Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland 2020.pdf
Tekst van het document
1 Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland 2020 De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van …. , nummer 2020/ , behandeld op .…; gelet op artikel 147 eerste lid van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuu rsrecht, de Wet financiering decentrale overheden, de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën, het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden, de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden en artikel 15 van de “Financiële verordening gemeente Steenwijkerland 2018”; b e s l u i t : Vast te stellen het “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland 2020” Artikel 1 Begrippenkader Deze verordening verstaat onder: Daggeld Daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor een opgenomen of uitgezette lening voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Drempelbedrag Het bedrag van de overtollige middelen dat buiten de schatkist gehouden mag worden.
Op grond van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is het drempelbedrag voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000 bedraagt. Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een p eriode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eige n vermogen als vreemd vermogen. Garantie(product) Een borgstelling waarbij de gemeente zich tegenover de geldverstrekker verbindt om één of meerdere vorderingen van een geldverstrekker op een debiteur te voldoen indien de debiteur niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet. 2 Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te verplaatsen zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Intradaglimiet Het maximale bedrag dat de gemeente per dag kan opnemen. Kasgeld(lening) Een kortlopende lening, meestal voor 1, 2, of 3 weken en maximaal 12 maanden waarbij de rente gedurende de looptijd vast staat. Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage (momenteel 8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietlimiet In de overeenkomst met de BNG is vastgelegd de kredietlimiet voor de gemeente Steenwijkerland maximaal € 12 miljoen bedraagt. Dit bedrag is gesplitst in een kredietlimiet van € 5 miljoen en een intradaglimiet van € 7 miljoen. Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitspositie Het totaal van de rekening-courantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen. Onderhandse leningen Leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij wordt vastgesteld. Rating Rating van banken door derde partijen op grond van een inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Renterisiconorm De norm waarmee de vaste schuld, verminderd met de verstrekte leningen, jaarlijks maximaal een renteherziening mag ondergaan. Op grond van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden bedraagt de renterisiconorm voor gemeenten 20% van het begrotingstotaal.
Gemeenten die per saldo een schuld hebben die lager is dan € 2,5 miljoen, zijn vrijgesteld 3 van deze verplichting. Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. Rentevisie Toekomstverwachting over de rente ontwikkeling. Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Schatkistbankieren Het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën in de vorm van rekening-courant of deposito’s. Treasury Treasury omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Treasury bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren en crediteurenbeheer. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Valutarisico Het risico dat een muntsoort, op het moment dat betaling plaatsvindt, meer of minder waard is dan op het moment dat de transactie werd afgesloten. Wet fido Wet financiering decentrale overheden. Artikel 2 Doelstellingen financieringsfunctie 1. Het verkrijgen en behouden van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities . 2. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren. 3. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisi co’s. 4. Het beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een optimaal rendement op de uitzettingen. 5. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4 Risicobeheer Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Garanties en leningen aan derde partijen worden slechts verstrekt uit hoofde van de “publieke taak”. 2. De gemeente kan middelen uitzetten, indien deze uitzettingen conform de Wet fido een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico.
Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door de richtlijnen van dit treasurystatuut. 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. In alle gevallen is een collegebesluit noodzakelijk. Artikel 4 Renterisicobeheer 1. Conform de Wet fido wordt de kasgeldlimiet niet overschreden. Indien de gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, stelt het daarvan de toezichthouder op de hoogte, en legt het de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring voor aan de toezichthouder. 2. Conform de Wet fido wordt de renterisiconorm niet overschreden. 3. Om te voorkomen dat de kasgeldlimiet, zoals beschreven onder lid 1, aan het eind van een derde kwartaal wordt overschreden, zal een nieuwe langlopende lening worden afgesloten. Daarbij wordt rekening gehouden met de korte termijn liquiditeitsprognose op basis van nog te realiseren investeringen die door de raad zijn vastgesteld. 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. 5.
De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de meest actuele ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van de renteprognose van onze huisbankier. Rapportage vindt jaarlijks plaats in de paragraaf financiering in de programmabegroting. Artikel 5 Koersrisicobeheer De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen door uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, schatkistbankieren, daggeld, deposito’s, obligaties en garantieproducten. Artikel 6 Kredietrisicobeheer 1. De gemeente beperkt de kredietrisico’s op uitzettingen, door haar gelden aan te houden bij financiële instellingen of te participeren in beleggingsproducten van financiële instellingen met tenminste een A-rating. 2. Ratings dienen afgegeven te zijn door twee toegestane ratingbureaus. De toegestane ratingbureaus zijn Standard & Poors, Moody’s en Fitch IBCA. 5 3. Financiële instellingen dienen in landen met minimaal een AA rating gevestigd te zijn en onder Nederlands of anderszins EER1 toezicht te vallen. 4. De gemeente mag met inachtneming van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden gelden tijdelijk uitzetten bij (Nederlandse) overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%. 5.
