CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening minimaregelingen 2024 - OUD

Politieke Markt 12 december 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Verordening minimaregelingen 2024 (Regelingen Meedoen)3.552 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening minimaregelingen 2024 Regelingen Meedoen Intitulé De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Datum; gelet op artikel 149 Gemeentewet, besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening minimaregelingen 2024 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen a. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; b. bijdrage: de financiële bijdrage voor een minimaregeling; c. woonplaats: woonplaats als bedoeld in artikel 40 Participatiewet; d. vreemdeling die met de Nederlander wordt gelijkgesteld: de vreemdeling als bedoeld in artikel 11 lid 2 en 3 van de Participatiewet; e. Inkomen: het inkomen zoals dat geldt voor de algemene bijstand; f. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; g. alleenstaande: de alleenstaanden als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder a Participatiewet; h. alleenstaande ouder: de alleenstaande ouders als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder b Participatiewet; i. co-ouderschap: bij co-ouderschap delen de ouders de zorg en opvoeding van de kind(eren) en wonen deze kind(eren) afwisselend bij een van beide ouders; j. gehuwden: gehuwden als bedoeld in artikel 3 Participatiewet; k. gezamenlijke huishouding: de gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3 lid 3 en 4 Participatiewet; l.

gezin: gezin als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder c Participatiewet; m. gezinslid: belanghebbende die deel uitmaakt van het gezin als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder c Participatiewet; n. ten laste komende kinderen: ten laste komende kinderen als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder e Participatiewet; o. bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 sub c Participatiewet. p. Wijkwerkplaats: Wijkvereniging Steenwijk-West Artikel 2 Doel van de minimaregelingen De minimaregelingen hebben tot doel: • het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie; • het voorkomen van sociale uitsluiting; • het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de minima behoren. Artikel 3 Doelgroep minimaregelingen 1. Tot de doelgroep voor de minimaregelingen behoren huishoudens bestaande uit personen van 18 jaar of ouder die: a. op de datum van aanvraag zijn woonplaats heeft in de gemeente Steenwijkerland, b. Nederlander is of vreemdeling is die met de Nederlander wordt gelijkgesteld, c. een inkomen ontvangen lager of gelijk aan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm in de maand voorafgaand aan de datum van aanvraag. 2. De belanghebbende die voldoet aan het eerste lid kan ook voor zijn ten laste komende kinderen een bijdrage aanvragen. 3.

In afwijking van het eerste lid kan de belanghebbende bij een co-ouderschap ook voor zijn minderjarige kind, waarvoor hij de zorg en opvoeding deelt met een andere ouder, een minimaregeling aanvragen. 4. Inkomsten die op grond van paragraaf 3.4 van de Participatiewet niet tot de middelen worden gerekend, worden ook in deze regeling niet tot het inkomen gerekend. 5. Voor de vaststelling van het inkomen van de cliënt, die is toegelaten tot een minnelijk of wettelijk schuldhulptraject, wordt alleen het inkomen gebruikt, waarover de cliënt daadwerkelijk de beschikking heeft. 6. Voor bepaling van het inkomen van een zelfstandige wordt uitgegaan van de inkomsten over het kwartaal voorafgaand aan de aanvraag, of de meest recente btw-aangifte. Er wordt uitgegaan van het inkomen na aftrek van de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Deze belasting en premies worden gesteld op het percentage, zoals vermeld in artikel 6, lid 2, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Hierbij wordt een teruggave inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen niet als inkomen aangemerkt. Artikel 4 Weigeringsgronden 1. Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende die niet tot de doelgroep wordt gerekend, als omschreven in artikel 3 van deze verordening. 2.

Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft een student die recht heeft op een studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000 (WSF 2000) of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). 3. Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende die op het moment van aanvraag in detentie verblijft. 4. Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende aan wie op grond van artikel 11 van de Participatiewet geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. Hoofdstuk 2 De minimaregelingen Regeling voor volwassenen Artikel 5a Sport en cultuur voor volwassenen Voor volwassenen van 18 jaar of ouder kan eens per jaar een vergoeding verstrekt worden voor sport of cultuur. De bijdrage bedraagt maximaal € 250,00 per jaar; Artikel 5b Wijze van vergoeding sport en cultuur voor volwassenen 1. De aanvrager bepaalt aan welke sport- of cultuuractiviteit wordt deelgenomen. 2. De vergoeding voor contributie wordt rechtstreeks aan de vereniging, muziekschool of andere culturele/sportinstelling betaald. 3. Bij deelname aan de culturele of sportactiviteiten kan eventueel resterend budget worden besteed voor aanschaf van attributen die noodzakelijk zijn voor het beoefenen van de gekozen activiteit.

Regelingen voor kinderen tot 18 jaar Artikel 6a Sport- of cultuur voor kinderen tot 18 jaar Voor kinderen van 2 tot en met 17 jaar kan eens per jaar een vergoeding verstrekt worden voor het beoefenen van sport of cultuur. 1. De vergoeding voor sport bedraagt maximaal € 250,00 per jaar. 2. De vergoeding voor het beoefenen van cultuur bedraagt maximaal € 465,00 per jaar. Artikel 6b Wijze van vergoeding sport- of cultuur voor kinderen tot 18 jaar 1. Ouders en kind(eren) bepalen aan welke sport- of cultuuractiviteit het kind wil deelnemen. 2. De vergoeding voor contributie wordt rechtstreeks aan de vereniging, muziekschool of andere culturele/sportinstelling betaald. 3. Bij deelname aan de culturele of sportactiviteiten kan eventueel resterend budget worden besteed voor aanschaf van attributen die noodzakelijk zijn voor het beoefenen van de gekozen activiteit. Artikel 7a Zwemles Voor de kosten van zwemles geldt een vaste vergoeding. Het verschil tussen de daadwerkelijke kosten en de vergoeding komt voor rekening van de ouder(s) van het kind. De vergoeding bedraagt maximaal: 1. Voor zwemdiploma A en B: € 575,00. 2. Voor zwemdiploma B: € 135,00. Artikel 7b Wijze van vergoeding zwemles 1. De aanvrager zoekt zelf een zwembad voor het volgen van zwemles. 2.

De bijdrage voor zwemles wordt rechtstreeks aan het zwembad overgemaakt na overleg van bewijs van inschrijving voor zwemdiploma a of zwemdiploma’s a en b. 3. Het verschil tussen de daadwerkelijke kosten en de vergoeding komt voor rekening van de ouder(s) van het kind. Artikel 8a Schoolspullen De schoolspullenregeling beoogt het financieel ondersteunen van minimahuishoudens met kinderen tot 18 jaar die onderwijs volgen, met betrekking tot de kosten die gemaakt moeten worden ten behoeve van het volgen van dit onderwijs. De hoogte van de vergoeding voor schoolspullen verschilt per type onderwijs en bedraagt: 1. Basisschool: € 50,00 per jaar; 2. Voortgezet onderwijs: € 100,00 per jaar; 3. MBO: € 100,00 per jaar; Artikel 8b Wijze van vergoeding schoolspullen De schoolspullen worden na toekenning vergoed op basis van declaratie. Betaling geschiedt binnen vier weken na het indienen van het betalingsbewijs op het rekeningnummer van de belanghebbende. Artikel 9a Laptop en telefoon voor leerlingen op het voortgezet of middelbaar beroepsonderwijs De regeling voor een laptop en telefoon beoogt het financieel ondersteunen van minimahuishoudens met kinderen tot 18 jaar die voortgezet of middelbaar beroepsonderwijs volgen. Voor kinderen die basisonderwijs volgen kan geen beroep worden gedaan op deze regeling.

