CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling (belasting)verordeningen 2019.pdf

Politieke Markt 11 december 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling (belasting)verordeningen 20191.565 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Politieke Markt - 11 december 20181/5 Politieke Markt Ontwerpbesluitenbundel Zitting van 11 december 2018 Vaststelling (belasting)verordeningen 2019 - besluitvormen Politieke Markt - 11 december 20182/5 Vaststelling (belasting)verordeningen 2019 - besluitvormen Auteur Rogier Timmer Beknopte samenvatting Verantwoordelijke Pfh. wethouder M. Scheringa. De uitkomsten van de herwaardering per 2019 in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn voor nagenoeg 100% bekend, zodat de verordeningen onroerende-zaakbelastingen, belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten en forensenbelasting 2019 kunnen worden vastgesteld. Hiernaast wordt voorgesteld de legesverordening voor 2019 vast te stellen. Beschrijving Inleiding Nu de uitkomsten van de herwaardering per 2019 in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) voor nagenoeg 100% bekend zijn, kunnen de verordeningen voor de onroerendezaakbelastingen, de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten en de forensenbelasting vastgesteld worden. Hiernaast stellen wij voor de legesverordening voor 2019 vast te stellen. De belastingvoorstellen zijn onlosmakelijk verbonden met de in de belastingparagrafen van de programmabegroting 2019-2022 geformuleerde uitgangspunten, waarnaar wij kortheidshalve verwijzen.

Voorstel Wij stellen voor de volgende verordeningen vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2019; Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2019; Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2019; Verordening op de heffing en de invordering van leges 2019. Argumenten In het onderstaande treft u per belastingsoort de tarieven aan die wij voorstellen voor 2019. Daarbij is uitgegaan van een inflatiecorrectie van 0,1%. Dit percentage heeft u in de raadsvergadering van 10 juli 2018 (perspectiefnota) vastgesteld. Wanneer er een andere wijziging ten opzichte van 2018 wordt voorgesteld, geven wij dit bij de betreffende belastingsoort aan. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Met ingang van 2019 worden alle onroerende zaken weer voorzien van een nieuwe waarde in het kader van de Wet WOZ. Inmiddels zijn de uitkomsten van deze herwaardering voor nagenoeg 100% bekend. De waarden zijn bepaald per waardepeildatum 1 januari 2018. Ten opzichte van de vorige herwaardering, per waardepeildatum 1 januari 2017, zijn niet-woningen gemiddeld met 2,64% in waarde gestegen. Woningen zijn gemiddeld met 7,10% in waarde gestegen. In de programmabegroting 2019-2022 is evenals voorgaande jaren als algemeen uitgangspunt gekozen voor een gelijkblijvende opbrengst.

Dit betekent dat bij een stijging van de WOZ-waarden, de OZB-tarieven in gelijke mate naar beneden worden bijgesteld. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de inflatiecorrectie. Politieke Markt - 11 december 20183/5 Op basis van de voorgaande uitgangspunten zien de tarieven voor 2019 er als volgt uit: Belasting Tarief 2018 (%) Waardeontwikkeling (%) Tarief excl. inflatie- correctie (%) Inflatie- correctie (%) Tarief 2019 (%) Eigendom woning 0,1065 7,10 0,0989 0,10 0,0990 Eigendom niet-woning 0,1861 2,64 0,1812 0,10 0,1814 Gebruik niet-woning 0,1504 2,64 0,1464 0,10 0,1466 Per saldo gaan de OZB-aanslagen gemiddeld met de inflatiecorrectie van 0,1% omhoog. De geraamde opbrengst van de OZB in de programmabegroting 2019-2022, jaarschijf 2019, wijkt af van de op basis van de hertaxatie berekende totaalopbrengst voor 2019. Belasting Geraamd in de Programmabegroting 2019-2022 Op basis van de hertaxatie berekende opbrengst 2019 Verschil Eigenaar woning 4.238.918 4.221.616 17.302 Eigenaar niet-woning 1.724.804 1.685.023 39.781 Gebruiker niet-woning 1.159.330 1.115.461 43.869 Totaal: 7.123.052 7.022.100 100.952 Bij de berekening van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds is rekening gehouden met een korting van € 5.213.016.

Deze korting is gebaseerd op de door ons ingeschatte totale WOZ-waarde en de door het rijk gehanteerde rekentarieven voor woningen (eigendom) en niet-woningen (eigendom en gebruik) en de door het rijk verwachte marktontwikkelingen. Wij constateren dat deze ontwikkelingen gering afwijken van die in de gemeente Steenwijkerland. Het rijk gaat uit van een stijging van de WOZ-waarden voor woningen van 7%, terwijl deze stijging in onze gemeente 7,1% bedraagt. Voor niet-woningen gaat het rijk uit van een stijging met 1%, terwijl dit in Steenwijkerland 2,84% is. Dit betekent dat de korting op de algemene uitkering uit het Gemeentefonds hoger uitvalt dan waarmee rekening is gehouden in de programmabegroting. Het nadelige verschil bedraagt € 1.792 (€ 5.124.808 - € 5.213.016). De geschetste ontwikkelingen geven per saldo een structureel nadeel van € 102.744 (€ 100.952 + € 1.792). Dit nadeel wordt bij de perspectiefnota 2020-2023 meegenomen. Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWBB) De RWBB, die in rekening gebracht kan worden voor roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik, vormt een aanvulling op de OZB. Inhoudelijk is de RWBB vrijwel identiek aan de OZB.

