoor is de landelijke ‘Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020’. Met deze regeling heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport middelen beschikbaar gesteld om de transformatie van de gesloten jeugdhulp te ondersteunen. Met deze middelen kunnen JeugdzorgPlus- instellingen hun vastgoed ombouwen naar kleinere woonvormen. De samenwerkende regio’s hebben als doel dat in de periode 2022-2031 jaarlijks 5 procent minder jongeren instromen in de gesloten jeugdhulp. Daarnaast willen zij de groepsgroottes verkleinen en de zorgkwaliteit verbeteren en voorkomen dat jeugdigen te lang in een JeugdzorgPlus-instelling blijven.
Bovendien willen de regio’s organiseren dat er een klein aantal plaatsen beschikbaar blijft voor de jeugdigen die deze vorm van hulp ook op de lange termijn nodig hebben. De regio IJsselland werkt met de regio Twente samen in een expertisenetwerk. Het ministerie van VWS heeft hiervoor blijvend geld beschikbaar gesteld. Het doel van
het netwerk is om jeugdigen met moeilijke, meervoudige en weinig voorkomende problematiek te helpen, wanneer zij vastlopen in de zorg. Op de lange termijn heeft het netwerk als doel om eraan bij te dragen dat jeugdigen eerder passende hulp krijgen. Onder andere door te leren van voorbeelden uit de praktijk en kennis te ontwikkelen en delen. In het expertisenetwerk wordt gewerkt aan drie projecten: 1. Opnieuw inrichten Regionale Expertteams. 2. Organiseren van bovenregionale functies Consultatie en Advies en Organiseren van hulp. 3. Inrichten van een kennisfunctie/netwerk.
NAOMI Hallo, ik ben Naomi. Ik ben 17 jaar en ik woon op dit moment op een behandelgroep. Binnenkort mag ik naar een woonslaapunit op het terrein. Ik woonde tot mijn 12e bij mijn moeder, samen met mijn zusje. Daarna woonde ik twee jaar bij mijn vader. We hebben twee keer bezoek gehad van een organisatie. Ze vertelden ons tijdens het tweede gesprek dat we naar een pleeggezin moesten. Dat was voor ons een hele erge schok. Mij en mijn zusje is niet gevraagd wat wij wilden. Ook niet tijdens de rechtszaak. Ook kregen we helemaal geen uitleg over wat er aan de hand was en waarom we weg moesten. Mijn zusje ging eerder weg dan ik, en ging naar een gastoudergezin. Ik kwam bij een vrouw die ik al wel kende. Daar wilde ik op zich wel naartoe. Ik was toen 14. Ik vond het heel lastig. Ik moest op de dag van de uitspraak mijn spullen pakken en naar het pleeggezin. Ik vond het heel moeilijk. Ik hoorde veel tegelijk, ik moest afscheid nemen. Ik werd daar helemaal niet op voorbereid. In het begin ging het wel goed bij het pleeggezin, later niet meer. Ik wist in het begin niet eens dat ik een voogd had. Ze kwam ineens langs om te vertellen dat ze met verlof
ging. Ik had niemand met wie ik de situatie kon bespreken. Ik had wel een behandelaar, maar die kwam ook maar twee keer langs. Er veranderde veel. Ik zat nog wel op dezelfde school, maar ik kon niet meer zo snel bij vrienden langs of met uitjes mee. Ik werd een buitenstaander. Ik had het er alleen met een vriendin over, maar daardoor verslechterde onze vriendschap. Ik had zo graag met iemand anders over mijn situatie gesproken. Dan had ik het met vrienden over leuke dingen kunnen hebben en kunnen ontspannen. Na een tijdje kreeg mijn vader een relatie met mijn pleegmoeder. Hij kwam vaak langs en dat gaf heel veel spanningen. Ook de kamerindeling werd veranderd. Ik kwam ineens met de jongere kinderen op een slaapkamer, dan moest ik steeds zachtjes doen. Ik had meer strijd met mijn pleegmoeder. Mijn vader ging samenwonen met mijn pleegmoeder. En toen paste ik niet meer in het ‘perfecte plaatje’. We hebben bij een groep gekeken waar ik in de zomer zou komen te wonen. Maar de dag na het bezoek kreeg ik een appje dat ik eruit moest. Mijn spullen waren al gepakt. ‘Stap maar in, want je gaat’. Ik had toen een andere voogd, die alles op alles heeft gezet om te zorgen dat ik op een behandelgroep terecht kon, dezelfde dag (en niet op een crisisopvang). Weer kon ik van niemand afscheid nemen, ook niet van mijn school en klasgenootjes. Ik kon niks uitleggen en niks afsluiten.