Er kan per onderwijsvorm eenmalig een vergoeding verstrekt worden voor de kosten van een laptop en een telefoon samen. 1. De vergoeding voor een laptop en een telefoon bedraagt maximaal € 750,00; 2. Van dit bedrag mag maximaal € 250,00 worden besteed aan een telefoon. Artikel 9b Wijze van vergoeding laptop en telefoon 1. De aanvrager zoekt zelf een leverancier voor de laptop en/of telefoon. 2. De bijdrage voor een laptop en/of telefoon wordt rechtstreeks aan de aanbieder overgemaakt op basis van een pro-forma factuur. Eventuele meerkosten dienen door rechthebbende zelf voldaan te worden aan de aanbieder. 3. In afwijking van lid 1 kan de bijdrage worden verstrekt op basis van declaratie, indien rechtstreekse vergoeding aan de aanbieder niet mogelijk is. Betaling geschiedt binnen vier weken na het indienen van het betalingsbewijs op het rekeningnummer van de belanghebbende. Artikel 10a Tweedehands fiets Voor kinderen tot 18 jaar die onderwijs volgen, kan een tweedehands fiets verstrekt worden. Indien er recht bestaat op een tweedehands fiets, wordt de fiets in beginsel verstrekt door de Wijkwerkplaats. Indien er geen geschikte fiets beschikbaar is bij de Wijkwerkplaats zoekt de aanvrager zelf een leverancier voor de tweedehands fiets. De hoogte van de vergoeding en het moment waarop een nieuwe aanvraag kan worden ingediend, verschilt per type onderwijs: 1.

Basisschool: eenmaal per drie schooljaren een bijdrage van maximaal € 200,00; 2. Voortgezet onderwijs: eenmalig een bijdrage van maximaal € 250,00; 3. MBO: eenmalig een bijdrage van maximaal € 250,00. Artikel 10b Wijze van vergoeding tweedehands fiets 1. Indien er geen geschikte fiets beschikbaar is bij de Wijkwerkplaats zoekt de aanvrager zelf een leverancier voor de tweedehands fiets. 2. De bijdrage voor een fiets wordt rechtstreeks aan de aanbieder overgemaakt op basis van een pro-forma factuur. Eventuele meerkosten dienen door rechthebbende zelf voldaan te worden aan de aanbieder. 3. In afwijking van lid 1 kan de bijdrage worden verstrekt op basis van declaratie, indien rechtstreekse vergoeding aan de aanbieder niet mogelijk is. Betaling geschiedt binnen vier weken na het indienen van het betalingsbewijs op het rekeningnummer van de belanghebbende. Hoofdstuk 3 De aanvraagprocedure Artikel 11 Aanvraag 1. Een aanvraag voor een minimaregeling wordt ingediend op een door het college vastgesteld formulier. 2. Het college neemt binnen acht weken nadat de aanvraag is ontvangen, een beslissing. 3.

Het college kan nadere regels vaststellen inzake de aanvraagprocedure, de wijze van het verschaffen en controleren van inlichtingen en de bijbehorende formulieren, alsmede het, voor zover het de uitkering voor activiteiten betreft, door middel van steekproeven achteraf, controleren van de besteding van de uitkering aan de hand van bewijsstukken. Artikel 12 Betaling 1. Betaling geschiedt binnen vier weken na het indienen van de factuur of het betalingsbewijs; 2. De betaling wordt in beginsel rechtstreeks aan de aanbieder overgemaakt; 3. In afwijking van lid 2 kan de betaling overgemaakt worden aan de aanvrager, indien daartoe reden is. Artikel 13 Inlichtingen De belanghebbende doet het college direct mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op een vergoeding of de hoogte ervan, onder overlegging van bewijsstukken. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 14 Indexering Jaarlijks worden de bijdragen op grond van deze regeling geïndexeerd (voor het eerst per 1 januari 2024). De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. Artikel 15 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Minimaregelingen 2024 gemeente Steenwijkerland”. Artikel 17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie, Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Datum Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsbepalingen Begrippen die in de Participatiewet, de Awb of de Gemeentewet voorkomen, hebben in deze verordening dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Awb of Gemeentewet. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in deze wetten zelf staan, of die daarvan afwijken, is een definitie gegeven in deze verordening. In artikel 1:2 Awb wordt belanghebbende gedefinieerd als “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”. Artikel 2 Doel van de minimaregelingen Dit artikel is toegevoegd om aan te geven dat minimaregelingen niet bedoeld zijn om het inkomen van minima te vergroten. Bij een eventueel beroep op de hardheidsclausule kan door dit artikel beoordeeld worden of een afwijzing van de aanvraag onbillijk zou zijn, gelet op de doelstellingen van de minimaregelingen.