Als de rating van een van de hierboven genoemde financiële instellingen tijdens de looptijd van een uitzetting daalt tot onder het hierboven genoemde ratingniveau zal worden beoordeeld of de overeenkomst wordt beëindigd. 6. Bij het verstrekken van garanties uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. Artikel 7 Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro. Gemeentefinanciering Artikel 8 Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende voorwaarden: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. 2. Het toegestane instrument bij het aantrekken van financieringen is de onderhandse lening . 3. Alvorens een financiering wordt aangetrokken, wordt bij minimaal 3 financiële instellingen een offerte gevraagd. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd. Artikel 9 Richtlijnen uitzetten geldleningen 1. Geen arbitrage: Het is niet toegestaan om gelden op te nemen en deze weer uit te zetten met als doel het genereren van inkomsten. 2. Een tijdelijk overschot van middelen wordt uitgezet, rekening houdend met de geldende wettelijke vereisten. De hoofdsom van de uitzetting dient intact te blijven. 3.
In geval van uitzettingen voor een periode tot één jaar worden deze in beginsel aangehouden bij het agentschap van het Ministerie van Financiën conform de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden met uitzondering van: a. overtollige middelen beneden het drempelbedrag. Deze middelen worden in rekening courant aangehouden bij de huisbankier; b. middelen die worden aangehouden bij derden vanuit de publieke taak; c. leningen aan andere decentrale overheden niet zijnde de toezichthoudende provincie. 1 Europese Economische Ruimte (EER). 6 4. In geval van uitzettingen voor een periode langer dan één jaar kunnen deze uitsluitend worden gedaan bij: a. financiële instellingen die voldoen aan de in artikel 6 gestelde voorwaarden; b. het agentschap van het ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Dit geldt voor de overtollige middelen boven het wettelijk voorgeschreven drempelbedrag; c. een decentrale overheid niet zijnde de toezichthoudende provincie. 5. Het verstrekken van een geldlening aan derden is slechts toegestaan vanuit de publieke taak. Om concurrentievervalsing met bedrijven te voorkomen, dient de gemeente zich te houden aan gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid. Per geval is een expliciet besluit hiertoe nodig door het college van B&W, waarbij gemotiveerd wordt welk publiek belang wordt gediend en waarbij besloten wordt over de te verwerven zekerheden.
In alle gevallen zal het college een dergelijke besluit vooraf aan de raad voorleggen om diens wensen en/of bedenkingen te vernemen. Daarnaast is het mogelijk om bij financiering aan derden deze te verstrekken in het kader van een door de raad van de gemeente Steenwijkerland vast te stellen regeling. 6. Conform een raadsbesluit van 23 februari 2002 worden geen nieuwe leningen meer aangetrokken ten behoeve van de financiering van woningbouwcorporaties. Kasbeheer Artikel 10 Geldstromenbeheer Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsprognose af te stemmen. 2. Er wordt op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. 3. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. Artikel 11 Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. Overtollige liquiditeiten tot het drempelbedrag voor schatkistbankieren worden in rekening courant aangehouden bij de huisbankier. Liquide middelen boven het drempelbedrag worden automatisch gestort in het kader van schatkistbankieren. 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen a antrekken.
Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden. 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet/intradaglimiet op rekening courant. 4. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn – naast schatkistbankieren - rekening-courant en deposito’s. 5. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts voor financiële instellingen toegestaan die voldoen aan het vermelde in artikel 6. 6. Voor middelen die worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar kan met één offerte worden volstaan. 7 Administratieve organisatie en interne controle Artikel 12 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle In het kader van treasury gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wi jze schriftelijk vastgelegd2. 2. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. voor iedere transactie geldt het vier-ogen-principe zoals vormgegeven in artikel 14; b. de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c.
de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 3. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties. 4. De transacties worden afgesloten door de coördinator begroting en geregistreerd door de medewerker controlling. Artikel 13 Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden met betrekking tot treasury van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie Verantwoordelijkheden De Gemeenteraad · Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten. · Het vaststellen van de paragraaf financiering in de programmabegroting en de jaarstukken. · Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan. · Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid. 2 De schriftelijke vastlegging van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt geregeld in artikel 14 respectievelijk artikel 15. 8 Raadscommissie · Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen en rapportages op het gebied van treasury aan de Gemeenteraad. Het college van B&W · Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid). · Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties.