Ik heb ook nooit antwoord gekregen op de vraag waarom het zo moest gaan. Ik heb een hele fijne voogd, waar ik nog steeds contact mee heb. Zij zet altijd haar beste beentje voor. En ondanks dat ze druk is, komt ze altijd op mijn vragen terug.
Ik heb al weer een tijd contact met mijn moeder. We appen bijna wekelijks en bijna elke maand zie ik haar en mijn halfbroertjes. Ik zat een jaar op een behandelgroep, daar voelde ik me thuis. Ik had mijn eigen kamer en eigen plekje. Nu zit ik op een andere groep, omdat ik maar een jaar op de behandelgroep kon blijven. Binnenkort kan ik naar een eigen unit op het terrein. Daar krijg ik veel meer zelfstandigheid, en daar heb ik veel zin in.
4. Transformatie We zien transformatie¹ als een manier om onze visie en ambitie: “alle kinderen in de regio IJsselland hebben een thuis” duidelijk en waar te maken. Duidelijk is dat de transformatie lokaal begint bij voorkomen, en bij de samenwerking met partners in het voorliggend veld. De regionale samenwerking staat ten dienste van deze lokale transformatie en sluit daarbij aan. Jeugdigen en ouders zijn partners in het bereiken van onze visie en ambitie. Dat betekent voor de transformatie maar ook daarbuiten: de jeugdige, ouders en het netwerk worden betrokken bij het vinden van de juiste antwoorden. Jeugdigen en ouders (en indien nodig het netwerk) zijn volwaardige gesprekspartners op alle niveaus. Thuis Thuis is een plek waar je mag zijn wie je bent, je gekend wordt en waar je mag blijven. Thuis is het liefst een gewone gezinssituatie. En als dat niet mogelijk is, dan zo ‘thuis mogelijk’. Denk aan een pleeggezin of een kleine, gezinsgerichte woonvorm. 1. Onder transformatie in de jeugdhulp verstaan wij het verbeteren en vernieuwen van het jeugdhulpstelstel. ‘De jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering merkbaar en meetbaar steeds beter te maken voor kinderen, jongeren en gezinnen, zodat ze op tijd passende hulp ontvangen‘. Bron: https://voordejeugd.nl/ nieuws/voortgang-programma-zorg-voor-de-jeugd/
Belangrijk is dat er een thuis kan ontstaan. Thuis betekent ook dat een kind nooit los gezien wordt van de natuurlijke omgeving waarin het opgroeit, zoals de school of wijk. Naar school kunnen is voor een kind belangrijk om zo gewoon mogelijk op te groeien. Dit vraagt om een pedagogisch leefklimaat op school. De voorzieningen in de wijk nodigen uit om gewoon mee te doen, en zijn een veilige plek om op te groeien. Samen met onze partners We kunnen onze visie en ambitie niet alleen waarmaken. Daarom werken we samen met bestuurders van jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en anderen. Om onze ambitie duidelijker te omschrijven, evenals wat dit betekent voor de betrokken organisaties. Deze ambitie werken we met deze partijen uit langs een aantal transformatiethema’s: ambulantisering, doorontwikkelen inkoop, gedwongen kader jeugd, en verbinden jeugdhulp en onderwijs. Inzet op kleine en gezinsgerichte woonvormen en ambulantisering We willen dat jeugdigen opgroeien in een gezin of in een situatie die daar zoveel mogelijk op lijkt. Dat betekent dat we inzetten op voldoende, gevarieerde en kleinschalige en gezinsgerichte woonvormen in de regio, waar de jeugdige kan blijven wonen. Kleine, gezinsgerichte woonvormen kenmerken zich daarom door betrokkenheid en normaliseren. En als er jeugdhulp nodig is, wordt die op dezelfde plek gegeven.
Samen met aanbieders zoeken we daarom naar ambulante andere mogelijkheden voor jeugdhulp (ambulantisering). Oftewel: doen wat nodig is, daar waar het nodig is.
