Uitspraak Raad van State.pdf
Tekst van het document
In de plantoelichting en de natuurtoets wordt volgens hen ten onrechte aangegeven dat per saldo sprake zou zijn van een daling van de stikstofdepositie, omdat ter plaatse van de Uitspraak 201807760/1/R3 20 uitbreiding de bestemming van een perceel grasland wordt gewijzigd van "Agrarisch" naar "Horeca". Dit perceel wordt al jaren niet bemest of beweid, zodat van een daling geen sprake kan zijn. 32.1. De Afdeling stelt vast dat in het Tauw-rapport externe saldering niet is betrokken bij de stikstofberekeningen, zodat een afname van de stikstofdepositie als gevolg van het mogelijk beëindigen van agrarisch gebruik op het door [appellant sub 1] en anderen bedoelde perceel grasland niet aan de orde is. 32.2. Voor zover [appellanten sub 2] stellen dat in de berekeningen is uitgegaan van een te laag botenaantal, omdat het plan het aantal boten dat mag worden verhuurd niet limiteert en gasten met hun eigen boot naar het hotel kunnen komen, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar 11.6, dat het plan niet leidt tot een uitbreiding van de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en pleziervaartuigen. Het betoog van [appellanten sub 2] over de gehanteerde botenaantallen slaagt niet. 33.
[appellant sub 1] en anderen stellen dat alle navigatiesystemen het verkeer over de Oude Beulakerweg door het Natura 2000-gebied leidt en niet over de N334, zodat de berekeningen in zoverre niet overeenkomen met de werkelijkheid. In de door [appellant sub 3] en [appellanten sub 2] overgelegde Arcadis-memo staat dat wanneer in de praktijk zou blijken dat er meer verkeer via de Beulakerweg gaat in plaats van over de N334, dat dit zou betekenen dat het wegverkeer langer dicht bij het Natura 2000-gebied blijft en daarmee meer stikstofdepositie op nabijgelegen gevoelige habitattypen veroorzaakt dan nu is berekend. De N334 ligt op een afstand van ongeveer 1.000 m van het dichtstbijzijnde gevoelige habitattype H91D0 Hoogveenbos en de Oude Beulakerweg op een afstand van 800 m. Appellanten betogen dat bij de berekeningen van de stikstofdepositie in het Tauw-rapport weliswaar ervan is uitgegaan dat het hotel tijdens de wintermaanden is gesloten, maar dat deze sluiting niet is geborgd in het plan. Vanwege de wintersluiting is in de berekeningen de verkeersgeneratie vermenigvuldigd met factor 0,67, maar dat is dus ten onrechte. [appellant sub 1] en anderen voeren aan dat in de bijlagen bij de omgevingsvergunning expliciet staat vermeld dat er geen sprake is van seizoensgebonden gebruik.
Voorts is in de berekeningen in het Tauw-rapport ervan uitgegaan dat zowel de nieuwe als de oude kamers in de toekomstige situatie niet meer gasgestookt zullen zijn, terwijl uit de bijlagen bij de omgevingsvergunning volgt dat de nieuwbouw wordt verwarmd door de energiedrager gas. Wanneer in de berekeningen wordt uitgegaan van een volledige openstelling van het hotel en van gasgestookte kamers, zullen deze tot andere uitkomsten leiden, aldus appellanten. Volgens [appellanten sub 2] en [appellant sub 3] is van belang dat in de Arcadis-memo staat dat het de verwachting is dat in 2030 de overschrijding van de kritische depositiewaarde per habitattype weliswaar verder zal zijn verminderd ten opzichte van 2020, maar dat van overschrijding nog steeds sprake zal zijn, aldus appellanten. 33.1. De Afdeling stelt vast dat in de Natuurtoets ter bepaling van de referentiesituatie is uitgegaan van 15 verhuurboten en dat in het Tauw-rapport ter bepaling van de referentiesituatie is uitgegaan van een hotel met 16 kamers. Deze uitgangspunten worden door appellanten niet betwist. 33.2. In het Tauw-rapport is op basis van publicatie 381 van het CROW (kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, 2018) de verkeersgeneratie bepaald. Hiervoor is uitgegaan van een 4- sterrenhotel in een weinig stedelijke gemeente met ‘buitengebied’ als ligging van het hotel.
