CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Vollenhove, Schuit 6-8.pdf

Politieke Markt 2 juni 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Vollenhove, Schuit 6 - 811.714 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door het toevoegen van woningen kan sprake zijn van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen. Het project heeft verhoudingsgewijs echter een minimale verkeersaantrekkende werking. Wat betreft het parkeren dient op eigen perceel bij de woning parkeergelegenheid aanwezig zijn. In figuur 2.3 is een erfinrichting met de ontsluiting en parkeerplaatsen weergegeven. Hierbij is aansluiting gezocht bij de ruimtelijke uitgangspunten, zoals verwoord in de toelichting van het geldend bestemmingsplan. Ontsluiting De woningen die binnen het plangebied gebouwd kunnen gaan worden, zullen op twee verschillende locaties worden ontsloten. Enerzijds zullen ze op de 'Kade' worden ontsloten, waar ook de reeds bestaande woningen op zijn ontsloten. Via de kade komt Gemeente Steenwijkerland Blad 32 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting men dan op de Noordwal uit. Anderzijds zal een nieuwe ontsluiting op de Noordwal worden gerealiseerd. Op perceelniveau wordt het plangebied ontsloten via Roer. Aan de achterzijde van het perceel zijn ook de parkeerplaatsen gelegen. Parkeren Er wordt een gemiddelde parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning gehanteerd. Voor vrijstaande en 2/1 kap woningen geldt dat parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden.

Voor de rijenwoningen wordt uitgegaan van 1,6 parkeerplaats per woning. Het project voorziet in het realiseren van 2x vier rijenwoningen. Op het perceel (eigen terrein) worden 13 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen voor dit plangebied. 4.11 Water Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Gemeente Steenwijkerland Blad 33 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting Voordat de watertoets is uitgevoerd is eerst nagegaan met welke toename aan verhard oppervlakte er rekening moet worden gehouden bij de uit te voeren watertoets. Hierna volgt een weergave van de toename aan verhard oppervlakte van zowel de bebouwing als de bij het plan behorende (erf)verharding. Aan bebouwing komt er circa 530 m2 bij en aan overige verharding circa 948 m2 hetgeen betekent dat er in totaliteit circa 1.478 m2 aan toename verharding bij komt. Ter plaatse is sprake van een gemengd stelsel. Hier zal ook op worden aangesloten qua riolering. Deze uitgangspunten zijn gebruikt voor de uit te voeren watertoets. Op 7 april 2020 is voor het project de watertoets uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde watertoets blijkt dat het plangebied in het beheersgebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta ligt. Op basis van deze digitale toets kan de korte procedure gevolgd worden. Dat betekent dat het waterschap akkoord kan gaan met het plan, mits het plan voldoet aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf, zoals hieronder is beschreven. Binnen de procedure voor het bestemmingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning kan deze standaard waterparagraaf toegevoegd worden aan de ruimtelijke onderbouwing.

Het waterschap verzoekt wel op de punten waar dat wordt gevraagd de tekst te specificeren voor het plan. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het plan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Met deze genoemde adviezen zal in de verdere planuitwerking rekening worden gehouden.

Gemeente Steenwijkerland Blad 34 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast.

De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. 4.12 M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen: indien: a. De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Qua aard, omvang en ligging is het bouwplan dus niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Op 1 juli 2017 heeft echter een wijziging in de wet- en regelgeving plaatsgevonden.

Een belangrijk nieuw element in het Besluit m.e.r.. is nu het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Gemeente Steenwijkerland Blad 35 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: ➢ Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.- beoordeling noodzakelijk; ➢ Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r staan de criteria genoemd waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling. Het algemene uitgangspunt bij een dergelijke beoordeling is dat er geen MER hoeft worden opgesteld, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. In tabelvorm wordt in dit hoofdstuk een kwalitatief oordeel geveld over de effecten op diverse milieufactoren. Aan de hand van deze beoordeling wordt aangegeven of het opstellen van een milieueffectrapportage voor de genoemde plannen noodzakelijk geacht wordt. Milieueffect Effecten Bijzonderheden Archeologie Er zijn geen nadelige effecten op archeologie te verwachten. Ter plaatse is sprake van een lage archeologische verwachtingswaarde zodat er geen onderzoek nodig is. Bodem Er zijn geen nadelige effecten op bodem te verwachten Onderzoek heeft uitgewezen dat de bodem geschikt is voor de beoogde woonfunctie.

Ecologie Er zijn geen nadelige effecten op ecologische waarden te verwachten Reeds eerder uitgevoerd onderzoek heeft uitgewezen dat er geen verstoring optreedt voor ecologische waarden. Geluid Er zijn geen nadelige effecten ten aanzien van geluid te verwachten. Er is sprake van een gebied waar 30 km/uur mag worden gereden, zodoen de geen akoestisch onderzoek nodig . Er is sprake van een goed woon - en leefklimaat ten aanzien van geluid. Luchtkwaliteit Het project is niet nadelig voor de luchtkwaliteit, er worden geen normen overschreden. Het project is via de NIBM-tool als niet nadelig voor de luchtkwaliteit beoordeeld. Water Het project is uitvoerbaar vanuit het aspect water. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Gemeente Steenwijkerland Blad 36 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting Middels voorliggende m.e.r.-beoordeling zijn de verwachte milieueffecten van de voorgenomen activiteit overeenkomstig de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese Richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ in beeld gebracht. Uit deze effectbeoordeling blijkt dat er geen significant negatieve milieueffecten te verwachten zijn bij uitvoering van de voorgenomen activiteit.