Jeugdhulp is nu nog verbonden aan de plek waar de jeugdige ‘woont’ of opgenomen is. We willen echter focussen op het gewone leven van jeugdigen (normaliseren). Dat maakt het wenselijk dat professionals hun kennis naar de omgeving van het gezin brengen. Dáár zijn de oplossingen nodig. Professionals sluiten tijdelijk aan bij de omgeving van het gezin, om in goede afstemming met het gezin aan hun doelen te werken. Met tijdelijk bedoelen we dat professionals het gezin weer verlaten, zodra het gezin weer zelf verder kan. Om deze transformatie te ondersteunen, scheiden we in het inkoopmodel wonen van zorg. Spoedhulp IJsselland Bij crisis zetten we, wanneer nodig, een ambulant spoedhulpteam in. Een team dat 24/7 bereikbaar en beschikbaar is en gelijk kan bepalen welke hulp nodig is. Daarbij zetten we in op het voorkomen van opname, en ondersteunen we het gezin in de thuissituatie. De rol van het team omschrijven we duidelijker in de invoering van het doorontwikkelde inkoopmodel en de bijbehorende inkoopdocumenten. Netwerk ‘Samen leren en ontwikkelen’ In het netwerk “Samen leren en ontwikkelen” leren we van moeilijke, meervoudige problemen waardoor gezinnen vastlopen. Dit doen we voor onze visie en ambitie om alle jeugdigen in de regio IJsselland een thuis te laten hebben.
In dit netwerk kunnen gezinssituaties ingebracht worden, om af te stemmen welke ondersteuning optimaal is voor dit gezin. Het gaat hierbij niet alleen om jeugdhulp, maar juist om de brede situatie waarbinnen de hulpvraag gesteld wordt.
Normale kinderen in niet-normale situaties Binnen het gedwongen kader gaat het vaak over normale kinderen die leven in niet- normale situaties. Hiermee bedoelen we dat het gedwongen kader in veel gevallen in eerste instantie niet vanwege het kind wordt ingezet, maar vanwege de situatie waarin het kind zich bevindt. Dit maakt dat we nog meer moeten investeren in het vinden, aanboren en versterken van de eigen kracht van gezinnen en hun netwerk. Zodat een kind zo veel mogelijk in de eigen omgeving en thuissituatie veilig op kan groeien. We kijken niet alleen naar het probleem maar ook naar de oorzaak van een probleem. Zodat we kunnen werken aan het verminderen, of zelfs wegnemen van de oorzaak. We willen het jeugdbeschermingsproces makkelijker maken en verbeteren. Met als doel dat dit proces is afgestemd op de behoefte van de jeugdige en hun ouders. Normaliseren en demedicaliseren Eén van de doelen van de Jeugdwet is ‘het demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector’. Wij zien dit als het versterken van het gewone leven. Dit doel streven we bij alle transformatiethema’s na. Bij het thema ‘verbinding jeugdhulp en onderwijs’ is dit doel duidelijk als uitgangspunt genomen. Een jeugdige moet gewoon naar school kunnen. Als daar ondersteuning bij nodig is, worden passend onderwijs en jeugdhulp op elkaar afgestemd. In de regio lopen in dit kader verschillende proeven.
Vanuit de transformatie worden deze proeven ondersteund en wordt de kennis hieruit gedeeld. Eén van die plekken waar wordt gewerkt aan normaliseren en het verbinden van
jeugdhulp en onderwijs is de Regionale Kenniswerkplaats Jeugd IJsselland (hierna: RKJ IJsselland). Deze is in september 2020 gestart als één van de 15 regionale kenniswerkplaatsen jeugd in Nederland. Het thema van de RKJ IJsselland is: ‘Samen normaliseren’. De RKJ IJsselland zoekt samen met jongeren, ouders en professionals uit wat de betekenis is van doelen in de Jeugdwet, zoals normaliseren, ontzorgen en demedicaliseren. Het doel is om kennis op te halen over deze onderwerpen, en deze te vertalen naar duidelijke handreikingen voor het maken van beleid het verbinden van jeugdhulp en onderwijs. Ook bij gemeenten lopen projecten gericht op het normaliseren van ondersteuning. Doel hiervan is de jeugdig gewoon naar school te laten gaan.