De burgemeester ondertekent de overeenkomst op grond van artikel 171 van de Gemeentewet. · Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid in het jaarverslag. De portefeuillehouder Financiën · Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid). Teamleider Organisatieadvies · Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut. · Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten. · Het afleggen van verantwoording aan het college van B&W. Coördinatoren begroting en jaarstukken · Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury. · Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut worden uitgevoerd. · Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer. · Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen. · Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties. · Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied.
· Het afleggen van verantwoording aan de teamleider Organisatieadvies over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten. Medewerker controlling · Het opstellen van de rentevisie. · Het beheren van de geldstromen. 9 · Het vastleggen van de transacties en het doorgeven hiervan aan de medewerker interne controle. Verbijzonderde Interne Controle (VIC) · Het controleren van de toereikendheid van de treasuryprocessen en de naleving van regelgeving inclusief mandatering. · Hierover rapporteren aan het college van B&W als onderdeel van de VIC- rapportage. Medewerker financiële administratie · Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen. · Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer. Medewerkers (financiële) administratie Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie. Verbijzonderde Interne Controle (VIC) · Het ontvangen van de transactie-informatie over (kasgeld)leningen zoals verstrekt door de medewerker controlling. De eenheidcontrollers · Het adviseren van de afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten. De externe accountant · Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.
Artikel 14 Bevoegdheden In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering. Treasuryactiviteit Bevoegd functionaris Autorisatie door Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer 1. Het uitzetten van middelen via callgeld of deposito. Coördinator jaarstukken Coördinator begroting 2. Het aantrekken van middelen via callgeld of kasgeld. Coördinator jaarstukken Coördinator begroting 10 3. Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen. Medewerkers die daartoe zijn bevoegd3 (1e handtekening) Medewerkers die daartoe zijn bevoegd (2e handtekening) Bankrelatiebeheer 4. Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen. Medewerker controlling Teamleider Organisatieadvies 5. Bankcondities en tarieven afspreken. Coördinator begroting Algemeen directeur/gemeentesecretaris Risicobeheer 6. Het afsluiten van derivatentransacties. Coördinator begroting College van B&W Financiering en uitzetting 7. Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen. Coördinator jaarstukken Coördinator begroting 8. Het uitzetten van langlopende middelen. Coördinator jaarstukken Coördinator begroting 9. Het (voorstel tot) het verstrekken van garanties uit hoofde van de publieke taak.
Coördinator begroting (na overleg met de medewerker(s) van het primaathoudend team) College van B&W Bij afwezigheid van de coördinator jaarstukken is een medewerker controlling bevoegd om de bovenvermelde handelingen te verrichten. Indien de coördinator begroting afwezig is, is de teamleider Organisatieadvies bevoegd om de desbetreffende handelingen te autoriseren. Artikel 15 Informatievoorziening Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen: 3 Document ‘Procuraties en autorisaties betaalverkeer BNG’. 11 Informatie Frequentie Informatie- verstrekker Informatie-ontvanger 1. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten Incidenteel4 Budgethouders Coördinator jaarstukken 2. Beleidsplannen treasury in paragraaf financiering van begroting Jaarlijks Medewerker controlling Gemeenteraad 3. Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf financiering van de jaarrekening Jaarlijks Medewerker controlling Gemeenteraad 4. Voortgang onderdelen paragraaf financiering via de bestuursrapportages n.t.b. Medewerker controlling Gemeenteraad 5. Verantwoording n.a.v. paragraaf financiering via het jaarverslag Jaarlijks Medewerker controlling Gemeenteraad 6. Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art.
