Verordening watertoeristenbelasting 2025 - GETEKEND
Tekst van het document
Raadsbesluit Steenwijk, 18 december 2024 Nummer: 2024-RAAD -00072 t Steenwijkerland TI De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2024, nummer 2024-RAAD -0007 2; gelet op artikel224van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2025 (Verordening watertoeristenbelasting Steenwijkerland 2025). Artikel l Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van24 uren, aanvangend om 21.00 uur; b. lengte: de lengte over alles; c. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf; d. particulier verhuurde ligplaats of vaartuig: een ligplaats die of vaartuig dat door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf tegen een vergoeding in welke vorm dan ook; e. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; f. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangÇ 8. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; h.
vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruiþ zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een seizoen. Artikel2 Belastbaarfeit Onder de naam "watertoeristenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel3 Belastineplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijl is belastingplichtig: - de schipper, - de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of - degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een vaartuig. Artikel4 Vriistellineen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1,. door degenen die verblijf houden aan boord van: a.
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van ziekery van gebrekkigery van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- envolgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d, een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevind! 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 200Q die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde weÇ en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. van kinderen die de leeftijd van 4 jaar nog niet hebben bereikt. Artikel5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.
Voor particulier verhuurde ligplaatsen of vaartuigen en voor vaste ligplaatsen kan het aantal verblijven als bedoeld in artikel5 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire vaststelling wordt het aantal verblijven gesteld op het aantal verblijfhoudende personen vermenigvuldigd met het aantal etmalen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid. 2. Bij de forfaitaire berekening wordt: a. het aantal verblijfhoudende personen gesteld op2,2; b. het aantal etmalen dat per verblijfhoudend persoon verblijf is gehouden gesteld op 15. ArtikelT Belastinstarief Het tarief bedraagt per verblijf € 1,50. ArtikelS Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikell0 Aanslassrens Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Artikel 11 Termiinen van betalins 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minimaal € 50,00 is en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschrevery dat de aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen als genoemd in het eerste lid. 4. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder dan € 15,00 is, dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel3, eerste lid, is gehoudery voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeente- ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, aanhef en de onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 13 Oversanssrecht De "Verordening watertoeristenbelasting Steenwijkerland2024", vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2023, nummer 2023-RAAD-00090, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zijvan toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 14 Inwerkinetredine 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening watertoeristenbelasting Steenwijkerland 2025. Steenwijk, 18 december 2024 De raad voornoemd, Bats