Artikel 3 Doelgroep minimaregelingen In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat bij de minimaregelingen die in deze verordening genoemd worden, wordt uitgegaan van huishoudens zoals die ook worden benoemd in de Participatiewet: alleenstaanden, alleenstaande ouders of gehuwden. Hierdoor wordt benadrukt dat gekeken wordt naar het inkomen van de alleenstaande (ouder) of het echtpaar om te bepalen of dit huishouden recht heeft op minimaregelingen. Minderjarige kinderen hebben geen zelfstandig recht op minimaregelingen. De Participatiewet kent geen aparte bepaling voor co-ouders. In het derde lid wordt beschreven dat er ook bij co-ouderschap een aanvraag kan worden ingediend voor het minderjarige kind waarvoor de zorg en opvoeding wordt gedeeld met een andere ouder. In het vierde lid wordt beschreven welke inkomsten niet tot de middelen worden gerekend. Voor huishoudens in een schuldenregeling of in de WSNP gelden afwijkende bepalingen. Het surplus in hun inkomen wordt gebruikt voor de schulden. We vinden schuldhulpverlening belangrijk. Daarom wordt uitgegaan van het netto besteedbare inkomen als wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in het vijfde lid. In het zesde lid wordt beschreven hoe het inkomen van zelfstandigen wordt vastgesteld. Er geldt geen vermogenstoets om in aanmerking te komen voor de minimaregelingen.

Artikel 4 Weigeringsgronden Het eerste lid behoeft geen toelichting. In het tweede lid wordt geregeld dat het niet mogelijk is dat studenten die studiefinanciering in het kader van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF 2000) of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) ontvangen, in aanmerking komen voor een minimaregeling. Jongeren die een Rijkstoelage krijgen om te kunnen studeren, behoren niet tot de doelgroep van werkende minima of uitkeringsgerechtigden die op een minimuminkomen leven. In het derde lid wordt geregeld dat degenen die in detentie verblijven op het moment van aanvraag, geen recht hebben op een in deze verordening genoemde minimaregeling. De bepaling in het vierde lid sluit aan bij de criteria die in de Participatiewet gelden voor bijstandsverlening aan niet-Nederlanders. Dit betekent dat geen minimaregeling kan worden verstrekt aan iemand die bijvoorbeeld onrechtmatig of als toerist in Nederland verblijft. Hoofdstuk 2 De minimaregelingen Regeling voor volwassenen Artikel 5a Sport en cultuur voor volwassenen Er kan eens per jaar een vergoeding verstrekt worden voor sport- of cultuur. Eens per kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december) wordt de vergoeding beschikbaar gesteld. Het is de bedoeling dat de betalingen gelijklopen met het sport- of abonnementsjaar.