8 Wet fido Kwartaal Medewerker controlling Derden Artikel 16 Hardheidsclausule 1. In gevallen waarin dit treasurystatuut niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan de raad voorstellen een of meerdere artikelen van dit statuut buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken, voor zover toepassing, gelet op het belang van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. In dergelijke gevallen beslist de raad. 4 Teams dienen ‘incidenteel’ informatie te verschaffen op de momenten waarop zich significante wijzigingen voordoen in hun verwachtingen omtrent tijdstip of omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijvoorbeeld bij uitstel van een grote investering). 12 Artikel 17 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit statuut treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Per gelijke datum wordt ingetrokken het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland 2011”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 21 juni 2011. 3. Dit statuut kan worden aangehaald als “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland 2020”. De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter, A. ten Hoff J.H. Bats 13 Toelichting op het Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland 2020 In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd.
Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van treasury functie (in artikel 2). Vervolgens geven wij in het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de richtlijnen en limieten is bepaald door de Wet fido. Met deze richtlijnen en limieten wordt het ‘risicoprofiel’ van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. De ‘Paragraaf Financiering’ in de jaarlijkse programmabegroting geeft de beleidsplannen voor treasury voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomend e jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het statuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido en het treasurystatuut blijven.
De ‘Paragraaf Financiering’ in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar. In deze toelichting worden, waar nodig, de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht. Artikelsgewijze toelichting Artikel 2 In artikel 2 worden de doelstellingen van treasury van de gemeente weergegeven. Hieronder worden deze doelstellingen afzonderlijk toegelicht. Artikel 2, lid 1 In de eerste plaats heeft treasury als doel ervoor te zorgen dat de gemeente duurzaam toegang heeft tot de financiële markten voor het aantrekken of uitzetten van financiële middelen tegen de op dat moment acceptabele (tenminste marktconform) condities. Artikel 2, lid 2 Naast toegang tot financiële markten, dienen er voldoende financiële middelen beschikbaar te zijn om de bestuursprogramma’s binnen de door de raad gestelde kaders van de begroting uit te voeren. Dat kan op enig moment betekenen dat financiële middelen moeten worden aangetrokken dan wel dat overtollige financiële middelen (tijdelijk) moeten worden uitgezet. Artikel 2, lid 3 Door haar activiteiten loopt de gemeente financiële risico’s, zoals: renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. Het is zaak dergelijke risico’s zo veel mogelijk te beperken. In de artikelen 4 tot en met 7 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.
14 Artikel 2, lid 4 De vierde doelstelling van treasury is het minimaliseren van de kosten van de leningen en het bereiken van een optimaal rendement op de uitzettingen met inachtneming van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat, maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijke rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. Artikel 2 lid 5 De gemeente streeft naar het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities. Deze kosten bestaan o.a. uit provisies en kosten van het betalingsverkeer. De prioriteiten van treasury liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s, treasury is immers niet bedoeld als winstgerichte activiteit. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. Artikel 3, lid 1 De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. In beginsel mogen gemeenten leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de “publieke taak”.
In afwijking daarvan is het toegestaan om middelen uit te zetten anders dan ten behoeve van de “publieke taak” als deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico (zie artikel 3, lid 2). Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury”. De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. Bij het verstrekken van een garantie of een lening is per geval een expliciet besluit door het college van B&W noodzakelijk, waarbij gemotiveerd wordt over de te verwerven zekerheden. In alle gevallen zal het college een dergelijk besluit vooraf aan de raad voorleggen om diens wensen en/of bedenkingen te inventariseren. Artikel 3, lid 2 Conform de Wet fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury” (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben. In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt.
Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido en de memorie van toelichting op de Wet fido). Bankachtige activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen van dit treasurystatuut 15 vallen binnen de kaders van de Wet fido en zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury te garanderen. De richtlijnen hebben derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente. Artikel 3, lid 3 Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s. Artikel 4, lid 1 Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen.
Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financi ering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Dit percentage wordt vastgesteld door de Minister van Financiën. Na overschrijding van de kasgeldlimiet kan de toezichthouder (de provincie Overijssel) onze gemeente hierop aanspreken. De toezichthouder verplicht de gemeente tot het nemen van maatregelen indien het openbare lichaam de kasgeldlimiet structureel overschrijdt. Daarvan is sprake indien een gemeente twee opeenvolgende kwartalen niet aan de limiet voldoet. In dat geval verplicht de toezichthouder de gemeente maatregelen te treffen om de overschrijding teniet te doen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het consolideren van de korte schuld en/of in het beperken van het aangaan van korte schuld. Uitgangspunt voor de gemeente Steenwijkerland is dat de kasgeldlimiet maximaal twee opeenvolgende kwartalen mag worden overschreden.
