Verordening.fin.en.materiele.gelijkstelling.2025
Tekst van het document
Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs Steenwijkerland 2025 De raad van de gemeente Steenwijkerland; overwegende dat de gemeente met de Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs een instrument in handen heeŌ om een gericht aanvullend beleid voor onderwijs(huisvesƟng) te voeren, met betrekking tot voorzieningen voor zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs. Centraal element in wet- en regelgeving is dat de gemeente hiermee de mogelijkheid heeŌ om op basis van deze verordening voor nader te omschrijven (Ɵjdelijke) voorzieningen extra gemeentelijke middelen, boven op de rijksvergoeding, beschikbaar te stellen aan het onderwijs; gelezen het voorstel van het college van [datum en eventueel nummer], inzake [invullen]; gelet op arƟkel 128 en 129 van de Wet op het primair onderwijs en arƟkel 5.23 en 5.24 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; gelet op de arƟkelen XIII , XV en XVII van de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden; gelet op arƟkel 5 van de Gemeentewet; gelet op hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Steenwijkerland 2025. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN ArƟkel 1 Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; b.
schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs bekosƟgde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is bepaald, van een nevenvesƟging waarvan de hoofdvesƟging is gelegen in een andere gemeente; c. school: school voor basisonderwijs of school voor voortgezet onderwijs; - school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in arƟkel 1 van de Wet op het primair onderwijs; - school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor prakƟjkonderwijs. d. nevenvesƟging: deel van een school dat door de minister ingevolge arƟkel 85 van de Wet op het primair onderwijs of arƟkel 4.12 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 voor bekosƟging in aanmerking is gebracht; e. voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening; f. aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening Ɵjdelijk wordt aangevuld; g.
indieningsdatum: uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende Ɵjdvak moet zijn ingediend; h. toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening; i. Ɵjdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend; j. wet: de Algemene wet bestuursrecht; k. subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in arƟkel 4:22 van de wet , dat beschikbaar is voor een voorziening, of een aanvullende voorziening; l. feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld; m. subsidievaststelling: een beschikking zoals bedoeld in arƟkel 4:42 van de wet. ArƟkel 2 Subsidieplafond en verdelingsregels 1. De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen. Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 2. De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid overdragen aan het college. Het college neemt daarbij de gemeentebegroƟng in acht. 3.
Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend. ArƟkel 3 Aanvullende voorziening 1. Het college kan bepalen dat de verordening Ɵjdelijk wordt aangevuld met een voorziening. 2. Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening. ArƟkel 4 Jaarlijks overzicht Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot en met 31 mei van het jaar van toezending. HOOFDSTUK 2 PROCEDURES Paragraaf 2.1 Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden ArƟkel 5 Toevoegen, wijzigen en intrekken Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college. ArƟkel 6 Indiening aanvraag 1. Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend Ɵjdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven.
Indien de aanvraag niet voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de aanvraag niet te behandelen. 2. De aanvraag vermeldt: a. naam en adres van het schoolbestuur; b. de dagtekening; c. de gewenste voorziening; d. de naam van de school en de onderwijssoort indien de voorziening is bestemd voor een school; e. een moƟvering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria. 3. Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriŌelijk mee aan het schoolbestuur . Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriŌelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen. 4. Tevens heeŌ het college te allen Ɵjde de mogelijkheid om nadere informaƟe op te vragen bij het schoolbestuur, zoals financiële gegevens of documenten en/of meerjaren onderhoudsplannen inclusief de staat van uitvoering daarvan. In geval het college nadere informaƟe opvraagt bij het schoolbestuur dan is het schoolbestuur verplicht hieraan medewerking te verlenen binnen drie weken na de datum van de betreffende vraag van het college. ArƟkel 7 Beslissingstermijn 1. Het college besluit binnen twaalf weken na de indieningsdatum op een aanvraag.
Indien ten aanzien van een voorziening geen indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college schriŌelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geeŌ het college de reden voor de verlenging aan. 3. Het college stelt binnen twee weken na de datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan schriŌelijk in kennis. ArƟkel 8 Weigeringsgronden Het college weigert de voorziening in ieder geval indien: a. de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van deze verordening; b. niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria; c. door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Paragraaf 2.2 Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden ArƟkel 9 Indiening aanvraag 1. Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college. 2. Op de aanvraag is arƟkel 6, tweede en derde lid, van toepassing. ArƟkel 10 Beslissingstermijn Het college besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens.
Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriŌelijk in kennis. ArƟkel 11 Weigeringsgronden Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval indien: a. de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals bedoeld in arƟkel 3 is; b. niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria. Paragraaf 2.3 Toekenning, intrekking of wijziging, verbod vervreemding ArƟkel 12 Inhoud beschikking tot toekenning; betaling 1. De beschikking van het college tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden: a. feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening; of b. een subsidievaststelling. 2. De beschikking bevat: a. het Ɵjdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend; b. de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren. 3. De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts: a. het bedrag van de subsidie; b. voor zover van belang de wijze waarop rekening en verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan het college. 4. De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats.