De vergoeding is bedoeld voor structurele deelname aan sportieve of culturele activiteiten en kan daarom niet worden gebruikt voor eenmalige activiteiten zoals het bezoeken van een pretpark of festival. Naast deelname aan culturele activiteiten zoals dans of muziekles is het ook mogelijk om een tegoed bij de Meenthe aan te vragen voor bezoek aan het filmhuis of het theater. Op de website is een overzicht te vinden van deelnemende sport- en cultuuraanbieders. Deze lijst is niet limitatief en kan worden aangevuld. Indien er een aanvraag wordt ingediend voor een activiteit die niet op het overzicht staat, is het ter beoordeling van de consulent of de activiteit passend is het bij het doel van deze regeling, als omschreven in artikel 2. Tegoed bij de Meenthe Het tegoed wordt bij de Meenthe gekoppeld aan een account die gekoppeld is aan de inwoner en kan gebruikt worden om voorstellingen naar keuze te bezoeken. • Het tegoed moet een minimaal bedrag van € 50,- hebben; • Het tegoed mag alleen door de ontvanger worden gebruikt; • Het reguliere tarief per voorstelling wordt betaald vanuit het tegoed; • Indien het tegoed niet toereikend is, dient de inwoner het resterende bedrag zelf bij te betalen. Artikel 5b Wijze van vergoeding sport en cultuur voor volwassenen De leden 1 en 2 behoeven geen toelichting.

In het derde lid is bepaald dat eventueel resterend budget kan worden besteed voor de aanschaf van attributen die noodzakelijk zijn voor het beoefenen van de gekozen activiteit. Artikel 6a Sport- of cultuur voor kinderen tot 18 jaar Voor kinderen van 2 tot en met 17 jaar kan eens per jaar een vergoeding verstrekt worden voor het beoefenen van sport of cultuur. Voor de vergoeding moet een keuze gemaakt worden tussen deelname aan sportieve of culturele activiteiten. Het is niet mogelijk om in één kalenderjaar een vergoeding te krijgen voor zowel sport als cultuur. Voor kinderen kan het tegoed, anders dan bij volwassenen, niet worden gebruikt voor het beleven van cultuur. Eens per kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december) wordt de vergoeding beschikbaar gesteld. Het is de bedoeling dat de betalingen gelijklopen met het sportjaar. Artikel 6b Wijze van vergoeding sport- of cultuur voor kinderen tot 18 jaar De leden 1 en 2 behoeven geen toelichting. In het derde lid is bepaald dat eventueel resterend budget kan worden besteed voor de aanschaf van attributen die noodzakelijk zijn voor het beoefenen van de gekozen activiteit. Nadere toelichting sport en cultuurregelingen (voor kinderen en volwassenen) Voorbeeldcasus: In juli 2023 meldt Sem zich aan bij een volleybalvereniging.

Het volleybalseizoen loopt van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 en de kosten bedragen € 165,00 per seizoen. Het resterende tegoed wordt niet opgebruikt. Sem meldt zich in februari 2024 opnieuw. Naast volleybal zou Sem nu ook graag willen tennissen. Dat kan, want per 1 januari 2024 kan er opnieuw aanspraak gemaakt worden op de volledige vergoeding voor dat kalenderjaar. Er kan geen aanspraak gemaakt worden op het resterende tegoed van het voorgaande kalenderjaar. Voorbeelden van sportieve of culturele activiteiten die vergoed kunnen worden: • lidmaatschap van een vereniging op het gebied van sport, hobby en/of ontspanning ; • lidmaatschap van een vereniging die met haar activiteiten een cultureel, sociaal cultureel of ander maatschappelijk belang nastreeft ; • lidmaatschap van een sportschool ; • abonnement van een zwembad ; • Ijsbaanabonnement ; • lidmaatschap van een bibliotheek; • cursuskosten muziekschool ; • sport- en zwemkleding ; • materiaal verbonden aan de activiteiten binnen de vereniging ; • overige activiteiten, abonnementen, lidmaatschappen e.d.

