CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling tarieven OZB, RWBB en forensenbelasting 2020 - RAADSVOORSTEL.pdf

Politieke Markt 14 januari 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling tarieven OZB, RWBB en forensenbelasting 20201.144 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Politieke Markt - 14 januari 2020 - 1/4 Politieke Markt Zitting van 14 januari 2020 Beheer en Realisatie - ICT en Belastingen Vaststelling tarieven OZB, RWBB en forensenbelasting 2020 - besluitvormen Auteur Rogier Timmer Overlegd met Sjoerd Hamstra Portefeuillehouder M. Scheringa Samenvatting Er zijn nog geen definitieve tarieven vastgesteld voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWBB) en de forensenbelasting. Dit omdat nog onvoldoende zicht bestond op de uitkomsten van de herwaardering voor 2020 in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Nu kunnen de definitieve tarieven wel vastgesteld worden. De tarieven worden met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 naar beneden bijgesteld. De WOZ-waarden voor 2020 zijn bepaald per waardepeildatum 1 januari 2019. Ten opzichte van de vorige herwaardering, met als waardepeildatum 1 januari 2018, zijn woningen gemiddeld met 5,27% in waarde gestegen en niet-woningen met 0,39%. Naast de herwaardering is dit voorstel gebaseerd op de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2020 - 2023 en de Perspectiefnota 2020 - 2023 voor het jaar 2020 geformuleerde uitgangspunten. Dit betekent dat op de bestaande opbrengsten van 2019 een inflatiecorrectie van 1,6% wordt toegepast. Voor de OZB en de RWBB wordt een extra verhoging van de tarieven met 3% gehanteerd.

Beschrijving Inleiding Er zijn nog geen definitieve tarieven vastgesteld voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB), de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWBB) en de forensenbelasting. Dit omdat nog onvoldoende zicht bestond op de uitkomsten van de herwaardering voor 2020 in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Nu kunnen de definitieve tarieven wel vastgesteld worden. De tarieven worden met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 naar beneden bijgesteld. De WOZ-waarden voor 2020 zijn bepaald per waardepeildatum 1 januari 2019. Ten opzichte van de vorige herwaardering, met als waardepeildatum 1 januari 2018, zijn woningen gemiddeld met 5,27% in waarde gestegen en niet-woningen met 0,39%. Naast de herwaardering is dit voorstel gebaseerd op de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2020 - 2023 en de Perspectiefnota 2020 - 2023 voor het jaar 2020 geformuleerde uitgangspunten. Dit betekent dat op de bestaande opbrengsten van 2019 een inflatiecorrectie van 1,6% wordt toegepast. Voor de OZB en de RWBB wordt een extra verhoging van de tarieven met 3% gehanteerd. Voorstel Voorgesteld wordt om de volgende belastingverordeningen vast te stellen: Politieke Markt - 14 januari 2020 - 2/4 1. Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende- zaakbelastingen 2020; 2.

Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2020; 3. Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2020. Argumenten Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Met ingang van 2020 worden alle onroerende zaken weer voorzien van een nieuwe waarde in het kader van de Wet WOZ. Inmiddels zijn de uitkomsten van deze herwaardering voor nagenoeg 100% bekend. De waarden zijn bepaald per waardepeildatum 1 januari 2019. Ten opzichte van de vorige herwaardering, per waardepeildatum 1 januari 2018, zijn woningen gemiddeld met 5,27% in waarde gestegen en niet-woningen met 0,39%. Algemeen uitgangspunt is dat een waardestijging niet mag leiden tot een hogere opbrengst. Dit betekent dat bij een stijging van de WOZ-waarden, de OZB-tarieven zoals deze voor 2019 gelden, in gelijke mate naar beneden worden bijgesteld. Op de aldus berekende tarieven wordt de inflatiecorrectie van 1,6% toegepast en tenslotte wordt de extra verhoging van 3% toegepast. Op basis van de voorgaande uitgangspunten zien de tarieven voor 2020 er als volgt uit: Belasting Tarief 2019 Waarde- ontwikkeling Tarief excl. inflatie Inflatie Tarief incl.