Artikel 4, lid 2 Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Dit percentage wordt vastgesteld door de Minister van Financiën. Artikel 4, lid 3 Om te voorkomen dat de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden zal tijdig een nieuwe langlopende geldlening moeten worden afgesloten (consolidatie). Uiteraard dient rekening te worden gehouden met de 16 korte termijn liquiditeitsprognose om te voorkomen dat we onnodig moeten schatkistbankieren doordat geleend geld niet wordt uitgegeven. Artikel 4, lid 4 Overtollige middelen moeten op grond van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden worden gestald bij het Rijk als het drempelbedrag van 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000 wordt overschreden. Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de rente van een uitzetting vast is) van uitzettingen, wordt de invloed van een rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren.
Deze spreiding is slechts mogelijk indien op basis van de liquiditeitsprognose blijkt dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn. Spreiding is alleen mogelijk voor overtollige middelen beneden het drempelbedrag. Artikel 4, lid 5 Een rentevisie is een toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op basis waarvan een treasurybeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt zal de gemeente haar rentevisie actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de huisbankier. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen of het vervroegd aantrekken van een langlopende lening met een lange looptijd op het moment dat wij een rentestijging verwachten. Artikel 5 Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerd voor uitzettingen in het kader van treasury, geldt in de Wet fido als belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting intact blijft. Bij alle in dit artikel genoemde producten wordt aan het einde van de looptijd ten minste de hoofdsom (bij vastrentende waarden de “nominale waarde”) uitgekeerd. Bij het uitzetten van gelden op rekening courant, schatkistbankieren, daggeld of deposito’s worden géén koersrisico’s gelopen.
Het kan bij dergelijke producten echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn (in het bijzonder bij deposito’s en soms bij een spaarrekening). Obligaties zijn vastrentende waarden die (tussentijds) verhandelbaar zijn. Bij tussentijdse verkoop kunnen koersrisico’s worden gelopen. Wanneer deze waarden tot het einde van hun looptijd worden aangehouden zal minimaal de nominale waarde worden uitgekeerd. Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de uitgevende (financiële) instelling garandeert dat op de afloopdatum (een bepaald percentage van) de hoofdsom wordt uitgekeerd. Garantieproducten keren vaak minder of geen rente uit en bieden in plaats daarvan bijvoorbeeld een rendement dat gebaseerd is op een aandelenindex (zoals de AEX-index). Garantieproducten waarbij minder dan 100% van de hoofdsom wordt gegarandeerd zijn expliciet niet toegestaan onder de Wet financiering decentrale overheden c.q. Regeling 17 uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Bij garantieproducten is vaak enkel de hoofdsom gegarandeerd. Aangezien de reële waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan verminderen, verdient het aanbeveling om bij een langere looptijd naast een hoofdsomgarantie een minimaal rend ement (bijvoorbeeld ter hoogte van het inflatieniveau) te eisen. Artikel 6, lid 1 t/m 3.
Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid van de partijen waar de gemeente middelen uitzet. Een (credit-) rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een financiële instelling, die wordt verschaft door de volgende t oegestane gerenommeerde rating ‘agencies’: Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch IBCA. Deze ondernemingen dienen in landen te zijn gevestigd met minimaal een A- rating en onder Nederlands of anderszins EER toezicht vallen. De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard & Poor’s en Fitch IBCA weergegeven met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met letters B, C en D. Een A-rating staat voor ‘zeer kredietwaardig’. Artikel 6, lid 4. Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat (bijv. De Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling. Deze status houdt in dat een bank voor het desbetreffende papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden.
Het is de gemeente dus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) geborgde leningen van woningcorporaties). Artikel 6, lid 5 Mocht tijdens de looptijd van een uitzetting blijken dat de desbetreffende financiële instelling niet langer beschikt over een A-rating dan zal worden beoordeeld of de bijeenkomst moet worden beëindigd. Artikel 6, lid 6 De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de publieke taak. Omdat de Gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden garanties uitsluitend verstrekt aan door de Gemeenteraad goedgekeurde partijen. Teneinde de kredietrisico’s te verkleinen kunnen zekerheden of garanties worden verlangd van de debiteuren. Artikel 8, lid 1 Het aantrekken van gelden met als doel deze met winstoogmerk te beleg gen is door artikel 2, lid 2 van de Wet fido (zie ook memorie van toelichting op de Wet 18 fido) nadrukkelijk niet toegestaan. Artikel 8, lid 2 Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld.
