Uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen gemeente Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen gemeente Steenwijkerland 1. Inleiding Op [datum] heeft de gemeenteraad de Wegsleepverordening Gemeente Steenwijkerland 2020 (hierna: wegsleepverordening) vastgesteld. Deze verordening is vastgesteld om uitvoering te kun- nen geven aan de wegsleepregeling uit de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) en het Besluit wegslepen van voertuigen. In de Uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen worden de prakti- sche zaken geregeld voor uitvoering van de wegsleepverordening. Eerst worden de bevoegdhe- den (paragraaf 2) en de procedures voor het aantreffen, wegslepen, bewaren en teruggeven van voertuigen beschreven (paragrafen 3–6). Vervolgens wordt in paragraaf 7 beschreven hoe wordt omgegaan met voertuigen die niet worden afgehaald. In paragraaf 8 worden de kosten beschre- ven. Tot slot wordt in paragraaf 9 de samenhang met ‘Wet Mulder’ beschreven en wordt in para- graaf 10 aangegeven welke gegevens in het bewaringsregister opgenomen dienen te worden. Bergen van een voertuig na een aanrijding of diefstal Bij een aanrijding of diefstal is er sprake van het bergen van een voertuig. Het bergen van een voertuig valt niet onder de werking van de wegsleepverordening en de uitvoeringsregeling. Het bergen van voertuigen wordt verzorgd door de verzekeraarhulpdienst.
Ook het veiligstellen van een voertuig na inbraak (verbroken ruit e.d.) wordt veelal door de verzekeraarhulpdienst uitge- voerd. Bij twijfel voert de politie overleg met de gemeente; de politie heeft bij een aanrijding of diefstal een leidende rol. 2. Bevoegdheid wegslepen Op basis van artikel 170, eerste lid van de WVW 1994 is de bevoegdheid tot het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen een vorm van bestuursdwang. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang. Voor de uitvoering van de wegsleepregeling wordt deze bevoegdheid als volgt gemandateerd: Het college wijst de opsporingsambtenaren van de politie van Eenheid Oost-Nederland, team IJsselland Noord, alsmede de buitengewoon opsporingsambtenaren van de ge- meente Steenwijkerland, aan als ambtenaren die belast zijn met het in de daarvoor in aanmerking komende gevallen toepassing geven aan de wegsleepbevoegdheid. De verwijdering en overbrenging van een voertuig geschiedt door Hooikammer Autober- ging B.V., gevestigd op Oostermeentherand 10, 8332 JZ te Steenwijk, hierna aangeduid als het wegsleepbedrijf. De opsporingsambtenaren van de politie van Eenheid Oost-Nederland, team IJsselland Noord en de buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente worden hierna aangeduid als de be- voegde functionaris.
Indien een opsporingsambtenaar van de politie belast is met de wegsleep- bevoegdheid, wordt de opdracht tot wegslepen gegeven door, of na overleg met de dienst- doende officier van dienst politie. 3. Aantreffen van een fout geparkeerd voertuig De wegsleepprocedure start met het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig (overtreding). Onder ‘voertuig’ wordt verstaan: motorvoertuigen, fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertui- gen, trams en wagens (in artikel 1 RVV 1990); Wegsleepwaardige situatie Een bevoegde functionaris beoordeelt of het voertuig dat fout geparkeerd is weggesleept dient te worden. De eerste afweging die moet worden gemaakt is of de aangetroffen situatie weg- sleepwaardig is. Daarvoor gelden drie criteria op grond van artikel 170, eerste lid van de WVW 1994: 1. de veiligheid op de weg wordt in gevaar gebracht en/of; 2. de vrijheid van het verkeer wordt belemmerd en/of; 3. er wordt geparkeerd op één van de wegen of weggedeelten, die zijn aangewezen in arti- kel 2 van de gemeentelijke wegsleepverordening. Er kan tegelijkertijd sprake zijn van meerdere criteria. Het aanwezig zijn van één of meerdere cri- teria is voldoende om de wegsleepverordening te kunnen toepassen. Dit betekent niet automa- tisch dat overgegaan kan worden tot het wegslepen van een voertuig. De bevoegde functionaris dient zeer zorgvuldig om te gaan met deze bevoegdheid.