5. Inkoop Wij hebben als gemeenten in de regio IJsselland allemaal onze eigen wettelijke verantwoordelijkheid en ambitie om de jeugdhulp voor onze inwoners goed te organiseren. Het toewijzen en betalen van de jeugdhulp is een verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten. Zo sluit de jeugdhulp aan op het lokale veld en bij de eigen, gemeentelijke uitgangspunten. We willen ervoor zorgen dat er voldoende en goede jeugdhulp beschikbaar blijft. Daarom werken we regionaal samen bij het inkopen van (specialistische) jeugdhulp. Zo zijn we één duidelijke en stevige opdrachtgever voor jeugdhulpaanbieders, en beperken we de administratieve lasten. Op deze manier willen we helpen de regionale visie waarmaken, de transformatie
mogelijk maken, en grip krijgen op de kwaliteit, voortgang en kosten van jeugdhulpverlening. Maar ook willen we zo sturen op de hoeveelheid en de kwaliteit van toetredende aanbieders, aan de start en gedurende de contractduur. Het mogelijk maken van de transformatie betekent onder andere dat we samenwerken met hulpaanbieders die willen helpen de transformatiedoelen te behalen en meer kleine, gezinsgerichte woonvormen aan te bieden. Grip op kwaliteit, voortgang en kosten jeugdhulp We willen grip krijgen op de kwaliteit, voortgang en kosten van jeugdhulpverleningen. Daarom verlenen we alleen contracten aan aanbieders die voldoen aan hoge kwaliteitseisen. Daarnaast streven we ernaar om voldoende kwalitatieve jeugdhulp in te kopen bij zo min mogelijk aanbieders. Daar staat tegenover dat de we keuzevrijheid van jeugdige en gezin belangrijk vinden. Dit zorgt voor passendere en effectievere jeugdhulp, en doet recht aan de jeugdige en het gezin. Jeugdigen en gezinnen hebben de vrijheid om te kiezen uit de aanbieders die gecontracteerd zijn door het RSJ IJsselland. Aanbieders die dus voldoen aan de kwaliteitseisen en een aanbod hebben dat aansluit op het soort en de grootte van het probleem. Kwaliteitsdrempel gespecialiseerde jeugdhulp De kwaliteitsdrempel voor gespecialiseerde jeugdhulp wordt binnen de inkoop op vier manieren beoogd: 1.
Duidelijkheid verschaffen over wat wel en wat niet specialistische jeugdhulp
is. Hiertoe is in de inkoopdocumenten een bijlage ‘afkadering specialistische jeugdhulp’ opgenomen; 2. Het hanteren van uitsluitingsgronden en selectiecriteria die ervoor zorgen dat alleen juist werkende en kwalitatief goed werkende aanbieders worden geselecteerd. Hiertoe behoren uitsluitingsgronden gericht op het voorkomen van fraude en andere criminele zaken. Ten aanzien van de kwaliteit zijn criteria van toepassing gericht op het leveren van landelijk effectief erkende hulpverlening en het hebben van een kwaliteitssysteem. In het inkoopproces wordt hier ook op gecontroleerd; 3. De bijdrage die een aanbieder levert ten aanzien van de transformatiethema’s. Dit wordt in het inkoopproces opgevraagd via een plan van aanpak, welke wordt meegenomen in de beoordeling van de aanbieder; 4. Daarnaast borgt de inkoop als basisniveau onder de drie hierboven genoemde onderdelen, dat aanbieders aan alle wettelijke vereisten moeten voldoen middels het accepteren van alle overige eisen en voorwaarden in het inkoopdocument. Tenslotte willen we meer sturen op aanbieders met een bovenmatige winstuitkering en handhaven op fraude en aanbieders met een verleden van wanprestatie in onze en andere regio’s. Dit doen we door alle op dit moment beschikbare voorwaarden, zoals de norm “winstuitkeringen in de zorg”, op te nemen in de inkoopvoorwaarden.
Ook benutten we de ruimte binnen de wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door openbaar bestuur) om meer grip te krijgen op aanbieders en het zittende bestuur¹. 1. In het doorontwikkelde inkoopmodel concretiseren we de kaders zoals in hoofdstuk 5 beschreven. Zie ook www.rsj-ijsselland.nl/inkoop/doorontwikkeling
Rol contactmanagement Het beheren van contracten is één van de taken van het RSJ IJsselland². Dit beheer draagt bij aan rechtmatigheid, doelmatigheid en risicobeheersing. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat alle partijen bij een contract vaker hun verplichtingen volledig nakomen. Daardoor worden doelen van contracten en gemeenten beter bereikt. Het contractbeheer van het RSJ IJsselland controleert de voortgang, kwaliteit en veiligheid van de gecontracteerde specialistische jeugdhulp(aanbieders) in de regio. Daarin werkt het RSJ samen met de IJssellandse gemeenten. 2. Zie de Dienstverlenings-overeenkomst RSJ IJsselland 2020-2022 paragraaf 2.2 voor een uitgebreide omschrijving van de taken van het contractmanagement.