De algehele conclusie is dan ook dat voor de gekozen procedure er geen m.e.r.-plicht geldt en er dus geen milieueffectenrapportage hoeft te worden opgesteld. Gemeente Steenwijkerland Blad 37 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting 5 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Het is echter mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Voor wat betreft de gemeentelijke kosten, worden de kosten van het opstellen van het plan en het doorlopen van de procedure verhaald via leges. Verder is met de initiatiefnemer een koop- en planschadeovereenkomst afgesloten, waarin is vastgelegd dat eventuele kosten van planschade voor zijn rekening neemt. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid voldoende verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.

Gemeente Steenwijkerland Blad 38 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Ook de resultaten van de inspraak dan wel ter visie legging worden hier uiteengezet wanneer deze beschikbaar is. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 2 februari tot en met 16 maart 2021 ter inzage gelegen. Er is een zienswijze ingediend. Gemeente Steenwijkerland Blad 39 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting 7 Juridische Toelichting 7.1 Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen.

In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld. Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd.

De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een Bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. 7.1 Toelichting op de verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting.

Gemeente Steenwijkerland Blad 40 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 7.2 Toelichting op de planregels De inrichting van de planregels is deels voorgeschreven door de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelfs de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven: het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken. Toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 : Begrippen In dit artikel staan de belangrijkste begrippen verklaard zoals die in de planregels en in deze plantoelichting worden gebruikt. De lijst bevat meer begrippen dan mogelijk in dit bestemmingsplan gebruikt worden.

Artikel 2 : Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 : Tuin De bestemming 'Tuin' is bedoeld voor het inrichten van de gronden als tuin. Gebouwen zijn niet toegestaan. De gronden bestemd voor ‘Tuin’ zijn niet aan te merken als zijnde erf, als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Artikel 4 : Verkeer De gronden ter plaatse van de bestemming 'Verkeer' zijn naast de afwikkeling van het verkeer tevens bedoeld als verblijfsgebied. Binnen de bestemming zijn straten, fiets- en voetpaden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Artikel 5 : Wonen De bestemming 'Wonen' is bedoeld voor grondgebonden woningen. Voor hoofdgebouwen (woningen) geldt dat deze alleen ter plaatse van een bouwvlak mogen worden gebouwd. Middels de aanduiding 'maximum goothoogte (m) , maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven dat de goot- en bouwhoogte 2,7 meter en 9,50 meter bedraagt. Voor bijgebouwen geldt dat deze binnen de aanduiding 'bijgebouwen' gebouwd moet worden. Voor aanbouwen geldt dat deze binnen de aanduiding ‘aanbouwen’ gebouwd mogen worden.

Gemeente Steenwijkerland Blad 41 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 : Anti-dubbeltelregel Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro). Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, nogmaals zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 7 : Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat er geen windmolens zijn toegestaan en hoe omgegaan kan worden met geringe overschrijdingen van plangrenzen en bouwvlakken. Artikel 8 : Algemene gebruiksregels In dit artikel is geformuleerd wat wordt gezien als strijdig gebruik en welk gebruik wel is toegestaan. Artikel 9 : Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene afwijkingsregels geformuleerd en is zichtbaar met welke afwijkingen binnen het plan het bevoegd gezag, onder genoemde voorwaarden, mee wenst te werken aan (kleinschalige) afwijkingen van het bestemmingsplan. Artikel 10 : Overige algemene regels In deze regel is de koppeling gelegd met de Nota Parkeernormen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 : Overgangsregels Deze regels zijn geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro). Omdat een bestemmingsplan elke tien jaar moet worden herzien, betreffen de meeste bestemmingsplannen gebieden die reeds in gebruik en ingericht zijn. Een bestemmingsplan kan ruimte bieden voor ontwikkelingen en daarom soms ander gebruik en/of bebouwing toelaten dan er in werkelijkheid in het gebied aanwezig is. Bestaande rechten worden beschermd met overgangsrecht. Er is overgangsrecht voor bouwwerken en overgangsrecht voor gebruik van de gronden en bouwwerken. Artikel 12 : Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de Ministeriële regeling Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het bestemmingsplan vastgelegd. Voor de digitale uitwisseling van plannen krijgt elk plan ook een unieke code van letters en cijfers. Gemeente Steenwijkerland Blad 42 van 42 Bestemmingsplan Schuit 6-8 Vollenhove Mei 2021 Versie 01 NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Toelichting Projectgegevens Project : Bestemmingsplan Schuit 6 – 8 te Vollenhove Projectnummer : RB 20.157 IMRO : NL.IMRO.1708.VLHSchuit6-8BP-VA01 Versie : 01 Datum : Mei 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/11af5940-e77a-45d1-8b64-f21356807099?agendaItemId=5f8c4f9c-be23-4f28-8736-dfea443ddd16