Uitspraak 201807760/1/R3 21 Het maximale kencijfer bedraagt 27,6 motorvoertuigen per etmaal (hierna: mvt/etmaal) per 10 kamers. In de CROW-publicatie staat dat het aandeel bezoekers 81% bedraagt. Dit betekent dat ook de verkeersbewegingen van laden en lossen en van het personeel zijn betrokken in de gehanteerde kencijfers. In het Tauw-rapport staat dat het hotel in de maanden november tot en met februari is gesloten. Daarom is de verkeersgeneratie van 119 mvt/etmaal - die op basis van 43 hotelkamers is bepaald - vermenigvuldigd met factor 0,67 om te komen tot de jaargemiddelde verkeersgeneratie van 79 mvt/etmaal, aldus het Tauw-rapport. Er is worst- case uitgegaan van 6 bussen per dag tijdens het seizoen (maart-oktober). De jaargemiddelde intensiteiten van de bussen bedragen daarmee 12 bewegingen *0,67 = 8 bewegingen per dag. Het Tauw-rapport noemt dit worst-case, omdat er alleen in het vroege voorjaar regelmatig touringcars op bezoek komen. In het Tauw-rapport staat de conclusie dat de gebruiksfase in de feitelijke, huidige situatie, tot een toename leidt van 0,13 mol/ha/j. Ook voor de beoogde situatie is een berekening gemaakt. De 27 nieuwe kamers worden niet aangesloten op het gasnet en ook de bestaande 16 kamers zullen worden uitgerust met een elektrisch klimaatsysteem. De beoogde situatie leidt daarom tot een maximale toename van 0,11 mol/ha/jaar.
Dit betekent een afname van 0,02 mol/ha/jaar, aldus het Tauw-rapport. In het Tauw-rapport staat dat voor de aanlegfase een toename is berekend die lager is dan 0,05 mol/ha/jaar. Voorts dat in de gebruiksfase de emissies ten gevolge van gasstook bepalend zijn en dat de gebruiksfase de maatgevende fase is. 33.3. De raad heeft ter zitting medegedeeld dat de uitgangspunten voor de berekeningen in overleg met Tauw zijn gekozen. Ook de uitgangspunten voor de wintersluiting van het hotel en het aanbrengen van een elektrisch klimaatsysteem in zowel de nieuwe als de oude kamers. De raad stelt voorts dat zich in de nabijheid van het plangebied weliswaar twee habitats bevinden, maar dat die ver onder de kritische depositiewaarde zitten. Dus mocht er sprake zijn van een eventuele toename van stikstofdepositie, dan leidt dit nog niet tot een overschrijding van de kritische depositiewaarde, aldus de raad. 33.4. De Afdeling stelt vast dat voor het bepalen van de verkeersgeneratie in het Tauw- rapport is uitgegaan van een uitbreiding van het hotel met 27 kamers. De Afdeling heeft hiervoor in 23.3 overwogen dat een maximering voor het gebruik van horecafuncties in het plan ontbreekt, zodat het plan meer mogelijk maakt. Dit betekent dat in het Tauw-rapport ten onrechte van verkeersaantallen voor het gebruik van 43 hotelkamers is uitgegaan.
De Afdeling stelt vast dat in de berekeningen in het Tauw-rapport is uitgegaan van sluiting van het hotel in de maanden november tot en met februari. Het plan laat echter volledige openstelling toe, zodat in het Tauw-rapport ten onrechte van deze wintersluiting is uitgegaan. In het Tauw-rapport is voorts ervan uitgegaan dat de kamers niet meer gasgestookt zullen zijn, terwijl op dit moment het hotel is aangesloten op het gas en ook de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van de uitbreiding van het hotel nog uitgaat van gasgestookte installaties. Gelet hierop is de Afdeling er niet van overtuigd dat in de berekeningen van juiste uitgangspunten is uitgegaan en dat de uitkomst van de berekening voor de toekomstige situatie - 0,11 mol /ha/jr - juist is, dan wel dat de in het plan voorziene ontwikkeling tot een afname van de stikstofdepositie zal leiden. Gezien het vorenstaande ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich voor de beoordeling van de stikstofdepositie niet Uitspraak 201807760/1/R3 22 op de Natuurtoets en het Tauw-rapport heeft kunnen baseren. Tegen deze achtergrond heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende aannemelijk gemaakt dat is verzekerd dat het plan de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. In zoverre is het plan vastgesteld in strijd met artikel 2.7 van de Wnb. Het betoog slaagt.