RACHEL Hallo, ik ben Rachel en ik ben 19 jaar. Sinds kort woon ik bij het RIBW. Ik woonde tot mijn 16e thuis bij mijn vader en moeder. Op mijn 13e kreeg ik last van angst- en stressklachten. Ik dacht eerst dat het door school kwam. Mijn vader heeft dat op school aangegeven, en zo kwam ik terecht bij de schoolpsycholoog. Ik wist helemaal niet dat zij er was. Het was heel fijn om naar haar toe te gaan. Ik kon er altijd heen als ik me niet goed voelde. Het hielp me dat ik wist dat er iemand voor me was op school. En zij zorgde er ook voor dat school rekening hield met mijn situatie. En ze hielp me met mindfulnessoefeningen. Mijn klachten waren wel heftiger dan een beetje stress. En ze kwamen niet door school, maar door een ongezonde relatie met mijn moeder. Daarom verwees mijn huisarts me naar een andere psycholoog, buiten school. Ik had en heb een hele goede band met mijn vader. Maar ik kon me niet genoeg ontwikkelen thuis, ik werd verbaal mishandeld door mijn
moeder. Ik moest mezelf afschermen en dingen verbergen. Ik moest steeds lief zijn tegen mijn moeder, zodat ze normaal tegen me zou doen. Ik heb in anderhalf jaar tijd wel 6 psychologen gehad. Ik moest steeds opnieuw mijn verhaal doen, en de ene behandelaar vatte het ook anders op dan de andere. Ik kreeg de diagnose sociale angststoornis. Ik begreep mijn klachten beter en wist ook waar ik aan moest werken. Maar de gesprekken gingen vooral over hoe het met mij ging, en minder over hoe ik mijn klachten in de praktijk echt kon oplossen. Na de middelbare school ging ik naar een vervolgopleiding. Rond die tijd zei de psycholoog ook dat ik het huis uit moest vanwege de ongezonde relatie met mijn moeder. Ik begreep het niet en wilde dit in eerste instantie ook niet. Mijn moeder was het probleem voor mij en mijn vader, en ik moest ineens het huis uit. Dat vond ik oneerlijk. De psycholoog zei dat ik niet naar de adviezen luisterde, en dat het leek alsof ik geen hulp wilde omdat ik niets met de adviezen deed. Maar er werd niet naar mij en mijn vader geluisterd. Ik kreeg weinig begrip voor mijn gevoelens. En ik werd ook niet begeleid in het proces van uit huis gaan, ik kreeg geen emotionele steun. Ik ben op advies van de psycholoog bij een behandelgroep gaan kijken. Eerst vond ik het niks. Maar na een tweede gesprek leek het me toch wel een goede plek.
In het begin had ik meer last van angstklachten, het duurde even voordat ik gewend was en het naar mijn zin had. Ik heb er twee jaar gewoond. Ik had een hele fijne behandelaar, en kreeg intensieve angstbehandeling en EMDR. Ze waren ook heel actief over wat ik kon doen, in
plaats van wat er aan de hand was. Ik ben daar echt een stuk verder gekomen met mijn psychische problemen. Ik heb er twee jaar gewoond. Toen ik 18 werd, ben ik met begeleiding op zoek gegaan naar een vervolgplek. Ik heb twee plekken bezocht en wilde graag naar het RIBW. Ik ben daar een stuk zelfstandiger geworden, en tegelijkertijd is het een fijn idee dat ik in een huis zit met nog een andere huisgenoot. En dat ik een paar meter verderop kan aanbellen bij het kantoortje. Ik ben er nu ruim een half jaar en het bevalt me heel erg goed. Mijn klachten nemen niet echt af, ze komen en gaan. Maar ik weet beter hoe ik ermee om moet gaan. Ik durf nog niet zo goed vooruit te kijken over hoe het hierna gaat. Ik ben nu vooral bezig met waar ik aan kan werken.
6. Toegang tot jeugdhulp Er zijn verschillende Toegangen tot gespecialiseerde jeugdhulp: de gemeentelijke Toegang, de huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten (zoals een kinderarts), GI’s, rechters en officieren van justitie. Zij hebben allemaal een taak in het verkennen van de hulpvraag van de jeugdige of het gezin en te kijken wat er nodig is om weer verder te kunnen. Zij hebben allen een wettelijke verwijsbevoegdheid voor gespecialiseerde jeugdhulp. Waar in deze visie wordt gesproken over ‘Toegang’, bedoelen we de gemeentelijke Toegang. Iedere gemeente in de regio IJsselland heeft de Toegang tot jeugdhulp op haar eigen manier ingericht, passend bij de lokale situatie, visie en belangen. Wat we gemeen hebben, is dat we inzetten op vijf basisfuncties van de gemeentelijke lokale teams voor de Toegang tot hulp.¹ 1. https://vng.nl/nieuws/routekaart-voor-ontwikkeling-basisfuncties-lokale-teams
1. Veilige leefomgeving Veiligheid is een basiskwaliteit voor een gezonde opvoeding en ontwikkeling. Ouders zijn de eerstverantwoordelijke in de opvoeding en verzorging van hun kind. Helaas is veiligheid in de leefomgeving van het kind niet altijd vanzelfsprekend. Professionals in de Toegang hebben vaardigheden om onveilige situaties te signaleren en bespreekbaar te maken met betrokkenen in en buiten het gezin. Zij passen de meldcode toe indien daar aanleiding voor is, en organiseren zowel voor als tijdens onveiligheid steun en stabiliteit. Gemeentelijke Toegangen werken hierin intensief samen met onder andere Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde Instellingen. Daarbij hanteren zij het kwaliteitskader ‘Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten’2. 2. Tijdig signaleren van de vraag Wij zijn ervan overtuigd dat het beter is om te voorkomen dat een jeugdige een beroep moet doen op hulp en ondersteuning door de gemeente. Iedere gemeente zet lokaal in op vroeg signalering en preventie, het versterken van de sociale omgeving van de jongere en de basis- en algemene voorzieningen in de gemeente. Hulpvragen worden tijdig gesignaleerd en de inzet van voorliggende voorzieningen zorgen ervoor dat minder verwijzingen naar specialistische hulp nodig zijn.