Artikel 8, lid 3 Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen, voor bijvoorbeeld te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij vervroegde aflossing etc. Door het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een beter beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt. Artikel 9 Op grond van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden moeten tijdelijke overtollige gelden in principe bij het Rijk worden gestald door middel van schatkistbankieren. In de leden 3a tot en met 3c worden de uitzonderingen aangegeven. De achtergrond voor deze uitzonderingen is gemak in het betalingsverkeer. Het gaat om relatief lage bedragen die periodiek worden afgeroomd als het saldo boven het zogenaamde drempelbedrag komt. Voor de gemeente Steenwijkerland bedraagt het drempelbedrag op basis van de Wet fido op dit moment 0,75% van het jaarlijks begrotingstotaal. Randvoorwaarden voor het uitzetten van de overtollige middelen beneden het drempelbedrag zijn in artikel 6 beschreven. Het verstrekken van een geldlening aan derden zal in principe door de markt moeten kunnen plaatsvinden. Dit betekent dat financieringsverzoeken van derden streng aan de poort zullen worden beoordeeld.
Waar mogelijk zal worden doorverwezen naar of innovatiefondsen. Daarnaast is het mogelijk om leningen te verstrekken in het kader van een door de raad van de gemeente Steenwijkerland vast te stellen regeling. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan financiering van duurzaamheidsleningen en startersleningen. De gemeente zal zich in alle gevallen moeten houden aan de 4 gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid om concurrentievervalsing te voorkomen: 1. Doorberekening kosten: Overheden moeten alle kosten die zij maken voor een dienst doorberekenen in de prijs. 2. Bevoordelingsverbod: Overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven concurrerende bedrijven. 3. Gegevensgebruik: Overheden mogen de gegevens waarover ze beschikken niet opnieuw gebruiken voor andere activiteiten. Dat mag alleen als andere organisaties of bedrijven ook (onder dezelfde voorwaarden) over de gegevens kunnen beschikking. 4. Functiescheiding: Heeft een overheid bij bepaalde diensten een bestuurlijke rol, en voert zij die diensten ook zelf uit? Dan mogen niet dezelfde personen betrokken zijn bij zowel het bestuur als de uitvoering. 19 Artikel 10, lid 1 en 2 Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op bepaalde verwachte ontvangsten.
Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken of middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken om de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren. Artikel 10, lid 3 Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat er geen kosten hoeven te worden gemaakt om gelden tussen verschillende banken over te boeken. Onze huisbankier is de BNG en de plaatselijke bank de Rabobank Meppel-Staphorst-Steenwijkerland. Artikel 11, lid 1 Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelij kse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Net als alle andere gemeenten heeft de gemeente Steenwijkerland te maken met verplicht schatkistbankieren. Bedragen beneden het zogenaamde drempelbedrag worden in rekening courant aangehouden bij de huisbankier. Liquide middelen boven het drempelbedrag worden automatisch gestort bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren. Artikel 11, lid 3 In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn financieringsinstrumenten benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor een opgenomen of uitgezette lening voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn kortlopende leningen, meestal voor 1, 2, 3 en maximaal 12 maanden waarbij de rente gedurende de looptijd vast staat.
Kredietlimiet/intradaglimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid debet (‘rood’) te staan op de rekening courant. De intradaglimiet is het maximale bedrag dat de gemeente per dag kan opnemen. Artikel 12 Bij treasury zijn veel personen en organen betrokken. Het statuut legt expliciet welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Met het oog op de omvang van de transacties en de hier mee samenhangende risico’s, is in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een transparante functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties. Artikel 13 De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 13 respectievelijk artikel 14 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten, 20 besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen. Artikel 14 De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het bestuur van de gemeente.
Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over aan de ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid heeft dus vooral op ambtelijk niveau plaats, wat als voordeel heeft dat er slagvaardiger kan worden geopereerd. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en controle. Artikel 15 De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening wordt gewaarborgd voor: operationele informatie (punt 1), beleidsmatige informatie (punt 2) en verantwoordingsinformatie (punt 3, 4, 5 en 6). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste voorwaarden voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente. Artikel 16 Deze hardheidsclausule is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen die het toepassen van deze clausule dringend noodzakelijk maken. Het moet dus gaan om uitzonderingen. De hardheidsclausule is uitdrukkelijk niet bedoeld als algemene alternatieve toestemmingsbevoegdheid.