Hij of zij dient in ieder afzonderlijk geval te beoordelen of wegslepen van het betreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Waarnemingstijd Om een overtreding nadrukkelijk te kunnen vaststellen kan een waarnemingstijd nodig zijn. Verbod stil te staan Voor het constateren van een gedraging in strijd met een verbod om stil te staan is geen waarnemingstijd nodig. Parkeerverboden Voor constatering van een gedraging in strijd met een parkeerverbod wordt een waarne- mingstijd van tien minuten gehanteerd. Parkeren op laad- en loshavens Bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd van tien minuten gehan- teerd. Wanneer in deze periode geen laad- en losactiviteiten plaatsvinden, kan geconsta- teerd worden dat er sprake is van parkeren. 4. Procedure wegslepen Indien er sprake is van een wegsleepwaardige situatie, wordt de wegsleepprocedure in gang ge- zet. Deze procedure wordt hierna beschreven. Gevaarlijke stoffen Indien een voertuig met zichtbaar aanwezige gevaarlijke stoffen wordt aangetroffen (aanduiding met rechthoekig oranje bord), wordt er pas weggesleept na overleg met de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Procedure A. De bevoegde functionaris schakelt bij een wegsleepwaardige situatie telefonisch het weg- sleepbedrijf in en noteert het tijdstip waarop de oproep is gedaan. B.
De bevoegde functionaris maakt foto’s van de situatie en wacht in de nabijheid van het voertuig tot de komst van het wegsleepbedrijf. C. Indien de eigenaar of (kenteken)houder van het voertuig zich meldt en bereid is het voer- tuig te verplaatsen, dan is er sprake van een onvolledige berging. Indien de eigenaar of (kenteken)houder de kosten (zie paragraaf 8) ter plaatse vergoedt, annuleert de bevoegde functionaris het wegslepen en meldt hij dit telefonisch aan het wegsleepbedrijf. D. Na de komst van het wegsleepbedrijf maakt het personeel van het wegsleepbedrijf foto’s van de situatie. Op de foto’s moet de overtreding zo veel mogelijk zichtbaar zijn alsmede de dag- en uuraanduiding. De foto’s worden in het bewaringsregister (zie paragraaf 10) op- genomen. E. De bevoegde functionaris vult het formulier ‘Besluit tot wegslepen voertuig’ ter plaatse volledig in. Het origineel wordt door de bevoegde functionaris meegenomen ten behoeve van de ad- ministratieve afhandeling. Een scan van deze doorslag wordt zo spoedig mogelijk en per e-mail aan de politie c.q. de gemeente gestuurd. De eerste en de tweede doorslag wordt door het personeel van het wegsleepbedrijf meegenomen. De eerste doorslag wordt opgenomen in het bewaringsregister. De tweede doorslag is bestemd voor de eigenaar/kentekenhouder van het voertuig of de gemachtigde van de eigenaar/kentekenhouder. F.
De bevoegde functionaris vult alvorens de wegsleepwerkzaamheden te starten ter plaatse het ‘Proces-verbaal van meevoeren en opslaan’ in. De bevoegde functionaris en het perso- neel van het wegsleepbedrijf controleren gezamenlijk het voertuig op beschadigingen. De bevindingen worden ingevuld op het proces-verbaal. G. De bevoegde functionaris vermeldt op het proces-verbaal of sprake is van een volledige of een onvolledige berging (zie ook paragraaf 8). Het proces-verbaal van meevoeren en op- slaan wordt ondertekend door een medewerker van het wegsleepbedrijf (namens de di- recteur van dit bedrijf) en de bevoegde functionaris. H. Nadat het ‘Proces-verbaal van meevoeren en opslaan’ volledig is ingevuld en ondertekend en het voertuig aan het sleepvoertuig is gekoppeld, wordt het voertuig overgebracht naar de bewaarplaats. Ingeval er van een motorvoertuig contactsleutels aanwezig zijn, worden deze door de bevoegde functionaris overgedragen aan het wegsleepbedrijf. I. Na aankomst op de bewaarplaats controleert het personeel van het wegsleepbedrijf het voertuig op beschadigingen. De bevindingen worden ingevuld op het proces-verbaal van meevoeren en opslaan. Het proces-verbaal van meevoeren en opslaan wordt opgenomen in het bewaringsregister.