De Toegang werkt daarbij ‘outreachend’ en legt verbinding met gezinnen, scholen, kinderopvang, jongerenwerk, huisartsen in de wijk. 2. VNG, december 2019, https://vng.nl/sites/default/files/2021-03/20191122-definitief-kwaliteitskader-werken- aan-veiligheid-voor-lokale-wijkteam.pdf.
3. Vindbare en toegankelijke hulp Indien een gezin niet op eigen kracht verder kan, weten zij de lokale Toegang te vinden. Iedere gemeente heeft een Toegang die fysiek vindbaar en laagdrempelig is. Inwoners kunnen informatie vinden over waar ze met hun vraag terecht kunnen. Toegankelijkheid gaat ook over sensitieve openheid en nabijheid. De Toegang neemt de vraag van de jeugdige of het gezin als vertrekpunt en durft in te zetten op de zelfredzaamheid van het gezin. Voor het gezin en andere partijen is duidelijk waar de Toegang wel en niet van is. Mocht een jeugdige of een gezin, kort na een afloop van de inzet van specialistische jeugdhulp, toch weer behoefte hebben aan diezelfde hulp dan wordt die hulp direct weer ingezet. 4. Handelen met een brede blik Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een Toegang met voldoende en specifieke expertise. De Toegang voert een goede triage uit en brengt met de jeugdige en het gezin de hulpvraag in kaart. Zij handelt daarin met een brede blik, heeft kennis van multiproblematiek en past integrale vraagverheldering toe. Waar nodig wordt contact gelegd met andere Toegangen in de gemeente, het onderwijs of andere partijen. Bijvoorbeeld als er sprake is van armoede of schuldenproblematiek. Daarbij wordt allereerst gekeken wat de jeugdige, het gezin en het netwerk zelf kunnen.
Ouders zijn de eerstverantwoordelijke voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. We gaan daarbij niet uit van het probleem, maar de doelen die het gezin zelf stelt. Bij voorkeur organiseren we samen met de jeugdige en
het gezin lichte hulp in de eigen omgeving. Waar nodig verwijst de Toegang naar specialistische hulpverlening, die we regionaal hebben ingekocht. Daarbij kijkt de Toegang ook wanneer de hulpverlening weer afgeschaald kan worden. Wanneer het ‘goed genoeg’ is en wanneer het gezin weer zelfstandig verder kan. We werken zoveel mogelijk vanuit het normale leven. Iedere gemeente werkt met SKJ-geregistreerde professionals, al dan niet ondersteund door een (ortho)pedagoog. Toegang en zorgaanbieders weten elkaar te vinden, hebben korte lijnen en handelen vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de jeugdige en het gezin. Gemeenten en zorgaanbieders streven naar een goede match en voorkomen dat jeugdigen van de ene naar de andere hulpverlener gaan en steeds opnieuw hun verhaal moeten doen. Uitgangspunt is dat jeugdhulp tijdelijk, zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig wordt ingezet. 5. Leren en verbeteren De basis voor de transformatie ligt op lokaal niveau, bij de gemeenten. Gemeenten zetten in op preventie, organiseren de (integrale) Toegang en zorgen voor de basisvoorzieningen in de gemeente. De lokale Toegang staat dichtbij de inwoner, kent de sociale kaart en de voorliggende voorzieningen in de wijk en werkt op casusniveau intensief samen met zorgaanbieders.
Op regionaal niveau vindt kennisuitwisseling plaats tussen Toegangen van de gemeenten via onder andere de regionale werkgroep Toegang en kennissessies. Gemeenten leren van elkaar als het gaat om de inrichting van de Toegang, inzet van voorliggende voorzieningen, samenwerking met derde verwijzers, of het betrekken van ouders en jeugdigen.