Zo wordt bijvoorbeeld voor woonruimten (enkel) een eigenarenbelasting geheven van de eigenaar van het object per 1 januari van het belastingjaar en wordt geheven op basis van de getaxeerde waarde van de ruimte. Voor de RWBB gelden dezelfde tarieven als voor de OZB. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: RWBB Tarief 2018 Tarief 2019 Politieke Markt - 11 december 20184/5 % van de waarde % van de waarde Eigenaar woning 0,1065 0,0990 Eigenaar niet-woning 0,1861 0,1814 Gebruiker niet-woning 0,1504 0,1466 Forensenbelasting Evenals voor de onroerende-zaakbelastingen geldt in de programmabegroting 2019-2022 als algemeen uitgangspunt voor de forensenbelasting een gelijkblijvende opbrengst, exclusief inflatiecorrectie. Bij het bepalen van de waardeontwikkeling (naar waardepeildatum 1 januari 2018) van de tweede woningen waarvoor forensenbelasting wordt geheven, wordt uitgegaan van een stijging met 7,10%. Dit overeenkomstig de gemiddelde waardestijging van woningen. Dit betekent dat het tarief van de forensenbelasting met 7,10%, exclusief inflatiecorrectie, moet worden verlaagd. De inflatiecorrectie voor 2019 bedraagt 0,1%. Het tarief ontwikkelt zich als volgt: Tarief 2018 (%) Waardeontwikkel ing (%) Tarief excl. inflatiecorrectie (%) Inflatiecorrectie (%) Tarief 2019 (%) 0,481 7,1 0,446 0,1 0,447 De verhoging van de toeristenbelasting met 10% is uitgesteld tot 1 januari 2020.

Daarom wordt voorgesteld per die datum ook het minimumtarief van de forensenbelasting te verhogen van € 180 naar € 198. Hierdoor blijft de bestaande koppeling met het forfaitaire tarief van de toeristenbelasting voor (grotere) caravans in stand. Een verhoging van het minimumtarief naar € 198 levert een bedrag op van € 30.000. Aangezien de werkelijke inkomsten momenteel € 30.000 achterblijven bij de begroting ontstaat er geen voordeel voor de begroting. Doordat de verhoging ingaat per 1 januari 2020 ontstaat er een eenmalig nadeel van € 30.000 in 2019. Dit wordt bij de perspectiefnota 2020- 2023 verwerkt. Leges Ook bij de legestarieven is een inflatiecorrectie van 0,1% doorgevoerd. Dit geldt niet voor wettelijke, landelijk geldende, (maximum)tarieven. In het onderstaande bespreken wij de overige wijzigingen afzonderlijk. Rijbewijs Het rijbewijstarief bestaat uit een gemeentelijk deel en een af te dragen rijksdeel. Wij stellen voor het gemeentelijk deel met het inflatiepercentage van 0,1% te laten stijgen, van € 28,12 naar € 28,15. Inclusief rijksdeel komt het totaal op € 37,85. Ten opzichte van het huidige tarief van € 38,05 betekent dit een daling van (afgerond) 0,5%. Deze daling wordt veroorzaakt door het rijksdeel van het tarief, dat voor 2019 € 9,70 bedraagt, terwijl voor 2018 nog werd uitgegaan van € 9,92.

Met een tarief van € 37,85 blijven we ruim onder het landelijke maximum van € 39,78. Reisdocumenten Het Ministerie van BZK heeft de maximumtarieven van reisdocumenten voor 2019 bekendgemaakt. De tarieven bestaan uit een gemeentelijk kostendeel (het dienstverleningsdeel) en een rijksdeel. Het rijksdeel, dat door de gemeente afgedragen moet worden aan het rijk, wordt ten opzichte van 2018 aanzienlijk verhoogd. Wij stellen voor het gemeentelijk kostendeel, in lijn met de overige tarieven, met het inflatiepercentage van 0,1% te laten stijgen. Hierdoor gaat bijvoorbeeld het tarief van een Politieke Markt - 11 december 20185/5 paspoort voor volwassenen omhoog van € 65,25 naar € 70,65. Een Nederlandse identiteitskaart voor volwassenen gaat € 56,30 kosten in plaats van € 51,05. Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens Hoofdstuk 6 van titel 1 van de tarieventabel is komen te vervallen. Dit houdt verband met de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de intrekking van de Wet bescherming persoonsgegevens. In de AVG is bepaald dat een verzoek tot inzage, rectificatie, gegevenswissing en dergelijke kosteloos is. Winkeltijdenwet Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld dat detailhandel in goederen een dienst vormt in de zin van de Dienstenrichtlijn.

De bepalingen met betrekking tot de Winkeltijdenwet zijn daarom overgebracht van hoofdstuk 13 van titel 1 van de tarieventabel naar hoofdstuk 4 van titel 3. Inhoudelijk zijn de bepalingen ongewijzigd gebleven, afgezien van de verhoging van de tarieven met de inflatiecorrectie. Tenslotte De belastingverordeningen zijn opgesteld aan de hand van de modelverordeningen, zoals deze door de VNG zijn samengesteld, en zijn aangevuld/aangepast naar de lokale situatie. Kanttekeningen en risico’s n.v.t. Duurzaamheid en social return n.v.t. Financiële informatie De financiële gevolgen zijn verwerkt in de programmabegroting 2019 - 2022 of worden verwerkt in de perspectiefnota 2020 - 2023. Participatie en communicatie n.v.t. Uitvoering en planning n.v.t. Besluit Beslispunt 1 De gemeenteraad besluit tot vaststelling van de onderstaande verordeningen: Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2019; Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2019; Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2019; Verordening op de heffing en de invordering van leges 2019.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/6f2fe47f-2be1-44ed-9412-65c7831a9e75?agendaItemId=43f0bf58-9ff3-438c-8e51-a1fa5f251977