Schade noteren In verband met de schadevergoedingsplicht van de gemeente op grond van artikel 172, lid 8, WVW 1994 moet het weg te slepen voertuig zorgvuldig worden gecontroleerd op reeds aanwe- zige schade door de bevoegde functionaris en het wegsleepbedrijf. De schade wordt genoteerd in het proces- verbaal van meevoeren en opslaan. Ook schade, die wordt veroorzaakt tijdens het bevestigen in het juk of tijdens het overbrengen moet door het wegsleepbedrijf worden geno- teerd. Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toege- bracht, is de gemeente op grond van het genoemde artikel gehouden deze schade te vergoeden. De gemeente heeft deze aansprakelijkheid overgedragen aan het wegsleepbedrijf. Verplaatsen Het komt voor dat voertuigen alleen maar verplaatst worden. Verplaatsing is alleen mogelijk als voorbereidingshandeling voor het wegslepen, en is niet toegestaan als zelfstandige maatregel. Deze maatregel kan wel worden toegepast bij evenementen. Bezwaar- en beroepsmogelijkheid Een beslissing tot toepassing van bestuursdwang, in dit geval het toepassen van de wegsleepre- geling, wordt op schrift gesteld. Hiervoor wordt het hierboven genoemde formulier ‘Besluit tot wegslepen voertuig’ gebruikt. Deze schriftelijke beslissing is een besluit in de zin van de Alge- mene wet bestuurstecht (hierna: Awb).
Tegen een besluit kan een belanghebbende bezwaar en beroep instellen op grond van de artikelen 7:1 en 8:1 van de Awb. Voorlopige maatregel of buitengebruikstelling wet Mulder Voor het in bewaring stellen van het voertuig bij een voorlopige maatregel of buitengebruikstel- ling op grond van de wet Mulder gelden aparte regelingen met betrekking tot de administratieve afhandeling. 5. Bewaren van voertuigen Aanvang van het bewaren Het is belangrijk te weten wanneer er een aanvang is gemaakt met het bewaren van een voer- tuig. Aan het bewaren van een voertuig zijn vaak (verhaalbare) bewaarkosten verbonden. Het tijdstip van bewaren gaat in op het moment dat het voertuig op de plaats van bewaring is losge- koppeld. Plaats van het bewaren Het bewaren geschiedt op de daarvoor bestemde plaats. Deze plaats is door het college van bur- gemeester en wethouders aangewezen: het terrein Hooikammer Autoberging B.V., Oostermeen- therand 10, 8332 JZ Steenwijk. Procedure Het voertuig wordt onverwijld naar de plaats van bewaring overgebracht. Het beleid dient er ver- volgens op gericht te zijn de bewaartijd van voertuigen op de aangewezen bewaarplaats te be- perken. Het wegsleepbedrijf draagt er zorg voor dat het ‘Proces-verbaal van meevoeren en opslaan’ vol- ledig wordt ingevuld en dat het voertuig op de juiste wijze wordt ingeschreven in het bewarings- register (zie paragraaf 10).
In het bewaringsregister wordt tevens vermeld onder welke voor- waarde(n) het betreffende voertuig mag worden teruggegeven (zie paragraaf 6). Het voertuig is nu overgedragen aan het wegsleepbedrijf. Indien in het bewaringsregister géén voorwaarden tot teruggave zijn vermeld, zal het voertuig zo spoedig mogelijk worden teruggege- ven aan de eigenaar/kentekenhouder van het voertuig of gemachtigde van de eigenaar/kente- kenhouder. Een weggesleept voertuig dat met onjuiste of onvolledige informatie in het bewa- ringsregister is ingeschreven, blijft de verantwoordelijkheid van het wegsleepbedrijf. 6. Teruggave van voertuigen Voorwaarden tot teruggave Buiten het betalen van de kosten kunnen er andere voorwaarden zijn waaraan voldaan moet zijn, voordat een voertuig kan worden teruggegeven. Een in beslag genomen voertuig kan pas worden teruggegeven na toestemming van de Officier van Justitie. De opsporingsambtenaar die het on- derzoek doet, zal dit laten aantekenen in het bewaringsregister. Betaling kosten Het voertuig mag slechts worden afgegeven indien alle kosten van de overbrenging en in bewa- ring zijn betaald. Een betalingsregeling is niet mogelijk. De betaling van de kosten kan niet ge- schorst worden omdat iemand het niet eens is met de reden van wegslepen. Wel kunnen in be- paalde omstandigheden geen kosten verschuldigd zijn.