- Soortenbescherming 34. [appellant sub 1] en anderen stellen dat het onderzoek naar soortenbescherming ondeugdelijk is. Volgens de Natuurtoets zijn er in de buurt van het hotel geen verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen, terwijl volgens [appellant sub 1] en anderen de vleermuizen bij hun huizen verblijven, de route over het water langs het hotel als trekroute gebruiken en de dorpsgracht en de weilanden grenzend aan het plangebied gebruiken als jachtgebied. Deze gronden zijn ten onrechte niet betrokken in het onderzoek. De verbouwing van het hotel zal tot een verstoring leiden voor vleermuizen en de lampen van auto’s die ’s avonds en ’s nachts over het parkeerterrein rijden tot lichthinder, terwijl de meervleermuis daar gevoelig voor is, aldus [appellant sub 1] en anderen. [appellant sub 3] stelt dat de conclusies voor de soortenbescherming zijn gebaseerd op onderzoek met verkeerde uitgangspunten. 34.1. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wnb nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb.
Dat doet er niet aan af dat de raad het bestemmingsplan niet heeft kunnen vaststellen indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid heeft moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. 34.2. In de Natuurtoets staat dat in het plangebied in 2012 en 2015 verkennend veldonderzoek is uitgevoerd door Ecogroen Advies en Adviesbureu Mertens. In beide onderzoeken luidt de conclusie dat de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen kan worden uitgesloten. In het deel waar de uitbreiding is voorzien, bevinden zich geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen. De aangrenzende Dorpsgracht en de opgaande lijnvormige beplanting langs de Dorpsgracht kunnen wel een functie hebben als foerageergebied of vliegroute, maar door het soort en de leeftijd van de bomen worden daar geen verblijfplaatsen verwacht. In de bomen in het oostelijk deel en rond het plangebied (bijvoorbeeld langs de weg) zijn geen geschikte openingen voor boombewonende vleermuizen aangetroffen gedurende het verkennend onderzoek op 9 september 2015. Effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten.
Ook een vleermuisvliegroute is uitgesloten, omdat binnen het plangebied geen opgaande doorgaande elementen zijn die een route tussen foerageergebied en zomerverblijfplaatsen kunnen vormen. Migratieroutes worden uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet aansluiten op het plangebied. Met de realisatie van de plannen zal het gebied gedeeltelijk worden omgezet in natuur en water dat een nieuw foerageergebied zal vormen. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen kunnen derhalve worden uitgesloten, aldus de Natuurtoets. Uitspraak 201807760/1/R3 23 In de Natuurtoets staat dat het graven van de nieuwe watergangen maatgevend zal zijn voor de mate van verstoring en dat de aanlegwerkzaamheden verder bij daglicht zullen plaatsvinden, zodat de meervleermuis niet wordt beïnvloedt. Bij uitvoering van de werkzaamheden in de wintermaanden zal mogelijk in de schemering bij kunstlicht moeten worden gewerkt. Vleermuizen zijn dan echter buiten het plangebied in winterslaap. Er wordt geadviseerd de lichtintensiteit ter hoogte van de Dorpsgracht te beperken tot 0,5 Lux, waarmee negatieve effecten op mogelijke aanwezige vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen kunnen worden voorkomen, aldus de Natuurtoets. 34.3.
Uit de Natuurtoets volgt dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen of vaste vliegroutes zijn aangetroffen, zodat negatieve effecten zijn uitgesloten. Uit de Natuurtoets komt naar voren dat de aangrenzende Dorpsgracht is betrokken bij het verkennend onderzoek naar vleermuizen, maar dat daar naar verwachting geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn gelet op de soort en de leeftijd van de bomen. [appellant sub 3] stelt weliswaar dat de conclusies van de Natuurtoets zijn gebaseerd op onjuiste uitgangspunten, maar heeft die stelling ten aanzien van het soortenonderzoek niet geconcretiseerd. 34.4. Appellanten hebben met hetgeen zij hebben aangevoerd over de aanwezige natuurwaarden naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat het onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten zodanige gebreken of leemten in kennis vertoont dat de raad zich hierop niet heeft mogen baseren. Gelet op het voorgaande, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime uit de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Deelconclusie Ecologie 35.