ArƟkel 13 Nadere voorschriŌen Het college heeŌ de bevoegdheid nadere voorschriŌen te geven over de wijze waarop rekening en verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan het college over een subsidie welke krachtens deze verordening is verstrekt. ArƟkel 14 Intrekken of wijzigen beschikking; terugvordering 1. Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzeƫng of verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel terugvordering van gegeven subsidie is Ɵtel 4:2 van de wet van toepassing. 2. Het college kan een beschikking intrekken of ten nadele van het schoolbestuur wijzigen: a. Op grond van feiten en omstandigheden waarvan het college bij de toekenning van de voorziening redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de toekenning van de voorziening anderszins zou hebben plaatsgevonden; b. Indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de beschikking gestelde verplich Ɵngen; c. Indien de beschikking onjuist was en het schoolbestuur dit wist of behoorde te weten. 3. De intrekking of wijziging van een beschikking tot subsidievaststelling werkt terug tot en met het ƟjdsƟp van toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
ArƟkel 15 Terugvordering Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handelingen als bedoeld in arƟkel 14, eerste lid, onder b hebben plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken. Ten onrechte feitelijk beschikbaar gestelde voorzieningen kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de voorziening is toegekend nog geen vijf jaren zijn verstreken en de aard van de voorziening dit mogelijk maakt. ArƟkel 16 Verbod tot vervreemding Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van fusie c.q. overdracht van een school. HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN ArƟkel 17 InformaƟeverstrekking Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. ArƟkel 18 Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. ArƟkel 19 CiteerƟtel; inwerkingtreding 1.
De verordening kan worden aangehaald als: Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs Steenwijkerland 2025. 2. De verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het Gemeenteblad. [datum]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum] De voorziƩer, De griffier, Bijlage “Voorziening huisvesƟng Integrale Kindcentra in schoolgebouwen” ArƟkel 1 Aanduiding van de voorziening Het bevoegd gezag van een school (hierna te noemen: aanvrager) kan bij het college een aanvraag indienen voor een voorziening, die wordt ingezet voor het realiseren van kindvoorzieningen als bedoeld in de Wet kinderopvang in een schoolgebouw en heeŌ tot doel de gebouwen in te richten tot Integrale Kindcentra. ArƟkel 2 Indieningsdatum 1. De aanvraag voor het bekosƟgen van deze voorziening moet jaarlijks uiterlijk 31 januari van het jaar waarin het programma voorzieningen huisvesƟng onderwijs voor het daaropvolgende jaar wordt vastgesteld worden ingediend. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier . 2. Wanneer de aanvraag zich richt op het realiseren van een kindvoorziening bij nieuwbouw of uitbreiding wordt deze gelijkƟjdig met die aanvraag bedoeld in arƟkel 6 van de Verordening voorzieningen huisvesƟng onderwijs Steenwijkerland 2015 (hierna te noemen: Verordening) ingediend en maakt daar onlosmakelijk deel vanuit. 3.
Aanvragen die na de in het eerste lid genoemde datum worden ingediend worden door het college niet in behandeling genomen. ArƟkel 3 Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend De voorziening wordt toegekend voor het kalenderjaar waarop het vastgestelde programma voorzieningen huisvesƟng onderwijs van toepassing is. ArƟkel 4 Toekenningscriteria voor bestaande schoolgebouwen 1. Aanvrager is eigenaar van het schoolgebouw. 2. De voorziening betreŌ een groepslokaal, dat volgens de laatste door het college opgestelde prognose, de komende 15 jaar niet nodig is voor de huisvesƟng van de school. 3. De huursom die aan het college per groepslokaal en per jaar wordt afgedragen bedraagt € 9.064 prijspeil 2025 en wordt vanaf 1 januari 2026 jaarlijks geïndexeerd volgens de prijsontwikkeling, genoemd in ar Ɵkel 116, lid 10 van de Wet op het primair onderwijs. 4. Het college, aanvrager en kinderopvangorganisaƟe sluiten een vaststellingsovereenkomst af voor het eigendom en beheer van het Integraal Kindcentrum volgens een door het college vastgesteld format. ArƟkel 5 Toekenningscriteria bij nieuwbouw of uitbreiding schoolgebouwen 1. De aanvrager is eigenaar van het schoolgebouw of wordt eigenaar van het te realiseren schoolgebouw. 2. De voorziening is onderdeel van een aanvraag voor een voorziening, bedoeld voor blijvend gebruik, bestaande uit: a.
Nieuwbouw of vervangende nieuwbouw van een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan; b. Uitbreiding van de onder a genoemde voorziening. 3. De voorziening genoemd in arƟkel 1 moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit, “Frisse Scholen, klasse B” en BENG. 4. De bijdrage bedraagt per toegekende vierkante meter € 3.453,05, vanaf 1 januari 2026 te indexeren volgens de prijsbijstellingssystemaƟek genoemd in Deel A, arƟkel A.1 van Bijlage IV van de Verordening. Het bedrag is inclusief een opslag van 20% in verband met marktwerking en kan worden aangepast indien de prijsbijstellingssystemaƟek wordt gewijzigd. 5. Het college, aanvrager en kinderopvangorganisaƟe sluiten een vaststellingsovereenkomst af voor het eigendom en beheer van het Integraal Kindcentrum en afdracht van de zgn. kale huur, inclusief de wijze van prijsbijstelling aan de gemeente volgens een door het college vastgesteld format. ArƟkel 6 Subsidieplafond Voor deze voorziening wordt geen subsidieplafond gehanteerd ArƟkel 7 Overige bepalingen en verantwoording 1. Op de uitvoering van deze regeling is paragraaf 2.2 van de Verordening van toepassing als het betreŌ het vesƟgen van een kindvoorziening in een bestaand schoolgebouw. 2. In de andere gevallen zijn de paragrafen 2.2 en 2.4 van de Verordening van toepassing.
ArƟkel 8 Inwerkingtreding Deze voorziening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking en heeŌ een terugwerkende kracht tot en met [datum].