Een voertuig dat op grond van de weg- sleepregeling is weggesleept en in bewaring is gesteld, moet worden teruggegeven indien de kos- ten zijn betaald. Aan wie teruggeven? Teruggave van een voertuig kan slechts aan degene die aantoont dat hij/zij of eigenaar, kenteken- houder of gemachtigde van de eigenaar of kentekenhouder (huren, lenen, leasen of pand) is van het voertuig. De wijze van legitimatie c.q. machtiging dient in het bewaringsregister vermeld te worden (art. 170 lid 5 WVW 1994). Procedure teruggave 1. De eigenaar/kentekenhouder of gemachtigde gaat naar de bewaarplaats en toont daar de kentekenpapieren en een geldig rijbewijs. De eigenaar/kentekenhouder of gemach- tigde hoeft niet de bestuurder te zijn. Bij een aantal feiten kan het belangrijk zijn dat be- kend wordt wie de bestuurder was. 2. De eigenaar/kentekenhouder of gemachtigde moet eerst de totale kosten aan het weg- sleepbedrijf voldoen alvorens het voertuig wordt teruggegeven. Hiervoor ontvangt de eigenaar/kentekenhouder of gemachtigde van het wegsleepbedrijf een kwitantie (origi- neel van de rekening). 3. In het bijzijn van de eigenaar/kentekenhouder of gemachtigde wordt het voertuig op eventuele schade gecontroleerd welke tijdens het wegslepen of bewaren veroorzaakt zou kunnen zijn. 4.
De doorslag van de kwitantie (rekening) wordt in het bewaringsregister opgenomen, waarna van de betaling tevens aantekening wordt gemaakt in het bewaringsregister. 5. Afgifte van een voertuig, geplaatst op een andere bewaarplaats, geschiedt na overleg met het wegsleepbedrijf. 7. Niet afgehaalde voertuigen Wordt een voertuig niet binnen 48 uur afgehaald, dan laat het wegsleepbedrijf de bevoegde functionaris van de gemeente Steenwijkerland een onderzoek instellen naar de eigenaar/kente- kenhouder van het voertuig. Zodra de eigenaar/kentekenhouder van het voertuig bekend is, en de bevoegde functionaris van de gemeente Steenwijkerland de zaak niet onmiddellijk kan regelen, stuurt de gemeente Steen- wijkerland namens burgemeester en wethouders binnen 7 dagen en per aangetekend schrijven een bekendmaking van het wegslepen en in bewaring stellen van het voertuig aan de eige- naar/kentekenhouder.
In deze bekendmaking dient te worden vermeld: de geconstateerde overtreding; dat het voertuig is weggesleept en in bewaring is genomen; de bewaarplaats waar het voertuig afgehaald kan worden en de openingstijden van de bewaarplaats; dat degene die het voertuig afhaalt aan dient te tonen dat hij eigenaar/kentekenhouder van het voertuig is en dat hij de kosten, verbonden aan het wegslepen en bewaren van het voertuig, verschuldigd is; de overige voorwaarden waaraan voldaan moet worden om het voertuig terug te krijgen. Indien blijkt dat ter zake van het voertuig aangifte van vermissing is gedaan, wordt de bekendma- king verzonden aan degene die deze aangifte heeft gedaan. Na een bewaartijd van 7 dagen kan het voertuig, in opdracht van het wegsleepbedrijf, worden overgebracht naar een andere bewaarplaats. De kosten van dit transport vallen onder de kosten van bewaring. De rechthebbende wordt conform artikel 5.30 Awb over deze verplaatsing geïnfor- meerd.