De beroepsgronden van [appellant sub 3] en [appellanten sub 2] en [appellant sub 1] en anderen over de in het Tauw-rapport gehanteerde uitgangspunten voor de stikstofberekeningen voor de gebruiksfase als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkeling, slagen. De Afdeling ziet in het belang van een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen binnen twintig weken na het verzenden van deze uitspraak met inachtneming van rechtsoverweging 33.4 opnieuw een stikstofberekening uit te voeren. De raad dient aan de hand van de uitkomsten van de opnieuw uitgevoerde berekeningen te beoordelen of het plan significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben als bedoeld in artikel 2.7 van de Wnb. De raad dient het bestemmingsplan op dit punt nader motiveren, of zo nodig het besluit op dit punt te wijzigen, dan wel in plaats daarvan een ander besluit te nemen. Bij een eventueel nieuw besluit door de raad behoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb. Een eventueel nieuw besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te worden gemaakt en medegedeeld. Overige beroepsgronden 36. [appellant sub 1] en anderen vrezen precedentwerking. Tegenover hotel de Harmonie staat het enige andere hotel van Giethoorn Noord.
Naast dat hotel ligt ook een perceel Uitspraak 201807760/1/R3 24 agrarische grond. Zij vrezen na dit plan ook uitbreiding van dat hotel. 36.1. In deze procedure liggen de rechtmatigheid en ruimtelijke aanvaardbaarheid van de bestreden besluiten voor. Dat er vrees bestaat voor een toename van toerisme in Giethoorn in het algemeen en voor uitbreiding van andere hotels in het bijzonder - hoe begrijpelijk ook - kan in deze procedure niet aan de orde komen. Conclusie ten aanzien van het bestemmingsplan 37. Het beroep van [appellant sub 4] is niet-ontvankelijk. 38. De conclusie is dat het besluit van 19 juni 2018 is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Bestuurlijke lus 39. Wat betreft [appellant sub 1] en anderen, [appellanten sub 2] en [appellant sub 3] ziet de Afdeling in het belang van een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen binnen twintig weken na het verzenden van deze uitspraak met inachtneming van rechtsoverwegingen 25 en 35 de daarin omschreven gebreken te herstellen. 40. In de einduitspraak zal worden beslist over de bij besluit van 13 augustus 2018 door het college verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een uitbreiding van hotel de Harmonie en het graven van watergangen.
Dit besluit is, net als het besluit tot vaststelling van het plan, bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4133, geschorst. 41. In de einduitspraak zal ook worden beslist over de proceskosten en de vergoeding van het betaalde griffierecht. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van [appellant sub 4] niet-ontvankelijk; II. draagt de raad van de gemeente Steenwijkerland op om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak met, uiterlijk op 12 mei 2020: - met inachtneming van rechtsoverweging 39 in samenhang met 25, en 35 de daarin omschreven gebreken te herstellen; en - de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. F.D. van Heijningen en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier. w.g. Van Diepenbeek w.g. Heinen voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2019 Uitspraak 201807760/1/R3 25 632. BIJLAGE * Bij 4.2 - de rechtsoverweging over belanghebbendheid Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:2 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
[..] * Bij 5.1 - de rechtsoverweging over procedurele aspecten Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.30 1. Bij besluit van de gemeenteraad kunnen gevallen of categorieën van gevallen worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat: a. de voorbereiding en bekendmaking van nader aan te duiden, op aanvraag of ambtshalve te nemen besluiten worden gecoördineerd, of b. de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan, een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerst lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten als bedoeld onder a. 2. Bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, wordt de procedure beschreven in de artikelen 3.31 en 3.32, respectievelijk die procedure in samenhang met hetzij, in geval van een bestemmingsplan, de procedure beschreven in artikel 3.8, hetzij, in geval van een omgevingsvergunning, de uitgebreide procedure beschreven in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toegepast. [..] Artikel 3.31 [..] 3.
Op de voorbereiding van besluiten, bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat: a. de kennisgevingen, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, tevens wordt gedaan in de Staatscourant en voorts langs elektronische weg; b. burgemeester en wethouders ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten gezamenlijk toepassing kunnen geven aan artikel 3:11, eerste lid, van die wet en de kennisgevingen, bedoeld in artikel 3:12 van die wet voor verschillende onderwerpen kunnen samenvoegen in een kennisgeving, die door burgemeester en wethouders wordt gedaan; Uitspraak 201807760/1/R3 26 [..] * Bij de rechtsoverwegingen over de planregels Planregels Artikel 4 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor "Horeca" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming; b. maximaal één bedrijfswoning per bouwperceel met de daarbij behorende bijgebouwen; c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 4.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen gebouwen, bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd; c.
ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ bedraagt de goot- en bouwhoogte ten hoogste de ter plaatse aangeduide hoogte; d. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gedifferentieerde goothoogte’ gelden de volgende regels ten aanzien van de bouw- en goothoogte: 1. De bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste 11,50 m; 2. Over ten minste 20% van de gootlengte bedraagt de goothoogte ten hoogste 4,50 m; 3. Over ten hoogste 80% van de gootlengte bedraagt de goothoogte ten hoogste 6,50 m; e. een gebouw zal zijn voorzien van een kap, waarvan de dakhelling ten minste 30˚ en ten hoogste 60˚ zal bedragen; f. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt verwezen naar artikel 4.2.5. Artikel 8 Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Algemeen De voor "Waarde-Cultuurhistorie Beulakerweg" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing) en patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen het stedenbouwkundig beeld). Uitspraak 201807760/1/R3 27 8.1.2 Waarden de waarden komen als volgt tot uitdrukking: a. afwisselend open en meer gesloten bebouwingslint. b.
verspringingen in de voorgevelrooilijn. c. in ieder geval is de hoofdbebouwing op de weg georiënteerd. d. bebouwing is over het algemeen vrijstaand en opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap. e. bebouwing is over het algemeen verticaal ingedeeld. f. bij nieuwbouw, vervanging, verbouwing en uitbreiding van gebouwen worden de hiervoor beschreven bebouwingskarakteristieken gerespecteerd. g. bijgebouwen zijn ten opzichte van het hoofdgebouw zodanig gesitueerd dat hoofdgebouw en bijgebouwen met elkaar een samenhangend geheel vormen, waarbij de bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw zijn gesitueerd. 8.1.3 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.1. Artikel 4 Horeca 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor "Horeca" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca van categorie 4 met daaraan ondergeschikt: 1. Horeca van categorie 2; 2. Congrescentrum / Zalenverhuur; b. wonen in een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; c. de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en de verhuur van pleziervaartuigen; met daaraan ondergeschikt: d. dagrecreatieve voorzieningen; e. groenvoorzieningen; f.
parkeervoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 7 Water 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Water" aangewezen gronden zijn bestemd voor: Uitspraak 201807760/1/R3 28 a. sloten, vaarten, grachten en ander oppervlaktewater; b. verkeer te water; c. de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals watergangen, waterberging met de bijbehorende bermen en taluds; d. watersportvoorzieningen; e. bruggen; f. de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en de verhuur van pleziervaartuigen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie- rondvaart en botenverhuur’; g. een botenhuis, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - botenhuis’; h. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en speelvoorzieningen; b. structurele beplantingen; c. een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’, met dien verstande dat dit parkeerterrein uitsluitend halfverhard mag zijn; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. bruggen; f. openbare nutsvoorzieningen.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor "Groen" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: - bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de in 3.1 genoemde bestemming. Met inachtneming van de volgende regels (3.2.2 en 3.2.3) 3.2.2 Gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels; a. de bouwhoogte van deze gebouwen bedraagt maximaal 3.00 meter; b. de oppervlakte van deze gebouwen bedraagt maximaal 15 m². Uitspraak 201807760/1/R3 29 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. gebouwd mogen worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde: 1. Noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. Ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; 3. Behorende tot het straatmeubilair; 4. Ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; 5. In de vorm van: - speelvoorzieningen; - herdenkingsmonumenten; - erfafscheidingen; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 6,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 m bedraagt; c. de bouw van overkappingen is niet toegestaan.
Artikel 5 Natuur 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor "Natuur" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke waarden, tot uitdrukking komend in: 1. de waarde van de voorkomende vegetatie; 2. De aanwezige ornithologische waarde; 3. Het vochtige karakter van de gronden; b. instandhouding, versterking en ontwikkeling van landschappelijke waarden, tot uitdrukking komend in; 1. De grote afwisseling in het landschap; 2. Het aanwezige micro-reliëf; c. instandhouding, versterking en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden; d. instandhouding, versterking en ontwikkeling van argeologische waarden; e. natuureducatie; f. bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast; met daaraan ondergeschikt: Uitspraak 201807760/1/R3 30 g. recreatief medegebruik; h. bruggen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. gebouwd mogen worden uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde: 1. Ten behoeve van onder- en /of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; 2. Bestaande uit bruggen en erfafscheidingen. b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 2,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafschedingen maximaal 1,00 meter bedraagt en de bouwhoogte van bruggen maximaal 0,50 meter bedraagt. Planregels van het bestemmingsplan "Giethoorn" Artikel 5 Agrarisch met waarden 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor "Agrarisch met waarden" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b. agrarisch hobbymatig gebruik; c. behoud en ontwikkeling van de aanwezige waarden; d. het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke waarde, tot uitdrukking komend in: 1. Het verkavelingspatroon; 2. Het kleinschalige karakter; 3. Het vrijwel ontbreken van bebouwing; 4. De grote afwisseling in het landschap door de aanwezigheid van bomen, singels, riet, slootvegetatie en onland; e. het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke waarde, tot uitdrukking komend in: 1. De waarde van de voorkomende vegetatie en fauna; 2. Het vochtige karakter van de gronden; f. het realiseren en in stand houden van natuur- en landschapselementen zoals Uitspraak 201807760/1/R3 31 houtopstanden, houtwallen, houtsingels, sloten, beken, waterlopen en overige waterpartijen, water- en oevervegetaties; g. een botenloods, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - botenloods’; h.