inflatie Extra verhoging Tarief 2020 Eigendom woning 0,0990% 5,27% 0,0938% 1,6% 0,0953% 3% 0,0981% Eigendom niet-woning 0,1814% 0,39% 0,1807% 1,6% 0,1836% 3% 0,1891% Gebruik niet-woning 0,1466% 0,39% 0,1460% 1,6% 0,1484% 3% 0,1528% Per saldo gaan de OZB-aanslagen gemiddeld met 4,6% omhoog. Belasting Geraamd in de Programmabegroting 2020-2023 Op basis van de hertaxatie berekende opbrengst 2020 Verschil Eigenaar woning 4.441.698 4.328.321 113.377 Eigenaar niet-woning 1.763.342 1.706.182 57.160 Gebruiker niet-woning 1.167.307 1.162.219 5.088 Totaal: 7.372.347 7.207.758 175.625 Per saldo ontstaat er een structureel nadeel voor de begroting van € 175.625. Dit wordt veroorzaakt door waardeverlagingen in 2019, onder meer naar aanleiding van bezwaarschriften. Verder is voor 2020 meer rekening gehouden met waardeverlagingen. Dit in verband met het aantal in 2019 ingediende bezwaarschriften. Dit wordt niet via het tarief ten laste van de burger gebracht. Het structurele nadeel van € 175.625 wordt verwerkt in de Perspectiefnota 2021 - 2024. Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWBB) Politieke Markt - 14 januari 2020 - 3/4 De RWBB, die in rekening gebracht kan worden voor roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik, vormt een aanvulling op de OZB.

Inhoudelijk is de RWBB vrijwel identiek aan de OZB. Zo wordt bijvoorbeeld voor woonruimten (enkel) een eigenarenbelasting geheven van de eigenaar van het object per 1 januari van het belastingjaar en wordt geheven op basis van de getaxeerde waarde van de ruimte. Voor de RWBB gelden dezelfde tarieven als voor de OZB. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: RWBB Tarief 2019 Tarief 2020 % van de waarde % van de waarde Eigenaar woning 0,0990 0,0981 Eigenaar niet-woning 0,1814 0,1891 Gebruiker niet-woning 0,1466 0,1528 Forensenbelasting Op basis van de Programmabegroting 2020-2023 geldt als algemeen uitgangspunt voor de forensenbelasting een gelijkblijvende opbrengst ten opzichte van 2019, exclusief inflatiecorrectie. Bij het bepalen van de waardeontwikkeling (naar waardepeildatum 1 januari 2019) van de tweede woningen waarvoor forensenbelasting wordt geheven, wordt uitgegaan van een stijging met 5,27%. Dit overeenkomstig de gemiddelde waardestijging van woningen. Dit betekent dat het tarief van de forensenbelasting voor 2019 met 5,27% moet worden verlaagd, exclusief inflatiecorrectie. De inflatiecorrectie voor 2020 bedraagt 1,6%. Het tarief ontwikkelt zich als volgt: Tarief 2019 (%) Waardeontwikkeling (%) Tarief excl. inflatiecorrectie (%) Inflatiecorrectie (%) Tarief 2020 (%) 0,447 5,27 0,423 1,6 0,430 Kanttekeningen en risico’s N.v.t. Duurzaamheid en social return N.v.t.

Financiële toelichting De financiële gevolgen worden verwerkt in de Perspectiefnota 2021 - 2024. Participatie en communicatie N.v.t. Uitvoering en planning N.v.t. Besluit Politieke Markt - 14 januari 2020 - 4/4 Beslispunt 1 De gemeenteraad besluit tot vaststelling van de onderstaande belastingverordeningen: 1. Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende- zaakbelastingen 2020; 2. Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2020; 3. Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2020.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/56b4bafe-fc47-4365-8a23-44e2e2b7b53b?agendaItemId=07a2ef58-f043-47bc-84cd-8539b2503368