Het wegsleepbedrijf is bevoegd, ingeval: een voertuig niet binnen 13 weken is opgehaald, of; de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig, vermeerderd met de ge- raamde kosten voor verkoop, overdracht om niet of vernietiging waaronder ook de kos- ten van taxatie van het voertuig, onevenredig hoog worden in verhouding met de waarde van het voertuig (artikel 5:30 van de Awb); het voertuig te verkopen, om niet in eigendom over te dragen of te vernietigen. Dit kan alleen plaatsvinden vanaf 14 dagen na het uitgaan van de bekendmaking (artikel 172, tweede lid van de WVW 1994). Het wegsleepbedrijf heeft hiervoor instemming nodig van de teamleider van het cluster Toezicht en Handhaving. Het wegsleepbedrijf draagt namens de burgemeester en wethouders zorg voor de bewaring en eventuele verkoop van het voertuig en is bevoegd daarvoor alle handelingen, in- clusief het inschakelen van een taxateur, te verrichten. Verkoop, overdracht om niet of vernietiging Een in bewaring gesteld voertuig mag pas worden verkocht, overgedragen om niet of vernietigd nadat een beëdigd taxateur ingevolge artikel 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen een rapport betreffende de waarde heeft opgemaakt. 1. Zodra de 14-dagen termijn is verstreken zonder dat een weggesleept voertuig is afge- haald, zal dat voertuig namens het college van burgemeester en wethouders ter verkoop worden aangeboden.
Ter uitvoering hiervan worden tenminste 3 handelaren in tweede- hands voertuigen uitgenodigd om op het te verkopen voertuig bij inschrijving een bod uit te brengen, waarna de verkoop plaats heeft aan de meest biedende; 2. Bij gebrek aan belangstelling bij de handelaren om het voertuig te kopen, wordt het voertuig ter vernietiging aangeboden aan een officieel erkende autosloper, aan wie het voertuig in eigendom wordt overgedragen tegen betaling van het bedrag dat overeen- komt met de door de taxateur geschatte sloopwaarde van het voertuig; 3. Bij gebrek aan belangstelling bij de autosloper om het voertuig te kopen, wordt het voer- tuig om niet aangeboden aan een andere officieel erkende autosloper. Van deze procedure wordt een verslag opgemaakt door het wegsleepbedrijf.
Het verslag wordt opgenomen in het bewaringsregister en bevat tenminste: de naam en het adres van de taxateur die in een rapport van de geschatte waarde van het voertuig heeft opgemaakt; de hoogte van de taxatiewaarde; de namen en adressen van degenen die werden uitgenodigd in te schrijven; de namen en adressen van degenen op de inschrijving hebben gereageerd; een beschrijving van de aard van die reacties, waaronder de hoogte van de biedingen; naam en adres van degene aan wie het voertuig ter vernietiging is aangeboden, alsmede de hoogte van de eventueel hiervoor ontvangen tegenprestatie; naam en adres van degene aan wie het voertuig om niet is aangeboden. Het vrijwaringsbewijs van het voertuig wordt door het wegsleepbedrijf overgedragen aan de ge- meente. Betaling kosten bij een voertuig met een lage taxatiewaarde Indien de totale kosten van het wegslepen, bewaren en de verkoop, overdracht om niet of ver- nietiging de getaxeerde verkoopwaarde c.q. sloopwaarde van het betreffende voertuig overtref- fen, vergoedt de gemeente het verschil tussen de opbrengst van het voertuig en de genoemde totale kosten aan het wegsleepbedrijf. 8. Kosten De kosten voor het wegslepen en bewaren van voertuigen is gekoppeld aan de drie fasen van wegslepen: FASE I: onvolledige berging Een wegsleepvoertuig is besteld.
Er is sprake van een onvolledige berging indien de eigenaar of (kenteken)houder van het voertuig ter plaatse komt, voordat het wegsleepvoertuig ter plaatse is en de eigenaar of (kenteken)houder het voertuig wil verplaatsen. Hiervan is ook sprake indien het wegsleepvoertuig is gearriveerd, maar de eigenaar of (kenteken)houder meldt zich voordat een aanvang is gemaakt met het vastkoppelen van het voertuig aan het sleepvoertuig. In deze gevallen is de eigenaar of (kenteken)houder de voorrijkosten voor het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats verschuldigd zoals vastgesteld in artikel 4 van de ‘Wegsleep- verordening gemeente Steenwijkerland 2020’. De bevoegde functionaris dient de persoonsgegevens van de eigenaar of (kenteken)houder vast te stellen. De kosten voor de onvolledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig alsnog weggesleept. FASE II: volledige berging Het wegsleepvoertuig is ter plaatse en er is een aanvang gemaakt met het vastkoppelen van het voertuig aan het wegsleepvoertuig. Dit is bijvoorbeeld het geval vanaf het moment dat de eerste kabel aan het voertuig is bevestigd, het voertuig zich op de lepel van de takelwagen bevindt en/of is vastgesjord. Vanaf dat moment is er sprake van een volledige berging.