Samenwerking met derde verwijzers Ook huis- en jeugdartsen en gecertificeerde instellingen vormen een Toegang tot specialistische jeugdhulp. Met huisartsen wordt vooral lokaal de samenwerking gelegd. Veel gemeenten hebben in samenwerking met de huisarts een jeugdconsulent of POH-jeugd op locatie van de huisarts. Met de Gecertificeerde Instellingen is, conform de Jeugdwet, afgesproken dat zij bij de bepaling van in te zetten jeugdhulp in contact treden met de verantwoordelijke gemeente.
7. In Control We willen als gemeenten ‘in Control’ zijn. Organisaties zijn omgeven met interne en externe onzekerheden die de realisatie van de doelstellingen in gevaar kunnen brengen. Een organisatie is ‘in Control’ als ze deze onzekerheden onderkent en maatregelen neemt om deze te ondervangen. Als gemeenten hebben we de verantwoordelijkheid om de onzekerheden binnen de jeugdhulp goed en tijdig in beeld te hebben. Om zo de juiste maatregelen tijdig te kunnen nemen. Zo kunnen we de organisatie van het RSJ IJsselland goed besturen en tegelijkertijd de rol van opdrachtgever nemen richting de jeugdhulpaanbieders. Kostenbeheersing jeugdhulp Onze grootste risico’s en onzekerheden vanuit bovenstaand perspectief liggen in de beheersing van de kosten van de jeugdhulp. De mate van voorspelbaarheid van de kosten is klein of zeer lastig. Het is immers niet bekend wie zich morgen bij de Toegang meldt met een vraag om jeugdhulp en we hebben slechts deels invloed op de totstandkoming van de verwijzingen. Een deel van de verwijzingen komt tot stand via de zogenaamde derde verwijzers. Het beheersen van de kosten jeugdhulp is primair een verantwoordelijkheid van
de gemeente. Vanuit de regio kan het RSJ de gemeenten faciliteren. Dit beeld kan worden aangevuld vanuit de contacten met aanbieders en overige betrokkenen. Dit biedt gemeenten sturingsinformatie met het oog op het beheersen van de kosten en de regio een basis voor het besturen van de eigen organisatie en de invulling van het opdrachtgeverschap. Sturing op regionaal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders Het RSJ IJsselland wil haar rol als opdrachtgever van de regionaal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders verder versterken. Duidelijk moet zijn wat het RSJ IJsselland verlangt van de jeugdhulpaanbieders en hoe de jeugdhulpaanbieders hier vervolgens invulling aan geven. Afspraken hierover moeten goed zijn vastgelegd in de contracten die het RSJ IJsselland afsluit met de jeugdhulpaanbieders. Vervolgens kan op basis van deze contractafspraken sturing plaatsvinden door het regionale contractmanagement in de uitvoering ervan. Dit vereist enerzijds een goede samenwerkingsrelatie tussen de aanbieders en het RSJ IJsselland en anderzijds de beschikbaarheid van de juiste sturingsinformatie. De sturing is gericht op de kwaliteit, kosten en de continuïteit van jeugdhulp in de regio IJsselland.
Concrete indicatoren waarop gestuurd wordt zijn bijvoorbeeld declaratiegedrag van jeugdhulpaanbieders, instroom in de jeugdhulp, gemiddelde doorlooptijd van hulpverleningstrajecten, uitstroom uit de jeugdhulp en de effecten van de ingezette hulpverleningstrajecten.