een volkstuinencomplex, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘volkstuin’; met daaraan ondergeschikt: 1. Bestaande perceelsontsluitingswegen ten behoeve van agrarisch bedrijfsmatig gebruik en ontsluiting van omliggende agrarische bedrijven en andere bouwpercelen; 2. Bruggen; 3. Recreatief medegebruik, voor zover dit geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft; 4. Waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Op de voor "Agrarisch met waarden" aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, anders dan bedoeld in artikel 5.1.1. [..] 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor "Agrarisch met waarden" aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van: a. omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafschedingen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt; b. bruggen met een maximale bouwhoogte van 0,50 meter; c. voederruiven en/of picknickplaatsen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1,50 meter bedraagt; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van het realiseren en/of instandhouden van de in artikel 5.1.1 genoemde natuur- en landschapselementen. Planregels bestemmingsplan "Giethoorn-uitbreiding hotel de Harmonie" 6.
Verkeer-Parkeren 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor "Verkeer-Parkeren" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een parkeerterrein; b. paden, wegen en straten; c. groenvoorzieningen Uitspraak 201807760/1/R3 32 en mede bestemd voor: d. de realisatie en instandhouding van een verantwoorde landschappelijke inpassing, zoals beschreven in paragraaf 2.4 van de toelichting; met daaraan ondergeschikt: e. kunstwerken; f. nutsvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 algemeen Op de voor "Verkeer-Parkeren" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van deze gebouwen maximaal 3,00 meter bedraagt; b. de oppervlakte maximaal 15 m² bedraagt. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. op de voor "Verkeer-Parkeren" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde: 1. Noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. Ten behoeve van de verlichting; 3. Ten behoeve van openbaar nut; 4. Daarmee vergelijkbare bouwwerking; b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximal 5,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van lichtvoorzieningen maximaal 1,00 meter bedraagt. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor "Waarde-Cultuurhistorie Beulakerweg" aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren, ontginnen of afgraven van gronden; b. het planten, vellen, rooien of verwijderen van bomen, groenstructuren, hagen of andere karakteristieke beplanten dan wel het verrichten van werkzaamheden die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van deze beplanting tot gevolg kunnen hebben; c. het dempen, graven, vergraven of verleggen van oevers, sloten, grachten, poelen, watergangen en overige waterpartijen; Uitspraak 201807760/1/R3 33 d. het aanbrengen, verbreden, verharden of verwijderen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen voor zover het een oppervlakte van meer dan 20 m² betreft; f. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; g.
het aanbrengen van (bovengrondse) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, constructies, installaties en apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet. 8.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 8.3.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen wordne uitgevoerd. 8.3.3 toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien conform advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie, de in lid 8.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
8.3.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.3.1, sub a tot en met e te verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie en voor wat betreft de werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.3.1 sub c. tevens bij het bevoegde waterschapsgezag. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels 12.2 Kleine bouwwerken van openbaar nut Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m2 mag bedragen; b. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; c. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen. Artikel 14.1 Voorrangsregels Uitspraak 201807760/1/R3 34 In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor. Artikel 13.1 Procedure nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a.
het ontwerpbesluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende twee weken voor belanghebbenden ter inzage; [..] Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.6: 1. Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels: [..] d. burgemeester en wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen kunnen stellen. [..] 4. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen omtrent een voorgenomen nadere eis als bedoeld in het eerste lid naar voren te brengen. Planregels 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Voorwaardelijke verplichting Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals beschreven in bijlage 2 behorende bij de planregels en de daarin opgenomen inrichtingsschets teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Dit met uitzondering van het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van het bestaande hotel."