Indien de eigenaar of (kenteken)houder van het voertuig zich bij het voertuig meldt en bereid is het voertuig te verplaatsen, kan het voertuig worden losgekoppeld en ter beschikking worden gesteld van de eigenaar of (kenteken)houder. Dit kan tot het moment dat het sleepvoertuig weg rijdt met het weg te slepen voertuig. Bij volledige berging is de eigenaar of (kenteken)houder de voorrijkosten en de kosten voor het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats verschuldigd zoals vastgesteld in artikel 4, eerste en tweede lid van de Wegsleepverordening. De bevoegde functionaris dient de persoonsgegevens van de eigenaar of (kenteken)houder vast te stellen. De kosten voor de volledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig alsnog weggesleept. In alle andere gevallen zal de wegsleepprocedure worden vervolgd, tenzij specifieke voorwaar- den van toepassing zijn (bijvoorbeeld een overtreding van de WAM). FASE III: in bewaring stelling Het sleepvoertuig rijdt weg en het weg te slepen voertuig wordt overgebracht naar de bewaar- plaats en in bewaring gesteld. De eigenaar of kentekenhouder van het voertuig of de gemach- tigde van de eigenaar of kentekenhouder dient zijn voertuig af te halen bij de bewaarplaats. Teruggave vindt alleen plaats aan de eigenaar/kentekenhouder of gemachtigde na betaling van alle kosten.
Deze kosten bestaan uit de kosten van een volledige berging plus de kosten van het bewaren van een voertuig, zoals vastgesteld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid van de Weg- sleepverordening. De eigenaar of (kenteken)houder of de gemachtigde betaalt de kosten ter plaatse aan de bewaarder. In een aantal gevallen zal voor teruggave aan een aantal aanvullende voorwaarden moeten worden voldaan. Voor voertuigen die na het vrijgeven niet worden opgehaald kunnen bewaarkosten worden bere- kend. De bewaarder zal per aangetekend schrijven de eigenaar of (kenteken)houder van het voertuig hiervan in kennis stellen (zie paragraaf 7). Voor deze bekendmaking worden kosten be- rekend (artikel 4, vierde lid van de Wegsleepverordening). Ook wordt een vermelding hiervan op- genomen in het bewaarregister. Overige gevallen Ingeval een voertuig in beslag wordt genomen en daartoe wordt weggesleept, zijn de kosten ge- heel voor de politie. In een aantal gevallen zijn geen kosten verschuldigd. Denk hierbij aan tijdelijke bewaring in het kader van hulpverlening, bij inbeslagneming en in het kader van onder toezichtstelling. Geen kosten verschuldigd Er dient zeer zorgvuldig met de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen omgegaan te worden.
Artikel 172, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994 bepaalt dat het college van burge- meester en wethouders het bedrag van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuurs- dwang terugbetalen, indien: a) niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan; b) de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of c) aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De eventueel opgelegde boetes op grond van Wet Mulder vallen niet onder de hierboven ge- noemde terug te betalen kosten. Het genoemde onder a, b of c dient rechthebbende aan te tonen door een afschrift van een von- nis of rechtelijke uitspraak. Een dergelijk afschrift wordt door de griffie van de rechtbank waar de zaak is behandeld ter beschikking gesteld. In het onder a genoemde geval dient het college op basis van artikel 172, zevende lid van de WVW 1994 tevens een redelijke schadeloosstelling te betalen aan degene die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van deze schadeloosstelling in plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. 9.