De Regionale IJssellandse Monitor (RIJM) voorziet in de noodzakelijke sturingsinformatie en het maken van vergelijking hiervan tussen de gemeenten. We kennen als gemeenten de signalen over kwaliteit, kosten en continuïteit vanuit de praktijk. Het combineren van deze informatie, met de sturingsinformatie vanuit RIJM, geeft een basis waarop het contractmanagement prestatiedialogen kan voeren met de jeugdhulpaanbieders en in samenwerking met de gemeenten. Continuïteit van jeugdhulp De continuïteit van jeugdhulp is een groot goed binnen de regio IJsselland. Daar waar de continuïteit in het gedrang komt, heeft RSJ een escalatieroute ingericht. In de afgelopen jaren heeft de escalatieroute haar waarde bewezen en menigmaal de continuïteit van jeugdhulp kunnen borgen. Dit door goede afspraken te maken met aanbieders. De continuïteit van jeugdhulp kan onder druk komen te staan door een verslechterende financiële positie van een jeugdhulpaanbieder. Het RSJ IJsselland zal per aanbieder een afweging maken hoe hiermee om te gaan. Een belangrijk aspect daarin is uiteraard de borging van de continuïteit van jeugdhulp, maar ook de mate waarin de aanbieder bijdraagt aan de te realiseren (transformatie)doelen binnen de regio. Om te voorkomen dat de continuïteit van jeugdhulp in het gedrang komt zal het RSJ IJsselland bij de selectie van aanbieders met wie contracten worden aangegaan,
preventief aandacht besteden aan de financiële positie. Ook zal nadrukkelijk gekeken worden naar aanbieders met een bovenmatige winstuitkering. Daarom worden in de contracten alle hierover beschikbare voorwaarden opgenomen, zoals onder andere de norm winstuitkeringen in de zorg. Het contractmanagement zal in de beheersing van de afgesloten contracten periodiek aandacht hebben voor de ontwikkeling van deze financiële positie bij de gecontracteerde aanbieders. Goede samenwerking contractmanagement en Toegangen Een goede sturing op jeugdhulpaanbieders vereist een goede samenwerking tussen de lokale Toegangen en het regionale contractmanagement. De Toegangen moeten grip hebben op het verwijzingsproces en regie voeren op de hulpverleningstrajecten. Het contractmanagement zal in gesprekken met de aanbieders de knelpunten, die de Toegangen ervaren, bespreekbaar maken en sturen op het oplossen ervan. Aan de andere kant kan het zijn dat aanbieders knelpunten ervaren bij de gemeentelijke Toegangen. Ook deze knelpunten zal het contractmanagement bij de Toegangen bespreekbaar maken en sturen op het oplossen daarvan. Monitoren uitvoering Regionale Visie Jeugdhulp IJsselland De elf IJssellandse gemeenten gaan de uitvoering van de regionale visie nauwgezet volgen.
De vraag die voortdurend gesteld moet worden is, of er in de regio gewerkt wordt conform de regionale visie en in hoeverre dit leidt tot de realisatie van de gestelde doelen.
Om de uitvoering van de regionale visie te volgen zal het RSJ IJsselland een klankbordgroep inrichten. De klankbordgroep zal bestaan uit een vertegenwoordiging van stakeholders die betrokken zijn bij de uitvoering van de jeugdhulp, zoals een vertegenwoordiging van het bestuur van het RSJ IJsselland, jeugdhulpaanbieders, Toegangen en jeugdigen en ouders. De klankbordgroep komt periodiek bij elkaar en bespreekt de mate waarin de Regionale Visie Jeugdhulp IJsselland wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt gekeken welke sturingsinformatie inzicht geeft in de uitvoering van de Regionale Visie en in welke mate RIJM hierin kan voorzien.
Begrippenlijst We zijn in deze begrippenlijst zoveel mogelijk uitgegaan van de begrippen zoals opgenomen in de Jeugdwet en de Regeling Jeugdwet. Aanbieders Jeugdhulpaanbieders. GI Gecertificeerde instellingen zijn organisaties die een certificaat hebben om kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uit te voeren. GR Gemeenschappelijke Regeling. Het RSJ is een Gemeenschappelijke Regeling en het bestuur bestaat uit de elf wethouders van de deelnemende gemeenten. Inkoop van jeugdhulp De manier waarop gemeenten komen tot afspraken met jeugdhulpaanbieders over het toewijzen, hulpverlenen, bekostigen, administreren, verantwoorden en beheersen van jeugdhulp. Jeugdhulp Door gemeenten geïndiceerde hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Jeugdhulpaanbieder Organisatie van jeugdhulpverleners of een zelfstandig werkende jeugdhulpverlener . Jeugdhulpverlener Professional die jeugdhulp verleent. Jeugdige Kind of jongere tot 18 jaar, of tot 23 jaar in het geval van verlengde jeugdhulp of jeugdhulp die gegeven wordt in het kader van het Jeugdstrafrecht.
Jeugdwet Wet (van 1 maart 2014) waarin regels staan over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor (het beschikbaar stellen van) preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Ouder Gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt. Passend Onderwijs Het doel van de Wet passend onderwijs is dat voor alle leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte zo passend mogelijk onderwijs wordt gerealiseerd. Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen. Pleegouder Iemand die een jeugdige verzorgt, die niet zijn kind of stiefkind is als behorende tot zijn gezin en daartoe een pleegcontract heeft gesloten met een pleegzorgaanbieder . RSJ IJsselland Het Regionaal Service Team Jeugd IJsseland is de organisatie die namens de elf gemeenten in de regio IJsselland onder andere verantwoordelijk is voor de aanbesteding en begeleiding van de inkoop van jeugdzorgtrajecten en -producten. Toegang Met toegang bedoelen we in deze visie de gemeentelijke (lokale) toegang.