Verordening liggeld 2025 - GETEKEND
Tekst van het document
Raadsbesluit Steenwijþ 18 december 2024 Nummer: 2024-RAAD -00072 Steenwijkerland fT r De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2024, nummer 2024-RAAD -00072; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van liggeld woonschepen 2025 (Verordening liggeld Steenwijkerland 2025). Artikel l Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meerdere personeni b. ligplaats: een gedeelte van een openbaar water, bestemd of geschikt om te worden ingenomen door een woonschip met bijbehorende voorzieningen; c. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van een vaartuig als woonschip niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, een steiger en een loopplank; d. maand: een kalendermaand of een gedeelte daarvan; e. jaar: een kalenderjaar. Artikel2 Belastbaarfeit Onder de naam "liggeld" wordt een recht geheven ter zake van het hebben van een op basis van artikel 5 van de Woonschepenverordening Steenwijkerland 2009 aangewezen ligplaats voor een woonschip in gemeentelijk water.
Artikel3 Belastineplicht 1'. Belastingplichtig is de houder van de ligplaatsvergunning, bedoeld in artikel6 van de Woonschepenverordening Steenwijkerland 2009. 2. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de hoofdbewoner van het woonschip. 3. Wie de hoofdbewoner van het woonschip is wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel4 Maatstaf van heffing en tarief Het liggeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5 Belastineiaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar Artikel 6 Wüzevanheffins Het liggeld wordt geheven bijwege van aanslag Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. Het recht als bedoeld in artikel2 is verschuldigd bijhet begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplichÇ nog volle kalendermaanden overblijven. 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 8 Termiin van betalins 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het liggeld worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel9 Overeanesrecht De "Verordening liggeld Steenwijkerland2024", vastgesteld bijraadsbesluit van 19 december 2023, nummer 2023-RAAD-00090, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 1O tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zijvan toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkinetredins 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel ll Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld Steenwijkerland 2025. Steenwijk, 18 december 2024 De raad voornoemd, A.