Samenhang met Wet Mulder Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en kan worden weggesleept, beslaan er twee ma- nieren om hiermee om te gaan: 1) er wordt een beschikking gemaakt op grond van de Wet administratiefrechtelijke hand- having verkeersvoorschriften (Wet Mulder); 2) er wordt uitvoering gegeven aan de last onder bestuursdwang (het laten wegslepen en bewaren van het voertuig) door het college van burgemeester en wethouders. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet Mulder, voordat tot het wegslepen kan worden overgegaan, is niet vereist. In voorkomende gevallen kan ervoor gekozen om dit sa- men te laten gaan. In dit kader is het volgende van belang. In de memorie van toelichting behorende bij de Wijziging van de Wegenverkeerswet staat dat van het instellen van een strafvervolging, dan wel het opleggen van een sanctie ingevolge de Wet Mulder kan worden afgezien, omdat de overtreder ten gevolge van het wegslepen van het voer- tuig al genoeg ‘gestraft’ is. De aanhalingstekens worden hier bewust gebruikt, omdat er in feite geen sprake is van een strafmaatregel. Met het wegslepen wordt beoogd een einde te maken aan een verboden gedraging. De overtreder wordt bij toepassing van deze bestuursdwang even- wel met kosten geconfronteerd en kan dit als een straf ervaren.
Om deze reden wordt in de regel afgezien van een strafrechtelijk of administratiefrechtelijk vervolg. Het besluit om wel of geen sanctie ingevolge de Wet Mulder op te leggen, valt onder de discreti- onaire bevoegdheid van de bevoegd functionaris. Bij ernstige overtredingen van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt altijd een proces-verbaal opgemaakt. In dergelijke gevallen moet in het proces-verbaal de melding van de inbewaringstelling (en wegslepen) worden vermeld. In sommige gevallen dient ten spoedigste het proces-verbaal te worden opgemaakt. 10. Bewaringsregister Conform artikel 170, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 dragen burgemeester en wet- houders er zorg voor dat in een daartoe aangelegd register aantekening wordt gehouden van de gevallen waarin de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op een weg staand voertuig wordt uitgeoefend. Het bewaringsregister wordt namens het college van burge- meester en wethouders beheerd door het wegsleepbedrijf en bevindt zich in de kantoorruimte op de feitelijke bewaarplaats. Het Besluit wegslepen van voertuigen benoemt de gegevens die in dit bewaringsregister moeten worden opgenomen.
Een verkorte weergave hiervan is hieronder opgenomen (gegevens waar- achter PV staat dienen opgenomen te worden in het proces-verbaal): de plaats van waar, de datum en tijdstip van verwijdering (PV); de omstandigheden die de verwijdering noodzakelijk maakten (PV); een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van het voertuig, zoals kleur, kenteken, merk, type van het voertuig, beschrijving van de staat van het voertuig, eventueel aanwezige losse voorwerpen in het voertuig (PV); naam van degene aan wie het kenteken is opgegeven of naam van de eigenaar of houder van het voertuig, voor zover bekend, indien op of aan het voertuig geen kenteken is be- vestigd; datum en tijdstip van inbewaringstelling; bij afhalen van het voertuig: - datum en tijdstip van afhalen; - naam en adres van degene die het voertuig heeft afgehaald en gegevens waaruit blijkt dat diegene gerechtigd was tot het afhalen; - het bedrag dat als kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang is betaald; indien het voertuig niet binnen 48 uur is afgehaald: - de datum van bekendmaking; - naam en adres van degene aan wie is bekendgemaakt; - wijze van bekendmaking; bij verkoop van het voertuig: - datum en tijdstip van de verkoop; - de opbrengst; - naam en adres van de koper; - indien de verkoop een batig saldo heeft opgeleverd: het batige saldo, naam en adres van degene aan wie het batige saldo is
uitgekeerd en gegevens waaruit blijkt dat diegene gerechtigd was tot in ontvangstneming van het batig saldo; bij vernietiging van het voertuig: - de waarde van het voertuig zoals vastgesteld in een door een beëdigd taxateur opge- maakt rapport; bij eigendomsoverdracht om niet van het voertuig: - naam en adres van degene aan wie het voertuig is overgedragen; bij terugbetaling van (een gedeelte van) de kosten door de gemeente: - de datum waarop is terugbetaald; - het bedrag van de terugbetaling; - de grond voor terugbetaling; - naam en adres van degene aan wie is terugbetaald. De gegevens moeten 5 jaar in het bewaringsregister opgenomen blijven na de laatste dag van het kalenderjaar waarin het voertuig is teruggegeven, verkocht, om niet overgedragen of vernie- tigd. Burgemeester en wethouders verlenen desgevraagd aan belanghebbenden inlichtingen uit het register. Vastgesteld op [datum] te Steenwijk,