die vergelijkbaar zijn met die hierboven zijn opgesomd; • museumjaarkaart* ; • tegoed bij de Meenthe*; • cursussen in het kader van volwassenenonderwijs, onderwijs op avondscholen anders dan een beroepsopleiding of algemeen vormend onderwijs, emancipatiecursussen en cursussen van sociaal-culturele aard .* *alleen mogelijk voor volwassenen van 18 jaar of ouder Artikel 7a en 7b Zwemles De gemeente Steenwijkerland vindt het belangrijk dat kinderen in de gelegenheid zijn om basis- zwemvaardigheden op te doen. Om die reden wordt een vergoeding beschikbaar gesteld voor het behalen van zwemdiploma A en B. De bijdrage voor zwemles wordt rechtstreeks aan het zwembad overgemaakt na overleg van bewijs van inschrijving voor zwemdiploma A of zwemdiploma’s A en B. Het verschil tussen de daadwerkelijke kosten van de lessen en de vergoeding van de gemeente komt voor rekening van de ouder(s) van het kind. Kosten zwemles Vergoeding zwemles - Hoogte eigen bijdrage Artikel 8a Schoolspullen Tot de schoolspullen behoren bijvoorbeeld een rekenmachine, geodriehoek, schooltas of veiligheidsbril. De schoolspullenregeling beoogt het financieel ondersteunen van minimahuishoudens met kinderen tot 18 jaar die onderwijs volgen, met betrekking tot de kosten die gemaakt moeten worden ten behoeve van het volgen van dit onderwijs.

Het is belangrijk dat kinderen voor hun onderwijs kunnen beschikken over de spullen die zij daarvoor nodig hebben en niet achtergesteld worden door een gebrek daaraan. De kosten variëren afhankelijk van de fase van het onderwijs. Toelichting MBO Als deze vergoeding niet volledig kostendekkend is voor de aanschaf van benodigde lesmaterialen, dan kan er mogelijk een beroep worden gedaan op het MBO- studentenfonds van de onderwijsinstelling waar de student de opleiding volgt. Neem contact op met de onderwijsinstelling om de mogelijkheden te bespreken. Artikel 8b Wijze van vergoeding schoolspullen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 9a Laptop en telefoon voor leerlingen op het voortgezet of middelbaar beroepsonderwijs Een laptop en telefoon worden onmisbaar geacht in het onderwijs en wordt met deze regeling beschikbaar gesteld voor gezinnen met kinderen die voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs volgen. Er kan per onderwijsvorm (voortgezet- of middelbaar beroepsonderwijs) eenmalig een vergoeding verstrekt worden voor de kosten van een laptop en een telefoon samen. In het tweede lid wordt geregeld wordt geregeld dat er maximaal € 250,00 van de volledige € 750,00 mag worden besteed aan een telefoon. Artikel 9b Wijze van vergoeding laptop en telefoon Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 10a Tweedehands fiets Indien er recht bestaat op een tweedehands fiets, wordt de fiets in beginsel verstrekt door de Wijkwerkplaats. Als er binnen een periode van een week na het contact door de behandelaar van de aanvraag geen geschikte fiets beschikbaar is bij de Wijkwerkplaats, kan er een vergoeding verstrekt worden voor de aanschaf van een tweedehands fiets bij een winkel naar keuze. Artikel 10b Wijze van vergoeding tweedehands fiets Dit artikel behoeft geen toelichting. Hoofdstuk 3 De aanvraagprocedure Artikel 11 Aanvraag Het eerste lid behoeft geen toelichting. Het tweede lid regelt dat de aanvraag binnen acht weken moet zijn afgehandeld. In het derde lid wordt aangegeven dat het college in aanvulling op deze verordening nadere regels kan stellen. Artikel 12 Betaling Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 13 Inlichtingen Dit artikel heeft in eerste instantie betrekking op de gegevens die bij de aanvraag van een regeling moeten worden verstrekt, en op de gegevens die moeten worden aangeleverd bij betaling op grond van declaratie. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 14 Indexering Jaarlijks worden de bijdragen op grond van deze regeling geïndexeerd (voor het eerst per 1 januari 2024). De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s. De actuele hoogte van de bedragen wordt gepubliceerd op de website.

Artikel 15 Hardheidsclausule In dit artikel staat beschreven dat er in bijzondere gevallen afgeweken kan worden van de bepalingen in deze verordening. Artikel 16 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 17 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/82e85369-de31-42f7-942d-d853f6141f5b?agendaItemId=cc96912d-bed7-449f-b894-db874584e6de